
Het was Jan Brueghel de Oude die zijn bloemencompositie tegen een donkere achtergrond plaatste en er kleine details aan toevoegde: vliegen, slakken, vlinders in alle stadia van de metamorfose als symbool voor transformatie en wederopstanding. Ook libellen als teken voor ‘vergankelijkheid’. Uiteraard alles ‘net echt’, een bewijs voor het meesterschap van de schilder.
Flowers also held symbolism that had Christian connotations inherited from the Middle Ages: roses and lilies for Virgin Mary and purity, tulips for nobility, poppies for power as well as death. (DailyArt 2024)

Vreemd dat net bloemenstillevens de toenemende verstedelijking van de Vlaamse en Nederlandse samenleving weerspiegelen. Er is een huis, persoonlijke bezittingen, handel. Niet voor iedereen, eerder een gecultiveerd publiek met ‘middelen’ was vragende partij.
Bloemstillevens waren vooral prominent in de vroege jaren 1600 en richtten zich in hun zeer verfijnde uitvoering en in hun onderwerpen en symboliek tot een gecultiveerd publiek. Schilders als Ambrosius Bosschaert de Oude, Balthasar van der Ast, Roelandt Savery en Jacob Vosmaer verwezen vaak naar kruidenboeken en andere botanische teksten bij het samenstellen van “boeketten” (zoals Vosmaers Een vaas met bloemen; ) waarin meestal bloemen uit verschillende landen en zelfs verschillende continenten in één vaas en op één moment van bloei werden gecombineerd. Een mooie presentatie daarover: site van het Rijksmuseum A'dam.
https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories/10-dingen/story/10-dingen-bloemstilleven-jacob-vosmaer

De aantrekkingskracht van ‘de veelheid’ in dit leven zorgt naast jacht op ‘nog meer‘ ook voor verwarring. De ‘veelheid’ is moeilijk waar te nemen. Overschouw de wereld en hoor ons bijna luidop ‘veel te veel en te druk!’ roepen. De verwarring kun je zelfs lijfelijk aanvoelen.
Stillevens kunnen een middel zijn om een reeks ingewikkelde gevoelens en ideeën over het bestaan terug te brengen naar één eenvoudig begrijpbaar beeld dat de kern kan vormen van een morele bedenking, bv. als een allegorie. Hier een vanitas-stilleven (vanitas: ijdelheid) van de Nederlandse schilder David Bailly. Maar…ook een zelfportret?

‘Het is een complex werk. Zelfportret en stilleven lopen door elkaar, een spel met de tijd. Het rechtergedeelte van het schilderij geeft een groot aantal objecten te zien die typisch zijn voor een vanitas-stilleven: de schedel, een boek, de uitgedoofde kaars waaraan nog een kleine rookpluim ontsnapt, een horloge, een zandloper en zelfs een wierookhouder. Als om het thema nog extra te onderstrepen staat op het papier in de rechterbenedenhoek geschreven: “Vanitas . vani[ta]tum . et . omnia . vanitas” (“IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”); een zin uit Prediker. Ook de muntstukken, het omgevallen glas, de fluit, de beeldhouwwerken, de bloemcorsage en de parels kunnen stuk voor stuk geïnterpreteerd worden als symbolen van de ijdelheid.
Tegelijkertijd zijn op het schilderij een aantal voorwerpen te zien die zelden voorkomen op een vanitas-stilleven en die vooral te maken hebben met het ambacht als kunstschilder: de schildersstok en het palet aan de muur, een schets van een oude man die doet denken aan een werk van Jan Lievens en een kopie van De luitspeler van Frans Hals, een tekening die Bailly ook daadwerkelijk zelf heeft gemaakt, in 1626, dus 25 jaar eerder dan het hier besproken werk. De beide tekeningen op het schilderij, gescheiden door zeepbellen, refereren qua thema trouwens andermaal aan de vanitas-symboliek van ijdelheid en verstrijkende tijd.
Wie de jonge schilder is, is niet zeker. Het zou een collega-schilder kunnen zijn, of misschien heeft Bailly zichzelf geschilderd als jonge man. In zijn handen houdt hij een klein portret dat een zelfportret van de kunstenaar is, maar dan op latere leeftijd, aan het einde van zijn carrière. Bailly speelt hier nadrukkelijk met het tijdsaspect en draait de rollen feitelijk om: eigenlijk zou het de oude man moeten zijn die een portret van de jongere vasthoudt. Het lijkt nu alsof de afgebeelde persoon in de toekomst kijkt. Opvallend in dat opzicht is ook het omhoog krullend papier van de Hals-kopie, hetgeen suggereert dat het werkje al jaren oud moet zijn; dat was het geval op het moment dat het hier besproken schilderij werd gemaakt, maar dus niet toen de schilder de leeftijd had waarop hij zichzelf hier afbeeldt. Het ovale portret in het midden toont mogelijk de echtgenote van de schilder op jonge leeftijd en vormt aldus een merkwaardige pendant met het portretje van de oudere Bailly links ervan. Haar gezicht doemt nog een tweede keer op als schim vanachter het fluitglas. In feite toont de oudere Bailly op het schilderijtje het zelfportret van zijn jongere ik dat ons recht in de ogen kijkt. Ingenieus! Het is ook zijn beste werk gebleven. (fragm Wikipedia).

Waarschijnlijk bezitten we in onze collecties meer stillevens dan doeken van welk ander genre ook. Kijk naar een werk van de Amerikaanse hedendaagse Hopie Hill uit 2024.

Los Angeles in de 21e eeuw en het Franse neoclassicisme van de 19e eeuw komen onverwacht samen in het schilderij van kunstenares Hopie Hill waar een zak citrusvruchten nonchalant bovenop een hardcover boek van Jean Auguste Dominique Ingres is geplaatst. In dit schilderij, getiteld “Ingres met sinaasappels”, toont Hill’s creatie een plastic zak met fruit, lichtgevend met doorschijnende plooien die ze op een lokale boerenmarkt kocht. Haar aanpak is hier niet minder precies of eerbiedig dan de manier waarop ze de uitgebreide juwelen en zijden en kanten kledingstukken die op de omslag van het boek staan heeft nagemaakt. L.A. heeft tenslotte altijd haar manieren gehad om traditionele hiërarchieën te ondermijnen. (Artnet)
Hill is adept at synthesizing signifiers of a millennial creative’s life in Los Angeles with her enduring admiration for still-life paintings from the Dutch Golden Age. “The sense of wonder at beauty defining the 17th-century still-life tradition has always felt thrilling to me,” the New Jersey native shared. She and her three sisters, including painter Lily Stockman who is also represented at Moffett, were raised with a broad exposure to art. “My mom used to sit me in her lap and we would open up art books” focusing on canonical figures such as Holbein, John Singer Sargent, and others. “We would look at clues that helped tell the story of the subject.” (Artnet)
Het veilinghuis Charles Moffet toonde haar collectie in ‘The Souvenir’ nog te zien via het net:
https://charlesmoffett.com/exhibitions/94-hopie-hill-the-souvenir/

Dit mooie werk van de Amerikaanse Janet Rickus is geen foto maar een heus schilderij. In the Artists network vertelt ze uitvoerig hoe ze te werk gaat en begint met acht dunne lagen acryl gesso, telkens tussen de lagen schurend om een glad oppervlak te krijgen. Vervolgens brengt ze een dunne laag acrylverf aan om het hele canvas te verven. “Ik gebruik een rauwe ombrage, maar zou mezelf gemakkelijk elke neutrale kleur kunnen zien gebruiken – zwart, blauwgrijze of andere bruine tinten,” zegt ze.

Lees en kijk:
Aan het werk!
Lees ook: