Ik kan niet vinden waar gij zijt. Langs uw gelaat gaat noodweer aan; de bittere branding zie ik slaan, met zilt dat in de ogen bijt. Ik kan niet vinden waar gij zijt, noch waar ik zelf ben in mijn pijn. O onmacht van dit samenzijn, verholen riffen, blind ravijn en dieplood van het zelfverwijt – Ik kan niet vinden waar gij zijt.
Ida Gerhardt. Verzamelde gedichten (A'dam 1999)
Eighteenth century Katabira (summer kimono) with patterns of dry hedges, carnations, and swallows. Achttiende-eeuwse Katabira (zomerkimono) met patronen van droge hagen, anjers en zwaluwen.
The word is split into two terms: kyo (経) which means Buddhist sutra, and katabira (帷子) which is a light, unlined kimono worn on informal occasions, such as rising in your own house in the morning. Katabira were traditionally made from hemp and came into fashion around the Heian period (794 to 1185).
Het woord is opgesplitst in twee termen: kyo (経) wat boeddhistische soetra betekent, en katabira (帷子) wat een lichte, ongevoerde kimono is die gedragen wordt bij informele gelegenheden, zoals 's ochtends opstaan in je eigen huis. Katabira's werden traditioneel gemaakt van hennep en kwamen in de mode rond de Heian periode (794 tot 1185)
Heggen waarin het goddelijk vuur ontspringt. Uit de as rood gevlamd nog: anjers en daaruit losgekomen de terugkeer naar het licht: zwaluwen in de morgenlucht.
Hedges In which the divine fire springs. From the ashes flamed red still carnations and from them released the return to the light: swallows in the morning sky.
Gmt
Daughter of Nefertiti & Akhenaten. Amarna Princess
De ‘Amarna-revolutie‘ was niet alleen een religieuze maar ook een artistieke revolutie. De kunst van dit tijdperk is herkenbaar aan de onmiskenbare kronkelige vormen en de bijzondere expressiviteit van gezichten en gebaren, die uiteindelijk, zij het op een minder uitgesproken manier, in het volgende tijdperk overeind blijven. De Amarna-periode duurde minder dan twintig jaar: met de komst van het nog jonge kind Toetanchaten (‘levend beeld van Aton’), dat weldra Toetanchamon (‘levend beeld van Amon’) zou heten, werden de traditionele culten hersteld. Akhetaten werd verlaten en werd een steengroeve voor bouwmateriaal. Het intermezzo van Amarna markeerde echter de overgang naar een nieuwe politieke, culturele en artistieke fase. (Egypt Museum)
Limestone head of a princess New Kingdom, 18th Dynasty, reign of Akhenaten, c. 1353–1336 B.C. Museum of Fine Arts, Boston. 1976.602
Ongelukken bij het waarnemen van de tijd
Wijze van waarneming: tussen de kanalen. Woordloze dagen, jaren, perioden. Eeuwenlang tekenen met inkt of gebrande sienna op de rots. Onrustige krassen. Silhouetten van onhandige figuren. Wirwar van lijnen (dieren in beweging). Millennialang woorden die het lichaam omwikkelen, geselen, silhouetten van onhandige zinnen. De ruimte erachter. Verstilling – en dwang van drukke beelden. Ontwarren. Overbruggen. Begrip tonen, doen alsof. Hand voor plezier: tekenen. Een hand. Hand: overleven, doden. Mond voor de stem (spelen, bedriegen). Openen. Voor een ander. Gelijke bij gelijke (Picasso in de grot). En bruggen! Voor zichzelf. Voor een ander.
"De grot was dus niet alleen maar een museum. Het was een kunstacademie waar mensen leerden schilderen van degenen die hun waren voorgegaan en vervolgens hun vaardigheden toepasten in de volgende geschikte grot die ze tegenkwamen. Al doende, en met de hulp van flikkerend licht, schiepen zij animatie. De beweging van groepen mensen door het landschap leidde tot de schijnbare beweging van de dieren op de wanden van de grotten. Naarmate mensen over ouder schilderwerk heen schilderden, verder trokken en weer gingen schilderen, werd grotkunst – of, bij ontstentenis van grotten, rotskunst – in de loop van tienduizenden jaren een mondiale meme."
(Hier zijn wij, wezens zoals jullie--Barbara Ehrenreich. De Groene A'dammer 18 december 2019 (51-52)
Tijd
Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook nooit te zullen weten wat het is
en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven
zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt naar iets in zichzelf, iets ziet daar wat het meekreeg
zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat een verte voorbij onze ogen
het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken dat ooit niemand meer zal weten dat we hebben geleefd
te bedenken hoe nu we leven, hoe hier maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd
niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik buiten onze gedachte is geen tijd
we stonden deze zomer op de rand van een dal om ons heen alleen wind
Schreef Gerrit Komrij dat kijken bekeken worden is, -het werd de titel van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum A’dam, waarin de smakelijke uitdrukking ‘de gulzigheid van de spiegel’ en de formulering van Komrij dat de meeste cultuurpessimisten alleen maar bezorgd ‘lijken’. In feite waren ze jaloers. ‘Wat ze jaloers maakt is de populariteit waarin het beeld zich mag verheugen ten koste van het woord.’
Bekijk de prachtige foto’s van de Finse fotograaf Tommi Vititale waarin het licht de schaduw mogelijk maakt, of…omgekeerd. Bestaat het volle licht of het complete donker?
“Stel nu dat we weten te voorkomen dat het abstracte denken en de begrippen van de rede het bewustzijn in beslag gaan nemen, en dat we in plaats daarvan heel onze geesteskracht wijden aan de aanschouwing, dat we daar vervolgens helemaal in opgaan en ons hele bewustzijn laten vullen door de rustige contemplatie van het toevallig aanwezige natuurlijke object, zij het een landschap, een boom, een rots, een gebouw, of wat dan ook, zodat we ons, om een veelzeggende uitdrukking te gebruiken, helemaal in dit onderwerp verliezen, hetgeen betekent dat we onze individualiteit, onze wil, vergeten en alleen nog maar als zuiver subject, als een heldere spiegel van het object blijven bestaan, zodat de indruk ontstaat dat alleen het onderwerp existeert, zonder iemand die het waarneemt, en dat men dus de aanschouwer niet meer los kan maken van de aanschouwing, maar dat beide één zijn geworden, doordat het hele bewustzijn door één enkel aanschouwelijk beeld volledig is gevuld en in beslag genomen -gesteld dus dat het object zich, op die manier heeft ontdaan van elke mogelijke relatie tot iets buiten hem, dan is datgene wat aldus wordt gekend niet meer het afzonderlijke ding als zodanig, maar de Idee, de eeuwige vorm, [en dan ] is daardoor de in deze aanschouwing betrokkene ook geen individu meer, want het individu heeft zich in een dergelijke aanschouwing verloren: het is nu een zuiver, willoos, pijnloos, tijdloos subject van het kennen.” (Schopenhauer WWV1. Par. 34)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)
‘Pour vivre heureux, vivons cachés’, luidt een gezegde dat zijn oorsprong zou hebben in een achttiende-eeuwse fabel van de Franse schrijver Jean-Pierre Claris de Florian. Het verhaal begint met een jaloerse krekel die ziet hoe een vlinder bewonderd wordt om zijn felle kleuren en elegante vlucht. De vlinder wordt achternagezeten door een groepje kinderen, gevangen en verbrand. De krekel is niet langer jaloers en bezingt nu de voordelen van een verborgen leven. Die voordelen zijn door eenzame denkers uitgebreid in de verf gezet, maar het verborgen leven dat zij verdedigen is doorgaans geen leven zonder circus. Het is een leven waarin men van tijd tot tijd de voorstellingen opschort om zich op te laden voor nieuwe. Verstoppertje spelen is alleen leuk als je gezocht en liefst ook ooit gevonden wordt. (Benjamin De Mesel, Schaamte: een circus van kijken en bekeken worden. Streven 4 december 2019)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)
Soms wordt de kijker niet door een ander bekeken, maar door zichzelf: hij ziet zichzelf en schaamt zich. Misschien is dit wel de meest voorkomende vorm van schaamte. Hoewel we hier geen actuele ander hebben, kunnen we van een imaginaire of geïnternaliseerde ander spreken: we zijn zo verslaafd aan de blik van anderen dat we in hun afwezigheid iets soortgelijks creëren. Het gaat om een stukje van ons dat een standpunt inneemt ten opzichte van de rest, dat verwachtingen en idealen heeft (uiteraard vaak geïnspireerd op idealen die uit de buitenwereld komen) waaraan op straffe van schaamte moet worden voldaan. Bij gebrek aan publiek gaan we zelf in de tribune zitten, wat het risico om voor clown te worden aangezien niet altijd kleiner maakt. (Benjamin De Mesel)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)
Dromen zijn waar omdat ze gebeuren, onwaar omdat niemand ze ziet behalve de eenzame dromer, in zijn ogen alleen van hemzelf.
Niemand droomt ons terwijl wij het weten. Het hart van de dromer blijft kloppen, zijn ogen schrijven zijn droom, hij is nu niet in de wereld. Hij slaapt binnen en buiten de tijd.
De ziel heeft twee ogen, dat droomt hij. Het ene kijkt naar de uren, het andere ziet er doorheen, tot waar de duur nooit meer ophoudt, het kijken vergaat in het zien.
CeesNooteboom Het gezicht van het oog De Arbeiderspers,
“HdP 02” (2016), pinning foam, canvas, acrylic, photographs, plastic containers, resin, fabric, gel capsules, and beads, 28 x 23 x 3 inches
Michael Mapes (1962, Fort Knox, Kentucky) studeerde in 1992 af met een Bachelor of Fine Arts en Master of Fine Arts aan de universiteit van Illinois. De volgende vijftien jaar bracht hij door met het produceren en ontwikkelen van creatieve producten voor zijn eigen product-ontwikkelingsbedrijf voordat hij in 2005 fulltime terugkeerde naar kunst. Vanaf dat moment hield hij talloze solotentoonstellingen in de Verenigde Staten, Londen en Nederland.
Detail of “HdP 02” (2016), pinning foam, canvas, acrylic, photographs, plastic containers, resin, fabric, gel capsules, and beads,
“Toen ik bovenstaande foto een paar jaar geleden deelde, moest ik er eigenlijk aan herinnerd worden dat ik insectenverzamelingen maakte. Entomoloog worden stond nooit op mijn lijstje. Ik kan me niet voorstellen dat ik wist dat het bestond. Ik tekende en schilderde de hele tijd. dinosaurussen, vogels, huisdieren en mensen. Ik was meer geïnteresseerd in het maken van kunst dan in een bepaald onderwerp. Ik heb jaren geworsteld met wat ik moest tekenen of schilderen. Ik maakte vooral portretten. Heel academische portretten.” (The Weirdshow 2023)
TWS –The level of detail in your artworks makes me think that obsession is a keyword to understanding your art. Is obsession something that you feel connected to? MM –I feel connected though I don’t regard it as key to understanding the actual art. It has more significance with appreciating the process of making it. Creating very detailed artwork demands time and persistence. From the beginning, I liked the idea of making art that requires a high level of craft, in part, because I wanted to spend the time in the studio making it. As a holdover from my previous work, I wanted my art to be made by me, wherever possible. Given this approach, I was inspired (or forced) to dispense of hastiness and developed a patience. That patience was necessary as the work is so labor intensive. Eventually, I connected to my obsessive tendencies and channeled them as means to stay focused and productive for longer hours. (The Weird Show 2019)
Baudelaire 2023 | 30” x 40”
commissioned for The Fifth Avenue Hotel in NYC
giclee prints, paperback book pages, vintage postcards, Paris maps, vintage ink nibs, dried botanical elements, human hair, walnut ink and acrylic paint, fingerprints, gelatin capsules, insect pins, garment pins, fabric
Baudelaire detail
"In wezen kanaliseerde ik het schrijfproces in een tekenmodus. Bij toeval stuitte ik op de metafoor die nog steeds alomtegenwoordig is in mijn werk. Ik had een foto van een vriendin die ik had genomen in een Parijs café en een zakje naalden die ik jaren daarvoor van mijn moeder had gekregen. Ik perforeerde de afdruk en speldde de stukjes terug op de originele foto. Dat was mijn ontstaans-moment. Ik voelde intuïtief aan hoe ik dat idee in verschillende zinvolle richtingen kon brengen. Zodra ik het eerste afgewerkte werk had gemaakt, beschouwde ik het als mijn benadering. Dat was belangrijk voor mij." (The Weird Show)
MM -Ik wilde het onderwerp voorbij de oppervlakte uitdrukken. Het begrijpen van de relevantie van Gestaltprincipes was belangrijk voor mijn werk. Aangezien mijn eerste serie, “Human Specimens”, portretten waren, gaven deze principes gewicht aan inhoudelijke en compositorische overwegingen. Ik bedacht de term “biografisch DNA” om individuele elementen in het werk te beschrijven. Ik heb de composities zo uitgebalanceerd dat de werken zowel van dichtbij als van veraf betekenisvol kunnen worden ervaren - een verzameling details. Ik blijf manieren vinden om inhoud, compositie en metafoor te gebruiken om onderwerpen visueel weer te geven op manieren die uitnodigen tot aandacht voor detail, maar dat niet noodzakelijkerwijs vereisen. (The Weird Show)
Specimen no. 41 2007 19″ x 25″
Enkele bedenkingen:
De manipulatie van ‘het beeld’ is van alle tijden. Een bestaand beeld nodigt uit tot reactie. Dat kan gaan van een speels van kledij voorzien tot het vrij ruw demaskeren van staatskunst door er duidelijke ‘aantekeningen’ of ‘vervormingen’ op aan te brengen. Het familiale borstbeeld van Guido Gezelle liet menig gast schrikken die het ’s avonds in zijn sponde aantrof, het groen getinte vrij grote hoofd net zichtbaar boven de dekens.
Het biografisch DNA vond ik een mooi begrip om vanuit individuele onderdelen een nieuw beeld samen te stellen waarin die binnenkant ook innerlijke essenties of verbanden zichtbaar zou kunnen uitdrukken.
De oude drang tot verzamelen mag best de basis van wetenschappelijk en artistiek werk zijn. Hun verwantschap biedt ruimte om de ‘binnenkant’, ook ‘essenties’ genoemd, te duiden in een wereld waarin vooral de buitenkant en de geschatte waarde van belang schijnt te zijn. En het speelse is helemaal op zijn plaats in deze ernstige tijden. Het uitvoerig handwerk heeft zijn tijd nodig om gevonden, dienstbaar gemaakt en gemonteerd te worden. Het kan een antwoord zijn op de snelle digitale knip- en plaktechnieken om nog maar van dito mengmogelijkheden (A.I.) te zwijgen. De overdadigheid kan wel eens voor discussie zorgen.
Case No. 1627: Female – Dutch detail
Mapes begint elk werk met onderzoek naar het onderwerp en de materialen, en in veel van zijn meest recente werken staan muzen centraal, zoals modeontwerpster Emilie Louise Flöge die de levenslange metgezel van Gustav Klimt was. “Ik heb studies gemaakt, werken op kleinere schaal die me in staat stellen om na te denken over compositorische benaderingen voor grotere werken,” zegt hij over de serie. “Het verbindt het verleden met het heden op een heel persoonlijke manier. Een muze-vibe is geïnspireerd door het uitpluizen van de kunstgeschiedenis om onderwerpen te vinden die met mij en mijn werkproces resoneren.” (ibidem)
“Ik heb altijd van het uiterlijk van de wetenschap gehouden. Het uiterlijk kennen was makkelijker dan de wetenschap kennen. De esthetiek van de wetenschap, waarmee ik creatieve vrijheden neem, werd de metafoor in veel van mijn werk. Het meeste van mijn kunst wordt, op verschillende manieren en in verschillende mate, gezien door de lens van deze wetenschappelijke metafoor – Gestaltpsychologie, entomologie, forensische wetenschap, biologie. De pseudowetenschappelijke compositorische benadering is een effectieve ingang om te inspireren tot verdere beschouwing van het werk. Het feit dat het zo gedetailleerd is, zet aan tot onderzoek en nadenken – een soort reverse engineering van mijn reverse engineering. Dat kan belangrijk zijn bij het maken van het werk, maar ook om mensen te inspireren er tijd aan te besteden.” ( Michael The Weird show)
Simone Martini. circa 1310. Pinotheca Siena 154 x 84cm
De Madonna van Barmhartigheid is een christelijke iconografie waarin de Maagd Maria de gelovigen - en symbolisch de hele mensheid - beschermt onder haar open mantel. Dit picturale schema heeft middeleeuwse wortels en verspreidde zich voornamelijk onder de Broederschappen van Barmhartigheid. De Madonna wordt meestal staand afgebeeld, met haar mantel geopend door engelen of door haar armen, om de gelovigen die eronder knielen te verwelkomen, die bijna altijd op een kleinere schaal worden afgebeeld. De periode van maximale populariteit was de 15e eeuw, maar er zijn nog enkele voorbeelden te vinden tot in de barok.
[de liefde] bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
1 Kortinthe 13:7
Domenico di Michelino, Madonna degli innocenti, 1440, Ospedale degli Innocenti, Firenze
The scene takes place before the portico of the hospital, a well-known architectural monument designed by Filippo Brunelleschi and completed in 1426. The arcade of rounded arches draws on the heritage of classical antiquity to confer a gravitas to the institution and its work. The roundels shown in the painting as empty were filled in 1487 with terracotta figures of swaddled infants made by Andrea della Robbia. The Ospedale was founded by the Prato merchant, Francesco Datini, with his legacy of one thousand florins in 1419. In his will he wrote: “…in order to increase the alms and devotions of citizens, rural dwellers, and others who have compassion for the boys and girls called ’throwaways’ and so that these little children shall be well fed, educated and disciplined.” (Gavitt, 1990, p. 52)
De scène speelt zich af voor de portiek van het ziekenhuis, een bekend architectonisch monument ontworpen door Filippo Brunelleschi en voltooid in 1426. De arcade van ronde bogen put uit het erfgoed van de klassieke oudheid om een status te verlenen aan de instelling en haar werk. De ronde bogen die op het schilderij leeg lijken, werden in 1487 opgevuld met terracotta figuren van gewikkelde baby’s gemaakt door Andrea della Robbia. Het Ospedale werd gesticht door de koopman van Prato, Francesco Datini, met zijn erfenis van duizend florijnen in 1419. In zijn testament schreef hij: “…om de aalmoezen en devoties te vermeerderen van burgers, plattelandsbewoners en anderen die medelijden hebben met de jongens en meisjes die ‘weggeworpenen’ worden genoemd en zodat deze kleine kinderen goed gevoed, opgevoed en gedisciplineerd zullen worden.” (Gavitt, 1990, p. 52)
Andrea della Robbia. Ospedale degli Innocenti. terracota reliëf
In de linkerhoek van de zuilengang zie je nog de oude vondelingentrommel, la ruota dei gettatelli zoals de Florentijnen zeggen. (‘de trommel van de verworpelingen’). Tussen 1419 en 1875 konden vrouwen hier ongewenste kinderen in een trommel leggen. Omdat de trommel twee verdiepingen had kon de vrouw het kindje aan de straatzijde in de trommel leggen, terwijl de andere zijde gesloten was. Wanneer zij de trommel draaide, kon men binnen in het gebouw het kindje oppakken. Op deze manier werd het kind onmiddellijk doorgegeven aan de relatieve veiligheid van het ziekenhuis terwijl de identiteit van de ouder gewaarborgd bleef en zij ongezien en anoniem het kind kon achterlaten. (Italië uitgelicht)
In the left corner of the colonnade, you can still see the old foundling drum, la ruota dei gettatelli as the Florentines say. (‘the drum of the reprobates’). Between 1419 and 1875, women could put unwanted children in a drum here. As the drum had two floors, the woman could place the baby in the drum on the street side, while the other side was closed. When she turned the drum, people inside the building could pick up the baby. In this way, the child was immediately passed to the relative safety of the hospital while the identity of the parent was guaranteed and she could leave the child unseen and anonymous. (Italy highlighted)
Nu afgesloten trommel waarvan sprake. Firenze was niet de enige stad met een weeshuis, maar wel de eerste. Duizenden baby’s werden hier achtergelaten en het gebouw is nog steeds als zodanig in gebruik. Al wonen er nu nog maar een paar kinderen.
Een van de aangrijpendste versjes van Annie M.G. Schmidt is Het girafje dat niets zag. Het gaat over een ruzie tussen drie kleine wezeltjes en een girafje op weg naar Hilvarenbeek. Ze komen langs een muurtje en aangezien het girafje de enige is die daar overheen kan kijken, vragen de wezeltjes telkens aan het girafje wat daar te zien is, ondertussen de wildste fantasieën koesterend over bloemen, blauwe konijnen, prinsen en draken. Het girafje werpt een blik, tuurt oneindig lang en ver, gaat nog eens extra op zijn tenen staan, maar helaas, iedere keer moet hij zijn reisgenoten teleurstellen. Er is niéts te zien. Het girafje wordt uiteindelijk achtergelaten door de boze wezeltjes: «en dat staat nu heel z’n verdere leven/ treurig te zwijgen/ en denkt bij zn eigen:/ Er was toch echt niéts». (Marja Pruis Mantel der Liefde De Groene Amsterdammer)
Juan de Nalda, Vergine della Misericordia, c. 1500, olio su tavola, cm 157×75
Onder mijn mantel is niets dan God. Bayazid
Hans: Onder mijn mantel is niets. Ayah: En God dan? Hans: God is niets dan mijn mantel.
Giovanni da Gaeta, mater Misericordiae, 1448, tempera su tavola, cm 215×137, Wawel Castle, Cracovia
Aanwezigheid
Gij zijt bij mij den nacht, den dag, den nacht.
Eens hebt gij het heelal mij toegedacht,
maar dat is tot dit lichaam teruggebracht.
Gelijk de wind die om de huizen is,
zoo zijt gij mij een wenscheloos gemis.
Ik heb u lief, het is zooals het is.
Gerrit Achterberg uit de bundel 'Morendo' (1944)
Galezzo Camp, Madonna delle Misericordia. XVI seculo
Alie Swillens is 77 jaar en verzorgt al jaren haar moeder die bijna 100 jaar is. Eerst was dat een dag in de week, maar geleidelijk aan is dat de hele week geworden. Samen met haar man Jan (80) wonen ze nu permanent bij haar moeder in huis. Een dag in de week gaan zij naar hun eigen huis in Hoogvliet om de post op te halen. Naast het verzorgen van haar moeder, doet ze ook het huishouden. Alie vindt het een plicht om voor haar moeder te zorgen en haar een rustige oude dag te geven op haar vertrouwde stek, waar ze 80 jaar heeft gewoond. Een teder sterk document. Neem je tijd. (23’11”)
Alie Swillens is 77 years old and has been caring for her mother who is almost 100 for years. First it was one day a week, but gradually it became the whole week. Together with her husband Jan (80), they now live permanently at her mother's house. One day a week, they go to their home in Hoogvliet to collect the mail. Besides taking care of her mother, she also does the housework. Alie considers it a duty to care for her mother and give her a peaceful old age in her familiar place, where she has lived for 80 years. A tenderly strong document. Take your time. (23'11‘’)
Giovanni di Paolo, Madonna del manto, 1436
Een gesprek
"Waar zullen wij afscheid nemen? "In de regen" "Zullen wij schuilen?" "Nee!" "Hoe zullen wij ons voelen?" "Ziek, vals en verlegen." "Wat zullen wij zeggen?" "Wij zullen het niet weten." "Wat zullen wij denken? " "Was het maar gisteren, morgen of nooit." "Zal een van ons gelijk hebben?" "Geen van ons zal gelijk hebben." "Zullen wij elk een andere kant op gaan?" "Wij zullen elk een andere kant op gaan. ""Zullen wij omkijken?" "Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken"
Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer opnieuw. Maar zij vroegen nimmer wie. Wie zou omkijken. Wie.
Lippo memmi, madonna della misericordia, Chapel of the Corporal, Duomo, Orvieto.jpg
Geel
Als ze de zon weer aanzetten dan plant ik er kinderen onder, dan steek ik mijn ziel aan met een lucifer en laat hem zingen, dan neem ik mijn moeder en zeep haar in, dan pak ik mijn botten en poets ze op, dan stofzuig ik mijn verschraalde haar, dan betaal ik alle erge schulden van mijn buren, dan schrijf ik een gedicht dat Geel heet en leg ik mijn lippen neer om het op te drinken, dan voer ik mezelf lepels vol hitte en iedereen zal thuis met zijn vleugels zitten spelen en de planeet zal schokken van al dat glimlachen en er zal nergens vergif zijn, geen plaag aan de hemel en er zal een moedersoep zijn voor alle mensen en we zullen nooit doodgaan, niet één van ons, we gaan door, toch?
Anne Sexton. Uit: In het diepe museum, uitgeverij Papieren Tijger 1988, gedichten uitgekozen en vertaald door Annemarie Slootweg
Lippo Memmi, Madonna dei Raccomandati, 1350-1360, tempera su tavola, Cattedrale di Orvieto
Yellow BY Anne Sexton
When they turn the sun on again I’ll plant children under it, I’ll light up my soul with a match and let it sing. I’ll take my bones and polish them, I’ll vacuum up my stale hair, I’ll pay all my neighbors’ bad debts, I’ll write a poem called Yellow and put my lips down to drink it up, I’ll feed myself spoonfuls of heat and everyone will be home playing with their wings and the planet will shudder with all those smiles and there will be no poison anywhere, no plague in the sky and there will be a mother-broth for all of the people and we will never die, not one of us, we’ll go on won’t we?
Girolamo di Giovanni, Madonna della Misericordia e i Santi Venanzio e Sebastiano, 1463, tempera su tavola, Pinacoteca e Museo Civici, Camerino
Laten we beginnen met een zoekplaatje. Je herinnert je wellicht nog de kleine Romulus en Remus hierboven die door een wolvin gevoed worden. Het plaatje is een onderdeel van een groot fresco van Ambrogio Lorenzetti, Sala dei Nove (de Zaal van de Negen) Palazzo Publico in Siena, geschilderd tussen 1337 en 1339. Het waren seculiere voorstellingen van een allegorische figuratie van deugden die nodig bleken om een stad goed te besturen. Naast de voorstelling van goed bestuurde stad en land zijn er nog drie minder goed bewaard gebleven fresco’s: Allegorie op goed bestuur, Gevolgen van goed bestuur en Allegorie op slecht bestuur en de gevolgen daarvan voor stad en platteland. Het zijn complexe, panoramische werken die de gotische invloed van andere Siënese schilders zoals Simone Martini (1284 – 1344) bevatten.
Klik nu op de titel onder de afbeelding en je kunt dan met je cursor daarna elk onderdeel van het fresco bekijken.
'Goed bestuurde stad en land' is een picturale encyclopedie die een idealistisch platteland en een middeleeuwse “borgo” verbeeldt. Deze creaties in een bekende stijl van Lorenzetti bestaan uit fresco's die hij maakte op de muren van de Sala dei Nove (de Zaal van de Negen) of de Sala della Pace (Zaal van de Vrede) in het Palazzo Publico van Siena. Goed bestuur wordt voorgesteld door een bebaarde, statige figuur die op een troon zit. Naast hem staan de vier kardinale deugden: Kracht, Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid en Matigheid, hier aangevuld met Vrede en Grootmoedigheid.
Uitvoerige verduidelijking vind je bij deze Nederlandstalige Wikipedia. Kijk- en leesplezier gewaarborgd.
. Ambrogio Lorenzetti De tyrannie aan het bewind, omgeven door ondeugden, met links de stad in verval en voor het podium moord, roof, verkrachting en een geketende Justitia (fragment)
Bram Kempers schreef over Kunst, macht en mecenaat en nam het Siena van toen als voorbeeld:
“Het specifieke van het stadsmecenaat in Siena ten opzichte van opdrachtverlening in hoofse centra zoals Napels, Milaan of Avignon, was de nadruk op het collectieve karakter van het mecenaat. In de cultuur van de bestuurders pasten groots uiterlijk vertoon van individuen noch een uitgesproken persoonlijke pracht en praal. Individueel gold zelfs een zekere ingetogenheid als norm, maar als groep kon men zich laten gelden, zij het ook dan met mate en met gevoel voor de kosten en de baten. Binnen de economische en politieke verhoudingen ontstond een besef van schoonheid als uiting van collectief vermogen, als iets dat mensen samen tot stand gebracht hadden en waarop zij als stadssamenleving trots mochten zijn. Zo versterkte kunst de interne cohesie en werd het aanzien ten opzichte van concurrerende steden vergroot.”
(Uit Kunst, macht en mecenaat (1999. Bram Kempers ‘Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 1250-1600). Lees:
Henk en Pieter van Os, kunsthistorici, denken echter dat burgerzin niet vanzelf ontstaat. ‘Normen en waarden doen zich in de samenleving niet zomaar voor. Ze moeten, zeggen zij, worden bedacht, geformuleerd, bediscussieerd en geïmplementeerd. Voortdurend onderhoud is noodzakelijk, en:
“Al heel vroeg verschenen Sienese geldhandelaren op de grote Europese jaarmarkten, en in de gloriejaren van de stad kwamen ook de bankiers van de Heilige stoel uit Siena. In heel Europa kon in deze tijd nauwelijks een oorlog worden gevoerd zonder de hulp van een Sienese bankier. Men zou verwachten dat een nieuwe stad die zo snel groeide en waarin het geld werd verdiend door bankiers, wat structuur en aanzien betreft te vergelijken is met een oerlelijke, hedendaagse Amerikaanse stad als Phoenix. Het tegendeel is waar, en dat hebben we te danken aan de ongelooflijk grote hoeveelheden geld die opeenvolgende stadsregeringen investeerden in de ideële cementering van de gemeenschap. Die cementering bestond in de eerste plaats uit stedelijke trots, uit een chauvinisme dat ook Italiaanse tijdgenoten als megalomanie beleefden en dat doordrong tot in de kleinste details van het stedelijk leven. Dante sprak al van de ijdelheid van de Siënezen en van hun behoefte om de stad te mythologiseren. Om elke bezoeker te tonen dat Siena het nieuwe Rome was, had het stadsbestuur beeltenissen van de tweeling met de wolvin op cruciale plekken in de stad geplaatst. Er was zelfs een mythe ontstaan over de stichting van de stad, een mythe die veel weg had van die van Rome. In deze mythe waren het niet Romulus en Remus, maar de zoontjes van de laatste die de stad hadden gesticht nadat zij de legers van hun oom Romulus hadden verslagen.
Ambrogio Lorenzetti, Detail Allegory of Good Government, 1338-39.
Men moet hierbij overigens bedenken dat Rome in de bloeitijd van Siena als stad niet veel meer voorstelde. De paus had het door malaria overwoekerde nest verlaten, en alleen het gedeelte rond het huidige Vaticaan was nog bewoond. De megalomanie van de Sienese burgerij liet zich ook zien in de keuze voor de stedelijke patroonheilige. Siena deed wat nog geen enkele stad tot dan toe had aangedurfd en wijdde zich aan Maria. De burgers van de ‘Civitas Verginis’, zoals Sienezen hun eigen stad noemden, hadden het zelfs bonter gemaakt dan de burgerij van Florence, voor wie niemand minder dan Johannes de Doper optrad als patroonheilige. In de hoop de bevolking te beschaven, spendeerde de nove veel geld aan de vestiging van kloosterorden in iedere wijk van de stad. Om de intellectuele infrastructuur ook te versterken met meer seculiere elementen haalde zij rond 1320 zelfs een groot deel van de professoren van de Universiteit van Bologna naar de stad. Verder werden uiterst deugdzame burgers tot voorbeeld gemaakt door ze zalig of heilig te laten verklaren. En ook uit de klassieke oudheid werden voorbeeldfiguren gehaald; in de overheidskunst van Siena zijn overal de helden van de Romeinse republiek te vinden, waarmee de regering duidelijk wilde maken dat de idealen van deze Romeinen in de republiek Siena opnieuw werden gerealiseerd.” (nvdr: die Romeinse idealen beïnvloeden ook nu nog de kersverse huidige Belgische Eerste Minister.)
“In 1340 moeten de Sienezen die voor dit fresco stonden de mannen hebben herkend die door Ambrogio werden geportretteerd. Hier werd getoond dat een bekend element uit de politieke theorie van die dagen door de burgers van Siena tot werkelijkheid werd gemaakt. De fresco’s, die omstreeks 1340 werden vervaardigd door Ambrogio Lorenzetti, vormen tezamen een van de hoogtepunten van de Europese schilderkunst en leveren het meest complete politieke beeldprogramma uit de Europese geschiedenis.
Het koord brengt de burgers onder een troon van de kardinale deugden. In het midden zit de belichaming van de goede regering. Hij draagt de kleuren van het wapen van de stad: zwart en wit. Op zijn schild is de stedemaagd Maria afgebeeld. De belichaming van de goede regering wordt geïnspireerd door de theologische deugden Geloof, Hoop en Liefde. Onder zijn voeten zien we opnieuw de wolf met de tweelingen. Al deze attributen horen onlosmakelijk bij de goede regering. Rechts onder de deugdentroon zien we dat bij goed bestuur de orde moet worden gehandhaafd. Hier is ook een koord, maar dit dient om overtreders te binden en gevankelijk weg te voeren. Ook zij waren toen makkelijk herkenbaar. Het zijn brute rovers, arglistige monniken en egocentrische edelen, die hun eigen spel spelen ten koste van het algemeen belang.
Buiten de poort, boven het Sienese land, zweeft als een antieke Victoria de deugd ‘Securitas’. Pax heeft een wapenuitrusting aan haar voeten en Securitas toont een galg met een gehangene. Vrede en veiligheid zijn gewaarborgd onder een straffe regie. En daarom: ‘Senca paura ognun franco camini’: iedereen kan vrij wandelen onder hun bescherming. Vrij wandelen kon inderdaad tot omstreeks het einde van de veertiende eeuw. Ongeveer een halve eeuw eerder was in Siena de pest reeds uitgebroken. Het tweede Rome verwerd daardoor tot een Toscaans provinciestadje. Met ongeveer 75.000 inwoners minder was Siena verwezen naar de vuilnisbelt van de geschiedenis. Het zou ondanks de grote aantallen huidige toeristen nooit meer worden wat het geweest was. Maar tot het uitbreken van de pestepidemie (waardoor de schilder en zijn zoon stierven!) bleek de regering van het middeleeuwse Siena wel in staat haar eigen idealen helder in beelden te vatten.”
(Henk van Os en Pieter van Os, 16 april 1997. De Groene Amsterdammer)
En of het huidige ‘Europa’ ook nog iets kan leren van deze meesterlijke verbeeldingen?
Ambrogio Lorenzetti, Allegoria del Buon Governo (detail), Palazzo Pubblico, Siena. Van links naar rechts grootmoedigheid, matigheid en rechtvaardigheid
Nu we hier in België een nieuwe regering hebben wil ik deze bijdrage graag aan allen opdragen die hoe verschillend ook ‘een goed gouvernement’ willen voor de nabije moeilijke toekomst. Het was toen niet vanzelfsprekend, le bon gouvernement, en ook nu niet. Dank zij de mogelijkheden hun dromen op de muren te mogen schilderen kunnen wij ze nog steeds ervaren. Vergeten we dus de kunsten niet. Ze getuigen, stellen vragen, bieden perspectieven en troosten.
Allegorie van Goed Bestuur, vrede, detail uit Allegorie en Effecten van Goed en Slecht Bestuur op Stad en Land. Ambrogio Lorenzetti.
«Uit de fresco’s van Ambrogio Lorenzetti spreken zowel zelfvertrouwen en ambitie als twijfel en bezorgdheid, want de vrede in Siena, en daarmee het ‘goede’, republikeinse, ‘bestuur’, wordt van twee zijden bedreigd: door ordinaire misdaad en door politieke verdeeldheid. De Allegorie van het Goede Bestuur laat er geen twijfel over bestaan wie voor het tweede verantwoordelijk zijn. De engel boven ‘De effecten van het Goede Bestuur’, geheten Securitas (‘Veiligheid’), houdt een banderol in haar hand met daarop de tekst dat goed bestuur vrede en veiligheid brengt voor elke man en vrouw. In de andere hand houdt zij een gehangen misdadiger, symbool van onverbiddelijke gerechtigheid.
«Senza paura ogn'uom franco camini e lavorando semini ciascuno mentre che tal comuno manterrà questa donna in signoria ch'el alevata arei ogni balia»
‘Laat ieder zonder vrees vrij wandelen, werken, en zaaien, terwijl deze Dame de gemeenschap bestuurt, omdat zij alle macht aan de schuldigen heeft ontnomen.’
(Borsook 1980, 34-35)
Ambrogio Lorenzetti, Effetti del Buon Governo, particolare della Securitas, (1338-1339), sala dei Nove, parete est, Palazzo Pubblico, Siena
Voor het eerst in de geschiedenis van de Italiaanse gotische schilderkunst krijgt het landelijke en stedelijke landschap een centrale rol in een fresco. Waar het landschap in het verleden genegeerd werd ten gunste van een gouden achtergrond, of gewoon gebruikt werd als achtergrond van een verhaal, wordt het landschap hier het hoofdonderwerp. In de voorstelling transformeert de schilder de werkelijkheid tot een ideale wereld. Deze representatie was echter geen doel op zich maar maakt deel uit van een precieze politieke boodschap die door het landschap wordt overgebracht. Met met bijzondere aandacht voor detail idealiseert Lorenzetti zijn omgeving en demonstreert de gevolgen van het Goede Bestuur. (ibidem)
“DE FRESCO’S IN HET Palazzo Pubblico tonen ons dat de nove geen last meende te hebben van wat heden ten dage het zoeken naar een ‘maatschappelijk draagvlak’ heet. Het begrip komt tegenwoordig in menig politiek debat ter sprake, omdat het meestal ontbreekt wanneer verstandige maatregelen worden voorgesteld. De nove in Siena schiep zijn eigen maatschappelijk draagvlak en wachtte niet totdat het er was. Tegenwoordig is de gedachte gemeengoed geworden dat elk volk de regering krijgt die het verdient, terwijl de nove nog de klassieke overtuiging was toegedaan dat elke regering het volk krijgt dat zij verdient. Deze laatste overtuiging komt oorspronkelijk uit de oudheid, en kan bij vele antieke denkers worden gevonden, in het bijzonder bij Plutarchus en Cicero. De laatste schreef bijvoorbeeld: ‘Elke staat is zoals het karakter van de bestuurders hem zal maken.’ (Orator, I.XXXI) En: ‘De senaat zal vrij zijn van oneerbaarheid, en zal een model zijn voor de rest van de burgers.’ (Orator, III.III). De Sienese overheid legitimeerde zich met haar normen en waarden tegenover de burger en niet andersom. De fresco’s vertellen ons dat een deugdzaam bestuur de voorwaarden schept voor Pax en Securitas, vrede en veiligheid. Burgerschap begint bij een overheid waar de burger trots op is, zodat de burger die overheid wil dienen, of het nu de stadsrepubliek Siena is, het Koninkrijk der Nederlanden, België of de Verenigde Staten van Europa.”