Woede als oudste inspiratiebron

Homerus, marmer door Philippe-Laurent Roland. 1812 (Louvre)

Mag hij dan al uit marmer zijn gehouwen, heel vastvoetig is hij hier niet, deze (blinde) ‘Homerus’ verbeeld door de Franse beeldhouwer met drie voornamen, werk nog in het Louvre te bewonderen. .Homerus’ versvoeten daarentegen doen al zo’n drieduizend jaar dienst en teisterden menig klassiek geschoolde leerling of student, al dan niet in het originele(?) Grieks, te vertalen naar de eigen moederspraak. De ‘Odyssee‘ en de ‘Ilias‘ klinken wellicht bekend in de oren of iets dieper in het geheugen terug te vinden.

De vertaler Patrick Lateur weet die oude verzen in een hedendaags Nederlands te vertalen. Illias: zang 11, 155-163. (Met dank aan Leen Huet)

Zoals verdelgend vuur op een dicht woud

valt: wind vol wervelingen voert het vuur

naar overal, ontworteld vallen struiken

neer, door de vaart van vlammen aangevallen –

zo vielen door de vuisten van de zoon

van Atreus, Agamemnon, ook de hoofden

van vluchtende Trojanen, vele paarden
met sterke nekken lieten op de paden

van strijd en oorlog het geratel horen

van lege wagens, want zij misten toen

hun flinke menners. Dezen lagen neer

ter aarde en aan hen hadden de gieren

veel meer genoegen dan hun eigen vrouwen.'

Μῆνιν ἄειδε, θεά, Πηληιάδεω Ἀχιλῆος (Bezing de woede, godin, van Peleus zoon Achilleus.)

“Het allereerste woord in de geschiedenis van de westerse literatuur is ‘woede’ of ‘toorn’. Zo begint namelijk Homerus’ ‘Ilias’. Dit werk, dat ergens in de achtste eeuw voor Christus werd geschreven, begint met een oproep aan de Muze, de godin van de inspiratie, om te helpen het verhaal te vertellen van de ‘woede’ van Achilles (mènin-Μῆνιν) in het oorspronkelijke Grieks) – en van het onmetelijke leed en de verschrikkelijke dood van zoveel dappere krijgers die deze woede veroorzaakte. Het epos van Homerus, dat zich afspeelt tijdens de mythische oorlog tussen de Grieken en de Trojanen, gaat evenzeer over woede, persoonlijke wraak en de fatale gevolgen daarvan als over heroïsche gevechten en de botsing tussen twee oude supermachten. Wat gebeurt er, zo vraagt het gedicht, als je beste krijger zo woedend is over een persoonlijke belediging dat hij zich terugtrekt uit de oorlog en gewoon weigert te vechten? Wat zijn de kosten, om het in moderne bewoordingen te zeggen, van ‘Achilles die mokkend in zijn tent zit’?”

Mary Beard NY Times 7 sep 2017

In haar boek Enraged: Why Violent Times Need Ancient Greek Myths (22 augustus 2017) onthult classica Emily Katz Anhalt hoe deze drie meesterwerken uit de klassieke Griekse literatuur ons kunnen leren, net zoals ze de oude Grieken leerden, om gewelddadige wraak te herkennen als een teken van onlogisch denken en slecht leiderschap. Woede kan een natuurlijke reactie zijn op beledigingen, verwondingen of onrechtvaardigheid, maar Homerus, Euripides en Sophocles laten zien hoe dwaas het is om mensen te verheerlijken die zich overgeven aan gewelddadige woede. Deze aloude teksten benadrukken de kosten van onze gevaarlijke neiging om gewelddadige woede en degenen die zich daaraan overgeven te verheerlijken. Door mededogen, rationeel denken en debat te bevorderen, helpen Griekse mythen ons wapenen tegen de tirannen die we zouden kunnen dienen en de tirannen die we zouden kunnen worden.



In haar laatste boek ‘Embattled’ ‘How Ancient Greek Myths Empower Us to Resist Tyranny Stanford University Press (2021) werkt ze dat thema verder uit:

“In an era of political polarization, Embattled demonstrates that if we seek to eradicate tyranny in all its toxic forms, ancient Greek epics and tragedies can point the way.
As tyrannical passions increasingly plague twenty-first-century politics, tales told in ancient Greek epics and tragedies provide a vital antidote. Democracy as a concept did not exist until the Greeks coined the term and tried the experiment, but the idea can be traced to stories that the ancient Greeks told and retold. From the eighth through the fifth centuries BCE, Homeric epics and Athenian tragedies exposed the tyrannical potential of individuals and groups large and small. These stories identified abuses of power as self-defeating. They initiated and fostered a movement away from despotism and toward broader forms of political participation.”

Nu tirannieke passies de politiek van de eenentwintigste eeuw steeds meer teisteren, bieden de verhalen uit de oude Griekse epen en tragedies een essentieel tegengif. Het concept democratie bestond niet totdat de Grieken de term bedachten en het experiment uitvoerden, maar het idee is terug te voeren op verhalen die de oude Grieken vertelden en hervertelden. Van de achtste tot de vijfde eeuw v.Chr. legden Homerische epen en Atheense tragedies het tirannieke potentieel van individuen en grote en kleine groepen bloot. Deze verhalen identificeerden machtsmisbruik als zelfvernietigend. Ze initieerden en bevorderden een beweging weg van despotisme en naar bredere vormen van politieke participatie.

Lees:

https://www.sup.org/books/literary-studies-and-literature/embattled/excerpt/table-contents

The Euphronios Krater, on display in the National Archaeological Museum of Cerveteri. Credit: Wikimedia Commons / CC-4

De Euphronios Krater is, zoals de naam al doet vermoeden, een krater, een soort vaas die in de oudheid werd gebruikt om wijn met water te mengen. Deze krater is het werk van Euphronios, een vaasschilder en pottenbakker die in de 6de tot 5de eeuw v.Chr. in Athene leefde. Hij is een belangrijke kunstenaar uit de oudheid die in zijn vazen werkte met de rode-figurentechniek.

Op de Euphronios Krater heeft de kunstenaar twee scènes uit de Griekse mythologie afgebeeld. De scène aan de voorkant komt uit de Trojaanse oorlog. Deze illustreert de dood van Sarpedon, een jonge zoon van Zeus die dapper vocht aan de kant van Troje en een vroegtijdig einde vond. In een moment van verdriet dragen de goden Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) zijn levenloze lichaam weg, terwijl Hermes, de boodschapper van de goden, de stoet gadeslaat.

Bezoek:

https://www.emilykatzanhalt.com/home

Uit de film ‘Iwans’ jeugd’. Andrei Tarkovsky)


oorlog

de oorlog slaapt al jaren naast me in bed houdt me vast in zijn slaap
ik ben minstens vijftienhonderd nachten gestorven
hij zet ’s ochtends vroeg sterke koffie met veel suiker
draagt manchetknopen en paradeert graag op hoge hakken

ik deel onbevangen mijn zout wijn en dromen met hem
hij zwaait met zijn sigarettenhouder en turquoise vingers
drinkt uit gouden glazen eet delicaat met zilveren lepels
leunt in de deurpost en loert uit zijn glanzende khol ogen

in het hart van de nacht beraamt en tekent hij zijn offensief
ik zie zijn ambitieuze plannen en snijd onmiddellijk m’n tong af
zachte stemmen mesten het wapenarsenaal in zijn lichaam
hij spint taal tot stalen strengen in zijn verfijnde handen

rondom mijn keel plant ik geurende jasmijn als omheining
ik borduur met zilverdraad een harnas aan mijn zachte armen
op de bruine flanken van mijn rug galopperen wilde paarden
in de schaduw van mijn borsten bouw ik een noodhospitaal

ik heb het oorlogsrecht nageleefd en dwaas gewacht op de strijd
hij wekt me in alle vroegte en leidt me de trap af naar de keuken
staat stil achter me en steekt een fors vleesmes tussen mijn ribben
’t gif en de immense zege verspreiden zich in mijn romp

hij fluistert karmozijnzacht in mijn haar
‘kijk de eerste sneeuw’
het tellen van de slachtoffers en het graven mag beginnen

Nisrine Mbarki Ben-Ayad
Nisrine Mbarki Ben-Ayad is een Nederlandse schrijfster van Marokkaanse afkomst. Ze is dichteres, columniste en vertaalster van Arabische poëzie naar het Nederlands. Ze is auteur van de dichtbundel Oeverloos (Pluim, 2022) en haar debuutroman Kookpunt verscheen in 2025. Ze woont in Amsterdam.

“Het schrijven van poëzie is mijn manier om optimaal met de wereld te communiceren. Ik onderzoek beelden, woorden, talen en werelden die mij fascineren en diep raken. Poëzie is ook een manier om zowel mijn verbeelding als mijn innerlijke wereld te ordenen. In dit gedicht probeer ik op een intieme manier over geweld te schrijven – oorlog als een minnaar of als iemand die in je huis woont. Ik verken het fenomeen oorlog als een vorm van geweld dat zich in het dagelijks leven nestelt – niet als een abstract concept, maar als iets echts, in al zijn extravagantie en absurditeit.”

Bekijk dit eerste werk van Andrei Tarkovsky ‘De jeugd van Ivan’ (1962) De praktijk van al de theorie die we hier hebben belicht. Nieuwe digitale versie. Met Engelse onderschriften. Groot scherm aangeraden, en …tijd, ook na het bekijken. (1h 36)

Ik ontdekte enkele dagen na de publicatie ook nog dit mooie schilderij van Edgard Tytgat. ‘De verovering van Troje’. (1950)

“Het schilderij van Edgard Tytgat dat wij behandelen, en dat tijdelijk tentoongesteld is in het Groeninge-museum te Brugge, telt drie taferelen binnen één decor van strand en zee. Op de voorgrond worden jonge vrouwen van alles beroofd, op vreemde wijze met linten gekneveld en neergelegd in een open bootje. Een geharnast ruiter geeft bevelen. Dieper in zee worden de gevangenen aan boord gehesen van een schip met gereefde zeilen, om te worden overgebracht naar een hoge rots van waarop zij in het water worden gestort. Vóór het eiland van de terechtstelling is een eenzame figuur in de golven begonnen met de bevrijding van het eerste slachtoffer.”

Tytgat heeft dit werk geschilderd in 1950. Hij gaf het als titel ‘De verovering van Troje’. De tragische lotgevallen van die stad zijn ons uit tal van bronnen bekend. De Grieken ondernamen daarheen een strafexpeditie om de door Paris geschaakte Helena terug te halen. De strijd zou tien jaar hebben geduurd. Troje viel in handen van de belegeraars dank zij de list met het houten paard. Het garnizoen werd uitgeroeid. De overwinnaars voerden de vrouwen en de kostbaarheden mee als oorlogsbuit.” (OKV Archief)

Grappig vond ik de pedagogische opmerking bij het verhaal, in grote dikke letters tussen aanhalingstekens:

“Wat de schilder zich voorstelt van het gedrag van de winnaar is bepaald niet stichtend.”

De hele bijdrage is te lezen:

https://www.okv.be/archief/edgard-tytgat-de-verovering-van-troje

(Uit de collectie Mu Zee Museum by the sea) Let op:  Muzee renoveert en verhuist tijdelijk naar de Venetiaanse gaanderijen Oostende, daar dus tot 22/2/2026

Het momentele als waan of essentie (2)

Julie Manet and Her Greyhound Laerte, 1893, painted by her mother, Berthe Morisot. © The Bridgeman Art Librarycreenshot

En ik begrijp ook heel goed de titel van een bijdrage van Koen Kleijn in De Groene Waterman van 26 februari 2025 met de uitdagende titel ‘Groen, geel, blauw en slordig’.

"De impressionisten die zich in de negentiende eeuw verzamelden in Parijs waren modern en rebels. Toch liepen ook conservatieven met hen weg. En hun revolte begon niet met één donderslag. " 

Of Morisot de meest bijzondere en radicale afbeeldingen van hedendaagse vrouwen schilderde lijkt eerder een kreet-recht-uit-het hart dan een nuchtere vaststelling, maar haar aanwezigheid was een duidelijk vrouwelijke présence in een wereld die hen meestal gewoon als ‘model’ gebruikte.

Berthe Morisot. Jour d’ été. 1879. (klik op beeld om te vergroten)
Claude Monet Femmes au Jardin. 1866 vergroot door op onderschrift te klikken

De ontevredenheid met het academische en het academische systeem vond een mogelijke uitweg in het ‘Salon des Refusés‘ (tentoonstelling van de geweigerden) waar sinds 1863 afgewezen kunstenaars een eigen tentoonstelling kregen, een initiatief van keizer Napoleon III. Er was wel een verschil tussen de weigering van Manet en die van de latere impressionisten: Manet schilderde ‘plat’, en liet naakten ordinair tussen eigentijdse mensen zitten, de impressionisten schilderen in de ogen van de jury vooral slordig. Dankzij Charles-François Daubigny, jurylid maar ook een bevriende kunstenaar, waren de jonge kunstenaars met hun nieuwe onderwerpen vanaf 1868 alsnog welkom op de Salon.

"De tentoonstelling die de kunstenaars in 1874 organiseerden had dus niet als aanleiding dat ze nergens anders terecht konden. Bovendien was de kunst in Nadars ruimte niet per se revolutionair, zo is te zien in een voorzichtige reconstructie in de eerste twee zalen van de tentoonstelling in het Orsay. Er zijn geen foto’s bekend van de tentoonstelling, en ook de catalogus uit 1874 is niet altijd helder over welk werk er te zien was, laat staan hoe. Nadar had zijn fotostudio inmiddels verhuisd. Wel weten we dat Degas de ruimte omschreef als ‘une situation unique’, met zeven of acht zalen op twee verdiepingen, bereikbaar per lift en met volop licht. Nieuw was ook dat de tentoonstelling ’s avonds toegankelijk was, dankzij het gaslicht."

(citaten uit De Groene A’dammer ‘Waterlelies zonder naakt)

Claude Monet ‘Populieren in de zon’. 1887
Pierre Auguste Renoir. La Yole. 1875

Elementen bij het ontstaan van de nieuwe richting:

-Het mengen van drie primaire kleuren, rood, geel en blauw creëert de drie secundaire kleuren: groen, oranje en violet. Primaire en secundaire kleuren vormen het kleurengamma van de regenboog. (Je kunt ze ook waarnemen in natuurkundig experiment waarin kleuren door een prisma worden gebroken. Combinaties van dr zes regenboogkleuren reproduceerden het natuurlijke licht. Zie ook onze bijdrage:

Theo van Rysselberghe. de drie kinderen in blauw. 1901

En …je kon je verf in tubes meenemen, net zoals je schildersezel, op weg naar de Normandische kust waar schilders met comfortabele achtergrond een tweede (familie)verblijf hadden.

Monet trekt naar Londen maar beklaagt zich want de zo bekende ‘mist’ was voortdurend vervangen door heldere lucht waardoor de geliefde contourvervaging (zoals in Turners werk) blijkbaar uitbleef.





‘Wat mij het meest bevalt in Londen is de mist. Maar toen ik opstond, zag ik tot mijn schrik dat er geen mist was, zelfs geen flard. Ik was terneergeslagen en dacht dat ik het schilderen wel kon vergeten, maar geleidelijk aan werden de vuren aangestoken en kwamen de rook en de nevel terug.’

Die vage contouren van het Impressionisme, gewoon luchtvervuiling? Dat wordt hier handig ontweken. Kijk.

In een artikel van ‘De Standaard’ 2 februari 2023 schrijft Hilde Van den Eynde bij het zogenaamde veranderen van o.a. Claude Monet’s stijl (meer impressionistisch):

Claude Monet (1840 – 1926), London, Parliament. Sunlight in the fog, 1904, oil on canvas, Musée d’Orsay, Paris. Photo: Grand Palais RMN (Musée d’Orsay) / Hervé Lewandowski

Het is een misverstand, zegt Sterckx, dat impressionisten de realiteit niet wilden weergeven. ‘Ze verzetten zich wél tegen de idealisering ervan, tegen het oppoetsen van de werkelijkheid. En ze keken naar andere aspecten van die werkelijkheid, zoals hoe de constant veranderende atmosfeer – door de seizoenen, het moment van de dag, de weersomstandigheden, en dus ook mist en luchtvervuiling – ons zicht op de werkelijkheid voortdurend beïnvloedt. De nieuwe studie onderbouwt die visie, eerder dan ze tegen te spreken.’ (ibidem)

Ferdinand Hart Nibbrig, Op de duinen in Zandvoort, 1892, Olieverf op doek, 42 x 58 cm, Singer Laren, schenking P.J. Hart Nibbrig 1981

Een aanvulling over de figuratie-achtergronden:

Noch een wonder, noch een toeval, gewoon, denk ik, een evolutie zoals meerdere auteurs dat ‘Impressionisme’ benaderen. Voor mezelf was het, als jongen van vijftien, een ontdekking, een heuse revolutie. Niet alleen de vormgeving, maar het beeld van een deur die je open stoot waarachter nieuwe mogelijkheden waren te ontdekken omtrent het samenvloeien van menselijke ver-beelding met de zichtbare en onzichtbare werkelijkheden. Je hoefde niet zo goed mogelijk de werkelijkheid weer te geven (de term ‘aftekenen’) maar de verbeelding naar vorm en inhoud zichtbaar te maken in vormen die niet alleen jouw verhaal maar ook het verhaal van de kijker (luisteraar) impliceerden. Het alledaagse verbergt een schat aan bewoonbare verhalen. De eenvoud of de versleuteling , de spiegeling of droom, tot in het absurde of magische, het is de verteller die geduldig pogingen blijft ondernemen om te ‘vervoeren’ dat oude woord met zijn ontelbare betekenissen.

mooie aanvulling=

Het momentele als waan of essentie (1)

“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten)
“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten en nog eens eens je in d’ Orsay bent beland.

Inderdaad, samen zijn dit 5 digitale versies van een en hetzelfde schilderij, niet eens groot 60 x 74cm zonder kader, origineel te bewonderen in het Musée d’ Orsay, Paris. Bovenste foto is een versie van Wikipedia via Google, de laatste komt uit het museum zelf, en dan heb ik het nog niet over de diverse kopieën die in de zgn. ‘kunsthandel’ te koop zijn. We zullen moeten gaan kijken, inderdaad en dan zullen we nog een aantal andere versies moeten verwerken al blijkt bij het kleuren zien de hersenwerking bij elke waarnemer identiek. maar de persoonlijke ervaring ervan is weer een ander hoofdstuk.

Maak ik een schermafbeelding van Googles opzoekingen dan zie je ongeveer dit:

In een nog recentere versie , februari 2024 resultaat van een opname in de tentoonstelling Colour & Light – The legacy of impressionism, Atheneum, 20 October 2023 – 25 February 2024 kan je een sterke rood-beklemtonende opname bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Chemin_montant_dans_les_hautes_herbes.png

…en terwijl je daar bent, daarnaast onderaan een erg getrouwe kopie uit het museum, en dan zijn we terug bij een mengeling van de opnames bovenaan.

Maar…er is slechts één verhaal.. De plaats: Essoyes. Of niet? Gaat het eerder over een ‘impressie’? Herinneringen? Maak een keuze tussen de eerste twee doeken bij het begin van deze bijdrage.

Het verhaal van "Chemin montant dans les hautes herbes":

Twee silhouetten bijna in het midden van het doek, het kleinere silhouet is van een kind, het andere van een vrouw. Loopt het kind voorop, bloemen in een van zijn handen terwijl de vrouw een rode parasol draagt. Zij lopen beiden naar een houten poortje, rechtsonder het schilderij. Mogelijk heeft Renoir Jean, zoon en Camille, vrouw van zijn vriend Monet verbeeld.
Voel je de zomerwarmte? Hoor je de krekels? De wind brengt een zoete geur van wilde bloemen mee. In de verte, op het pad achter het kind en de vrouw met de rode parasol zie je nog een stel, een man en een vrouw, in het zwart gekleed. Ook die vrouw beschermt zich met haar parasol.
De tuin zal meermaals in zijn werk verschijnen.

Pierre-Auguste Renoir Femme avec parasol dans un jardin 1875

Is het een herinnering van de schilder P.A. Renoir in Essoyes en beschrijving van de route “Chemin montant dans les hautes herbes”?

Auguste Renoir en Aline Charigot, afkomstig uit Essoyes, ontmoetten elkaar in Parijs. In de Rue Saint Georges, in een crémerie waar men in die tijd ook kon eten, charmeerde de jonge naaister uit de provincie Renoir. Hij was onder de indruk van de charme van deze 21-jarige vrouw en vroeg haar om in zijn atelier te komen poseren. Aline stemt toe en zo vindt de kunstenaar, die zich niet op zijn gemak voelt in de salons van de Parijse bourgeoisie, maar zich aangetrokken voelt tot de natuur en het gezonde leven van de plattelandsbevolking, de weg naar Essoyes. Maar dan zijn we de rumoerige jaren 1872-1877 net voorbij.

Renoir a 39 ans. Il est alors dans une période critique. Et comme ses amis Monet, Pissarro et Sisley, il traverse une période où le mouvement impressionniste s’essouffle. Comme eux, il la résoudra à sa façon. Contrairement à Monet, Cézanne et Degas, il ne peut vivre que de sa peinture. Voilà pourquoi il s’est lancé dans le portrait et ainsi s’est acquis la bourgeoisie parisienne. Mais c’est à Essoyes qu’il va retrouver l’ambiance, le cadre, les couleurs et la lumière de sa peinture. “Essoyes avait vraiment tout ce qu’il faut pour enchanter un peintre et lui faire découvrir des motifs à chaque pas ; un village où les toits étaient d’une belle couleur raisin de Corinthe, une rivière coulant paresseusement au pied des bouquets de saules argentés, un sol d’un ton cuivré et au-delà une épaisse forêt” 

(François Fosca / Editions Aimery Somogy).

Renoir Grand Vent (Le coup de vent) 1872

Dit werk hing ook op de eerste tentoonstelling van ‘de impressionisten’ in 1874 en zorgde voor de nodige negatieve commentaar. Stel je voor, een schilderij zonder figuratie, met de wind als onderwerp. Wind ja! En rond dezelfde tijd 1874-1876 dit portret: ‘Femme à l’ ombrelle et enfant’

Pierre-Auguste Renoir – Femme à l’ombrelle et enfant.jpg. (1874-76)

En of dit niet Camille Monet was? Maar vooral de mooie belichting, licht en schaduw zijn belangrijker dan de details van het kleed en de zomerse omgeving. Zijn we hier bij personages van de ‘Chemin montant?’ Alvast in dezelfde innigheid en atmosfeer. Het moment. Even maar en het is voorbij. Kunstenaars als Claude Monet, Pierre August Renoir, Edgar Degas, Camille Pissaro, Berthe Morisot stelden voor de eerste maal hun (vaak geweigerde) werken tentoon in 1874. Het statische beeld verdampte in de pijnlijke schoonheid van ‘let op, het duurt maar even en het is voorbij…’ En of je die momenten kon vastleggen; was dat geen contradictio in terminis? Zelfs het reproduceren van hun werken is geen makkelijke opgave zoals duidelijk bleek bij het begin van deze bijdrage. Een museum is een oplossing, of met de feestdagen in het achterhoofd geef en krijg mooie geïllustreerde kunstboeken.

Berthe Morisot painting entitled: Eugène Manet and his Daughter in the Garden

Voor mij bestaat een landschap nauwelijks als landschap, omdat het voortdurend van uiterlijk verandert; maar het leeft dankzij zijn omgeving, de lucht en het licht, die voortdurend variëren.
Claude Monet

Het Klaprozenveld in Argenteuil, 1873. Claude Monet
Neen. Het moment
is geen bevroren onderdeel
van een beweging.
Het moment suggereert
wat zichtbaar was of wordt,
maar
zonder nu
bestaat er geen verleden
noch toekomst.

(wordt dus vervolgd)

Renoir. Vrouw in de tuin

Aanvullend:

Is de mens een zachte machine? Een intro.

3e-eeuws reliëf van Prometheus die de mens schept (Louvre, Parijs)

“Dat ik geboren ben en niet gemaakt”, zei Mens. “Verwekt. Hoor je het ‘kwekkende’ in dat woord, -zie je ons bezig- Verwekt om geboren te moeten worden na negen maanden mogelijk gesukkel. Kijk naar de glanzende machines die mij omringen. Ontworpen, geoptimaliseerd, afgewerkt. Mama, het spijt mij. Maar wij zijn achterhaald door ons eigen technische kunnen. Als mens zijn wij kleiner dan onszelf. Draai de ratelaars, haal de klokken uit de lucht. ” (Gmt)

In zijn dagboek zou hij het ‘Prometheïsche schaamte’ noemen. (Über prometheische Scham) onderdeel van zijn filosofisch hoofdwerk Die Antiquiertheit des Menschen (De gedateerdheid van mensen), dat verscheen in 1956.

“Laat je broer nooit een opdracht van de glorierijke Zeus uitvoeren. Mijn broer Epimetheus moest voor elk levend wezen een vermogen bedenken. Ga je gang, zei ik vriendelijk. De antilope gaf hij snelheid, een dikke huid voor de olifant, ogen als een verrekijker voor de arend, scherpe klauwen voor de tijger, enz. Tenslotte bij de mens aangekomen…Inderdaad zijn mandje was leeg.’

Wat nu? Het idee was dat elke soort zich zou kunnen redden op aarde, niet in zijn geheel vernietigd zou worden. Maar daar stond de mens: naakt, ongeschoeid, onbedekt, ongewapend, onaangepast, onaf. Het was, in de woorden van een andere Duitse filosoof uit de twintigste eeuw, Arnold Gehlen, een nauwelijks levensvatbaar biologisch misbaksel.   (Tom Grosfeld DGA)

Een bekend verhaal. Prometheus steelt het vuur van de goden en dank zij dat vuur zou de mens zelf dingen kunnen creëren. Een wezen dus dat zichzelf moet maken. En juist nu, in deze ‘moderne’ tijden wil de mens gemaakt zijn, een product worden. Trots is zelfverachting geworden. De mens wordt vernederd door de machine.

Door AI gemaakte afbeelding

‘De triomf van Prometheus is in zekere zin te overweldigend geweest. De trots begint om te slaan in minderwaardigheid en zelfverachting. De wens van vandaag is om een product te worden. De mens wil gemaakt zijn.’ 

Is de werkelijkheid in data te vatten? In hoeverre zijn we met het internet, smartphone, laptop, diensten als ChatGPT vergroeid vraagt de auteur Tom Grosfeld zich af in ‘Een miezerig, gebrekkig omhulsel’.

(Een profiel van Günther Anders) De Groene Amsterdammer. 3 september 2025 nr 36) Aan te raden!

"Prometheïsche schaamte heeft zich in de mens genesteld. En zo bezien is het te begrijpen dat we graag op algoritmen leunen die keuzes voor ons maken en bepalen wat onze ‘persoonlijke’ smaak is. Waarom we creatieve processen uitbesteden aan kunstmatige intelligentie en zo druk zijn met protocolleren, standaardiseren en kwantificeren. We zoeken voor elk maatschappelijk probleem een technologische oplossing. We zijn heilig gaan geloven dat we de werkelijkheid kunnen vangen in data en durven het niet meer op te nemen tegen de machine. We vertrouwen nauwelijks meer op onze menselijke kwaliteiten." (ibidem)
Gemaakt door Jean Tinguely. Cercle et carré éclates (Cirkel en ontploft plein), 1981. Pirelli HangarBicocca, Milaan, 2024. MAH, Musée d’art et d’histoire, Ville de Geneve. Met dank aan Pirelli HangarBicocca, Milaan. Jean Tinguely – SIAE, 2024. Foto van Agostino Osio.

Mens

Mens is een zachte machine,
een buigbaar zuiltje met gaatjes,
propvol tengere draadjes
en slangetjes die dienen
voor niets dan tederheid
en om warmer te zijn dan lucht,
Och, hij heeft ademzucht
en hartarbeid.

Heeft hij een welvig lijfje,
hier en daar wat vetjes,
dan vindt hij iets niet netjes
en noemt zichzelf een wijfje;
bovenin zijn haarkleedje
draait hij dan vaak springveren.
Daar kan hij niet mee leren;
ze dansen alleen een beetje.

Het leren gebeurt in een kastje;
je mag dat niet openmaken,
wel teder, teder aanraken,
maar de rest van het zotte bastje
blijft ingepakt en bewaard,
want als het zich bepoedert,
ontwatert en ontvoedert,
ontroert, ontstemt, onthaart,
dan kruipt het een hokje in.
Een deurtje gaat op slot,
en het loopt niet naar buiten tot
het kleertjes heeft, kalmte en zin.

Maar soms voelt het zich zoet;
het bekje prevelt: ‘trouwen’,
het gladde buikje moet
een klein machientje bouwen.

God behoede de mens
en geve hem een zoen:
er is verder niets met hem te doen.
Streel zijn zoete pens,
want mens is een zachte machine,
een ingewikkeld liefje.
Verzilver zijn statiefje,
leidt hem in een vitrine,
doe bij hem een lichtje aan.

Loop zachtjes om hem heen en
ga elders om hem wenen,
maar laat hem staan.


LEO VROMAN
Dat hij de ‘ziekte van de sterfelijkheid’, een ziekte waar we allemaal aan lijden, zo licht opvatte, had vast ook van doen met zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Leo Vroman was behalve dichter ook hematoloog; zijn ontdekking dat stollend bloed op een oppervlak telkens nieuwe eiwitten afzet leeft voort als het ‘Vroman-effect’. Hij had een fascinatie voor biologische processen, ook voor het mysterie van de dood. Van het leven begrijpen we nog maar een heel klein beetje, stelde hij vaak, maar van de dood niets.

(Xandra Schutte. DGA. 26 februari 2014

Ben Tolman Detail uit “Apartments’. Inkttekening

“Die gevoelens van schaamte zijn alleen maar geïntensiveerd in de 21ste eeuw, onder meer door de komst van het internet, de smartphone, de zelfrijdende auto en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. En zullen blijven intensiveren, aangezien we vastzitten in een vicieuze cirkel: hoe beter machines worden, hoe minder bekwaam mensen hoeven zijn en hoe minder ze zich dus zullen inspannen om bepaalde vaardigheden te verwerven. De mens zal aftakelen, steeds kleiner worden ten opzichte van de machine die grenzeloos lijkt in zijn mogelijkheden.” (Tom Grosfeld: Een miezerig, gebrekkig omhulsel)

Luister naar de oorspronkelijke tekst: Tom Grosfeld over de filosoof Günther Anders

Sources matérielles © CC BY 2.0/Carolyn P Speranza/Flickr