Van op de brug bekeken

Tobeen – (Felix Elie Bonnet) (1880-1938) De oude brug

Tijdens mijn kleine kindertijd waren bruggen een verschrikking. Nog in de oorlog geboren leerde ik, als kleuter, bruggen kennen als een onbetrouwbare verbinding tussen twee oevers. De vooroorlogse exemplaren immers waren door naoorlogse ‘voorlopige’ houten staketsels vervangen. Dat was tijdens een overtocht met de grote Studebaker van mijn oom best hoorbaar. Bij schoolreisjes klonk het ‘voeten naar boven!’ als het zo ver was. Grappig bedoeld tenzij voor dat bange jongetje wiens geburen enkele weken terug met hun voertuig door de reling van de ‘voorlopige’ Wijnegemse brug waren gereden waarna hun volledige huisraad als openbare verkoop de noodlottige afloop duidelijk maakte.

Building Bridges by contemporary Italian artist Lorenzo Quinn Six pairs of monumental hands bridge the basin of the Arsenale in Venice as both a symbol of our commonality and an expression

Enkele malen probeerde Lorenzo Quin (jaja, de zoon Antony) symbolische handen als overbrugging tijdens de Biënnales in Venetië, leuk als symbool, maar probeer maar eens via die handen aan de overkant te geraken, en je merkt dat het thema ‘van op de brug’ weg wil van een enkelvoudige symbolisering. Over bruggen hebben we als enkele bijdrages gepubliceerd en die kun je onderaan raadplegen.

‘Fliegende Blätter’ was een Duits humoristisch weekblad dat van 1845 tot 1944 de samenleving in al haar aspecten kritisch-humoristisch benaderde. En daarin verscheen deze mooie uitspraak:

‘Het genie springt over de afgrond heen, het talent bouwt een brug.’

De auteur Julian Barnes schrijft in zijn prachtig boek ‘Flauberts papegaai’:

"A pier is a disappointed bridge; yet stare at it for long enough and you can dream it to the other side of the Channel."

"Een pier is een teleurgestelde brug; maar kijk er toch lang genoeg naar en je kunt hem naar de andere kant van het kanaal dromen."
Foto door Pixabay op Pexels.com

Onder mij het water, ja zelfs de Styx zou kunnen:
eens voorbij de zware moederarmen,
eens de rivier de zee nabij weet
en licht draagt als een school kinderen
die de speelplaats oversteken, op weg naar huis
en in het zoute water later hun dromen pekelen
terwijl deze sukkel letters vist.
Van op de brug bekeken
denkt hij de maan
te strikken.

Below me the water, yes even the Styx might:
once past the heavy mother's arms once the river the sea
knows near and bears light like a school of children
who cross the playground, on their way home
and in the salt water later pickle their dreams
while this sucker fishes letters.
Viewed from the bridge
he thinks he is trapping the moon
snare.
Foto door Marta Wave op Pexels.com

Spreken over kunst is moeilijk omdat iedereen weet en voelt hoe overbodig en misplaatst het is. Goede kunst spreekt immers voor zichzelf, en behoeft geen commentaar. Bij kunst, zoals bij vele belangrijke dingen in het leven, vinden we het zwijgen beter passen dan het spreken. En waarom is dat zo? Omdat woorden bijna leeg zijn, en omdat het spreken openlegt, uitplooit, breed maakt, aanlengt, terwijl in het omgaan met kunst de ‘ervaring’ telt. En een ervaring is vanzelf dicht, vol, geconcentreerd. Ze is onmiddellijk en valt samen met een moment. En ervaring kan je nu eenmaal niet voor woorden ruilen. Als een beeld of een kunstwerk gezegd kan worden, waarom zou het dan nog gemaakt moeten worden?


Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996

Tobeen – (Felix Elie Bonnet) (1880-1938)
Het egocentrisch heelal



Zeggen wij woorden, gedichten.

bedoelen wij: mensen, gezichten.

Wij spreken

een dubbele taal:

iedereen, allemaal,

eeuwigheid, overal,

betekenen: jij en ik,

ademval,

ogenblik.


Ellen Warmond (1930-2011)

Excuus



Om het inoperabel tekort

van gebaren die onvoltooid

en gedachten die verzwegen

blijven om alles wat nooit

kan worden prijsgegeven

beroep ik me op het gedicht

als machteloos tegenwicht.




Ellen Warmond (1930-2011)
Foto door ALTEREDSNAPS op Pexels.com

Kunst ontdekt niet en zegt zelden iets nieuws, maar wekt een verhevigd, dwingend besef van wat iedereen doorgaans allang weet, maar, omdat weten en weten twee zijn, en weten ook vergeten is, altijd ook niet weet. Confronteren met algemene waarheden. En het belang dat mensen hebben bij het vrijwillig aanschouwen van onplezierige waarheden en bij dat bijzondere ‘betrokken’ weten – zo zegt een traditie die bij Aristoteles begint – is de eigenaardige verzoening en troost die voortvloeien, niet uit het romantisch sentimentele zich herkennen of kunnen ‘invoelen’ in een ander (‘ook ik…’), maar uit het zien dat het inderdaad, wèrkelijk zo is dat dé mens een maat te klein is voor zijn lot. Wat telt in kunst is zo niet wàt ze zegt of leert, maar het doordrongen worden van wat men weet. Het gaat om intensiteit, om verhevigd besef. En inderdaad, mevrouw, mijnheer, die intensiteit kan slechts ervaren worden, en niemand kan ze ‘nazeggen’.

Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996

Foto door Laker op Pexels.com
Lang heb ik niet over haar durven schrijven...
 
Lang heb ik niet over haar durven schrijven
uit angst voor één kunstzinnig woord.
Omdat ik van haar houd
mag zij gedichten in,
zoals ze meegaat naar de Hema
- voorzichtig bij het serviezenvak -
licht gebogen al,
zonder de begerigheid
die hier hoort.
 
 Ed Leeflang
 
Uit: Bewoond als ik ben (1981)
Foto door Lucas Allmann op Pexels.com

Tenslotte, kort. Veel van wat over kunst gezegd wordt, is irritant gezwam, en is niet beter dan de meeste kunst die gemaakt wordt. Waarom spreken over kunst? Niet alleen voor de kunst, ook omwille van het denken. Het analyseren en interpreteren test niet enkel het werk, maar stelt ook het denken op de proef. Want dit heeft zo zijn gewoontes en voorkeuren en zijn beproefde strategieën. Het beschikt over een stock van gedachten en argumenten die massaal verspreid zijn en zolang gebruikt worden tot ze helemaal afgesleten zijn en er geen scherpe kant meer op zit. Denken dat noodgedwongen binnen moet blijven – binnen de ‘wetenschappen’, binnen het onderwijs, binnen de media – verliest zijn lenigheid, krijgt een verstopte neus, komt niets meer op het spoor. Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken.

Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996

De tekst bij deze aflevering is voor de samensteller van deze aflevering geen algemeen geldend standpunt, slechts een aanleiding tot nadenken, het scherpen van de geest.  Het woord is mij dierbaar en uiteraard al wat je dierbaar is wordt ook hanteerbaar en kwetsbaar.  Het beeld in de hedendaagse kunst lijdt vaak ook aan 'beeldend gezwam'.  Kwaliteit is zeldzaam en dat geldt voor beeld en woord.  En er is het korreltje zout dat bij alle te uitgesproken standpunten zijn diensten bewijst.

Het mag duidelijk zijn
dat van op de brug
de sterkte van de stroming
de bloemen op de oevers
fraai
te beschrijven zijn
maar
ware kennis
vereist waarschijnlijk
wandelschoenen
en een zwembrevet.
Architecture en Fête, Villeneuve lez Avignon.
Alle foto’s © Olivier Grossetête

Bekijk andere zwevende bruggen van Olivier Grosstête:

En bezoek ons blog:

Schaduw-verlangens, een kortverhaal

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow

SCHADUWVERLANGENS, een kortverhaal

‘Weerschijn, dat is het juiste woord. ‘Weerschijn.’ Het weerwerk van het licht. Het teruggekaatste licht. Weerspiegeling. Dat had ik willen zijn.’
‘Schaduw is ook een mooi woord, schaduw.’
‘Kijk, ik zou nu mijn hoofd willen schudden, maar zo lang jij die knikker van jou gelijkhebberig stijf tussen die schoudertjes houdt, blijft er voor een schaduw niets anders over dan je volmaakt te imiteren onder dit schrale lantaarnlicht.’
‘Zoals je wilt.’
Ik schudde mijn hoofd op een bedenkelijke wijze.
‘Flauw.’ probeerde hij mij af te remmen, maar overgeleverd aan mijn bewegingen lukte hem dat niet.
‘Ik sluit eventjes mijn ogen, dan kun jij je stevig uitrekken.’
Even rondkijken of er niemand in de nabijheid was, en dan ogen dicht en luidop tot vijf tellen.
Na vijf wachtte ik nog eventjes. Vijf bonus-seconden.
‘Dankjewel. Die kromme schoudertjes van jou kun je beter laten behandelen. Zou je nog eens even over je eigen schaduw willen springen? Wat denk je?’ Gezond toch?’
‘Ik doe mijn best, maar het is laat en…’
‘…en je bent moe van onze avondwandeling, je wilt nog even in het volle licht de wereld met lettertjes overvallen en…’
‘Wil je dat ik je probeer los te maken?’
‘Een man zonder schaduw? ‘
En verder in het Duits:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…die is een opera lang op zoek naar een schaduw want zonder is de Keizerin geen mens en kan ze met haar geliefde Keizer geen kinderen hebben.’
Het bleef even stil. Een avondbriesje werd in de kruinen van de parkbomen hoorbaar.
‘Wist ik veel dat je nog eens vader wilde worden, en eerlijk gezegd…’
‘Ik ben omringd door drie prachtige vrouwen, shadow. Een maatje voor het leven, een schat van een dappere dochter en een tedere en inventieve kleindochter.’
‘Er zou dus een kansje bestaan dat jij -hij zweeg deskundig- dat jij … zonder mij kan? Tenslotte ben ik je donkere kant en die is volgens de heer C. Jung geen roze wolk om het vriendelijk uit te drukken.’
‘Niets en niemand is volmaakt maar hetzelfde menselijk gezelschap weet dat wie licht zoekt voortdurend door zijn eigen donkerte moet.’
‘’Angst. Jaja. Een schaduw weet wat angst is. Ik hoef maar even een beetje vreemd te bewegen en overal klinkt gegil. Overigens hoe lang loop je al door die ‘eigen donkerte’?
‘Levenslang. Geboren in de oorlog.’
‘Als geen andere schaduw ken ik je verlangens en angsten. Laat mij gewoon voor een weekje gaan.. Een week zonder je archetype ‘de schaduw’ zoals de heer C. Jung mij beschrijft. Ik ben tenslotte maar een sjabloon waarmee jij je ervaringen leert begrijpen en organiseren, als ik het goed heb. Een boel overgeërfde emoties of gedragspatronen die zich in allerlei kunstgedoe zouden manifesteren. En nog een beetje dichter bij huis: ‘’De schaduw is het archetype dat wij liever verborgen houden voor de buitenwereld en soms ook voor onszelf; alles wat we weigeren te erkennen, maar dat op indirecte of directe manier toch wordt opgedrongen aan onszelf, zoals ‘inferieure karaktertrekken en andere onverenigbare neigingen.‘ om de Heer Jung te citeren. Leuk gezelschap ben ik, niet?’
‘Het is geen recept, maar ik kan mij in zijn wijsheid wel vinden. Weet je wat Jung’s laatste woorden waren?’
‘Ik weet dat jullie de dreiging van de totale vernietiging altijd volledig ontkennen.’
‘Juist, en daarom stimuleerde hij door te gaan met leven alsof de dood niet het einde betekent.’
‘Nog maar eens een fraai stukje schaduw-denken!’
‘Dat betekent niet per se dat er leven na de dood is, alleen dat er iets in ons bestaat dat dat gelooft, om zijn eigen woorden te gebruiken.’
‘Hij was een Zwitser, niet?’
‘En zijn laatste woorden: “Laten we vanavond bij het eten een goede fles wijn opentrekken!”
‘Als schaduw zou ik je aanraden zijn raad ook nog bij het volle leven en welzijn op te volgen. Zonder mij. Wel?’
‘Gedraag je en zondag voor het donker thuis!’

met dank aan Carl-Gustav Jung

Shadow desires, A short story

‘Reflection, that’s the right word. ‘Reflection.’ The resistance of light. The reflected light. Mirroring. That’s what I had wanted to be.’
‘Shadow is also a nice word, shadow.’
‘Look, I’d like to shake my head now, but as long as you keep that marble of yours equivalently stiff between those little shoulders, there’s nothing left for a shadow but to imitate you perfectly under this meagre lantern light.’
‘As you wish.’
I shook my head dubiously.
‘Faint.’ he tried to slow me down, but at the mercy of my movements he did not succeed.
‘I’ll close my eyes for a while, then you can stretch firmly.’
A quick look around to see if no one was nearby, and then eyes closed and counted to five out loud.
After five, I waited a little longer. Five bonus seconds.
‘Thank you. Those crooked shoulders of yours would be better treated. Would you mind jumping over your own shadow again? What do you think?’ Healthy right?’
‘I try my best, but it’s late and…’
‘…and you’re tired from our evening walk, you want to jump over the world with letters in the full light and…’
‘Do you want me to try to untie you?’
‘A man without a shadow? ‘
And further in German:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…who is an opera long in search of a shadow because without it, the Empress is not a man and cannot have children with her beloved Emperor.’
There was silence for a while. An evening breeze became audible in the crests of the park trees.
‘Did I know you wanted to be a father again, and honestly…’
‘I am surrounded by three beautiful women, shadow. A mate for life, a darling of a brave daughter and a tender and inventive granddaughter.’
‘So there would be a chance that you -he remained expertly silent- that you could …do without me? After all, I am your dark side and that, according to Mr C. Jung, is not a pink cloud to put it kindly.’
‘Nothing and no one is perfect but the same human company knows that those who seek light must constantly pass through their own darkness.’
”Fear. Yep. A shadow knows what fear is. I only have to move a little strangely and screams can be heard everywhere. By the way, how long have you been walking through that ‘own darkness’?
‘Life sentence. Born in the war.’
‘Like no other shadow, I know your desires and fears. Just let me go for a week.’ A week without your archetype ’the shadow’ as Mr C. Jung describes me. After all, I am just a template by which you learn to understand and organise your experiences, if I am right. A lot of inherited emotions or behavioural patterns that would manifest in all sorts of art stuff. And even a little closer to home: ”The shadow is the archetype that we prefer to keep hidden from the outside world and sometimes from ourselves; anything that we refuse to acknowledge, but which is nevertheless imposed on ourselves in an indirect or direct way, such as ‘inferior character traits and other incompatible tendencies.’’ to quote Mr Jung. Nice company I am, aren’t I?’
‘It’s not a recipe, but I can relate to his wisdom. Do you know what Jung’s last words were?’
‘I know you guys always completely deny the threat of total annihilation.’
‘Right, which is why he encouraged continuing to live as if death is not the end.’
‘Just another fine piece of shadow-thinking!’
‘That doesn’t necessarily mean that there is life after death, just that there is something in us that believes that, to use his own words.’
‘He was a Swiss, wasn’t he?’
‘And his last words: ‘Let’s open a good bottle of wine at dinner tonight!’
‘As a shadow, I would advise you to follow his advice even in the fullness of your life. Without me. Well?
‘Behave yourself and get home before dark on Sunday!’

Courtesy of Carl-Gustav Jung

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow


Met dank voor technische inhoud en verwoording aan:

Schaduw, stootkussen van de werkelijkheid

Foto door Stacey Koenitz R op Pexels.com

Twee benaderingen van het begrip ‘schaduw’: Ton Lemaire en Carl Jung.
De schaduw in de kunst als intermezzo.
Aan een kortverhaal daaromtrent wordt nog gewerkt.

“Het is nu precies deze tijdelijk voltooide identiteit van de dingen en van de wereld, die een beproeving is voor het bewustzijn van de mens. Hij die zich ’s middags buitenshuis begeeft, waagt het de dingen in hun volstrektheid te ontmoeten, zonder het stootkussen van hun schaduwen. Alles is zoals het is, want schijn en zijn vallen met elkaar samen. De psychische opluchting die de avond brengt, bestaat er juist in dat de dingen weer anders worden dan ze schijnen en dat hun betekenis, samen met die van andere, zich in het halfdonker van de schaduw verbergt. Schaduw blijkt heilzaam te zijn, niet allen omdat ze verkoeling brengt en het organisme beschermt tegen al te felle zon, maar vooral ook omdat ze het beschermt tegen de absolute identiteit van de wereld.”

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Eigen Foto Gmt

“De schaduw is eigenlijk de ‘ziel’ van het ding, zoals in veel culturen de ziel van de mens in zijn schaduw wordt geacht te verblijven. Alles wat bestaat werpt schaduw, allen – althans in verschillende sagen en mythen – geesten en tovenaars en dergelijke griezelige wezens hebben geen schaduw. Onze schaduw begeleidt ons overal; zij is de dubbelganger van zowel de mens als van de dingen. Zoals de horizon de structuur van de wereld – namelijk verwijzend naar elders te zijn, niet met zichzelf samenvallend te zijn – voor het oog onmiddellijk zichtbaar maakt, zo betekent de schaduw van iets zijn niet-identiteit met zichzelf, de reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt.” (ibidem)

The rounded world is fair to see,
 Nine times folded in mystery;
 Though baffled seers cannot impart
 The secret of its labouring heart,
 Throb Thine with Nature's throbtbing breast,
 And all is clear from east to west.

(R.W. Emmerson)

De geronde wereld is eerlijk om te zien,
 Negen keer gevouwen in mysterie;
 Hoewel verbijsterde zieners niet kunnen vertellen
 Het geheim van haar arbeidende hart,
 Droom met de kloppende borst van de natuur,
 En alles is duidelijk van oost naar west.
Foto door Quang Nguyen Vinh

Waarom de schaduw zijn ereplaats weer mag innemen en niet het stralend licht nog maar eens zichzelf in het eigen spreekwoordelijke zonnetje zet? Tom Lemaire neemt hem als de basis van het bestaan, een reserve aan betekenis die het ding zichzelf voorbehoudt. Een niet identiteit met zichzelf terwijl wij blijkbaar in onze paradijselijke verlangens met alles en iedereen willen samenvallen. De eerste was hij die mij leerde vertellen toen ik, als kind, wijs- en middenvinger gestrekt, duimt opgericht, het toehappende monster op de muren liet verschijnen. En daarna met beide handen, een eland. Schaduw, mijn vroegste speelkameraad.

En wil je zijn beeldende mogelijkheden leren kennen dan besef je dat er niet eens enige vorm van dergelijke kunst had bestaan zonder hem, de schaduw. Drie minuten praktijk vertellen meer dan ik in woorden kan neerzetten.



BETWEEN THE SHADOW AND THE SOUL

I do not love you as if you were salt-rose, or topaz,
or the arrow of carnations the fire shoots off.
I love you as certain dark things are to be loved,
in secret, between the shadow and the soul.

I love you as the plant that never blooms
but carries in itself the light of hidden flowers;
thanks to your love a certain solid fragrance,
risen from the earth, lives darkly in my body.

I love you without knowing how, or when, or from where.
I love you straightforwardly, without complexities or pride;
so I love you because I know no other way

than this: where I does not exist, nor you,
so close that your hand on my chest is my hand,
so close that your eyes close as I fall asleep.

Pablo Neruda

Bogdanov-Belsky, Nikolai (1868-1945) – 1910 Symphony (Private Collection)
Tussen de schaduw en de ziel

Ik hou niet van je alsof je zoutroos bent, of topaas,
of de pijl van anjers die het vuur afschiet.
Ik hou van je zoals van bepaalde duistere dingen moet gehouden worden,
in het geheim, tussen de schaduw en de ziel.

Ik hou van je als de plant die nooit bloeit
maar het licht van verborgen bloemen in zich draagt;
dankzij jouw liefde een zekere vaste geur,
opgestaan uit de aarde, duister in mijn lichaam.

Ik hou van je zonder te weten hoe, of wanneer, of van waar.
Ik hou van je zonder omwegen, zonder ingewikkeldheden of trots;
dus ik hou van je omdat ik geen andere manier ken

dan deze: waar ik niet besta, noch jij,
zo dichtbij dat jouw hand op mijn borst mijn hand is,
zo dichtbij dat je ogen dichtvallen als ik in slaap val

Tussen de schaduw en de ziel.

Pablo Neruda

Westrn Gallery Nancy Holt Between Heaven and Earth

De schaduw betekent in de jungiaanse psychologie het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten. Het is een van de drie meest herkenbare archetypen, de andere zijn de anima en animus, en de persona.
De schaduw en creativiteit

"Iedereen draagt een schaduw", zei Jung, "en hoe minder hij is belichaamd in het bewuste leven van het individu, des te zwarter en dichter hij is."Het kan echter ook beschouwd worden als een verbinding met de primitieve dierlijke instincten, die tijdens de vroege kinderjaren door de bewuste geest vervangen zijn. Vandaar dat Jung de schaduw ook met creativiteit in verband brengt. Een beschaafd mens onderdrukt deze dierlijke neigingen, maar dit gaat ten koste van de spontaneïteit, creativiteit, gevoeligheid en inzicht. Dit reservoir van duisternis herbergt dus ook bronnen waaruit de scheppende kunstenaar zijn inspiratie haalt. Inspiraties zijn altijd het werk van de schaduw en een leven zonder schaduw zou saai en oppervlakkig zijn. (Wikipedia)
Foto door drmakete lab

Het ‘onmenselijke’ en ‘deprimerende’ van de wereld op haar climax van zichtbaarheid, waardoor ze zo onherbergzaam als een woestijn schijnt te worden, is hiervan het gevolg, dat ze haar schaduw en daarmee haar ‘ziel’, haar meerwaarde, heeft opgeslokt, waardoor het surplus aan betekenis dat zij aan de mens gewoonlijk te raden en te denken overlaat nu met haar eigen betekenis samenvalt. Het licht van de middag is dodend en verslindend, omdat het de dingen - en daarmee ook de mens, die hun bewustzijn is - absoluut met zichzelf identificeert, hun elke marge van onbepaaldheid ontneemt, hen belet hun betekenis in het ongewisse te houden. Het zonlicht van de zomerse zuidelijke middagen brengt een ‘essentialisatie’ teweeg bij de dingen: het voltooit hun beweging van verschijnen uit het donker van de nacht, maar werkt juist daardoor verstenend, immobiliserend, vereeuwigend.

Ton Lemaire: De filosofie van het landschap

Foto door Frank Cone


“There is no generally effective technique for assimilating the shadow. It is more like diplomacy or statesmanship and it is always an individual matter. First one has to accept and take seriously the existence of the shadow. Second, one has to become aware of its qualities and intentions. This happens through conscientious attention to moods, fantasies and impulses. Third, a long process of negotiation is unavoidable.” (Carl Jung)

“Er is geen algemeen effectieve techniek om de schaduw te assimileren. Het lijkt meer op diplomatie of staatsmanschap en het is altijd een individuele zaak. Eerst moet je het bestaan van de schaduw accepteren en serieus nemen. Ten tweede moet men zich bewust worden van zijn kwaliteiten en bedoelingen. Dit gebeurt door gewetensvolle aandacht voor stemmingen, fantasieën en impulsen. Ten derde is een lang proces van onderhandeling onvermijdelijk.” (Carl Jung)
Foto door Javier Gonzalez

Een zachter regel

Edvard Munch – Four Women in the Garden, 1926


Spraakzaam in de spreuken


In het dialekt van een mus hoor ik
mijn moeder roepen; verdwaald tussen
de bloemen moet ik haar zoeken. Purper
valt haar mantel op het koningskruid.

Zij is mijn moeder: hoe bedrijvig
waren de mieren in het handwerk
van haar vreugde.

Ik heb mij vaak in haar huis betrapt.

In niets werd zij misleid: aan de wijnkleur
van de daken was de liefde te herkennen.

Nog wiedt zij een hemel van kers
en radijs, op zachte knieën maakt zij
onderscheid tussen waarheid en leugen.
En waar zij van loutere goedheid spreekt,
wordt haar tong met laurier bedekt.

Een zachter regel heeft de liefde niet.

Gwij Mandelinck (1937-2024)
Uit: De wijzers bij elkaar (1974)
Moeder en dochter in de tuin. Edvard Munch 1920

Mandelinck was de vader van de journalist en schrijver Jan Haerynck (1964-2023) en van de kinderimmunoloog Filomeen Haerynck (1972). Zijn pseudoniem komt van de rivier de Mandel die te Wakken in de Leie vloeit. Paul Snoek zou hem hebben opgedragen een pseudoniem te kiezen, omdat die één vissennaam in de Vlaamse literatuur wel genoeg vond.

Hij overleed op 5 april 2024 (Wikipedia)


Schemerzone

Dat er sterren
 
Dat er sterren boven ons gespijkerd staan,
 het gehamer aanhoudt in ons hoofd;
 dat de wereld ons te buiten gaat alsof men
 op het kookpunt van het water naar
 
 ons fluit; dat wij van dorst vergaan,
 er dode vissen op de rugkant drijven;
 dat je een hand verheft die voor een zee van
 tijd het zoute van het zoete water scheidt.

Gwij Mandelinck
Douviehoeve Kunstenfestival Watou foto: Onzekopthee. Leny & Chris

In liefdevolle herinnering?
Zou het kunnen dat het een te verwerven kunst is, liefdevol herinneren?
Wacht.
Je moet een stapje achteruit zetten, weg uit de spiegeling van jezelf.
Weg van wat anderen je hebben gezegd wat liefdevol was en wat niet.
Dat is een grote stap.
Uit de cirkel van het geraas en gemurmel.
Uit de koepel van nu naar de aanwezigheid van toen.
Tussen Proust die het verleden opnieuw wil beleven en Walter Benjamin het verleden als voorteken van wat er nog moet gebeuren ontleedt. Je kunt beiden idealiseren of verdoemen. Het nu als de ellendige plaats van een verloren paradijs of een verdoemd voorteken van rampen allerlei.


Hannah Arendt omschrijft de eindigheid van de mens als iets dat onherroepelijk gegeven is door de korte duur die we doorbrengen binnen de oneindige tijd. Zij strekt zich oneindig ver uit naar het verleden, en in tegenovergestelde richting, oneindig ver naar de toekomst. Zodra we met onze geboorte de ruimte van de wereld binnenkomen, zijn we ook in de tijd. We herinneren, we verzamelen en, zoals Augustinus dat zegt: we halen uit de buik van het geheugen terug wat niet meer tegenwoordig is. We denken echter niet alleen na over het verleden, over wat is geweest, we denken ook vooruit de toekomst in en maken plannen voor wat nog niet is. (De herinnering en de herhaling, (Heidi Dorudi)




We mogen niet vergeten dat een herinnering zich altijd in het heden afspeelt. We mogen niet vergeten dat telkens wanneer we een herinnering oproepen, die aan verandering onderhevig is, maar we mogen ook niet vergeten dat er in het kielzog van die veranderingen waarheden kunnen komen bovendrijven.

En:

Iedereen zeult zijn verleden met zich mee naar een stoel en gaat naast iemand zitten die haar verleden ook bij zich heeft – moeders en vaders en tantes en ooms en vrienden en vijanden en geboorteplaatsen en wegen en brievenbussen en straten en etentjes en wolkenkrabbers en bushaltes zijn allemaal aanwezig in de gebeurtenissen die hem of haar zijn bijgebleven omdat ze pijn of plezier of angst of schaamte veroorzaken.

(Uit: Siri Hustvedt, Herinneringen aan de toekomst.)

Herinneringen aan de tuin van Etten. Vincent van Gogh (Ladies of Arles) 1888

Die ene mooie versregel ‘Een zachter regel heeft de liefde niet’ uit het gedicht ‘Spraakzaam in de spreuken’ van de gisteren overleden dichter Gwij Mandelinck was de aanleiding om het mysterieuze van herinneringen en verwachtingen te belichten, en de betovering ervan te smaken. Elke kunstwerk kan andere woorden en beelden oproepen, biedt plaats aan onze eigen ervaringen, en schenkt het niet altijd troost, het verzekert ons dat we niet alleen zijn met onze herinneringen en verwachtingen maar wij bij elkaar kunnen te rade gaan met de zekerheid dat ons verblijf in de tijd steeds weer door vroeger en later gedragen wordt. Wij zijn niet tijdelijk maar met velen van gisteren en morgen in de tijd. ‘Een zachter regel heeft de liefde niet.’

Laten wij zacht zijn voor elkaar.

Twee jongetjes, kunstwerk van Clemens Bierings.

Het werk ‘Mother and Child gardening’ bij de titel is van de Amerikaanse schilder Frederick Carl Gottwald 1858-1941

Zoeken en/of vervloeken?

Mochten we vervloekingen, uitgesproken of in stilte bedacht, in energie kunnen omzetten, dan zouden we waarschijnlijk lange tijd in licht en warmte kunnen baden, tenzij de inhoud ervan ook werkelijk werd toegepast zodat eerder een helse leegte, een uitgestorven maar goed gevuld en danig verlicht slagveld het resultaat zou zijn. Die morbide rol heeft de beeldende kunst vaak overgenomen.

Fragment met burijngravure uit de reeks ‘de tastzin’ ‘de vijf zintuigen’ Frederick Bloemaert A’dam naar Nicolaas I Visscher 1614-1617 MSK Gent
De profeet Elisa, links op de achtergrond, vervloekt de kinderen die hem bespotten. Als straf worden deze jochies door beren verslonden.

Een vloek in de betekenis van "onheilsbezwering" is een meestal geritualiseerd gebaar of gezegde met de bedoeling een persoon of een plaats kwaad te berokkenen. Motieven daarbij zijn woede of een verlangen om te straffen of om zich te wreken. (Wikipedia)

Het tegenovergestelde van de vloek is de zegen. De studie van de verschillende vormen van vervloekingen behoort zowel tot het domein van het volksgeloof als van de folklore. Vaak maakt het met opzet uitspreken van vervloekingen deel uit van de praktijk van de magie. (idem)
Samuel verwenst Saul. Hans Holbein de Jongere. Klik op onderschrift om te vergroten.

Met de vervloeking van de eerste mensen Adam en Eva, terwijl zij uit het paradijs werden gejaagd, begint een bijna ononderbroken rij soortgelijke onvriendelijkheden die voortdurend in literatuur en beeldende kunsten zullen meespelen. De Zwitser Henry Fuseli schildert in 1768 de blinde Oedipus die hier zijn zoon Polyneikes vervloekt. Een scene uit ‘Oedipus te Kolonos’, het laatste toneelstuk van de al oude Sophocles.

Henry Fuseli (1741-1825) 1786. Oedipus cursing his son Polynices National Gallery of Art.



Fuseli’s own pessimism and fascination with the extremes of human passion are evident. He heightened the intensity of this scene from Sophocles’ Oedipus at Colonus by placing Oedipus and his children in a dark, shallow space. The tragedy of the father’s curse is played out through the gestures of the four figures. Polynices, who had expelled his blind father from Thebes and left him to live as a beggar, has come to ask his father’s support in overthrowing his brother. Oedipus, enraged at his son’s request, stretches out his accusing arms and levies his dreadful curse, by which each son would die at the hands of the other. Ismene, weak and despairing, kneels with her head on her father’s knee. Antigone, whose strength and determination have kept her father alive, is highlighted above the terrible drama as she reaches out to protect her brother with one hand and restrain Oedipus with the other. Her gesture, however heroic, is futile. (National Gallery of Art)

Kostuumontwerp voor Theseus

Fuseli’s eigen pessimisme en fascinatie voor de uitersten van menselijke passie zijn duidelijk. Hij verhoogde de intensiteit van deze scène uit Sophocles’ Oedipus te Colonus door Oedipus en zijn kinderen in een donkere, ondiepe ruimte te plaatsen. De tragedie van de vloek van de vader wordt uitgespeeld door de gebaren van de vier figuren. Polyneikes, die zijn blinde vader uit Thebe had verdreven en hem als bedelaar achterliet, komt zijn vader om steun vragen om zijn broer Eteocles ten val te brengen. Oedipus, woedend over het verzoek van zijn zoon, strekt zijn beschuldigende armen uit en spreekt zijn vreselijke vloek uit, waardoor elke zoon zou sterven door toedoen van de ander. Ismene, zwak en wanhopig, knielt met haar hoofd op de knie van haar vader. Antigone, wier kracht en vastberadenheid haar vader in leven hebben gehouden, wordt boven het vreselijke drama uitgelicht als ze haar hand uitsteekt om haar broer met de ene hand te beschermen en Oedipus met de andere hand in bedwang te houden. Haar gebaar, hoe heroïsch ook, is vergeefs.

Oedipus at Colonus. Jean-Baptiste Hugues

De filosoof Baruch (Benedictus de) Spinoza 1632-1677) politiek denker en exegeet uit de Gouden Eeuw wordt beschouwd als een van de grondleggers van het rationalisme en een van de inspiratoren van de Verlichting.

Op 27 juli 1656 werd in de synagoge van de Portugees-Israëlietische Gemeente aan de Houtgracht in Amsterdam de cherem (meestal vertaald als banvloek; zie ook anathema) tegen “Baruch Espinoza” uitgesproken waarmee hij uit de Sefardische gemeenschap werd verstoten. De Portugese tekst, die bewaard is gebleven in het Escamoth, het register van besluiten en reglementen van de joodse gemeente, bestond uit drie delen: na de aanklacht waarin Spinoza werd beschuldigd van más opinioins e obras (verderfelijke ideeën en handelingen), volgde zijn verstoting en vervloeking met teksten uit de Thora. Tot slot kregen de leden van de gemeenschap de waarschuwing dat ze bij Spinoza uit de buurt moesten blijven en geen zaken met hem mochten doen. Ook zijn familieleden mochten geen contact meer met hem hebben of hem op wat voor manier dan ook ondersteunen. De verstoting werd uitgesproken door de parnassim van de joodse gemeente, zoals in de Amsterdamse gemeenschap gebruikelijk was. Spinoza is waarschijnlijk niet zelf bij de uitspraak aanwezig geweest. (Wikipedia).

De tekst van de ‘verstoting’ is onder het beeld van deze unieke denker te raadplegen.

Beeld van Spinoza in Den Haag


"Volgens het besluit der Engelen en het oordeel der Heiligen bannen, verstoten, verwensen en vervloeken wij Baruch de Espinoza, met toestemming van den Heiligen God en met toestemming dezer ganse heilige gemeente, voor de heilige Boeken der Wet met de 613 voorschriften, die daarin opgetekend zijn, met de ban, waarmee Jozua Jericho bande, met de vloek waarmee Eliza de knapen vervloekte, en met al de verwensingen, die in de Wet geschreven staan. Vervloekt zij hij bij dag en vervloekt zij hij bij nacht; vervloekt zij hij wanneer hij zich neerlegt, en vervloekt zij hij, wanneer hij opstaat; vervloekt zij hij, als hij uitgaat, en vervloekt zij hij, als hij binnenkomt. Moge God hem geen vergiffenis willen schenken. De toorn en gramschap des Heren zal tegen dezen mens ontbranden en op hem werpen alle vloeken, die in het Boek der Wet geschreven staan. En de Heer zal zijn naam onder de Hemel uitwissen en de Heer zal hem tot zijn verderf uitscheiden uit alle stammen Israëls met alle vloeken des Hemels, die in het Boek der Wet geschreven staan. Gij evenwel, die Gij den Heer uwen God aanhangt, Gij leeft heden altemaal."

Benedictus de Spinoza. Franz Wulfhagen 1664

Zelfs de kind-verslindende beren werden nog geciteerd. Jan & Annie Romein beschreven dit in hun serie ‘Erflaters van onze beschaving’ (1977) waarin zij over de toenmalige Joodse gemeente schreven:

"Van nog groter belang echter zal geweest zijn, dat juist deze joodse gemeente minder dan welke andere ook zich onverschillig tegenover afwijkingen kon betonen, omdat zij, traditieloos als zij in wezen was, meer dan andere aan de traditie moest hechten. Een en twee generaties terug immers waren al deze joden in Spanje en Portugal nog katholiek geweest, zij het dan gedwongen, en eenmaal in het vrije Nederland konden deze maranen, zoals zij heetten, de verachting van de echte katholieken en de zelfverachting die daarvan het gevolg was geweest, slechts afschudden door zich tastend en zoekend opnieuw zo diep mogelijk in het traditionalisme van het echte jodendom te verbergen. Tastend en zoekend, want er laten zich duidelijk twee richtingen onderscheiden, de Portugese van de humanistisch gezinde Menasse ben Israël - de zogenaamde Sephardim - en de oostjoodse van Saul Levi Morteira - de zogenaamde Asjkenasim, een tegenstelling die, wat haar sociaal aspect betreft, zich zelfs tot op deze dag onder de Amsterdamse joden heeft gehandhaafd."

Lees ‘Erflaters van onze beschaving (1977). Jan Romein, Annie Romein-Verschoor “Nederlandse gestalten uit zes eeuwen – Benedictus Spinoza”

https://www.dbnl.org/tekst/rome002erfl01_01/rome002erfl01_01_0019.php

De cherem uit 1656, waarmee het synagogebestuur Spinoza verbande uit de Joodse gemeenschap. Foto: Stadsarchief Amsterdam

Blijkbaar is zo’n ‘banvloek’ in alle religies thuis zoals de nare ervaringen van auteur Salman Rushdie bewijzen. Maar ook de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran wist zijn diepe ontgoocheling over de wereld om te zetten in een oeuvre waarvan, volgens Jan Postma in de Morgen, ieder boek als ‘een uitgestelde zelfmoord’ geldt.

Voor (auteur) Cioran (boek: Bekentenissen & Banvloeken) was het duidelijk: wij mensen zijn vóór alles belachelijke wezens, en alles wat we doen is ten diepste lachwekkend. Onze aardse ambities en verheven verlangens, al ons wereldse streven en al onze geloofsijver, onze lage gevoelens en hoogmoedige rationaliseringen, de potsierlijke toneelstukjes die we opvoeren voor anderen en de niet minder bespottelijke leugens die we onszelf vertellen om ons staande te kunnen houden te midden van alles wat we maar half of eigenlijk helemaal niet begrijpen.
Mooi is de reactie van Peter Sloterdijk, die in Cioran ‘een dubbelganger van Heidegger’ ziet (iemand die niet tot de conclusie kwam dat ‘denken danken wil zeggen’, maar in plaats daarvan ‘de zwartgnostische antithese’ uitwerkte dat ‘denken zich-wreken betekent’) schrijft over de therapeutische werking van Ciorans geschriften: ‘Hun helderheid in de verlatenheid immuniseert tegen de verleiding zich vormeloos gewonnen te geven.’
Cioran vond dat we alleen boeken zouden moeten schrijven om de dingen te zeggen die we niemand durven toe te vertrouwen. Wat durfde hij niemand toe te vertrouwen? Hoe diep hij geloofde dat alles ijdel en vergeefs is, denk ik, en hoe vrij ons dat maakt. Zijn oeuvre is het enige in de geschiedenis van de literatuur dat geen bouwwerk is maar een schroothoop. En zo het enige geloofwaardige monument voor een betekenisloze wereld.

(De Groene Amsterdammer 16 november 2022)

Paul Fuhrmann, ‘De geest van de tijd’ (1927). bpk/Staatliche Schlösser, Gärten und Kunstsammlungen Mecklenburg-Vorpommern/Hugo Maertens

Gentse verwensingen (een oud document dat wel) zijn in ruime mate aanwezig in “Krijgt de jukte woar dadde nie kunt scharte!”

Lees:

https://openjournals.ugent.be/gt/article/68932/galley/193176/view

Steeds als Heraclitus de deur uitging en al die mensen zag die een ellendig leven hadden – of beter gezegd ellendig ten onder gingen – weende hij, en had hij medelijden met iedereen die hij tegenkwam, zelfs als die blij en gelukkig waren. […] Van Democritus daarentegen wordt gezegd dat hij zich alleen maar lachend in het openbaar vertoonde; ja, zelfs handelingen die in
alle ernst werden verricht nam hij volstrekt niet serieus. Waar is hier ergens plaats voor woede? Alles is om te lachen of om te wenen.
(Seneca. Verder: De tranquillitate animi 15.2, 3)
Georg Scholz, ‘Nachtelijk lawaai’ (1919).

“Ik acht het niet nodig hier alle eigenschappen van de geestkracht afzonderlijk te bewijzen, en al helemaal niet dat een mens met geestkracht niemand haat, op niemand kwaad wordt, jaloers of verontwaardigd is, niemand veracht en volstrekt niet hovaardig is. […] Haat moet integendeel door liefde worden overwonnen, en ieder die door de rede wordt geleid wenst dat het goed dat hij voor zichzelf nastreeft ook de anderen te beurt valt. Daar komt nog bij […] dat iemand met geestkracht allereerst het volgende overweegt, dat alles volgt uit de noodzakelijkheid van de goddelijke aard, en dat derhalve dat waarvan hij denkt dat het onaangenaam en slecht is, alsmede wat goddeloos, afschuwelijk, onrechtvaardig en schandelijk schijnt, hiervandaan komt, dat hij de dingen verward, verminkt en ongeordend begrijpt. En om die reden zal hij vooral proberen de dingen te begrijpen zoals ze in zichzelf zijn en zich te ontdoen van wat de ware kennis belemmert, zoals daar zijn haat, woede, nijd, hoon, hovaardij en dergelijke meer, waarop ik het in het voorgaande heb gewezen. En zo streeft hij ernaar zoveel als in zijn vermogen ligt wel te doen, zoals men zegt, en zich te verheugen.” (Spinoza)

Spinoza’s advies ‘het menselijk handelen niet te bespotten, niet te betreuren, noch te verwensen, maar te begrijpen’ is geen pleidooi voor het ontkennen of onderdrukken van de affecten, maar een wijsgerig programma dat tot doel heeft de passies te transformeren tot gevoelens waar we sterker en gelukkiger van worden.

(Uit: ‘Niet bespotten, niet betreuren, noch verwensen, maar begrijpen…’ Lezing op Spinozadag van de Amerdamse Spinozakring ‘Spinoza en het verschil’. 14 november 2010. Piet Steenbakkers)



“I always preserve the natural right in its entirety and I hold that the sovereign power in a State has right over a subject only in proportion to the excess of its power over that of a subject.”

"Ik behoud altijd het natuurlijk recht in zijn geheel en ik houd vol dat de soevereine macht in een staat alleen recht heeft over een onderdaan in verhouding tot de overmaat van zijn macht over die van een onderdaan."

Spinoza, Epistle-Brief 50


Verzoeken of vervloeken? Vragen stellen of elke twijfel monddood maken? Of met een oude spreuk: Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken.

Jo van Cauter: Spinoza: Geluksleer, verhandeling ingediend tot het behalen van de graad van Master in de Wijsbegeerte (Prof. dr. Johan Braeckman)

Spinoza begreep echter dat een totale en volmaakte kennis van de natuur – van de oneindige oorzaak en gevolg ketens – buiten het menselijk vermogen ligt. Ons begrijpen is in de woorden van Herman De Dijn niet echt ons begrijpen: “we bezitten niet want we zijn onderdeel, we zijn niets anders dan
een onophoudelijke poging om te begrijpen”. Het menselijk vermogen is beperkt, we zijn niet in staat in alle gevallen de uitwendige dingen voor ons bruikbaar te maken.
Toch kunnen we proberen die gebeurtenissen voor de geest te halen waarvan we menen dat ze hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van Spinoza en diens gedachtegoed. Een moeilijke taak, maar één die ons wel eens met blijdschap zou kunnen vervullen. (Citaat uit deze verhandeling)

Ill. The Critic

Ook een vroegere bijdrage is een mooie aanvulling

Robert Desnos: J’ ai tant rêvé de toi

Met de nasmaak van Valentijn? Of toch, eerlijk, geënt op hetzelfde verlangen -maar in de diepte of de hoogte, deze klassieker, dit surrealistisch doorvoelen van wat vrijwel niet in taal of beeld is uit te drukken, geschreven door een man die in 1945 in het concentratiekamp van Terezin, Theresienstadt aan tyfus sterft: dichter, schrijver Robert Desnos. (1900-1945)

'Ainsi Robert Desnos sortait-il de l'anonymat d'un simple numéro de matricule tatoué sur son bras. À peine la nouvelle de sa mort était-elle connue qu'une légende prit naissance. D'un poème qu'il avait écrit en 1926 J'ai tant rêvé de toi, la dernière strophe, à travers des traductions en tchèque et en français, devint pour la conscience collective l'ultime message du poète à la femme aimée sous le titre Le Dernier Poème. La voix de Robert Desnos résonne désormais dans un poème qui a cessé de lui appartenir pour devenir la voix de tous.' (Robert Desnos Association)

'J' ai tant rêvé de toi.'



J’ai tant rêvé de toi que tu perds ta réalité.
Est-il encore temps d’atteindre ce corps vivant
et de baiser sur cette bouche la naissance
de la voix qui m’est chère ?
J’ai tant rêvé de toi que mes bras habitués en étreignant ton ombre
à se croiser sur ma poitrine ne se plieraient pas
au contour de ton corps, peut-être.
Et que, devant l’apparence réelle de ce qui me hante
et me gouverne depuis des jours et des années
je deviendrais une ombre sans doute,
Ô balances sentimentales.

J’ai tant rêvé de toi qu’il n’est plus temps sans doute que je m’éveille.
Je dors debout, le corps exposé à toutes les apparences de la vie
et de l’amour et toi, la seule qui compte aujourd’hui pour moi,
je pourrais moins toucher ton front et tes lèvres que les premières lèvres
et le premier front venu.

J’ai tant rêvé de toi, tant marché, parlé, couché avec ton fantôme
qu’il ne me reste plus peut-être, et pourtant,
qu’à être fantôme parmi les fantômes et plus ombre cent fois
que l’ombre qui se promène et se promènera allègrement
sur le cadran solaire de ta vie.

Robert Desnos “A la mystérieuse”, in Corps et Biens, 1930

Kijk naar de geanimeerde kortfilm, groot scherm aangeraden:


Ik heb zoveel van je gedroomd dat je je realiteit aan het verliezen bent.
Is er nog tijd om dit levende lichaam te bereiken
en op deze mond de geboorte te kussen
van de stem die mij dierbaar is?
Ik heb zoveel van je gedroomd dat mijn armen, gewend om je schaduw te omarmen
te kruisen over mijn borst, niet wilden buigen
naar de contouren van je lichaam, misschien.
En dat, geconfronteerd met de echte verschijning van wat me heeft achtervolgd
en me al dagen en jaren beheerst
Ik ongetwijfeld een schaduw zou worden,
Oh sentimentele weegschaal.

Ik heb zoveel van je gedroomd dat er waarschijnlijk geen tijd meer voor me is om wakker te worden.
Ik slaap rechtop, mijn lichaam blootgesteld aan alle verschijningen van het leven
en van de liefde en jij, de enige die er vandaag voor mij toe doet,
Ik zal je voorhoofd en lippen minder snel aanraken dan de eerste lippen
en het eerste voorhoofd dat voorbij komt.

Ik heb zoveel van je gedroomd, zoveel met je geest gelopen, gepraat en geslapen
dat er voor mij misschien niets anders overblijft, en toch
maar om een geest onder de geesten te zijn en honderd keer meer een schaduw
dan de schaduw die dwaalt en gelukkig zal dwalen
op de zonnewijzer van je leven.

Robert Desnos (1900-1945)
Marc Chagall, Around Her, 1945. Oil on canvas, 131 × 109.5 cm. Centre Pompidou, Paris, Musée national d’art moderne
I’ve dreamed of you so much

I’ve dreamed of you so much that you are losing your reality.
Is there still time to touch this living body
And to plant on this mouth the birth
Of the voice that I hold dear?

I’ve dreamed of you so much that my arms accustomed
In embracing your shadow to crossing over my chest would not reach
Around your body, perhaps.
And that, before the real semblance of what has haunted
And governed me for days and years,
I would become a shadow, doubtless.
Oh sentimental hesitations.

I’ve dreamed of you so much that there is
Doubtless not time for me to wake up now.
I sleep standing up, my body exposed
To all semblance of life
And love and you, the only one
Who matters to me now,
I would be less able to touch your forehead
And your lips than the first lips
And first forehead to come my way.

I’ve dreamed of you so much, walked, spoken,
Slept with your ghost so much
That all that remains for me to do perhaps,
And yet, is to be a ghost
Among the ghosts and a hundred times
More shadow than the shadow which strolls
And will stroll blithely
On the sundial of your life.
Les comptes du poète (crayon sur papier). Robert Desnos



De eerste gedichten van Desnos (onder invloed van Rimbaud) verschenen al in 1917 in La Tribune des Jeunes. Door Benjamin Péret werd hij vervolgens geïntroduceerd in het dadaïstische en surrealistische milieu van Parijs (André Breton, Louis Aragon, Paul Eluard). Het resulteert in de poëziebundel Rose Sélavy (1922-1923), waarin hij een lans breekt voor de ‘écriture automatique’ en de droomwereld gebruikt als sleutel naar het onderbewuste. Ook Corps et Biens (1930) bevat veel van dergelijke experimenten en kan gelden als typisch voor wat de surrealisten in de jaren 1920-1930 zochten en beproefden. In 1930 brak Desnos echter met Breton en zijn medestanders, stellende dat hij zich niet meer kon vinden in het tot systeem gevonden surrealisme. (Wikipedia)


De dichter Robert Desnos schreef op 8 februari 1944 in zijn dagboek: ‘Wat ik hier of elders schrijf zal in de toekomst zonder enige twijfel maar een paar nieuwsgierigen, verspreid over de jaren, interesseren.

Om de vijfentwintig of dertig jaar zal men in vertrouwelijke publicaties mijn naam en een paar fragmenten uit mijn werk, steeds dezelfde, naar voren brengen. De gedichten voor kinderen zullen iets langer overleven dan de rest. Ik behoor toe aan het hoofdstuk van de beperkte belangstelling. Maar dat zal langer duren dan veel van huidige schrijfsels’.

(Dick Broer, Robert Desnos, de onbekende)


 Zeg voor mij gedag aan het meisje van de brug
aan het kleine meisje dat van die mooie liedjes zingt
aan mijn boezemvriend die ik verwaarloosd heb
aan mijn eerste minnares
aan hen die haar je weet wel hebben gekend
aan mijn echte vrienden hen zal je gemakkelijk herkennen
aan mijn zwaard van glas
aan mijn sirene van was
aan de monsters aan mijn bed
Wat jou betreft waar ik meer dan wat ook ter wereld van hou
Ik zeg je nog geen gedag
Ik zal je weer zien
Maar ik ben bang dat ik je nog maar even kan zien

(fragment uit het lange gedicht Siramour uit 1942)


Twee kleine bijlagen (3:19″): ‘The description of a dream: ook in de radiostudio was hij thuis. In 1938 maakt hij er onder de algemene noemer ‘Fantomas’ ‘The house of hidden knowledge, of de geschiedenis van een droom, een verhaal met geluiden en muziekfragmenten. In een blog waar het ‘hoorspel’ in al zijn gedaanten thuis is mag dit niet ontbreken.


Desnos was een flamboyante verschijning in het Parijs van het interbellum. Niet alleen bewoog hij zich te midden van avant-gardistische schrijvers, maar ook schreef hij scenario’s voor experimentele films, zoals Emak Bakia (1927) en L’étoile de mer (1928) van Man Ray. Hij was veelvuldig te zien in het uitgaansleven, werd zwaar verliefd op chanteuse Yvonne George en trouwde met de extravagante Youki Foujita. In de jaren dertig had Desnos ook een spraakmakend radioprogramma op de nationale, genaamd ‘Fantomas’. Hij was bevriend met artistieke grootheden als Pablo Picasso, Ernest Hemingway en John Dos Passos. (wikipedia)

Bezoek de (tanende) website:

https://web.archive.org/web/20100702080246/http://www.robertdesnos.asso.fr

Een beetje frisser, hedendaagser:

https://www.robertdesnos.com/biographie

Achter de titel van deze bijdrage, foto van Youki en Robert Desnos



“Que ferai-je à l’avenir? Si tous les projets ne se mesuraient à la longueur de la vie, je voudrais reprendre des études mathématiques et physiques délaissées depuis un quart de siècle, rapprendre cette belle langue. J’aurais alors l’ambition de faire de la “Poétique” un chapitre des mathématiques. Projet démesuré certes, mais dont la réussite ne porterait préjudice ni à l’inspiration, ni à l’intuition, ni à la sensualité. La Poésie n’est-elle pas aussi science des nombres?»

Robert Desnos. (Fortunes, 1942, nu Collection Poésie/Gallimard (nr 42) 1969)

Het zelfportret geportretteerd (1):

Zelfportret in een valiesje. Pawel Althamer

Het is draagbaar. De Poolse kunstenaar Pawel Althamer gebruikt meermaals het zelfportret als methode om verschillende vormen van het ego te verbeelden. Een zelfportret als ‘The Billy Goat’,’ als ‘People of the Earth’, als reusachtige ballon (“Balloon”) van een naakte man die sterk op de kunstenaar gelijkt, en boven de stad hangt, een project dat in 2010 in Zacheta Gallery in Brugge werd voorgesteld in een tentoonstelling van Luc Tuymans.

Für Paweł Althamer steht der künstlerische Prozess im engen Zusammenhang mit Selbstanalyse und Selbsterkenntnis. Rund die Hälfte der 40 Werke, die in der Ausstellung „Paweł Althamer. Lovis-Corinth-Preis 2022“ im Kunstforum Ostdeutsche Galerie gezeigt werden, sind Selbstporträts.

I believe this was one of the first times the aerostat had been displayed in the confines of an indoor environment, where it feels very claustrophobic to say the least. The image is done in the likeness of the artist himself, but blown up to such a scale, it portrays him in a less than flattering light. In fact, I felt a bit like Jonathan Swift confronting the Brobdingnagians for the first time, especially standing next to his…well genitals, and Swift’s disgust at seeing the human body magnified to such a scale. I wonder who looks more confined: the viewers or the giant figure hovering above them?
De kunstenaar zal weldra boven Milaan hangen.

Hoor ik de lezer uitroepen dat een dergelijke ‘zelfverheerlijking’ ongepast, ziekelijk of (u vult naar eigen keuze in)……………….!! zou zijn, dan is het feit dat wij per dag zo’n miljoen selfies maken daar een ruim voldoende antwoord op. (Verwacht wordt dat je er tijdens je leven zo’n 25.700 zou nemen)

Een fragment uit een roman van Virginia Woolf:

“Er verdwijnt nu iets uit mij: er verlaat mij iets om de naderende gestalte tegemoet te treden en het verzekert mij dat ik hem ken, voor ik zie wie het is. Hoe vreemd is de verandering die je ondergaat als een vriend zich, zelfs op een afstand, bij je voegt. Hoe nuttig is het dat het tot de taak van je vrienden behoort je tot de werkelijkheid terug te roepen. Maar hoe pijnlijk om teruggeroepen, om vermurwd te worden, om toe te laten dat je ik vervalst, vermengd, tot een deel van een ander gemaakt wordt. Terwijl hij nadert word ik niet mezelf, maar Neville vermengd met iemand anders- met wie? – met Bernard? Ja, het is Bernard en Bernard zal ik de vraag stellen. Wie ben ik?”

(Virginia Woolf. ‘De golven’, roman vert. Geraldine Franken A’dam 1985. De Bezige Bij)

Self-Portrait 1914 Sir Stanley Spencer 1891-1959 Bequeathed by Sir Edward Marsh through the Contemporary Art Society 1953 http://www.tate.org.uk/art/work/N06188
This is Spencer’s first self-portrait in oil paint, made when he was around 23 years old. He painted it over the course of nearly a year in the front bedroom of his family home in Cookham. Its dark, rich colours and strong sense of three dimensionality reflect his interest in 16th-century European painting. Spencer recalled that he was inspired to paint it in this way after seeing a reproduction of a head of Christ by Italian Renaissance artist Bernardino Luini (c.1480/82–1532). (Tate Collection)

En daarmee is de vraag gesteld waarmee het fragment uit ‘De Golven’ besloot: ’Wie ben ik?’ Niet alleen de vraag naar het wezen, de kunstenaar (es) als zichzelf, maar vooral in verbinding met de wereld waarin hij leeft of leefde. In welke mate hij/zij zich vermengde of met de tijd vermengd werd of zich daartegen verzette.

Sir Joshua Reynolds
by Sir Joshua Reynolds
oil on canvas, circa 1747-1749
25 in. x 29 1/4 in. (635 mm x 743 mm)
Purchased, 1858 National Portrait Gallery London

“De populariteit van kunstenaars die zich vermommen in zelfportretten kan worden toegeschreven aan ons onvermogen om tevreden te zijn met het spelen van slechts één rol in de kunst en in het leven. Als complexe wezens met een rijk innerlijk leven is één rol nauwelijks bevredigend. We zijn niet gemakkelijk te definiëren door één enkele identiteit. Het zelfportret stelt ons in staat om een wereld te creëren waarin we uitdrukking kunnen geven aan ons verleden, onderdrukte zelf, verlangens, kwalen van de geest, intellectuele interesses of om te fantaseren dat we iemand zijn die totaal anders is dan onszelf. Het gemaskerde zelfportret kan een ontsnapping zijn naar een wereld waarin we volledige creatieve controle hebben – niet verwonderlijk in een realiteit waarin we vaak het gevoel hebben dat we weinig controle hebben. We verlangen naar een wereld waarin we vrij zijn om te zijn wie we maar willen zijn.”

Holly Marie Armishaw-Contemporary Artist.
The Philosophy of Self-Portraiture in Contemporary Art

http://www.hollyarmishaw.com/the-philosophy-of-self-portraiture-in-contemporary-art—essay.html

Zelfportret tegen palet Charley Toorop (1891-1955)

Het zelfportret is het bepalende visuele genre geworden van ons bekentenistijdperk: de hoeveelheid contemporaine zelfportretten is domweg ontelbaar. Meer mensen, uit meer landen zijn meer dan ooit tevoren geïnteresseerd in zelfportretkunst. Het zelfportret heeft kerk, paleis, atelier, academie, museum, galerie, sokkel en lijst ver achter zich gelaten. Het internet wordt tegenwoordig overspoeld door fotografische en gefilmde zelfportretten, en scholieren moeten een zelfportret maken. Zelfportretten, zo wordt vaak gedacht — en gehoopt — bieden een 
geprivilegieerde toegang tot de ziel van het model en ondervangen zo de vervreemding en anonimiteit die veel mensen in de moderne geürbaniseerde samenleving ervaren. Echte zelfportretten (en portretten die daar ten onrechte voor zijn aangezien én namaak-zelfportretten) worden in Europa sinds de l6e eeuw verzameld en bewonderd. Maar de belangstelling van vroeger valt in het niet bij de obsessie met
 het zelfportret van de afgelopen veertig jaar. Tegenwoordig vind je overal ter wereld levende kunstenaars wier hele loopbaan is bepaald door de zelfportretkunst.

“Het Zelfportret, een culturele geschiedenis, James Hall, Librero NL. 2015”

Self-Portrait, 1933. Milena Pavlovic-Barili

Kijk verder bij deze mooie collectie:

https://www.arthistoryproject.com/subjects/self-portrait

Double Isometric Self-Poretrait. Jim Dine, 1964

‘Bij het maken van een zelfportret kijkt de kunstenaar indirect. Hij heeft iets buiten zichzelf nodig om zichzelf te kunnen zien. In de spiegel kijkend geeft hij zijn eigen beeltenis weer, en de spanning die daarbij ontstaat is fascinerend. Wie of wat wordt er nu afgebeeld? Tegelijk is er de verwachting bij de aanschouwer. Wij willen de kunstenaar zien, de persoon achter het werk enigszins leren kennen. Maar kan dat wel? Is de kunstenaar wel op zijn penseel of beitel te vertrouwen? Creëert hij niet – bewust of onbewust – een beeld van zichzelf?

Het zelfportret heeft verschillende hoogtepunten gekend en je zou drie bloeiperiodes kunnen aanwijzen. De eerste begint in de late Middeleeuwen, vroege Renaissance, en loopt door tot in de Barok. De status van het vak leeft op, kunstenaars ontwikkelen een duidelijke signatuur en er verschijnen biografieën van kunstenaars. Het beroep krijgt gestalte, en de kunstenaar zelf mag onderwerp van het werk worden. Een ander hoogtepunt is de negentiende eeuw. De ideeënvorming van de Romantiek biedt veel plaats voor de kunstenaar als eenling, buitenstaander. Zo’n kunstenaar schildert ook zichzelf. Vervolgens was er een bloeiperiode tijdens het interbellum. Vanuit het expressionisme kwamen veel markante zelfportretten. Maar deze keer wilden kunstenaars zich niet presenteren als romantische eenlingen die buiten de samenleving stonden maar portretteerden ze zichzelf juist als betrokken beschouwer van de samenleving. Vaak legden ze zichzelf vast met objecten die ergens naar verwezen, om zo commentaar te geven op wat er om hen heen gebeurde.’

(Joe van der Meulen. 7 juli 2014. De Groene Amsterdammer)

Self-Portrait of the Artist with a Lamp. Henri Rousseau, 1903

Doordeweekse deemoed (1). Blaise Pascal (1623-1662)

Alec Soth, “Cammy’s View. Salt Lake City,” 2018.Credit…© Alec Soth Courtesy of Sean Kelly, New Yorkal)
Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos dans une chambre. (Blaise Pascal)

Zoek je het begrip ‘deemoedig’ op bij van Dale, dan krijg je eerst: ‘vol nederige onderworpenheid’. Of als synoniem: ’Ootmoedig: ‘nederig’. Niet dadelijk woorden om een zeker enthousiasme op te wekken. De auteur van de bovenstaande beschrijvingen, Blaise Pascal, Frans wis-en natuurkundige en filosoof (1623-1662), publiceerde o.a. in zijn ‘Pensées’ voornamelijk deze gecondenseerde wijsheden.


L'homme , qui n'aime que soi , ne hait rien tant que d'être seul avec soi.
De mens die slechts zichzelf bemint, haat niets zozeer, als met zichzelf alleen te zijn.
Blaise Pascal

-deemoed zn. 'ootmoed, onderworpenheid'
-categorie: leenwoord, leenvertaling in brontaal
-Vnnl. demoedt 'ootmoed' [1591; WNT versiering].
-Dit woord moet zijn ontleend aan het Nederduits, vermoedelijk in de context van de Moderne Devotie; de Nederlandse ontwikkeling zou hebben geleid tot *diemoed. Kiliaan noemt het bijwoord deemoedichlick in zijn Tetraglotton van 1562 "ger.sax.sic.", d.w.z. Duits, Saksisch, Sicambrisch (= Ripuarisch).
-Ohd. thiomuoti is een zeer vroege vertaling van de christelijke notie vervat in Latijn humilitas; mhd. diemuot (nhd. Demut) en mnd. demot (15e eeuw) en vnnl. demoed. Het eerste element, pgm. *þew-, drukt dienstbaarheid uit, vgl. ohd. dio, oe. þēow, got. þius, 'knecht, slaaf'; < pgm. *þewaz 'dienaar'; en -thu- in onl. underthudig 'onderhorig' [10e eeuw; W.Ps]. Zie verder deern, dienen. Het oudere Nederlandse woord is ootmoed.
◆ deemoedig bn. 'ootmoedig'. Mnl. demoedich 'id.' [1477; Teuth. ootmoedich], naast demoedelick 'id.' [1501; WNT waalsch]. Afleiding van deemoed met het achtervoegsel -ig.
-Fries: deemoed◆deemoedich`(etymologisch woordenboek)

Deemoedig is in de zestiende eeuw, waarschijnlijk in christelijke kringen, ontleend aan het Duits: het Duitse woord is Demut. Dat is te herleiden tot het Oudhoogduitse thiomuoti, en uiteindelijk gaat het daarbij om een vertaling van de christelijk-Latijnse term humilitas, ‘nederigheid’.
Een ander oud woord voor ‘nederig, onderdanig’ is ootmoedig. (Onze Taal)

Edv. Munch: De nachtwandelaar

Bij leven en werken heb ik zowel Blaise Pascal’ s driehonderdjarige geboortedatum (1623 Clermont) als zijn driehonderdjarige sterfdatum (1662 Parijs) mogen gedenken. Niet eens veertig is hij geworden.

Zijn onderzoekingen omtrent de luchtledige ruimte naar aanleiding van de proeven van Torricelli hielden indertijd de natuurkundigen bezig. Op technisch gebied ontwerpt hij, twintig jaar oud, een rekenmachine, die hij in de handel wil brengen. Hij wil deelnemen aan de uitvoering van het droogleggen der plassen van Poitou en aan het organiseren van een busdienst met een karos. Maar zijn belangrijkste reputatie kreeg Pascal als auteur van de Lettres Provinciales en van de Pensées. (H. Robbers. Streven jaargang 15. 1961-62)

Hannah Vandenbussche, lange afstandsloper en filosofe, schreef ‘Noch engel, noch beest’- Het bittere mensbeeld van Blaise Pascal als pleidooi voor mildheid- (Houtekiet) Een geïllustreerde intro kun je hier raadplegen:

Met Jacotte Brokken had zij een uitgebreid gesprek op radio 1 bij ‘Voorproevers’ en dat kun je via Vrt max en deze links beluisteren. Lekker warm bij het vuur. Pascal zou het hoofdschuddend gewaardeerd hebben. (25′)

https://www.vrt.be/vrtmax/podcasts/radio1/v/voorproevers/2/wat-filosoof-blaise-pascal-ons-nog-te-vertellen-heeft/

Blaise Pascal. Versailles
"Les discours d'humilité sont matière d'orgueil aux gens glorieux, et d'humilité aux humbles."

“Betogen over ootmoed vormen stof tot trots voor de trots en en tot ootmoed voor de nederigen.”

Een “Pascaline” rekenmachine gesigneerd door Pascal in 1652

Achttien werd ik vooraan in dat jaar toen wij Pascals driehonderdste sterfdag herdachten, 1962 dus, tijdspanne dat de eerste paperbacks op de markt waren gekomen en je voor weinig geld heuse boeken kon aanschaffen. Mijn ‘Pensées’ met slappe kaft waarop de genaamde je levenslang zou aankijken werd uitgegeven door Editions du Seuil, texte établi par Louis Lafuma met Préface d’ André Dodin in de serie ‘Livres de Vie’.
Eerlijkheidshalve (mooi woord, vooral wegens die ‘helft’) moet ik zeggen dat de Franse taal waarmee wij toch zeven jaar waren opgeleid van een ander gehalte was dan wat wij in de cursus Frans hadden opgedaan. (Combien de marins…-gedicht ‘Oceano nox’ van Victor Hugo waarbij je als extra tachtig onderdelen van een toenmalig zeilschip in het Frans moest van buiten leren!)

Oh ! combien de marins, combien de capitaines
Qui sont partis joyeux pour des courses lointaines,
Dans ce morne horizon se sont évanouis !
Combien ont disparu, dure et triste fortune !
Dans une mer sans fond, par une nuit sans lune,
Sous l'aveugle océan à jamais enfouis !

Dessin de Victor Hugo pour son roman”Les Travailleurs de la mer”

Mooi, maar de eigenlijke tekst heb ik jaren later mogen ontdekken.
Les pensées op goedkoop papier zag er niet dadelijk aantrekkelijk uit. Je moest op zoek. Wat sprak je op dat moment aan? Tussen toen en nu verschilde dat wel eens. De omstandigheden, zoals dat heet?

343(691)
Propheties. Le grand Pan est mort.
361
Es-tu moins esclave pour être aimé et flatté de ton maitre; tu as bien de bien, esclave, ton maitre te flatte. Il te battra tantôt.
Ben je minder een slaaf om geliefd en gevleid te worden door je meester; je hebt veel goeds, slaaf, je meester vleit je. Hij zal je spoedig slaan.

18.
Les inventions des hommes de siècle en siècle vont de même, la bonté et la malice du monde en général en est de même.
De uitvindingen der mensen gaan van eeuw tot eeuw vooruit; de goedheid en de slechtheid der wereld blijven in 't algemeen onveranderd.

Maar dan ben je toch al twintig en dertig jaar verder.
En zo zijn de pensées, met hier en daar een lichtflits steeds met mee gereisd. Levenslang. Alle huizen. Soms als een tedere herinnering, soms als een zucht. Soms, zoals vandaag met deze pas ontdekte vraag:

68
Quand je considère la petite durée de ma vie absorbée dans l’ éternité précédente et suivante - le petit espace que je remplis et même que je vois abimé dans l’infinie immensité des espaces que j’ ignore et qui m’ ignorent, je
m’ effraye et m’étonne de me voir ici plutôt que là, car il n’y a. point de raison pourquoi ici plutôt que la, pourquoi a présent plutôt que lors. Qui m’y a mis?
Par l’ordre et la conduite de qui ce lieu et ce temps a(-t-)il été destiné à moi ?
68
Als ik denk aan de kleine duur van mijn leven geabsorbeerd in de voorafgaande en volgende eeuwigheid - de kleine ruimte die ik vul en zelfs die ik beschadigd zie in de onmetelijkheid van de ruimten die ik negeer en die mij negeren, dan ben ik bang en verbaasd om mezelf hier te zien in plaats van daar, omdat er geen reden is waarom hier in plaats van daar, waarom nu in plaats van toen. Wie heeft me daar neergezet?
Door wiens bevel en leiding was deze plaats en tijd voor mij bestemd?
Foto door Felix Mittermeier op Pexels.com

Le nez de Cléopâtre: s'il eût été plus court, toute la face de la terre aurait changé.

Kleine recepten voor de kortste dagen (4): wraak en/of verzoening

Eens hij zijn zonden heeft gebiecht en duidelijk bevrijd de biechtstoel verlaat, wordt de bekeerling door een verheugde engel opgewacht terwijl de boosdoener (toevallig een vrouw?) nog aan de duivelse ketting ligt terwijl ze wellicht de waarheid geweld aandoet als zij het over haar snode daden heeft. Een samenvatting van een mechanisme dat in onze jonge jaren wisselgeld was voor een makkelijke vorm van zelf-verzoening. De penitentie, een tientje van de rozenkrans of een akte van berouw bidden, bleek geen onoverkoombare opdracht. De glans van de gepoetste ziel was geen lang leven beschoren maar de gereinigde werd eventjes van vleugels voorzien.

“Verzoening”. Andrei Rumyantsev (?-1907

In dit fraaie werk van de Russische schilder is de biechtstoel vervangen door de aanwezigen die onrecht is aangedaan. Er moet duidelijk een document getekend worden, de vinger van de priester wijst het aan. De vrouwen vragen om begrip. Bekijk de verschillende reacties:

Op een heel aparte manier benaderde Desmond Tutu het begrip vergeving.

Zoals algemeen bekend is in Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid in 1990 een weg van vergeving ingeslagen. Leiders als Nelson Mandela en Desmond Tutu beseften dat vergeving het enige alternatief was voor een lange periode van gewelddadige wraak jegens de verslagen onderdrukker. Desmond Tutu ging op deze weg voorop. Hij ontving hiervoor de Nobelprijs voor Vrede. (Stefan Kapitany)



[…] Het pad naar vergeving is niet gemakkelijk. Op dit pad moeten we door de modderbanken van haat en woede waden en onze weg door verdriet en verlies vinden om uit te komen bij de acceptatie die kenmerkend is voor vergeving. Het zou veel gemakkelijker zijn deze reis te maken als de route duidelijk gemarkeerd was, maar dat is niet zo. De scheidslijn tussen degenen die kwaad hebben berokkend en degenen wie kwaad is aangedaan, is ook niet duidelijk te trekken. Allemaal zijn we nu eens degene die gekwetst wordt, dan weer degene die kwetst. En voordat we er erg in hebben, overschrijden we de grens en slaan we van verdriet en woede wild om ons heen. Allemaal overschrijden we deze grens regelmatig.


(Het boek van vergeving. Desmond & Mpho Tutu)



[…] We begeven ons niet luchthartig op het pad van vergeving en ook reizen we niet zonder enige vrees dat het misschien niet allemaal volgens plan zal gaan. Vergeving is een gesprek en hiervoor is, zoals voor de meeste belangrijke gesprekken, een taal vereist die helder, eerlijk en oprecht is. […] We zouden ons schuldig maken aan het maken van valse reclame als we je niet zouden vertellen dat, zoals bij elk gesprek, de uitkomst van het vergevingsproces van tevoren onbekend is. (ibidem)


[…] In Zuid-Afrika is Ubuntu onze manier om vat te krijgen op de wereld. Het woord betekent letterlijk ‘menselijkheid’. Het is de filosofie en het geloof dat iemand alleen maar iemand is via andere mensen. Met andere woorden: we zijn alleen mens in relatie tot andere mensen. Onze menselijkheid is onderling verweven en elke scheur in het weefsel van onze verbondenheid moet gerepareerd worden opdat we allemaal heel worden. Deze onderlinge verbondenheid is de echte basis van wie we zijn. (ibidem)
Foto door Diva Plavalaguna

Deze mooie ideeën en praktijken vond ik op de pagina van de Nederlandse psychiater Stefan Kapitany. Hij bespreekt er ‘Het Boek van Vergeving’ (Desmond Tutu en dochter) en noemt het in feite een kern van persoonlijke ontwikkeling, uitgesplitst naar vier essentiële onderdelen. Zij noemen dit het viervoudig pad van vergeving:

  1. het vertellen van je verhaal
  2. het benoemen van je pijn
  3. het vergeven van jezelf of de ander
  4. het loslaten of vernieuwen van de relatie.

Je kunt hun uitwerking lezen op de website van Stefan Kapitany:

Foto door Pixabay

Kleine recepten voor de kortste dagen (2): mistige mysterieuze maanden

Foto door Trace Hudson

‘We kunnen ons verbergen, Jonathan, en wachten tot de mist optrekt.’
‘Ben jij een ridder, Johan of een schijtluis?’
‘Liever een levende schijtluis dan een dode ridder!’
‘Bon. Dan ga ik alleen naar het kasteel.’
‘Grapje, Johan. Maar…je ziet geen hand voor je ogen!’
‘Ik hoef geen hand te zien. Dit zwaard wil een kop!’
‘Daar gaan we dan. Open de poort. Blaas de trompetten.’
‘Geen getoet. Dit is een geheime missie. Daar gaan we.’

Op de achtergrond roept iemand: vergeet je lunchdoos niet!


'We can hide, Jonathan, and wait for the fog to lift.'
'Are you a knight, Johan, or a shit louse?'
'Better a live shit louse than a dead knight!'
'Bon. Then I'll go to the castle alone.'
'Just kidding, Johan. But...you can't see a hand in front of your eyes!'
'I don't need to see a hand. This sword wants a head!'
'There we go, then. Open the gate. Blow the trumpets.'
'No tooting. This is a secret mission. Here we go.'

In the background, someone shouts: don't forget your lunch box!
Foto door Quang Nguyen Vinh

Herinner je.
De twee ridders zijn in dit tafereel tien, elf jaar, op weg naar hun school in een kleine provinciestad (1954). De school ligt (nog steeds) dichtbij een groot jachtslot van de Brabantse hertogen, door water omgeven. Het is december. Dikke morgenmist. Vrieskoud. Een schimmige wereld. Herinner je.

Remember.
In this scene, the two knights are 10-11 years old, on their way to their school in a small provincial town (1954). The school is (still) near a large hunting lodge of the dukes of Brabant, surrounded by water. It is December. Thick morning fog. Freezing cold. A shadowy world.
Remember.


"Mistig. Plotseling zijn we de controle over onze wereld kwijt. Toen ik vanochtend voor zonsopgang naar buiten ging, was de november-duisternis vervangen door iets bijna tastbaars. De lucht was ingevallen. Het was alsof ik door een wolk fietste: een nevel van microregen, het weer manifest gemaakt. Hoe ongemakkelijk dit "weergebeuren" (zoals we het waarschijnlijk moeten noemen) ook is, er is iets heerlijks, wonderlijks transcendent aan het idee dat de elementen onze wereld zo volledig kunnen overnemen. Ik betwijfel of iemand die op het opstijgen van zijn vliegtuig staat te wachten het daarmee eens is, maar er schuilt schoonheid in dit ongeziene herfstbezoek, een gevoel van mysterie dat terugreikt tot in ons collectieve verleden."
(Philip Hoare The Guardian)

“Fog-bound. Suddenly, we have lost control of our world. This morning when I ventured out, before dawn, the November darkness had been replaced by something almost tangible. The sky had fallen in. Cycling was like riding through a cloud: a mist of micro-rain, weather made manifest. As inconvenient as this “weather event” (as I suppose we must call it) is, there is something gloriously, wondrously transcendent in the notion that the elements could so utterly take over our world. I doubt that anyone waiting for their plane to take off would agree, but there is beauty in this unseeing autumnal visitation, a sense of mystery which reaches back into our collective past.” (Philip Hoare. The Guardian)

Foto door Alex Fu

As a child and also as a slightly older child, I found and still find fog mysterious to use an obvious pun. You could recreate the environment in your imagination. The high walls of the Clarissen convent became an impregnable fortress, the streets escaped time, people disappeared in hasty shadows, bushes and hedges seemed to be on the loose, every depth hid dangers, every horizon was closed off from the whole by a light but impenetrable yet hazy curtain. Dimensions took on new meaning.

Als kind en ook als iets ouder kind vond en vind ik mist nog altijd mysterieus om een voor de hand liggende woordspeling te gebruiken. Je kon in je verbeelding de omgeving herscheppen. De hoge muren van het clarissenklooster werden een oninneembare vesting, de straten ontsnapten aan de tijd, de mensen verdwenen in haastige schimmen; struiken en hagen leken los te lopen, elke diepte verborg gevaren, elke einder was door een licht maar ondoordringbaar en toch wazig gordijn afgesloten van het geheel. Dimensies kregen een nieuwe invulling.

Foto door Chanita Sykes

Maybe not to be is to be without you being,
without you cutting through the midday
like a blue flower, without you walking
later through the fog and the bricks,

without that light you carry in your hand
that maybe others won't see golden,
that perhaps no one knew it grew
like the red origin of the rose,

without you being, in the end, without you coming
abrupt, inciting, to know my life,
a gust of rosebush, wheat of the wind,

and since then I am because you are,
and since then you are, I am and we are,
and for love I will be, you will be, we will be.


Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)
Foto door Johannes Plenio

Misschien is er niet zijn zonder dat jij er bent,
zonder dat jij het middaglicht snijdt
als een blauwe bloem, zonder dat jij loopt
later door mist en stenen,

zonder het licht dat je in je hand draagt
dat anderen misschien niet als goud zien,
dat misschien niemand geloofde dat het groeide
als de rode oorsprong van de roos,

zonder dat jij bent, op het einde, zonder dat jij komt
abrupt, inspirerend, om mijn leven te kennen,
een vlaag van de rozenstruik, tarwe van de wind,

en sindsdien ben ik omdat jij bent,
en sindsdien ben jij, ben ik en zijn wij,
en uit liefde zal ik zijn, zal jij zijn, zullen wij zijn.

Pablo Neruda
Foto door Nici Gottstein

Het is tenslotte een mooi beeld: door het mistige kun je op zoek gaan naar de helderheid van het ware: het ontdoen van overbodigheid, valse schijn en verdorrende angsten. In de zachtheid van de mist is de kern van de helderheid aanwezig, worden wellicht essenties zichtbaar.

After all, it is a beautiful image: through the foggy you can look for the clarity of the true: stripping it of superfluity, false appearances and withering fears.  In the softness of the fog, the core of clarity is present, perhaps essences become visible.
Foto door Johannes Plenio

Tal vez no ser es ser sin que tú seas,
sin que vayas cortando el mediodía
como una flor azul, sin que camines
más tarde por la niebla y los ladrillos,

sin esa luz que llevas en la mano
que tal vez otros no verán dorada,
que tal vez nadie supo que crecía
como el origen rojo de la rosa,

sin que seas, en fin, sin que vinieras
brusca, incitante, a conocer mi vida,
ráfaga de rosal, trigo del viento,

y desde entonces soy porque tú eres,
y desde entonces eres, soy y somos,
y por amor seré, serás, seremos.

Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)

Foto door Pixabay

Ontwapenend (5) Je eigen mythe ontvouwen

Human ornithopter, 1800-30
UNFOLD YOUR OWN MYTH

Who gets up early to discover the moment light begins?

Who finds us here circling, bewildered, like atoms?

Who comes to a spring thirsty

and sees the moon reflected in it?
Who, like ]acob blind with grief and age,

smells the shirt of his lost son

and can see again?

Who lets a bucket down and brings up

a flowing prophet? Or like Moses goes for fire

and finds what burns inside the sunrise?
Jesus slips into a house to escape enemies,

and opens a door to the other world.

Solomon cuts open a fish, and there’s a gold ring.

Omar storms in to kill the prophet

and leaves with blessings.

Chase a deer and end up everywhere!

An oyster opens his mouth to swallow one drop.

Now there’s a pearl.

A vagrant wanders empty ruins.

Suddenly he’s wealthy.

Bur don’t be satisfied with stories, how things

have gone with others. Unfold

your own myth, without complicated explanation

so everyone will understand the passage ’
We have opened you.

Start walking toward Shams. The teacher, the sun..
Your legs will get heavy

and tired. Then comes a moment 

of feeling the wings you’ve grown,

lifting.

(Rumi 1207-1273)
ONTVOUW JE EIGEN MYTHE


Wie staat er vroeg op om het moment te ontdekken waarop het licht begint?
Wie ziet ons hier rondcirkelen, verbijsterd, als atomen?

Wie komt er dorstig bij een bron 
en ziet de maan erin weerspiegeld?
Wie, zoals Jacob, blind van verdriet en ouderdom, 
ruikt het hemd van zijn verloren zoon 
en kan weer zien?

Wie laat een emmer zakken en haalt 
een flierefluitende profeet naar boven? Of zoals Mozes 
op zoek gaat naar vuur en vindt wat brandt in de zonsopgang?
Jezus glipt een huis binnen om aan vijanden te ontsnappen 
en opent een deur naar de andere wereld.

Salomo snijdt een vis open en daar ligt een gouden ring.

Omar stormt binnen om de profeet te doden 
en vertrekt met zegeningen.

Achtervolg een hert en kom overal terecht!

Een oester opent zijn mond om een druppel in te slikken.

Nu is er een parel.


Een zwerver zwerft door lege ruïnes.

Plotseling is hij rijk.

Maar wees niet tevreden met verhalen 
over hoe het bij anderen is gegaan. Ontvouw 
je eigen mythe, zonder ingewikkelde uitleg 
zodat iedereen de passage zal begrijpen.
We hebben je geopend.

Begin in de richting van Shams te lopen, 
de leraar, de zon.
Je benen worden zwaar en moe. 
Dan komt er een moment 
dat je de vleugels voelt die je hebt gekregen.

(Rumi 1207-1273)


Ja, het klinkt mooi, ‘je eigen mythe ontvouwen’, en ja hij is veelvuldig gebruikt deze letterlijk eeuwenoude tekst van Rumi.  Wie deze ‘Rumi’ werkelijk geweest is hebben we al eens met allerlei voorbeelden beschreven in een bijdrage.  Graag uitgenodigd om langs te lopen bij ‘Nooit vult de wereld de zadeltassen’.

In het Standaard Weekblad van vandaag schrijft Ludo Abicht: “Wij weten nog steeds niet helemaal hoeveel onze westerse culturele bloei tijdens het humanisme en de renaissance aan de Arabisch-Joodse vroegrenaissance te danken heeft.” Het is dus duidelijk dat het ontwikkelen van je eigen mythe de bronnen erkent en de nood ervaart elkaars culturele en wetenschappelijke rijkdom niet alleen te erkennen maar samen te leggen.

‘Misschien kan Israël economisch en militair overleven zonder niet-Joden. Al vrees ik dat het niet lang zal duren voor het land in de greep zal komen van een etnisch verkrampte, zogeheten religieus gedreven minderheid.” (ibidem)

Met die droom begint hij zijn bijdrage:

“In 1779 schreef de Duitse cultuurfilosoof Gotthold Ephraim Lessing Nathan de wijze, een filosofisch toneelstuk over religieuze en levensbeschouwelijke verdraagzaamheid als kern van de verlichting. Na meer dan duizend jaar ideologische hegemonie van de rooms-katholieke kerk, gevolgd door eeuwen van haat, vervolging en oorlog tussen katholieken en protestanten, was het meer dan tijd voor een nieuw pleidooi. Lessing beschreef een ontmoeting in een imaginair Jeruzalem tussen drie mannen: de islamitische heerser Saladin, een christelijke ridder en de wijze oude Jood Nathan.
Nathan vertelt zijn gesprekspartners het verhaal van de ring, een erfstuk van een vader die zijn drie zonen even graag ziet en daarom twee identieke ringen laat bijmaken. Na zijn dood denken de zonen alle drie dat ze de ware erfgenaam zijn, wat leidt tot een nauwelijks op te lossen conflict. De oplossing van Lessing is even geniaal als eenvoudig: omdat we onmogelijk kunnen weten wie de echte ring bezit —lees: wie de waarheid in pacht heeft — volstaat het dat ze alle drie zo eerlijk mogelijk volgens hun waarheid proberen te leven. Tot ze, samen met het verlichte 18de-eeuwse publiek, tot de conclusie komen dat het er niet op aankomt Wie nu de ‘echte’ waarheid bezit, zolang ze maar beseffen dat ook de anderen oprecht van hun gelijk overtuigd zijn.” (Ludo Abicht Standaard Weekblad 4 november 2023)

De titel van zijn bijdrage: ‘Een Israel zonder Palestijnen is fataal voor de Joodse ziel.’

The photo attached is by Mahmoud Al Tamimi, 11. ‘’Art for Peace” project for Jerusalem children in Jerusalem.

	

Over kleine en zeer grote dingen : ‘The rigor of angels’ (William Egginton)

Om met een inleidend vers of citaat te beginnen, een oude gewoonte van een degelijk boek:

"Enchanted by its rigor, humanity has forgotten, and continues to forget, that is the rigor of chess masters, not of angels."

-Jorge Luis Borges,
"Tlön, Uqbar, Orbis Tertius"  (1940)

Een mooie opening die mij dadelijk de klassieke wenkbrauwen deed fronsen.

Zo opent dus het laatste boek van William Egginton “The Rigor of Angels” waarin hij onderzoekt hoe drie zeer verschillende mannen –Jorge Luis Borges (auteur), Immanuel Kant (filosoof) en Werner Heisenberg (natuurkundige)- conventioneler aannames over de werkelijkheid verwierpen en in de plaats daarvan eerder paradoxale waarheden omarmden.

De auteur kun je op zijn eigen website bezoeken:

https://www.williamegginton.com/

The Helix Nebula ‘The eye of God or NGC 7293

Voor ik William Egginton zelf aan het woord laat, wil ik je wel over mijn eigen ontdekking schrijven van wat je ‘de derde mogelijkheid’ zou kunnen noemen. Drs. H. Van Praag’s boek, uitgegeven in 1960: ‘Pedagogiek in theorie en praktijk’ als Phoenix Pocket, is mij levenslang bij gebleven, niet alleen voor de bijzondere inzichten maar vooral door zijn oog voor de bredere vorming van iedereen die zich met het onderwerp van ver of dichtbij bemoeide. Hij heeft het in zijn hoofdstuk ‘opvoeding en heropvoeding van volwassenen’ (merkwaardig voor het begin van de jaren zestig!) over allerlei onderwerpen die in zo’n cursus ’s avonds aan bod kwamen. De eerste avond werd gewijd aan ‘de derde mogelijkheid’. (iets dat de tegenstellingen verzoent) Twee keuzes leken met elkaar verwant: de derde mogelijkheid is een wonder terwijl een andere deelnemer zei: de derde mogelijkheid is een paradox. Hij vertelde toen dit voorbeeld:

 Een kalief vaardigde uit, dat iedere Jood die de grens passeerde iets over zichzelf moest zeggen. Sprak hi j de waarheid, dan werd hij opgehangen, sprak hij een leugen, dan werd hij doodgestoken. Een rabbijn zei: ’Ik word vandaag doodgestoken.’ Men was verplicht hem te laten gaan. Beide vonnissen zouden dan tot een paradox leiden. Daarom zeg ik: de paradox is de derde mogelijkheid.

Je kunt het literaire voorbeeld ook aanvullen met wetenschappelijke opgaven. De NY Times beklemtoonde in haar bespreking dat het niet om ‘het enorme’ van het geheugen zou gaan, met als voorbeeld in het boek het leven van een zekere Solomon Shreshevsky die in 1929 zijn baan als journalist opgaf en bij een circus ging werken.

“Hij kon cijferlijsten opzeggen, gedichten in vreemde talen, zelfs reeksen willekeurige lettergrepen die vanuit het publiek naar hem werden geroepen. Zijn wereld was overvloedig in bijzonderheden, boordevol beelden en sensaties. Toen hem werd gevraagd wat hij onder het getal 87 verstond, zei hij dat hij het zag als “een dikke vrouw en een man die met zijn snor draaide”.

Maar zijn buitengewone gave was ook een vreselijke kwelling. Shereshevsky kon niet generaliseren uit het spervuur van specifieke inputs die hij ervoer. Communiceren met anderen was uitputtend. Iets vergeten was geen kwestie van passief laten wegglijden in de vergetelheid; hij moest het actief vernietigen in zijn geest. Als elk ding dat je tegenkomt geladen is met een unieke betekenis, wordt het onmogelijk om die stukjes samen te brengen in een samenhangend beeld. In tegenstelling tot memoriseren vereist herinneren een lichte vervaging van abstractie. Zoals William Egginton schrijft in “The Rigor of Angels”, kan een “perfect geheugen” de gelijkenis doorstaan met “totaal vergeten”. (NY Times Jennifer Szalai)

“Argentine poet Jorge Luis Borges was madly in love when his life was shattered by painful heartbreak. But the breakdown that followed illuminated an incontrovertible truth–that love is necessarily imbued with loss, that the one doesn’t exist without the other. German physicist Werner Heisenberg was fighting with the scientific establishment on the meaning of the quantum realm’s absurdity when he had his own epiphany–that there is no such thing as a complete, perfect description of reality. Prussian philosopher Immanuel Kant pushed the assumptions of human reason to their mind-bending conclusions, but emerged with an idea that crowned a towering philosophical system–that the human mind has fundamental limits, and those limits undergird both our greatest achievements as well as our missteps.” (Website William Egginton)

De Argentijnse dichter Jorge Luis Borges was smoorverliefd toen zijn leven werd verwoest door pijnlijk liefdesverdriet. Maar de inzinking die volgde verlichtte een onweerlegbare waarheid – dat liefde noodzakelijkerwijs doordrongen is van verlies, dat het ene niet bestaat zonder het andere. De Duitse natuurkundige Werner Heisenberg vocht met het wetenschappelijke establishment over de betekenis van de absurditeit van het kwantumrijk toen hij zijn eigen openbaring kreeg – dat er niet zoiets bestaat als een complete, perfecte beschrijving van de werkelijkheid. De Pruisische filosoof Immanuel Kant duwde de aannames van de menselijke rede tot het uiterste en kwam met een idee dat de kroon op een filosofisch systeem zette: dat de menselijke geest fundamentele grenzen heeft en dat deze grenzen ten grondslag liggen aan zowel onze grootste prestaties als aan onze misstappen. (Website William Egginton)

From left: Jorge Luis Borges, Immanuel Kant, Werner Heisenberg.Credit…Tyrone Dukes/The New York Times, Alamy, Credit unknown

In het voorbeeld van Shereshevsky – en niet te vergeten in Borges’ verhaal “Funes de gedenkwaardige” over een jongeman die op vergelijkbare wijze last had van zijn vermogen om zich alles te herinneren – ging de aandacht voor details ten koste van het begrijpen van het grotere geheel. Borges beschrijft Funes als “niet erg goed in denken”. Denken is verschillen negeren (of vergeten), generaliseren, abstraheren.” Toch kan denken ons ook in de problemen brengen, laat Egginton zien. Soms raken we zo in de ban van onze ideeën dat we ze projecteren op de wereld, waarbij we onze eigen manier van denken verwarren met iets groots als “Gods plan”. (NY Times Jennifer Szalai)

William Egginton
Snelle Achilles en de trage schildpad houden een loopwedstrijd. Omdat de schildpad trager is krijgt hij een eind voorsprong.
Maar Achilles zal de schildpad nooit kunnen inhalen want wanneer Achilles het startpunt van de schildpad heeft bereikt, zit deze al op een nieuw punt. En als Achilles dit punt bereikt heeft, zit de schildpad weer een eind verder. En als Achilles daar beland is, is de schildpad ook weer wat verder. (Paradox van Zeno die Borges in zijn verhaal gebruikt.)

Egginton legt verbanden tussen het werk van Heisenberg, Kant en Borges, tussen natuurkunde en metafysica, fictie en feiten. De drie mannen waren gefascineerd door paradoxen, of antinomieën – situaties waarin “beide opties tegelijkertijd absoluut noodzakelijk en volstrekt onmogelijk leken”. Elk van hen realiseerde zich dat dergelijke dilemma’s ontstaan wanneer we verschillende manieren van denken onderzoeken. In Zeno’s beroemde paradox zal Achilles nooit de schildpad inhalen die een voorsprong heeft als we de race definiëren in termen van een afstand tussen hen die oneindig deelbaar is in steeds kleinere stukjes. Maar natuurlijk zal Achilles in een echte race uiteindelijk de schildpad inhalen; de paradox komt voort uit de manier waarop we ons de race voorstellen.

In een tijdperk als het onze, waarin allerlei dogma’s de overhand lijken te hebben, dient het verhaal van deze denkers als een cruciale herinnering aan het feit dat we onze intuïties en zelfs onze eigen diepgewortelde overtuigingen aan het koude licht van de rede moeten onderwerpen, een licht waarvan het schijnsel niet altijd ontstaat door wat we op dit ogenblik denken te kunnen samenvatten in de tot op heden verworven wetenschap. In hun leven en werk herkennen we dat de mysteries van onze plaats in de wereld altijd boven ons kunnen opdoemen, niet als een bedreiging, maar als een herinnering aan onze nederige menselijkheid. (NY Times) En vul ikzelf aan: als uitnodiging tot intens verder ontdekken, wat de zgn. ‘goegemeente’ daar dan ook mag over denken, ontdekken dat er talloze verbindingen tussen de disciplines bestaan die ons eerder verenigen dan uit elkaar drijven.

Foto door Kendall Hoopes
THE RIGOR OF ANGELS: Borges, Heisenberg, Kant, and the Ultimate Nature of Reality | By William Egginton | 338 pp. | Pantheon | Bij Amazon nl:  24,31 euro

Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg

Zoals iemand die wordt bekeken
en zijn hand onwillekeurig naar het
aangezicht brengt, de blik neerslaat,
de al gelezen krant nog maar een keer
openvouwt. Kortom: niet meer is

zoals hij onbekeken was. Zo blijken
ook elementaire deeltjes onderhevig
aan universele gêne. Als je kijkt
wijzigen ze schuchter en onvoorspelbaar
hun snelheid of plaats. Staalharde

wetten en eeuwen waterdicht cijferwerk:
ze werden bedankt. Maar niet zonder
stijl verlaat Werner het zinkende schip.
IJzig kalm rekent hij ons de ware omvang
van onze immer uitdijende onzekerheid voor.
Marc Tritsmans (1959)  Gepubliceerd in Raster 107, 2004


Werner Heisenberg publiceerde in 1927 een van de belangrijkste principes van de kwantummechanica. De formule 'kwantificeert' het begrip onzekerheid: de waarnemer beïnvloedt (ongewild) altijd weer het waargenomene.
Werner Heisenberg in Göttingen in 1924.

Steeds vroeger donker (2)

Hanna Hirsch, later Hanna Pauli (Stockholm, 13 January 1864 – 29 December 1940, Solna
(‘Friends-Vrienden)

Zij ontstak de lamp 
en liet de vrienden binnen. 
Een hapje en een drankje bij de hand, 
maar 't ware voedsel was het woord
 en wat het wakker maakte  in hun hoofd. 

Buiten was het donker, 
hier zagen zij wat zij vertelde, 
zelfs met de ogen dicht. 

Nu, in de schemer van de schermen:
 bingewatchen, comakijken, 
beeldenzuipen, marathonverteren, 
oogexcessen en storysslempen.

Zou nog iemand weten
dat het buiten
donker wordt?

Hij wordt oud zeggen de kinderen.
Hij ziet mensen die er niet meer zijn


She lit the lamp 
and let the friends in. 
A snack and a drink at hand, 
but the true food was the word
 and what it awakened in their minds. 

Outside it was dark, 
here they saw what she told them, 
even with their eyes closed. 

Now, in the twilight of the screens,
 bingewatch, coma watching, 
image-sucking, marathon converting, 
eye-excesses and storysslempening.

Would anyone still know
that it is getting
dark outside?

He is growing old the children say.
He sees people who are no longer there.

Waren wij vroeger nog onsterfelijk?

Eigen foto GMT

Nog voor hij helemaal thuis was in zijn eigen biografisch geheugen -twee-drie jaar oud-, bleek dit plaasteren ‘Heilig-Hart’-beeld op de ouderlijke slaapkamer voor hem, als kleuter, wel degelijk een levend personage. Zijn moeder vertelde later menigmaal de dialoog die zij, nog in bed en geveinsd slapend, had gehoord, die vroege morgen toen hij de kamer binnenkwam en een zelf gemaakt knutselwerk liet zien aan de plaasteren Jezus.
“Is dat van karton?” vroeg het beeld. (met zijn hoog stemmetje)
“Ja natuurlijk is dat van karton.” (met zijn gewone kleuterstem).
“Ja, nu zie ik het. Wel mooi.’ (met zijn hoog stemmetje)
“Dank u.” (met zijn gewone kleuterstem)
Het kind verdween naar de ontbijttafel, moeder volgde. Glimlachend, maar ook hoofdschuddend.

eigen foto GMT
‘Bij de dood laten lichaam en ziel elkaar gaan. Het is een bevrijding en een uiteengaan. Eigenlijk is de bevrijding van de ziel uit het lichaam het doel van elke filosoof. Voor een echte filosoof is sterven zijn vak, want sterven betekent dat de ziel wordt losgemaakt uit de vergankelijke stof om zich te richten op de onvergankelijke eeuwige waarheid. Dat is niet iets om bang voor te zijn, Daar streef je dus naar.’ (uit Phaedo. Plato)

Deze filosofische uitspraak werd samengevat door Bert Keizer, schrijver van ‘Vroeger waren we onsterfelijk’ Maart 2016, uitgave van Lemniscaat. Bert Keizer is arts en filosoof, en is verbonden aan de Levenseindekliniek. Hij schreef o.a. de bestsellers Het refrein is Hein en Onverklaarbaar bewoond. Keizer studeerde filosofie in Oxford

In Vroeger waren we onsterfelijk vertelt Bert Keizer hoe hij als kind van de sixties de kerk uit liep, voor The Beatles viel en na vele omwegen in een Engelse universiteit belandde om filosofie te gaan studeren. Een carrière als academisch filosoof schrikte hem af en hij zocht een goed heenkomen in de medische faculteit, om via die route in het volle leven te belanden. In dit boek reist Keizer weg uit het katholieke Amersfoort, waar hij ooit misdienaar was, naar de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin wij nu rondtobben. Leven is behelpen, vindt hij, en vanuit die grondhouding heeft hij behartenswaardige dingen te zeggen over geloof en literatuur, filosofie en geneeskunde. Met wat hulp van zijn persoonlijke favorieten – Beckett, Wittgenstein, William Osler – slaagt hij erin om net iets te meer te lachen dan te huilen. Maar het scheelt niet veel. ‘Als jongetje vond ik de kerk niet echt vervelend, geloof ik, maar het werd pas leuk toen ik misdienaar werd. Ik koesterde zelfs vagelijk priesterlijke ambities, waarbij ik aanteken dat ik niet wist wat celibaat was.‘ De vanzelfprekendheid van het christelijke wereldbeeld uit die jaren is mij nog altijd dierbaar. Toen waren we onsterfelijk, maar we wisten het niet.’ – Bert Keizer

Marie Huana besprak in haar allerfraaist blog hetzelfde thema. Met toepasselijke beelden en bondige maar spitse commentaren. Een bezoekje is dan ook een heerlijke verpozing. Klik op ‘Memento Mori?’ hieronder. Wil je heel haar blog bekijken dan klik je Marie Huana onderaan.

Angelus Novus Aquarel Paul Klee

“Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. De Nieuwe Engel. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één enkele catastrofe en daarin wordt zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan stuiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort, de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin vóór hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.”


— Walter Benjamin: Over het concept van de geschiedenis (1940), These IX 1

Foto door Pixabay

Walter Benjamin (1892-1940) heeft de tweede wereldoorlog niet overleefd. Zij, de kinderen die tijdens en net na de oorlog werden geboren wel. Wat nu een beetje smalend de babyboom wordt genoemd, waren de kinderen van een nieuwe toekomst voor wie een ‘nooit-meer-oorlog een statement was, althans in de hoofden van de ouders, ondanks de tegenstellingen tussen wat wit en zwart werd genoemd. De ware verschrikkingen drongen vaak pas veel later door, zekere het lot van de Joodse families. Eens de geallieerde troepen Europa hadden verlaten werd vaak in alle stilte weer aangesloten bij de levenswijze van de dertiger jaren, alvast op religieus en moreel vlak. Het zou tot in de zestiger jaren duren om de volle omvang van de verschrikkingen duidelijk te maken. ( cfr.De Auschwitzprocessen 1963-1965)

For Benjamin, the whole world was material for criticism.
Illustration by Ralph Steadman

Al waren zij met velen, de kinderen op de rand van – en kort na de oorlog, maar noch in de kleuterschool (de bewaarschool) noch bij bij de Broeders in de lagere school had hij ooit het gevoel te verdrinken in klassen die vaak meer dan 55 kinderen telden. Hij denkt dat alles trager ging, dat de betovering van de talrijke (bijbel)verhalen en het vele handwerk hen voortdurend uitnodigden om intens bezig te zijn met nieuwe vaardigheden.

uit ‘Het Bezemklokje’ 2018 Foto bewaarschool-klasje van Truus Van Gestel 1945-46 Kinderen braaf handjes op de rug. Links op de voorste bank in de middenrij zit Truus.


Het leren lezen en schrijven in de laatste kleuterklas gaf je bij het begin van het eerste leerjaar in de lagere school een zekere voorsprong maar die werd deskundig besteed door je maatjes letters en woorden bij te brengen.
Een kind had een drukke dag in de vijftiger jaren. Vroeg opstaan, naar de mis gaan, terug naar huis en ontbijten, met je maatje naar school wandelen, lopen, springen, tot twaalf uur de klas in, terug naar huis om te middagmalen, en met een snoepje uit de Ovomaltine-doos weer naar school, lesjes, speeltijd nog een lesje en eventueel studie zodat het tijdens de eerste maanden van het schooljaar steeds donkerder werd eer je thuiskwam waar het avondeten op je wachtte en je daarna onmiddellijk onder de klassieke wol belandde. Dinsdag- en dondernamiddag was je vrij, maar zaterdag telde als schooldag waar bij thuiskomst het bad – bed de dag afrondde, al mocht je sinds 1953 bij va-va nog even televisie kijken tot het nieuws begon. Met de vakantie ging je naar de vakantieschool, elke dag in het Raadsheren-park rondhossen: water, zavel, bossen en je eigen gangen kunnen gaan.
Aan de horizon verscheen 1956: verhuis naar de kostschool om er Latijn en Grieks te studeren. Het leven met 650 jongens in een tijd die uit zijn voegen gaat barsten. En zij barstten mee. Op de hen toegelaten manier. Maar tot die tijd waren zij onsterfelijk. De oorlogskinderen.

Moeder Gabriel, de overste van de kloostergemeenschap, was ook de directrice van de school en in die functie verwelkomde zij elke morgen en namiddag de kinderen bij het binnenkomen. Je kon toen in de Beekstraat niet blijven eten op school, de kinderen gingen ’s middags naar huis en kwamen daarna weer terug. Moeder Gabriel zat achter een tafeltje op een klein verhoog vooraan in de lange brede gang en kende alle kinderen met voor- en familienaam. Boven haar hoofd hing aan de muur een grote bel met trekkoord om het begin en het einde van de klasactiviteiten in te luiden.

(Truus Van Gestel Het Bezemklokje  2018)
Schoolfoto uit de Bewaarschool. De 2 broertjes in 1949. Niet copiëren aub. Op de vraag waarom het jongste broertje zo lelijk keek, antwoordde hij: “Die fotograaf keek ook heel lelijk!”
En natuurlijk ook allerlei handvaardigheidsoefeningen: lapjes stof pluizen, figuurtjes prikken uit glanzend gekleurd papier met een scherpe priknaald en op een plat kussentje dat wel eens onder het papier wegschoof, scheepjes, bloemvaasjes of kleertjes vouwen eveneens uit glanzend gekleurd papier, matjes weven in, jawel, glanzend gekleurd papier verticaal ingesneden om er met een metalen weef-pen en reepjes glanzend gekleurd papier in een contrasterende kleur een mooi figuurtje mee te maken. Met glanzend gekleurd papier werd ook geknipt en gescheurd, met kleurpotloden moest je leren binnen de lijntjes te kleuren en de lijmpot was ook nooit ver weg, want einde schooljaar moest elke kleuter een "Mijn album" af hebben. In de derde kleuterklas leerde ik ook met een griffel tekenen en letters schrijven op een echte lei met houten kadertje rond de leisteen.  (Truus van Gestel)
bakelieten sponsdoosje

Je kon je lei telkens weer afvegen met dat allerzachtste sponsje dat je in een mooi bakelieten doosje opborg. Je dacht dat het je letters bijhield maar wie kende het geheim om hen weer op je lei te toveren? Je tekende een sterrenhemel waarin elke ster een letter was. Je ontdekte heel vroeg geheimschriften waarmee je toverspreuken bewaarde voor kwade dagen of als je bang was in het donker. Daarna kwamen boeken. En letterdozen waarmee je zelf piepkleine verhaaltjes kon stempelen. En…

Foto door Admiral General M.

En de verhalen hoe God de wereld schiep. Een paradijs. Tot het drama met de fruitboom en een sprekende slang. Het vlammende zwaard van de engel bij de uitgang. Hel, hemel en vagevuur. De zondvloed. De stenen tafelen om maar enkele toppers te noemen, alsof zuster Anna er zelf was bij geweest. Daniël in de leeuwenkuil. Jonas in de walvis. Hij denkt wel eens dat hun manier van vertellen aan de basis van zijn latere eigen verhalen lag.

Na de vertelling mochten zij hun hoofdje op de bank leggen en even slapen terwijl de zuster langs de rijen liep . Hij loerde naar Daniël en hij knipoogde even voor hij in zijn droom tegen een leeuw aan schurkte. Hij sloot zijn ogen en besloot aan een ark te beginnen om later Daniël en zijn leeuwen op te halen voor zij zouden verdrinken.

Vroeger waren we onsterfelijk? Hadden we maar ietsje meer onsterfelijkheid in onze macht om diegenen onder ons te behouden die ons te vroeg ontvallen. Martine Tanghe, moeder aller nieuwsankers, werd zij bij haar pensioen genoemd. De vervlechting van kunde en warme menselijkheid, van taalvaardigheid en stille concentratie, van de glimlach en mateloze inzet. Blijf ons nabij.

Martine met kleinzoon

Kriskras

Foto door cottonbro studio

Vraag je bij welke woordsoort ‘kriskras’ thuishoort dan zul je zelden het antwoord ‘bijwoord van richting’ horen, voor dit duidelijk begrip, de eerste maal beschreven als ‘kriskras’ in 1902.

(Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Veen, Amsterdam / Antwerpen 2002 (tweede druk)

Het begrip achter kriskras (in allerlei richtingen) is misschien graag gezien als je vloeibare activiteiten wil beschrijven, (moleculen bewegen kriskas door elkaar, maar ze kleven nog wel aan elkaar.) maar roep je echter met gesloten ogen een beeld op van een woon-of kinderkamer waar ditzelfde ‘bijwoord van richting’ van toepassing is, dan begrijpt iedereen een zekere onrust die een ordentelijk afsluiten van de dag massief in de weg staat.

Het is dan ook niet het goede moment om het te hebben over de chaostheorie:

De officiële naam binnen de wiskunde is dynamische systemen. Het onderzoekt omstandigheden waarbij deterministische chaos optreedt en welke eigenschappen die heeft. Het begrip chaos heeft hierbij een technische betekenis, te onderscheiden van het losse alledaagse woordgebruik. Deterministische chaos betekent dat de schijnbare wanorde toch exact bepaald is en geordend tot stand komt volgens een algoritme of rekenregel. Bijvoorbeeld een differentiaalvergelijking of recursie. 

Vertaal je dat naar een bekend verhaal dan hoor je één van de duizenden scheppingsverhalen vertellen.

Chaos (Grieks: gapende ruimte). Het grote niets. Een onmetelijke zwarte, lege ruimte zonder begin en zonder eind. Voor de Chaos bestond er niets. De Chaos is het begin van alles, het begin van de tijd en het begin van de wereld. Wel bevat de Chaos de vijf oerelementen waaruit alles later zou ontstaan. De Chaos wordt over het algemeen als onzijdig aangeduid. Ook bekend als de Baaierd. (Historiek 30 okt 2021)
Holland, published 1589 Book: Metamorphoses by Ovid, book 1, plate 1, title page Prints; engravings. (klik op onderschrift om te vergroten)

Hoor je mij voorzichtig pleiten voor een meer ‘chaotisch’ denken? Laten we het als aandacht beschouwen voor het durvend door elkaar mengen van bekende, intussen misschien al bevroren vaststellingen die door een ‘chaotische’ behandeling soms nieuwe vergezichten opleveren, waar naast logica, ook associërend denken niet als tegenstelling maar als aanvulling kan gebruikt worden. Sommigen menen dat associëren een soort ‘kriskras’-denken voorstelt, terwijl bij nader toezien verwijzingen en verbanden ontstaan die in een gewoon logisch denken onzichtbaar blijven, ja onbestaand en zelfs onnodig worden geacht.

Dana-Schutz-Ear-on-fire

Kijk je naar de praktijk van klassieke redenaars dan merk je dat zij associaties gebruiken om hun betoog te kunnen memoriseren. Stel je een huis voor en leg een voorwerp in de gang, een ander op de trappen, enz. Je geheugen gebruikt de voorwerpen om dat deel van je ontwikkeling te kunnen onthouden en te verbinden via het volgende voorwerp. Hier zijn associaties technieken net zoals ze bij brainstorming functioneren. In een gedicht echter dienen ze als kern van de ontwikkeling, is hun verschijnen de stuwing van het poëtisch aanvoelen. Een mooi voorbeeld met een Engels gedicht van Emily Dickinson.

Tell all the truth but tell it slant

Tell all the truth but tell it slant —
Success in CIRCUIT lies
Too bright for our infirm Delight
The Truth's superb surprise
As Lightning to the Children eased
With explanation kind
The Truth must dazzle gradually
                Or every man be blind —

Source: The Poems of Emily Dickinson: Reading Edition (The Belknap Press of Harvard University Press, 1998)

De vertalingen van Michel Klarenbeek en Peter Verstegen:

Zeg heel de Waarheid, maar subtiel

Zeg heel de waarheid, maar subtiel -
Met omslag heeft succes
Te fel is voor ons zwak gezicht
De Waarheid, die subliem verrast
Als bliksem voor het kind verzacht
Met uitleg van een vriend
Zij Waarheid langzaam licht
                Of iedereen wordt blind -

vertaling: Michel Klarenbeek


Zeg heel de Waarheid zijdelings

Zeg heel de Waarheid zijdelings-
Een OMWEG voert naar 't doel-
Te fel is Waarheids grootste schok
Voor ons krank Lustgevoel
Als bliksem rustig uitgelegd
Aan het beangstigde Kind
Moet Waarheid lichten gaandeweg
                 Of anders maakt zij blind.

Vertaling: Peter Verstegen

Zonder dat iemand het wist, heeft ED in een groot landhuis in Amherst, een Amerikaans boerengat, gedichten zitten schrijven. Pas na haar dood vond Lavina, haar zus, in een kersenhouten ladenkast ( "zoals dat hoort", schrijft recensent Tjerk de Reus), maar liefst 1800 (!) gedichten. Tijdens Emily’s leven werden er twee gepubliceerd; en dat ook nog eens tegen haar wil. Wel stuurde ze zo’n 200 gedichten naar anderen, dus haar dichterschap bleef niet geheel onopgemerkt.
Vanwege het enorme aantal verscheen pas in 1955 de eerste complete uitgave van haar werk

Evelien de Nooijer Alting 

https://over-boeken.blogspot.com/2011/08/verzamelde-gedichten-emily-dickinson.html

De waarheid, ja de waarheid: Quid est veritas? horen we Pilatus vertwijfeld vragen. (Joh. 18:37-38)
De associaties van de omweg, de bliksem, het verhaal voor het bange kind.
Die doen de waarheid gaandeweg lichten, om ons niet in één keer blind te maken.
Hoe mooi dit eenvoudig vervlechten van deze enkele beelden om het geleidelijke als enig alternatief zichtbaar te maken.

De chaos van de te felle bliksems.
Het beeld van het bange kind.
Laten we een omweg gebruiken.
Rustig de bliksem uitleggen.
Beetje bij beetje zal de waarheid kunnen lichten zonder te verblinden.

Het kriskras is hier een innerlijk kriskras geworden, een binnenstormen van de wetenschap dat wij dood gaan, elk kind dat we op de wereld zetten ook aan diezelfde dood uitleveren, en …zie en voel je de bliksems in onze donkerste nachten?
Aan het werk kunstenaars, muzikanten, beeldhouwers, wetenschappers, laten we krachten samenbrengen om niet alleen de schrik voor het hevige onweer te kunnen duiden, maar de verhalen te vertellen waarin we elkaar het geleidelijk licht schenken dat ook vriendschap en liefde als naam kan dragen, ondanks ons krank lustgevoel. ’t Was lang genoeg een dooie boel. Naar de ateliers!

Split the Lark — and you'll find the Music —
Bulb after Bulb, in Silver rolled —
Scantilly dealt to the Summer Morning
Saved for your Ear when Lutes be old.

Loose the Flood — you shall find it patent —
Gush after Gush, reserved for you —
Scarlet Experiment! Sceptic Thomas!
Now, do you doubt that your Bird was true?