Zoeken en/of vervloeken?

Mochten we vervloekingen, uitgesproken of in stilte bedacht, in energie kunnen omzetten, dan zouden we waarschijnlijk lange tijd in licht en warmte kunnen baden, tenzij de inhoud ervan ook werkelijk werd toegepast zodat eerder een helse leegte, een uitgestorven maar goed gevuld en danig verlicht slagveld het resultaat zou zijn. Die morbide rol heeft de beeldende kunst vaak overgenomen.

Fragment met burijngravure uit de reeks ‘de tastzin’ ‘de vijf zintuigen’ Frederick Bloemaert A’dam naar Nicolaas I Visscher 1614-1617 MSK Gent
De profeet Elisa, links op de achtergrond, vervloekt de kinderen die hem bespotten. Als straf worden deze jochies door beren verslonden.

Een vloek in de betekenis van "onheilsbezwering" is een meestal geritualiseerd gebaar of gezegde met de bedoeling een persoon of een plaats kwaad te berokkenen. Motieven daarbij zijn woede of een verlangen om te straffen of om zich te wreken. (Wikipedia)

Het tegenovergestelde van de vloek is de zegen. De studie van de verschillende vormen van vervloekingen behoort zowel tot het domein van het volksgeloof als van de folklore. Vaak maakt het met opzet uitspreken van vervloekingen deel uit van de praktijk van de magie. (idem)
Samuel verwenst Saul. Hans Holbein de Jongere. Klik op onderschrift om te vergroten.

Met de vervloeking van de eerste mensen Adam en Eva, terwijl zij uit het paradijs werden gejaagd, begint een bijna ononderbroken rij soortgelijke onvriendelijkheden die voortdurend in literatuur en beeldende kunsten zullen meespelen. De Zwitser Henry Fuseli schildert in 1768 de blinde Oedipus die hier zijn zoon Polyneikes vervloekt. Een scene uit ‘Oedipus te Kolonos’, het laatste toneelstuk van de al oude Sophocles.

Henry Fuseli (1741-1825) 1786. Oedipus cursing his son Polynices National Gallery of Art.



Fuseli’s own pessimism and fascination with the extremes of human passion are evident. He heightened the intensity of this scene from Sophocles’ Oedipus at Colonus by placing Oedipus and his children in a dark, shallow space. The tragedy of the father’s curse is played out through the gestures of the four figures. Polynices, who had expelled his blind father from Thebes and left him to live as a beggar, has come to ask his father’s support in overthrowing his brother. Oedipus, enraged at his son’s request, stretches out his accusing arms and levies his dreadful curse, by which each son would die at the hands of the other. Ismene, weak and despairing, kneels with her head on her father’s knee. Antigone, whose strength and determination have kept her father alive, is highlighted above the terrible drama as she reaches out to protect her brother with one hand and restrain Oedipus with the other. Her gesture, however heroic, is futile. (National Gallery of Art)

Kostuumontwerp voor Theseus

Fuseli’s eigen pessimisme en fascinatie voor de uitersten van menselijke passie zijn duidelijk. Hij verhoogde de intensiteit van deze scène uit Sophocles’ Oedipus te Colonus door Oedipus en zijn kinderen in een donkere, ondiepe ruimte te plaatsen. De tragedie van de vloek van de vader wordt uitgespeeld door de gebaren van de vier figuren. Polyneikes, die zijn blinde vader uit Thebe had verdreven en hem als bedelaar achterliet, komt zijn vader om steun vragen om zijn broer Eteocles ten val te brengen. Oedipus, woedend over het verzoek van zijn zoon, strekt zijn beschuldigende armen uit en spreekt zijn vreselijke vloek uit, waardoor elke zoon zou sterven door toedoen van de ander. Ismene, zwak en wanhopig, knielt met haar hoofd op de knie van haar vader. Antigone, wier kracht en vastberadenheid haar vader in leven hebben gehouden, wordt boven het vreselijke drama uitgelicht als ze haar hand uitsteekt om haar broer met de ene hand te beschermen en Oedipus met de andere hand in bedwang te houden. Haar gebaar, hoe heroïsch ook, is vergeefs.

Oedipus at Colonus. Jean-Baptiste Hugues

De filosoof Baruch (Benedictus de) Spinoza 1632-1677) politiek denker en exegeet uit de Gouden Eeuw wordt beschouwd als een van de grondleggers van het rationalisme en een van de inspiratoren van de Verlichting.

Op 27 juli 1656 werd in de synagoge van de Portugees-Israëlietische Gemeente aan de Houtgracht in Amsterdam de cherem (meestal vertaald als banvloek; zie ook anathema) tegen “Baruch Espinoza” uitgesproken waarmee hij uit de Sefardische gemeenschap werd verstoten. De Portugese tekst, die bewaard is gebleven in het Escamoth, het register van besluiten en reglementen van de joodse gemeente, bestond uit drie delen: na de aanklacht waarin Spinoza werd beschuldigd van más opinioins e obras (verderfelijke ideeën en handelingen), volgde zijn verstoting en vervloeking met teksten uit de Thora. Tot slot kregen de leden van de gemeenschap de waarschuwing dat ze bij Spinoza uit de buurt moesten blijven en geen zaken met hem mochten doen. Ook zijn familieleden mochten geen contact meer met hem hebben of hem op wat voor manier dan ook ondersteunen. De verstoting werd uitgesproken door de parnassim van de joodse gemeente, zoals in de Amsterdamse gemeenschap gebruikelijk was. Spinoza is waarschijnlijk niet zelf bij de uitspraak aanwezig geweest. (Wikipedia).

De tekst van de ‘verstoting’ is onder het beeld van deze unieke denker te raadplegen.

Beeld van Spinoza in Den Haag


"Volgens het besluit der Engelen en het oordeel der Heiligen bannen, verstoten, verwensen en vervloeken wij Baruch de Espinoza, met toestemming van den Heiligen God en met toestemming dezer ganse heilige gemeente, voor de heilige Boeken der Wet met de 613 voorschriften, die daarin opgetekend zijn, met de ban, waarmee Jozua Jericho bande, met de vloek waarmee Eliza de knapen vervloekte, en met al de verwensingen, die in de Wet geschreven staan. Vervloekt zij hij bij dag en vervloekt zij hij bij nacht; vervloekt zij hij wanneer hij zich neerlegt, en vervloekt zij hij, wanneer hij opstaat; vervloekt zij hij, als hij uitgaat, en vervloekt zij hij, als hij binnenkomt. Moge God hem geen vergiffenis willen schenken. De toorn en gramschap des Heren zal tegen dezen mens ontbranden en op hem werpen alle vloeken, die in het Boek der Wet geschreven staan. En de Heer zal zijn naam onder de Hemel uitwissen en de Heer zal hem tot zijn verderf uitscheiden uit alle stammen Israëls met alle vloeken des Hemels, die in het Boek der Wet geschreven staan. Gij evenwel, die Gij den Heer uwen God aanhangt, Gij leeft heden altemaal."

Benedictus de Spinoza. Franz Wulfhagen 1664

Zelfs de kind-verslindende beren werden nog geciteerd. Jan & Annie Romein beschreven dit in hun serie ‘Erflaters van onze beschaving’ (1977) waarin zij over de toenmalige Joodse gemeente schreven:

"Van nog groter belang echter zal geweest zijn, dat juist deze joodse gemeente minder dan welke andere ook zich onverschillig tegenover afwijkingen kon betonen, omdat zij, traditieloos als zij in wezen was, meer dan andere aan de traditie moest hechten. Een en twee generaties terug immers waren al deze joden in Spanje en Portugal nog katholiek geweest, zij het dan gedwongen, en eenmaal in het vrije Nederland konden deze maranen, zoals zij heetten, de verachting van de echte katholieken en de zelfverachting die daarvan het gevolg was geweest, slechts afschudden door zich tastend en zoekend opnieuw zo diep mogelijk in het traditionalisme van het echte jodendom te verbergen. Tastend en zoekend, want er laten zich duidelijk twee richtingen onderscheiden, de Portugese van de humanistisch gezinde Menasse ben Israël - de zogenaamde Sephardim - en de oostjoodse van Saul Levi Morteira - de zogenaamde Asjkenasim, een tegenstelling die, wat haar sociaal aspect betreft, zich zelfs tot op deze dag onder de Amsterdamse joden heeft gehandhaafd."

Lees ‘Erflaters van onze beschaving (1977). Jan Romein, Annie Romein-Verschoor “Nederlandse gestalten uit zes eeuwen – Benedictus Spinoza”

https://www.dbnl.org/tekst/rome002erfl01_01/rome002erfl01_01_0019.php

De cherem uit 1656, waarmee het synagogebestuur Spinoza verbande uit de Joodse gemeenschap. Foto: Stadsarchief Amsterdam

Blijkbaar is zo’n ‘banvloek’ in alle religies thuis zoals de nare ervaringen van auteur Salman Rushdie bewijzen. Maar ook de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran wist zijn diepe ontgoocheling over de wereld om te zetten in een oeuvre waarvan, volgens Jan Postma in de Morgen, ieder boek als ‘een uitgestelde zelfmoord’ geldt.

Voor (auteur) Cioran (boek: Bekentenissen & Banvloeken) was het duidelijk: wij mensen zijn vóór alles belachelijke wezens, en alles wat we doen is ten diepste lachwekkend. Onze aardse ambities en verheven verlangens, al ons wereldse streven en al onze geloofsijver, onze lage gevoelens en hoogmoedige rationaliseringen, de potsierlijke toneelstukjes die we opvoeren voor anderen en de niet minder bespottelijke leugens die we onszelf vertellen om ons staande te kunnen houden te midden van alles wat we maar half of eigenlijk helemaal niet begrijpen.
Mooi is de reactie van Peter Sloterdijk, die in Cioran ‘een dubbelganger van Heidegger’ ziet (iemand die niet tot de conclusie kwam dat ‘denken danken wil zeggen’, maar in plaats daarvan ‘de zwartgnostische antithese’ uitwerkte dat ‘denken zich-wreken betekent’) schrijft over de therapeutische werking van Ciorans geschriften: ‘Hun helderheid in de verlatenheid immuniseert tegen de verleiding zich vormeloos gewonnen te geven.’
Cioran vond dat we alleen boeken zouden moeten schrijven om de dingen te zeggen die we niemand durven toe te vertrouwen. Wat durfde hij niemand toe te vertrouwen? Hoe diep hij geloofde dat alles ijdel en vergeefs is, denk ik, en hoe vrij ons dat maakt. Zijn oeuvre is het enige in de geschiedenis van de literatuur dat geen bouwwerk is maar een schroothoop. En zo het enige geloofwaardige monument voor een betekenisloze wereld.

(De Groene Amsterdammer 16 november 2022)

Paul Fuhrmann, ‘De geest van de tijd’ (1927). bpk/Staatliche Schlösser, Gärten und Kunstsammlungen Mecklenburg-Vorpommern/Hugo Maertens

Gentse verwensingen (een oud document dat wel) zijn in ruime mate aanwezig in “Krijgt de jukte woar dadde nie kunt scharte!”

Lees:

https://openjournals.ugent.be/gt/article/68932/galley/193176/view

Steeds als Heraclitus de deur uitging en al die mensen zag die een ellendig leven hadden – of beter gezegd ellendig ten onder gingen – weende hij, en had hij medelijden met iedereen die hij tegenkwam, zelfs als die blij en gelukkig waren. […] Van Democritus daarentegen wordt gezegd dat hij zich alleen maar lachend in het openbaar vertoonde; ja, zelfs handelingen die in
alle ernst werden verricht nam hij volstrekt niet serieus. Waar is hier ergens plaats voor woede? Alles is om te lachen of om te wenen.
(Seneca. Verder: De tranquillitate animi 15.2, 3)
Georg Scholz, ‘Nachtelijk lawaai’ (1919).

“Ik acht het niet nodig hier alle eigenschappen van de geestkracht afzonderlijk te bewijzen, en al helemaal niet dat een mens met geestkracht niemand haat, op niemand kwaad wordt, jaloers of verontwaardigd is, niemand veracht en volstrekt niet hovaardig is. […] Haat moet integendeel door liefde worden overwonnen, en ieder die door de rede wordt geleid wenst dat het goed dat hij voor zichzelf nastreeft ook de anderen te beurt valt. Daar komt nog bij […] dat iemand met geestkracht allereerst het volgende overweegt, dat alles volgt uit de noodzakelijkheid van de goddelijke aard, en dat derhalve dat waarvan hij denkt dat het onaangenaam en slecht is, alsmede wat goddeloos, afschuwelijk, onrechtvaardig en schandelijk schijnt, hiervandaan komt, dat hij de dingen verward, verminkt en ongeordend begrijpt. En om die reden zal hij vooral proberen de dingen te begrijpen zoals ze in zichzelf zijn en zich te ontdoen van wat de ware kennis belemmert, zoals daar zijn haat, woede, nijd, hoon, hovaardij en dergelijke meer, waarop ik het in het voorgaande heb gewezen. En zo streeft hij ernaar zoveel als in zijn vermogen ligt wel te doen, zoals men zegt, en zich te verheugen.” (Spinoza)

Spinoza’s advies ‘het menselijk handelen niet te bespotten, niet te betreuren, noch te verwensen, maar te begrijpen’ is geen pleidooi voor het ontkennen of onderdrukken van de affecten, maar een wijsgerig programma dat tot doel heeft de passies te transformeren tot gevoelens waar we sterker en gelukkiger van worden.

(Uit: ‘Niet bespotten, niet betreuren, noch verwensen, maar begrijpen…’ Lezing op Spinozadag van de Amerdamse Spinozakring ‘Spinoza en het verschil’. 14 november 2010. Piet Steenbakkers)



“I always preserve the natural right in its entirety and I hold that the sovereign power in a State has right over a subject only in proportion to the excess of its power over that of a subject.”

"Ik behoud altijd het natuurlijk recht in zijn geheel en ik houd vol dat de soevereine macht in een staat alleen recht heeft over een onderdaan in verhouding tot de overmaat van zijn macht over die van een onderdaan."

Spinoza, Epistle-Brief 50


Verzoeken of vervloeken? Vragen stellen of elke twijfel monddood maken? Of met een oude spreuk: Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken.

Jo van Cauter: Spinoza: Geluksleer, verhandeling ingediend tot het behalen van de graad van Master in de Wijsbegeerte (Prof. dr. Johan Braeckman)

Spinoza begreep echter dat een totale en volmaakte kennis van de natuur – van de oneindige oorzaak en gevolg ketens – buiten het menselijk vermogen ligt. Ons begrijpen is in de woorden van Herman De Dijn niet echt ons begrijpen: “we bezitten niet want we zijn onderdeel, we zijn niets anders dan
een onophoudelijke poging om te begrijpen”. Het menselijk vermogen is beperkt, we zijn niet in staat in alle gevallen de uitwendige dingen voor ons bruikbaar te maken.
Toch kunnen we proberen die gebeurtenissen voor de geest te halen waarvan we menen dat ze hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van Spinoza en diens gedachtegoed. Een moeilijke taak, maar één die ons wel eens met blijdschap zou kunnen vervullen. (Citaat uit deze verhandeling)

Ill. The Critic

Ook een vroegere bijdrage is een mooie aanvulling

Robert Desnos: J’ ai tant rêvé de toi

Met de nasmaak van Valentijn? Of toch, eerlijk, geënt op hetzelfde verlangen -maar in de diepte of de hoogte, deze klassieker, dit surrealistisch doorvoelen van wat vrijwel niet in taal of beeld is uit te drukken, geschreven door een man die in 1945 in het concentratiekamp van Terezin, Theresienstadt aan tyfus sterft: dichter, schrijver Robert Desnos. (1900-1945)

'Ainsi Robert Desnos sortait-il de l'anonymat d'un simple numéro de matricule tatoué sur son bras. À peine la nouvelle de sa mort était-elle connue qu'une légende prit naissance. D'un poème qu'il avait écrit en 1926 J'ai tant rêvé de toi, la dernière strophe, à travers des traductions en tchèque et en français, devint pour la conscience collective l'ultime message du poète à la femme aimée sous le titre Le Dernier Poème. La voix de Robert Desnos résonne désormais dans un poème qui a cessé de lui appartenir pour devenir la voix de tous.' (Robert Desnos Association)

'J' ai tant rêvé de toi.'



J’ai tant rêvé de toi que tu perds ta réalité.
Est-il encore temps d’atteindre ce corps vivant
et de baiser sur cette bouche la naissance
de la voix qui m’est chère ?
J’ai tant rêvé de toi que mes bras habitués en étreignant ton ombre
à se croiser sur ma poitrine ne se plieraient pas
au contour de ton corps, peut-être.
Et que, devant l’apparence réelle de ce qui me hante
et me gouverne depuis des jours et des années
je deviendrais une ombre sans doute,
Ô balances sentimentales.

J’ai tant rêvé de toi qu’il n’est plus temps sans doute que je m’éveille.
Je dors debout, le corps exposé à toutes les apparences de la vie
et de l’amour et toi, la seule qui compte aujourd’hui pour moi,
je pourrais moins toucher ton front et tes lèvres que les premières lèvres
et le premier front venu.

J’ai tant rêvé de toi, tant marché, parlé, couché avec ton fantôme
qu’il ne me reste plus peut-être, et pourtant,
qu’à être fantôme parmi les fantômes et plus ombre cent fois
que l’ombre qui se promène et se promènera allègrement
sur le cadran solaire de ta vie.

Robert Desnos “A la mystérieuse”, in Corps et Biens, 1930

Kijk naar de geanimeerde kortfilm, groot scherm aangeraden:


Ik heb zoveel van je gedroomd dat je je realiteit aan het verliezen bent.
Is er nog tijd om dit levende lichaam te bereiken
en op deze mond de geboorte te kussen
van de stem die mij dierbaar is?
Ik heb zoveel van je gedroomd dat mijn armen, gewend om je schaduw te omarmen
te kruisen over mijn borst, niet wilden buigen
naar de contouren van je lichaam, misschien.
En dat, geconfronteerd met de echte verschijning van wat me heeft achtervolgd
en me al dagen en jaren beheerst
Ik ongetwijfeld een schaduw zou worden,
Oh sentimentele weegschaal.

Ik heb zoveel van je gedroomd dat er waarschijnlijk geen tijd meer voor me is om wakker te worden.
Ik slaap rechtop, mijn lichaam blootgesteld aan alle verschijningen van het leven
en van de liefde en jij, de enige die er vandaag voor mij toe doet,
Ik zal je voorhoofd en lippen minder snel aanraken dan de eerste lippen
en het eerste voorhoofd dat voorbij komt.

Ik heb zoveel van je gedroomd, zoveel met je geest gelopen, gepraat en geslapen
dat er voor mij misschien niets anders overblijft, en toch
maar om een geest onder de geesten te zijn en honderd keer meer een schaduw
dan de schaduw die dwaalt en gelukkig zal dwalen
op de zonnewijzer van je leven.

Robert Desnos (1900-1945)
Marc Chagall, Around Her, 1945. Oil on canvas, 131 × 109.5 cm. Centre Pompidou, Paris, Musée national d’art moderne
I’ve dreamed of you so much

I’ve dreamed of you so much that you are losing your reality.
Is there still time to touch this living body
And to plant on this mouth the birth
Of the voice that I hold dear?

I’ve dreamed of you so much that my arms accustomed
In embracing your shadow to crossing over my chest would not reach
Around your body, perhaps.
And that, before the real semblance of what has haunted
And governed me for days and years,
I would become a shadow, doubtless.
Oh sentimental hesitations.

I’ve dreamed of you so much that there is
Doubtless not time for me to wake up now.
I sleep standing up, my body exposed
To all semblance of life
And love and you, the only one
Who matters to me now,
I would be less able to touch your forehead
And your lips than the first lips
And first forehead to come my way.

I’ve dreamed of you so much, walked, spoken,
Slept with your ghost so much
That all that remains for me to do perhaps,
And yet, is to be a ghost
Among the ghosts and a hundred times
More shadow than the shadow which strolls
And will stroll blithely
On the sundial of your life.
Les comptes du poète (crayon sur papier). Robert Desnos



De eerste gedichten van Desnos (onder invloed van Rimbaud) verschenen al in 1917 in La Tribune des Jeunes. Door Benjamin Péret werd hij vervolgens geïntroduceerd in het dadaïstische en surrealistische milieu van Parijs (André Breton, Louis Aragon, Paul Eluard). Het resulteert in de poëziebundel Rose Sélavy (1922-1923), waarin hij een lans breekt voor de ‘écriture automatique’ en de droomwereld gebruikt als sleutel naar het onderbewuste. Ook Corps et Biens (1930) bevat veel van dergelijke experimenten en kan gelden als typisch voor wat de surrealisten in de jaren 1920-1930 zochten en beproefden. In 1930 brak Desnos echter met Breton en zijn medestanders, stellende dat hij zich niet meer kon vinden in het tot systeem gevonden surrealisme. (Wikipedia)


De dichter Robert Desnos schreef op 8 februari 1944 in zijn dagboek: ‘Wat ik hier of elders schrijf zal in de toekomst zonder enige twijfel maar een paar nieuwsgierigen, verspreid over de jaren, interesseren.

Om de vijfentwintig of dertig jaar zal men in vertrouwelijke publicaties mijn naam en een paar fragmenten uit mijn werk, steeds dezelfde, naar voren brengen. De gedichten voor kinderen zullen iets langer overleven dan de rest. Ik behoor toe aan het hoofdstuk van de beperkte belangstelling. Maar dat zal langer duren dan veel van huidige schrijfsels’.

(Dick Broer, Robert Desnos, de onbekende)


 Zeg voor mij gedag aan het meisje van de brug
aan het kleine meisje dat van die mooie liedjes zingt
aan mijn boezemvriend die ik verwaarloosd heb
aan mijn eerste minnares
aan hen die haar je weet wel hebben gekend
aan mijn echte vrienden hen zal je gemakkelijk herkennen
aan mijn zwaard van glas
aan mijn sirene van was
aan de monsters aan mijn bed
Wat jou betreft waar ik meer dan wat ook ter wereld van hou
Ik zeg je nog geen gedag
Ik zal je weer zien
Maar ik ben bang dat ik je nog maar even kan zien

(fragment uit het lange gedicht Siramour uit 1942)


Twee kleine bijlagen (3:19″): ‘The description of a dream: ook in de radiostudio was hij thuis. In 1938 maakt hij er onder de algemene noemer ‘Fantomas’ ‘The house of hidden knowledge, of de geschiedenis van een droom, een verhaal met geluiden en muziekfragmenten. In een blog waar het ‘hoorspel’ in al zijn gedaanten thuis is mag dit niet ontbreken.


Desnos was een flamboyante verschijning in het Parijs van het interbellum. Niet alleen bewoog hij zich te midden van avant-gardistische schrijvers, maar ook schreef hij scenario’s voor experimentele films, zoals Emak Bakia (1927) en L’étoile de mer (1928) van Man Ray. Hij was veelvuldig te zien in het uitgaansleven, werd zwaar verliefd op chanteuse Yvonne George en trouwde met de extravagante Youki Foujita. In de jaren dertig had Desnos ook een spraakmakend radioprogramma op de nationale, genaamd ‘Fantomas’. Hij was bevriend met artistieke grootheden als Pablo Picasso, Ernest Hemingway en John Dos Passos. (wikipedia)

Bezoek de (tanende) website:

https://web.archive.org/web/20100702080246/http://www.robertdesnos.asso.fr

Een beetje frisser, hedendaagser:

https://www.robertdesnos.com/biographie

Achter de titel van deze bijdrage, foto van Youki en Robert Desnos



“Que ferai-je à l’avenir? Si tous les projets ne se mesuraient à la longueur de la vie, je voudrais reprendre des études mathématiques et physiques délaissées depuis un quart de siècle, rapprendre cette belle langue. J’aurais alors l’ambition de faire de la “Poétique” un chapitre des mathématiques. Projet démesuré certes, mais dont la réussite ne porterait préjudice ni à l’inspiration, ni à l’intuition, ni à la sensualité. La Poésie n’est-elle pas aussi science des nombres?»

Robert Desnos. (Fortunes, 1942, nu Collection Poésie/Gallimard (nr 42) 1969)

Het zelfportret geportretteerd (1):

Zelfportret in een valiesje. Pawel Althamer

Het is draagbaar. De Poolse kunstenaar Pawel Althamer gebruikt meermaals het zelfportret als methode om verschillende vormen van het ego te verbeelden. Een zelfportret als ‘The Billy Goat’,’ als ‘People of the Earth’, als reusachtige ballon (“Balloon”) van een naakte man die sterk op de kunstenaar gelijkt, en boven de stad hangt, een project dat in 2010 in Zacheta Gallery in Brugge werd voorgesteld in een tentoonstelling van Luc Tuymans.

Für Paweł Althamer steht der künstlerische Prozess im engen Zusammenhang mit Selbstanalyse und Selbsterkenntnis. Rund die Hälfte der 40 Werke, die in der Ausstellung „Paweł Althamer. Lovis-Corinth-Preis 2022“ im Kunstforum Ostdeutsche Galerie gezeigt werden, sind Selbstporträts.

I believe this was one of the first times the aerostat had been displayed in the confines of an indoor environment, where it feels very claustrophobic to say the least. The image is done in the likeness of the artist himself, but blown up to such a scale, it portrays him in a less than flattering light. In fact, I felt a bit like Jonathan Swift confronting the Brobdingnagians for the first time, especially standing next to his…well genitals, and Swift’s disgust at seeing the human body magnified to such a scale. I wonder who looks more confined: the viewers or the giant figure hovering above them?
De kunstenaar zal weldra boven Milaan hangen.

Hoor ik de lezer uitroepen dat een dergelijke ‘zelfverheerlijking’ ongepast, ziekelijk of (u vult naar eigen keuze in)……………….!! zou zijn, dan is het feit dat wij per dag zo’n miljoen selfies maken daar een ruim voldoende antwoord op. (Verwacht wordt dat je er tijdens je leven zo’n 25.700 zou nemen)

Een fragment uit een roman van Virginia Woolf:

“Er verdwijnt nu iets uit mij: er verlaat mij iets om de naderende gestalte tegemoet te treden en het verzekert mij dat ik hem ken, voor ik zie wie het is. Hoe vreemd is de verandering die je ondergaat als een vriend zich, zelfs op een afstand, bij je voegt. Hoe nuttig is het dat het tot de taak van je vrienden behoort je tot de werkelijkheid terug te roepen. Maar hoe pijnlijk om teruggeroepen, om vermurwd te worden, om toe te laten dat je ik vervalst, vermengd, tot een deel van een ander gemaakt wordt. Terwijl hij nadert word ik niet mezelf, maar Neville vermengd met iemand anders- met wie? – met Bernard? Ja, het is Bernard en Bernard zal ik de vraag stellen. Wie ben ik?”

(Virginia Woolf. ‘De golven’, roman vert. Geraldine Franken A’dam 1985. De Bezige Bij)

Self-Portrait 1914 Sir Stanley Spencer 1891-1959 Bequeathed by Sir Edward Marsh through the Contemporary Art Society 1953 http://www.tate.org.uk/art/work/N06188
This is Spencer’s first self-portrait in oil paint, made when he was around 23 years old. He painted it over the course of nearly a year in the front bedroom of his family home in Cookham. Its dark, rich colours and strong sense of three dimensionality reflect his interest in 16th-century European painting. Spencer recalled that he was inspired to paint it in this way after seeing a reproduction of a head of Christ by Italian Renaissance artist Bernardino Luini (c.1480/82–1532). (Tate Collection)

En daarmee is de vraag gesteld waarmee het fragment uit ‘De Golven’ besloot: ’Wie ben ik?’ Niet alleen de vraag naar het wezen, de kunstenaar (es) als zichzelf, maar vooral in verbinding met de wereld waarin hij leeft of leefde. In welke mate hij/zij zich vermengde of met de tijd vermengd werd of zich daartegen verzette.

Sir Joshua Reynolds
by Sir Joshua Reynolds
oil on canvas, circa 1747-1749
25 in. x 29 1/4 in. (635 mm x 743 mm)
Purchased, 1858 National Portrait Gallery London

“De populariteit van kunstenaars die zich vermommen in zelfportretten kan worden toegeschreven aan ons onvermogen om tevreden te zijn met het spelen van slechts één rol in de kunst en in het leven. Als complexe wezens met een rijk innerlijk leven is één rol nauwelijks bevredigend. We zijn niet gemakkelijk te definiëren door één enkele identiteit. Het zelfportret stelt ons in staat om een wereld te creëren waarin we uitdrukking kunnen geven aan ons verleden, onderdrukte zelf, verlangens, kwalen van de geest, intellectuele interesses of om te fantaseren dat we iemand zijn die totaal anders is dan onszelf. Het gemaskerde zelfportret kan een ontsnapping zijn naar een wereld waarin we volledige creatieve controle hebben – niet verwonderlijk in een realiteit waarin we vaak het gevoel hebben dat we weinig controle hebben. We verlangen naar een wereld waarin we vrij zijn om te zijn wie we maar willen zijn.”

Holly Marie Armishaw-Contemporary Artist.
The Philosophy of Self-Portraiture in Contemporary Art

http://www.hollyarmishaw.com/the-philosophy-of-self-portraiture-in-contemporary-art—essay.html

Zelfportret tegen palet Charley Toorop (1891-1955)

Het zelfportret is het bepalende visuele genre geworden van ons bekentenistijdperk: de hoeveelheid contemporaine zelfportretten is domweg ontelbaar. Meer mensen, uit meer landen zijn meer dan ooit tevoren geïnteresseerd in zelfportretkunst. Het zelfportret heeft kerk, paleis, atelier, academie, museum, galerie, sokkel en lijst ver achter zich gelaten. Het internet wordt tegenwoordig overspoeld door fotografische en gefilmde zelfportretten, en scholieren moeten een zelfportret maken. Zelfportretten, zo wordt vaak gedacht — en gehoopt — bieden een 
geprivilegieerde toegang tot de ziel van het model en ondervangen zo de vervreemding en anonimiteit die veel mensen in de moderne geürbaniseerde samenleving ervaren. Echte zelfportretten (en portretten die daar ten onrechte voor zijn aangezien én namaak-zelfportretten) worden in Europa sinds de l6e eeuw verzameld en bewonderd. Maar de belangstelling van vroeger valt in het niet bij de obsessie met
 het zelfportret van de afgelopen veertig jaar. Tegenwoordig vind je overal ter wereld levende kunstenaars wier hele loopbaan is bepaald door de zelfportretkunst.

“Het Zelfportret, een culturele geschiedenis, James Hall, Librero NL. 2015”

Self-Portrait, 1933. Milena Pavlovic-Barili

Kijk verder bij deze mooie collectie:

https://www.arthistoryproject.com/subjects/self-portrait

Double Isometric Self-Poretrait. Jim Dine, 1964

‘Bij het maken van een zelfportret kijkt de kunstenaar indirect. Hij heeft iets buiten zichzelf nodig om zichzelf te kunnen zien. In de spiegel kijkend geeft hij zijn eigen beeltenis weer, en de spanning die daarbij ontstaat is fascinerend. Wie of wat wordt er nu afgebeeld? Tegelijk is er de verwachting bij de aanschouwer. Wij willen de kunstenaar zien, de persoon achter het werk enigszins leren kennen. Maar kan dat wel? Is de kunstenaar wel op zijn penseel of beitel te vertrouwen? Creëert hij niet – bewust of onbewust – een beeld van zichzelf?

Het zelfportret heeft verschillende hoogtepunten gekend en je zou drie bloeiperiodes kunnen aanwijzen. De eerste begint in de late Middeleeuwen, vroege Renaissance, en loopt door tot in de Barok. De status van het vak leeft op, kunstenaars ontwikkelen een duidelijke signatuur en er verschijnen biografieën van kunstenaars. Het beroep krijgt gestalte, en de kunstenaar zelf mag onderwerp van het werk worden. Een ander hoogtepunt is de negentiende eeuw. De ideeënvorming van de Romantiek biedt veel plaats voor de kunstenaar als eenling, buitenstaander. Zo’n kunstenaar schildert ook zichzelf. Vervolgens was er een bloeiperiode tijdens het interbellum. Vanuit het expressionisme kwamen veel markante zelfportretten. Maar deze keer wilden kunstenaars zich niet presenteren als romantische eenlingen die buiten de samenleving stonden maar portretteerden ze zichzelf juist als betrokken beschouwer van de samenleving. Vaak legden ze zichzelf vast met objecten die ergens naar verwezen, om zo commentaar te geven op wat er om hen heen gebeurde.’

(Joe van der Meulen. 7 juli 2014. De Groene Amsterdammer)

Self-Portrait of the Artist with a Lamp. Henri Rousseau, 1903

Doordeweekse deemoed (1). Blaise Pascal (1623-1662)

Alec Soth, “Cammy’s View. Salt Lake City,” 2018.Credit…© Alec Soth Courtesy of Sean Kelly, New Yorkal)
Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos dans une chambre. (Blaise Pascal)

Zoek je het begrip ‘deemoedig’ op bij van Dale, dan krijg je eerst: ‘vol nederige onderworpenheid’. Of als synoniem: ’Ootmoedig: ‘nederig’. Niet dadelijk woorden om een zeker enthousiasme op te wekken. De auteur van de bovenstaande beschrijvingen, Blaise Pascal, Frans wis-en natuurkundige en filosoof (1623-1662), publiceerde o.a. in zijn ‘Pensées’ voornamelijk deze gecondenseerde wijsheden.


L'homme , qui n'aime que soi , ne hait rien tant que d'être seul avec soi.
De mens die slechts zichzelf bemint, haat niets zozeer, als met zichzelf alleen te zijn.
Blaise Pascal

-deemoed zn. 'ootmoed, onderworpenheid'
-categorie: leenwoord, leenvertaling in brontaal
-Vnnl. demoedt 'ootmoed' [1591; WNT versiering].
-Dit woord moet zijn ontleend aan het Nederduits, vermoedelijk in de context van de Moderne Devotie; de Nederlandse ontwikkeling zou hebben geleid tot *diemoed. Kiliaan noemt het bijwoord deemoedichlick in zijn Tetraglotton van 1562 "ger.sax.sic.", d.w.z. Duits, Saksisch, Sicambrisch (= Ripuarisch).
-Ohd. thiomuoti is een zeer vroege vertaling van de christelijke notie vervat in Latijn humilitas; mhd. diemuot (nhd. Demut) en mnd. demot (15e eeuw) en vnnl. demoed. Het eerste element, pgm. *þew-, drukt dienstbaarheid uit, vgl. ohd. dio, oe. þēow, got. þius, 'knecht, slaaf'; < pgm. *þewaz 'dienaar'; en -thu- in onl. underthudig 'onderhorig' [10e eeuw; W.Ps]. Zie verder deern, dienen. Het oudere Nederlandse woord is ootmoed.
◆ deemoedig bn. 'ootmoedig'. Mnl. demoedich 'id.' [1477; Teuth. ootmoedich], naast demoedelick 'id.' [1501; WNT waalsch]. Afleiding van deemoed met het achtervoegsel -ig.
-Fries: deemoed◆deemoedich`(etymologisch woordenboek)

Deemoedig is in de zestiende eeuw, waarschijnlijk in christelijke kringen, ontleend aan het Duits: het Duitse woord is Demut. Dat is te herleiden tot het Oudhoogduitse thiomuoti, en uiteindelijk gaat het daarbij om een vertaling van de christelijk-Latijnse term humilitas, ‘nederigheid’.
Een ander oud woord voor ‘nederig, onderdanig’ is ootmoedig. (Onze Taal)

Edv. Munch: De nachtwandelaar

Bij leven en werken heb ik zowel Blaise Pascal’ s driehonderdjarige geboortedatum (1623 Clermont) als zijn driehonderdjarige sterfdatum (1662 Parijs) mogen gedenken. Niet eens veertig is hij geworden.

Zijn onderzoekingen omtrent de luchtledige ruimte naar aanleiding van de proeven van Torricelli hielden indertijd de natuurkundigen bezig. Op technisch gebied ontwerpt hij, twintig jaar oud, een rekenmachine, die hij in de handel wil brengen. Hij wil deelnemen aan de uitvoering van het droogleggen der plassen van Poitou en aan het organiseren van een busdienst met een karos. Maar zijn belangrijkste reputatie kreeg Pascal als auteur van de Lettres Provinciales en van de Pensées. (H. Robbers. Streven jaargang 15. 1961-62)

Hannah Vandenbussche, lange afstandsloper en filosofe, schreef ‘Noch engel, noch beest’- Het bittere mensbeeld van Blaise Pascal als pleidooi voor mildheid- (Houtekiet) Een geïllustreerde intro kun je hier raadplegen:

Met Jacotte Brokken had zij een uitgebreid gesprek op radio 1 bij ‘Voorproevers’ en dat kun je via Vrt max en deze links beluisteren. Lekker warm bij het vuur. Pascal zou het hoofdschuddend gewaardeerd hebben. (25′)

https://www.vrt.be/vrtmax/podcasts/radio1/v/voorproevers/2/wat-filosoof-blaise-pascal-ons-nog-te-vertellen-heeft/

Blaise Pascal. Versailles
"Les discours d'humilité sont matière d'orgueil aux gens glorieux, et d'humilité aux humbles."

“Betogen over ootmoed vormen stof tot trots voor de trots en en tot ootmoed voor de nederigen.”

Een “Pascaline” rekenmachine gesigneerd door Pascal in 1652

Achttien werd ik vooraan in dat jaar toen wij Pascals driehonderdste sterfdag herdachten, 1962 dus, tijdspanne dat de eerste paperbacks op de markt waren gekomen en je voor weinig geld heuse boeken kon aanschaffen. Mijn ‘Pensées’ met slappe kaft waarop de genaamde je levenslang zou aankijken werd uitgegeven door Editions du Seuil, texte établi par Louis Lafuma met Préface d’ André Dodin in de serie ‘Livres de Vie’.
Eerlijkheidshalve (mooi woord, vooral wegens die ‘helft’) moet ik zeggen dat de Franse taal waarmee wij toch zeven jaar waren opgeleid van een ander gehalte was dan wat wij in de cursus Frans hadden opgedaan. (Combien de marins…-gedicht ‘Oceano nox’ van Victor Hugo waarbij je als extra tachtig onderdelen van een toenmalig zeilschip in het Frans moest van buiten leren!)

Oh ! combien de marins, combien de capitaines
Qui sont partis joyeux pour des courses lointaines,
Dans ce morne horizon se sont évanouis !
Combien ont disparu, dure et triste fortune !
Dans une mer sans fond, par une nuit sans lune,
Sous l'aveugle océan à jamais enfouis !

Dessin de Victor Hugo pour son roman”Les Travailleurs de la mer”

Mooi, maar de eigenlijke tekst heb ik jaren later mogen ontdekken.
Les pensées op goedkoop papier zag er niet dadelijk aantrekkelijk uit. Je moest op zoek. Wat sprak je op dat moment aan? Tussen toen en nu verschilde dat wel eens. De omstandigheden, zoals dat heet?

343(691)
Propheties. Le grand Pan est mort.
361
Es-tu moins esclave pour être aimé et flatté de ton maitre; tu as bien de bien, esclave, ton maitre te flatte. Il te battra tantôt.
Ben je minder een slaaf om geliefd en gevleid te worden door je meester; je hebt veel goeds, slaaf, je meester vleit je. Hij zal je spoedig slaan.

18.
Les inventions des hommes de siècle en siècle vont de même, la bonté et la malice du monde en général en est de même.
De uitvindingen der mensen gaan van eeuw tot eeuw vooruit; de goedheid en de slechtheid der wereld blijven in 't algemeen onveranderd.

Maar dan ben je toch al twintig en dertig jaar verder.
En zo zijn de pensées, met hier en daar een lichtflits steeds met mee gereisd. Levenslang. Alle huizen. Soms als een tedere herinnering, soms als een zucht. Soms, zoals vandaag met deze pas ontdekte vraag:

68
Quand je considère la petite durée de ma vie absorbée dans l’ éternité précédente et suivante - le petit espace que je remplis et même que je vois abimé dans l’infinie immensité des espaces que j’ ignore et qui m’ ignorent, je
m’ effraye et m’étonne de me voir ici plutôt que là, car il n’y a. point de raison pourquoi ici plutôt que la, pourquoi a présent plutôt que lors. Qui m’y a mis?
Par l’ordre et la conduite de qui ce lieu et ce temps a(-t-)il été destiné à moi ?
68
Als ik denk aan de kleine duur van mijn leven geabsorbeerd in de voorafgaande en volgende eeuwigheid - de kleine ruimte die ik vul en zelfs die ik beschadigd zie in de onmetelijkheid van de ruimten die ik negeer en die mij negeren, dan ben ik bang en verbaasd om mezelf hier te zien in plaats van daar, omdat er geen reden is waarom hier in plaats van daar, waarom nu in plaats van toen. Wie heeft me daar neergezet?
Door wiens bevel en leiding was deze plaats en tijd voor mij bestemd?
Foto door Felix Mittermeier op Pexels.com

Le nez de Cléopâtre: s'il eût été plus court, toute la face de la terre aurait changé.

Kleine recepten voor de kortste dagen (4): wraak en/of verzoening

Eens hij zijn zonden heeft gebiecht en duidelijk bevrijd de biechtstoel verlaat, wordt de bekeerling door een verheugde engel opgewacht terwijl de boosdoener (toevallig een vrouw?) nog aan de duivelse ketting ligt terwijl ze wellicht de waarheid geweld aandoet als zij het over haar snode daden heeft. Een samenvatting van een mechanisme dat in onze jonge jaren wisselgeld was voor een makkelijke vorm van zelf-verzoening. De penitentie, een tientje van de rozenkrans of een akte van berouw bidden, bleek geen onoverkoombare opdracht. De glans van de gepoetste ziel was geen lang leven beschoren maar de gereinigde werd eventjes van vleugels voorzien.

“Verzoening”. Andrei Rumyantsev (?-1907

In dit fraaie werk van de Russische schilder is de biechtstoel vervangen door de aanwezigen die onrecht is aangedaan. Er moet duidelijk een document getekend worden, de vinger van de priester wijst het aan. De vrouwen vragen om begrip. Bekijk de verschillende reacties:

Op een heel aparte manier benaderde Desmond Tutu het begrip vergeving.

Zoals algemeen bekend is in Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid in 1990 een weg van vergeving ingeslagen. Leiders als Nelson Mandela en Desmond Tutu beseften dat vergeving het enige alternatief was voor een lange periode van gewelddadige wraak jegens de verslagen onderdrukker. Desmond Tutu ging op deze weg voorop. Hij ontving hiervoor de Nobelprijs voor Vrede. (Stefan Kapitany)



[…] Het pad naar vergeving is niet gemakkelijk. Op dit pad moeten we door de modderbanken van haat en woede waden en onze weg door verdriet en verlies vinden om uit te komen bij de acceptatie die kenmerkend is voor vergeving. Het zou veel gemakkelijker zijn deze reis te maken als de route duidelijk gemarkeerd was, maar dat is niet zo. De scheidslijn tussen degenen die kwaad hebben berokkend en degenen wie kwaad is aangedaan, is ook niet duidelijk te trekken. Allemaal zijn we nu eens degene die gekwetst wordt, dan weer degene die kwetst. En voordat we er erg in hebben, overschrijden we de grens en slaan we van verdriet en woede wild om ons heen. Allemaal overschrijden we deze grens regelmatig.


(Het boek van vergeving. Desmond & Mpho Tutu)



[…] We begeven ons niet luchthartig op het pad van vergeving en ook reizen we niet zonder enige vrees dat het misschien niet allemaal volgens plan zal gaan. Vergeving is een gesprek en hiervoor is, zoals voor de meeste belangrijke gesprekken, een taal vereist die helder, eerlijk en oprecht is. […] We zouden ons schuldig maken aan het maken van valse reclame als we je niet zouden vertellen dat, zoals bij elk gesprek, de uitkomst van het vergevingsproces van tevoren onbekend is. (ibidem)


[…] In Zuid-Afrika is Ubuntu onze manier om vat te krijgen op de wereld. Het woord betekent letterlijk ‘menselijkheid’. Het is de filosofie en het geloof dat iemand alleen maar iemand is via andere mensen. Met andere woorden: we zijn alleen mens in relatie tot andere mensen. Onze menselijkheid is onderling verweven en elke scheur in het weefsel van onze verbondenheid moet gerepareerd worden opdat we allemaal heel worden. Deze onderlinge verbondenheid is de echte basis van wie we zijn. (ibidem)
Foto door Diva Plavalaguna

Deze mooie ideeën en praktijken vond ik op de pagina van de Nederlandse psychiater Stefan Kapitany. Hij bespreekt er ‘Het Boek van Vergeving’ (Desmond Tutu en dochter) en noemt het in feite een kern van persoonlijke ontwikkeling, uitgesplitst naar vier essentiële onderdelen. Zij noemen dit het viervoudig pad van vergeving:

  1. het vertellen van je verhaal
  2. het benoemen van je pijn
  3. het vergeven van jezelf of de ander
  4. het loslaten of vernieuwen van de relatie.

Je kunt hun uitwerking lezen op de website van Stefan Kapitany:

Foto door Pixabay

Kleine recepten voor de kortste dagen (2): mistige mysterieuze maanden

Foto door Trace Hudson

‘We kunnen ons verbergen, Jonathan, en wachten tot de mist optrekt.’
‘Ben jij een ridder, Johan of een schijtluis?’
‘Liever een levende schijtluis dan een dode ridder!’
‘Bon. Dan ga ik alleen naar het kasteel.’
‘Grapje, Johan. Maar…je ziet geen hand voor je ogen!’
‘Ik hoef geen hand te zien. Dit zwaard wil een kop!’
‘Daar gaan we dan. Open de poort. Blaas de trompetten.’
‘Geen getoet. Dit is een geheime missie. Daar gaan we.’

Op de achtergrond roept iemand: vergeet je lunchdoos niet!


'We can hide, Jonathan, and wait for the fog to lift.'
'Are you a knight, Johan, or a shit louse?'
'Better a live shit louse than a dead knight!'
'Bon. Then I'll go to the castle alone.'
'Just kidding, Johan. But...you can't see a hand in front of your eyes!'
'I don't need to see a hand. This sword wants a head!'
'There we go, then. Open the gate. Blow the trumpets.'
'No tooting. This is a secret mission. Here we go.'

In the background, someone shouts: don't forget your lunch box!
Foto door Quang Nguyen Vinh

Herinner je.
De twee ridders zijn in dit tafereel tien, elf jaar, op weg naar hun school in een kleine provinciestad (1954). De school ligt (nog steeds) dichtbij een groot jachtslot van de Brabantse hertogen, door water omgeven. Het is december. Dikke morgenmist. Vrieskoud. Een schimmige wereld. Herinner je.

Remember.
In this scene, the two knights are 10-11 years old, on their way to their school in a small provincial town (1954). The school is (still) near a large hunting lodge of the dukes of Brabant, surrounded by water. It is December. Thick morning fog. Freezing cold. A shadowy world.
Remember.


"Mistig. Plotseling zijn we de controle over onze wereld kwijt. Toen ik vanochtend voor zonsopgang naar buiten ging, was de november-duisternis vervangen door iets bijna tastbaars. De lucht was ingevallen. Het was alsof ik door een wolk fietste: een nevel van microregen, het weer manifest gemaakt. Hoe ongemakkelijk dit "weergebeuren" (zoals we het waarschijnlijk moeten noemen) ook is, er is iets heerlijks, wonderlijks transcendent aan het idee dat de elementen onze wereld zo volledig kunnen overnemen. Ik betwijfel of iemand die op het opstijgen van zijn vliegtuig staat te wachten het daarmee eens is, maar er schuilt schoonheid in dit ongeziene herfstbezoek, een gevoel van mysterie dat terugreikt tot in ons collectieve verleden."
(Philip Hoare The Guardian)

“Fog-bound. Suddenly, we have lost control of our world. This morning when I ventured out, before dawn, the November darkness had been replaced by something almost tangible. The sky had fallen in. Cycling was like riding through a cloud: a mist of micro-rain, weather made manifest. As inconvenient as this “weather event” (as I suppose we must call it) is, there is something gloriously, wondrously transcendent in the notion that the elements could so utterly take over our world. I doubt that anyone waiting for their plane to take off would agree, but there is beauty in this unseeing autumnal visitation, a sense of mystery which reaches back into our collective past.” (Philip Hoare. The Guardian)

Foto door Alex Fu

As a child and also as a slightly older child, I found and still find fog mysterious to use an obvious pun. You could recreate the environment in your imagination. The high walls of the Clarissen convent became an impregnable fortress, the streets escaped time, people disappeared in hasty shadows, bushes and hedges seemed to be on the loose, every depth hid dangers, every horizon was closed off from the whole by a light but impenetrable yet hazy curtain. Dimensions took on new meaning.

Als kind en ook als iets ouder kind vond en vind ik mist nog altijd mysterieus om een voor de hand liggende woordspeling te gebruiken. Je kon in je verbeelding de omgeving herscheppen. De hoge muren van het clarissenklooster werden een oninneembare vesting, de straten ontsnapten aan de tijd, de mensen verdwenen in haastige schimmen; struiken en hagen leken los te lopen, elke diepte verborg gevaren, elke einder was door een licht maar ondoordringbaar en toch wazig gordijn afgesloten van het geheel. Dimensies kregen een nieuwe invulling.

Foto door Chanita Sykes

Maybe not to be is to be without you being,
without you cutting through the midday
like a blue flower, without you walking
later through the fog and the bricks,

without that light you carry in your hand
that maybe others won't see golden,
that perhaps no one knew it grew
like the red origin of the rose,

without you being, in the end, without you coming
abrupt, inciting, to know my life,
a gust of rosebush, wheat of the wind,

and since then I am because you are,
and since then you are, I am and we are,
and for love I will be, you will be, we will be.


Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)
Foto door Johannes Plenio

Misschien is er niet zijn zonder dat jij er bent,
zonder dat jij het middaglicht snijdt
als een blauwe bloem, zonder dat jij loopt
later door mist en stenen,

zonder het licht dat je in je hand draagt
dat anderen misschien niet als goud zien,
dat misschien niemand geloofde dat het groeide
als de rode oorsprong van de roos,

zonder dat jij bent, op het einde, zonder dat jij komt
abrupt, inspirerend, om mijn leven te kennen,
een vlaag van de rozenstruik, tarwe van de wind,

en sindsdien ben ik omdat jij bent,
en sindsdien ben jij, ben ik en zijn wij,
en uit liefde zal ik zijn, zal jij zijn, zullen wij zijn.

Pablo Neruda
Foto door Nici Gottstein

Het is tenslotte een mooi beeld: door het mistige kun je op zoek gaan naar de helderheid van het ware: het ontdoen van overbodigheid, valse schijn en verdorrende angsten. In de zachtheid van de mist is de kern van de helderheid aanwezig, worden wellicht essenties zichtbaar.

After all, it is a beautiful image: through the foggy you can look for the clarity of the true: stripping it of superfluity, false appearances and withering fears.  In the softness of the fog, the core of clarity is present, perhaps essences become visible.
Foto door Johannes Plenio

Tal vez no ser es ser sin que tú seas,
sin que vayas cortando el mediodía
como una flor azul, sin que camines
más tarde por la niebla y los ladrillos,

sin esa luz que llevas en la mano
que tal vez otros no verán dorada,
que tal vez nadie supo que crecía
como el origen rojo de la rosa,

sin que seas, en fin, sin que vinieras
brusca, incitante, a conocer mi vida,
ráfaga de rosal, trigo del viento,

y desde entonces soy porque tú eres,
y desde entonces eres, soy y somos,
y por amor seré, serás, seremos.

Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)

Foto door Pixabay

Ontwapenend (5) Je eigen mythe ontvouwen

Human ornithopter, 1800-30
UNFOLD YOUR OWN MYTH

Who gets up early to discover the moment light begins?

Who finds us here circling, bewildered, like atoms?

Who comes to a spring thirsty

and sees the moon reflected in it?
Who, like ]acob blind with grief and age,

smells the shirt of his lost son

and can see again?

Who lets a bucket down and brings up

a flowing prophet? Or like Moses goes for fire

and finds what burns inside the sunrise?
Jesus slips into a house to escape enemies,

and opens a door to the other world.

Solomon cuts open a fish, and there’s a gold ring.

Omar storms in to kill the prophet

and leaves with blessings.

Chase a deer and end up everywhere!

An oyster opens his mouth to swallow one drop.

Now there’s a pearl.

A vagrant wanders empty ruins.

Suddenly he’s wealthy.

Bur don’t be satisfied with stories, how things

have gone with others. Unfold

your own myth, without complicated explanation

so everyone will understand the passage ’
We have opened you.

Start walking toward Shams. The teacher, the sun..
Your legs will get heavy

and tired. Then comes a moment 

of feeling the wings you’ve grown,

lifting.

(Rumi 1207-1273)
ONTVOUW JE EIGEN MYTHE


Wie staat er vroeg op om het moment te ontdekken waarop het licht begint?
Wie ziet ons hier rondcirkelen, verbijsterd, als atomen?

Wie komt er dorstig bij een bron 
en ziet de maan erin weerspiegeld?
Wie, zoals Jacob, blind van verdriet en ouderdom, 
ruikt het hemd van zijn verloren zoon 
en kan weer zien?

Wie laat een emmer zakken en haalt 
een flierefluitende profeet naar boven? Of zoals Mozes 
op zoek gaat naar vuur en vindt wat brandt in de zonsopgang?
Jezus glipt een huis binnen om aan vijanden te ontsnappen 
en opent een deur naar de andere wereld.

Salomo snijdt een vis open en daar ligt een gouden ring.

Omar stormt binnen om de profeet te doden 
en vertrekt met zegeningen.

Achtervolg een hert en kom overal terecht!

Een oester opent zijn mond om een druppel in te slikken.

Nu is er een parel.


Een zwerver zwerft door lege ruïnes.

Plotseling is hij rijk.

Maar wees niet tevreden met verhalen 
over hoe het bij anderen is gegaan. Ontvouw 
je eigen mythe, zonder ingewikkelde uitleg 
zodat iedereen de passage zal begrijpen.
We hebben je geopend.

Begin in de richting van Shams te lopen, 
de leraar, de zon.
Je benen worden zwaar en moe. 
Dan komt er een moment 
dat je de vleugels voelt die je hebt gekregen.

(Rumi 1207-1273)


Ja, het klinkt mooi, ‘je eigen mythe ontvouwen’, en ja hij is veelvuldig gebruikt deze letterlijk eeuwenoude tekst van Rumi.  Wie deze ‘Rumi’ werkelijk geweest is hebben we al eens met allerlei voorbeelden beschreven in een bijdrage.  Graag uitgenodigd om langs te lopen bij ‘Nooit vult de wereld de zadeltassen’.

In het Standaard Weekblad van vandaag schrijft Ludo Abicht: “Wij weten nog steeds niet helemaal hoeveel onze westerse culturele bloei tijdens het humanisme en de renaissance aan de Arabisch-Joodse vroegrenaissance te danken heeft.” Het is dus duidelijk dat het ontwikkelen van je eigen mythe de bronnen erkent en de nood ervaart elkaars culturele en wetenschappelijke rijkdom niet alleen te erkennen maar samen te leggen.

‘Misschien kan Israël economisch en militair overleven zonder niet-Joden. Al vrees ik dat het niet lang zal duren voor het land in de greep zal komen van een etnisch verkrampte, zogeheten religieus gedreven minderheid.” (ibidem)

Met die droom begint hij zijn bijdrage:

“In 1779 schreef de Duitse cultuurfilosoof Gotthold Ephraim Lessing Nathan de wijze, een filosofisch toneelstuk over religieuze en levensbeschouwelijke verdraagzaamheid als kern van de verlichting. Na meer dan duizend jaar ideologische hegemonie van de rooms-katholieke kerk, gevolgd door eeuwen van haat, vervolging en oorlog tussen katholieken en protestanten, was het meer dan tijd voor een nieuw pleidooi. Lessing beschreef een ontmoeting in een imaginair Jeruzalem tussen drie mannen: de islamitische heerser Saladin, een christelijke ridder en de wijze oude Jood Nathan.
Nathan vertelt zijn gesprekspartners het verhaal van de ring, een erfstuk van een vader die zijn drie zonen even graag ziet en daarom twee identieke ringen laat bijmaken. Na zijn dood denken de zonen alle drie dat ze de ware erfgenaam zijn, wat leidt tot een nauwelijks op te lossen conflict. De oplossing van Lessing is even geniaal als eenvoudig: omdat we onmogelijk kunnen weten wie de echte ring bezit —lees: wie de waarheid in pacht heeft — volstaat het dat ze alle drie zo eerlijk mogelijk volgens hun waarheid proberen te leven. Tot ze, samen met het verlichte 18de-eeuwse publiek, tot de conclusie komen dat het er niet op aankomt Wie nu de ‘echte’ waarheid bezit, zolang ze maar beseffen dat ook de anderen oprecht van hun gelijk overtuigd zijn.” (Ludo Abicht Standaard Weekblad 4 november 2023)

De titel van zijn bijdrage: ‘Een Israel zonder Palestijnen is fataal voor de Joodse ziel.’

The photo attached is by Mahmoud Al Tamimi, 11. ‘’Art for Peace” project for Jerusalem children in Jerusalem.

	

Over kleine en zeer grote dingen : ‘The rigor of angels’ (William Egginton)

Om met een inleidend vers of citaat te beginnen, een oude gewoonte van een degelijk boek:

"Enchanted by its rigor, humanity has forgotten, and continues to forget, that is the rigor of chess masters, not of angels."

-Jorge Luis Borges,
"Tlön, Uqbar, Orbis Tertius"  (1940)

Een mooie opening die mij dadelijk de klassieke wenkbrauwen deed fronsen.

Zo opent dus het laatste boek van William Egginton The Rigor of Angels” waarin hij onderzoekt hoe drie zeer verschillende mannen –Jorge Luis Borges (auteur), Immanuel Kant (filosoof) en Werner Heisenberg (natuurkundige)- conventioneler aannames over de werkelijkheid verwierpen en in de plaats daarvan eerder paradoxale waarheden omarmden.

De auteur kun je op zijn eigen website bezoeken:

https://www.williamegginton.com/

The Helix Nebula ‘The eye of God or NGC 7293

Voor ik William Egginton zelf aan het woord laat, wil ik je wel over mijn eigen ontdekking schrijven van wat je ‘de derde mogelijkheid’ zou kunnen noemen. Drs. H. Van Praag’s boek, uitgegeven in 1960: ‘Pedagogiek in theorie en praktijk’ als Phoenix Pocket, is mij levenslang bij gebleven, niet alleen voor de bijzondere inzichten maar vooral door zijn oog voor de bredere vorming van iedereen die zich met het onderwerp van ver of dichtbij bemoeide. Hij heeft het in zijn hoofdstuk ‘opvoeding en heropvoeding van volwassenen’ (merkwaardig voor het begin van de jaren zestig!) over allerlei onderwerpen die in zo’n cursus ’s avonds aan bod kwamen. De eerste avond werd gewijd aan ‘de derde mogelijkheid’. (iets dat de tegenstellingen verzoent) Twee keuzes leken met elkaar verwant: de derde mogelijkheid is een wonder terwijl een andere deelnemer zei: de derde mogelijkheid is een paradox. Hij vertelde toen dit voorbeeld:

 Een kalief vaardigde uit, dat iedere Jood die de grens passeerde iets over zichzelf moest zeggen. Sprak hi j de waarheid, dan werd hij opgehangen, sprak hij een leugen, dan werd hij doodgestoken. Een rabbijn zei: ’Ik word vandaag doodgestoken.’ Men was verplicht hem te laten gaan. Beide vonnissen zouden dan tot een paradox leiden. Daarom zeg ik: de paradox is de derde mogelijkheid.

Je kunt het literaire voorbeeld ook aanvullen met wetenschappelijke opgaven. De NY Times beklemtoonde in haar bespreking dat het niet om ‘het enorme’ van het geheugen zou gaan, met als voorbeeld in het boek het leven van een zekere Solomon Shreshevsky die in 1929 zijn baan als journalist opgaf en bij een circus ging werken.

“Hij kon cijferlijsten opzeggen, gedichten in vreemde talen, zelfs reeksen willekeurige lettergrepen die vanuit het publiek naar hem werden geroepen. Zijn wereld was overvloedig in bijzonderheden, boordevol beelden en sensaties. Toen hem werd gevraagd wat hij onder het getal 87 verstond, zei hij dat hij het zag als “een dikke vrouw en een man die met zijn snor draaide”.

Maar zijn buitengewone gave was ook een vreselijke kwelling. Shereshevsky kon niet generaliseren uit het spervuur van specifieke inputs die hij ervoer. Communiceren met anderen was uitputtend. Iets vergeten was geen kwestie van passief laten wegglijden in de vergetelheid; hij moest het actief vernietigen in zijn geest. Als elk ding dat je tegenkomt geladen is met een unieke betekenis, wordt het onmogelijk om die stukjes samen te brengen in een samenhangend beeld. In tegenstelling tot memoriseren vereist herinneren een lichte vervaging van abstractie. Zoals William Egginton schrijft in “The Rigor of Angels”, kan een “perfect geheugen” de gelijkenis doorstaan met “totaal vergeten”. (NY Times Jennifer Szalai)

“Argentine poet Jorge Luis Borges was madly in love when his life was shattered by painful heartbreak. But the breakdown that followed illuminated an incontrovertible truth–that love is necessarily imbued with loss, that the one doesn’t exist without the other. German physicist Werner Heisenberg was fighting with the scientific establishment on the meaning of the quantum realm’s absurdity when he had his own epiphany–that there is no such thing as a complete, perfect description of reality. Prussian philosopher Immanuel Kant pushed the assumptions of human reason to their mind-bending conclusions, but emerged with an idea that crowned a towering philosophical system–that the human mind has fundamental limits, and those limits undergird both our greatest achievements as well as our missteps.” (Website William Egginton)

De Argentijnse dichter Jorge Luis Borges was smoorverliefd toen zijn leven werd verwoest door pijnlijk liefdesverdriet. Maar de inzinking die volgde verlichtte een onweerlegbare waarheid – dat liefde noodzakelijkerwijs doordrongen is van verlies, dat het ene niet bestaat zonder het andere. De Duitse natuurkundige Werner Heisenberg vocht met het wetenschappelijke establishment over de betekenis van de absurditeit van het kwantumrijk toen hij zijn eigen openbaring kreeg – dat er niet zoiets bestaat als een complete, perfecte beschrijving van de werkelijkheid. De Pruisische filosoof Immanuel Kant duwde de aannames van de menselijke rede tot het uiterste en kwam met een idee dat de kroon op een filosofisch systeem zette: dat de menselijke geest fundamentele grenzen heeft en dat deze grenzen ten grondslag liggen aan zowel onze grootste prestaties als aan onze misstappen. (Website William Egginton)

From left: Jorge Luis Borges, Immanuel Kant, Werner Heisenberg.Credit…Tyrone Dukes/The New York Times, Alamy, Credit unknown

In het voorbeeld van Shereshevsky – en niet te vergeten in Borges’ verhaal “Funes de gedenkwaardige” over een jongeman die op vergelijkbare wijze last had van zijn vermogen om zich alles te herinneren – ging de aandacht voor details ten koste van het begrijpen van het grotere geheel. Borges beschrijft Funes als “niet erg goed in denken”. Denken is verschillen negeren (of vergeten), generaliseren, abstraheren.” Toch kan denken ons ook in de problemen brengen, laat Egginton zien. Soms raken we zo in de ban van onze ideeën dat we ze projecteren op de wereld, waarbij we onze eigen manier van denken verwarren met iets groots als “Gods plan”. (NY Times Jennifer Szalai)

William Egginton
Snelle Achilles en de trage schildpad houden een loopwedstrijd. Omdat de schildpad trager is krijgt hij een eind voorsprong.
Maar Achilles zal de schildpad nooit kunnen inhalen want wanneer Achilles het startpunt van de schildpad heeft bereikt, zit deze al op een nieuw punt. En als Achilles dit punt bereikt heeft, zit de schildpad weer een eind verder. En als Achilles daar beland is, is de schildpad ook weer wat verder. (Paradox van Zeno die Borges in zijn verhaal gebruikt.)

Egginton legt verbanden tussen het werk van Heisenberg, Kant en Borges, tussen natuurkunde en metafysica, fictie en feiten. De drie mannen waren gefascineerd door paradoxen, of antinomieën – situaties waarin “beide opties tegelijkertijd absoluut noodzakelijk en volstrekt onmogelijk leken”. Elk van hen realiseerde zich dat dergelijke dilemma’s ontstaan wanneer we verschillende manieren van denken onderzoeken. In Zeno’s beroemde paradox zal Achilles nooit de schildpad inhalen die een voorsprong heeft als we de race definiëren in termen van een afstand tussen hen die oneindig deelbaar is in steeds kleinere stukjes. Maar natuurlijk zal Achilles in een echte race uiteindelijk de schildpad inhalen; de paradox komt voort uit de manier waarop we ons de race voorstellen.

In een tijdperk als het onze, waarin allerlei dogma’s de overhand lijken te hebben, dient het verhaal van deze denkers als een cruciale herinnering aan het feit dat we onze intuïties en zelfs onze eigen diepgewortelde overtuigingen aan het koude licht van de rede moeten onderwerpen, een licht waarvan het schijnsel niet altijd ontstaat door wat we op dit ogenblik denken te kunnen samenvatten in de tot op heden verworven wetenschap. In hun leven en werk herkennen we dat de mysteries van onze plaats in de wereld altijd boven ons kunnen opdoemen, niet als een bedreiging, maar als een herinnering aan onze nederige menselijkheid. (NY Times) En vul ikzelf aan: als uitnodiging tot intens verder ontdekken, wat de zgn. ‘goegemeente’ daar dan ook mag over denken, ontdekken dat er talloze verbindingen tussen de disciplines bestaan die ons eerder verenigen dan uit elkaar drijven.

Foto door Kendall Hoopes
THE RIGOR OF ANGELS: Borges, Heisenberg, Kant, and the Ultimate Nature of Reality | By William Egginton | 338 pp. | Pantheon | Bij Amazon nl:  24,31 euro

Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg

Zoals iemand die wordt bekeken
en zijn hand onwillekeurig naar het
aangezicht brengt, de blik neerslaat,
de al gelezen krant nog maar een keer
openvouwt. Kortom: niet meer is

zoals hij onbekeken was. Zo blijken
ook elementaire deeltjes onderhevig
aan universele gêne. Als je kijkt
wijzigen ze schuchter en onvoorspelbaar
hun snelheid of plaats. Staalharde

wetten en eeuwen waterdicht cijferwerk:
ze werden bedankt. Maar niet zonder
stijl verlaat Werner het zinkende schip.
IJzig kalm rekent hij ons de ware omvang
van onze immer uitdijende onzekerheid voor.
Marc Tritsmans (1959)  Gepubliceerd in Raster 107, 2004


Werner Heisenberg publiceerde in 1927 een van de belangrijkste principes van de kwantummechanica. De formule 'kwantificeert' het begrip onzekerheid: de waarnemer beïnvloedt (ongewild) altijd weer het waargenomene.
Werner Heisenberg in Göttingen in 1924.

Steeds vroeger donker (2)

Hanna Hirsch, later Hanna Pauli (Stockholm, 13 January 1864 – 29 December 1940, Solna
(‘Friends-Vrienden)

Zij ontstak de lamp 
en liet de vrienden binnen. 
Een hapje en een drankje bij de hand, 
maar 't ware voedsel was het woord
 en wat het wakker maakte  in hun hoofd. 

Buiten was het donker, 
hier zagen zij wat zij vertelde, 
zelfs met de ogen dicht. 

Nu, in de schemer van de schermen:
 bingewatchen, comakijken, 
beeldenzuipen, marathonverteren, 
oogexcessen en storysslempen.

Zou nog iemand weten
dat het buiten
donker wordt?

Hij wordt oud zeggen de kinderen.
Hij ziet mensen die er niet meer zijn


She lit the lamp 
and let the friends in. 
A snack and a drink at hand, 
but the true food was the word
 and what it awakened in their minds. 

Outside it was dark, 
here they saw what she told them, 
even with their eyes closed. 

Now, in the twilight of the screens,
 bingewatch, coma watching, 
image-sucking, marathon converting, 
eye-excesses and storysslempening.

Would anyone still know
that it is getting
dark outside?

He is growing old the children say.
He sees people who are no longer there.

Waren wij vroeger nog onsterfelijk?

Eigen foto GMT

Nog voor hij helemaal thuis was in zijn eigen biografisch geheugen -twee-drie jaar oud-, bleek dit plaasteren ‘Heilig-Hart’-beeld op de ouderlijke slaapkamer voor hem, als kleuter, wel degelijk een levend personage. Zijn moeder vertelde later menigmaal de dialoog die zij, nog in bed en geveinsd slapend, had gehoord, die vroege morgen toen hij de kamer binnenkwam en een zelf gemaakt knutselwerk liet zien aan de plaasteren Jezus.
“Is dat van karton?” vroeg het beeld. (met zijn hoog stemmetje)
“Ja natuurlijk is dat van karton.” (met zijn gewone kleuterstem).
“Ja, nu zie ik het. Wel mooi.’ (met zijn hoog stemmetje)
“Dank u.” (met zijn gewone kleuterstem)
Het kind verdween naar de ontbijttafel, moeder volgde. Glimlachend, maar ook hoofdschuddend.

eigen foto GMT
‘Bij de dood laten lichaam en ziel elkaar gaan. Het is een bevrijding en een uiteengaan. Eigenlijk is de bevrijding van de ziel uit het lichaam het doel van elke filosoof. Voor een echte filosoof is sterven zijn vak, want sterven betekent dat de ziel wordt losgemaakt uit de vergankelijke stof om zich te richten op de onvergankelijke eeuwige waarheid. Dat is niet iets om bang voor te zijn, Daar streef je dus naar.’ (uit Phaedo. Plato)

Deze filosofische uitspraak werd samengevat door Bert Keizer, schrijver van ‘Vroeger waren we onsterfelijk’ Maart 2016, uitgave van Lemniscaat. Bert Keizer is arts en filosoof, en is verbonden aan de Levenseindekliniek. Hij schreef o.a. de bestsellers Het refrein is Hein en Onverklaarbaar bewoond. Keizer studeerde filosofie in Oxford

In Vroeger waren we onsterfelijk vertelt Bert Keizer hoe hij als kind van de sixties de kerk uit liep, voor The Beatles viel en na vele omwegen in een Engelse universiteit belandde om filosofie te gaan studeren. Een carrière als academisch filosoof schrikte hem af en hij zocht een goed heenkomen in de medische faculteit, om via die route in het volle leven te belanden. In dit boek reist Keizer weg uit het katholieke Amersfoort, waar hij ooit misdienaar was, naar de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin wij nu rondtobben. Leven is behelpen, vindt hij, en vanuit die grondhouding heeft hij behartenswaardige dingen te zeggen over geloof en literatuur, filosofie en geneeskunde. Met wat hulp van zijn persoonlijke favorieten – Beckett, Wittgenstein, William Osler – slaagt hij erin om net iets te meer te lachen dan te huilen. Maar het scheelt niet veel. ‘Als jongetje vond ik de kerk niet echt vervelend, geloof ik, maar het werd pas leuk toen ik misdienaar werd. Ik koesterde zelfs vagelijk priesterlijke ambities, waarbij ik aanteken dat ik niet wist wat celibaat was.‘ De vanzelfprekendheid van het christelijke wereldbeeld uit die jaren is mij nog altijd dierbaar. Toen waren we onsterfelijk, maar we wisten het niet.’ – Bert Keizer

Marie Huana besprak in haar allerfraaist blog hetzelfde thema. Met toepasselijke beelden en bondige maar spitse commentaren. Een bezoekje is dan ook een heerlijke verpozing. Klik op ‘Memento Mori?’ hieronder. Wil je heel haar blog bekijken dan klik je Marie Huana onderaan.

Angelus Novus Aquarel Paul Klee

“Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. De Nieuwe Engel. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één enkele catastrofe en daarin wordt zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan stuiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort, de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin vóór hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.”


— Walter Benjamin: Over het concept van de geschiedenis (1940), These IX 1

Foto door Pixabay

Walter Benjamin (1892-1940) heeft de tweede wereldoorlog niet overleefd. Zij, de kinderen die tijdens en net na de oorlog werden geboren wel. Wat nu een beetje smalend de babyboom wordt genoemd, waren de kinderen van een nieuwe toekomst voor wie een ‘nooit-meer-oorlog een statement was, althans in de hoofden van de ouders, ondanks de tegenstellingen tussen wat wit en zwart werd genoemd. De ware verschrikkingen drongen vaak pas veel later door, zekere het lot van de Joodse families. Eens de geallieerde troepen Europa hadden verlaten werd vaak in alle stilte weer aangesloten bij de levenswijze van de dertiger jaren, alvast op religieus en moreel vlak. Het zou tot in de zestiger jaren duren om de volle omvang van de verschrikkingen duidelijk te maken. ( cfr.De Auschwitzprocessen 1963-1965)

For Benjamin, the whole world was material for criticism.
Illustration by Ralph Steadman

Al waren zij met velen, de kinderen op de rand van – en kort na de oorlog, maar noch in de kleuterschool (de bewaarschool) noch bij bij de Broeders in de lagere school had hij ooit het gevoel te verdrinken in klassen die vaak meer dan 55 kinderen telden. Hij denkt dat alles trager ging, dat de betovering van de talrijke (bijbel)verhalen en het vele handwerk hen voortdurend uitnodigden om intens bezig te zijn met nieuwe vaardigheden.

uit ‘Het Bezemklokje’ 2018 Foto bewaarschool-klasje van Truus Van Gestel 1945-46 Kinderen braaf handjes op de rug. Links op de voorste bank in de middenrij zit Truus.


Het leren lezen en schrijven in de laatste kleuterklas gaf je bij het begin van het eerste leerjaar in de lagere school een zekere voorsprong maar die werd deskundig besteed door je maatjes letters en woorden bij te brengen.
Een kind had een drukke dag in de vijftiger jaren. Vroeg opstaan, naar de mis gaan, terug naar huis en ontbijten, met je maatje naar school wandelen, lopen, springen, tot twaalf uur de klas in, terug naar huis om te middagmalen, en met een snoepje uit de Ovomaltine-doos weer naar school, lesjes, speeltijd nog een lesje en eventueel studie zodat het tijdens de eerste maanden van het schooljaar steeds donkerder werd eer je thuiskwam waar het avondeten op je wachtte en je daarna onmiddellijk onder de klassieke wol belandde. Dinsdag- en dondernamiddag was je vrij, maar zaterdag telde als schooldag waar bij thuiskomst het bad – bed de dag afrondde, al mocht je sinds 1953 bij va-va nog even televisie kijken tot het nieuws begon. Met de vakantie ging je naar de vakantieschool, elke dag in het Raadsheren-park rondhossen: water, zavel, bossen en je eigen gangen kunnen gaan.
Aan de horizon verscheen 1956: verhuis naar de kostschool om er Latijn en Grieks te studeren. Het leven met 650 jongens in een tijd die uit zijn voegen gaat barsten. En zij barstten mee. Op de hen toegelaten manier. Maar tot die tijd waren zij onsterfelijk. De oorlogskinderen.

Moeder Gabriel, de overste van de kloostergemeenschap, was ook de directrice van de school en in die functie verwelkomde zij elke morgen en namiddag de kinderen bij het binnenkomen. Je kon toen in de Beekstraat niet blijven eten op school, de kinderen gingen ’s middags naar huis en kwamen daarna weer terug. Moeder Gabriel zat achter een tafeltje op een klein verhoog vooraan in de lange brede gang en kende alle kinderen met voor- en familienaam. Boven haar hoofd hing aan de muur een grote bel met trekkoord om het begin en het einde van de klasactiviteiten in te luiden.

(Truus Van Gestel Het Bezemklokje  2018)
Schoolfoto uit de Bewaarschool. De 2 broertjes in 1949. Niet copiëren aub. Op de vraag waarom het jongste broertje zo lelijk keek, antwoordde hij: “Die fotograaf keek ook heel lelijk!”
En natuurlijk ook allerlei handvaardigheidsoefeningen: lapjes stof pluizen, figuurtjes prikken uit glanzend gekleurd papier met een scherpe priknaald en op een plat kussentje dat wel eens onder het papier wegschoof, scheepjes, bloemvaasjes of kleertjes vouwen eveneens uit glanzend gekleurd papier, matjes weven in, jawel, glanzend gekleurd papier verticaal ingesneden om er met een metalen weef-pen en reepjes glanzend gekleurd papier in een contrasterende kleur een mooi figuurtje mee te maken. Met glanzend gekleurd papier werd ook geknipt en gescheurd, met kleurpotloden moest je leren binnen de lijntjes te kleuren en de lijmpot was ook nooit ver weg, want einde schooljaar moest elke kleuter een "Mijn album" af hebben. In de derde kleuterklas leerde ik ook met een griffel tekenen en letters schrijven op een echte lei met houten kadertje rond de leisteen.  (Truus van Gestel)
bakelieten sponsdoosje

Je kon je lei telkens weer afvegen met dat allerzachtste sponsje dat je in een mooi bakelieten doosje opborg. Je dacht dat het je letters bijhield maar wie kende het geheim om hen weer op je lei te toveren? Je tekende een sterrenhemel waarin elke ster een letter was. Je ontdekte heel vroeg geheimschriften waarmee je toverspreuken bewaarde voor kwade dagen of als je bang was in het donker. Daarna kwamen boeken. En letterdozen waarmee je zelf piepkleine verhaaltjes kon stempelen. En…

Foto door Admiral General M.

En de verhalen hoe God de wereld schiep. Een paradijs. Tot het drama met de fruitboom en een sprekende slang. Het vlammende zwaard van de engel bij de uitgang. Hel, hemel en vagevuur. De zondvloed. De stenen tafelen om maar enkele toppers te noemen, alsof zuster Anna er zelf was bij geweest. Daniël in de leeuwenkuil. Jonas in de walvis. Hij denkt wel eens dat hun manier van vertellen aan de basis van zijn latere eigen verhalen lag.

Na de vertelling mochten zij hun hoofdje op de bank leggen en even slapen terwijl de zuster langs de rijen liep . Hij loerde naar Daniël en hij knipoogde even voor hij in zijn droom tegen een leeuw aan schurkte. Hij sloot zijn ogen en besloot aan een ark te beginnen om later Daniël en zijn leeuwen op te halen voor zij zouden verdrinken.

Vroeger waren we onsterfelijk? Hadden we maar ietsje meer onsterfelijkheid in onze macht om diegenen onder ons te behouden die ons te vroeg ontvallen. Martine Tanghe, moeder aller nieuwsankers, werd zij bij haar pensioen genoemd. De vervlechting van kunde en warme menselijkheid, van taalvaardigheid en stille concentratie, van de glimlach en mateloze inzet. Blijf ons nabij.

Martine met kleinzoon

Kriskras

Foto door cottonbro studio

Vraag je bij welke woordsoort ‘kriskras’ thuishoort dan zul je zelden het antwoord ‘bijwoord van richting’ horen, voor dit duidelijk begrip, de eerste maal beschreven als ‘kriskras’ in 1902.

(Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Veen, Amsterdam / Antwerpen 2002 (tweede druk)

Het begrip achter kriskras (in allerlei richtingen) is misschien graag gezien als je vloeibare activiteiten wil beschrijven, (moleculen bewegen kriskas door elkaar, maar ze kleven nog wel aan elkaar.) maar roep je echter met gesloten ogen een beeld op van een woon-of kinderkamer waar ditzelfde ‘bijwoord van richting’ van toepassing is, dan begrijpt iedereen een zekere onrust die een ordentelijk afsluiten van de dag massief in de weg staat.

Het is dan ook niet het goede moment om het te hebben over de chaostheorie:

De officiële naam binnen de wiskunde is dynamische systemen. Het onderzoekt omstandigheden waarbij deterministische chaos optreedt en welke eigenschappen die heeft. Het begrip chaos heeft hierbij een technische betekenis, te onderscheiden van het losse alledaagse woordgebruik. Deterministische chaos betekent dat de schijnbare wanorde toch exact bepaald is en geordend tot stand komt volgens een algoritme of rekenregel. Bijvoorbeeld een differentiaalvergelijking of recursie. 

Vertaal je dat naar een bekend verhaal dan hoor je één van de duizenden scheppingsverhalen vertellen.

Chaos (Grieks: gapende ruimte). Het grote niets. Een onmetelijke zwarte, lege ruimte zonder begin en zonder eind. Voor de Chaos bestond er niets. De Chaos is het begin van alles, het begin van de tijd en het begin van de wereld. Wel bevat de Chaos de vijf oerelementen waaruit alles later zou ontstaan. De Chaos wordt over het algemeen als onzijdig aangeduid. Ook bekend als de Baaierd. (Historiek 30 okt 2021)
Holland, published 1589 Book: Metamorphoses by Ovid, book 1, plate 1, title page Prints; engravings. (klik op onderschrift om te vergroten)

Hoor je mij voorzichtig pleiten voor een meer ‘chaotisch’ denken? Laten we het als aandacht beschouwen voor het durvend door elkaar mengen van bekende, intussen misschien al bevroren vaststellingen die door een ‘chaotische’ behandeling soms nieuwe vergezichten opleveren, waar naast logica, ook associërend denken niet als tegenstelling maar als aanvulling kan gebruikt worden. Sommigen menen dat associëren een soort ‘kriskras’-denken voorstelt, terwijl bij nader toezien verwijzingen en verbanden ontstaan die in een gewoon logisch denken onzichtbaar blijven, ja onbestaand en zelfs onnodig worden geacht.

Dana-Schutz-Ear-on-fire

Kijk je naar de praktijk van klassieke redenaars dan merk je dat zij associaties gebruiken om hun betoog te kunnen memoriseren. Stel je een huis voor en leg een voorwerp in de gang, een ander op de trappen, enz. Je geheugen gebruikt de voorwerpen om dat deel van je ontwikkeling te kunnen onthouden en te verbinden via het volgende voorwerp. Hier zijn associaties technieken net zoals ze bij brainstorming functioneren. In een gedicht echter dienen ze als kern van de ontwikkeling, is hun verschijnen de stuwing van het poëtisch aanvoelen. Een mooi voorbeeld met een Engels gedicht van Emily Dickinson.

Tell all the truth but tell it slant

Tell all the truth but tell it slant —
Success in CIRCUIT lies
Too bright for our infirm Delight
The Truth's superb surprise
As Lightning to the Children eased
With explanation kind
The Truth must dazzle gradually
                Or every man be blind —

Source: The Poems of Emily Dickinson: Reading Edition (The Belknap Press of Harvard University Press, 1998)

De vertalingen van Michel Klarenbeek en Peter Verstegen:

Zeg heel de Waarheid, maar subtiel

Zeg heel de waarheid, maar subtiel -
Met omslag heeft succes
Te fel is voor ons zwak gezicht
De Waarheid, die subliem verrast
Als bliksem voor het kind verzacht
Met uitleg van een vriend
Zij Waarheid langzaam licht
                Of iedereen wordt blind -

vertaling: Michel Klarenbeek


Zeg heel de Waarheid zijdelings

Zeg heel de Waarheid zijdelings-
Een OMWEG voert naar 't doel-
Te fel is Waarheids grootste schok
Voor ons krank Lustgevoel
Als bliksem rustig uitgelegd
Aan het beangstigde Kind
Moet Waarheid lichten gaandeweg
                 Of anders maakt zij blind.

Vertaling: Peter Verstegen

Zonder dat iemand het wist, heeft ED in een groot landhuis in Amherst, een Amerikaans boerengat, gedichten zitten schrijven. Pas na haar dood vond Lavina, haar zus, in een kersenhouten ladenkast ( "zoals dat hoort", schrijft recensent Tjerk de Reus), maar liefst 1800 (!) gedichten. Tijdens Emily’s leven werden er twee gepubliceerd; en dat ook nog eens tegen haar wil. Wel stuurde ze zo’n 200 gedichten naar anderen, dus haar dichterschap bleef niet geheel onopgemerkt.
Vanwege het enorme aantal verscheen pas in 1955 de eerste complete uitgave van haar werk

Evelien de Nooijer Alting 

https://over-boeken.blogspot.com/2011/08/verzamelde-gedichten-emily-dickinson.html

De waarheid, ja de waarheid: Quid est veritas? horen we Pilatus vertwijfeld vragen. (Joh. 18:37-38)
De associaties van de omweg, de bliksem, het verhaal voor het bange kind.
Die doen de waarheid gaandeweg lichten, om ons niet in één keer blind te maken.
Hoe mooi dit eenvoudig vervlechten van deze enkele beelden om het geleidelijke als enig alternatief zichtbaar te maken.

De chaos van de te felle bliksems.
Het beeld van het bange kind.
Laten we een omweg gebruiken.
Rustig de bliksem uitleggen.
Beetje bij beetje zal de waarheid kunnen lichten zonder te verblinden.

Het kriskras is hier een innerlijk kriskras geworden, een binnenstormen van de wetenschap dat wij dood gaan, elk kind dat we op de wereld zetten ook aan diezelfde dood uitleveren, en …zie en voel je de bliksems in onze donkerste nachten?
Aan het werk kunstenaars, muzikanten, beeldhouwers, wetenschappers, laten we krachten samenbrengen om niet alleen de schrik voor het hevige onweer te kunnen duiden, maar de verhalen te vertellen waarin we elkaar het geleidelijk licht schenken dat ook vriendschap en liefde als naam kan dragen, ondanks ons krank lustgevoel. ’t Was lang genoeg een dooie boel. Naar de ateliers!

Split the Lark — and you'll find the Music —
Bulb after Bulb, in Silver rolled —
Scantilly dealt to the Summer Morning
Saved for your Ear when Lutes be old.

Loose the Flood — you shall find it patent —
Gush after Gush, reserved for you —
Scarlet Experiment! Sceptic Thomas!
Now, do you doubt that your Bird was true?

Van canon naar praktijk

In Berthen, een klein dorpje in Frans-Vlaanderen, ontmoet Jeroen Meus vier oudere broers die nooit getrouwd zijn en nog steeds samen op de ouderlijke boerderij wonen. De Verbaeres pakken het huishouden aan zoals ze dat geleerd hebben in hun kindertijd. Tussen de soep en de aardappelen geven ze Meus hun unieke kijk op het leven mee. In deze aflevering komen ook de kippen op de boerderij ter sprake, in meer dan één betekenis.

‘De mooiste televisie uit mijn nochtans goed gevuld beeldrijk geheugen. Via DailyMotion vonden we nog enkele afleveringen. Bekijk rustig in groot beeld de tweede aflevering, en als je verder wil, de derde komt gewoon na nummertje twee. Het is dan ook televisie van het allerhoogste gehalte terecht met de prix Europe bekroond. Verwacht geen vervlogen heimwee naar vroegere tijden, integendeel. Actueler dan dit uniek verslag van het alledaagse nu kan haast niet. (Even zijn er enkele seconden zwart na enkele minuten, maar geen nood, de aflevering loopt gewoon verder. (Met dank aan de gene die deze afleveringen op DailyMotion heeft bijgehouden, ook een liefhebber van Blokken zoals blijkt.)

Bovendien is er het beeld, de muziek, het talent van Jeroen en zijn deze vier mannen er. Er zit zoveel meer in hen dan in dit stukje en we kunnen nooit beschrijven wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen. Etienne op sleffers, Ignace op Nikes en Daniël zie je in de kast op een foto bij zijn fiets: “Het was zo’n prachtige dag toen hij vorig jaar op een ochtend zei dat hij naar Santiago de Compostella vertrok”, zegt Etienne. “En toen hij later terugkeerde, hebben we de klok geluid.”  (De Morgen 4 april 2017)
Aurora Salvador Dali
 
 
Ode aan Salvador Dalí (fragment)
Federico Garcia Lorca

O, Salvador Dalí, met je olijfgroene stem!
Ik zeg wat jouw persoon en schilderijen me zeggen.
Ik prijs niet je onvolmaakte penseel van je jeugd,
maar bezing de trefzekerheid van je pijlen.
 
 Ik bezing je fraai gebruik van het Catalaanse licht,
 je liefde tot wat verklaard kan worden.
Ik bezing je astronomische en tedere hart,
als een Frans kaartspel geschud maar ongewond.
 
Ik bezing de standbeeldenzucht die je onverlet najaagt,
de angst voor emotie die je opwacht op straat.
Ik bezing de kleine sirene van de zee die jou bezingt
op haar rijwiel van koralen en schelpen.
 
Maar vooral bezing ik een gemeenschappelijk denken
dat ons in de donkere, gouden uren verbindt.
Het is niet de kunst die onze ogen verblindt.
Allereerst is het de liefde, de vriendschap, of het schermen.
 
Eerst, voor het schilderij dat je geduldig schetst,
de borst van Teresa, met haar slapeloze huid,
de dikke haardos van de ondankbare Matilde,
staat onze vriendschap geschilderd als een ganzebordspel.
 
Mogen vingerafdrukken van bloed op het goud
het hart van het eeuwige Catalonië doorstralen.
Mogen sterren als valkloze vuisten je verlichten,
terwijl je schilderkunst en je leven floreren.
 
Kijk niet naar de waterklok met vliesdunne vleugels,
noch naar de hardnekkige zeis van de allegorieën.
Kleed en ontkleed steeds je penseel in de lucht,
gekeerd naar de zon vol zeelieden en schepen.
 
1926
vertaling E. de Vries-Boveé

The Disintegration of the Persistence of Memory

"We worden uitgedaagd omdat we geloven dat horloges prachtig gemaakte, precieze mechanische objecten moeten zijn die een betrouwbare en consistente tijd bijhouden, maar hier zien we ze verwelkt en verwrongen - hoe vreselijk om te denken dat je een mooie Patek Philippe ref. 1518 Perpetual Calendar Chronograph  ziet smelten in je eigen dromen! 
Tijd was een concept dat Dalí in 1954 opnieuw zou bekijken in zowel zijn 'Melting Watch' als 'The Disintegration of the Persistence of Memory', maar het is zijn originele werk uit 1931 dat is blijven bestaan als de meest aangrijpende en gedenkwaardige voorstelling van tijd in de kunstgeschiedenis. Misschien is de blijvende aantrekkingskracht van het meest herkenbare schilderij van de meest invloedrijke surrealist toe te schrijven aan de universele relatie die we allemaal delen met tijd - het verstrijken en bijhouden van tijd is natuurlijk iets dat ons allemaal verbindt. "(The Hour Glass  Patek Philippe Geneve  Cultural Perspectives • 16 Mar 2020)

De tijd waarin we samenleven. En de bewondering van de dichter Lorca voor de schilder Dali, -bezing ik een gemeenschappelijk denken dat ons in de donkere, gouden uren verbindt-. Meer nog dan door de kunst door vriendschap. verbonden. Hoe de broers uit ‘Goed Volk’ in hun dagelijkse leven ook filosofisch de tijd in de seizoenen beleven, terwijl de dure horloges hier met naam genoemd zeker de zorg voor de tijd willen doorgeven maar vooral een waarborg voor de (financiële) status van de nieuwe bezitter moeten zijn.

Naast kinderen zijn dieren een geliefkoosd onderwerp in de publiciteit. Je weet wat je moet doen als je je eenzaam voelt. De verbinding (generation) blijkt net zo belangrijk.

Filosofe Martha Nussbaum stelde een lijst op met tien universele vermogens waarover elk mens zou moeten beschikken. Is het een ambitieus plan voor sociale groei, of een wilde utopische fantasie?
De lijst verscheen voor het eerst in haar in 2000 verschenen ‘Women and Human Development’. Hij wordt uitvoeriger vermeld in ‘Gerechtigheid voor dieren’. ‘De 10 centrale menselijke vermogens zijn, in verkorte versie:

  1. leven en levensduur – in staat zijn een leven van normale lengte te leiden.
  2. lichamelijke gezondheid – in staat zijn een goede gezondheid te hebben, met adequate voeding en huisvesting.
  3. lichamelijk integriteit – in staat zijn vrij te bewegen, te leven zonder geweld.
  4. zintuigen, voorstellingsvermogen en gedachten – in staat zijn deze te gebruiken, in te zetten, onderwijs te genieten.
  5. emoties – in staat zijn te kunnen hechten aan dingen en mensen.
  6. praktische rede – in staat zijn tot een voorstelling van het goede en kritische reflectie over de eigen levensplanning.
  7. erbij horen – in staat zijn met anderen te leven en deel te nemen aan sociale interactie, en met waardigheid behandeld worden.
  8. andere wezens – in staat zijn met dieren, planten, natuur te leven en ervoor te zorgen.
  9. spelen – in staat zijn te lachen, spelen, recreëren.
  10. controle over je omgeving – in staat zijn tot politieke participatie, arbeid en bezit.

(uit: Social Research & Journalism)

Canon van kip en collega’s (2)

Het is niet zo maar een vertederend ‘Gifje’ dat zich eindeloos blijft herhalen, maar het hoort bij mijn verste herinneringen. Kippen herkennen niet alleen wel dertig soortgenoten, ze herkennen ook heel duidelijk mensen, en ze drukken op hun manier hun voorkeur uit. En ‘hun’ manier verschilt niet zo veel van de onze.

Kippen worden al heel lang ingezet bij onderzoek naar de cognitieve vaardigheden van dieren,’ zegt Blatchford. Zo toonden onderzoekers aan dat kippen wel dertig individuele soortgenoten herkennen, en dat kuikens niet meer dan 24 tot 36 uur nodig hebben om het uiterlijk van hun moeder in te prenten.

Uit een studie bleek ook dat kuikens de afdruk van een rode driehoek konden onthouden, zelfs wanneer die driehoek gedeeltelijk was afgedekt. Dat wijst erop dat de vogels het plaatje zelf correct weten in te vullen. Daarnaast kunnen kippen gezichten van mensen herkennen en onderscheiden – en geven daarbij klaarblijkelijk de voorkeur aan mensen met symmetrische gezichten. Mensen die wij als 'mooi' aanduiden.

Uit een onderzoek uit 2002 kwam naar voren dat kippen een mensengezicht beoordelen op dezelfde criteria als mensen. Hoewel vervolgonderzoek meer duidelijkheid moet verschaffen, vermoeden wetenschappers dat wederzijdse aantrekkingskracht op basis van symmetrie ligt verankerd in het zenuwstelsel en dus niet zozeer wordt bepaald door culturele invloeden. (National Geographic 2023)

De eerste vier dagen blijven de kuikens dicht bij hun moeder. Zo blijven ze warm en krijgen ze bescherming. Als het gaat regenen, schuilen de kuikens onder de vleugels van de hen. De kuikens leren van hun moeder een stofbad te nemen en op stok te gaan. Ook laat de hen zien hoe de kuikens moeten reageren bij gevaar. Ze heeft meer dan 20 verschillende geluiden waarmee ze onder andere kan aangeven of er gevaar is en of dit gevaar uit de lucht of over de grond komt. De kuikens leren door spelgedrag ook van elkaar. Waarschijnlijk leren ze op die manier hoe ze bijvoorbeeld moeten reageren op agressie.

Als de kuikens ouder worden durven ze steeds verder van hun moeder weg te lopen. Na 6 weken lopen ze al tot 20 meter afstand van hun moeder. Vanaf deze leeftijd vormen de kuikens ook een hiërarchie, door te hoppen (ergens naar toe springen), dreigen (gestrekt rechtop staan met de kop boven een ander), springen, trappen en agressief pikken wordt de dominantie bepaald. Na 8 tot 10 weken gaan de kuikens zelfstandig op zoek naar eten, maar ze blijven nog in de buurt van hun moeder en broertjes en zusjes. Als de kuikens 18 weken oud zijn, sluiten ze aan bij de rest van de groep. (Ongehoord Het leven van een vleeskuiken )

Toch bestaat ook dit nog in eigen land:

Martha C. Nussbaum, in dit blog hebben we haar voornaamste filosofische werken telkens weer belicht, opent haar nieuwste boek ‘Gerechtigheid voor dieren’Onze collectieve verantwoordelijkheid– met :

“Dieren zitten wereldwijd in de problemen. Onze wereld wordt overal overheerst door mensen: op het land, in de zeeën en in de lucht. Geen enkel niet-menselijk dier ontsnapt aan de menselijke overheersing. Veelal brengt die overheersing dieren onrechtmatig letsel toe door de barbaarse wreedheden van de bio-industrie, door stroperij en jacht, door de vernietiging van habitats, door vervuiling van licht en zeeën of door verwaarlozing van de gezelschapsdieren waarvan mensen zeggen te houden.

Hoe zorgen wij ervoor dat niet alleen mensen maar ook dieren een volwaardig, zelfgekozen, soort-specifiek leven kunnen leiden? En hoe kunnen wij die plichten en rechten in onze grondwetten en internationale verdragen een plek geven? “

Cijfers leren dat onze invloed op de natuur buitenproportioneel groot is. Van de totale hoeveelheid biomassa op aarde is meer dan 99 procent afkomstig van planten, bomen, bacteriën, microben en virussen. Slechts 0,4 procent is afkomstig van dieren, waar insecten, vissen, anemonen, schaal- en schelpdieren en wormen het grootste deel van uitmaken. De mens draagt slechts 0,01 procent bij aan de totale biomassa, 2,5 procent van de bijdrage van dieren, terwijl de totale biomassa van de ‘productiedieren’ die de moderne mens houdt om in zijn levensbehoefte te voorzien met een bijdrage van vier procent aan de dierlijke biomassa bijna twee keer zo groot is. 

(Ewald Engelen  in 'De Groene Amsterdammer 7 juni 2023, bespreking van het genoemde boek)

De mens is weliswaar een veertje op de weegschaal van de natuur, tegelijk is de menselijke hand overal zichtbaar en voelbaar. Alles is in kaart gebracht, gewogen, gemeten, beprijsd, ingekaderd, omheind, in bezit genomen, doorsneden, afgeschermd en met geweld onderworpen aan onze behoeftes en wensen. En dus resteert er nauwelijks meer vrije ruimte waarin dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Massaal worden ze afgeschoten, opgesloten, verminkt en geslacht om al onze wensen te bevredigen.

En als we ze niet bewust doden, dan doen we dat onbewust en onbedoeld, door hun foerageergebieden te gebruiken voor geïndustrialiseerde landbouw, door hun waterplekken leeg te pompen of te vervuilen met plastic en chemicaliën, hun leefgebieden vol te bouwen of te vernietigen, het luchtruim te doorklieven met kabels, ballonnen en vliegtuigen. Of door pure achteloosheid: ontelbaar is het aantal dieren dat dagelijks stikt of omkomt van honger doordat het ons verpakkingsmateriaal heeft ingeslikt of verstrikt is geraakt in het afval dat wij laten rondslingeren.

(Ibidem Ewald Engelen–De Groene Amsterdammer)

En dan zijn er de bedoelde gruwelijkheden van de farmaceutische en cosmetische industrie waarin jaarlijks tientallen miljoenen ratten, muizen, vissen, honden, katten, apen en varkens een pijnlijke dood sterven. Duitse cijfers leren dat er in Duitsland alleen al jaarlijks rond de zeven miljoen dieren worden gebruikt voor medicijntesten. Ook de coronavaccins hebben een spoor van verwoeste dierenlevens achtergelaten, ruim 61.000 in Duitsland alleen al, terwijl bij de productie van Chinese en Amerikaanse vaccins het bloed van honderdduizenden degenkrabben is gebruikt.

Om maar te zwijgen van de bijna 27 miljard koeien, varkens, schapen en kippen die korte, akelige levens leiden in kerkerachtige schuren en stallen, om na een uren- of dagenlang transport per schip, trein of vrachtwagen te eindigen in al van veraf naar de dood riekende slachthuizen, waar ze worden vergast, doodgeschoten of waar met de slachthamer hun schedel wordt ingeslagen, om uiteindelijk, na op mechanische wijze gekookt, ontveld en gedemonteerd te zijn, als kotelet, kippendij of biefstuk in het schap van de lokale supermarkt te eindigen. Inclusief vissen, garnalen en schelpen nuttigt de mens drie miljard dieren per dag(!).

Het is de achteloosheid van deze industriële gruwelijkheid die voor Nussbaum de echte morele steen des aanstoots is. (Ibidem)

De aanleiding om het boek te schrijven was de dood van haar eigen dochter, Rachel, een hartstochtelijk dierenrechtactivist die op 47jarige leeftijd overleed. Ze heeft het boek aan haar opgedragen. ‘Zo lang als ik nog te leven heb’, schrijft de nu 76-jarige Nussbaum, ‘zal ik de schittering in haar groene ogen en haar subversieve glimlach blijven zien. Het contrast tussen ons kon niet groter zijn. Ik met mijn blonde krullen; zij met haar zwarte crew cut; ik met mijn keurige kleurige dameskleding; zij met haar zwarte broekpakken. En toch klopten onze harten met dezelfde passie.’

Die passie betrof het morele appèl dat voortvloeit uit het besef dat wat wij, zelf geboren uit verwondering en medelijden, dieren aandoen op geen enkele wijze strookt met ons morele zelfbeeld: vreedzaam en redelijk dénken wij te zijn, wreed en harteloos is wat we werkelijk zijn.

We zullen later, na intense lectuur zeker op het boek terugkomen. Voor deze bijdrage maakten we o.a. gebruik van het heldere verslag van Ewald Engelen in ‘De Groene Amsterdammer’. (7 juni 2023) Abonnement op de Groene is ten zeerste aangeraden! Het boek ‘Gerechtigheid voor dieren’ Onze collectieve verantwoordelijkheid is uitgegeven door Querido Facto. (32,50 euro)

Een gevleugelde ontmoeting

Hans Thoma Kippen voederen. 1870 Neue Pinakothek

Voor ik mij naar het flamboyante werk van kunstenaar Koen Vanmechelen wil begeven, zal ik mijn ontmoeting met een merkwaardig wezen van zijn oorspronkelijke belangstelling niet verzwijgen, al zouden mijn herinneringen best door de aanhoudende hitte enigszins kunnen beïnvloed zijn en zou ook de gevorderde leeftijd het waarheidsgehalte hebben aangetast. Anderzijds is de vertrouwdheid met haar wezen al op vrij jonge leeftijd gedocumenteerd.

eigen foto

Dat de gevorderde versie van dit joch zich graag met dit gevogelte bleef omringen maakt de ontmoeting die ik wil verhalen geloofwaardiger, al moet ik de lezer(es) waarschuwen dat de beschrijving ervan de tochtgaten van het verleden met eigen herinneringen heeft opgevuld. In de rurale omgeving is het inderdaad best mogelijk dat één van de aanwezige kippen haar beperkte vliegcapaciteiten gebruikte om aan het geopende raam van mijn werkkamer te verschijnen. Iedere soort kent haar durvers en nieuwsgierigen. Haar openingszin echter is tot op de dag van vandaag helder en duidelijk blijven nazinderen:

ortrait of the Chicken as a Young Cockerel is a painting by Lesley Spanos

‘Wij hebben nog voor John gewerkt.  John Irving.  Wel?’ 
Er zijn dagen dat niets of niemand je verbaast.  Te warm, te hectisch.  Gewoon ‘te’.
‘Dat is nu toch al een frisse jongen van eenentachtig.’
Alsof ik elke dag met een kip Amerikaanse letterkunde zou bespreken.
‘Ik bedoel maar, verwar ons niet met de eerste de beste leghen, ook al zijn wij, New Hampshire kippen, eerder een symbool van de stevige no nonsens-kip.  Brede bouw, diepe borst, bruinrode ogen, getooide kop met een enkele kam. Niet te veel tralala rond de kippenkont.  Niet zo rustig en tam als de veel gezochte Barnevelders maar net zo sociaal als een fel geprezen Bielefelder en toch ietsje meer présence dan de Welsumer.’ die het van zijn tamheid moet hebben.’

‘New Hampshire,’ probeerde ik terwijl de kip zich tussen de boeken van Elias Canetti en Albert Camus had neergezet.
Ik las luidop het resultaat van mijn zoektocht op het scherm:


‘De New Hampshire kip is een erg vitaal ras dat geen extra verzorging nodig heeft. New Hampshire kippen hebben niet veel ruimte nodig en voelen zich overal thuis. Dit maakt ze ideaal voor in de stadstuin. Ze kunnen zowel in de vrije uitloop als in de ren gehouden worden.Hun prachtige karakter dat rustig, betrouwbaar en ontzettend lief is, maakt ze uiterst geschikt voor beginners en kinderen.’

‘Voor beginners en kinderen’, herlas ik nog eens bij wijze van geruststelling.
‘Weet je dat John ook een kinderboek heeft geschreven:  ‘Een geluid alsof iemand geen geluid  wil maken’? ‘A  Sound Like Someone Trying Not To Make a Sound’.
Dat wist ik niet.
‘Hij weet hoe je met een kip kunt spreken.  Je denkt bijna luidop en dan klinkt het net alsof  het niet is uitgesproken maar toch werd gehoord. Zoals geluiden ’s nachts.  Het zijn misschien muizen tussen muren, maar je moet niet te bang zijn, want wat je hoort klinkt alsof het er niet is.  Begrijp je?’
Ik knikte.
‘Maar jij bent er. Alles goed met jou?’
‘Niet op letten, ik zit zit wat krap tussen Camus en Canetti. Ik kom wel eens terug als het niet zo warm is. ‘
Ze sprong vrij sierlijk op de raamrand.  
‘A sound like someone trying not to make a sound.’ zei ze.   Met de New Hampshire kleur in elke oe- en ai-klank. En daarna, in het mooiste helderste Amerikaans-Engels,  een zin uit ‘de wereld volgens Garp’, John’s boek dat zich bliksemsnel over de hele beschaafde wereld verspreidde: ‘Imaging something is better than remembering something.’  

‘De rol van een haan in een kippencollectie is zwaar overtrokken,’ was de openingszin waarmee zij mij enkele dagen later begroette. Ik had Canetti en Camus een beetje meer uit elkaar geschoven en van ‘History of Art’ een zitje gemaakt zodat zij zich gezellig kon neervlijen. Of ik een bezem had? En of ik hem dan tussen Canetti en Camus wou leggen. ‘Een kip zit graag op stok.
Wilt u kuikentjes?’
Ik legde haar uit dat ik maar tijdelijk deze kamer betrok, ja dat ik zelfs hier bij vrienden logeerde om in deze landelijke omgeving aan een boek te kunnen werken.
‘Zonder haan geen kuikentjes, dat wilde ik duidelijk maken.’
‘Misschien is het wel spannend, zo’n haan,’ probeerde ik.
‘Hij slooft zich graag uit, dat is waar. Denkt dat hij op de uitkijk moet staan, en ons bij gevaar moet waarschuwen.’
‘Dat klinkt erg nobel, niet?’
‘Het is een natuurlijke reflex. Er is nu eenmaal een pikorde in het hok. Wij laten hem dus graag in de waan dat hij het voor het zeggen heeft. Maar eerlijk: hij is galant, komt ons vertellen waar we eten kunnen vinden of schaduw, waar we onze eieren kunnen leggen zodat enkele hennen niet meer zelfstandig kunnen denken, en zich graag tegen hem aanschurken. Mensen beweren dat een haan in het hoenderhok het rendement verhoogt. Rendement. Een verschrikkelijk woord. Zou u niet over ‘rendement’ kunnen schrijven? Ik heb er lang over nagedacht toen we werden opgehokt omdat er vogelgriep rondwaarde. Het is tenslotte de verhouding tussen opbrengst en inleg. De haan die voor rust zou zorgen is de inleg, de rustige kippen die daardoor meer eieren produceren, de opbrengst. Return on investement, afgekort ROI, het Franse woord voor koning. Niet de haan is hier de baas, maar het rendement. Het rendement heerst over ons allen. En beste, hoe is het met jouw rendement? Wie gaat er geloof hechten aan een stuk of een boek over een pratende kip? Een kip met een roeping?’

Volgende afleveringen zullen ten gepaste tijde in dit blog verschijnen.  Wees dus voorzichtig met kippen.  Behandel ze met de nodige eerbied en waardering.  Net zoals wij nemen zij de omringende wereld waar. De Duits-Britse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) wiens werk vooral de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust omvat, schreef  in ‘Duizelingen’:

‘Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.’

(Nieuwsgierig naar W.G. Sebald?  Lees zijn prachtig boek ‘Austerlitz’.)

‘Cautiously Optistic’ (or Chicken|Man) Ron Mueck

Over je eigen schaduw springen

Marisa Röesset Velasco Autorretrato tumbada en el suelo 1927 (Zelfportret, liggend op de grond)

Hij is er. Levenslang. De eigen schaduw. Hij houdt gelijke tred. Sommige kunstenaars denken dat ze hem van zich af kunnen schrijven, of hem als schilder of beeldend kunstenaar uit hun atelier kunnen jagen. Dat kan mooi werk opleveren. Maar zijn ze eenmaal bevrijd -denken zij- dan loopt hij, de volgende dag, toch weer met hen mee op weg naar de kroeg, of een beetje zwijmelend huiswaarts. Vooruit dan maar, zeggen zij. Wij zijn tenslotte wie wij zijn. (Iets met ouders of grootouders kan al veel verklaren, en is best te gebruiken in die durvende roman.)

Over je eigen schaduw heen springen is iets wat in werkelijkheid niet mogelijk is. Wie dat in figuurlijke zin toch doet, doet dus iets wat onmogelijk geacht wordt, en dus heel bijzonder is. (Genootschap Onze Taal)

De uitdrukking is in het Nederlands aan het einde van de twintigste eeuw in gebruik gekomen. In NRC Handelsblad wordt in 1993 gesproken van “proberen over onze schaduw heen te springen”. Hoogstwaarschijnlijk is het een vertaling van een Duitse uitdrukking: über seinen Schatten springen. De uitdrukking is waarschijnlijk geïnspireerd op het oude geloof dat je schaduw net zo nauw aan je verbonden is als je karakter. Je komt er nooit ‘los’ van, behalve dan in figuurlijke zin, als je je bijzonder edelmoedig opstelt. (ibidem)

Richard Serra – the Matter of Time

Je losknopen van je schaduw onderstelt dat je oog hebt voor de wereld rondom jou. Dat je je ook wil bevrijden van kanten en kwaliteiten waar we niet graag naar kijken omdat ze bijvoorbeeld gevuld zijn met angst of schaamte. (Schaduw” verwijst ook naar verschillende onbewuste aspecten van de persoonlijkheid die we niet kunnen of willen zien, maar die op zichzelf niet kwaad of slecht zijn, doch die we door onze opvoeding en ontwikkeling hebben leren zien als iets dat niet bij ons hoort.). De wereld redden doen we best met zijn allen, iedereen dat hele kleine beetje. Ik citeer graag Heleen Debruyne in Rekto Verso van eind april 2021:

“Is het niet een tikje hoogmoedig, te denken dat je kunst en jouw visie op de wereld belangrijk is? Het lijkt me ook hondsvermoeiend – hoeveel tijd heb je nog voor je métier, als je steeds maar zinnig moet lopen zijn? Kunst te maken die, zoals de prenten van Goya, de werkelijkheid sublimeert is niet iedereen gegeven. Dat hoeft niet eens. Ik ben al lang blij als een kunstenaar me even doet lachen of huiveren, me in vervoering brengt met een kleurencombinatie. Kunstenaars kunnen de wereld misschien niet redden – wees dus niet bang om gewoon kunst te maken die ons even laat ontsnappen aan de sleur van onze dagen.”

https://www.rektoverso.be/artikel/nee-tegen-wereldreddende-kunst

Of je het alledaagse of het bijzondere moment wil vatten, laten we het enkele kunstenaars vragen die op zoek waren naar dezelfde antwoorden.

John F. Francis (1808-1886)

En bij wie gaat de kunstenaar te rade? Vincent van Gogh ontmoet Friedrich Nietzsche. Goed voorbereid, dat wel. Menselijk al te menselijk.

‘Het was Van Gogh die als eerste toenadering had gezocht, nadat hij met zijn onstilbare leeshonger en gefascineerd door de titel in Franse vertaling (want het Duits niet machtig) Humain, trop humain van Nietzsche had gelezen. Het werk had zijn rusteloze geest in nog grotere verwarring gebracht. Enerzijds was het een feest van herkenning geweest. Enthousiast had hij met potlood welhaast het volledige 99e fragment in deel twee van het boek onderstreept. Nietzsche noemt daar de schrijver (voor Van Gogh: de kunstenaar) als ‘gids voor de toekomst’; degene die ‘het mooie beeld van de mens verder uitwerkt met zijn fantasie’, en zo ‘meehelpt de toekomst te scheppen’. En de volgende passage was Van Gogh helemaal uit het hart gegrepen:

“Kracht, goedheid, zachtaardigheid, reinheid en een onopzettelijke, aangeboren matigheid in de personen en hun handelingen; een geëffende grond, die de voet rust en lust schenkt; een lichtende hemel die op de gezichten en gebeurtenissen afstraalt; de kennis en de kunst tot een nieuwe eenheid samengevloeid […], dit alles zou het aansluitende, algemene zijn, als het ware de gouden ondergrond waarop nu eerst de fijne verschillen tussen de belichaamde idealen het eigenlijke schilderij — dat van de steeds hogere menselijke voornaamheid — zouden vormen.”

(Nietzsche en Van Gogh over de toekomst van de Westerse Beschaving, Rob Riemen)

Lees het boeiende artikel helemaal in NieuwWij

https://www.nieuwwij.nl/achtergrond/nietzsche-en-van-gogh-over-de-toekomst-van-de-westerse-beschaving/

Twee heel verschillende kunstenaars, door land en leven gescheiden, maar die blijkbaar in hun beeldopbouw vaak dezelfde werkwijze hebben, dezelfde keuzes maken. Met een gemakkelijk woord zou je over ‘ inspiratie’ kunnen spreken, maar de manier waarop Ingmar Bergman en Andrei Tarkovsky hun beeldcomposities maken kun je inderdaad moeiteloos ‘visual similaritys’ noemen. Alsof ze deelgenoot waren van hetzelfde aanvoelen.

De aandacht voor het ‘menselijk, ‘vaak al te menselijk’ zal de opdracht en het inspiratieterrein van de kunstenaar zijn. Albert Camus schrijft in wat hij zijn beste boek noemt ‘De mens in opstand’ een duidelijk standpunt dat hij als titel ‘Opstand en kunst’ meegeeft:

“Ook kunst is die impuls die tegelijkertijd verheerlijkt en ontkent. ‘Geen enkele kunstenaar verdraagt de werkelijkheid’ zegt Nietzsche. Dat is waar, maar geen enkele kunstenaar kan buiten de werkelijkheid. De scheppingsdaad is een eis tot eenheid en een afwijzing van de wereld. Maar hij wijst de wereld af vanwege wat eraan ontbreekt en uit naam van wat hij soms is. De opstand laat zich hier buiten de geschiedenis in zuivere staat waarnemen, in zijn oorspronkelijke complexiteit. Kunst zou ons dus een laatste perspectief moeten bieden op de inhoud van de opstand.”

Hij duidt de vijandigheid aan tegenover kunst en alle revolutionaire hervormers: Plato was nog gematigd, hij bande alleen de dichters uit zijn republiek. En “..voor het overige heeft hij de schoonheid boven de wereld gesteld.” De Reformatie verkiest de moraal en bant de schoonheid uit. Rousseau hekelt in de kunst een ontaarding die door de samenleving aan de natuur is toegevoegd.

“Saint-Just gaat tekeer tegen de toneelvoorstellingen en wil in het mooie programma dat hij voor het “Feest van de Rede” maakt, dat de rede wordt uitgebeeld door een persoon die ‘eerder deugdzaam dan mooi’ is. De Franse revolutie brengt geen enkele kunstenaar voort, maar alleen een groot journalist, Desmoulins, en een clandestiene schrijver, Sade. De enige dichter van die tijd onthoofdt ze. De enige grote prozaschrijver wordt naar Londen verbannen en pleit voor het christendom en rechtmatigheid. Enige tijd later eisen de volgelingen van Saint-Simon ‘sociaal nuttige’ kunst. ‘Kunst voor de vooruitgang’ is een veel gehoorde uitdrukking die als een rode draad door de hele eeuw loopt en Hugo heeft overgenomen, zonder er in te slagen haar overtuigend te doen klinken. Alleen Vallès verwenst de kunst op een dermate heftige toon dat hij authentiek overkomt.” (P 256-257, vertaling Martine Woudt uitgeverij Olympus 7de druk.)

‘Over je eigen schaduw springen’ mag hier meervoudig zijn geduid, het is duidelijk dat een kunstenaar(es) zelf een eigen weg kan kiezen, al dan niet met zijn (haar) kunstige schaduw als bijdrage of toch eerder wegen kan zoeken waarin ons aller bestaan en toekomst is betrokken en een sierlijke sprong over zijn (haar) schaduw hem (haar) een plaats biedt temidden van het dagelijks doen en laten. Een zelfportret zoals het prachtige doek waarmee we begonnen is niet uitgesloten. We lijken meer op elkaar dan we vermoeden. Een zelfportret kan dus het begin van wijsheid zijn. Een onderscheid. Een uitnodiging.

Gustave Courbet – Zelfportret (wanhopige man), 1843-45, olie op doek, 45x54cm, particuliere collectie