Reisgezel(2): ‘Les Jardins publiques’ Edouard Vuillard

Les Jardins Publiques. (klik op onderschrift om te vergroten)

De reeks „Jardins publics“ bestaat uit negen panelen die in 1894 door Alexandre Natanson werden besteld voor zijn herenhuis aan de Avenue du Bois in Parijs, tegenwoordig de Avenue Foch. Natanson was directeur van La revue blanche, een kunst- en literair tijdschrift dat onder meer de groep van de Nabis onder zijn vleugels had, waarvan Vuillard deel uitmaakte. De reeks was opgehangen in een grote ruimte, die zowel als salon en als eetkamer diende. Deze voorstelling van spelende kinderen, vergezeld door hun kindermeisjes, paste bijzonder goed bij de familiale sfeer van de opdrachtgevers, die ouders waren van drie kleine meisjes.

La Promenade

Deze panelen zijn in 1929 verspreid geraakt, maar vijf ervan worden bewaard in het Musée d’Orsay. Ze worden in een rechte hoek tentoongesteld, net als in hun oorspronkelijke opstelling. Elke compositie staat op zichzelf en heeft een ondertitel, maar ze zijn allemaal met elkaar verbonden door de continuïteit van de ruimte – aarde en hemel –, het licht en de kleuren: harmonieën van beige, groen en blauw, verlevendigd door enkele rode accenten. Zonder oog voor topografische nauwkeurigheid doen sommige panelen denken aan de Tuilerietuin, andere aan het Bois de Boulogne, dat grenst aan het Hôtel des Natanson.

Sous les arbres

Het plein-air-thema, de natuur in de stad, getuigt van de impressionistische erfenis, met name die van Monet. Het decoratieve aspect doet denken aan de middeleeuwse wandtapijten die Vuillard in het Musée de Cluny bewonderde. De schilder experimenteert hier voor het eerst op deze schaal met de effecten van lijmschilderkunst waardoor dit matte uiterlijk ontstaat, vergelijkbaar met dat van de fresco’s van Piero della Francesca, en dat hij later in al zijn decoratieve werken toepast. Tenslotte is de invloed van de Japanse prentkunst en kamerschermen merkbaar in de opstelling van vormen en leegtes, de decentreringen en de symmetriebreuken.

Jeunes filles jouants

De techniek van lijmschilderen mengt een lijm (in plaats van olie) op basis van konijnenhuid met pigmenten, terwijl ze wordt verwarmd, daarna aangepast op het canvas. 
Het is een techniek dicht bij tempera, gemaakt van eigeel, en verspreid in Europa in de 13de en 14de eeuw, veel gebruikt door Italiaanse renaissanceschilders. 


In de 19de eeuw is het een techniek die vaak wordt gebruikt voor de realisatie van theatersets. Vuillard heeft talloze sets voor Parijse theaters uitgevoerd. Hij gebruikt deze techniek van lijmschilderen om deze panelen hun matte uitstraling te geven, die aan de muurschilderingen van de Renaissance herinnert.

Lijmverf, ook wel lijmtempera genoemd, is een verfsoort die gemaakt wordt uit dierlijke lijm, bijvoorbeeld uit beenderlijm of huidenlijm. De gelatineachtige lijm wordt lang geweekt, vervolgens opgelost in warm water, waarna er pigment doorheen gewreven wordt.(La detrempe) De verf is mat van kleur, en niet watervast. Lijmverf schilderijen op doek werden Tüchlein genoemd. (Wikipedia)

Les deux écoliers Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, Bruxelles

Vuillard se montrera toujours sensible à la perception que les enfants ont de l’espace. Les Petits Écoliers, guetteurs éphémères, témoins d’un ballet fantomatique d’ombres qui peuplent, au loin, les frondaisons de ces Tuileries recomposées en sous-bois symboliste, sont un des panneaux les plus saisissants. (en meer via hieronder aangeduide bronnen)

Bezoek:

Vuillard et le regard intmiste

Het was vooral die ‘regard intime’ die mij aansprak. Helaas is het een beetje behelpen met de digitale reproducties. Is je bibliotheek geabonneerd op ‘Connaissance des Arts’ dan vind je een degelijke bijdrage van Frank Claustrat in de jaargang 2003, oktober nr 609. De stilte in Vuillards werk en de plaats voor het (Japanse) lege maakten deze kunstenaar een boeiende reisgezel. Het wonderlijke zoekt altijd de leegte op. Net zoals de stilte. Daar is veel mogelijk.

(mooie gedetailleerde film (28:56). over deze schilderijen; altijd via youtube terug te vinden: ‘Les allées du souvenir”

Het momentele als waan of essentie (1)

“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten)
“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten en nog eens eens je in d’ Orsay bent beland.

Inderdaad, samen zijn dit 5 digitale versies van een en hetzelfde schilderij, niet eens groot 60 x 74cm zonder kader, origineel te bewonderen in het Musée d’ Orsay, Paris. Bovenste foto is een versie van Wikipedia via Google, de laatste komt uit het museum zelf, en dan heb ik het nog niet over de diverse kopieën die in de zgn. ‘kunsthandel’ te koop zijn. We zullen moeten gaan kijken, inderdaad en dan zullen we nog een aantal andere versies moeten verwerken al blijkt bij het kleuren zien de hersenwerking bij elke waarnemer identiek. maar de persoonlijke ervaring ervan is weer een ander hoofdstuk.

Maak ik een schermafbeelding van Googles opzoekingen dan zie je ongeveer dit:

In een nog recentere versie , februari 2024 resultaat van een opname in de tentoonstelling Colour & Light – The legacy of impressionism, Atheneum, 20 October 2023 – 25 February 2024 kan je een sterke rood-beklemtonende opname bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Chemin_montant_dans_les_hautes_herbes.png

…en terwijl je daar bent, daarnaast onderaan een erg getrouwe kopie uit het museum, en dan zijn we terug bij een mengeling van de opnames bovenaan.

Maar…er is slechts één verhaal.. De plaats: Essoyes. Of niet? Gaat het eerder over een ‘impressie’? Herinneringen? Maak een keuze tussen de eerste twee doeken bij het begin van deze bijdrage.

Het verhaal van "Chemin montant dans les hautes herbes":

Twee silhouetten bijna in het midden van het doek, het kleinere silhouet is van een kind, het andere van een vrouw. Loopt het kind voorop, bloemen in een van zijn handen terwijl de vrouw een rode parasol draagt. Zij lopen beiden naar een houten poortje, rechtsonder het schilderij. Mogelijk heeft Renoir Jean, zoon en Camille, vrouw van zijn vriend Monet verbeeld.
Voel je de zomerwarmte? Hoor je de krekels? De wind brengt een zoete geur van wilde bloemen mee. In de verte, op het pad achter het kind en de vrouw met de rode parasol zie je nog een stel, een man en een vrouw, in het zwart gekleed. Ook die vrouw beschermt zich met haar parasol.
De tuin zal meermaals in zijn werk verschijnen.

Pierre-Auguste Renoir Femme avec parasol dans un jardin 1875

Is het een herinnering van de schilder P.A. Renoir in Essoyes en beschrijving van de route “Chemin montant dans les hautes herbes”?

Auguste Renoir en Aline Charigot, afkomstig uit Essoyes, ontmoetten elkaar in Parijs. In de Rue Saint Georges, in een crémerie waar men in die tijd ook kon eten, charmeerde de jonge naaister uit de provincie Renoir. Hij was onder de indruk van de charme van deze 21-jarige vrouw en vroeg haar om in zijn atelier te komen poseren. Aline stemt toe en zo vindt de kunstenaar, die zich niet op zijn gemak voelt in de salons van de Parijse bourgeoisie, maar zich aangetrokken voelt tot de natuur en het gezonde leven van de plattelandsbevolking, de weg naar Essoyes. Maar dan zijn we de rumoerige jaren 1872-1877 net voorbij.

Renoir a 39 ans. Il est alors dans une période critique. Et comme ses amis Monet, Pissarro et Sisley, il traverse une période où le mouvement impressionniste s’essouffle. Comme eux, il la résoudra à sa façon. Contrairement à Monet, Cézanne et Degas, il ne peut vivre que de sa peinture. Voilà pourquoi il s’est lancé dans le portrait et ainsi s’est acquis la bourgeoisie parisienne. Mais c’est à Essoyes qu’il va retrouver l’ambiance, le cadre, les couleurs et la lumière de sa peinture. “Essoyes avait vraiment tout ce qu’il faut pour enchanter un peintre et lui faire découvrir des motifs à chaque pas ; un village où les toits étaient d’une belle couleur raisin de Corinthe, une rivière coulant paresseusement au pied des bouquets de saules argentés, un sol d’un ton cuivré et au-delà une épaisse forêt” 

(François Fosca / Editions Aimery Somogy).

Renoir Grand Vent (Le coup de vent) 1872

Dit werk hing ook op de eerste tentoonstelling van ‘de impressionisten’ in 1874 en zorgde voor de nodige negatieve commentaar. Stel je voor, een schilderij zonder figuratie, met de wind als onderwerp. Wind ja! En rond dezelfde tijd 1874-1876 dit portret: ‘Femme à l’ ombrelle et enfant’

Pierre-Auguste Renoir – Femme à l’ombrelle et enfant.jpg. (1874-76)

En of dit niet Camille Monet was? Maar vooral de mooie belichting, licht en schaduw zijn belangrijker dan de details van het kleed en de zomerse omgeving. Zijn we hier bij personages van de ‘Chemin montant?’ Alvast in dezelfde innigheid en atmosfeer. Het moment. Even maar en het is voorbij. Kunstenaars als Claude Monet, Pierre August Renoir, Edgar Degas, Camille Pissaro, Berthe Morisot stelden voor de eerste maal hun (vaak geweigerde) werken tentoon in 1874. Het statische beeld verdampte in de pijnlijke schoonheid van ‘let op, het duurt maar even en het is voorbij…’ En of je die momenten kon vastleggen; was dat geen contradictio in terminis? Zelfs het reproduceren van hun werken is geen makkelijke opgave zoals duidelijk bleek bij het begin van deze bijdrage. Een museum is een oplossing, of met de feestdagen in het achterhoofd geef en krijg mooie geïllustreerde kunstboeken.

Berthe Morisot painting entitled: Eugène Manet and his Daughter in the Garden

Voor mij bestaat een landschap nauwelijks als landschap, omdat het voortdurend van uiterlijk verandert; maar het leeft dankzij zijn omgeving, de lucht en het licht, die voortdurend variëren.
Claude Monet

Het Klaprozenveld in Argenteuil, 1873. Claude Monet
Neen. Het moment
is geen bevroren onderdeel
van een beweging.
Het moment suggereert
wat zichtbaar was of wordt,
maar
zonder nu
bestaat er geen verleden
noch toekomst.

(wordt dus vervolgd)

Renoir. Vrouw in de tuin

Aanvullend:

Het ongrijpbare van het voorbijgaan, niet het motief

Ludvik Kuba (1863-1956) ‘Onder de rozen’ 1905

Met opzet koos ik bij het begin van deze tweede bijdrage met ‘het Impressionisme’ als onderwerp, enkele werken die niet dadelijk overbekend zijn of veelvuldig gebruikt zoals dit wondermooie schilderij van de Tsjechische schilder Ludvik Kuba. (1863-1956) Een beeld dat in deze zomerse dagen thuishoort. Horst Keller in zijn standaardwerk ‘De Impressionisten’ neemt ons bij de hand:

Deze door de impressionisten begonnen revolutie is inderdaad volkomen ongekend. Hun houding tegenover de uiterlijke wereld en hun visie daarop zijn helemaal nieuw. De impressionistische schilder werkt niet meer in zijn atelier, maar gaat zelf naar de plek die hij wil ‘beschrijven’, met als enige bedoeling daar de steeds in beweging zijnde en voortvluchtige poëzie van weer te geven. Hij heeft alle bestaande regels overboord gegooid en beperkt zich ertoe zo getrouw mogelijk het schouwspel voor zijn ogen in het speelse, steeds veranderende licht van de atmosfeer vast te leggen. 
Miloš Jiránek Het Balkon 1908
Met snelle, dicht op elkaar aangebrachte penseelstreken zet hij zuivere, contrasterende kleuren op het witte doek en bereikt met deze kleur-oppositie dezelfde lichtsterkte als in de natuur. Elke kleur wordt onvermengd gebruikt en komt zo, volgens een bekende regel, beter tot zijn recht in contact met de kleur ernaast. Zo lijken rood en blauw vlak naast elkaar vanuit de verte veel paarser dan wanneer men beide kleuren meteen had gemengd. 

Deze manier van zien had tot gevolg — en hierbij raakt men aan een van de meest elementaire begrippen van het impressionisme — dat een juist aangeven van de omtrek der voorwerpen minder belangrijk is dan het weergeven van de variaties die deze door het licht ondergaan. Vandaar een bepaalde vaagheid van vorm, een als het ware opgaan van de uiterlijke wereld in een soort kleurenpoeder, iets dat het publiek diep choqueerde en door bijna geen enkele kunstcriticus kon worden aanvaard. Onder het voorwendsel van een objectieve analyse van het gevoel in zijn meest vluchtige aspect, leidde het impressionisme tot een uit elkaar vallen van de concrete wereld en dus tot een absoluut afwijzen van het ‘motief’, waardoor de bestaande schilderkunst op zijn grondvesten ging wankelen.(Horst Keller)
Alfred Sisley (1839-1899) Un verger au printemps à By 1881 Klik op onderschrift om te vergroten
Edouard Manet Argenteuil 1874
Edouard Manet Portrait de Stéphane Mallarmé
Soupir

Mon âme vers ton front où rêve, ô calme sœur,
Un automne jonché de taches de rousseur
Et vers le ciel errant de ton œil angélique
Monte, comme dans un jardin mélancolique,
Fidèle, un blanc jet d’eau soupire vers l’Azur !
— Vers l’Azur attendri d’Octobre pâle et pur
Qui mire aux grands bassins sa langueur infinie
Et laisse, sur l’eau morte où la fauve agonie
Des feuilles erre au vent et creuse un froid sillon,
Se traîner le soleil jaune d’un long rayon.

Stéphane Mallarmé (La Parnasse contemporain, 1866)
Mary Cassat Temps d’ été 1894

Of hoe de dichter Stephane Mallarmé, geportretteerd door Edouard Manet, in zijn gedicht ‘Soupir’, een zucht vol melancholie, in een herfst met roodbruine sproeten bezaaid, die voorbijgaande kleuren in woorden probeerde te beschrijven, later door Claude Debussy getoondicht en hier gezongen door Anna Marie Rodde zodat het duidelijk wordt dat het impressionisme in de diverse kunsttakken met woord, klank en kleur een nieuwe wereld verkende waarin niet het omlijnde motief maar het ongrijpbare vluchtige van de essentie centraal kwam te staan.

'Tot 1886 organiseerden de schilders van deze groep acht tentoonstellingen van hun werk. Pissarro was overal vertegenwoordigd, terwijl Monet, de leider van het impressionisme, maar aan vijf ervan heeft deelgenomen. Langzaam maar zeker gaat elke impressionist zijn eigen weg. Daarom kan men dan ook niet van een impressionistische school spreken, maar eerder van schilders die dezelfde ideeën over kunst hadden, hetzelfde soort leven leidden en eensgezind probeerden de moeilijkheden van het dagelijkse bestaan en een algemeen vijandige houding het hoofd te bieden, waarbij ze allemaal zeer uitgesproken tegen de ‘officiële’ kunst waren. 

Wie het Musee de l’Impressionnisme in Parijs bezoekt zal onmiddellijk merken hoe elk lid van deze groep zijn zelfstandigheid wist te bewaren en deze in de loop der jaren accentueerde. In zijn latere jaren schildert Pissarro de straten van Parijs vanuit zijn raam, terwijl Renoir in dezelfde periode het stralende licht van de Provence ontdekt en Monet steeds meer opgaat in een droomwereld die hem gesuggereerd wordt door de waterlelies in zijn tuin in Giverny.' (De Impressionisten Horst Keller)