HET TOUW, scène 18

ACHTTIENDE SCÈNE

WE HOREN DE ZANDSTORM OPSTEKEN. HET ZEIL STAAT STRAK MAAR JE MERKT TOCH DE RIMPELINGEN.
HET IS DONKER GEWORDEN.
ALISON NEEMT ALS EEN SOORT PIËTA DE GEKWETSTE EMMERICH OP ZIJN SCHOOT.

ALISON
Morgen is het mijn beurt, Emmerich.
Kun je ‘t nog tot morgen uithouden?
Dan neem ik jouw revolver mee.
En ik kom met drank en eten beladen terug.
Hun kamelen zullen alles voor ons dragen, Emmerich.
En weet je, ik breng het meisje met de gazellenogen mee en de oosterse jongen.
Ze zullen je wonden verzorgen, je zachtjes zingend masseren en je in de bron van de oase weer leven tot wekken.

EMMERICH KREUNT, EEN WINDSTOOT

ALISON

Volhouden, Emmerich.
Ik zal je een verhaaltje vertellen.
Dan gaat de nacht vlugger voorbij.

Ik vertel je deze nacht over het gevleugelde paard.
Niet over Pegasus, maar over zijn halfbroertjeTry-to-fly.
Ik zal hem Try noemen en dan weten we wel dat we Try-to-fly bedoelen.

Die gekke naam had hij aan zijn net zo’n eigenaardige constitutie te danken.
We zullen zijn stamboom niet uitpluizen, maar feit is dat hij als halfbroertje achteraan kwam.
Hij had namelijk bij zijn geboorte maar één vleugel.
Nu begrijp je natuurlijk dadelijk zijn naam Try-to-fly.
Heb jij al eens een vogel met één vleugel gezien, Emmerich?
In de lucht dan, bedoel ik.
Heb jij al eens een vliegtuig gezien met één vleugel?
Ja, in een rampenfilm.
Eén vleugel wil zeggen neerstorten als je er ooit twee hebt gehad.
Maar bij Try was dat anders.
Hij had er nooit twee gehad, hij was gewoon met één vleugel geboren.
Een gril van de natuur kun je wel zeggen.

EMMERICH KREUNT ALS DE WIND PLOTSELING HEVIG HUILT

ALISON
Stil maar.
Ik heb het niet over jou.
Want hoe gek het ook mag klinken, Try was helemaal niet ongelukkig, noch benijdde hij de twee vleugels van zijn halfbroertjes.
Hij dacht dat hij met die ene vleugel ook wel wat kon doen.
Je zou denken dat hij dus bij het grondpersoneel van de luchtmacht wilde werken, maar dat was ook weer helemaal mis gedacht, Emmerich, want ik hoor je denken, gekneusde knul van mij.
Neen, Try wilde op een of andere manier met die ene vleugel de lucht in.
De voorstellen om hem een kunstvleugel in te planten vond hij belachelijk.
Hij had nu eenmaal een vleugel, en een vleugel dient zoals zijn naam het aanduidt om te vliegen.

Het was een gek gezicht.
De vliegpogingen van Try to fly.
Iedereen hield op met werken.
Er klonk luid gelach in de stad als Try aan zijn fly begon en met zijn klikken en klakken de heuvel afdonderde.

Er verschenen spotprenten over zijn zogezegde hoogmoed, zijn psychiatrische afwijkingen, zijn belachelijke luchtsprongen en potsierlijke landingen.
Wie moest immers de kosten van die builen en schrammen dragen, van de hechtingen en spalken, van die scans en röntgen-opnamen?
Juist. De gemeenschap.
Kon hij nu niet gewoon zich bij zijn éénvleugelige toestand neerleggen, figuurlijk dan want letterlijk deed hij wekenlang niets anders.
Dacht hij aan respect te winnen, was hij op compensatie uit voor een zielige koude jeugd?
Kijk naar die andere éénvleugeligen, Try.
Die waaien de verhitte sportlui koelte toe.
Die dirigeerden het groot paardenkoor.
Die wekten zelfs elektriciteit op, en al was het dan maar een lampje van vijf watt, ze voelden zich tenminste nuttig.
Andere éénvleugeligen stichtten een kloosterorde, verdiepten zich in de diepste paardengedachten, probeerden geestelijk te vliegen, ja dat wel, maar ze vielen niemand lastig en baden voor een behouden thuiskomst als je hen iets toestak.

Ja, ik kende die éénvleugeligen tamelijk goed.
Ik hoorde bij de soort die uit woede voor dat verdomde gebrek een vriend kleineerde.
Ik schoof mijn gekneusde kant op zijn schouders zodat ik tenminste mij boven hem kon verheffen, ook al had ik maar één vleugel!
O wat was dat een fijn gevoel!

Ik verzon dat ik op de slappe koord kon dansen, en hij geloofde mij.
Ik vertelde hem de meest waanzinnige verhalen, en hij geloofde mij.
Ik zei dat ik van hem hield maar was gewoon op zijn warmte uit, en hij geloofde mij.
Ik stuurde hem om mondvoorraad en drinken, maar had stiekem mijn eigen voorraadje aangelegd en terwijl hij zijn leven waagde, wrat ik het alleen op, dronk ik de laatste druppels uit.
En toen hij gekneusd en half dood binnenstrompelde, noemde ik hem een lafaard, een hoerenjong en een opportunist.

ALISON MERKT NU DAT EMMERICH AL EEN TIJDJE IN SLAAP IS GEVALLEN.

ALISON
Hij slaapt.
Zou hij dat nog gehoord hebben, die sentimentele biecht van mij?
Natuurlijk niet.
En al zou hij iets hebben opgevangen ik kan hem dadelijk overtuigen dat het ijlkoorts was, hersenspinsels van een half dode man.

Nou, Emmerich.
Try to fly werd zijn naam elke dag meer en meer waard.
Hij gaf niet op.
Niet om een record te vestigen.
Niet om zoals de andere paarden te kunnen zijn.
Hij haatte die gelijkvormigheid als de pest.
Maar hij wilde dat gevoel om los te komen van de aarde even voelen.
Nu kan iedereen dat voelen door van de 27ste verdieping te springen, maar Try wilde dat gevoel kunnen herhalen en verfijnen.
Het was een verdomd veeleisend half-talentje.
En wat denk je Emmerich, is het hem gelukt?
Of vind je ‘t flauw als ik morgen het vervolg vertel?

De wind is gaan liggen.
De woestijnhemel zal vol sterren staan.
Hoor je hem vliegen, Emmerich?
Ja?
Ik ook.
Hij heeft gewacht tot de wind ging liggen en dan is hij vertrokken.
Hij kan niet lang in de lucht blijven.
Het is zoals met een stok een bootje vooruit wrikken.
Dat is zijn geheim.
Hij wrikt met die ene vleugel zijn paardengewicht de lucht in.
Critici zullen zeggen dat het niet sierlijk is, maar daar zijn de kolibrie’ s voor.

ALISON BEKIJKT DE REVOLVER.

ALISON
Zou je ook willen vliegen, Emmerich?
Eindelijk op de slappe koord kunnen dansen?

HIJ RICHT DE REVOLVER OP EMMERICHS HOOFD.

ALISON
Eerst jij.
En dan kom ik ook.

HIJ RICHT DE REVOLVER EVEN OP ZIJN EIGEN HOOFD

Jij bent Eva Braun en ik Adolf.
Buiten is het Berlijn.
We hebben met onze ene vleugel Europa in puin gelegd.
Met onze ene vleugel hebben we het vuur van de crematoria aangewakkerd, het cyclon-B-gas verspreid.
We hebben wraak genomen.
Dat was het.
Mensen van enige betekenis willen altijd wraak nemen.

Maar we zijn van generlei tel, Emmerich.
En wat moeten we wreken?
Wie moeten we voor het gerecht slepen?
We zitten in de woestijn.
Jij slaapt.
En ik heb slaap.
Laten we dus genoegen nemen om samen bewusteloos te zijn voor enkele uren.

HIJ GOOIT DE REVOLVER WEG, REKT ZICH UIT, DUWT EMMERICH BEETJE BRUTAAL VAN ZICH WEG, ZOEKT EEN PLAATSJE EN KRUIPT DAN DICHT BIJ EMMERICH OM HET WARM TE HEBBEN.

PAUZEDINSDAG HET TWEEDE BEDRIJF.


HET MOOIE BEELD OP DE WIT-ZWART FOTO IS VAN DE DUITSE BEELDHOUWER CHRISTOPH FISCHER