
Ja, ze was heel mooi.
Maar ze vond zichzelf ‘hässlich’.
Ze was het Duitse theater idool uit de jaren twintig.
Hij was een bekende schrijver
maar wegens zijn scherp satirische pen wel omstreden.
Hij had naam voor zij bekend werd.
Hij maakte haar beroemd,
maar zij vergat hem.
Hij hield van haar,
maar zij trouwde met een andere man.
Hij stierf in de USA in een armenhospitaal in 1950.
Zijn as werd later in Londen uitgestrooid
Enkele kilometer van de onwetende geliefde.
Zij kreeg prijzen in Duitslanden leefde nog tot 1986 in Londen.

Elisabeth Bergner en Albert Ehrenstein.
Ik citeer het begin van de mooie bijdrage omtrent Albert Ehrenstein in ‘Eine Liebe die nicht in Erfüllung ging’ uit Jürgen Serke’ s boek ‘Die verbrannten Dichter’, een album uitgegeven in 1977 door Belt & Gelberg, Weinheim, Basel.
Het tragische van zijn levensloop, zeker in verbinding met Elisabeth is tot op de dag van vandaag een voetnoot gebleven, en je moet al ver zoeken in het nochthans goed voorziene internet om iets over hun relatie te vinden, want bronnen zoals ‘Wikipedia’ hebben er nog nooit van gehoord.
Serke beschrijft dat heel mooi: de wereld zag een vrouw met haar theatertriomfen, een ‘elfengleichen’ Wesen, de Ariane van de film die ieders sympathie opriep.
Daar tegenover een man met rood haar, afstaande oren, ingedrukte kin, afgebeten nagels, gele schoenen en afgedragen pakken.

Hij was als schrijver een profeet in de tijd waarin hij leefde, maar hij werd tegelijkertijd door die tijd ‘zerfressen’.
‘Was vor den europäischen Revolutionen sich im Getto als Wunderrabbiner, Talmudjünger, und Irrlehrer aneinander aufgerieben hatte, offenbart sich nun seit einem Jahrhundert immer wieder als radikale Kunst.
In alle jüdischen Dichtung finde ich ein Plus an Moral und Ethik, oft sorgfältig verborgen hinter einer übertrieben zynischen witzelnden Maske.’
Ludwig Börne, Heinrich Heine, Sigmund Freud, Arthur Schnitzel als voorbeelden van die uitspraak, om Albert zelf niet te vergeten.

In tegenstelling met Franz Kafka, Franz Werfel en Ernst Toller is Ehrenstein de enige die als Joodse schrijver in de Duitstalige literatuur niet uit een welstellend gezin voortkomt.
Zijn vader was een slecht betaalde kassier bij een Weense brouwerij, en seine ‘böse Mutter’ zoals hijzelf later schrijft wilde van de vijf kinderen uit de Ottakring arbeiderswijk iets ‘groots’ maken.
Albert moest ‘hof-tandarts’ worden, vond zij.
Albert was een zeer goede scholier. Van nature.
Dat wil zeggen dat hij er zelf weinig moeite voor moest doen.
En het was dan ook weer de moeder die het op school voor hem verpestte door zijn leraars over die ‘luiheid’ in te lichten zodat de jongen daarna vlugger slechte punten kreeg.
Als reactie gebruikte hij een tekst van de dichter Adalbert Stifter, dichter die zijn leraar Duits ten zeerste bewonderde.
Hij leverde deze tekst in als school-opstel en kreeg zijn werk terug met de opmerking ‘Diesmal hast du dich an ordinärem Schwulst selbst übertroffen.’
Dat was zijn verdediging, want meestal liet hij de opmerkingen van zijn leraars zwijgend over zich heen gaan.
Die stilte was hem eigen. Opgesloten in zichzelf.
(vervolgt)