DE INGENIEUR-SCHILDER (Gustave Caillebotte)

 

dyn010_original_480_392_jpeg_20344_bac907c8b44f44213af71b60059c2231

Meervoudige of enkelvoudige identiteiten zijn blijkbaar een geliefkoosd onderwerp dezer dagen.
De Wever B. gaat te keer tegen Verhofstadt waarmee hij bewijst dat de ideologie waarvoor hij staat het meervoudige, het complexe verkettert, en deze meervoudigheid onderbrengt bij het niet-hebben van een identiteit.
Men is Vlaming (om Europeeër te worden?) of men is niets.

dyn010_original_480_362_jpeg_20344_4f7155624b0946f69a68731ca182fc93

Mijn hele echte en denkbeeldige familie is een bewijs dat je voortdurend een samenstelling van mogelijkheden en afkomsten bent, en dat je -god beware het- niet schatplichtig hoeft te zijn aan één vaderland want elk vaderland wreet je , vertekent je drang naar het andere, en ik denk dat deze drang nog altijd te verkiezen is boven gevaarlijke begrippen als ‘heilige bodem’, ‘onze voorvaderen die sneefden voor elke morzel grond’ en dergelijke samenstellingen waarin geboortegrond en jihad familie van elkaar worden, overgoten door een sausje monotheïsme zodat je ook nog voor Jaweh, de profeet of de heilige drie-eenheid ten stijde kunt trekken.

dyn008_original_480_382_jpeg__92f6880006f25bd4ea854bae56e560da

Daarom gisteren de dokter-fotograaf en vandaag de ingenieur schilder Gustave Caillebotte waaraan ik al eerder een bijdrage wijdde om in geestelijke terminologie te blijven.

Gustave was rijk, dat heb je als je uit een zeer welstellende Parijse familie geboren wordt.
Zijn leven dat in 1848 begint en nog eerder dan de 19de eeuw zal eindigen speelt zich in een tijd dat de middeleeuwse stad Parijs verwoest wordt en tot een moderne metropool wordt omgebouwd, waarin gezondheid, winkelen en politie-toezicht meer mogelijkheden boden.

Pas na zijn twintigste, in de jaren 1870, besluit hij te gaan schilderen.
Geen getormenteerde jeugd dus, geen bevlogen momenten, maar een jongeman die ingenieursstudies heeft gedaan en dan naar de Ecole des Beaux Arts gaat met artistieke goeroe’ s zoals Jean-Léon Gérome, maar daar niet te lang blijft want hij wilde hoe dan ook die nieuwe moderne wereld in.

Zijn onderwerpen vindt hij tussen Parijs en het familiegoed in het stadje Yerres.
En dat kunnen net zo goed de ‘vloerschrapers’ zijn die het 18de eeuwse appartement zullen omvormen tot een hedendaagse studio, de besneeuwde daken van Parijs als zijn zelfportret, om de schoonheid der vrouwen niet te vergeten

dyn010_original_451_362_jpeg__8efef94fcd33ded2227e36bff69989d5

Hij houdt van expeimenteren, hij probeert verschillende technieken uit, sluit zich niet dadelijk aan bij het heersende impressionisme, maar interessert zich vooral aan standpunten: van waaruit kun je de wereld bekijken, en wat doet zo’n standpunt met het geheel?

Kijk maar naar zijn vloerschrapers, daar zit de schilder op een laddertje zodat zijn onderwerp helemaal in beeld komt, een compositie waarin zowel de mensen als de ruimte hun aandeel krijgen.

Het familieleven speelt zich vooral op een Parijse belle-etage af, en je merkt dat hoge standpunt in veel van zijn werken: de wereld vanuit een appartementsvenster, of vanuit een overzicht dat hij als wetenschapper belangrijk achtte.

dyn002_original_451_340_jpeg__78db1120e535ed073e0cea94601c35fc

Zo zie je in ‘de huisschilders’ de wereld duidelijk in twee delen verdeeld: enerzijds dichtbij de werkzaamheden van de schilders, en daarachter de wijdsheid en de stilte van een soort spookstad.

Hij is een en blijft een wetenschapper, ook in de behandeling van zijn onderwerp zoals de beroemde Europa-brug die ik in mijn eerdere bijdrage toonde, maar ook door de manier waarop hij werkt: voorstudies, details en dan pas het eindwerk zodat hem wel eens een zeker tekort aan spontaniteit wordt verweten, alsof die spontaniteit een voorwaarde sine qua non zou zijn.

Hij zal ook een kunstcollectioneur worden: waar hij kan koopt hij werk van tijdsgenoten, organiseert tentoonstellingen, of steunt hen financieel zodat ze niet van honger omkomen.
Zijn collectie zal hij aan de Franse staat schenken en vormt de kern van wat nu het ‘musée d’ Orsay’ is geworden.In zijn eigen dertiger jaren gaat hij tuinieren en zie je bloemen en orchideeën verschijnen, of hij gaf zich graag over aan ‘sport yachting’, en duiken boten en zwemmers op in zijn schilderijen.

Hij sterft jong. nauwelijks 45.
Zijn eigen werk bleef lang onontdekt en onbesproken.
Nu nog wordt hij wel eens een zondagsschilder genoemd, maar schilderen op een zondag kan net zo intens zijn als het werk van een magere vrijdag.

Tuinier, schilder, ingenieur.
En vooral een beminnelijk mens.

‘But what’s wrong with uneven and unresolved? Caillebotte’s was never a clear-cut Impressionist story, or even a classic artist’s story. Creatively he was a mixed breed, a product of different pedigrees. He fits into no pantheon, matches no ready profile, art historical or otherwise. Or maybe just one, that of the brilliant enthusiast, the prodigious amateur, the obsessed imperfectionist. As such, he is the perfect subject for an imperfect show.’ (New York Times van vandaag)