NA ZEVENTIG JAAR WAKKER WORDEN

capaslide1

Zeventig jaar hebben ze daar gelegen, in de zogenaamde ‘Mexicaanse valies’, drie dozen rolfilmpjes met 4300 negatieven van fotografen Robert Capa, Gerda Taro en David Seymour, gemaakt tijdens de Spaanse burgeroorlog, foto’s die verloren werden gewaand maar enkele jaren geleden opdoken in Mexico City.

dyn001_original_350_233_jpeg__97ce37f225244170847693ae9d6d937f

Dit negatief is gemaakt in maart 1939 in een Spaans vluchtelingenkamp, camp Bram, Frankrijk, door Robert Capa.
De troosteloze rij bij de voedselbedeling.

Kijk naar het standpunt van de fotograaf: hij zette zich niet in het verlengde van de rij of de prikkeldraad, maar daar net tussenin zodat je als toeschouwer nog even buiten het eigenlijke onderwerp blijft en je de tijd krijgt om je in te leven.

Europa aan de vooravond van een niets ontziende wereldoorlog waarvan het voorspel in Spanje werd uitgevochten, met een lang nazinderend vijfde bedrijf na die oorlog; in onze hedendaagse ogen bijna onbegrijpelijk dat er in dat naburige vakantieland een dictatuur tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef bestaan.

dyn007_original_451_375_jpeg__3daf4be91098a5b6d7b026036a940968

Verwoeste typemachine na het bombardement in Gijon, Baskenland, januari 1937, foto van David Seymour.

Het is een van de wonderlijke foto’ s uit de 126 rolletjes van Capa, gekend als een van de stichters van het Magnum-foto-agentschap, van Taro, zijn professionele partner en gezellin die in 1937 omkwam aan het front ten westen van Madrid, en vooral van Seymour gekend als ‘Chim’, een ander stichtend lid van het Magnum-agentschap, van wie ook de foto hieronder is, flessen en glazen op een tafel in Baskenland, 1937.

dyn007_original_416_500_jpeg__d2882c49948ed04bc26d75e97b65c7e8

Chim was niet dadelijk de man van het slagveld, maar hij documenteerde de binnenkant van het alledaagse Spaanse leven in de schaduw van de burgeroorlog.

De teruggevonden foto’ s geven een minder bekende kant weer van deze meester-fotograaf.
Zijn kijk op de oorlog, de wisselwerking tussen wat ongewone situaties met het dagelijkse leven aanrichten.
Tenslotte zijn de drie fotografen, Capa, Taro en Chim, in de korte tijd van hun samenwerking, de grondleggers geworden van de hedendaagse oorlogsfotografie.

dyn010_original_391_500_jpeg__1dae07a5866890f00769af57b57f3a9e

Kijk naar het portret van deze Asturische soldaat gemaakt in januari 1937 door David Seymour.
Ik denk onmiddellijk aan ‘For Whom the Bell Tolls’, van Ernest Hemingway (1940)waarin het hoofdpersonage Jordan zegt:

“Er is niets anders dan nu.
Er is zeker geen gisteren en ook geen morgen.
Misschien zelfs geen straks meer.
Alleen nu bestaat.

Nu en nu en alleen maar nu.
Geen ander nu dan nu.”

 

En dat zo’n ‘nu’ geen literaire uitspraak was bewijst de foto van Gerda Taro in mei 1937 waar de slachtoffers van een bombardement in het lijkenhuis van Valencia verzameld worden.

dyn004_original_451_375_jpeg__4cebd5de92a4eb4867711d2a2da80d2b

Hun werk, wonderlijk bewaard in ‘de Mexicaanse valies’ biedt ons niet alleen een nieuwe inkijk in de tragiek van deze burgeroorlog, maar het is natuurlijk ook waardevol studiemateriaal waarin je het samengaan van techniek en empathie met de onderwerpen leert ontdekken.

En hoe de negatieven van Parijs in Mexico city zijn beland?

‘ Even now that the images have been brought to light, the story of how they wended their way from Capa’s Paris studio to Mexico has not become any clearer. From what Mr. Whelan, the biographer (who died in 2007), and other experts have pieced together, Capa apparently asked his darkroom manager to save his negatives in 1939, after Capa fled from Paris to New York.
The boxes probably made their way to Marseille and at some point ended up with Gen. Francisco Aguilar Gonzalez, a Mexican diplomat stationed in the late 1930s in Marseille, where the Mexican government was helping antifascist refugees from Spain emigrate to Mexico.

‘The negatives also made the trip to Mexico, where after the general’s death they came into the possession of a filmmaker in Mexico City, Benjamin Tarver, whose aunt was a close friend of the general. In the 1990s, Mr. Tarver made the existence of the negatives known, and in 2007, after fitful negotiations, he agreed to give them to the International Center of Photography, which was founded by Capa’s brother, Cornell Capa.’ (NY Times van vandaag)

Uit hun slaap ontwaakt, voor wie de klok eeuwig blijft luiden.


GROOTTANTE DORRIT EN DE ROYAL 10 (2)

snelle typ

Zijn de meeste flapuiten niet danig over-intellectueel begaafd, groottante Dorrit begreep dat ze deze niet altijd geaprecieerde eigenschap moest gebruiken als motor voor een kunde die de wereld wel zou verbazen.

Was het nu de nieuwe Royal 10, of werd ze door een mysterieuze aandrang gebeten, ze wierp zich op het typen en bracht haar radde tong over naar de snelheid van haar vingers.

Nog geen maand na de presentatie van de Royal tien haaldde ze 195 woorden per minuut, en na nog een maand was ze bij de 250 woorden gekomen om dan stralend en wel in Los Angelos de kaap van 300 te overschrijden als winnares van een dactylo-wedstrijd waarin zij gevestigde vingervluggen achter zich liet.
Op deze foto zie je haar glunderen waarbij de L.A.-Examiner op 25 maart schreef:

‘…she uses but two fingers on each hand, following a system invented by her father.’

Ik geeft toe dat het woordje ‘father’ een ruim begrip is, en zonder de brave leger-apotheker op de huid te zitten, dacht ik eerder aan de man met het vlinderdasje op de foto die ik gisteren bij het eerste deel van dit verhaal opnam.

Dat haar vader voor de nodige versterkende drankjes zorgde die hij later onder de naam ‘dactyl’ en ‘dactyl forte’ zou verkopen, mag een kanttekening zijn.

vleigenierster

Zijzelf bleef ook niet bij de klassieke pakken zitten en met haar vriendinnen Alyce en Louise, vormde ze enkele jaren later het trio ‘Three of a Kind’, een stuntnummer waar ook de charme op de vaste grond net zo belangrijk was als het gestoei in de lucht.

Hier heb je weer onze familiale drang om de lucht in te gaan.
Is het hoogmoed, liefde voor het ijle, de combinatie van het gevleugelde woord en het besef van de lichtheid van het bestaan?

Mannelijke stunters lieten zich niet onbetuigd, en het kwam bijna tot een botsing met de machines van de ‘Flying Dutchmen’, een duo dat het inderdaad beter bij zeilen en schaatsen had gehouden want nog geen maand na deze ‘ontmoeting’ waren beide heren het niet eens over wat ‘links’ en wat ‘rechts’ was zodat ze bij een maneuver finaal op elkaar botsten en in fragmenten naar de lage landen bij de zee werden terug gebracht.

schoenToch bleef groottante Dorrit met beide voeten op de grond.
Dat bewees ze toen ze na de depressie haar leven in de handen van een bekend schoenenatelier legde.
Haar nieuwe minnaar (zie eerste rij), een zwijgzame man die verliefd was op vrouwelijk schoeisel, liet haar graag praten omdat hij ontdekte dat ze naast een omnivalente vingervlugheid ook een neus voor zaken had.

Schoenen (hand gemaakt) voor de nieuwe rijken, schoenen met Hermes-vleugeltjes, flying beauties, licht-voetig, het waren begrippen die bij haar pasten, en wie het schoentje past trekke het aan, haar grote sterkte overigens om opnieuw haar beperkingen tot commerciële kwaliteiten om te zetten.

Je ziet haar hier zitten, enkele jaren voor de tweede wereldoorlog, omgeven door een legertje bekwame schoenmakers, allemaal heren overigens.

Toen na Pearl Harbour de Amerikanen in de oorlog werden gedwongen, schakelde ze over op legerschoenen die geroemd werden om hun lichtheid en sterkte.

Zijzelf wilde weer vliegen, in dienst van het vaderland, -en van een knappe generaal die voor de schoenenvoorraad instond- en net zoals A. De Saint Exupéry verdween zij in 1944 met haar vliegtuig boven de Stille Oceaan die sindsdien haar epiteton ‘stille’ moest opgeven.


GROOTTANTE DORRIT EN DE ROYAL 10 (1)

typ

Groottante Dorrit was in 1924 het ‘spontane’ uithangbord voor het nieuwe Royal 10 model typmachine.
Ze had die functie niet aan haar vingervlugheid te danken, maar vooral aan haar ‘spontaniteit’, het hart op de tong, het woord gezegd voor het bedacht kon worden.
En vergeten we vooral niet haar charmante verschijning zoals ze daar zit te gloriën tussen de bedrijfsbazen en hoofdverdelers van de Royal 10.

Ze slaagt er zelfs in niet in de camera te kijken, iets wat ze waarschijnlijk net daarvoor op verzoek had gedaan en na een onderdeel van een seconde had opgegeven wegens te vermoeiend of te vervelend.

De twee wat zure mannen links van haar hadden daar wel een reden voor.

Helemaal links had Fred B. nog maar net te horen gekregen dat niet zijn charmante vlam de hoofdrol in de presentatieklus mocht spelen maar eerder het warhoofd Dorrit, ook al werkte ze maar als assistente van de hoofdboekhouder en was zijn bureelpoes toch al vervangende secretaresse bij afwezigheid van de overjaarse mevrouw Collins, terwijl de man met handen in de broekzakken achter Dorrit zijn plannen voor het komende weekend met het glunderende model moest opgeven omdat zijn vrouw ontdekt had dat hij helemaal geen congres in Philadelphia zou bijwonen, maar het platteland wilde opzoeken met het glunderwonder van de boekhouderij.

De andere charmeur met de handen in de broekzakken, rechts van haar, met vlinderdas en duidelijke haarscheiding daarentegen zag daardoor zijn kans schoon om zijn peinzende blik -en hij kijkt niet naar de Royal 10- in daden om te zetten.

De andere drie heren op de foto tonen professionle vriendelijkheid ten dienste van dit nieuwe typwonder -de machine dan- dat weldra de States zou veroveren.

Vergis je echter niet.
Groottante Dorrit was helemaal niet het domme ponyhoofdje; haar warrigheid, haar directheid was niet alleen een karaktertrek, maar ook een wapen.
Ze kon een man met een gulle lach de volle laag geven, en zelfs een uitslover wist ze met de uitdrukking ‘…hoe was de naam alweer?’ van zich af te schudden nadat ze een week zijn veroveringspogingen had geduld.

Zij was de ware Royal 10, zoals uit haar levensloop zal blijken.

‘vervolgt’


OP ZOEK NAAR EEN DENKEN MET SCHAKERINGEN

 

dyn001_original_400_400_jpeg_20344_0e7a0806e2ee1cd9bc111c348b640648

Zijn wij in ons huis druk bezig met het aanbrengen van de juiste kleurenschakeringen, kiezen we de tinten die bij het seizoen passen als we kleren kopen, ons denken is blijkbaar meer op zwart-wit gericht, een denken waarin de schakeringen tussen deze twee uitersten meestal afwezig blijven.

Op de kaart hiernaast zijn de schakeringven tussen zwart en wit nog veel verder te verdelen, en het is moeilijk voor onze hersenen om tinten en schakeringen te onthouden, laat staan dat wij ze herkennen.

dyn001_original_450_334_jpeg_20344_2776399f6fc6c292eab20f81d4ff523d

In de aanlooptijd naar een verkiezing, bij het zoeken naar wat er mis ging, gaat of dreigt te gaan, ontbreken deze schakeringen tussen zwart en wit omdat ze zouden blijk geven van besluiteloosheid terwijl de werkelijkheid waarin wij leven uit nog veel meer tinten tussen zwart en wit is samengesteld.

Het is daarbij ook makkelijk om vanuit de ‘witte’ gedachte te keer te gaan tegen de uiterst ‘zwarte’, want hoe zwarter je ze kunt voorstellen, des te witter wordt de ruimte waarin jouw moraal zich zou bevinden.
En dat geeft een veilig gevoel ook al weet je op onbewaakte ogenblikken wel beter.

dyn010_original_350_262_jpeg__7ebb2987684cb46b946a5457883f4ba9

Dit geschakeerd denken (of schakerend denken) moet je aanleren.
De ‘stammen-achtergrond’ zit nog diep in ons (ver)oordelen: papenvreters of bespotters van de vrije gedachte, geven nog een extra tegenstelling bij de al aanwezige verschillen tussen stad-platte land, Vlaming-Waal-Brusselaar, werkende-werkloze, oud-jong, homo-hetero, rijk-arm, inlander-buitenlander, en zo kun je zeker nog een tijdje doorgaan met tegenstellingen die voortdurend gebruikt of misbruikt worden om elkaar te lijf te gaan.

Er zijn de aanwezige tinten, maar ook de werking van schaduwen die je bijvoorbeeld als de ‘tijd’, als ‘geschiedenis’ zou kunnen invoegen.
Geen enkele werkelijkheid kan zonder de schaduw van de tijd geïnterpreteerd worden, want het zijn net die aanwezige schaduwen die het voorwerp zijn diepte en volume aanbrengen.

Natuurlijk oogst zo’n schakerend denken weinig applaus op de tribune.
Het draconische denken van straatvechters en overrechtvaardige rechters (die blijkbaar nooit zoek geraken), van volkstribunen en krantenkoppen spreekt het primitieve in ons wezen beter aan.

Leg jezelf dit huiswerk op:
Schrijf over een bepaald nieuwsfeit van vandaag op wat je ervan weet uit het nieuws, uit je eigen ervaring, en zet de nodige vraagtekens bij begrippen waarachter je niets of weinig kunt invullen.

We zouden verbaasd staan hoe we meewerken aan de mythologie van de zogenaamde werkelijkheid of waarheid.
Onze fantasmes halen het steeds op de schakeringen, denk ik.

dyn010_original_321_321_jpeg__5156088959d0c2428381a34a2e75477f


TUSSEN SERINGEN EN BLAUWE REGEN

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lieve Vriendin,

Je zou van een soort gewenning kunnen spreken.
Ik heb het even uitgeteld: het is de 25ste keer.
Sinds we hier wonen gebeurde het, ongevraagd en verrassend, vijfentwintig keer.

Zonder onze aanwezigheid was het al bezig sinds 1934.
Of het toeval is of niet, maar ook hier een mooi rond getal.
Vijfenzeventig keer braken de seringen en de blauwe regen bijna gelijktijdig open in de tuin van dit veilige huis.

De seringenboom is zo oud als het huis.
Een storm heeft al eens geprobeerd zijn verweerde hoofdader te splijten, maar de zorg van de beminde samen met de strak aangespannen zwarte kleefband heelde de wonde, en nooit bloeide hij zo overdadig als dat jaar.

dyn010_original_408_306_jpeg__63efb192b370b2d80aa3922a72b5a178

Zijn geuren wordt later overgenomen door de liguster, maar nu zijn er vlagen van zoete waanzin als de wind ze onze kant uitduwt.
Een geur van een sopraanstem.
Een jongenssopraan want ook de tijd van de seringen is kort, en wellicht draagt dat vlug vervliegen tot zijn schoonheid bij.

De blauwe regen begint traag.
Ook hij heeft de ouderdom van het huis.
Hij bloeit tegenover de seringenboom, en na zijn trage aanzet trost hij in golven.
Eerst de volle laag, en weken daarna een tweede, ja zelfs een derde geut.

P1050128

Er zijn ogenblikken dat hun geuren zich mengen.
De jongenssopraan krijgt gezelschap van een mooie meisjes-altstem.
Dat is het paradijs.
Woorden houden op.
Muziek zou nog net kunnen.

De tijd houdt even de adem in.
Onder dit gezegend blauw schrijft Wolfgang zijn zes variaties in G mineur voor viool en pianoforte, op het thema van een Frans chanson ‘Hélas, j’ ai perdu mon amant.'(KV360, 374b)

Melancholie, maar met een vleugje zelfspot.
Een mooie mélange.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA


DE VIERDE DIMENSIE EN GROOT-OOM TOBIAS (slot)

 

dyn003_original_292_446_jpeg_20344_572d0184558feb1c525ab9eef802f424

Op gevaar af de pseudo-religiositeit of de science fiction te mengen in deze bijdrage omtrent grootoom Tobias, wil ik je enkele vreemde verschijnselen die zich bij leven en welzijn (en daarna!) hebben voorgedaan niet onthouden.

De heer Einstein had de wereld in de ban van het relativisme gestort, een bijdrage die Tobias ten zeerste kon smaken, maar waarop hij toch zijn eigenzinnige commentaar kwijtwilde.

De ‘diabolo van Alberto’ noemde hij lachend de voorstelling van de twee kegels uit Einsteins theorie, kegels die met hun punten elkaar raakten in het nu en waarvan de onderste het absolute verleden en de bovenste de absolute toekomst voorstelde.

Hij bleef de voorstelling van zijn expanderend ei trouw.

dyn008_original_408_292_jpeg__02609f1c5cc40aa39b5236d55c1dc52a

‘Het heden is een schijf (denk aan de cirkel op het wateroppervlak) waarin het verleden voortdurend doorwerkt, en dat verleden rond zich naar beneden in een kromming, maar blijft juist door de voortdurende toevoeging van het voorbije heden zich expanderen terwijl de toekomst langs de andere kant van de centrale schijf heden werd.’

Mijn grootvaders, nuchtere kerels en dootrapte fantasten in een wilde mengeling, wilden weten waarom die rondingen nodig waren terwijl Einsteins open trechters toch veel welsprekender waren.

dyn003_original_350_491_jpeg_20344_68edbd9434a0ef1fed1b4d6e75c1a0c0

‘Die krommingen zijn net de vervormingen van de tijd, mensenbroeders!’ riep hij, terwijl hij zijn armen spreidde alsof hij hun daarop volgende instemming (de aha-erlebenissen) wilde ontvangen zoals een heilig hart de lijdende mensheid aan zijn heilige borst wil drukken.

‘Wat voorbij is en in de diepte van de tijd verdwijnt, vervormt zich door de snelheid waarmee het heden het van zich wegduwt, terwijl de verre toekomst juist door diezelfde snelheid steeds verder wordt en slechts na het verloop van de tijd zich uit die vervorming losmaakt en inderdaad ook tot hic et nunc wordt waarna ze naar de duisternis van het voorbije wegzakt.
Maar terwijl we de verre toekomst bereikt hebben is er al een nieuwe verre toekomst nodig willen we over ‘tijd’ praten. Ja?’

dyn005_original_495_329_jpeg__0e56bfef98826bfb22bb2e6ccdb798c5

De grootvaders keken elkaar aan en haalden hun grootvaderlijke schouders op.’Verleden en toekomst zijn spiegels,’ zegde hij met een ondertoon van iemand die een groep drenkelingen de kunst van het zwemmen wil bijbrengen.
‘Wat gisteren was, zal morgen gebeuren.’

Het bleef stil.

‘Ons brein is te klein voor de tijd,’ ging hij verder met een aandrang waarmee een ziel nog moet gered worden terwijl de trompetten van de laatste dag al weerklinken.
‘Wij hebben het verleden, en de toekomst uitgevonden omdat wij vergetende en verlangende wezens zijn.
Onze hersenen moeten wel vergeten om niet te splijten onder de druk van het eeuwige ‘Nu’ terwijl onze verlangens de wanhoop proberen op te lossen eens we van onszelf bewust worden en we in datzelfde eeuwige nu moeten thuiskomen.’

De grootvaders schudden hun wijze hoofden.
‘En doodgaan dan, hoort dat ook bij het eeuwige nu?’ vroeg de oudste.
Het gezelschap grinnikte instemmend.

dyn007_original_495_403_jpeg__1020dc2a7fa1f1910156a0625d03dec4

‘Uiteraard!’ probeerde hij de sceptici te vloeren.
‘Ons beperkt bewustzijn lost zich op in de kosmos, er gaat geen grammetje van verloren, het verbindt zich opnieuw met andere atomen.
Maar wij zijn bangerikken. Bang om los te laten.’
‘Reïncarnatie?’ wilde grootvader Alexej weten, eigenaar van een reusachtige kippenkwekerij die zich waarschijnlijk als ordinaire legkip zag transformeren.
‘Oplossen zei ik. Changer. Je ogenschijnlijk verloren gooien in de grote soep, maar eindelijk dat verdomde afgedragen ikje mogen uitschieten, en of je dan deelneemt aan de vorming van quartz of aan een humuslaag in het stadspark maakt niets meer uit want het grote Nu maakt geen rangschikking, het is er gewoon. Nu. En altijd.’
‘Amen!’ zegden de grootvaders die zuchtend opstonden en besloten een borrel te drinken om het grote Nu te vieren.

Enkele maanden later begon Tobias aan het meest geheime traject: de trein der traagheid.
Of Johan Daisne ooit van Tobias heeft gehoord?
Het zou me niet verbazen want zijn schemerige romans hebben alvast de kern van Tobias’ wezen, de kern van het grote Nu.

Op de foto zie je Tobias op de rug naast de man met het strohoedje.
Het project werd omschreven als een bijdrage aan een nieuw prototype want hij was werelds genoeg om te begrijpen dat je filosofische onderwerpen kapitalistisch moest inkleuren wilde je een kans op slagen hebben.

Ze hadden een vergeten station in de States gekocht waar naast dit project ook plaats was voor kost en inwoon van de deelnemers.
Ik weet wel dat hij nog is aangezocht om in de woestijn aan de ontwikkeling van het eerste atoomwapen mee te werken.

dyn003_original_524_308_jpeg__5ce0d3dd03c3acdd9c82a0f61959e7b3

Maar met het gekende excuse ‘ik heb mijn handen vol,’ kon hij naar zijn project verwijzen en aan deze verschrikking ontsnappen.

Het einde van oom Tobias was in onze beperkte visie niet zo fraai.
Een immense brand verwoestte het oude station, al beweerden sommigen dat ze net voor het uitbreken van de brand een reusachtige wolk zagen opstijgen, een verschijnsel dat eerder aan de vermoeide geest dan aan de werkelijkheid werd toegeschreven.

Enkele jaren geleden echter werd deze locomotief ontdekt, ergens in een Boliviaanse woestijn.
En wie een beetje op de hoogte is van formules, kijke goed.
De verantwoordelijke voor die formule staat er eerlijkheidshalve bij vermeld.

Ik wil niets beweren.
Je hoort mij niet zeggen dat ik denk dat oom Tobias er in zou geslaagd zijn om zich verder dan wij vermoeden in het grote Nu te manifesteren.

Ik wil PDW niet tegen zijn kar rijden, hij wil nu al mensen levenslang opsluiten om onze kinderen tegen allerlei monsters te beschermen.
Ik mag er niet aan denken dat hij op een dag oom Tobias ontmoet die hem en zijn club sceptici weer op de rails zet.

Neen.
We blijven gewoon geloven dat de fantast hiervoor verantwoordelijk, zo niet ongevaarlijk dan toch fantasierijk genoeg is om op gezonde afstand verhaaltjes voor het grut van allerlei leeftijd te fabriceren.

Het grote Nu ter ere.


DE VIERDE DIMENSIE EN GROOT-OOM TOBIAS (3)

 

dyn009_original_364_467_jpeg_20344_62b29e67e370bd257b2de5759b53cb20

Waar stervelingen zoals wij depressief of gewoon vervelend worden als we de werkelijkheid niet dadelijk aankunnen, was de lach bij grootoom Tobias het resultaat van een inzicht.
Het inzicht dat er nu eenmaal werkelijkheden bestaan waar onze beperkte geest niet of nog niet bijkan en de zielige pogingen daartoe stranden op science fiction romannetjes of nieuwe Jules Verne verhalen.

dyn009_original_444_333_jpeg_20344_4038751e440a6bdbc80d61f36f97c61a

Dat gevoel sloeg niet alleen op wetenschappelijke onkunde, maar ook op de nog meer ontoereikende samenlevingsvormen waarin de mythe en de collectieve wanen het blijven halen op de nuchterheid van de onderzoekende wetenschap.

Van zijn levensgezellin Elinen Smith heb ik alleen nog dit fotootje terug gevonden , want net zoals hijzelf was het voor deze jonge vrouw duidelijk dat te veel sporen nalaten de vooruitgang van de mensheid eerder in de weg stond dan wel bevorderde.

Om zich wat hoger boven de mierenhoop te kunnen verheffen vloog zij met alles wat er in die tijd vleugels had.
Het is blijkbaar een kentrek van de grote familie dat ze voortdurend de lucht in wilde, en dat in allerlei verschillende betekenissen van het woord.

dyn007_original_393_294_jpeg__ebf67c2c4f119229f160951bd520001d

Waarschijnlijk ontdekten zij beiden al vlug dat snelheid de tijd vertraagt en zouden ze het uitgeproest hebben mochten ze kennis gehad hebben van de teletijdmachines uit Hollywood waarin gekke professoren in gezelschap van knappe jongemannen of dito vrouwen naar het verleden terugkeerden om een genetische fout te herstellen of een oorlog een andere draai te geven.

Hun gezamelijke tochten naar de Noord Afrikaanse woestijnen om er ongestoord naar de sterrenhemel te kijken waren bekend.Hun geadopteerde dochter die hen op een van die reizen vergezelde vertelde later dat hij na enige minuten beschouwing van het nachtelijk zwerk, steevast uitriep: ‘Wat een walgelijke schoonheid!’.

Die vreemde combinatie sloeg op het feit dat wij verplicht zijn in een hemel te staren die slechts het verleden van de kosmos onthult.
‘Waarschijnlijk is het meeste wat wij zien al lang verdwenen, en gesteld dat er ergens andere beschouwers zijn, dan kijken zij als het nabije buren zijn naar de Neanderthalers en onderrichten zij hun nazaten over wezens in dierenhuiden gehuld vergezeld van behaarde slurfdragers (mammoeten).

Waarschijnlijk besefte hij toen nog niet dat de wereld op ergere dingen afstevende toen het bruine volkje aan zijn opmarsj begon en hun Teutoonse wanen de dienst gingen uitmaken.

Kijk deze nacht -kleed u warm want het gaat zelfs lichtjes aan de grond vriezen, net zoals in de woestijn- in de uitgestrekte kosmos mocht je een plekje vinden waar de lichtvervuiling niet te zeer heeft toegeslagen, en zeg dan zachtjes: ‘Wat een walgelijke schoonheid’ terwijl lachen is toegelaten want bij zoveel grootsheid die in ons kleine mensenhoofdje doordringt, past het lachen als eerbewijs.

Met een beetje verbeelding zie je hen beiden in hun vliegtuigje voorbijkomen, terwijl hun lach het pruttelend geluid van de motor overstijgt.


DE VIERDE DIMENSIE EN GROOT-OOM TOBIAS (2)

 

De ‘dimensie’ was voor hem een bijzonder waardevol woord.
Vanuit de mierenhoop het heelal in kijken was op de eerste plaats een pretentie die de mierenkolonie zich toeëigende terwijl het heelal er net zo ongevoelig bijlag als anders, zelfs al zouden eenogige reuzen of vierkoppige Nubiërs het bestuderen, of al verkondigden buitenaardsen dat zij het als speeltuin gebruikten.

‘Mochten we het geluid uit de kosmos beter kunnen decoderen, we zouden waarschijnlijk gelach of de trompetstoot van een sterrenscheet horen, zei hij op een congres dat het over theologie en wetenschap had, een uitspraak overigens die op hoofdschudden en de roep op psychiatrische bijstand werd onthaald.

Dimensie, legde hij uit, dat is een kwestie van getallen.
Eerste dimensie: (hij tekende een denkbeeldige lijn in de lucht) twee raakpunten.
Tweede dimensie: (een vluchtige rechthoek in de lucht) dat zijn vier raakpunten.
Derde dimensie, ons idee over ruimte, (een warrige kubus verscheen voor het geestesoog van de kijker-luisteraar) dat zijn acht raakpunten.

Het werd even stil.
Zijn geliekoosde vierde dimensie werd altijd door een plechtige stilte ingeleid.
‘Wat we dus zoeken als we het over de vierde dimensie hebben, dat is een voorstelling met 32 raakpunten, als we logisch blijven.’
Het publiek zou hier instemmend knikken.

Een leeg geblazen ei van een struisvogel verscheen.
Voilà, de vierde dimensie, wijzend op het lege ei, en voor iedereen de klassieke wenkbrauwen had gefronst, corrigeerde hij:
‘Het is slechts een voorstelling, de kromming projecteert zich hier op zichzelf, sluit zich op terwijl ze in de vierde dimensie alle kanten opschiet zodat er in feite een reusachtig kosmisch ei ontstaat dat door een zekere Einstein ook wel ‘de tijd’ wordt genoemd, een abstractie zo dun als de schaal van dit struisvogelei.’

dyn006_original_360_480_jpeg__7f762e67b550002a3f146900586bedb5

Tegenover de monolitische kosmos was het beeld van het ei -tenslotte de projectie van een steeds verkleinende ellips, een soort veiligheid, een huis waarin de tijd onze onontkoombare metgezel bleek te zijn.

Al braken wij uit het ei zoals Eros dat ons had voorgedaan, er was steeds weer een dunne schaal boven ons: de tijd, een gevangenis of bondgenoot, maar we waren hoe dan ook aan hem geketend.

dyn004_original_309_400_jpeg__0d8126d140954aa711a89307a952cd4d

‘God is een ei,’ verklaarde Tobias.
En wie dan wel de kip was, bleek de logische vraag te zijn.

Hij wreef zich even over zijn linker neusvleugel , wuifde dan een denkbeeldige hindernis weg en knikte dat hij zoveel domheid best verdroeg als ze uit een kinderlijke geest kwam.

Nog lang voor het begrip ‘big bang’ in voege kwam, benaderde grootoom Tobias deze fundamentele knal met zijn uitleg:

Hij haalde een erwt uit het zijzakje van zijn colbert en bekeek ze eerst zelf en toonde ze dan aan het gezelschap.

‘De eerste kip had de vorm van een erwt,’zei hij zachtjes. (hij was een meester in sfeerscheppen)

‘Wij denken dat een kip er als een kip moet uitzien, maar niets is minder waar. De eerste kip was inderdaad niet groter dan een erwt en wellicht zelfs kleiner, maar haar massa was zo groot dat ze op een bepaald moment de kosmos uit haar klein kippengatje duwde.
En dat ei had een bijzondere eigenschap: het kon groter worden. En dat deed het ook.
Maar: de schelp van de tijd zou het kosmos-ei nooit verliezen, tenzij…’

Het publiek wachtte geduldig.
‘Tenzij wat?’ vroeg een van mijn grootvaders.
Tobias haalde zijn schouders op en begon eerst zachtjes en dan steeds luider te lachen.


DE VIERDE DIMENSIE EN GROOT-OOM TOBIAS (1)

GROEP

Toen ik Stijn Meuris, een lieftallige bevlogen man, bezig zag met zijn hyperkinetische uitleg over de tijd, moest ik dadelijk aan mijn grootoom Tobias denken.

Je ziet hem hier op een of andere geleerde bijeenkomst en wellicht zullen sommigen bevoegden uitroepen, oh ja, dat is daar X en kijk eens aan, professor Y, of is dat niet C?
Dergelijke uitroepen waren niet aan hem besteed.
Hij is de enige staande man met brilletje, met zijn eigen woorden: wil je iets ontdekken, trek dan je ogen open, activeer de grijze massa en kom niet meer bij van het lachen.

Dit is trouwens de enige foto van hem waar hij zich helemaal (bijna ten voeten uit) toont, want hij maakte er een sport van op de meeste foto’ s van zijn collegae wetenschappers ‘onzichtbaar’ te blijven, eigenschap die hij bestudeerde (naar men zegt) en waarvan later slechts bij zijn dochter L. (was het niet de verdwenen dochter van Einstein en Maric, ter adoptie afgestaan zoals men beweerde?) enkele geschriften werden gevonden die van Tboias’ hand schijnen te zijn.

dyn005_original_408_372_jpeg_20344_1fa980f30eaea0294fb96e290fc119b3

Dit is een foto van een andere Tobias,de Fransen schrijven verkeerdelijk Mascoso waar het in feite Tobias Moscoso moest zijn.
Wandel in Sao Paulo in de straat die zijn naam draagt, en denk aan de twee Tobiassen.

Hij was directeur van een belangrijke polytechnische school aldaar en zoals men kan zien had hij vrij mannelijke allures die niet alleen bij de vrouwelijke wetenschapster in de smaak vielen, maar ook rijkelijk door andere personen van de vrouwelijke kunne werden gewaardeerd.
Boezemvrienden, die twee Tobiassen, die elkaar vooral op congressen en colloquia ontmoetten waar de Braziliaan steeds voor een voorraad uitgelezen Braziliaanse koffie zorgde die in zijn ‘diplomatieke’ valies als ‘grondstof’ werd aangegeven.

Grootoom Tobias staat ook op de foto, kijk naar de hoed rechts van de hoofdfiguur, achter de blonde jongeman.
Onder die hoed zat hij, goed en wel verscholen, zodat deze foto ten allen tijde werd bovengehaald als het over de vierde dimensie ging waarin de tijd (volgens Einstein) of de ‘kromming’ volgens mijn grootoom blijkbaar voor een soort ‘not visible’ zorgde, niet waarneembaar voor het menselijke oog.

Het onbedaarlijk lachen was een consequentie die iedere wetenschapper moest overvallen, volgens grootoom Tobias, eens zo’n man of vrouw weet begon te krijgen van wat bijna onweetbaar schijnt te zijn, om zoiets als de ruimte, het heelal en het verschijnsel dimensie te doorgronden.

‘Wij zijn mieren, zei Tobias.
Mieren die hun zuur naar de sterren spuiten en het daarbij uitroepen: geraakt, collegae kijk, ik heb tot op de zon gespoten!
En vervolgens de kracht van het spuiten en de vermeende aankomst als factoren van tijd, afstand en energie in hun stelling poneren.
Alles berekend vanuit hun zielige spuitkracht waarmee ze in werkelijkheid niet eens boven de mierenhoop uitkomen.
Bulderend gelach.

(vervolgt)


OEFENINGEN IN VERRIJZEN

01

Lieve Vriendin,

Mijn liefde voor wat ‘nog niet af’ is, vind je zeker terug in de liefde voor schetsen, plannen, ontwerpen, dagboekfragmenten, brieven, you tube, enz.

Zoals deze schets van Stefano della Bella waarover ik je gisteren schreef.
Een voorstudie voor een reeks prenten van een saterfamilie.

De ontwerp tekening is nog maar ten dele in bruin krijt uitgevoerd: de sater-baby, het hoofd van de oudere sater, de geit.
Als je goed kijkt zie je daaronder de potlood-lijnen lopen vooral van de kleine sater die voor de geit staat en zijn armpje over haar hoofd en hoorns legt.

Je hebt hier met allerlei moeilijke verkortingen te maken: de armpjes van de kinderen, de houding van de oudere, naast het vatten van gemoedsstemmingen in enkele lijntjes, zoals de zorg van de oudere voor het kind, de leuke smoel van de geit, het wijfelende van de zittende baby.

Het viertal (2 kinderen, oudere sater en geit) vormt op zichzelf ook een heel mooie dynamische compositie in een bijna klassieke driehoek.

Al staat de geit stil -waarschijnlijk een beetje onwillig- ze zal door de nog onzichtbare putto vooraan worden voortgetrokken terwijl de oudere sater voor evenwicht zorgt.

Een fraai tafereeltje waarvan ik je één van de uitgewerkte prenten niet wil onthouden.

dyn002_original_509_513_jpeg__f6299984f2bc0263120fcdf9b381a2b9

Hier is de taakverdeling duidelijk veranderd: de vrouw beschermt de geitzitter, de man draagt een korf druiven, de schuine boom achteraan vergroot de dynamiek: hij helt met de beweging van de kleine karavaan mee terwijl zijn stam onderaan het midden van de prent aanduidt zodat evenwicht en zwier elkaar wonderlijk aanvullen.

Grappig ook hoe het kind achteraan de geit meekrijgt door ze een blaadje groen te voeren terwijl de boezem van de vrouw kuis door het zittende kindje wordt afgedekt.
De weelderige boom zorgt met zijn kruin voor een natuurlijke overdekking van het geheel, een zekere beslotenheid in de weidsheid van het landschap.
De schaduwaccenten ontstaan ook door het bladerdek.
Waar de compositie anders een zekere bleekheid zou krijgen, vormen nu schaduwvlekjes voor een rijkere intonatie.

dyn007_original_364_518_jpeg_20344_d9820a915c68865540870923632729f4

Kijk naar de kostumetekening voor een dansvoorstelling aan het hof.
De danser kijkt naar de tekenaar.
Zijn open armen verbreden die blik terwijl zijn voeten klaar staan om een pas voorwaarts te dansen.

Het is een werktekening waar je lang naar kunt kijken.
Niet alleen de verfijnde houding, maar de details van het kostuum kunnen zeker een vergelijking doorstaan met hedendaagse modetekeningen .
Kijk naar de doorzichtige stof van de mouwen, de details van hoofddeksel-tulband, de sluitingen van het vestje en de prachtige welvingen van de dubbele jurken.
Toch is het een man, en niet eens een verwijfd type, maar een heuse jongeman in dit exotische plunje.

De cultuurafspraken omtrent jurken en broeken zijn nog niet van tel, de sierlijkheid is natuurlijk Florentijnser dan de Breughelse dansen, maar de lichtheid en de manier waarop tonaliteiten worden aangegeven zal Stefano in de uitwerking naar een ets voor grote problemen hebben gesteld.

Al zie je de kleuren niet, het zou een mooie oefening zijn om vanuit deze tekening stoffen te kiezen, een patroon te tekenen en eventueel enkele versies uit te werken waarin hedendaagse stoffen met de 17de eeuwse zwier samenkomen.

Wat er nog niet is.
De stappen naar de verwezenlijking.
Het is ook een mooi filosofisch begrip in een tijd waarin we een cultus voor het ‘super-affe’ hebben opgebouwd zonder te beseffen wat het wezen der dingen is omdat we de constructie en de productietijd louter economisch zijn gaan benaderen.

Het-er-nog-niet zijn is een mooi thema voor een tentoonstelling waarin verlangen, aan- en afwezigheid, opbouw, mislukking en nog tal van andere begrippen zouden kunnen centraal staan.

Dat is dus ook geloven in een soort verrijzenis: uit het vorige stadium durven opstaan, vaak een sprong in het donker wagen, maar geloven dat er naast buiklandingen ook zwierige dansen mogelijk zijn, dat naast het troosteloze van deze dag ook nog een Arcadië bestaat, al is het in de geest, waarin wij op reis zijn naar harmonie en waarin de reis belangrijker is dan het eindpunt.


EEN PRENT UIT DE ZEVENTIENDE EEUW: DE DOOD DIE EEN KIND DRAAGT.

 

dyn004_original_450_545_jpeg_20344_39843b4116564df6606866cfc9b1cc60

Stefano della Bella, Florentijn van geboorte (1610) was een van de meest getalenteerde prentenmakers van de 17 de eeuw.
Waren de meeste prentenmakers ook schilders, Stefano was alleen een etser al zijn er natuurlijk ook tekeningen ter voorbereiding van een ets bewaard gebleven.

dyn004_original_591_221_jpeg_20344_3e4746c5b3c38165eaf348aad2208f10

Zijn etsen behouden het vloeiende en de kracht van zijn tekeningen.
Hij experimenteerde met technieken om de tonale verblekingen uit de tekening naar de ets te dupliceren.

Hij ontwierp een mythologisch kaartspel voor de jonge Lodewijk XIII en had naast die koninklijke opdracht oog voor het gewone leven, voor mensen op straat, voor saters en dierentuinen, om de hang naar ruïnes niet te vergeten.

De Medici waren zijn patroons en later in Rome werd hij door Don Lorenzo gesponserd als hij er een tijdje in het midden van de 1630’tiger jaren wilde studeren.
Met de ambassadeur van de Toscaanse groothertog trok hij door Frankrijk om er een tiental jaren te verblijven.

Het was tijdens die laatste jaren in Frankrijk dat hij aan een versie van een ‘dodendans’ begon te werken.
Een oerversie van Holbeins dodendans vind je hierboven en op de prenten die ik op de uitstekende site http://www.dodedans.com vond, een Deense site met een Engelse vertaling.

‘De dood die een kind wegvoert vind je ook bij Holbein en bij menig andere uitvoerder.
De versie van Stefano della Bella is des te indringender omdat ze het verzet van het jonge kind tegenover de snelheid waarmee de dood zijn werk uitvoert stelt.

In Holbeins versie verschenen in Lyon in 1538 is de dood net zo onontkoombaar maar de dramatiek van Stefano della Bella ligt in het bijna vermenselijken van deze wrede daad.
De dood draagt een zwierige mantel, roept elk verzet weg, draagt zoals een vader het kind op zijn rug.
De wanhoop van het kind wordt er des te schrijnender door, het steekt zijn handje op, roept om hulp, maar iedere beschouwer weet dat niemand het nog kan terughalen, een bijna alledaags iets in een tijd waarin de kindersterfte ongemeen hoog was.

Dit flirten met de dood gaf de middeleeuwse en later de rennaissance-mens een zeker gevoel van ‘sociale gelijkheid’.
Hoe slecht bij leven en werk nu de kaarten waren verdeeld, er zou een tijd komen dat de niets ontziende dood hen allen weer in dat sterven gelijk maakte.
In de 30 meter lange dodendans in Lübeck, een vroeg en grotesk stripverhaal, dient deze afbeelding tegelijkertijd als memento mori en als sociale kritiek: elke ambtsbekleder van paus tot officier krijgt tegelijkertijd een veeg uit de pan.
De non, met god getrouwd wordt afgebeeld met een schone jongelig op bed die eerder aardse dan hemelse kentrekken vertoont.

Zoals nu de term ‘bekend van radio en televisie’ zou je toen kunnen zeggen bekend bij leven en vooral bij sterven want de dood was elke dag aanwezig, en spaarde zelfs niet de enige schat die je op deze wereld had verworven, je kind.

Stefano della Bella zette dat drama om in een diep ontroerende prent waarin de liefelijkheid van het kind schrilk afsteekt tegen het gruwelijke van de dood.

De uitbeelding van de dramatiek is hen ten dage verandert maar het aanvoelen van Stefano is nog steeds ons aanvoelen als je de enige belangrijke schat op aarde verliest, je kind.


EEN BEELD VAN JOU HEB IK BEHOUDEN

hb_1979.206.1134

Dit is een merkwaardige baby.
Hij is gemaakt tussen 1200 en 900 VOOR Christus.
Gevonden in Midden-Amerika, Mexico is hij dus een baby op leeftijd.

Hij is noch mannelijk noch vrouwelijk.Maar hij heeft een duidelijke mature uitdrukking: er moet rekening met hem gehouden worden.

Dergelijke beeldjes werden uit kaoline-klei gemaakt, sommigen gewoon met was bestreken, anderen met kaoline slijk.

De talrijke vondsten van deze figuren wijzen op een bepaalde functie.
Waren ze een soort goden, of afbeeldingen van kinderoffers, of vulden ze de plaats in van (gestorven) kinderen?
Wij weten het niet.Ze kijken ons aan.
Terwijl hun makers zijn verdwenen blijft hun uitdrukking ons verbazen.

De vluchtigheid van een baby.
De korte jaren dat wij hulpeloos en in herinnering nog bewusteloos de wereld inkeken, maken hier een sprong van drieduizend jaar.

Ik moet telkens aan de poppen van de hedendaagse kinderen denken.
Hun eerste overdracht: het koesteren zoals je zelf gekoesterd bent (of net niet)

Sommige baby’s hadden een specifieke haartooi.
Ik dacht eerder aan kleine ruimtevaarders, maar dat is eerder stuf voor Erik von Däniken, en ik wil met beide voeten op de klei-aarde blijven.

Hoe hij zijn handje in zijn mond houdt (komen er al tanden?)
Het beeldje is zo’n 34 cm lang, dus benaders duidelijk een ware gestalte, zoals de levensgrootheid van afbeeldingen de bedoeling om meer op het model te lijken duidelijk maakt.

Maar het babybuikje, de blik van waar de hulp (of bedreiging) kan komen, zijn volume, het maakt het beeld tot een duidelijk aardse uitbeelding.
De onbekende kunstenaar heeft goed naar baby’ s gekeken, hij probeert de essenties ervan samen te vatten.

Er is zijn gewicht, en er zijn de oogjes.
Ze wijzen verschillende richtingen uit: naar de aarde en naar de hoogte.
Het zijn twee krachten die hem tot volwassen mens moeten brengen.

Een volwassen mens waarin de kern van dit wezen nog altijd aanwezig is.


DISNEY EN DE JONGENS, EEN ZOEKTOCHT

walt-disney-company-burbank

 

In Hollywood maken de Disney producers zich zorgen.
Zorgen om hun publiek.
Er kijken te weinig jongens tussen 6-14 jaar naar hun programma’s en/of filmen.

Ze hebben dus een ‘kid whisperer’ ingehuurd, een dame uit de casino-industrie en die zal met een staf medewerkers en…one billion dollarbudget het raadsel oplossen, want de liefde voor jongens gaat hier vooral ‘via’ jongens naar de centen.

dyn006_original_350_350_jpeg_20344_296bb5c67410924fe83ded0752e37f70

Naast de researchers komen er ook ouders met jongen(s) in beeld.
Ene roodharige Dean vertelt de kid-whisperer dat hij graag een t-shirt van ‘Black Sabbath’ draagt omdat ‘..I’m feel like I’m going to an R-rated movie.’

Een team van antropologen heeft er intussen 18 maanden opzitten om de jongensziel tussen 6-14 te leren kennen zodat Disney het ‘juiste’ entertainement kan produceren.

dyn001_original_451_301_jpeg__07ecc0a0e7c7dc65f630dcd646c5cbe0

Dit jongenspubliek zijn ze kwijtgeraakt sinds de dagen van ‘David Crockett’ en een show als ‘Hannah Montana’ is inderdaad more girl friendly.

Zo kunnen kinderen op een nieuw kabelkanaal met website, Disney XD, al kijken naar het resultaat van dit onderzoek.
In de serie ‘Aaron Stone’ is de hoofdpersoon een middelmatige basketball-speler, want mevrouw de onderzoekster is er achter gekomen dat jongens zich identificeren met mensen die proberen te groeien.
“Winning isn’t nearly as important to boys as Hollywood thinks.’

Met zo’n onderzoek kun je acteurs aanraden hun skatebord omgekeerd te gebruiken want ‘boys in real life carry them that way tot display the personalization’ om de woorden van de kid-fluisteraarster te gebruiken.

Op zoek dus naar een show die High School Musical kan opvolgen, en dat als verhaal als in de vloed aan merchandising en zelfs als Disney World attractie.

Al is Disney Channel’s publiek voor 40% mannelijk, de merchandising vindt de meeste consumenten bij meisjes.

Natuurlijk zijn de concurrenten zoals ‘Nickelodeon’ (MTV) al op pad met nogal ruige animatieseries als ‘The Fairly Oddparents’ en naar Star Wars, ‘The clone Wars’.

‘The people on Ms. Peña’s team have anthropology and psychology backgrounds, but she majored in journalism and never saw herself working with children. Indeed, her training in consumer research came from working for a hotel operator of riverboat casinos.

“Children seemed to open up to me,” said Ms. Peña, who does not have any of her own.

dyn009_original_393_594_jpeg__aa7c1b6728028d8fcb5d02d6a17e4f87

Dus wordt er naast het naarstig samenwerken met de antropologen ook veldwerk gedaan en gaat zij met moeder en teenager op stap, op zoek naar wat deze groep wil en niet wil.
De ‘kids’ weten niet dat ze bij een onderzoek zijn betrokken en krijgen een vergoeding van $75.

094638947127_Disney_BL

En zo shoppen ze samen, wordt er bekeken wat er op de muren van de jongenskamer hangt, hoe Dean met maatjes omgaat, om vast te stellen dat de jongen zich heel volwassen voordeed terwijl hij nog dinosaurus-bedovertrek en knuffeldieren op zijn bed had liggen.

Bij Disney zijn ze heel fier op hun jongenscentrum.
Je moet bij de kinderen zelf vertrekken, vertelt Ann Sweeney, president van Disney ABC television.
‘“Ratings show what boys are watching today, but they don’t tell you what is missing in the marketplace.”

In het nieuwe kabelkanaal vormen jongens tussen 6 en 14 nog maar 10% van de kijkers.

‘“We’ve seen cultural resonance, and it doesn’t come overnight,” aldus de kid-whisperer.

Tot daar mijn signalement van dit merkwaardige artikel uit de New York Times van vandaag.

En dat ze toffe jongens zijn, dat zullen ze weten, weldra over heel de wereld en op uw kleine scherm.

Wie weet komen ze er bij Disney en Nickelodeon nog eens achter dat jongens ook andere emoties hebben dan de stereotypische, maar of dat nu goed zou verkopen is een andere vraag.

Op de markt zijn grootste gemene delers en kleinste gemene veelvouden de norm.
Je moet dus grote groepen jongens optellen en daar het gemiddelde van proberen te omschrijven.
Wat daar bovenuit steekt wordt weggeknipt, en wat er nog te klein voor is, vriendelijk uitgerokken.

En als die ‘midden-jongen’ nu eens niet eens bestond?
Dan vinden wij hem uit, en wie op hem gaat lijken mag de hoofdrol spelen.

Studio honderd, jullie zijn gewaarschuwd!


EEN PAASBRIEFJE

vanitas

 

Zeer geliefden,

Al in mijn vroegste ervaringen had Pasen iets met de jonge morgen te maken.
Heidens weder-opstaan van het licht uit de donkere wintermaanden.

Altaren die ontbloot werden, purperen doekjes kuis voor het kruis gebonden.
De rinkelbel door ratelslag vervangen.

De lamentatio’ s.

Maar met mijn kinderogen zag ik ook het leed dat uit de heilige verhalen overduidelijk werd.
Stuurt een vader uit zogezegde liefde zijn zoon naar de mensen en laten wij hem de slavendood sterven.

dyn001_original_379_442_jpeg__a6dc18ec620ac028d0b7dce8f4d693d9

Die vader had iets met ‘zonen’.
Het was al bij Abraham begonnen.
Ik ben ooit de klas uit gevlogen omdat ik dat verhaal van Isaac die moest geofferd worden zo verschrikkelijk wreed en onrechtvaardig vond.

En nu laat hij zijn eigen geliefde zoon de kelk tot op de bodem ledigen .Van vernedering tot het verstikkingsproces op hout genageld.

dyn008_original_379_323_jpeg__4d2fa0704e65071588c4b5158c6e6b18

Mijn ‘geloof’ heeft iets met het schilderij te maken waarop een kind zich een beetje eigenaardig bij het vaderlijke voegt terwijl zijn broers en zusje ongeduldig op het einde van de sessie staan te wachten. Erfenis en dito, weet je wel.

Op de achtergrond juichen de ware gelovigen die het paaslicht hebben gezien dat lumen christi dat telkens een stap hoger wordt gezongen met de paasnacht (in mijn jeugd was dat nog in de vroege paaszaterdagmorgen) maar ik wil wel de schoonheid van het verhaal beluisteren maar als nukkig mens heb ik duidelijk al levenslang bedenkingen.

Voor mij is god eerder vrouwelijk, ook als man.
Het was de moederlijke kant van zijn wezen denk ik die iets met het volk op dat aardklootje te maken wilde hebben.
Een man stuurt een leger en laat de boel opruimen.
Een moederman of mannenmoeder kan het waanzinnige idee krijgen om haar/zijn zoon (om in de traditie van toen te blijven want het kan wat mij betreft ook een dochter zijn) onder die schepsels te laten leven.

Het zal honderd keer gezegd worden deze dagen: ‘uit liefde’ maar wat koop ik daarvoor?
Een vreemde liefde om je enig kind de boel op stelten te laten zetten met de wetenschap dat het hem zuur zal opbreken, om van de toekomstige clubjes die in zijn naam mensen zullen ombrengen maar te zwijgen.

Maar misschien is dat de kern.
Mannenliefde vraagt gehoorzaamheid: dood je enige zoon, Abraham als je mij trouw bent.
Dat is berekening want achter de haag staat de vervangende offerbok al klaar.

mental handicap

traliesMoederliefde in de diepere zin van het woord is van een totaal andere soort.
Er schuilt een kracht in om te beminnen met inderdaad de wetenschap dat het waarschijnlijk nutteloos is, of maar voor een tijdje, of dat ze weldra de puberdeuren zal horen dichtslaan, of de kwijlmond van haar gehandicapt joch eeuwig zal moeten afvegen, kortom: in het beste geval is het een lancerende liefde, zelfs als je weet dat er veel kans op mislukken bestaat.

Vergis je niet: ze hoeft niet van een vrouw te komen, deze moederliefde.
Net zoals die berekende liefde niet typisch aan een man moet worden toegekend.

Er zijn vrouwen die heel berekend beminnen, die hun kinderen nooit loslaten, zoals er mannen zijn die tegen beter weten in proberen lief te hebben.

En nog iets: wie ‘moeder’ zegt heeft het dadelijk over haar eigen kind.
Maar de moederliefde waarover ik spreek bestaat tegenover al het levende, ze blijft de zwerfpoezen eten geven ook al wil ze hen het liefst de schedel inkloppen, ze schenkt leven aan de ruimte waarin ze huis-houdt, ze probeert onduldbare pijn te dulden, ook bij haarzelf.

Dat is de scheppende liefde, denk ik.
Zonder eigendomsrecht.
Zij is mannelijk en vrouwelijk zoals in het oude scheppingsverhaal man en vrouw schiep hij hem, de eerste mens.

Onze kleindochter van bijna negen heeft een levensspreuk: ‘je weet maar nooit’, en dat is de basis van deze steeds weer hernemende liefde.

Wij denken alles op voorhand te weten en daarom zijn we blind voor het wonder.
En hoe ongelovig ik ook ben, ik wil graag opnieuw beginnen, telkens weer opnieuw.
Beetje bij beetje rol ik de steen weg van het graf waarin de wanhoop begraven ligt.


PIJN

dyn007_original_321_340_jpeg__a8aa112de4046c326ea8598813069198

Een bijdrage over pijn.
Lijfelijke pijn

Net voor het braken.
Wakker worden met migraine.

Niets is zo ont-menselijkend als pijn.
Beulen weten dat.
Er wordt op dit ogenblik op meerdere plaatsen gemarteld.
Ook in wat wij ‘beschaafde’ landen noemen.

dyn007_original_431_317_jpeg__b83aee34e226c110609bc70b49396ac2

En op ontelbare plaatsen wordt er op dit planeetje nu pijn geleden.
Kleine en verschrikkelijke pijnen.
Bij het geboren worden en het sterven.
Bij honger en dorst.
In cellen en achter gesloten deuren van burgerhuizen.

In kinderziekenhuizen en in bejaardenhuizen.
Op straat, in bed, op het werk.

Bij niets zijn wij zo machteloos als bij pijn.
Alles wat belangrijk scheen, vervalt, ligt in scherven.
Pijn overheerst alles.

dyn010_original_336_447_jpeg__e227fc511ca81ff1563b92889e719476

Pijn blijft.
Herinner je de mensen die pijn leden.
Ook als zij gestorven zijn, blijft de pijn.
Ze is nutteloos geleden.
Ze heeft hen van geliefden tot louter pijn vernederd.

Wantrouw mensen die zeggen dat de pijn je zuivert,
dat pijn ergens voor dient.

dyn010_original_336_430_jpeg__5e4031b3586e874d7c16ac242393f6e3

Wantrouw religies of politieke stelsels
waarin pijn naar een verheven doel leidt.

Pijn is een duidelijk teken van een wetenschappelijk tekort.
Wij investeren te weinig in pijnbestrijding.
Ons wetenschappelijk onderzoek op dat terrein blijft achter.

Niets is zo gemeenschappelijk als pijn lijden, dat wel.
Ontsnappen sommigen aan de liefde, de pijn echter laat hen niet gaan.

Pijn verlichten is hoe dan ook een intense doelstelling.
Wie de kleinste pijn van iemand kan verlichten, mag best mede-mens heten.

Het is gemakkelijk bij iemands ziekbed te zitten en hem of haar moed toe te wensen.
Het geeft zelfs een goed gevoel dat jij nog gezond bent en je daardoor makkelijk praten hebt.

Je in pijn leren inleven is moeilijk.
Zwijgen kan helpen.

Er zijn, of misschien net afstand houden want pijn wordt ook vaak liefst alleen geleden.
Maar ook dan kun je er zijn.

Eens de pijn wijkt of dragelijk wordt, kan een woord weer betekenis krijgen.
Er zou een Nobelprijs voor pijnbestrijding moeten zijn.