BRIEF AAN ALBRECHT D. (20)

214334067

Bij je tweede verblijf in Venetië voelde je je al aangetrokken tot die Italiaanse kunstenaars die een kunsttheorie hadden opgebouwd als een wetenschappelijke en filosofische discipline. Terug thuis begon je onmiddellijk te werken aan het ontwerp van een dergelijke theoretische onderbouw.  Dat werden je ‘Vier Bücher von Menschlicher Proportion’ en ‘Underweysung der Messung mit dem Zirckel un Richtscheyt.’
Het duurde echter tot 1512/1513 vooraleer je je stellingen begon te formuleren in schriftuur.   We zien je strubbelingen  met een linguïstisch medium dat nooit tevoren werd gebruikt  om dergelijke gelijkaardige onderwerpen te beschrijven, strubbelingen ontstaan door een tekort aan vaste termen maar vooral de inspanningen die je opbrengt om hierin oorspronkelijk te zijn. Je toont ons ook een groeiende bekendheid met de historische, medische, psychologische en metafysische ideeën van je tijd, inzonderheid met de Neo-Platonische doctrines die we al terugvinden in je Melencolia I en die we ook ontdekken in series prachtige allegorische tekeningen uit 1514 en de volgende jaren.Cupid-the-Honey-Thief-large.jpg

Bij je geometrische research en “esthetische” speculatie probeerde je poëtische en antiquarische modellen na te volgen. Om ‘iets te bereiken wat je nog niet vroeger had geleerd’ werkte je aan seculiere en religieuze verzen en je benaderde klassieke onderwerpen met dezelfde wetenschappelijke geest in je ‘overconscientious’ tekeningen van de keizerlijke Insignia.
Met je tekeningen van 1514 zoals Cupido, de Honingdief, Arion of Herculus Galicus, heel nauwgezet uitgevoerd met pen en in waterverf, probeerde je de onderwerpen van Lucianus en Pseudo Theocritus te beschrijven zoals moderne archeologen de muurschilderingen van Polygnotus uit de beschrijvingen van Pausanias trachtten te reconstrueren.
horus apollo hiero003.jpg
Deze intellectualisering van je artistieke productie vindt zijn meest karakteristieke expressie in het ontstaan van wat je de ‘emblematische’ geest zou kunnen noemen. ‘Emblemen’ zijn beelden die weigeren aanvaard te worden als representatie van alleen maar dingen maar die vragen als dragers van concepten geïnterpreteerd te worden. Zoals in de Melencolia I zijn ze door de meest critici slechts erkend als ze in een werk rijk aan atmosfeer zijn geïncorpereerd zodat je ze kunt genieten zonder een gedetaillerde uitleg nodig te hebben.
De meest krachtige, en waarschijnlijk ook de enigste, bron van deze emblematische geest waar  het contrast tussen de sanguine en het melancholisch temperament literair is gereduceerd tot een serie rommeltjes, was een verhandeling omtrent de Egyptische hiërogliefen onder de naam ‘Hieroglyphica’
Dit boek zou in de tweede tot vierde eeuw na Christus samengesteld zijn door ene Horus Apollo wiens echte naam nog altijd onbekend is en die van het Egyptisch naar het Grieks zou vertaald zijn door een zekere Philippus. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het waardeloos want de hiërogliefen werden slechts ontcijferd na de ontdekking van de Rosetta Steen in 1799.  Maar in 1419 toen Horus Apollo’ s geschrift in Italië bekend werd, trof het de humanistische gedachte met de kracht van van een ware revelatie.04triump.jpg
Egypte, woonplaats van heilige mysteries had altijd al een vreemde fascinatie gehad voor erudiete en pseudo-erudiete mensen, en nu begroetten de humanisten met enthousiasme een nieuwe ideografische taal die een totaal idee kon uitdrukken door een serie van beelden en tegelijkertijd internationaal en esoterisch was, ‘begrijpelijk overal ter wereld, maar enkel voor geïnitieerden’.

Deze nieuwe taal, weldra aangevuld met het vocabularium van middeleeuwse herbaria, bestiaria en lapidaria bleek verder in staat  een geheel aan vrij uitgevonden karakters  te absorberen, later gecodifieerd als wat wij nu kennen als ‘embleem literatuur’. Maar lang voor Andrea Alciati en zijn volgelingen hun embleemboeken hadden gepubliceerd, en zelfs nog voor de originele tekst van de Hieroglyphica was gedrukt in 1505, had Horus Apollo’ s brouwsel zijn sporen nagelaten op Italiaanse medailles en graven, op de houtsnedes van Mantegena, Pinturicchio, Giovanni Bellini en leonardo da Vinci.
Een latijnse versie van de Hieroglyphica werd slechts na 1517 gedrukt.  Maar vijf jaar daarvoor had Pirckheimer zelf al een vertaling klaar en vroeg hij jou die te illustreren.  

10maximi
Slechts enkele pagina’s van de oorspronkelijke versie hebben ons tot nu toe bereikt, maar een volledige copie werd wel overgeleverd en zelfs een van de oorspronkelijke pagina’s volstond om de van de hak op de tak-methode van Horus Apollo te ervaren samen met jouw filologische loyaliteit.

En het was niet toevallig dat jij en Pirckheimer deze taak in 1512/13 ondernamen, want in 1512 werd jou gevraagd deel te nemen aan een artistieke onderneming van keizer Maximilianus I.  Zag zijne majesteit zichzelf niet als de directe afstammeling van Osiris en Hercules Aegyptiacus, die de keizerlijke genealogisten tussen Hector van Troje en Noah plaatsten?