GEDATEERD PORTRETJE 29 MAART 1938

ishot-2-2.jpg

Het is niet zo groot, nauwelijks, sokkeltje inbegrepen, 18,5 cm hoog. Gekocht in een veilinghuis in München, getekend met de naam van een onbekende Detlef Zilian en gedateerd: 29 maart 1938.

De kunstenaar werkte vlug, je ziet nog de letterlijke indrukken van vingers, van de geknede lagen over elkaar.

Het beeldje is niet ongeschonden uit de voorbije jaren gekomen, en dat is niet verwonderlijk als ik München zei en het jaar 1938 aanduidde. De geschiedenis is niet onbelangrijk om een kunstwerk te benaderen.  Een jongensbuste, de klei gedroogd en daarna gebakken. Een herinnering.  Misschien een geschenkje omdat naam en datum nodig bleken.ishot-3.jpg Ondanks de ‘vluchtige indrukken’ is het een zeer fijngevoelig portretje geworden.  De jongen, tussen elf en veertien, wandelt over de brug die kind en jongeman met elkaar verbindt. Detlef is die wonderlijke dualiteit niet uit de weg gegaan. Het is geen heldenbeeldje geworden, geen voor-beeldje van een dappere Hitler-Junge. Integendeel. HIj kijkt eerder droevig, weg van de toeschouwer.  Ingekeerd.

Op diezelfde dag spreekt een klein gebouwde man in de Nordwestbahnhalle in Wenen.  Hij herinnert zich de voorbije dag met deze woorden:

300.000 Menschen unterwegs.Tolle Ovat(ionen). Ich kann kaum reden. Meine Rede ist ganz groß. Ich bin in bester Form. 2 Stunden nur Stürme der Begeisterung. Ja, diese Wiener!“

Diese Wiener’ hebben zojuist Goebbels redevoering over de Anschluss van Oostenrijk gehoord, live of via de tienduizenden ‘Volksempfängern (in de volksmond Goebbelschnauze genoemd), radio’s die de vorige dagen gratis zijn uitgedeeld. Op dezelfde dag dat het beeldje van deze jongen werd gemaakt, in München of omgeving.

Het hoort bij onze collectie, te bekijken op www.timelessartcollection.eu.

Wie een beetje geschiedenis kent, kan zich zonder al te veel pathos voorstellen wat de toekomst van dit kind zou worden.  Het beeldje zelf vertelt het niet. Of toch? Op enkele dagen na zijn beide gebeurtenissen 74 jaar geleden. De jongen zou vandaag een man van tegen de negentig kunnen zijn. Een zeldzame soort in Duitsland.

DE EIGEN INTIMITEIT ALS KUNSTWERK

Elinor Carucci was born in Jerusalem in 1971 and attended the Bezalel Academy of Arts and Design for photography. She has had solo shows all over the world including at Edwynn Houk Gallery, Ricco Maresca, Moscow House of Photography and Gagosian Gallery in London. Her photographs are included in collections such as, The Museum of Modern Art, ICP, The Houston Museum of Fine Art and The Brooklyn Museum. Her work as been shown in publications including The New York Times Magazine, The New Yorker, W, Aperture, and ARTnews. She was awarded the International Center of Photography’s Infinity Award for Young Photographers in 2001 and the Guggenheim Fellowship in 2002.  Carucci has published two monographs to date – Closer and Diary of a Dancer. Most recently, her work has been shown at the Museum of Modern Art in the exhibition Pictures by Women. She currently lives in New York City and teaches at the graduate program at the School of Visual Arts.

5.4

Elinor Carucci has spent the past 20 years photographing herself and the people in her life that she is closest to. In this new series, Born, she turns her attention to the newest members of her family, her children. Carucci’s photographs have an intimacy that is startling, at times even unsettling, but they are so ultimately about the collective human experience with family, and so beautifully seen, that the viewer cannot help but find resonance between their own experience and the personal experience that Carucci is sharing.

8.3

Many of the scenes portrayed in these images are high-strung with the emotions of family interdependence and routine: insatiable need and early childhood sorrow, a mother’s hollow eyed fatigue, bodily bruises, fluids, and scars. The drama of these fraught domestic scenes is heightened by Carucci’s nuanced use of shadows, black backgrounds, direct light and extreme close-ups. Carucci has always photographed the substance of her daily life, the joy and the pain in equal measure, and in this new series we are again being pulled close, always closer, to witness, almost participate in, the particularities of family intimacy. 

Het centrale thema van haar werk is ‘nabijheid’: mensen die je lief zijn, ouders, echtgenoot, kinderen. Nabijheid moet je in dit geval heel letterlijk opvatten.  Iemand op de huid zitten, maar dan in positieve betekenis.
In een lang interview met fotografe Sabine Mirlesse van La lettre de la Photografie reageerde ze op deze vraag:

Everyone in your pictures seems to be available to showing their vulnerability and I think that probably for a lot of people coming to your work, that that is something that truly sets it apart from perhaps a lot of other people who photograph their families—your parents are really letting their guard down for you—in ways that many people’s parents would never let them come so close with a camera, no matter how emotionally close they were—

5.5


Elinor Carucci: No, of course, it has nothing to do with how much you love each other—it’s about the person’s personality– but also don’t forget it’s also about a difference in culture… the Israeli culture at least in the physical side is so much part of this. I mean, it is my parents’ generosity, but its also not such big deal to walk around the house in your underwear in Israel. So some of it doesn’t seem that crazy there because it’s part of the ease you have with the body as opposed to America.

Sabine Mirlesse: But regarding this level of ease or comfort in one’s own skin, or relationship to the body, I mean there are certain images that move a step beyond just walking around the house in your underwear, that possess a certain drama to them, I think for example of an image of your mother crouching nude in a bathtub, or you appearing naked before your father—to what degree are those perhaps more intense images performances?

7.2


Elinor Carucci: Nudity among women is very common in Israel. So for me, I didn’t feel like I was pushing my limits to be photographed in the nude with the women in my family and it was really a surprise for me to come to America and find out that some women have never seen their own mothers naked. That’s weird! With my father… I don’t know if it was a performance, but there was something about bringing the camera and photographing—I think there is an image where I am only in my underwear— so I am bare-chested– or how do you call it? …topless I guess– next to him, and I felt that I wanted to see what it looks like for me to sit next to my father like this. So I did feel like it was something that I didn’t necessarily do for the camera, but that once the camera was there it enhanced the situation, and that there was some embarrassment about this moment that I wanted to explore.

De vanzelfsprekendheid van de lijfelijke aanwezigheid wil ze duidelijk delen zonder ze daarom te isoleren van het dagelijkse leven. Het vraagt even geduld misschien, of het begrijpen van aangeleerde en opgedrongen gêne om de openheid van haar camera-oog te aanvaarden temidden van de pruderie die ook in deze streken weer opgang heeft gemaakt.

De Sasha Wolf Gallery in NY bundelt haar werk.
Zie: http://sashawolf.com/artists/elinor-carucci/3.jpg

PEOPLE PAY ME FOR PAINTINGS SOMETIMES: ANDREW ABOTT

1916698771

Terug naar New York dan maar.  Andrew Abott is in zijn dertiger jaren en meer uitleg hoeft dat niet als je zijn beelden ziet en zijn vrij kort statement:

  I don’t believe in resumes

 I don’t believe in references

 I don’t have a car

 I don’t have a gun

I don’t have a computer

 people pay me for paintings sometimes

 thank god

Los van het doek, schetsen op oude notitieblaadjes, papieren winkelzakken, je zou kunnen zeggen: op alles wat een achterkant heeft, al mag zelfs de voorkant meespelen mocht dat goed uitkomen. Eens een tekening of zeggen we beter ‘kunstwerk’ verkocht, verwijdert hij de titel en staat er gewoon SOLD. Bot?

cruiseship-albott

Cruiseship pleads guilty to sex charge’ is de titel van het werk waarop een soort drie-eenheid laat raden wat de ‘offence’ zou kunnen zijn. Bij nader bestuderen is er trouwens nog iemand aanwezig. Of is dit een spiegeling, een voor en na?

De betekenis mag best vervallen.  Voor de houdbaarheidsdatum overigens. Abott houdt het duidelijk bij de notitie-stijl, alsof zijn werk nog maar in een soort voorbereidende fase verkeert, een schets van een idee dat misschien niet eens levensvatbaar zal blijken maar toch aan de kijker (voyeur is ook zo’n beladen woord nietwaar!) wordt overgeleverd.

Ontdoe de ruimte van zijn overbekende inhoud door ze overvol voor te stellen.  Of hoe je leegte verkrijgt door het effect van een overvloed aan cliché’s zowel wat vormgeving als betiteling betreft.  Het medium speelt mee.  Papier, knipsels, notities.  Op het eerste gezicht is de overbodigheid troef.

corpulence-abott

‘Corpulence’.  Een bekend beeld dat dadelijk net zo bekende associaties oproept.  Monotoon uitgevoerd.

De verzameling liggenden, doden, wachtenden, je kunt zelf nog origineler zijn en misschien een magazijn bedenken waar de menselijkheid inruilbaar is voor een andere menselijkheid al vergeet ik met opzet er het voorvoegsel on- voor te zetten.

De achterwand is immers ondoordringbaar.  Had je een hemel verwacht, dacht je aan jachtvelden of de Parnassus? Hun witheid kan een glans van een ‘ander’ leven als een overbeklemtoning van het dode betekenen.

Waarom ik dan toch van zijn werk hou?

Waarschijnlijk omdat het telkens weer alle kanten uitkan in mijn verbeelding. Het ketent me niet met dwingende voorstellingen. Het heeft een dynamiek die je laat glimlachen en ook een zekere meewarigheid oproept naast het schouderophalen voor de protserige betiteling.

Bekijk de dagelijkse post, de publiciteit. Haal er enkele scherven uit die je treffen, die je zou kunnen noteren.  Dat grondwerk heeft Andrew Albott gefixeerd met de bedoeling echter dat het je geest van dwingende voorstellingen waarmee we via media worden overspoeld, zou doorprikken en herleiden tot hun ware (en quod est veritas?) proporties. En die waarheid zal gelukkig voor iedereen heel anders in het wonderlijke hoofd betekenis kunnen krijgen.

dear stomach-albott.jpg

 

 

HET MOOISTE LICHT

1.jpg

Even na zeventien uur, zaterdag 24 maart.

Dit zachte, eerste lentelicht heeft een bijzondere tonaliteit. Een bril ligt op tafel.  Het licht uit de tuin heeft een reis langs de muren gemaakt en is nu laag genoeg gekomen  om bijna de vloer te raken.

Buiten valt de zachtheid van het licht je niet dadelijk op. Wandel je in de natuur dan kijk je eerder naar de nog kale omgeving waarin bij nader toezien de lente toch aan het werk is.  Binnen echter kun je de verspreiding van het licht, het omgeven der dingen, beter waarnemen. De intensiteit is op zijn mooist als het licht gaat verdwijnen. Woorden zijn eerder een hindernis, daarom een beeld.

2.jpg

Dit soort licht spiegelt de dingen makkelijker omdat het niet verblindt.  De werkelijkheid is de werkelijkheid niet meer: buiten wordt binnen en omgekeerd.  Ik wandelde in een soort droom waarin het woord ‘gestalte’ beter op zijn plaats zou zijn. Ook de logica van het perspectief telt niet meer.  In de diepte verschijnt een ander beeld dat zich normaal links of rechts van je bevindt.  Die spiegelende kracht hebben de impressionisten ook ontdekt.  Licht niet als verduidelijking van de werkelijkheid, als ‘onthuller’ maar als mogelijkheid om kleuren los te maken van hun onderliggende materialen en ze een zeer tijdelijke aanwezigheid zichtbaar maken, want het volgende moment is deze waarneming al in een andere overgegaan.

5.jpgHet bekende sfumato, of de zachte waas die het reële omringt is in dit licht eveneens waarneembaar. De kwetsbaarheid. De vrouwelijke kant van het licht.  Het ongrijpbare, maar langs zijn vriendelijke zijde. Bijzondere momenten die vlug voorbij schuiven.  Nog maar net had ik de foto’s genomen of de kamer was leeggelopen, begon zich aan het duister te wennen van de naderende avond. De troostende inhoud van dit licht vind je in de zachtheid waarmee het de kaalte van de voorbije winter omgeeft.  Kwetsuren van de voorbije strenge koude zijn minder pijnlijk in dit licht.  Want er zijn de piepkleine blaadjes, de vroege narcissen, de duizende nog bijna onzichtbare details waarin het leven wakker is geworden.

De broosheid der dingen en wezens is er voelbaar in zonder de bekende vergankelijkheid te maskeren. Maar ze omhult het bestaande zoals je iemand in je armen neemt of liefdevol bekijkt.

CLAIR OBSCUR

1.jpg

Een overvloed van sappen loopt

uit de schemering naar de wortels

van de pasgeboren dag.

Gorgelend licht in elke schreeuw

kraaien hanen de nacht uiteen.

 

Je bed is nog gedekt, en je kleren

ademen je uit.  Aan de muur

loopt een jongetje op papieren voeten

door papieren botergras.

 

Een zangschool vogels groeit

in de bomen open.

 

Alles is er

om duizend-en-een dag te beginnen.

 

Wie heeft jou ingeruild?

Wie heeft jou verborgen?

 

(Woordenboekje voor een langslaper)

VOGELTJE

1.jpg

Lag gisteren bij het begin van de lente

dood op straat.

Nu in de tuin begraven,

met boven zijn hoofd de geduldige brede kruin

van de atlasceder

die duizend jaar kan worden.

 

Als de wind de naalden laat bewegen

zul je zijn gezang horen.


Nog duizend jaar om te beginnen.

 

SIERRE

1.jpg



Rainer Maria Rilke woonde tijdens de laatste jaren van zijn leven in het nu eerder droevig bekende Sierre.  Hij schreef er ‘de Elegieën van Duino’ en ‘Sonetten aan Orfeus’.

Een tekst die mogelijkerwijze de diepere associatie aangeeft is zijn ‘Kindertijd’

 

Ik voel mij als iemand
die u aan uw kindertijd moet herinneren.
Nee, niet alleen aan de uwe:
aan alles wat ooit kindertijd was.
Want het gaat er om
herinneringen in u op te wekken,
die niet de uwe zijn,
die ouder zijn dan u.

Verhoudingen moeten worden hersteld
en samenhangen vernieuwd,
die van ver voor uw tijd zijn.

Rainer Maria Rilke

En uit de achtste Elegie:

Und wir: Zuschauer, immer, überall,
dem allen zugewandt und nie hinaus!
Uns überfüllts. Wir ordnens. Es zerfällt.
Wir ordnens wieder und zerfallen selbst.
Wer hat uns also umgedreht, daß wir,
was wir auch tun, in jener Haltung sind
von einem, welcher fortgeht? Wie er auf
dem letzten Hügel, der ihm ganz sein Tal
noch einmal zeigt, sich wendet, anhält, weilt -,
so leben wir und nehmen immer Abschied.


(De collage bovenaan is gemaakt door Hazel, 12 jaar.)

KLEIN REQUIEM VOOR KINDERSTEMMEN EN OUDERPAREN

1.jpg

KLEIN REQUIEM VOOR
KINDERSTEMMEN EN OUDERPAREN

KYRIE

Geen roem of rijkdom wensten wij voor jou,
maar éénmaal nog ‘mama, papa, ik ben thuis!’ horen,
met die zachte buiging op het laatste woord
in de levenslange stilte
waarin je nu verborgen bent.
Lief kind,
ontferm je over ons.

Geen prijs of prestatie wensten wij van jou,
maar dat je éénmaal nog tussen ons mocht liggen
omdat je bang voor het donker was
in de levenslange stilte
waarin je nu verborgen bent.
Zacht kind,
ontferm je over ons.

Geen spreuk of sprookje wilden wij voor jou,
maar dat je éénmaal nog naar een verhaaltje zou luisteren
waarin het goede altijd overwint, ook
in de levenslange stilte
waarin je nu verborgen bent.
Eeuwig kind,
ontferm je over ons.

4.jpg

REQUIEM

Ben je moe rond te hollen in ons onrustig hoofd,
rust dan zacht,
zoals wij je slapend toedekten op de rand van de nacht.

Ben je moe van ons roepen in de donkerte,
rust dan zacht,
zoals wij je slapend naar boven droegen na een lange reis.

Ben je moe van onze waarom’s en woedes,
rust dan zacht,
zoals je dromend over zee keek of in de diepte van de sterrennacht.

Geef ons, de dolenden, de stuk gescheurde zielen
rust om jou terug te vinden
en levenslang in ons hart te koesteren.

1.jpg

GLORIA

Kom maar uit je hoge hemel, God,
want onze vrede op aarde is met de beste wil
niet meer te lijmen.
Vraag je engelen stil te zijn,
plak het paradijs dicht met pijnlijk krantenpapier.
Voor geen miljoen sterren is dit kind in te ruilen,
hoe zacht ook de lente binnenkomt,
hoe helder de merels de dag open zingen,
de bloesems de winter wegduwen.

Onze lente is ons ontnomen,
ons merel- en bloesemkind uit de tijd geschrapt.

Maar laat het geen twee keer sterven
omdat wij geen raad meer weten, en
onze wanhoop ons verpletteren zal.

Met de brokstukken van ons hart
bouwt het beetje bij beetje zijn nieuw verblijf.
Geef me plaats, vraag het.
Ween me niet weg.
Omarm mij.
Koester mij in alle kinderen.

Ik blijf bij jullie.
Voor altijd.

1.jpg

DIES IRAE, DIES ILLA

De kwaadste dagen duren weken,
wijken nooit meer uit de jaren zonder jou.
In deze hel hoor ik je spreken,
zo dun en dansend als een vliegertouw.
Ik hou je vast, bang dat het zal breken
en ik alleen de harde stilte overhou.

De langste nachten waarin dromen
drinken uit je kleine kindertijden.
In deze wanen ben je thuisgekomen,
zo waar en werkelijk te misleiden
ben ik bij ‘t ontwaken  beetgenomen
en meer dan ooit van je gescheiden.

Maar in de luwte van de schaduwkant
leer ik de landkaart lezen van je aanwezigheid.
Soms voel ik de warmte van je kleine hand
en kruip ik traagjes uit mijn wintertijd.

1.jpg

CREDO

 Druppels die tussen wilde bloemen achterblijven

terwijl de rivier zich verder haast naar zee,

zullen het land bevruchten, tarwe laten ontkiemen,

de dieren drenken, de mensen laven.

Dat geloven wij.

Dat je zult wachten tot we uit de tunnel zijn gekropen

en je in elke lente voelbaar wordt,

dat je de volheid van de zomer vult,

met ons door de inslapende herfst trekt

en de innigheid van de winter viert.

Dat proberen wij te geloven.

Dat wij anders zullen leven,

jij ons op het wezenlijke zult wijzen.

Dat we verandering van je aanwezigheid

als bron van energie mogen gebruiken.

Dat hopen wij.

Maar wat is de wereld leeg

zonder jou.

Alles moeten we opnieuw leren.

Niets staat nog op zijn plaats.

Waar ben je gebleven?

 

1.jpg

 

SANCTUS

 Schamper heilig licht van herinnering,

foto’s waarop je nooit ouder wordt.

Weinig heilig licht op een wit scheepje

waarmee je van ons bent weg gevaren.

Donker heilig licht van de eerste lente zonder jou.

Maar sluit ik mijn ogen

dan kom je uit het helderste licht in mijn armen gelopen.

Het tedere licht waarin je beetje bij beetje komt wonen.

Heilig Licht.

1.jpg

BENEDICTUS

Kom dan, gezegende,

van wie hemel en aarde vervuld zijn

eens de donkerste nacht

door een streepje schemering gebroken is.

Kom.

1.jpg

AGNUS DEI

Op hun scheve pootjes

veranderen zij de winterweide

tot een tedere landingsbaan

voor heel jonge tijden.

Op je fiets met vlaggetjes versierd,

reed je langs de volkstuintjes.

Klokken geselden

de laatste morgenkou.

Lammetjestijd.

Je speelmakkertjes

lopen achter de meisjes aan.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (27)

Coat-Of-Arms-With-Lion-And-Rooster-large.jpgJe werd als eregast op het stadhuis ontvangen en na een feestelijk maal met je Antwerpse collegae ‘s avonds op weg naar huis door lantaren- en toortslicht omringd. Je was verbaasd over zoveel eerbetuigingen.  Het leek wel, schreef je, of je een of andere grote meneer was.
Je bezocht het atelier waar de triomfbogen voor de intrede van keizer Karel V werden gemaakt. Je berekende dat dergelijke pracht en praal de stad zo’n vierduizend florijnen zou kosten.
Van de broers Bombelli uit Genua, Tomasin, in Lucca geboren en Vincentius en Gerard maakte je mooie portretten met houtskool.  Vooral met Tomasin zou je de volgende tijd erg veel optrekken. (hij was de ‘paymaster ‘van Margareta!) Je schrijft:  ik heb zo vaak met Tomasin gedineerd, en daarachter zet je dan 14 streepjes.
Ook de Lieve-Vrouwenkerk van Antwerpen krijgt je bezoek.  Ze is zo uitgestrekt, schrijf je, dat er verschillende missen kunnen gezongen worden zonder elkaar te storen.

Met de Portugese zaakgelastigden doe je goede zaken.  (of is het omgekeerd?) Je vrouw krijgt zelfs een groen papegaaitje van hen.
Met Tomasin reis je naar Mechelen, van daar naar Vilvoorde en tenslotte kom je in Brussel aan. Daar dineer je met afgevaardigden uit Neurenberg die de keizerlijke insigna voor de kroning van keizer Karel V hebben meegebracht. . Portrait-Of-Lucas-Van-Leyden-large.jpgGouden en zilveren voorwerpen uit Mexico trekken je aandacht.  Ze zijn zeker honderdduizend guldens waard, schrijf je. ‘Ik weet niet hoe ik moet uitdrukken wat ik daar zag,’ een zinnetje dat je verbazing en bewondering samenvat voor die onbekende culturen.

Begin oktober reis je naar Aken waar je de 23ste van die maand de kroning bijwoont.  Het heeft nogal wat voeten in de aarde eer je de juiste weg hebt gevonden naar de personen die je je jaargeld kunnen verzekeren, maar op 12 november schijnt die zaak in kannen en kruiken.
Op je terugreis naar Antwerpen kom je langs Nijmegen, ‘s Hertogenbosch, Hoogstraten (waar je karavaan twee uur blijft rusten), Baarle en Sint Lenaarts. Ik verbaasde me even dat je niets vermeldde van de prachtige Hoogstraatse toren, maar de werken daarvoor zouden pas in 1524 worden aangevat en tot 1546 duren.

Je volgende trips waren echte sightseeings-tours.  Op je uitstap naar Bergen-op-Zoom en Zeeland in december ontsnap je ternauwernood aan de dood als twee schepen tegen elkaar opbotsen. Je wilde absoluut een gestrande walvis zien maar het hoog tij had het kadaver al meegenomen. Daarna bezoek je in gezelschap van Jean Provost Gent en Brugge.

De Antwerpenaars bieden je het burgerschap aan zoals dat ook negentien jaar eerder in Venetië was gebeurd, maar het heimwee naar je vaderstad is te groot om je blijvend in die mooie stad te vestigen.St.-Jerome.jpg
Voor je terugkeert wil koning Christiaan van Denemarken (de Nero-van-het-Noorden) zijn portret laten schilderen.  Je vergezelt hem naar Brussel zodat je het portret in olieverf kunt uitvoeren.  Zo ben je er bij als Karel V zijn schoonbroer voor de poorten van Brussel ontmoet en ben je eregast op het banket dat koning Christiaan gaf ter ere van een eerder aangeboden feestmaal van de keizer. Je werk wordt met dertig florijnen rijkelijk betaald.

Na een jaar en drie dagen verlaat je de Lage landen en keer je vanuit Brussel  terug naar Neurenberg.  Het is bij die terugreis dat je je passage omtrent Luther die we eerder citeerden schreef.

‘Every page of Dürer’s Diary bespeaks his utter naïveté. (as when he states that “he had to give” his favorite buffalo-horn and cedar-wood rosary to the hospitable envoys from Nuremberg); his healthy delight in good food an friendly consideration; his helpfullness and readiness to recognize the merits of others; his lack of resentement (as when he writes: “Item, the fellow with the three rings has overreached me by half- I did not know enough about it”) ; and his unlimited capacity for enthusiasm.’ (212)

Je kunt zijn reisverslagen lezen in een mooie kleine uitgave ‘Memoirs of Journeys to Venice and the Low Countries, Albrecht Dürer, The echo Library (www.echo-library.com) 2007.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (26)

Portrait-of-Bernhard-von-Reesen.jpgEr was natuurlijk ook de pest, maar vooral, denkt Panofsky, verandering van omgeving, ‘…the rejuvenating excitement of being abroad’ want als business-trip bekeken schrijf je in je dagboek: ‘…Onkosten bijgerekend, met verkoop en andere deals in de Nederlanden, dan is de uitkomst een deficit.’

Je schrijft dat zonder bitterheid duidelijk makend dat je niets anders verwachtte. Tenslotte werd het een combinatie van zakendoen en ontspanning, met het accent op het laatste.
Zo verliet je op 12 juli 1520 Neurenberg met in je bagage ontelbaar vele gravures en houtsnedes, niet alleen eigen werk, maar ook van Baldung Grien en Hans Schäuffelein en schilderijen, kortom de dingen die makkelijk te transporteren waren.
Zo kreeg de bisschop van Bamberg niet allleen ‘Leven van de Maagd’ en een ‘Apocalyps’, elk één florijn getaxeerd, maar ook een geschilderde Madonna in ruil voor drie aanbevelingsbrieven en een brief om alle mogelijke tolheffingen te kunnen ontlopen.
Je had ook een portret van Maximiliaan bij voor zijn dochter Margareta die hier, een paar straten verder als gouvernante haar paleis had. Maar dat portret moest je mee terugnemen want ze vond het maar niks.  Je kon het uiteindelijk ruilen voor een wit Engels kledingstuk.

Je werd niet altijd met geld betaald maar vaak ook met allerlei curiosa die je dan weer moest weggeven aan andere vrienden voor bewezen diensten. (bijvoorbeeld een rozenkrans in cederhout!)08harbor.jpg
Voor een ‘Heilige Hiëronymus’ en ‘Drie Grote Boeken’ kreeg je van ene Lazarus Ravensburger een vinvormig voorwerp, vijf slakkenhuizen, vier zilveren en vijf koperen medailles, twee gedroogde vissen, wit koraal, vier rieten pijlen en een rood koraal. Je was er zo blij mee dat je gratis Ravensburgers portret maakte en hem zestien gravures, de gegraveerde Passie en verschillende houtsneden cadeau deed.
Je hield van sightseeing, je gaf behoorlijke fooien, en nu en dan waagde je een gokje.  Je spendeerde heel wat geld aan Italiaanse prenten en verzamelde een museum van curiosa zoals exotische wapens, buffelhorens, zoutvaatjes uit Calcutta, ivoren schedels, kostbare stenen en kleine aapjes die je vier gouden florijnen kostten.

Maar..’…the thrill of a new environment made double attractive by the impending visit of Charles V with its thron of envoys and spectators from all over the world; the experience of great works of art and craftmanship; the intercourse with people of all professions, ranks and nationalities; and the regognition more willingly granted to a distinguished guest than to an fellow-citizen, however famous.’ (206)09girl.jpg

Na een warme ontvangst bij de bisschop van Bamberg reisde je per boot naar Frankfurt waar je oude baas Jacob Heller je van harte welkom heette door je een lot wijn te sturen. Daarna ging het verder per boot naar Mainz en dank zij de bisschoppelijke brieven kwam je zonder tol te betalen door menige douanepost.  Je bereikte Keulen en je logeerde in het huis van je neef Nikolaas, een goudsmid.  Na een trip van vijf dagen kwam je op 3 augustus in Antwerpen aan. Daar logeerde je bij de vriendelijke en zeer geachte Jobst Planckfelt (Joos Blanckvelt).
Je gebruikte je maaltijden alleen met je gastheer terwijl de vrouwen in de bovenkeuken aten.  Het huis van de Planckfelt’s werd zo’n beetje je hoofdkwartier.  Je kon er je dienstbode Suzanne en je vrouw achterlaten onder hoede van je gastheer.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (25)

portrait-of-cardinal-albrecht-of-brandenburg-1.jpgToch nog even terugkomen op de figuur van kardinaal Albrecht van Brandenburg.  Onder zijn auspiciën werden aflaten verkocht waarmee je jezelf van het eeuwige vuur der verdoemenis kon vrijkopen, een handeltje waartegen de augustijnermonnik Maarten Luther op de avond voor Allerheiligen van het jaar 1517 -twee jaar voor de dood van Maximiliaan- zijn vijfennegentig stellingen op de deur van de kerk te Wittenberg zou pinnen.

Albrecht van Brandenburg was een machtig man.  Niet tevreden met zijn positie als aartsbisschop van Maagdenburg wilde hij ook nog graag het aartsbisdom Mainz bij zijn territorium hebben.  In 1514 stond het Vaticaan dit toe, echter tegen betaling van vierentwintigduizend dukaten. ( andere bronnen hebben het over eenentwintigduizend dukaten, nog altijd een som om vele begrotingsgaten dicht te rijden!) Een fortuin dus! Albrecht leende een deel van deze immense som van de Fugger bankiersfamilie.  Om hem toe te laten deze som vlugger te recupereren  stond paus Leo X, een Medici, hem toe acht jaar lang ten eigen bate aflaten te verkopen in zijn diocees.  Voor beide partijen een goede zaak.  De helft van het geld zou naar de familie Fugger gaan, de andere helft naar Rome waar men het gebruikte om de Sint Pieter te bouwen.

portrait-of-cardinal-albrecht-of-brandenburg-1526.jpg

De verkoop van deze aflaten was in handen van de Dominicaner monnik Johann Tetzel.

Toch moeten we niet dadelijk de historische versimpeling toepassen waarmee we al eeuwen mensen be- en veroordelen. Albrecht had een vrij liberale geest.  Zijn vriendschap met Ulrich von Hutten, criticus bij uitstek van de Katholieke Kerk en brug tussen de humanisten en Lutherse reformatie enerzijds en zijn vreemde verzameling van meer dan achtduizend honderd relieken en eenendertig heilige skeletten anderzijds maken hem tot een boeiende persoonlijkheid van zijn tijd. Zijn vijandigheid tegenover de hervormers was niet zo extreem als die van zijn broer Joachim I keurvorst van Brandenburg.  Hij probeerde meermaals de standpunten te verzoenen en liet de inwoners van Maagdenburg religieuze vrijheid… mits de betaling van 500.000 florijnen. Ouder geworden nam zijn onverdraagzaamheid toe, bevoordeelde hij het onderwijs van de jezuieten in zijn bisdom.

Ontboden door de paus moest Luther verantwoording afleggen over aanklachten van weerspannigheid en ketterij.  Keurvorst Frederik I echter slaagde erin zijn stadsgenoot naar de keizerlijke Rijksdag te doen verwijzen, een wetgevende vergadering die in 1518 in Augsburg werd gehouden.  De gezant van de paus, kardinaal Gaëtanus, een geleerd en integer man, zou hem daar ondervragen. Afgevaardigen uit Neurenberg waren Caspar Nützel en Lazarus Spengel, jouw vrienden.  Ook jij moest blijkbaar voor zaken naar die stad, wellicht in verband met werk dat je voor Maximiliaan deed.363px-Cranach_-_Albert_of_Hohenzollern.JPG

Je ontmoette echter Luther niet in de korte tijd die hij onder vrijgeleide van keurvorst Frederik in Augsburg doorbracht. Hoe wellevend de gesprekken ook waren, Gaëtanus’ eisen waren er niet minder duidelijk om.  Herriep Luther zijn stellingen niet dat moest hij als ketter gevangen genomen worden en naar Rome gebracht. 

Wist jij in Augsburg toen dat er tijdens een van de nachten in de meest wereldse van alle Duitse steden, Luther in monnikspij vermomd uit die stad wegvluchtte ‘zonder rijbroek, sporen, stijgbeugels, of zwaard’?

Er waren je depressies, je angst om je gezichtsvermogen en de beheersing over je handen te verliezen, de dubbelzinnigheid waarmee je je opdrachtgevers moest tegemoet komen en de moed en durf van Luther die je ‘geïnspireerd door God’ noemde.

Je hebt hem verschillende houtsneden en gravures van eigen hand opgestuurd, je vroeg Frederik om hem in bescherming te nemen.

Er was ook de strijd voor het dagelijks bestaan, en nu Maximiliaan gestorven was, wilde je je toelage van jaarlijks tweehonderd florijnen verzekeren.  Vermits de nieuwe keizer, Karel V in Aken zou gekroond worden, zou je er best zelf ook zijn om je jaargeld veilig te stellen. Op 12 juni 1520 ga je op weg, met vrouw en dienstbode Suzanna met in je bagage een grote hoeveelheid houtsneden en gravures die je wilde verkopen.

We zullen je vanuit je eigen dagnotities volgen want je komt nu wel heel dichtbij de stad van waar ik deze notities samenstel.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (24)

14self.jpgHet was niet alleen de dood van Maximiliaan I op 12 januari 1519 die je in een echte emotionele crisis bracht.  Wel liet je duidelijk verstaan dat het te voortijdig heengaan van deze vorst je diep raakte. Je vriend Pirckheimer schreef aan een van je bekenden:  ‘Turer male stat.’, en dat wilde zoveel zeggen als:  Dürer zit niet goed in zijn vel.
Dat bleek uit je vreemde plannen om naar Zwitserland te trekken, om je thuis te verlaten en een leven in Engeland of Spanje te beginnen.  Je zou dringend ‘verandering van lucht’ nodig hebben, en het feit dat je pensioen van honderd florijnen per jaar niet meer zeker was, is maar één onderdeel van je diepe melancholie.

Panofsky zegt dat het eerder een spirituele dan een praktische of fysische onrust was.  De jonge Jan van Scorel die in 1519 naar Neurenberg kwam om jou advies te vragen en praktijk op te doen, vond je druk doende met de lessen waarmee Luther begonnen was de rustige wereld op haar kop te zetten.

‘But soon the master emerged with a new security of mind.  The very cause of his malaise had proved to be its remedy: he had heard the rumblings of the earthquake which was to shake the structure of European civilization, and had found shelter in the very center of the seismic disturbance, in the Lutheran doctrine itself.’ (198)
Martin-Luther-1526-1.jpg
In januari of februari 1520 schrijf je aan Georg Splatinus, deken en bibliothecaris van Frederik de Wijze, ‘Ik wil zeker zijn (Luthers) portret maken en het als een altijddurende herinnering graveren ter nagedachtenis van de Christelijke man die me uit diepe angsten heeft geholpen.’

Je sympathie met het protestantse gedachtengoed heb je nooit betwijfeld.  Dat je verder te biechten ging bij kardinaal Albrecht van Brandenburg en voor hem bleef werken, net zoals Cranach, is helemaal geen bewijs van het tegengestelde.
Je reactie op de druk becommentarieerde ontvoering en zelfs vermeende moord op Luther in mei 1521 hebben we al eens in verband gebracht met je ‘Ridder, Dood en Duivel’.  En als we dan je volgende zinnen uit je reisjournaal lezen:

‘O God, als Luther dood is, wie zal dan voortaan ons zo helder de Heilige Schriften uitleggen? O, God, wat heeft hij in de loop van twintig jaar voor ons bijeen geschreven! O, alle godvruchtige Christenen, help me om te treuren om deze door God verlichte man en we smeken je om ons een andere verlichte geest te zenden.  O, Erasmus Roderodame (uit Rotterdam), waar wilt ge over hem getuigen?’
En dat gaat zo nog wel enkele zinnen verder in dezelfde trant.

Je noemt in 1523 de mooie Altdorfer Madonna van Ratisbon een ‘spook dat tegen de heilige Schift was opgericht en wegens het veel te wereldse geen uitwerking had.’  In 1524 verwijs je naar jezelf en je vrienden  als iemand ‘who stand in contempt and danger for the sake of Christian faith and are sneered at as heretics.’ (199)
gekroonde madonna.jpg
We zien die ‘bekering’ in je kunst, voor zover het een bekering was, voegt Panofsky er wijselijk aan toe. De man die er alles aan gedaan had de ware geest van de heidense Oudheid aan de Noordelijke wereld bekend te maken, verliet nu praktisch elk werelds onderwerp, met uitzondering van wetenschappelijke illustraties, reisschetsen en portretten.  En de ‘designer-in-chief’ van de Triumphal Arch en het Gebedenboek van Maximiliaan keerde zich af van de zgn. Decoratieve stijl.

‘The lyrical and visionaryelement was suppressed in favor of a scriptural virility which ulimately tolerated only the Apostles, the Evangelists and the Passion of Christ.’ (ibidem)
Om het plotse karakter en de basisnatuur van deze verandering te begrijpen, kunnen we twee gravures vergelijken.  Ze zijn vrijwel van hetzelfde formaat en onderwerp en tussen beiden ligt er ten hoogste een jaar of anderhalf jaar.
‘De Maagd door twee engelen gekroond’ (1518) en ‘De Maagd die haar kindje voedt’ (1519)
De eerste, de gekroonde Maagd, brengt een gevoel van een perfecte balans en sereniteit over.  De Madonna zit comfortabel voor een stokken-afrastering, met daarachter een helder landschap en een open hemel.  Ze zit in drievierde profiel en leunt gracieus een beetje naar voren.  Er gaat een grote rust en glans van haar uit, en de plooien van haar kleed vallen bevallig rond haar lichaam ...‘with an harmonious flow of curves.’408px-74_Madonna_Nursing.jpg

Tegenover dit Rafaeleske evenwicht van liefheid en plechtigheid is de Madonna die haar kind voedt, strikt in fronthouding afgebeeld.  Ze vult het frame (appears colossal), en haar neerbuigend groot hoofd contrasteert met de rigide pose van haar lichaam en roept eerder het idee van een Piëta op dan dat van een madonna.’ Althans volgens Panofsky.
Het landschap is weggedrukt, en de lucht gedonkerd door hevige lijnen dient als een soliede achtergrond uit dewelke de figuren zich losmaken zoals een geprojecteerde figuur op een muur.
Kijk naar de plooien van haar kleed en vergelijk ze met de eerste gravure. Volgens Panofsky ‘…which is as nearly as possible approach the form of such abstract stereometrical solids as prisms or pyramids.’ (200)
De tweede gravure is dus meer geschematiseerd, en hij zet er zelfs de term ‘cubistic’ bij.

Ik laat het aan de lezer en kijker zelf over om te oordelen, maar je voelt aan mijn twijfel dat ik eerder denk aan het per sé willen invullen van een vooropgesteld programma.
Ik vind zelfs de tweede Madonna liever en zachter dan de eerste die een beetje wantrouwig naar ons lijkt te kijken.
En zo kun je eindeloos doorgaan.
Maar, laat ik die glimlach op je lippen eerder als een man-die-boven-de-tijd staat dan als spot interpreteren.  We genieten van beide heilige vrouwen met hun kwetsbaar kind.
De verschrikkingen van de godsdienstoorlogen zullen naast mensenlevens ook kunstschatten vernietigen, een wereld wantrouwig tegenover het beeld en dus tegenover de verbeelding, achterlaten. Tot op de dag van vandaag.