portrait-of-cardinal-albrecht-of-brandenburg-1.jpgToch nog even terugkomen op de figuur van kardinaal Albrecht van Brandenburg.  Onder zijn auspiciën werden aflaten verkocht waarmee je jezelf van het eeuwige vuur der verdoemenis kon vrijkopen, een handeltje waartegen de augustijnermonnik Maarten Luther op de avond voor Allerheiligen van het jaar 1517 -twee jaar voor de dood van Maximiliaan- zijn vijfennegentig stellingen op de deur van de kerk te Wittenberg zou pinnen.

Albrecht van Brandenburg was een machtig man.  Niet tevreden met zijn positie als aartsbisschop van Maagdenburg wilde hij ook nog graag het aartsbisdom Mainz bij zijn territorium hebben.  In 1514 stond het Vaticaan dit toe, echter tegen betaling van vierentwintigduizend dukaten. ( andere bronnen hebben het over eenentwintigduizend dukaten, nog altijd een som om vele begrotingsgaten dicht te rijden!) Een fortuin dus! Albrecht leende een deel van deze immense som van de Fugger bankiersfamilie.  Om hem toe te laten deze som vlugger te recupereren  stond paus Leo X, een Medici, hem toe acht jaar lang ten eigen bate aflaten te verkopen in zijn diocees.  Voor beide partijen een goede zaak.  De helft van het geld zou naar de familie Fugger gaan, de andere helft naar Rome waar men het gebruikte om de Sint Pieter te bouwen.

portrait-of-cardinal-albrecht-of-brandenburg-1526.jpg

De verkoop van deze aflaten was in handen van de Dominicaner monnik Johann Tetzel.

Toch moeten we niet dadelijk de historische versimpeling toepassen waarmee we al eeuwen mensen be- en veroordelen. Albrecht had een vrij liberale geest.  Zijn vriendschap met Ulrich von Hutten, criticus bij uitstek van de Katholieke Kerk en brug tussen de humanisten en Lutherse reformatie enerzijds en zijn vreemde verzameling van meer dan achtduizend honderd relieken en eenendertig heilige skeletten anderzijds maken hem tot een boeiende persoonlijkheid van zijn tijd. Zijn vijandigheid tegenover de hervormers was niet zo extreem als die van zijn broer Joachim I keurvorst van Brandenburg.  Hij probeerde meermaals de standpunten te verzoenen en liet de inwoners van Maagdenburg religieuze vrijheid… mits de betaling van 500.000 florijnen. Ouder geworden nam zijn onverdraagzaamheid toe, bevoordeelde hij het onderwijs van de jezuieten in zijn bisdom.

Ontboden door de paus moest Luther verantwoording afleggen over aanklachten van weerspannigheid en ketterij.  Keurvorst Frederik I echter slaagde erin zijn stadsgenoot naar de keizerlijke Rijksdag te doen verwijzen, een wetgevende vergadering die in 1518 in Augsburg werd gehouden.  De gezant van de paus, kardinaal Gaëtanus, een geleerd en integer man, zou hem daar ondervragen. Afgevaardigen uit Neurenberg waren Caspar Nützel en Lazarus Spengel, jouw vrienden.  Ook jij moest blijkbaar voor zaken naar die stad, wellicht in verband met werk dat je voor Maximiliaan deed.363px-Cranach_-_Albert_of_Hohenzollern.JPG

Je ontmoette echter Luther niet in de korte tijd die hij onder vrijgeleide van keurvorst Frederik in Augsburg doorbracht. Hoe wellevend de gesprekken ook waren, Gaëtanus’ eisen waren er niet minder duidelijk om.  Herriep Luther zijn stellingen niet dat moest hij als ketter gevangen genomen worden en naar Rome gebracht. 

Wist jij in Augsburg toen dat er tijdens een van de nachten in de meest wereldse van alle Duitse steden, Luther in monnikspij vermomd uit die stad wegvluchtte ‘zonder rijbroek, sporen, stijgbeugels, of zwaard’?

Er waren je depressies, je angst om je gezichtsvermogen en de beheersing over je handen te verliezen, de dubbelzinnigheid waarmee je je opdrachtgevers moest tegemoet komen en de moed en durf van Luther die je ‘geïnspireerd door God’ noemde.

Je hebt hem verschillende houtsneden en gravures van eigen hand opgestuurd, je vroeg Frederik om hem in bescherming te nemen.

Er was ook de strijd voor het dagelijks bestaan, en nu Maximiliaan gestorven was, wilde je je toelage van jaarlijks tweehonderd florijnen verzekeren.  Vermits de nieuwe keizer, Karel V in Aken zou gekroond worden, zou je er best zelf ook zijn om je jaargeld veilig te stellen. Op 12 juni 1520 ga je op weg, met vrouw en dienstbode Suzanna met in je bagage een grote hoeveelheid houtsneden en gravures die je wilde verkopen.

We zullen je vanuit je eigen dagnotities volgen want je komt nu wel heel dichtbij de stad van waar ik deze notities samenstel.