BRIEF AAN ALBRECHT D. (19h)

AN00131354_001_l.jpgHeinrich Cornelius von Nettesheim is een figuur die helemaal in de vroege 16de eeuw thuishoort. Er werd (wordt) vaak spottend op het werk van zogenaamde geleerden neergekeken die in hun wetenschappelijk werk oog hadden voor theologie, magie en geschiedenis.  Het was Carl Jung die op de lacune wees in ons filosofisch denken tussen de late middeleeuwen en de vroegste vormen van Verlichting.  Alchimisten en sterrenkijkers, goudzoekers en speurders naar de steen der wijzen, voor sommigen zijn ze nog altijd één kleffe pot bijgeloof en volksverlakkerij terwijl de mix van de Oude Grieken en Romeinen met denkbeelden omtrent het occulte en waarzeggerij een poging waren de wereld zoals ze zich aan de mensen van die tijd voordeed te verklaren.

Cornelius Agrippa’ s werk ‘ De Occulta Philosophia’ is daar een mooi voorbeeld van. Zoals het in 1531 verscheen leek het wel een studie van dokter Faustus, ‘fairly conused and full of cabalistic charms, astrological and geomantic tables and other magical devices.’ (168)

De originele versie echter van 1509/10 die aan een vriend van Pirckheimer was opgedragen, ene Abbot Trihemius van Würzburg, circuleerde in manuscriptvorm bij de Duitse humanisten, was korter en een meer ‘reasonable’ boek. Heinrich_Cornelius_Agrippa00.jpgHet was slechts 1/3 van de gedrukte versie en de nadruk op de reeds gesignaleerde magie stond de klare kijk op een consistent natuurfilosofisch systeem niet in de weg. De auteur die zich nogal breed baseerde op het werk van Marsilio Ficino zet de Neo-Platonische traditie van kosmische krachten voort,  wiens heen en terug vloeien het universum éénmaken en bezielen. Tevens wil hij aantonen hoe deze krachten de mens niet alleen  in staat stellen  legitieme magie in praktijk te brengen-die tegengesteld was aan geestesbezweringen en commerce met de duivel- maar hem de mogelijkheden bood  zijn grootste spirituele krachten en intellectuele triomfen te bereiken. Een mens die daardoor in staat was door directe inspiratie van boven, zoals jij refereerde naar “öbere Eingiesungen”.
Inspiratie die hem in drie vormen bereikte: door profetische dromen, door intense contemplatie en door de ‘furor melancholicus’,  door Saturnus veroorzaakt.

In de originele versie van Agrippa’ s De Occulta Philosophia vind je deze theorie – in de latere gedrukte versie verwijderd- op het einde van het laatste boek als de climax van het hele werk.  Dat is duidelijk afgeleid van Ficino’ s Libri de Vita Triplici.  Hele zinnen zijn zelfs letterlijk overgenomen.  Maar Agrippa verschilt in één belangrijk punt van Ficino en is op die manier een soort bemiddelaar tussen Ficino en jou, Albrecht.Cornelius_agrippa.png
Ficino had weinig belangstelling  voor  politiek en helemaal niet voor kunst.  Hij duidde de soorten genieën aan in termen van ‘studiosi’ en ‘literati’, en volgens hem was de creatieve Saturnijnse melancholie een prerogatief voor theologen, dichters en filosofen.  

‘It is only the purely metaphysical and therefore highest of our faculties, the intuive “mind” (mens) which is susceptible to the inspiring influences of Saturn.

Het was ‘reason’ (ratio) die bij Jupiter hoorde en de sfeer van morele en politke actie beheerste.  Verbeelding “imagination” (imaginatio) die de hand van artiesten en ambachtslieden leidde, hoort bij Mars of bij Sol (de zon).
In overeenstemming met Agrippa van Nettesheim echter is de ‘furor melancholicus’ een Saturnijnse inspiratie en kan deze elk van de drie mogelijkheden tot een buitengewone ja zelfs ‘superhuman’ activiteit stimuleren.

Bij de drie soorten ‘geniuses’ die onder impuls van Saturnus en zijn ‘furor melancholicus’ horen, onderscheidt Agrippa hen wiens ‘imagination’ sterker is dan de ‘mind’ of ‘ the reason’ en die daardoor wondere artiesten of ambachtslui kunnen worden zoals schilders en architecten. Zijn ze dan nog eens met de gave van de profetie begiftigd dan zullen hun voorspellingen tot de fysische fenomenen (elementorum turbationes temporumque vicissitudines) beperkt blijven zoals het voorzien van stormen, aardbevingen of overstromingen, epidemieën , hongersnoden en andere rampen van deze aard. Sabine zal het graag horen.Student_at_His_Desk_-_Melancholy_(1633)_by_Pieter_Codde.jpg

Hij bij wie de discursieve ‘reason’ domineert zal het tot knappe wetenschapper , dokter of staatsman brengen, en zijn voorspellingen, if any, zullen naar politieke gebeurtenissen wijzen. Tenslotte zij die een intuïtieve mind bezitten , zij zullen de geheimen van het goddelijke rijk kennen en uitmunten in alles wat men onder theologie verstaat.  Hun profetieën hebben het over religieuze crisissen zoals de verschijning van een nieuwe profeet of een nieuw geloof.
En nu zijn we waar we graag wilden komen: in het licht van dit systeem kunnen we jouw Melancholia, the Artist’ s Melancholy, classifiëren als Melancholia I, zoals ze beweegt in de sfeer van ‘imagination’ die bij definitie de sfeer van de ruimtelijke hoeveelheden is.  Ze kan uitvinden en bouwen, en ze kan denken, om Hendrik van Ghent te citeren: ‘as long as her imagination keeps step with their thought.’
Maar toegang tot de metafysische wereld heeft ze niet en haar voorstellingen zullen zich tot de fysische fenomenen beperken.
In feite behoort je Melancholia  tot degenen ‘who cannot extend their thought beyond the limits of space.’ En vandaar ook haar melancholie die vaak de onze is.

(slot volgt)

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19g)

sloth.jpgWe zegden al dat Saturnus als god van de aarde geassococieerd werd met arbeid in steen en hout.  De muurschilderingen in de ‘Salone’ in Padua zijn de vroegste pictorale afbeeldingen van wat we de ‘Saturnijnse beroepen’ kunnen noemen.  Daarop zien we al een steenkapper en een timmerman als handarbeiders. Maar als god van de landbouw moest Saturnus ook het meten en het aantal van de dingen superviseren, inzonderheid de verdeling van het land. Dat is de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord ‘geometria’.  In verschillende manuscripten uit de vijftiende eeuw is het dan ook niet verbazend dat de rustieke attributen van Saturnus zijn aangevuld met een passer.  Jacob de Gheyn verbeeldde dit concept van een Saturnische landmeterij in één van zijn meest indrukwekkende gravures. (zie hiernaast)

In een van deze vijftiende eeuwse manuscripten lezen we ‘De planeet Saturnus zendt ons de geesten die ons de meetkunde onderwijzen.’
In een kalender één jaar na het verschijnen van de Melencolia I in Neurenberg gepubliceerd heet het: ‘Saturnus …bezaichet aus den Künsten die Geometrei.’  (Van de kunsten is Saturnus voor de Meetkunde verantwoordelijk.)
summa henri.gif
De grote scholastieker Henri van Ghent duidt ook op een psychologische verbinding tussen melancholie en meetkunde. In de Apologia de Descensu Christi ad Inferos heeft hij het over twee soorten denkers.  Aan de ene kant de filosofische geesten die er geen probleem mee hebben zuivere metafysische notities als een engel of het buitenaardse (extramundane) niets te begrijpen.  Aan de andere kant zijn er ‘bij wie de verbeeldingskracht het haalt ten koste van het cognitieve.’ Zij accepteren deze begrippen alleen als hun verbeelding ze kan bevatten…

‘Their intellect cannot transcend the limits of imagination…and can only get hold of space (magnitudo) or of that which has a location and position in space.  Whatever they think is a quantity, or is located in quantity as is the case with the point.’

Dergelijke mensen zijn melancholici en zullen uitstekende wiskundigen worden maar erg slechte metafysisci, for they cannot extend their thougt beyond location and space which are the foundations of mathematics. (168)

Melancholici hebben dus talent voor Meetkunde. Henri’ s eigen definitie beperkt het veld van de wiskunde tot een wetenschap van situs et magnitudo omdat melancholici in termen van concrete mentale beelden denken en niet in filosofische concepten.  Dat is nu net de oorzaak van hun melancholie: ze lijden daardoor aan een gevoel van spiritueel ‘confinement and insufficiency’.
Acedia2.jpg
En dat is nu juist wat jouw Melancholia ervaart, beste Albrecht.  Gevleugeld ja, maar haar vleugels zijn tot op de grond ineengekrompen, gekroond maar met schaduwen overtrokken, uitgerust met de instrumenten van kunsten en wetenschappen maar bedrukt en futloos.  Ze geeft ons de indruk een creatief wezen te zijn maar ze is door een inertie verlamd.  Onoverkomelijke grenzen die haar van een hoger gedachtengoed scheiden zorgen wellicht voor je toevoeging van het cijfer I. Het nummer kan immers moeilijk naar andere temperamenten verwijzen want we denken niet dat je nog drie ander gravures wilde uitvoeren, en je zou zeker niet de serie van de vier temperamenten beginnen met de Melancholie.

‘The number I may thus imply an ideal scale of values, rather than an actual sequence of prints, and this conjecture can be corroborated (bevestigd worden) if not proved, by what seems to be the most important literary source of Dürer’ s composition: Cornelius Agrippa of Nettesheim’ s De Occulta Philosophia.

Daarover later meer.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19f)

Saturnus.jpgDeze humanistische verering van de melancholie brengt een ander fenomeen mee: de humanistische veredeling van de planeet Saturnus.
Als fysische lichamen werden de zeven planeten door dezelfde vier combinaties van kwaliteiten gedetermineerd als de aardse elementen. Als sterren-personaliteiten anderzijds behielden ze de karakters en de krachten van de klassieke godheden naar wie ze genoemd waren. Ook zij konden dus in verband worden gebracht met de vier temperamenten, en een volledig coördinatiesysteem is al teruggevonden in Arabische bronnen van de negende eeuw.

Zo werd het sanguine temperament met het gelijkaardige en milde temperament van de zachte Venus geassocieerd die als vochtig  en warm als lucht werd beschouwd, of frequenter  met de beheerste en welwillende Jupiter. Het cholerische was iets voor de vurige Mars, het flegmatische werd met de Maan verbonden die Shakespeare al de ‘watery star’ noemde.  Zo kwam dus het melancholische aan Saturnus toe, de oude god van de aarde.
We gebruiken in het Engels nog altijd ‘saturnine’ als een synoniem van ‘melancholy’.
De karakterisering van de Melancholie  op een Duitse houtsnede zegt : ‘Saturnus und herbst habent die schule’. (Saturnus en de herfst zijn hier de schuld van.)

sanguine houtsnede.jpg

Ieder menselijk wezen, mineraal, plant of dier werd verondersteld een melancholische natuur te hebben, en zeker de hond en de vleermuis behoren ipso facto tot Saturnus. De houding van het rusten met het hoofd op de hand is zowel een teken van melancholie en behoort tevens bij het bijvoeglijk naamwoord ‘Saturnian’.

Werd de zwarte gal als het meest onedele van de ‘humours’ (vochten) beschouwd, ‘Saturnus impius’ hield men voor de meest ongelukkige van de hemelse invloeden. Hij was de hoogste van de planeten, de oudste van Olympiërs, en als de vroegere heerser van de Gouden Tijd kon hij voor kracht en rijkdom zorgen.  Maar als steriele ijs-ster, onttroond als wrede vader-god, gecastreerd en gevangen gezet in de aardse ingewanden, werd hij geassocieerd met ouderdom, invaliditeit, spijt, alle soorten miserie en dood. Zelfs onder gunstige omstandigheden konden wie onder hem geboren waren alleen rijk en machtig zijn op de kap van de gulheid en goedheid van het hart, en wijs slechts door toedoen van het geluk. Meestel waren ze hard werkende boeren of steenkappers -want Saturnus was een god van de aarde- beerrijders, grafdelevers, kreupelen, bedelaars en criminelen.
plotinus41.jpg
De Florentijnse Neo-Platonici echter ontdekten dat Plotinus en zijn volgelingen net zo verheven over Saturnus dachten als Aristoteles over melancholie.  Sindsdien werd Saturnus superieur ten overstaan van Jupiter geacht. Saturnus symboliseerde meer ‘the Mind’ van de wereld waar Jupiter stond voor de ‘soul’, de ziel van de wereld. Diepe concentratie tegenover praktische actie dus.  De heerschappij van Saturnus werd gewillig door hen geaccepteerd die Panofsky en Aristoteles beschrijven als ‘whose minds are bent to contemplate and to investigate the highest en most secrets things.’

Saturnus werd hun hemelse patroon net zoals ze zich hadden verzoend met de melancholie als hun aardse toestand. De meest illustere leden van de Florentijnse kring (Ficino, Pico della Mirandola, Lorenzo de Schitterende) verwezen bijna speels naar zichzelf als ‘Saturnians’ en ontdekten tot hun grote voldoening dat Plato ook onder het teken van Saturnus was geboren.

Deze filosofsche rehabilitatie van Saturnus kon het populaire geloof dat ze de meest kwaadaardige van de planeten was niet wegnemen. Zelfs Ficino wiens horoscoop “Saturnum in Aquario ascendentem’ aantoonde, leefde onder een permanente wolk van angst.  2v0e92w.jpgHij nam zelf maatregelen en gaf zijn collegae medegeleerden de raad alle mogelijke voorzorgen te nemen. Hij gebruikte en adviseerde zelfs astrologische talismannen om de invloed van Saturnus te counteren en Jupiters’ kracht aan te roepen. Zo kun je het magische vierkant in jouw Melencholia I verklaren als de zestienschalige mensula Iovis, op een tinnen ondergrond gegraveerd en in staat het boze in het goede te veranderen en alle kwalen en angsten te verdrijven.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19e)

06_01_marsilio_ficino_web.jpgEr moeten nog drie vragen beantwoord worden.
Eerst, met welk recht kon Dürer een spirituele tragedie vervangen door wat een symbool van  lethargie en stompzinnigheid van een inferieur temperament had moeten zijn?
Ten tweede, op welke gronden kon hij het idee van melancholie associëren ja zelfs identificeren met dat van de meetkunde?
Op de derde plaats: wat betekent het Romeinse cijfer I dat achter ‘Melencolia’ staat?

Het antwoord op de eerste vraag ligt in het feit dat het ganse concept van melancholie herzien werd, of eerder omgekeerd, door Marsilio Ficino, de leidende kracht van de Neo-Platonische ‘Academie’ in Florence.
Deze nieuwe doctrine, ontwikkeld in Ficcino’s ‘Brieven’ en concluderend geformuleerd in zijn verhandeling ‘De Vita Triplici’ had zowel in Duitsland als in Italië een groot succes.
De ‘Brieven’ werden door Koberger gepubliceerd en de twee eerste boeken van de drie ‘Libri de Vita’ werden zelfs in het Duits vertaald.
Van deze ontwikkeling was Dürer zeker op de hoogte, zeker wat de ‘Platonische Ideeën’ betrof van voor 1512.

Marsilio Ficino, zelf een man met een delicate gezondheid een melancholisch temperament probeerde de reële en vermeende moeilijkheden  van zijn ‘humour’ (temperament) door de eigentijdse middelen als oefeningen, regelmatig werkritme, een zorgvuldig dieet en muziek te verhelpen.
(Dürer trouwens raadde de liefelijke tonen van de luit aan voor het geval een jonge schilder zou overwerken, waardoor zijn ‘melancholie’ zou versterkt worden.)
Marsilio_Ficino.jpg
Ficino vond echter grotere troost bij een Aristotelisch ‘ discours waarvan het ideeëngoed oorspronkelijk door scholastieke filosofen werd verdedigd en dat er niet in geslaagd was de afkeer en schrik  voor melancholie te veranderen.
Hij maakte een briljante analyse van wat je de psycho-fysiologie van de menselijke grootheid zou mogen noemen (Problemata, XXX, 1), en verdeelde  de melancholici in twee groepen: de ronduit  zieken en daartegenover de werkelijke  melancholici vanuit de natuur, te herkennen door een eigen prikkelbaarheid die ofwel hun gedachten en emoties overstimuleerde ofwel lamlegde, en die hen bij het nalaten van controle tot werkelijke gekte of zwakzinnigheid kon brengen. Ze liepen op een smal pad tussen twee afgronden, maar juist door dit risico-gedrag een hoger level dan ordinaire stervelingen konden bereiken.
Als zij erin slaagden hun evenwicht te bewaren zodat ze ‘hun afwijking  in een uitgebalanceerde en mooie manier konden uitdrukken’ zoals Aristoteles dat fraai verwoordde, dan konden ze nog in een depressie of in een geëxalteerde staat komen, maar overtroffen ze alle andere mensen. ‘All truly oustanding men, whether distinguished in philosophie, in statecraft, in poetry or in the arts, are melancholics – some of them even to such an extent that they suffer from ailments induces by the black gall’. (165)Cosimo_Rosselli2.jpg

De Florentijnse Neo-Platonici merkten vlug dat de Aristotelische doctrine hen een wetenschappelijke basis voor Plato’s theorie van ‘de goddelijke razernij’ kon leveren: een uitleg voor het resultaat van het ‘melancholisch ‘humour’, dat Aristoteles had vergeleken met dat van sterke wijn, scheen hiermee verklaard te worden, of minstens overeen te stemmen met deze ‘mysterieuze extase’  die het lichaam doet verstijven en bijna het lichaam doodt bij deze zielsverrukking.
Zo werd de uitdrukking ‘furor melancholicus’ een synoniem met ‘furor divinus’. Wat een ramp leek, in zijn mildste vorm een handicap, werd een voorrecht, nog gevaarlijk maar verheven: het privilegie van het genie.
Eens dit idee, ten zeerste vreemd voor de Middeleeuwen waar mensen heiligen konden worden maar nooit ‘goddelijk’, herboren werd onder de bevoegde auspicieën van Aristoteles en Plato, verkreeg de nog toe geminachte melancholie een stralenkrans van het sublieme.
Grote prestaties waren automatisch met melancholie verbonden, en zelfs van Rafaël werd gezegd dat hij ‘malinconico come tutti gli huomini di questa eccelenza’ was. En weldra beweerde de aanhangers van Aristoteles dat alle grote mannen melancholici waren, en zelfs omgekeerd alle melancholici grote mannen. ‘Malencolia significa ingegno’ (Melancholie is eigen aan het genie)
Hoe melancholischer dichters en schilders waren des te groter was hun talent en het zal ons niet verwonderen dat sommigen middelmatige geesten per se melancholisch-zijn wilde aanleren zoals je nu bridge of tennis kunt leren. Een climax daarvan vind je in Shakespire’s figuur van Jaques (As you like it) die het masker van de melancholie als een mode hanteert om indruk te maken, en dat om te maskeren dat hij in feite niets voorstelt.
Maar hij kan het, bij monde van zijn auteur wel fraai verwoorden.

brent-carver-as-jacques.jpg

All the world’s a stage,
And all the men and women merely players:
They have their exits and their entrances;
And one man in his time plays many parts,
His acts being seven ages. As, first the infant,
Mewling and puking in the nurse’s arms.
And then the whining school-boy, with his satchel
And shining morning face, creeping like snail
Unwillingly to school. And then the lover,
Sighing like furnace, with a woeful ballad
Made to his mistress’ eyebrow. Then a soldier,
Full of strange oaths and bearded like the pard,
Jealous in honour, sudden and quick in quarrel,
Seeking the bubble reputation
Even in the cannon’s mouth. And then the justice,
In fair round belly with good capon lined,
With eyes severe and beard of formal cut,
Full of wise saws and modern instances;
And so he plays his part. The sixth age shifts
Into the lean and slipper’d pantaloon,
With spectacles on nose and pouch on side,
His youthful hose, well saved, a world too wide
For his shrunk shank; and his big manly voice,
Turning again toward childish treble, pipes
And whistles in his sound. Last scene of all,
That ends this strange eventful history,
Is second childishness and mere oblivion,
Sans teeth, sans eyes, sans taste, sans everything.

 (Act 2, Scene VII)

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19d)

998208305

Je verhaal is duidelijk niet alleen symbolisch, maar eerder psychologisch. Er is al dat vreemde gevoel bij de wanorde waarmee al die werktuigen rond de ‘Melencholia’ verzameld zijn, om het schemerige bij de komeet en de regenboog niet te vergeten.  Ze symboliseren niet alleen de astronomie maar hebben wat Panofsky noemt ‘a weird, ill-boding emanation of their own’.

Er is ook nog de vleermuis en de slapende hond, traditioneel geassocieerd met melancholie.  De eerste (vespertilio in het latijn) omdat ze bij schemering te voorschijn komt en in donkere eenzame plaatsen leeft en de hond omdat hij meer dan andere dieren in verband wordt gebracht met verwerping, wrok en zelfs gekte.  Een zestiende-eeuws gezegde dat in feite op bloedhonden terugsloeg: ‘De meest scherpzinnige honden zijn degenen die een melancholische snuit opzetten.’ gaat in dezelfde richting.
Vleermuis en hond zijn dus niet alleen emblemen maar levende wezens. ‘One squeaking with evident iil-will, the other shrivelled up with general misery.’ (162)

durer-melancholia-i-detail

Wat waar is voor de omgeving en de werktuigen is niet minder waar voor de hoofdfiguur.  Haar boek en passer, typische attributen van de meetkunde, vallen eerder op door besluiteloosheid.  Dat ze haar hoofd op haar hand laat rusten kun je als houding terugbrengen tot in de oude Egyptische kunst. Haar houding vind je terug in honderden figuren en werd een duidelijke uitdrukking van melancholie en “Acedia”.
Dat haar hand zelfs tot een vuist is gebald is niet zo ongebruikelijk als het lijkt.  Het ‘pugillum clausum’ was een typisch symbool van hoogmoed (Panofsky verwijst naar het Engelse tight-fistedness wat wij als ‘gebalde’ vuist gebruiken.)
Dante zegt dat gierigaards met “col pugno chiuso’ zullen verrijzen, en die gesloten vuist werd gezien als een eigenschap van de melancholische patiënt omdat ze meenden in zo’n vuist een schat vast te klemmen, ja zelfs de hele wereld.

Jij maakte van die gesloten vuist geen teken van gierigheid of miserie, maar van verbijstering.  Ze wil geen object vasthouden dat niet bestaat, maar ze zit klem met een probleem dat niet opgelost kan worden.

694222125

Eén van de hoofdeigenschappen van de traditionele melancholie is haar zwarte, aan de aarde gelijke gelaatskleur die in bepaalde omstandigheden tot werkelijke zwartheid kan overgaan zoals Milton haar beschrijft, zijn goddelijke Melancholy als

‘Whose saintly visage is too bright
To hit the sense of human sight,
And therefore to our weaker view
O’erlaid with black, staid wisdom’s hue.’

Jij gebruikte voor die gelaatsverkleuring  een lichteffect in je gravure. Het gezicht van je Melancholia is dat zoals van Michelangelo’s ‘Pensieroso’ bewolkt door een diepe schaduw .
‘It is not so much dark as the darkened face, made all the more impressive by its contrast with the startling white of his eyes.’ (163)

De krans die ze op haar hoofd draagt is een lapmiddel tegen de gevaren van de ‘humor melancholicus’ Om de slechte effecten van ‘schraalheid’ te counteren werd aangeraden  op iemands hoofd ‘the leaves of plants having watery nature’ te plaatsen, en deze krans is inderdaad met zo’n planten samengesteld. (water-ranonkel en waterkers) Was inderdaad een kroon eerder het symbool van superioriteit zoals in menig portret dat je schilderde van keizer Sigismund, of bij de Wijze Maagd, bij Hercules en de dichter Terentius, hier staat hij in schril contrast met de atmosfeer. ‘Again a mere emblem is used as a vehicle of psychological expression’.

Durer-Hercules-At-The-Crossroads-Complete.jpg

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19c)

1.jpg

Jouw voorstelling van ‘Melencolia’ voert geen luie moeë mensen op zoals we die zagen bij je voorgangers. Jouw Melancolia is super-wakker. Haar starende blik is een voorbeeld van wat Panofsky ‘one of intent though fruitless searching’ noemt. (160) Ze is wel inactief niet omdat ze te lui om te werken is, maar omdat haar werk zonder betekenis voor haar is geworden.  Haar energie is niet door slaap maar door gedachten verlamd.

Vanaf het midden van de twaalfde eeuw (denk aan het ‘Koninklijk Portaal’ van Chartres als het eerste bekende voorbeeld) vinden we een groeiend aantal personificaties van de Kunsten. Eerst was hun aantal beperkt tot de cirkel van zeven Vrije Kunsten (de alfa wetenschappen) door Martianus Capella vermeld, maar weldra  werden er de ‘Mechanische Kunsten ‘ bijgevoegd, naar de Aristotelische benaming van de Kunst als ‘every productive effort based on a rational principle’.

geometriae

De samenstelling van deze beelden volgde meestal eenzelfde formule.  Een vrouwelijke figuur als type-voorbeeld van een van de kunsten of DE kunst zelf, vergezeld door assistenten of ondergeschikte personificaties, en omringd door attributen die bij haar activiteit horen, terwijl ze zelf het meest bij haar persoon horende attribuut vasthoudt.

In 1504 en 1508 verschijnen verschillende edities van Gregor Reisch’s ‘Margerita Philosophica’, een van de meest verspreide encyclopedische traktaten uit die tijd.  Daarin vinden we een houtsnede ‘Typus Geometriae’ waarop je bijna alle apparaten terugvindt die jij gebruikte in jouw Melencolia. 

‘It synthesizes, so to speak, the type of the Liberal Arts with that of the Technical, for it is intented to show that almost all the crafts and many branches of ‘natural philosophy’ depend on geometrical operations.’(161)

Geometrie voorgesteld als een rijkelijk uitgedoste lady, bezig met het opmeten van een bol met haar passer.  Ze zit aan een tafel waarop haar tekengerief ligt, een inktpot en modellen van stereometrische volumes. Een assistent kijkt een onafgewerkt gebouw na met een granietblok nog tussen de tanden van een kraan. Twee andere lieden werken aan een tekenbord en maken een topografische bewerking. Op de grond liggen een hamer, een liniaal en twee moules.  Wolken, de maan en sterren kondigen de hemelverschijnselen aan in jouw gravure. Ze worden hier bestudeerd door kwadranten en astrolabia. Niet alleen meteorologie en astronomie, een allusie op jouw later werk is de pauwenveer op de hoed van de Meetkunde. De pauwenveer was een oud symbool van het nachtelijk firmament, maar ook alle technische kunsten worden als toepassingen van de geometrie beschouwd, een idee conform aan jouw opvattingen.  Jouw werk ‘Underweysung der Messung’ is niet alleen opgedragen aan schilders maar ook aan goudsmeden, beeldhouwers, metsers, timmerlui en al degenen die van meetkunde gebruik maken, om je eigen woorden te gebruiken. In een versie waarschijnlijk tussen 1513-1515 geschreven heb je ‘t over de ‘schaaf en de draaibank’, hun werking als toepassing van een meetkundig principe, en zien we hen inderdaad op jouw gravure tegenover elkaar liggen als schaaf en bol.

Je zou alle voorwerpen in je gravure kunnen plaatsen onder de hoofding ‘Typus Geometriae’, het boek, de inktpot en de passer symbool voor pure meetkunde, het magische vierkant, de zandloper met de bel en de weegschalen om tijd en ruimte te meten. De technische instrumenten voor toegepaste meetkunde, en de afgeknotte rhomboïde voor beschrijvende meetkunde, in het bijzonder stereografie en perspectief.

Jouw werk is een samenbrengen van twee iconografische formules.  Enerzijds de ‘Melancholici’ uit de populaire kalenders en ‘Complexbüchlein’ en de ‘Typus Geometriae’ van het filosofisch traktaat en de encyclopedische decoraties.Het resultaat daarvan noemt Panofsky heel mooi ‘The intellectualization of melancholy on the one hand, and a humanization of geometry on the other.’ (162)

Vroegere uitbeeldingen van de melancholie hadden het over onfortuinlijke luie nietsnutten veracht voor hun asociaal gedrag en algemene onkunde. Vroegere uitbeeldingen van de Meetkunde hielden het bij abstracte personificaties van een edele wetenschap, verstoken van menselijke emoties en niet in de mogelijkheid om te lijden. Jij schiep een wezen bedeeld met intellectuele kracht en technisch kunnen als Kunst, maar nu wanhopig  onder een wolk van zwarte humor.

‘He depicted a Geometry gone melancholy or, to put it the other way, a Melancholy gifted with all that is implied in the word geometry – in short, a ‘Melancholia artificialis’ or ‘Artist’s Melancholy’.

HET 5DE WIEL

 

Je kent dat gevoel toch ook?  Het-vijfde-wiel-aan-de-wagen-gevoel.
Overbodig zijn.
Is er iets leukers?
Helemaal niet.
Degenen die zo dringend moeten hebben pas een naar leven.
Moeten.

Overbodigen moeten niet.
Ze zijn het surplus.
Pure luxe is dat.

Om alle misverstanden daaromtrent weg te werken, hebben we deze schuilplaats gemaakt.

Op deze foto is het al duidelijk: mijn broertje en ik, wij waren het vijfde wiel aan de gezinswagen.
Dat zei onze vader die de foto maakte.
Hij gaf ons een houten wiel .
Zogezegd om stil te zitten, maar wij wisten wel beter.
Jullie zijn het vijfde wiel aan de wagen had hij nog geroepen.
Mijn broertje vond dat erg.  Hij is het jongetje uiterst links.
Ikzelf zit naast hem, ik hou ook het wiel vast, maar kijk recht in de camera.
Ik zou hem en iedereen die het wou laten zien
dat ik een bijzonder vijfde wiel was.
Een vijfde wiel met overtuiging.

Mijn broertje is later in de politiek gegaan.
Daar ontmoette hij wel meer mensen met dat 5de wiel gevoel.
Om het te verdringen beginnen deze lieden erg druk te doen.
Ze moeten.
In naam van het volk.
Bijna elke dag kun je in de krant een plan van zo’n drukdoener lezen.
In belang van het volk.

Zonder mandaat vallen ze in een zwart gat.
Brussel is een stad van zwarte gaten, net zoals alle andere hoofdsteden ter wereld.

Beklaag je dus niet als je je overbodig voelt.
Aanvaard het.
Zucht diep van opluchting.
Het kan een tijdje duren eer je dat gevoel als een weldaad ervaart.

 

Kijk goed.
Dit gebeurt er met lui die het eerste wiel van de wagen willen zijn.
Ze draaien vierkant.
Dat is een pijnlijk gevoel.
Niet alleen voor allerlei inwendige en uitwendige organen,
maar ook voor het innerlijk van de mens.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19b)

1.jpg

De vier ‘humours’ waren niet even populair. Het bloedrode vocht, (het sanguine type) geassocieerd met lucht, lente, morgen en jeugd was en is nog altijd het meest veelbelovende. Een mooi geschapen lijf en een blozende gelaatskleur overtreffen de andere ‘humours’ in ‘sociablilty’, ‘generosity’ en alle andere talenten. Zelfs de minder goede kanten ervan, een zekere ‘weekheid’ voor wijn, lekker eten en liefde waren van de aimabele en te vergeven soort. Bloed is tenslotte een nobeler en gezondere vloeistof dan de twee soorten gal of slijm.
We herinneren eraan dat zekere theoretici het sanguine temperament  zagen als de meest originele conditie, de best uitgebalanceerde menselijke toestand. Zelfs na de zondeval bleef dit temperament boven andere alternatieven te prefereren.

2033742419.2

Was het sanguine temperament het meest geliefde, het melancholische daarentegen kreeg de vermelding van meest gehate toestand. De zwarte gal immers was de oorzaak van de ergste ziekten waarvoor de melancholici de uitgekozen slachtoffers waren. En zelfs zonder de regelrechte aanleg voor pathologische storingen werden de natuurlijke en constitutionele melancholici  in het algemeen als ‘pessime complexionati’ (the most ill-mixtured) beschouwd. Dun en donker, de melancholicus is ‘lastig’, miserabel, hatelijk, hebzuchtig, verdorven, laf, oneerbiedig en slaperig. Hij is nors, boos, vergeetachtig, lui en sloom. Hij mijdt gezelschap van vrienden en misprijst de andere sekse; en zijn enige positieve kant is een zekere neiging tot eenzame studie.

Voor Dürer, werden pictorale representaties van melancholie vooral gevonden in technische verhandelingen omtrent geneeskunde, in populaire boeken of in pamfletten die de theorie van de vier ‘humours’ deelden, vooral in manuscripten of gedrukte kalenders.  In medische boeken werd melancholie als een ziekte voorgesteld en de illustraties toonden verschillende geneesmethodes, bijvoorbeeld door muziek, door geseling of door het dichtschroeien van bloedvaten.

3644325110_c46397ce81.2

In populaire pamfletten, kalenders en ‘Complexbüchlein’ werd melancholie niet als een pathologisch verschijnsel beschreven maar als een type van de menselijke natuur. De melancholicus verscheen daarin in een serie van vier figuren of scènes met de bedoeling een voorstelling te brengen van een ‘normaal’ iemand in de serie van de Vier Temperamenten.

De representaties van de Vier Temperamenten zou je in twee groepen kunnen opdelen: eentje puur beschrijvend, een andere die meer scenisch, met een dramatisch karakter te werk gaat.

3985924129

De illustraties met een beschrijvend karakter (die in feite uit de Hellinistische cyclus van de Vier Leeftijden van de Mens is afgeleid) is elk temperament door één type afgebeeld.
Bij de illustraties met een dramatisch karakter zijn de vier temperamenten vaak door koppels verbeeld.  Ze ontlenen hun temperament alleen aan hun gedrag, en het is interessant dat ze dat doen door scènes die oorspronkelijk voor het uitbeelden van ondeugden werden gebruikt.  In de late middeleeuwen  werden types van het menselijk gedrag bestudeerd en beschreven niet alleen in hun eigen belang maar met een referentie naar het systeem van de moraaltheologie.
Zij werden niet in seculiere monografieën gepubliceerd maar in reliefs van kathedralen als in Chartres, Parijs en Amiens, of in de miniaturen van morele verhandelingen zoals ‘Somme le Roi’.

905282167

Naar het einde toe van de middeleeuwen werden deze morele patronen omgewerkt naar karakter-voorbeelden, kwam de klemtoon daardoor minder op goed en kwaad te liggen om er dan helemaal uit te verdwijnen.
Verschillende karakterkenmerken in Chaucer’s Canterbury Tales zijn uit negatieve voorbeelden van sermoenen uit de 12de en 13de eeuw afgeleid, en menig ‘Fool’ in Sebastian Brant’s Narrenscyff was oorspronkelijk een afkeuringswaardige zondaar. Dus, als een 15de eeuwse artiest modellen zocht voor zijn beschrijving van de Vier Temperamenten had hij alleen maar traditionele typen van de Ondeugden.

Zo zie je dat de dramatische interpretatie van het sanguine temperament zoals je dat aantreft in verschillende manuscripten en gedrukte kalenders verwijst naar het hoog middeleeuwse beeld van Luxuria, de Weelde (Overvloed). Het sanguine temperament is in een reliëf van de kathedraal in Amiens dan weer uitgebeeld als een koppel in een stevige omhelzing terwijl  het cholerieke temperament door een man die zijn vrouw aftuigt wordt getoond.
In de populaire middeleeuwse geschriften waren triestigheid en suffigheid eigenschappen van de melancholische man. 

symbolism-temptation.2

Dit type werd gebruikt voor het model van de hoofdzonde ‘Acedia’ (luiheid, gemakzucht).  Kijk maar naar je eigen werk ‘De droom van de dokter’ dat je baseerde op het idee van de zondige slaap, met prenten waarin een boer bij zijn ploeg slaapt, een burger bij zijn kruisbeeld (waarbij hij in feite moest bidden) een vrouw bij haar spinstok. (die slapende vrouw werd zo populair dat Sebastian Brant haar gebruikte voor zijn ‘Luiheid’ waarbij hij dan nog haar been liet verbranden!)
Melancholie werd dus meestal uitgebeeld door zo’n slapende vrouw gecombineerd met een slapende man aan tafel of zelfs in bed.complexb.jpg

Pillow: Luxury and sloth
Bellows: Stoking the fires of desire
Stove: Heated, incubated atmosphere
Warmed-over Apple: Sin of laziness
Orb: Fortune (see the orb that The Great Fortune stands on)
Cupid on Stilts: Precarious nature of love
Ring: Reference to the twelfth-century story of a young Roman boy who, at the prompting of the devil, placed his ring on the finger of a statue of Venus.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (19)

melancholia.jpg

Vanuit de bijna knusse studeerkamer van de heilige Hieronymus is het een hele stap naar je donkere wereld van ‘Melencolia I’, de derde van de‘Meisterstiche’.

1.28

De gevleugelde Melencholia is alleen vergezeld van een chagrijnige putto, gezeten in een onaf bouwwerk, dichtbij de zee. Het kleine ding krabbelt iets op een leisteen, zij zit samengedrukt in het maanlicht (as can be inferred from the cast-shadow of the hourglass on the wall) en het lugubere schelle licht  van een komeet, omcirkeld door een maanachtige regenboog. Zonder aandacht voor haar kleding, met omkranst haren, rust haar hoofd op haar hand en met de andere hand houdt ze onachtzaam een passer vast, haar voorarm liggend op een gesloten boek.  ‘Here eyes are raised in a lowering stare. (156)

1.29

In wanorde liggen allerlei parafernalia rond haar, een duidelijk kontrast met de orde in de bezittingen van de heilige Hieronymus. 

Tegen het onafgewerkte gebouw hangt er een weegschaal, een zandloper en een bel waaronder het zogenaamde magische vierkant  in de muur is uitgekapt. Aan de andere kant van het stenen gebouw zie je een ladder die duidelijk maakt dat het bouwwerk nog niet af is. 

1.30

De grond is letterlijk bezaaid met gereedschappen die bij het architectenvak en de timmermanskunst schijnen te horen. De slijpsteen (waarop de putto zit), een schaaf, een zaag, een liniaal, gebruikte nagels, een paar tangen, een hamer, een kleine smeltpot (wellicht om lood te smelten) met een paar klemmen om de hete kolen te poken, een inktpot en een pennendoos, en half verborgen onder het kleed van Melencholia een werktuig dat je -op basis van een houtsnede van Hans Döring- als het uiteinde van een blaasbalg kunt duiden.

Twee objecten zijn niet zo zeer werktuigen als wel symbolen van het onderliggende wetenschappelijke princiepe van de architectuur en het timmermanschap:  een gedraaide houten bol en een gekapte rhombo-hedron van steen.  Zoals de zandloper, de weegschaal, het magische vierkant en de passer zijn zij het bewijs dat de aardse ambachtsman net zoals de ‘Architect van het Universum’ in zijn werk gebruik maakt van wiskundige wetten, dat is, zoals Plato’s zegswijze in het ‘Boek van Wijsheid’: meten, nummeren en wegen.

1.30

Panofsky verwijst naar de Oxford dictionary om de bepaling van melancholie te omschrijven:

‘mental depression, lack of cheerfulness; tendency to low spirits and brooding (piekeren); depressing influence of a place, etc.’

Hier verwijst Panofsky naar de leer van de klassieke vier ‘humors’ (vochten) die al in voege was op het einde van de Klassieke Oudheid.  Lichaam en geest werden door vier basis-vloeistoffen bepaald die op hun beurt samenvielen met de vier elementen, de vier winden (of ruimte-bepalingen), de vier seizoenen,  de vier tijdstippen van de dag, en de vier fasen van het leven. ‘Choler’ of gele gal werd geassocieerd met het element vuur en zou in verband staan met de eigenschappen van hitte en droogte.  Anderzijds ‘Slijm’ (flegma)  zou vochtig en koud zijn als water en werd in verband met de noorderwind gebracht, met winter, nacht en ouderdom.
Het bloed, vochtig en warm was zoals lucht, zoals de zoele zuiderwind, de lente, de morgen en de jeugd. Het melancholy sap (van het Griekse melaina Xolos, zwarte gal) stond in verband met de ruwe stormwind, met herfst, avond en leeftijd van rond de zestig.

33020137

Jij had zelf al dit kosmologisch schema geïllustreerd in een van de houtsnedes  voor Conrad Celtes waarin echter de winter en het melancholysap samengingen, in plaats van de herfst, en het slijmerige met herfst in plaats van de winter -een begrijpelijke concessie gezien het klimatologisch verschil tussen Duitsland en het Oude Griekenland.

‘In an ideal or absolutely healthy human being these four humors would be perfectly balanced so that none would predominate over the others. But such a human being would be immortal and free from sin, and we know that both these advantages were irretrievably forfeithed by th Fall of Man.  In practice, therefore, one of the four humors prevails over the others in every individual, and this determines his or her entire personality.  Apart from the fact each of the humors assert itself, quite generally, according to the course of the year, the day and the human life -we stil speak of ‘sanguine youth’ or ‘the melancholy of autumn’ – every man, woman and child is constitutionally either a sanguine, or a choleric, or a melancholic, or a phlegmatic.’ (157-158)

vervolgt

BRIEF AAN ALBRECHT D. (18)

077.jpg

Van het stoere, strijdbare gedoe naar de innerlijke rust, de gezellige lichte ruimte van de studiekamer waar de heilige Hieronimus aan het werk is. Het is een duidelijke ruimte voor afzondering, een cel van de anderen afgezonderd door het grote boogvenster in de zuidkant van het klooster. Het is een erg sober ingerichte studiekamer, geordend, met zelfs een beetje comfort voor de toegewijde geleerde.

lce1107_14

Lucas Cranach maakte een portret van kardinaal Albrecht van Brandenburg, met de kardinaal in de rol van de heilige Hieronimus.  Hij heeft hem omgeven met luxueuze zaken als een tafelkleed, fruit uit de serre en kleurige dieren, maar al deze dingen leiden de aandacht af van het werkelijke thema.  De atmosfeer in jouw gravure kun je volgens Panofsky alleen maar aanduiden met twee onvertaalbare Duitse begrippen als ‘gemütlich’ en ‘stimmungsvoll”, woorden waarbij de Engelse begrippen als “snug” of “cozy” het inderdaad moeten afleggen als je naar het warme, zachte licht kijkt dat je in zijn studeerkamer laat binnenstromen.  Licht waarin zelfs de schedel op de vensterbank eerder vriendelijk dan afschrikwekkend lijkt.

Wel wordt de ingang geblokkeerd door de leeuw op de drempel maar hij ligt er eerder als een soort vergrote poes en met een beetje verbeelding hoor je hem snorren al is zijn taak duidelijk de indringers van de buitenwereld buiten te houden. De leeuwen van Lucas en jezelf lijken nog niet erg op wat wij nu als leeuw in ons hoofd hebben, goed gedocumenteerd als we zijn door nabije dierentuinen en een overvloed aan wildlife programma’s.  Je zou trouwens voor de eerste keer in leeuw zien op je reis door de Lage Landen, naar ik meen aan een of ander Hollands hof. Een klein hondje in diepe slaap bevestigt de rust. De leeuw komt uit de legende die vertelt dat de heilige een doorn uit een leeuwenpoot trok en het wilde dier sindsdien vriendschap sloot met zijn weldoener.

1.24

Mooi detail.  Kijk eens naar de pantoffels boven het hondje.  Al lijken ze gewoon uitgeschopt, ze volgen de lijnen van de kamer, zowel horizontaal als vertikaal.

De heilige zelf is ijverig aan het werk.  Hij zit achteraan in de ruimte, waardoor je het gevoel van rust en stilte versterkt.  Hij hoort gewoon bij de innigheid van de ruimte.

Zijn schrijfdesk (voorloper van de laptop) zijn writing slope zou je kunnen zeggen, is op de tafel geplaatst waarop je verder alleen een inktpot en een kruisbeeld vindt.

1.25

Maar het is niet alleen de magie van het licht en het vreedzame samengaan van mens en dier die voor de zalige rust zorgen. Er is vooral het exacte geometrische perspectief.  Eerst en vooral:

‘…the extreme shortness of the perspective distance which, if the room were drawn natural scale, would amount to only about for feet; second by the lowness position of the vanishing point wich is little more than half a centimeter from te right margin.  The shortness of the distance, combined with the lowness of the horizon, stengthens the feeling of intimacy.’ (155)

Wij staan dichtbij de drempel van het studeervertrek, bijna op één van de tredes die naar de eigenlijke ruimte leidt. Hij ziet ons niet, we storen ook zijn privacy niet. We mogen aanwezig zijn als een ongeziene vriendelijke bezoeker, eerder dan afstandelijke observeerders.

‘The eccentricity of the vanishing point, on the other hand, prevents the small room from looking cramped and box-like because the north wall is not visible; it gives greater prominence to the play of light on the embrasures of the windows; and it suggests the experience of casually entering a private room rather than of facing an artificially arranged stage.(ibidem)’

In diezelfde zin is alles wat in de ruimte aanwezig is naar dit princiepe geplaatst tot en met de pantoffels zoals we al eerder hebben opgemerkt. Die ordening wordt verzacht door licht en schaduw.

1.26

Daardoor is een maximum aan effect ontstaan door een minimum aan middelen.  Zelfs de weerkaatsing van de ‘ogen’ van het glas  op de binnenrand van het raam zijn zonder omlijning maar eerder als vlekjes getekend die in het licht opgaan.

Lopen de lijnen naar de persoon van de heilige, het licht duwt die tendens weer naar boven door subtiel aangebrachte overgangen tussen de verschillende tonaliteiten.

Je werkt hier erg pictoraal, want zoals Erasmus al opmerkte, je kon als geen ander bijna onzichtbare dingen zichtbaar maken.

Was de ridder een voorbeeld van het ‘vita activa’ hier vinden we alles wat nodig is om in de sfeer van het ‘vita contemplativa’ te komen.

Ik blijf voorzichtig kijken.  Alleen het licht beweegt.