1.jpg

Jouw voorstelling van ‘Melencolia’ voert geen luie moeë mensen op zoals we die zagen bij je voorgangers. Jouw Melancolia is super-wakker. Haar starende blik is een voorbeeld van wat Panofsky ‘one of intent though fruitless searching’ noemt. (160) Ze is wel inactief niet omdat ze te lui om te werken is, maar omdat haar werk zonder betekenis voor haar is geworden.  Haar energie is niet door slaap maar door gedachten verlamd.

Vanaf het midden van de twaalfde eeuw (denk aan het ‘Koninklijk Portaal’ van Chartres als het eerste bekende voorbeeld) vinden we een groeiend aantal personificaties van de Kunsten. Eerst was hun aantal beperkt tot de cirkel van zeven Vrije Kunsten (de alfa wetenschappen) door Martianus Capella vermeld, maar weldra  werden er de ‘Mechanische Kunsten ‘ bijgevoegd, naar de Aristotelische benaming van de Kunst als ‘every productive effort based on a rational principle’.

geometriae

De samenstelling van deze beelden volgde meestal eenzelfde formule.  Een vrouwelijke figuur als type-voorbeeld van een van de kunsten of DE kunst zelf, vergezeld door assistenten of ondergeschikte personificaties, en omringd door attributen die bij haar activiteit horen, terwijl ze zelf het meest bij haar persoon horende attribuut vasthoudt.

In 1504 en 1508 verschijnen verschillende edities van Gregor Reisch’s ‘Margerita Philosophica’, een van de meest verspreide encyclopedische traktaten uit die tijd.  Daarin vinden we een houtsnede ‘Typus Geometriae’ waarop je bijna alle apparaten terugvindt die jij gebruikte in jouw Melencolia. 

‘It synthesizes, so to speak, the type of the Liberal Arts with that of the Technical, for it is intented to show that almost all the crafts and many branches of ‘natural philosophy’ depend on geometrical operations.’(161)

Geometrie voorgesteld als een rijkelijk uitgedoste lady, bezig met het opmeten van een bol met haar passer.  Ze zit aan een tafel waarop haar tekengerief ligt, een inktpot en modellen van stereometrische volumes. Een assistent kijkt een onafgewerkt gebouw na met een granietblok nog tussen de tanden van een kraan. Twee andere lieden werken aan een tekenbord en maken een topografische bewerking. Op de grond liggen een hamer, een liniaal en twee moules.  Wolken, de maan en sterren kondigen de hemelverschijnselen aan in jouw gravure. Ze worden hier bestudeerd door kwadranten en astrolabia. Niet alleen meteorologie en astronomie, een allusie op jouw later werk is de pauwenveer op de hoed van de Meetkunde. De pauwenveer was een oud symbool van het nachtelijk firmament, maar ook alle technische kunsten worden als toepassingen van de geometrie beschouwd, een idee conform aan jouw opvattingen.  Jouw werk ‘Underweysung der Messung’ is niet alleen opgedragen aan schilders maar ook aan goudsmeden, beeldhouwers, metsers, timmerlui en al degenen die van meetkunde gebruik maken, om je eigen woorden te gebruiken. In een versie waarschijnlijk tussen 1513-1515 geschreven heb je ‘t over de ‘schaaf en de draaibank’, hun werking als toepassing van een meetkundig principe, en zien we hen inderdaad op jouw gravure tegenover elkaar liggen als schaaf en bol.

Je zou alle voorwerpen in je gravure kunnen plaatsen onder de hoofding ‘Typus Geometriae’, het boek, de inktpot en de passer symbool voor pure meetkunde, het magische vierkant, de zandloper met de bel en de weegschalen om tijd en ruimte te meten. De technische instrumenten voor toegepaste meetkunde, en de afgeknotte rhomboïde voor beschrijvende meetkunde, in het bijzonder stereografie en perspectief.

Jouw werk is een samenbrengen van twee iconografische formules.  Enerzijds de ‘Melancholici’ uit de populaire kalenders en ‘Complexbüchlein’ en de ‘Typus Geometriae’ van het filosofisch traktaat en de encyclopedische decoraties.Het resultaat daarvan noemt Panofsky heel mooi ‘The intellectualization of melancholy on the one hand, and a humanization of geometry on the other.’ (162)

Vroegere uitbeeldingen van de melancholie hadden het over onfortuinlijke luie nietsnutten veracht voor hun asociaal gedrag en algemene onkunde. Vroegere uitbeeldingen van de Meetkunde hielden het bij abstracte personificaties van een edele wetenschap, verstoken van menselijke emoties en niet in de mogelijkheid om te lijden. Jij schiep een wezen bedeeld met intellectuele kracht en technisch kunnen als Kunst, maar nu wanhopig  onder een wolk van zwarte humor.

‘He depicted a Geometry gone melancholy or, to put it the other way, a Melancholy gifted with all that is implied in the word geometry – in short, a ‘Melancholia artificialis’ or ‘Artist’s Melancholy’.