AN00131354_001_l.jpgHeinrich Cornelius von Nettesheim is een figuur die helemaal in de vroege 16de eeuw thuishoort. Er werd (wordt) vaak spottend op het werk van zogenaamde geleerden neergekeken die in hun wetenschappelijk werk oog hadden voor theologie, magie en geschiedenis.  Het was Carl Jung die op de lacune wees in ons filosofisch denken tussen de late middeleeuwen en de vroegste vormen van Verlichting.  Alchimisten en sterrenkijkers, goudzoekers en speurders naar de steen der wijzen, voor sommigen zijn ze nog altijd één kleffe pot bijgeloof en volksverlakkerij terwijl de mix van de Oude Grieken en Romeinen met denkbeelden omtrent het occulte en waarzeggerij een poging waren de wereld zoals ze zich aan de mensen van die tijd voordeed te verklaren.

Cornelius Agrippa’ s werk ‘ De Occulta Philosophia’ is daar een mooi voorbeeld van. Zoals het in 1531 verscheen leek het wel een studie van dokter Faustus, ‘fairly conused and full of cabalistic charms, astrological and geomantic tables and other magical devices.’ (168)

De originele versie echter van 1509/10 die aan een vriend van Pirckheimer was opgedragen, ene Abbot Trihemius van Würzburg, circuleerde in manuscriptvorm bij de Duitse humanisten, was korter en een meer ‘reasonable’ boek. Heinrich_Cornelius_Agrippa00.jpgHet was slechts 1/3 van de gedrukte versie en de nadruk op de reeds gesignaleerde magie stond de klare kijk op een consistent natuurfilosofisch systeem niet in de weg. De auteur die zich nogal breed baseerde op het werk van Marsilio Ficino zet de Neo-Platonische traditie van kosmische krachten voort,  wiens heen en terug vloeien het universum éénmaken en bezielen. Tevens wil hij aantonen hoe deze krachten de mens niet alleen  in staat stellen  legitieme magie in praktijk te brengen-die tegengesteld was aan geestesbezweringen en commerce met de duivel- maar hem de mogelijkheden bood  zijn grootste spirituele krachten en intellectuele triomfen te bereiken. Een mens die daardoor in staat was door directe inspiratie van boven, zoals jij refereerde naar “öbere Eingiesungen”.
Inspiratie die hem in drie vormen bereikte: door profetische dromen, door intense contemplatie en door de ‘furor melancholicus’,  door Saturnus veroorzaakt.

In de originele versie van Agrippa’ s De Occulta Philosophia vind je deze theorie – in de latere gedrukte versie verwijderd- op het einde van het laatste boek als de climax van het hele werk.  Dat is duidelijk afgeleid van Ficino’ s Libri de Vita Triplici.  Hele zinnen zijn zelfs letterlijk overgenomen.  Maar Agrippa verschilt in één belangrijk punt van Ficino en is op die manier een soort bemiddelaar tussen Ficino en jou, Albrecht.Cornelius_agrippa.png
Ficino had weinig belangstelling  voor  politiek en helemaal niet voor kunst.  Hij duidde de soorten genieën aan in termen van ‘studiosi’ en ‘literati’, en volgens hem was de creatieve Saturnijnse melancholie een prerogatief voor theologen, dichters en filosofen.  

‘It is only the purely metaphysical and therefore highest of our faculties, the intuive “mind” (mens) which is susceptible to the inspiring influences of Saturn.

Het was ‘reason’ (ratio) die bij Jupiter hoorde en de sfeer van morele en politke actie beheerste.  Verbeelding “imagination” (imaginatio) die de hand van artiesten en ambachtslieden leidde, hoort bij Mars of bij Sol (de zon).
In overeenstemming met Agrippa van Nettesheim echter is de ‘furor melancholicus’ een Saturnijnse inspiratie en kan deze elk van de drie mogelijkheden tot een buitengewone ja zelfs ‘superhuman’ activiteit stimuleren.

Bij de drie soorten ‘geniuses’ die onder impuls van Saturnus en zijn ‘furor melancholicus’ horen, onderscheidt Agrippa hen wiens ‘imagination’ sterker is dan de ‘mind’ of ‘ the reason’ en die daardoor wondere artiesten of ambachtslui kunnen worden zoals schilders en architecten. Zijn ze dan nog eens met de gave van de profetie begiftigd dan zullen hun voorspellingen tot de fysische fenomenen (elementorum turbationes temporumque vicissitudines) beperkt blijven zoals het voorzien van stormen, aardbevingen of overstromingen, epidemieën , hongersnoden en andere rampen van deze aard. Sabine zal het graag horen.Student_at_His_Desk_-_Melancholy_(1633)_by_Pieter_Codde.jpg

Hij bij wie de discursieve ‘reason’ domineert zal het tot knappe wetenschapper , dokter of staatsman brengen, en zijn voorspellingen, if any, zullen naar politieke gebeurtenissen wijzen. Tenslotte zij die een intuïtieve mind bezitten , zij zullen de geheimen van het goddelijke rijk kennen en uitmunten in alles wat men onder theologie verstaat.  Hun profetieën hebben het over religieuze crisissen zoals de verschijning van een nieuwe profeet of een nieuw geloof.
En nu zijn we waar we graag wilden komen: in het licht van dit systeem kunnen we jouw Melancholia, the Artist’ s Melancholy, classifiëren als Melancholia I, zoals ze beweegt in de sfeer van ‘imagination’ die bij definitie de sfeer van de ruimtelijke hoeveelheden is.  Ze kan uitvinden en bouwen, en ze kan denken, om Hendrik van Ghent te citeren: ‘as long as her imagination keeps step with their thought.’
Maar toegang tot de metafysische wereld heeft ze niet en haar voorstellingen zullen zich tot de fysische fenomenen beperken.
In feite behoort je Melancholia  tot degenen ‘who cannot extend their thought beyond the limits of space.’ En vandaar ook haar melancholie die vaak de onze is.

(slot volgt)