SPIRITUS (5)

 

Orgue_Saint_Eugène.JPG


Oud Turnhout, 17 september 1873

aan Mons. Joseph Merklin, 11, rue Vendôme Lyon, France.

Chèr Maitre,

Emile en ikzelf hopen dat je orgel-atelier intussen weer helemaal geïnstalleerd is nu je je ballingschap in het Zwitserse Martigny-la-Ville voor altijd achter de rug hebt.
We willen je ook van harte danken voor het mooie geboortegeschenk. Woelwater Léon luistert graag naar de mooie uurmelodie van  het klokje.  Is het een Zwitsers wijsje of horen we een herinnering die bij de Erlichsee in Oberhausen thuishoort?
Intussen heeft het ukje dat bijna acht jaar was, toen je ‘t  in de église Saint-Eugène-Sainte Cecile in de lucht stak, zelf een ukje.
Had ik graag een dochter gehad? Natuurlijk had ik dat, maar de blijdschap van Emil en de blakende gezondheid van het kereltje laten mij toe die vreugde en surplus naar een volgende uitgave door te sturen.

Je zult al wel gehoord hebben dat César Franck begin februari tot orgelleraar is benoemd aan het conservatorium van Parijs. François Benoist was 78 en 53 jaar in het ambt, tijd dus voor verandering. De arme César schreef mij dat hij zijn kans om als organist van de Madeleine te worden bevorderd, in opvolging van Saint-Saëns, aan Théodore Dubois moest overlaten.

Je hoort het niet graag maar Franck’s bekendheid heeft hij niet aan zijn eigen composities te danken maar aan het spel op het Cavaille-Coll-orgel van Sint-Clotildis. Tijd dus om J. Merklin & Cie op de wereld los te laten, zeker nu je de ateliers in de rue Delambre in Parijs aanhoudt.

Wil je nu als geboren Duitser, werkzaam in België, verdreven uit Frankrijk toch nog de Franse nationaliteit? Ik herinner mij dat je enkele jaren geleden in Thulin zei nog eerder in een orgelkast te willen wonen dan je als een burger te vestigen of moet ik je keuze als een commercieel argument interpreteren? Wat drijft mannen om dat zichtbare spoor te willen nalaten voor de nakomenden? Angst? Macht? Het gevoel zelfs de tijd te kunnen beheersen?
Emil vergadert dagenlang om zijn afdeling ‘mechanische constructie’ in de nieuwe polytechnische school te organiseren. Ik ben met het kind en Jeanne op het buitengoed gebleven terwijl hij de toekomst ontwerpt.

Ik heb een werkje gelezen van een zekere Octave Pirmez, een auteur die op zijn landgoed in Acoz werkt. Zijn boek ‘Les Feuillées, pensées et maximes’ doet me aan Pascal denken. In een bijna vrouwelijke taal heeft hij het over de essenties, ideeën die uit meditaties in de natuur zijn ontstaan.

‘Séduits par le fol espoir de goûter un bonheur parfait, nous croyons embrasser d’une seule envergure le ciel et la terre, nous demandons la hautaine abstraction et les timides amours, nous voulons la double caresse des deux mondes, mais dans cette lutte orgueilleuse, dépavée, nos forces se brisent sur elles mêmes, et notre âme n’ est plus qu’ un champ de bataille jonché d’ espoirs morts et où s’ agitent des idées hostiles, pour la plupart vulnérées.’

La double caresse des deux mondes, ik denk dat ze jou en maman ten zeerste bekend moet geweest zijn. Ikzelf ben het idee genegen, besef dat ik op hetzelfde slagveld nederlagen zal oplopen ‘d’ espoirs morts’ waarvan het volume stijgt met het voorbijgaan van de tijd.
Jij temt de wind, leidt hem naar de orgelpijpen die zijn adem in klank zullen omzetten terwijl ik de indruk heb dat mijn stem en geschriften de omgekeerde weg bewandelen.  Woorden in de wind.
Maar om de schrift te citeren, de Geest waait waar hij wil, en met die kreet hoor ik de kleine Léon die met de muziek hem eigen om moederlijke nabijheid vraagt.

Mochten je drukke werkzaamheden het toelaten dan nodigen wij je graag uit om met ons de kerstdagen door te brengen al besef ik dat Lyon een eind van dit kleine gehuchtje in de Kempen is verwijderd. Misschien moet je hier maar een huisorgeltje komen bouwen.

Groet iedereen van je familie en medewerkers die je nabij zijn.

Je Emilie