2.jpg

31.

Met de zomer zou het Brusselse huis klaar zijn voor bewoning. Beneden kantoor en ateliers, het gezin kon op de eerste en tweede verdieping huizen. Gastenkamers op de derde verdieping, personeel, keuken en waskamers in het sous-sol.

Of hij het niet vreemd vond dat ze zonder hun medeweten een woonst kregen aangemeten? Emiel benadrukte de praktische kant, de kans om in een hedendaagse woning werk en privé te kunnen combineren.
‘Tekentafel en vrouw in handbereik,’ antwoordde zij.  Hij merkte de ironische ondertoon niet op, wees haar op een aantal boeiende mensen die met haar wilden kennismaken en die ze geheel in stijl in haar eigen woning kon ontvangen.  Wetenschappers, maar ook kunstenaars en toonaangevende ontwerpers.  Natuurlijk was er ook het buitenhuis, intussen aangevuld met een romantische maar erg praktische oranjerie, het landelijk bestaan om te bekomen van de werelddrukte.

Een hotel van deze klasse mocht de mogelijkheden van de nieuwe burger duidelijk maken: comfort en efficiëntie, een ontmoetingsplaats en eiland in een zee van snelle verandering die inderdaad ook de nodige verwarring meebracht. Maar succes lag in ieders bereik. Hij kende een molenaar die het tot mijningenieur had gebracht, toen bankier werd en spoorweg-eigenaar en geld uitleende aan prinsen en koningen. Halles_de_Paris,_1863.jpgHet voorbeeld van Simon Philippart was een ander teken aan de wand.  Hoe de zoon van een bescheiden wolfabrikant banken opkocht en het landschap van het hedendaagse vervoer kon bepalen. Nu ze toch nog enkele weken in Parijs verbleef, moest ze zeker de Sint Augustin van Victor Baltard gaan bekijken: hoe deze kunstenaar rondom een metalen geraamte een kerk had opgetrokken zonder steunbogen, en zeker mocht ze Les Halles van dezelfde bevlogen architect niet vergeten , een verzameling paviljoenen uit glas en metaal waarin licht en ruimte de moderne tijd zichtbaar maakten.

1.49
Voor deze intense monoloog was er de stilte van de zoekende lichamen geweest. Wat ze later als wederzijdsheid kon beschrijven ervaarde ze op het ogenblik zelf als een wondere wisseling waarmee ze zonder enige afspraak elkaars speelsheid hadden overgenomen. Hij probeerde haar observerende traagheid, zij zijn temperamentsvolle veroveringswijze.  Bewust van de kortstondige nacht en de komende eenzaamheid herinnerden hun lichamen de voorbije aanrakingen, moedigden ze elkaar aan de rolverwisseling door te zetten en in de imitatie van elkaars liefdesspel de ernst van het beminnen en bemind worden te ontlopen.

Er was natuurlijk de onvermijdelijke lichtheid van de nachtelijke tijd, bewegelijk en snel haastte hij zich naar het morgenlicht waarin de minnaars en minaressen zich weer in de alledaagse noodzakelijkheid zouden verkleden. Het vleugje wanhoop dat de meest intieme momenten kruidt met een bittere nasmaak waarin het grote woord ‘toekomst’ is fijngestampt en losmaken en afscheid nemen de zoetste kussen met een lichte neiging tot je vastklemmen verhevigen, alsof daarmee het eeuwige verlies onbestaande lijkt.

Eens de blinde ruimte waarin dit spelen uitdoofde veranderde in de omtrekken van kamer honderd en twaalf van het Grand Hotel werden zij weer man en vrouw die door een speling van het lot het leven met elkander dachten te kunnen delen en waarin de bekommernissen van het dagelijks bestaan het haalden op de ogenblikken van vervoering.