SPIRITUS (40)

 

Morisot - Portrait of Mme Boursier and Daughter.jpg

Lille, 19 mei 1874

Chère Berthe,

We hebben geaarzeld om het mooie werk te kopen met het  wiegje waarin de kleine Blanche zo hemels ligt te slapen in gezelschap van je wakende zusje die zichtbaar van deze innigheid geniet. Maar we dachten dat het waarschijnlijk een familiestuk zou worden en papa meende dat het beter was je een opdracht te geven om een portret van onszelf te maken als we je na je vakantie in Normandië weer eens in Parijs mogen ontmoeten. Ik dacht vooral aan je prachtige portret van ‘Mme Boursier et de sa fille’ dat we bij je Belgische vriend de schilder Alfred Stevens hebben gezien. Ik weet dat Emile niet van stilzitten houdt, maar dat is dan een goede reden om het project tot moeder en zoon te beperken, nietwaar?

Intussentijd las ik Zola’s ‘De buit’ waarin hij de niets ontziende speculatiedriften beschrijft waardoor Parijs, onder leiding van Haussmann, zijn nieuwe Boulevards verdiende om het juiste woord te gebruiken. Hij spreekt van het ‘omploegen’ van het oude Parijs maar had het ook over dat andere gevoel voor de nieuwe stad:  ‘De twee geliefden voelden een ware passie voor het nieuwe Parijs.’ Dat begreep ik dadelijk want ik vermoed dat ik die passie deel. Op de laatste pagina’s heeft de auteur het over de Seine, la géante, qu’elle regardait venir du bout de l’horizon. Het hoofdpersonage Renée herinnert zich:  

2120659148
‘Elle se souvenait de leurs tendresses pour la rivière, de leur amour de sa coulée colossale, de ce frisson de l’eau grondante, s’étalant en nappe à leurs pieds, s’ouvrant autour d’elles, derrière elles, en deux bras qu’elles ne voyaient plus, et dont elles sentaient encore la grande et pure caresse. Elles étaient coquettes déjà, et elles disaient, les jours de ciel clair, que la Seine avait passé sa belle robe de soie verte, mouchetée de flammes blanches ; et les courants où l’eau frisait mettaient à la robe des ruches de satin, pendant qu’au loin, au-delà de la ceinture des ponts, des plaques de lumière étalaient des pans d’étoffe couleur de soleil.’

Ik heb het fragment meermaals luidop gelezen.  Ook met woorden kun je dus schilderen, kun je ‘les plaques de lumière’ zichtbaar maken. Meer dan het overgevoelige verhaal hebben deze beschrijvingen een diepe indruk op mij gemaakt. 
Ik wandelde met de kleine Léon langs de kades, leerde door jouw ogen naar het licht kijken en vergeleek de bewegingen en schakeringen met de muziek die ik als kind van mijn vader meekreeg. Ik glimlachte bij Zola’s woorden over ‘le paisible horizon de son enfance’, een horzion die jij vooral bij Edma zult terugvinden. morisot jochie.jpg
Het spijt me echt dat jij die band met je vader moest missen. Ik begrijp dat hij weinig voor de Manet’s voelde. Hij als ‘Orléaniste’, zij als ‘trop républicains’. Zou het kunnen dat jullie werelden te veel op elkaar leken? Dat hij ondanks zijn hoge functie toch ook een dromer bleef die nergens met die dromen terecht kon? Je schreef me immers over zijn kunstboeken, de gesprekken met zijn vroegere vrienden, zijn rusteloos verhangen van schilderijen en meubels verschuiven, zijn geslotenheid. Zeker toen je me de brief van je moeder aanhaalde waarin zij diezelfde vader citeerde toen hij van jou een brief had gekregen.  Dat hij ‘fort touché’ was, ‘il parait avoir découvert chez toi des trésors de coeur qu’il ne connaissait pas et à son particulier un sentiment de tendresse inaccoutumée.’
Ik begrijp best dat jullie zwegen. Dat je je atelier opzocht om tot rust te komen. 

Je situatie is heel moeilijk met de mijne te vergelijken. Maak je geen illusies. Ik wist dat mijn vader zich zou ergeren aan ‘les impressionistes’ waarbij hij, dat dient gezegd, zonder mijn relatie met jou te kennen, hij voor jou een uitzondering maakte. Voor hem moet kunst ook kunde zijn, toont de inspiratie zich langs het ambachtelijke zoals hij dat zelf zo mooi uitdrukt. Hij zou echter de werken op jullie tentoonstelling nooit bespotten. Hij was zich bewust dat er een andere tijd aankomt, dat in het licht van de snelle evolutie mensen hun emoties durven tonen waar hij en de zijnen (alsof hij bijna honderd is) met een zekere afstandelijkheid waren opgevoed, met de stilte ‘waarin het essentiële zijn weg zou vinden’.morisot lezend meisje.jpg

Ik ben blij met de grote verschillen tussen ons die het mogelijk maken bij elkaar te schuilen. Hij heeft me altijd aangemoedigd om dapper te denken, een anders-denkende dan hijzelf te worden.
Natuurlijk is de herkenning van een zusterziel geen blokkade. Integendeel. Ik denk dat het bij mensen die niet door familiebanden zijn gebonden een heilzame herkenning is van je eigen eenzaamheid. 

Ik herinner me de tik op mijn schouder toen je dacht dat ik je zusje was. Misschien ben ik dat ook wel een beetje geworden.

 

SPIRITUS (39)

Charivari_header.jpg

39.

De bijzondere drukte op de tentoonstelling was die dag, 25 april 1874, niet alleen te wijten aan het mooie voorjaarsweer maar werd vooral veroozaakt door het artikel in het satirische blad ‘le Charivari’, een ‘journal politque,litéraire et quotidien waarvan de kantoren in de rue Rossini waren gevestigd. Louis Leroy, een volkse toneelauteur waarvan het stuk ‘le Haschisch’ vorige herfst was opgevoerd, une comédie hilarante, was al net zo hilarante in zijn commentaar op het werk van de verenigde kunstenaars die hier tentoonstelden.
Het doek  ‘Impression, soleil levant’ van Manet stond model voor de algemene sfeer van de expositie. Krantenkop: ‘L’ exposition des Impressionnistes.’

3728340981
Le papier peint à l’ état embryonnaire serait plus fait que cette marine-là.’ En: ‘Puisque je suis impressionné, il doit y avoir de l’ impression là-dedans.’

Erger nog klonk het toen de auteur ‘Le boulevard des Capucines’ en Cezanne’s werk te zien kreeg.
‘Met de kreet ‘Ugh, ik ben de wandelende impressie, het wrekende paletmes had, volgens de auteur de academische landschapsschilder Joseph Vincent, leerling van Bertin, een (barbaarse) indianendans uitgevoerd bij het aanschouwen van ‘les empâtements prodigeux’ van Cézanne.

Het was niet deze platte pen die de naam van de groep vereeuwigde. Enkele dagen later schreef Jules Castagnary in ‘Le Siècle’:

‘Als we ze moeten karakteriseren met één verklarend woord, dan moeten we een nieuwe term gebruiken: ‘impressionisten.  Ze zijn impressionisten omdat ze niet het landschap maar de emoties die dit landschap oproept in beeld brengen.’

Degas vond het een beste naam terwijl Renoir zich bekloeg dat er zo weinig over zijn schilderij ‘Le loge’ werd geschreven. Onrustwekkend vond hij die vergetelheid. ‘Cela ne vas pas durer.’ Monet kon er om glimlachen. Dit was wat ze nodig hadden, zei hij. ‘ Pauvres aveugles qui veulent tout préciser à travers la brume!’
Hij wilde dadelijk plannen maken voor meer van dit.  Zagen ze niets, neen? ‘Dat ze zich maar voorbereiden want ze hadden inderdaad nog niets gezien!’

3739450608
‘Ik heb weldra een orgelvrije week, chère petite Parisienne,’ schreef vader Louis. ‘Je hebt me meer dan nieuwsgierig gemaakt naar die nieuwe artiesten. Het zou een mooie combinatie zijn, een bezoek aan mijn geëerde medestudent César en het bekijken van de werken die blijkbaar zoveel ophef hebben gemaakt. Maar het intussen volwassen meisje met haar kind zet de kunst in de schaduw en hoe verukkelijk de muziek ook mag klinken, hoe lichtend ook de kleuren van de jonge bende, ik verlang het meest naar het moment jullie te kunnen omarmen.’

Ze zou hem daarna weer naar Lille vergezellen en in afwachting van het nieuwe huis de maand mei en juni in de bekende omgeving van de Saint Cathérine doorbrengen. Ze besefte dat de Parijse maanden meer nog dan het huwelijk haar verder van huis hadden gebracht en zij met het kind als vreemdeling in haar geboortestad zou terugkomen. Er was het verlangen naar een zelfstandig leven waarin Emile en Léon de kern van een nieuw bestaan zouden zijn, maar tegelijkertijd zinderden de kleuren van diepe landschappen in datzelfde verlangen en hoorde ze het ‘Non moriar sed vivam’ in de verborgen wens het vertrouwde de rug toe te keren en met Berthe Morisot zich zwijgend in het licht van de opkomende zon te koesteren, wachtend tot het schip naar onbekende verten zou vertrekken. Een meisjesroom op latere leeftijd.

SPIRITUS (38)

Bazille_-_Bazille's_Studio;_9_rue_de_la_Condamine,_1870.jpg38.

‘Groot was hij, en zeker van zijn stuk. Frédéric Bazille. Vanuit Montpellier kwam hij in Parijs medicijnen studeren, maar hij verkoos te schilderen, en met welstellende ouders achter zich kon hij die droom verwezenlijken. Hij passeerde langs het atelier van Charles Gleyre en had oog voor de jonge mensen en hun eigen manier van schilderen. Steun voor Monet was hij die zich bij Frédéric had aangediend, steen om de hals, klaar om zich te gaan verdrinken. Bazille hielp hem waar hij maar kon, leende zijn atelier uit , nam deel aan de disputen in het café Guerbois waar de schilders samenkwamen. Manet, ik zeg vol respect ‘meester’ Manet was er, Renoir en Zola, om muzikant Edmond Maître niet te vergeten. Hij heeft ze samen geschilderd, personages in zijn atelier, rue de la Condamine. Zola leunt er over de trap naar de zittende Renoir. Edmond speelt aan de andere kant op de piano en bij het raam discuteren Manet, Monet en Bazille zelf bij een schilderij op een ezel. Sommige mensen zijn magneten. Frédéric had die uitstraling.

4128585972

Ik heb in zijn atelier een wonderlijk doek gezien. Ik denk dat hij het ‘Scène d’ été’ genoemd heeft. Jonge mannen in de natuur met een vijver op de voorgrond. Achteraan twee worstelaars, aan de rand een jongen die als een heilige Sebastiaan tegen een boom leunt en wegdroomt, of naar de jonge jongen in het water kijkt. Tegenover hem helpt een bebaarde man een zwemmer uit het water, en een andere jongen ligt in het gras terwijl hij naar de verte kijkt waar nog iemand zich uitkleedt.  Het is er zomer. Berkenbomen boven jonge tinten groen, en hoog in de lucht enkele wolkenvlekjes.  Ik moet mijn ogen maar sluiten om het doek te zien. Je zou je bij de Griekse goden kunnen wanen. Het water, de houdingen, ze lijken een beetje onbeholpen, maar het is het licht, het zomerlicht dat hun bewegingen vertraagt. Jongens in het licht, zou ook een mooie titel geweest zijn. Toen ik dat had gezien wilde ik zoveel mogelijk mensen buiten schilderen.’ 
‘Een wonderlijk man als ik je goed begrijp. Zeg je nu dat hij het was die jullie aanzette om deze tentoonstelling te organiseren?’
‘Hij bracht graag mensen samen, wilde dat we de nieuwe schilderkunst zouden tonen, en het waren vooral Degas, Manet, Pissarro en Cézanne die hem wilden gedenken met een gezamenlijk initiatief. We kunnen hem niet terugbrengen, maar we proberen te bewijzen dat we hem begrepen hebben.’
Frédéric_Bazille_004.jpg
‘De dwaasheid van de oorlog, de holle woorden dat ‘L’Empire’ de vrede zou zijn. Zijn regiment dat in Algerië een versnelde opleiding krijgt. Hij had zich kunnen vrijkopen, maar hij wilde zijn plicht niet ontlopen. Tegen generaal d’ Armagnac had hij nog gezegd dat hij wist niet te zullen sterven want hij had nog te veel dingen te doen in het leven. Als fourier kreeg hij meer met de pen dan met het geweer te maken. Maar het ‘En avant! En avant! brengt hen naar de Duitse stellingen. De generaals willen hun eigen stad niet bombarderen maar dat tekort aan vuurkracht jaagt de tegenstander niet op de vlucht. In die vreselijke chaos ziet hij bij een holle weg kinderen lopen.  Hij wil hen beschermen. Hij loopt naar hen toe. Twee kogels raken hem.  Het zal tien dagen duren eer vader Gaston Bazille, ondanks de Duitse bezetting, de gracht vindt waarin het lichaam van zijn kind ligt. De sneeuw en de kou hebben het beschermd. Hij zal het op een karretje tot in Montpellier brengen.  Wij kregen het nieuws pas weken later te horen.’

Buiten was het donker geworden. Ook de tweede bezoekerssessie die van acht tot tien uur liep zou weldra afgelopen zijn.
Zwijgend keken ze naar de avonddrukte op de Boulevard.
De jongens in de zomer. De jongen onder de sneeuw.
Na de oorlog waren de Morisots naar de rue Guichard verhuisd waar Berthe een voorlopig atelier in haar eigen kamer had ingericht. Einde janauri was vader Morisot gestorven.  De bruiloft van Berthe en Eugène Manet werd tot na het einde van de rouwperiode uitgesteld. Tot net voor kerstmis van dit bijzondere jaar.

SPIRITUS (37)

Berthe Morisot Edouard_Manet_040.jpg

37.

Les arts d’ agrément.’ Of Emilie de term kende?  ‘Muziek, zang, la broderie, les bonnes manières,  de kunst van het bloemschikken, en wellicht ook tekenen om de verveling van jonge juffrouwen te verdrijven tijdens de lange momenten van nietsdoen en gewoon mooi zijn in afwachting van de heer des huizes.’
‘Om het pianospelen niet te vergeten, het ideaal voor de jonge bourgeoise.’
‘Maman droomde zelf van een muziekcarrière al kon ze niet eens haar toonladders spelen.  Maar de drie meisjes moesten eraan geloven.’
‘ Drie meisjes? Ik dacht dat je maar één zusje had, chère Berthe?’
‘In de echte betekenis van het woord heb ik je daarstraks het bestaan van het oudste Morisot-kind verzwegen. Een meisje met een jongensnaam. Yves.  Een kalm jong meisje, nooit problemen, elegant, traag, gehoorzaam. Et sa bouche en accent circonflexe. Maar echt zusje was ik alleen met Edma.’

Emilie wilde graag enkele gebakjes bij de thee in het café de la Paix van het Grand Hotel, maar Berthe weigerde kordaat. Nu ze de kans had om met een heuse vriendin te praten, zou ze niet kunnen eten. Ja, ze was van de Morisot’s de meest moeilijke om mee te leven.  De meest nerveuze wellicht. Schilderen bracht haar rust.  Niet dadelijk.  In het begin moest ze zich concentreren, de wereld buitensluiten. Maar de druk van het penseel op het doek of het papier, opende de deur naar een andere wereld. Of orgelspelen diezelfde uitwerking had wilde ze weten. 

berthe_morisot_by_manet

‘Het werk begint in de stilte voor het stuk. De tijd nemen om de melodie te spelen in mijn hoofd nog voor ik mijn vingers op de toetsen heb gezet. In de galm van het laatste akkoord wordt het ook stil in mijn hoofd.’
‘En er blijft alleen de herinnering over, dat vond ik zo mooi als ik  met Edma een stuk voor vier handen speelde en we daarna elkaar konden aankijken en wisten dat we in die andere wereld samenwaren zoals je in de echte nooit samen kunt zijn. Weet je, Emilie, dat de piano oorzaak is geweest van mijn liefde voor het tekenen en schilderen?’
Ze nipte even aan haar intussen koude thee.

4113607242

‘Maman wilde dat Edma en ik ons pianospel zouden perfectioneren bij een bekende leraar. Stamaty fils. De man zelf beperkte zich tot zwijgen, knikken of hoofdschudden, had het over stilzitten als een beeld waarvan alleen de spieren van de armen en vingers mochten bewegen. Maar aan één van de muren hing een prachtige tekening van Ingres waarop de familie Stamaty was afgebeeld. De oudste dochter zittend bij de piano, linkerhand op het klavier terwijl ze zelf naar ons kijkt, vader Stamaty in redingote naast het instrument, rechterhand in het colbert.  Voor hem zit zijn vrouw waartegen de toen zevenjarige pianoleraar zich aandrukt, achter haar, zacht leunend met zijn rechterarm op de leuning van haar stoel een grotere zoon, zo’n twaalf dertien jaar oud. In de linker benedenhoek een speelgoedkarretje en tegen het voetenbankje van de glimlachende moeder een harlekijntje, speelgoed van de zevenjarige die ons nu als volwassen man de muziek van Chopin probeerde bij te brengen. Die tekening, door Ingres in 1818 in Rome getekend, het jaar van vader Stamaty’s dood overigens, bleef mij boeien, kon ik na twee lessen oproepen tot in het kleinste detail. De innigheid, de compositie -de mooie dochter aan de ene kant, vader moeder en de twee jongens aan de andere kant, de lijnvoering. En vooral, de atmosfeer, de liefdevolle personages die je troostten. Het fijne gezichtje van de zevenjarige Camille, dichtbij zijn moeder en vanuit die veiligheid ons teder aankijkend. De prachtige grote jongen, beetje dromend tussen jongeman en kind. De moeder met bloemenhoed, de rustige goedmoedige vader en het prachtige jonge meisje aan de piano, ze leken zo echt, zo gelukkig dat je bijna het akkoord hoorde onder de vingers van de dochter. Meermaals moest mijn leraar me terug naar het blad brengen, omdat ik steeds weer naar de tekening wilde kijken.  De les kon niet lang genoeg duren en maman prees mijn ijver en zei dat ik moest volhouden want later zou ik tevreden zijn met mijn muziek andere mensen gelukkig te kunnen maken.  Maar haar Berthe werd niets anders dan een ‘artiste peintre’. Dat was haar droom die bij de tekening van Ingres begon. Hoor mij, chère Berthe, het is maanden geleden dat ik zo innig en open met iemand kon spreken. Alsof jij het meisje aan de piano bent. Wat ik ’s nachts haar vertelde zal nooit iemand weten. Nous mourons tous avec notre secret.’

SPIRITUS (36)

3246704673

36.
‘Edma,’ zei er iemand die op haar schouder tikte.  Toen ze zich omdraaide, keek ze in de ogen van een lachende vrouw die zich onmiddellijk verontschuldigde.

 ‘Excuseer, mademoiselle. Ik hield u voor mijn zus.  Mensen zien er op de rug een tikkeltje ouder uit dan in hun gezicht. Maar heb ik u niet eerder ontmoet?’

Emilie knikte. ‘Een donderdagavond bij madame Viardot meen ik mij te herinneren. Als ik me niet vergis is u mademoiselle Morisot. Mag ik me voorstellen? Emilie Sannier. Ik was toen in gezelschap van monsieur César Franck die mij vertelde over deze expositie.’

morisot_1865_thatched_cottage_in_normandy_7201.2
Of ze als leerlinge de orgelklas volgde in het Conservatorium? Dat zou ze wel willen, maar als moeder van een éénjarig zoontje bracht zoiets de nodige problemen mee, zeker nu haar man tijdens haar verblijf in Parijs in Brussel een huis had gekocht dat weldra moest ingericht worden.

Na de nodige randinformatie besloten ze elkaar te tutoyeren en met de voornaam aan te spreken.

‘Ik had mij een vrouw bij deze groep mannelijke artiesten heel anders voorgesteld.’
‘Mannelijker? Of kordater?’
‘Inderdaad, maar als ik naar je werken kijk, had ik het moeten weten. Ze zijn innig, niet alleen door het motief moeder-kind, maar ook in hun compositie en het gebruik van kleuren kunnen ze niet vrouwelijker zijn.’  

Berthe knikte, een beetje verlegen, maar oprecht blij met Emilie’ s waardering. ‘Maman zei me gisteren nog dat ik niet het minste commercieel talent heb en dat ik nooit iets zou verkopen, want om iets ernstigs te schilderen had ik volgens haar niet de noodzakelijke capaciteiten.’

‘Verlos de wereld van bezorgde moeders, Berthe. Ze zijn gewoon bang. Ik kan het weten.’

‘Ze heeft mijn oud leraar, monsieur Joseph Guichard, naar de vernissage gestuurd en die zei dat er mooie werken hingen maar tussen het gedoe van die gekken kon je niet ongestraft exposeren! Hij twijfelde aan mijn mentale mogelijkheden, dacht dat ik eerst mijn talent en daarna mijn reputatie zou kwijtspelen. Als schilder, arts en vriend van de familie waarschuwde hij maman dat ik geheel ten onrechte met olie deed wat in feite met water in een aquarelle moest gebeuren. Mijn veel te persoonlijke schildersstijl zou mijn toekomst als artiest compromitteren.  Dus, zei hij,  terug naar het Louvre.  Twee maal per week, drie uur stationeren voor het werk van Correggio om hem pardon te vragen om wat ik met olie had uitgespookt op een gebied dat aan het water toebehoort.  Madame Morisot, zei hij.  Je dochter moet met deze nieuwe school breken als ze denkt te blijven schilderen. Het gaat om haar toekomst!’

berthe-morisot-la-lecture-ou-lombrelle-verte-18731.4

Ze stonden bij het doek waar een jonge vrouw in het gras zit te lezen. La lecture ou L’ Ombrelle verte’. Het model bleek ook Berthe’ s zus Edma te zijn.

‘Ik wilde me toeleggen op het schilderen van mensen in open lucht zoals Frédéric Bazille het voor mij had gedaan. Ik had tien jaar met mijn zusje geschilderd en toen ze in 1869 huwde en mevrouw Pontillon werd, voelde ik mij verlaten en werd zij de hoofdpersoon in mijn werk.’- Dit is het doek waarover criticus Jean Prouvaire heeft geschreven: ‘Loin des coulisses, Mlle Berthe Morisot nous conduit dans les près mouillés par la rosée marine. Heb jij een zusje, chère Emilie? Laat me raden. Neen, jij hebt geen zusje gehad. Juist? Ik heb ook een broertje, maar hij is me altijd vreemd en ver gebleven. Weet je, als ik Edma  schilderde, hoorde ik haar zuchten.  Of het nog lang zou duren?  Ook al was ze ver van mij, ik hoorde haar zuchten en daarna het uitproesten. Zie je de wagen rechtsboven, de boerenkar. Hij snelt het beeld uit zodat alles helemaal stil wordt.’

Ze keken samen naar het doek. ‘Je hebt je zus heel mooi geschilderd, Berthe. Wat ze leest, heb je zichtbaar gemaakt rondom haar. Jullie landschap waar je haar het blad van het boek hoort omslagen.  Ze kan niet wachten om het vervolg te lezen terwijl ze zelf bij de inhoud hoort.’

SPIRITUS (35)

monet.coquelicots

35.

Natuurlijk ging ze terug naar de Boulevard du Capucines, 35. Uit wantrouwen. Emoties kunnen niet zonder, dacht ze. Ze wilde weten of ze zichzelf niet had bedrogen, of ze gefixeerd door een overvloed aan geschilderd licht zich een andere werkelijkheid herinnerde dan wat er op het doek stond. Ze dacht aan een tekening van Daumier waarin een deftig geklede man een volksvrouw zijn geneeskrachtige handen voor haar gezicht hield. En haar vader: ‘De Geest verschuilt zich nooit in zweverigheid, chère Emilie. Les voix célestes moeten het afleggen tegen de uren verveling en het eindeloze herbeginnen. De Creator Spiritus moet het niet van tranen hebben maar van de druppels zweet, chère enfant.’

Met dat wantrouwen gewapend beklom ze de trappen naar de tweede verdieping en besloot ze zich afstandelijker op te stellen,  Ze liep langs de stillevens van Antoine Attendu, de landschappen van Louis Latouche en Auguste de Molins, maar voor ze zichzelf kon geruststellen met het idee van een onverklaarbare lang voorbije extase stond ze oog in oog met ‘Les coquelicots à Argenteuil’ en ‘Impression, soleil levant’ van Claude Monet. Een veld klaprozen met vooraan rechts een dame met parasol en een kind, voor de helft onzichtbaar door de hoge bloemen en grassen waarin het  zich met zijn moeder   naar de de hoek van het beeld haastte. Aan de andere kant een doek waarin een oranjerode zon met wilde rode streepjes in het water weerkaatste, links de silhouetten van schepen, centraal het zwarte van een roeibootje. 

3424051470

Het allereerste ogenblik, de geboorte van de extase, is inderdaad nooit te herhalen, maar de intensiteit van de vervoering keerde onmiddellijk terug. Probeerde ze het later als een ‘verbinding’ te beschrijven, een connectie tussen de wereld waarin levende mensen zich bewegen en de wereld van het geschilderde licht, dan was het vooral de ervaring van verandering die haar trof. Meestal waren schilderijen statige afbeeldingen waarin roerloosheid het haalde op het ongrijpbare van het moment. Buiten het leven geplaatst was een portret of een stilleven een condensatie die niet meer aan  verandering onderhevig was. In de klaprozen van Argentueil besefte je het onberekenbare van wolken boven het bloemenveld, de lichtinval van dat bepaalde moment van de dag, net zoals de opkomende zon boven het water zich maar één ogenblik op deze manier kon spiegelen. Toch bleven de kleuren zinderen, waren ze geen bevroren seconde, maar hadden ze door dit momentele een verleden en een toekomst. De magie verkoolt de tijd. Meestal moest je om dit doel te bereiken de tijd doden, het voorbije op sterk water zetten, maar de meeste van deze schilders wisten dat het ogen-blik kostbaarder was dan de samenvatting waarin het idee werd ingekapseld.

1.50

Zij namen het op tegen de tijdelijkheid van het bestaan. Hun wapen? De kleinste tijdseenheid zelf, een moment dat uit een voorbij moment een toekomend ogenblik inhoudt en in deze korstondigheid zichtbaar is gemaakt. Het onbelangrijke in beeld gebracht. Verstoppertje spelen. Cache-cache. Het doek van Berthe Morisot waar de jonge moeder het kind vindt dat zich achter een pril boompje heeft verborgen. Of van dezelfde ‘Sur l’herbe’. In de wei. Een kindje ligt tegen de zittende moeder aan. Wit tegen zwart. Het vlindernetje op de grond. Een hondje zit op zijn hurken en kijkt naar hen beiden. Op de achtergrond een ouder meisje, hoed in de hand tegen het groen van jong loofwoud. De tijd is doorzichtig geworden. In het niets van het gebeuren is alles aanwezig.

Ze beseft dat deze durf haar ook bang maakt: er komt een einde aan het grote verzwijgen, er is geen stilistiek meer voorhanden om je onbeschrijfbare gedachten te verbergen. Wie verf leven geeft, zal de sterfelijkheid zichtbaar maken, haar uit de kartonnen helden weghalen, de heiligen met de voeten op de grond zetten en hen in het voorbijgaan oplossen. De heiliging van het ogenblik verbrandt de goden. Papa, zegt ze zonder woorden, dit is het vuur van de Creator Spiritus.

SPIRITUS (34)

830187891

34.

Hoe sympathiek de excentrieke Félix Tourmachon, alias fotograaf Nadar, ook mocht overkomen, als hij in geldnood zat -en die toestand behoorde eerder tot de gewoonten dan tot de zeldzame gebeurtenissen- schaamde hij zich niet om zelfs van de pas opgerichte ‘Société anonyme (coopérative) des artistes peintres, sculpteurs (graveurs)’ de ruimte van zijn net verworven atelier op de Boulevard des Capucines, 35, tegen de som van 2020 francs ter beschikking te stellen.

Schilder Manet en criticus Théodore Duret die zich voor de nieuwe kunst inzetten, hielden het bij de strijd voor een plaats in de jaarlijkse Salon maar de links georiënteerde criticus Castagnary pleitte voor een zelfstandige tentoonstelling zonder jurie. Voor de organisatie en de financiering diende de ervaring van Renoir als werknemer in het kunstvak (hij was porselein-schilder geweest) terwijl Pissarro bij het bakkerijgenootschap van Pontoise te rade ging bij het opstellen van hun statuten.  Voor een bijdrage van 60 francs zou ieder lid twee doeken mogen exposeren. Voor de plaats van ophanging werd geloot.

Degas stelde de naam ‘La Capucine’ voor als gemeenschappelijke noemer, maar net zo min als een gezamenlijk programma kreeg dit voorstel enige bijval. Twee weken voor de opening van het officiële salon opende de tentoonstelling op 15 april 1874. De toegangsprijs was dezelfde als die voor het salon, namelijk één franc.  De vrij onnauwkeurige catalogus kostte Emilie vijftig centiemen.

914740420
De schilderijen hingen in twee rijen op ooghoogte, met ruimte tussen elk doek. Een opstelling die Renoir had voorgesteld in tegenstelling met wat de bezoeker te zien kreeg in het officiële Salon: schilderijen, kader aan kader van de vloer tot aan de zoldering. Bij Nadar waren ze over acht zalen verspreid, een honderdzestigtal werken van eenendertig kunstenaars. Geen grote doeken, alleen schilderijen van klein en middelgroot formaat. Geen fresco’s noch monumenten. Tot verbazing van de bezoekers bleken er geen choquerende taferelen te ontdekken. (met uitzondering van Cezanne’s’ Une moderne Olympia’ waarvan de haastige schilderstijl meer brutaliseerde dan de naakte dame met opgetrokken benen) Zij zag landschappen, intieme scènes, pretentieloze portretten, meer suggesties dan afgewerkte stukken, aanzetten en atmosferen waarin het licht in al zijn verschijningsvormen haar tegemoetkwam. Geen grote thema’s of mythologische taferelen, wel de Boulevard des Capucines vanuit een hoog bijzonder standpunt, dan weer dichtbij, een open rijtuig met daarin een vrouw en een kindje, een balletklas waarin jonge ballerina’s oefenden of hun beurt afwachtten, de wijdsheid van een klaprozenveld of de bloedrode zon van de zonsopgang boven het water van Le Havre. ‘Impression, soleil levant’, een jonge vrouw bij een wiegje, strijkvrouwen, een voornaam koppel in een theaterloge.

Namen als Degas, Renoir, Monet Cézanne, Pissarro, Sisley, Bracquemond, Rouart, Berthe Morisot (de enige vrouw!) en vele anderen vervloeiden in het licht van hun werken, kregen gestalte door de ogen van hun personages en verdwenen weer in het voortdurende spel van licht zonder na te denken over contrasten, schaduwen en contre-jours.

1302138004
Ze wist niet in welke taal ze kon uitdrukken wat ze voelde, het besef nooit meer helemaal alleen te zijn. De intensiteit waarmee je de onderstroom van het voorthollende leven een halt kunt toeroepen omdat je ervaart dat ook anderen zagen en hoorden wat jij van in je vroege kinderjaren hebt geweten wat de Schepper wilde toen hij aan zijn werk begon: er weze licht. Het heiligste licht van de dagelijkse intimiteit, de miljoenen variëteiten die geen ogenblik verstijven maar ogenblikkelijk veranderen, toetsen en schakeringen aanbrengen en ze weer oplossen. Het meisje in de witte jurk, de vrouw in het zwart die haar voorleest, een jonge vrouw bij de wieg waarin een kindje slaapt terwijl het licht achter hen het mysterie van hun samenzijn verzacht en menselijk benaderbaar maakt.

‘Lumen,’ zegt ze onhoorbaar. Van het gegiechel en gegniffel rondom haar merkt ze niets. Zelfs de opmerking dat deze artiesten niet eens kunnen tekenen ontgaat haar.

SPIRITUS (33)

dve-rozy.jpg

33.

Een zachte voorjaarsavond na Pasen, donderdag bij Mmme. Pauline Viardot. Twee rozen openen de avond:

Polno spat’: tebe dve rozy
Ja prines s rassvetom dnja.
Skvoz’ serebrjanye slezy
Jarche nega ikh ognja.

‘Word maar wakker, daar is de dageraad, kijk naar de rozen in mijn hand. Beiden ontluiken ze in de tranen van de morgen.’

In tegenstelling met de inhoud was de muzikale zetting duidelijk steviger, vervuld van Slavisch heimwee, eindigend op een hoge noot waarin het onbereikbare hoorbaar was en het gespleten hart zich met het vergankelijke van de rozen moest troosten.

‘Nauwelijks vier was ik toen ik met de familie naar New York trok waar we de première opvoerden van Mozarts Don Giovanni. Papa, maman, broer en zus speelden al de rollen in aanwezigheid van de librettist Lorenzo Da Ponte. Van New York trokken we door Mexico waar we op een dag door boeven werden geplunderd. Berooid keerden we terug naar Parijs. Zus Maria huwde datzelfde jaar, het jaar overigens van Beethovens sterven, 1827, met zakenman François Malibran en zou als Maria Malibran een niet te beschrijven solo-carrièrre beginnen. Ikzelf kreeg pianoles van de jonge  Franz Liszt, harmonie van Anton Reicha, de leraar van Liszt en Berlioz en vriend van Beethoven.

dongiovanni

Chère Emilie, er zijn nog steeds dagen dat ik treur omdat ik de piano moest inwisselen voor het zingen. Moeders wil. Ze liet me enkele toonladders zingen, knikte en zei: heel goed, Pauline, jij zult je leven met zingen vullen. Klap die piano dicht en begin te oefenen.  Maria, wereldberoemd als Maria Malibran, was intussen hertrouwd met de Belgische violist Charles de Bériot en stierf niet eens achtentwintig geworden na een ongelukkige val van haar paard. Ik was nauwelijks zeventien toen ik debuteerde in Brussel, met de net zo piepjonge en aimabele César, ons aller engelachtige vriend. Emilie, misschien is het te laat voor ongehoorzaamheid, maar luister nooit naar je vader en moeder. Volg je hart, wat de omgeving daar ook van mag denken. Mais oui, Veshnikh dnej minutny grozy zoals ik daarnet heb gezongen. Le printemsps partout s’ éveille. Zou je nu iets voor ons willen spelen?’

Alfred_de_musset.jpg
Omdat weigeren uitgesloten was, speelde ze de Prélude uit het derde werk van de six Pièces. Natuurlijk moest ze ook de Fuga en Variaties spelen. Toch nog de hemel openscheuren, dacht ze. Maar met zachtheid. Met de weemoed van si bémol mineur. Terug naar het vloeiende motief uit de prélude in de fuga. Stilte. De verbinding met de schemerige kerk van papa in Lille. De tijd van het kleine meisje en de stille man. ‘Voor zo’n kleine vingertjes speel jij dat groot, Emilie.’

Natuurlijk wilde Pauline dat ze haar talent niet zou begraven in de barbaarse streken van het Noorden, zonder haar vader of familie met de vinger te wijzen. Had César ook niet de stap gezet, het gezellige kleinsteedse industriële vaderland te verlaten om de open Parijse luchten te kunnen inademen?  Nu en dan moet je een wijze vrouw gehoorzamen, dat was zo in elk sprookje. Op haar zeventiende gek van de grote dichter Alfred de Musset had haar hartsvriendin Georges Sand haar naar haar huidige vriend en echtgenoot Louis Viardot geleid. Ecoutez. Om het met de woorden van Alfred zelf te zeggen:

Ô Muse ! spectre insatiable,
Ne m’en demande pas si long.
L’homme n’écrit rien sur le sable
À l’heure où passe l’aquilon.
J’ai vu le temps où ma jeunesse
Sur mes lèvres était sans cesse
Prête à chanter comme un oiseau ;
Mais j’ai souffert un dur martyre,
Et le moins que j’en pourrais dire,
Si je l’essayais sur ma lyre,
La briserait comme un roseau.