SPIRITUS (46)

laken orgel1.jpeg

46.

‘Zag ik je enkele weken geleden nog als bruid en jonge moeder op de mooie cartes de cabinet in Lille, nu kom je in levende lijve deze kerk binnengewandeld net op het moment dat ik wanhopig op zoek ben naar een bekwame organiste om deze bijna voltooide mechaniek uit te testen.  Welke goede geest heeft jou gezonden?’
‘De geest van het pure toeval, monsieur Pierre.  Ik ben in een eerder vreemde bui zo maar op de tram gestapt die me tot hier heeft gebracht, onwetend dat ik u hier zou aantreffen.’
‘Als dat geen hemels teken is.  Ik dacht je een van deze dagen te komen opzoeken in jullie nieuwe woonst, maar…’
‘Ik zei toch dat monsieur Pierre een tovenaar was,’ zei de jongen.
‘Omdat mijn oudste zoon, jou nog bekend als “kleine” François, intussen bijna achttien, met het atelier in de Francquartstraat zijn handen vol heeft, helpt deze vootreffelijke jongeman mij en zorg ik voor zijn verdere opleiding.  Mag ik je voorstellen: Jean-Emile, sinds een jaartje mijn uitstekende leerjongen.  Zijn vader Rogier-Joseph Kerkhoff stierf vorig jaar vrij onverwacht.  Hij liet naast zijn intussen bekende orgelwerkplaats ook acht weeskinderen na waarvan ik de oudste heb geadopteerd tot hij op eigen benen kan staan om het werk van zijn vader voort te zetten.’

69438572
‘Monsieur Pierre is pas een echte vader voor mij, mademoiselle. Ik bedoel…’
‘Hij heeft niet dadelijk een gemakkelijke jeugd gehad, dat bedoelt hij.’
‘Ik heb je altijd als een goede vader gekend, als ik ‘jou-en-jij’ mag zeggen.’
‘Dat mag je niet, dat moet je, lieve Emilie. Waar zijn de dagen in het grote atelier van Joseph Merklin en Friedrich Schütze?  Je was nauwelijks acht toen François werd geboren. Jij, tante Josephine en je mooie maman. Weet dat Marie-Anne, mijn vrouw, je altijd graag heeft gekoesterd. Je was haar net zo lief als onze eigen dochter Isabelle.’
‘Ik heb in Parijs veel tijd gehad om die mooie herinneringen weer op te halen. Blijkbaar doe je goede zaken?’
‘Armand Verreyt en ikzelf zijn in 1870 geassocieerd en sinds Joseph Lyon en Parijs boven Brussel verkiest werken we nu helemaal apart als ‘Pierre Schyven en Companie’. Goed gevulde orderboeken, inderdaad.’
‘Wat is er met deze kerk aan de hand?  Ze is blijkbaar al in gebruik, maar ze mist een toren en één van de portalen staat nog in de steigers.’
‘Deze kerk is een aandenken aan de eerste koningin van België,  Louis-Marie, die in vijftig overleed.  De eerste steen werd in 1852 gelegd door Leopold I en de kerk werd  slechts twintig jaar later ingewijd in de staat waarin ze zich nu bevindt. Sinds 1872 dus liggen de werken stil, en probeert architect Poelaert hemel en aarde en vooral Leopold II te bewegen zijn plannen te voltooien, al heeft hij nu zijn handen meer dan vol met de bouw van het gigantische justitiepaleis op de Galgenberg in de Marollenwijk.

3185230875

Gelukkig kreeg ik de koninklijke verzekering dat mijn laatste facturen dadelijk na de inauguratie van dit orgel op 30 november zullen voldaan worden.  En let op, Alexander Guilmant en Alphonse Mailly, organist van de koning, zullen het orgel inspelen in aanwezigheid van de koning. De fraaie orgelkast in massieve eik is een ontwerp van Poelaert, net uitgevoerd door de gerenommeerde firma Goyers. Het merkplaatje, een beetje mijn handtekening, ligt klaar.  Voilà: ‘Pierre Schyven et Cie sucesseur des anciens établissements Merklin-Schütze Bruxelles.’
‘Het ziet er pachtig uit.’
‘Het klinkt ook prachtig,’ zei Jean-Emile.
‘De soufleurs zijn nog in huis, Zou het onbeleefd zijn je te overvallen met een vraag om enkele fragmenten uit de literatuur te spelen? Monsieur Mailly heeft ons al enkele partituren bezorgd, denkend dat elke orgelbouwer ook een vertolker zou zijn?’
‘Een hoogst vriendelijke overval, dat wel.  Geef me de tijd om thuis enkele stukken in te kijken en voor te bereiden.’
‘Zou morgen of overmorgen je schikken, chère Emilie?’

SPIRITUS (45)

2.15

45.

Net als ze buitenkomt, leest ze de gele, met rood onderstreepte letters: ‘Belgian Railways and Omnibus Company Limited.‘ Daarboven op een geel bord aan de dakbeglazing van het rijtuig vastgemaakt ‘Laken – Zuidstation‘. De koetsier stopt enkele meter verder. De begeleider roept ‘Boulevard du Nord’.  Ze stapt in. Ze zet zich middenin.  Voor haar zegt een jongetje: ‘We zitten in de mooie tram, mama. Zoals op de kermis!’
De conducteur vraagt waar ze naar toe wil. Als ze haar schouders ophaalt, vraagt hij haar 20 centiem, dat is tot aan de terminus. De Onze-Lievevrouwekerk in Laken. Ze betaalt. Ze krijgt een klein vierkant ticketje. Ze ziet een dame wuiven op het Natiënplein.  Bij het Noordstation loopt de het rijtuig bijna leeg en weer half vol.
‘Mooi is dat,’ denkt ze, ‘op de vlucht met de vijand.’

1.52
Ze glimlacht als ze het tafereel met lamp en zilver terugspeelt.  Ze ziet zijn verbaasd gezicht, de twee mannen tussen het tafelgerei op de grond. Tegelijkertijd neemt ze zichzelf in beeld. Haar ontploffende woede. Natuurlijk heeft ze te lang gezwegen, beseft ze dat hun levens zich maar enkele maanden onder één dak hebben afgespeeld. ‘We wonen nog in Nergenshuizen,’ zal ze straks zeggen als ze het incident hebben uitgepraat.
‘Dat ik dan buitenkom, en  zo’n vervloekte tram zie stoppen, enkele meters van onze woning. En erger nog, ik ben opgestapt. Als dat geen straf uit de hemel zal zijn, weet ik het niet meer.’
Ze herinnert zich dat ze ook als kind de zinnen repeteerde die ze ging gebruiken om een probleem of een misverstand op te lossen. Ze voorzag zelfs meerdere mogelijkheden zodat ze met een gerust hart de gevreesde confrontatie kon klasseren tot ze zou plaatsvinden. 

2336674795
Langs de Vooruitgangsstraat kwamen ze op het Masuiplein. Ze wilde best de rit ook in de omgekeerde richting doen, kon ze de houding van een ervaren passagier aannemen als ze weer thuiskwam. Voor iemand die een fiacre gewoon was, mocht een tochtje met de ‘Amerikaanse spoorweg‘ best meevallen, al zou ze die positieve kijk met een vrolijk gemoed afzwakken en het hebben over de verschrikkelijke traagheid waarmee de lange Paleizenstraat aan de reizigers voorbijtrok. Ze kon haar fantasie best voor andere taferelen gebruiken want het werd inderdaad eindeloos wachten voor de neergelaten slagbomen die de overweg van de lijn naar Oostende beveiligden. Daarna nog de hindernis van de kanaalbrug voor ze langs de Koninginnelaan reden, en toen ze zag dat de sporen van de terminus tot op korte afstand van de trap naar het portaal van de O.-L.-Vrouwkerk kwamen, wilde ze even pauseren en dit nieuwe nog niet geheel voltooide kunstwerk van de Brusselse architect Poelaert bezoeken.

Natuurlijk viel haar de gelijkenis met de Saint Clotilde op. Vreemd genoeg ontbrak hier nog de toren en bleek het portaal een houten constructie die duidelijk op een waardige neogothische vervanging wachtte. Toch was de kerk al in dienst want hoe dichter ze de voorlopige ingang naderde hoe duidelijker een lang aangehouden orgeltoon hoorbaar was. Met dat aanzwellende geluid herinnerde ze zich plots het gesprek met haar vader bij het orgel van de Saint Cathérine. Pierre Schyven was in Laken aan het werk, had hij gezegd.

879020155
Ze hoorde een melodie-fragmentje dat met verschillende registers werd herhaald. Eens in de kerk, zag ze een jongen van een jaar of vijftien, zestien die aandachtig naar de muziek luisterde.
‘Montre en Bourdon zestien, maitre. Iets te laag gestemd. Trompette en Cor anglais klinken nu perfect.’
‘Ik ben bang dat we enkele pijpen van de Clairon moeten vervangen, Jean-Emile,’ klonk het antwoord op het doksaal.
Emilie kwam voorzichtig richting  jongen gewandeld.
‘Mon Dieu, zie ik de engel uit Lille of …’
Ze draaide zich naar de verbaasde man waarvan alleen het hoofd boven de console zichtbaar was.
‘Als dit geen toeval was, monsieur Pierre.’
‘Jean-Emile vraag de engel om met jou naar deze eenzame wanhopige ziel op te stijgen.’
De jongen glimlachte, gaf haar verlegen een hand, en vroeg of zij hem wilde volgen.
Hij liep met nog een kinderlijke huppelpas voor haar uit, en keek even om.
‘Monsieur Pierre is een tovenaar, mademoiselle. Deze kant op, asjeblief.’

SPIRITUS (44)

 

daum 03.jpg

44.

‘Halve maan-profielen, zonder groef noch tegenrail, langsliggers en dwarsliggers, draaibare houten latten voor de ventilatie, Laken-Anderlecht rijdt ’s avonds met rode lichten, en de rijtuigen die Laken met het Zuidstation verbinden rijden met een groen licht, en wie er dan nog met een zwart bord en een oranje licht rijdt mag God weten al was het paus of zijn het de boswachters van het Zoniënwoud. Nooit meer, Emile!  En als ik zeg nooit meer -de spreekster zwaaide hier met een kristallen vaas om haar woorden kracht bij te zetten- dan is het nooit meer!’ De vaas belandde met een plof op het buffet in de eetkamer.
‘Beschouw het als een tegenprestatie.  Voorzichtig met die lamp, let op de…’
De glazen koker kon nog net door haar snelle reactie worden gered.
‘Dit “lieftallige wapen’, om de woorden van de heer Simon Philippart te gebruiken, weigert om zich gewillig voor zijn zakenkar te laten spannen, Emile. Niet alleen wil ik op voorhand weten wat er gaat gebeuren en wil ik daarover mijn eigen mening kunnen formuleren, maar zelfs al zou hij jou nog een straat huizen cadeau doen, dan nog wens ik mijn eigen leven te kunnen leiden en verlang ik dat jij me naar mijn mening vraagt zoals ik dat doe als het over belangrijke zaken gaat. Duidelijk?’ De lampenkoker benadrukte haar stelling als een lange gesticulerende glazen  vinger.daum gavarni.jpg
‘Maak je toch niet zo druk, we…’
‘Ik ga mij nog veel drukker maken, meneertje. Jij begrijpt het niet, hé? Jij denkt nog altijd  “c ‘ est blanc bonnet et bonnet blanc,” zoals je dat zo mooi formuleerde als je mij hoorde zuchten, maar mijn wit hoedje is een ander dan jouw wit gekalkt petje. Ik ga niet met Philippart meekakelen omdat hij voor dit nest heeft gezorgd, zij het dan in innige financiële samenwerking met je vader.  En wij, beste Emile, zijn niet in alles twee koppen onder dezelfde “bonnet”, ik verkoop deze Rijselse kop niet voor een smak zilverlingen en een huis dat als een veel te grote mantel over mijn smalle schouders hangt! Ik ben geen lieftallig wapen, d’ abord l’ étable, ensuite la vache! ‘
‘Pas op, ma chère, dat is zilver, en…’
‘Is dit zilver?  O, zilveren bestekken voor het veel belovende koppel uit het kat- en katerhuis.’
Ze strooide lepels, vorken en messen over de parketvloer, gooide het etui op tafel, keek de verbouwereerde Emile enkele seconden aan, draaide zich fiks om en liep bijna tegen een van de verhuizers. De man wilde opzij springen maar zou dan op het kostbare bestek trappen, dus maakte hij enkele dwaze sprongetjes om het zilver te ontwijken, en botste tegen de heer des huizes waarna beiden tussen het tafelgerei belandden.
In het trappenhuis hoorden ze iemand ‘opzij, opzij!’ roepen, en een deur dichtsmakken.
‘Ach, meneer, dat is de drukte,’ zei de verhuizer terwijl hij Emile rechtop hielp.
‘De drukte?  Ja natuurlijk, de drukte.’
‘Eens dit mooie huis helemaal is ingericht valt alles in zijn plooi. En temperament heeft zijn goede en zijn slechte kanten zullen we maar denken. Mijn vader was een smid en ik hoor hem nog altijd zeggen: “Les enfants du forgeron n’ ont pas peur des étincelles. Enfin, u begrijpt wat ik bedoel.’
Ze raapten samen het tafelzilver op.

SPIRITUS (43)

dyn002_original_640_480_pjpeg_2648614_af9b51a697953cdcbc0a13a354de9a9a.jpg

43.

‘Stel je voor, chers amis, omdat de Morris-maatschappij het gemeenschappelijk gebruik van hun spoor op het Paleizenplein verwierp moesten de gebroeders Becquet dus op dezelfde plaats hun eigen spoor aanleggen. Beide sporen kruisen elkaar ter hoogte van het gebouw van de Civiele Lijst.  De Morrislijn loopt langs het park.  Die van de gebroeders Becquet ligt op het midden van het plein, op gelijke afstand van het park en van het koninklijk paleis.  En dan nog eens de hoog oplopende kosten van de paardentractie op de lijn van de boulevards, daar hadden de Becquet’s ook geen rekening mee gehouden. Eén paard volstaat meestal om een rijtuig te trekken op de lanen van het lagere stadsdeel, maar je hebt er twee nodig op de hoger gelegen lanen.  Bovendien moeten er twee paarden bijgespannen worden om de helling van de Kruidtuinlaan te nemen, en bij de terugrit is er een bijkomend paard nodig voor de minder steile doch veel langere hellingen van de Zuidlaan en de Waterloolaan!’

dyn003_original_500_312_pjpeg_2555004_ae666a0e5d8e47fbfa5e65ab45da8eb8
De heer Simon Philippart, zittend op een verhuiskrat in de grote benedenruimte waar de tekenaars en de administratie hun werk zouden doen, wiste met een bescheiden zakdoekje het zweet van zijn voorhoofd.

‘Ik wil duidelijk maken dat meneer William Morris alleen met de nodige ponden sterling was te overtuigen om zijn concessie aan ons te verkopen. Vierentachtigduizend van die harde ponden, dat is omgerekend ongeveer twee miljoen tweehonderdduizend Belgische frank, bleken hem uiteindelijk te overhalen. Voor de volgende stap heb ik Dansaert en Moselli ingeschakeld want Albert Vaucamps heeft voor zijn concessie de belachelijke som van tien miljoen frank vooropgesteld. Ik begrijp dat hij geld nodig heeft, maar dat moet voor ons de gelegenheid zijn om de buit voor heel wat minder binnen te halen. Hij heeft prima materieel ter beschikking:  negentien grote voertuigen voor 28 personen, vijf kleine gesloten wagens om in drukke tijden bij te springen en dan nog een open rijtuig voor het traject Noord-Zuid bij zomers weer.  Enkel eerste klasse, en met ophanging voorzien van rubbertonnetjes zodat de passagiers niet door elkaar geschud arriveren. Er is een remise voor elf trams en 12 straatomnibussen in de Gierstraat, hoefsmederij en zadelmakerij inbegrepen en uitgestrekte stallingen voor tweehonderd en acht paarden. Het mag dus best een centje kosten.Om de belangrijkste vraag van de dag niet te vergeten, hoe voelen kattin en kater zich in hun nieuwe nest?’

1397706737

Emile zei dat hij tijd te kort kwam om zich hier te installeren.
‘Balat heeft zijn handen vol met het Paleis voor Schone Kunsten aan de Regentschapstraat, een prachtig gebouw, maar we kregen pas midden april de eerste schetsen voor de wintertuin bij Durieux en sindsdien blijft de architect zijn plannen maar wijzigen.  Dan weer wil hij dat de rotonde 22 zuilen zou tellen, dan weer 24, 32, 36 of zelfs 48.  En ook de vorm van de koepel veranderde net zoals die van de bekroning die nu eens een lantaarn en dan weer een koningskroon zou zijn. Er zijn ook nog eens portieken, een balkon en metalen ladders aan het oorspronkelijke plan toegevoegd terwijl de metselwerken over enkele maanden al voltooid zijn.  400px-Laeken_Se1gJPG.jpgWe hebben nu bijna 15 plans en meer dan 175 detailtekeningen uitgewerkt, en we zijn nog nog niet aan het einde terwijl het contract niet eens getekend is. Ik voorzie dat we ergens in januari 1875 met de montage kunnen beginnen, en zonder tegenslag wordt het dan augustus of september en zal de constructie heel wat duurder uitvallen dan gepland, met al de nodige ruzies tussen Balat en de mensen van Durieux.’
‘Goed zo, en met goed zo bedoel ik dat werk aan de winkel de winkel doet draaien, laat de stilte aan de monniken en laten we vooral de schoonheid van de ons omringende vrouwen  de nodige eer bewijzen.  Chère Emilie, monsieur Henri Plas, de man die in zijn werkplaatsen in de Liverpoolstraat in Anderlecht de mooiste tramways voor  Vaucamps construeeerde heeft ons uitgenodigd voor een zakendiner.  Kwestie van op tijd de toekomstige eigenaars te verwennen. Een man van de wereld, dus zijn wij zo vrij -als monsieur de Lunden het toestaat- u als lieftallig wapen in de strijd te gooien. Allons-y.’

SPIRITUS (42)

969025902

42.

Mocht ze kleuren kiezen om haar kindertijd op te roepen dan twijfelde ze tussen de heldere tonen waarmee ze die dag over de gouden vleugels en de wolken sprak en de afgebleekte, verweerde vlakken op de muren van puinen die ooit een huis waren maar door weer en wind eenvoud en alledag tot een te ontcijferen kaart van een nog niet ontdekt land hadden vervormd.

Vreemd genoeg waren het de heldere tonen die volwassenen van hun eigen kindertijd vervreemdden.  De aanwezigheid waarin we het ogenblik vervulden, het alles-en-niets onder dezelfde noemer van het vervulde, bleek later een afgesloten land omdat de voorbedachtheid en de nagalm de plaats van deze heldere aanwezigheid hadden ingenomen. Daardoor dichtten wij het kinderlijke eigenschappen toe die meer uit heimwee en gemis dan uit een werkelijk beschrijving en objectief onderzoek waren ontstaan.

3b87a-1-51
Natuurlijk kwam je  voor schijnbare onineembare en afgesloten gebieden en kreeg de voorbije tijd juist daardoor een valse aantrekkelijkheid waarin woorden als onschuld en fantasie meer tot troost van de uitgegroeiden dienden dan wel als een heuse weg naar de kern van de kindertijd leidden. Met de vermenging van de natuurlijke onwetendheid en de ogenblikkelijke interpretatie van de gebeurtenissen ontstond de mythe van een gouden geïsoleerde tijd terwijl de honger naar deelname aan het gemeenschappelijk bestaan nooit zo groot en intens was.

Hadden de voorbije jaren de handelsmuren gesloopt, de grenzen geopend, het uiterlijk van het nieuwe huis inspireerde zich op de Vlaamse rennaissance waarin gilden en corporaties de levensstijl bepaalden, net nu kapitaal en goederen zich op nieuwe ritmes gingen bewegen waarin de goedkoopste aankoopmarkt zou samengaan met de duurste verkoopmogelijkheid, een droom die vorig jaar ruw werd verstoord door de ongemene daling van de aandelenkoersen, begonnen op de Weense beurs maar weldra in gans Europa voelbaar.

6105c-2-14
De geur van kalk en verf, de open ruimtes waarin het kind kraaiend rondliep, de oneigenheid waarmee het lentelicht zich verspreidde, de basstemmen van de mannen die zich met cijfers, maten en vergelijkingen een weg door kamers en trappenzaal baanden, waren voor Emilie nog onsamenhangende strofes van een melodie zonder bekende toonaard. Ze luisterde, keek en knikte.  Ze keerde op haar stappen terug, hief de kleine Léon in de lucht en verbaasde zich over de talrijke in- en uitgangen, sommigen nog zonder deur, bleef alleen achter omdat ze de tekeningen op de brandglazen ramen wilde bestuderen, zocht daarna de gonzende groep weer op en kwam terug in de tussenruimte waar ze vertrokken was.

‘De architect wilde geen kopij van al die neoklassieke gevels uit jouw Haussmann-Parijs,’ zei Emiel. ‘Je moet straks op enige afstand de buitengevel gaan bekijken.  Heel gedurfd hoor, die assymetrie, het gebruik van kleur en diepte. Heel gedurfd.’
Haar Haussmann-Parijs. Ze glimlachte met zijn plezierig verwijt, zijn poging om verloren terrein in te palmen, om eindelijk heer des huizes te kunnen zijn.
‘We moeten het over personeel hebben, Emilie. Ik weet niet of we Jeanne kunnen houden. Al die trappen en..’
‘Jeanne is nog goed te been. We kunnen niet zonder haar, Emiel.’
Het klonk harder dan bedoeld, maar ze nam dadelijk zijn hand vast.
‘En ik niet zonder jou, al was het maar om hier mijn weg te vinden.’

SPIRITUS (41)

2711432572

41.

De gebogen houten zoldering van de Sainte Cathérine maakte het beeld van een boot aannemelijk. Een gekapseisd schip waaronder een poging werd ondernomen om contact te krijgen met de stuurlui van het heelal, inzonderheid met het transcendente waarvan de vermoedelijke aanwezigheid  in de menselijke hersenen was gekerfd, althans het heimwee naar deze geestelijke hoogten, de drang om het miezerige van het dagelijks bestaan te overstijgen of het in zijn belachelijke tijdelijkheid te ondergaan als aanloop naar een eeuwig samenvloeien met het goddelijk licht.

Het houten fruit onder de steun van de grootste orgelpijpen, de ruw uitgestoken bundel muziekinstrumenten op de deuren van de orgelkast, de lekkende half verheven gebeeldhouwde vlammen, bevroren in hun uitwaaierende kronkel bij het opstijgen uit de net zo houten heilige vaten, bewezen met de afgebroken wijzers van de grote klok bovenaan dat het onbegonnen werk zou blijken de adem van de Geest, de Creator Spiritus, in deze kilte zichtbaar te maken tenzij er met geduldige vingers en welgeplaatste voeten muziek uit dit bouwsel zou komen waarvan de bijna onzichtbare Sinte Cathérine en aan de andere kant koning David met lier, gingen gloeien en met deze hemelse warmte de  koude kerk zouden vullen.

3968337934
Terug uit Parijs viel haar de armzaligheid op waarmee de orgeldecoratie was omgeven. Keek je vanuit de orgelconsole  naar de achterkant van het middenpaneel in de ballustrade die het doksaal omgaf, dan was elke luister verdwenen. Hier zag je de kale planken, de platte vlakken van de slecht uitgesneden vaten met hun deels afgebroken vlammen, de steunbalken die het decor verstevigden, ja zelfs metalen kapstokken waar de organist en de zijnen hun overjassen hingen.  De gevleugelde engelenkop boven het medaillon met het jaartal 1644 leek zich bij dit mensenwerk te hebben neergelegd, de ogen geloken, de lippen net niet geopend.
Onzichtbaar boven het grote stilgevallen uurwerk, net onder het houten gewelf,  prijkte de gouden duif met geopende vleugels. Geen straaltje licht kon op geen enkel moment van de dag haar bereiken.
Kwam het roodpaars gevlekte licht van de glasramen bij helder weer nog op de wand achter het orgel, de gouden Geest bleef in het duister.

3884156802
‘Je hebt hem eindelijk gezien,’ zei haar vader toen hij haar zoekende ogen zag. ‘Ik heb er ook lang over gedaan voor ik hem vond.’
Natuurlijk verkleinen de ruimtes waarin wij als kind verbleven eens we ze als uitgegroeid mens weer bezoeken, maar waarschijnlijk was het de helderheid van de Saint Clotilde die de donkerte in deze kerk benadrukte. Ook bij het orgelspel werden de mankementen van het instrument hoorbaar, hoorde je dat de restaurateur Garbs, orgelbouwer uit de stad zelf, zijn werk in 1859-60 voortreffelijk had gedaan maar door de schommelingen van de temperatuur en het onzichtbare stof weer was ingehaald.
‘We sparen voor een nieuw orgel, Emilie. Ik weet niet of we Merklin nog kunnen betalen eens hij tot Fransman is genaturaliseerd, maar zijn vroegere compagnon Pierre Schyven uit Brussel is alvast komen kijken. Hij is nu in Laeken aan het werk en heeft ons bij de inauguratie uitgenodigd.’

3889611818
Ze wilde graag het orgel trappen terwijl hij een Pastorale van Widor speelde en daarna een feestelijk Magnificat octavi toni van Pachelbel. ‘Burdon 8, Prestant 4 en Doublette2’, zei ze terwijl ze de lucht naar hem stuurde en hij daarna als toemaatje de Air van Bach vertolkte met trompet, cornet, recorder en flagolet en de eeuwige voix celeste op het kleurpalet.
‘Als jij speelt hoor ik de gouden vleugels, papa.’ terwijl ze naar boven keek.
‘Dat lukt me alleen maar als jij soufleur bent, lieve Emilie.  Zoals jij de lucht trapt, dat doet niemand je na. Als klein meisje al begreep je wat gelijkmatigheid was. Weet je nog hoe ik je noemde?’
‘Het wolkentrappertje. Ik stuurde je de mooiste wolkjes en jij maakte er muziek van.’
Ze zag de luchten van Berthe. Ze hoorde kinderstemmetjes. Op weg naar huis nu de school gedaan was. Honderd jaar geleden.