SPIRITUS (51)

in-poppyland

51.

Of ze in de eenzaamheid van de Kempische heide een klooster wou stichten, dan was zijn bijdrage, een heus orgel in de kapel, alvast een aanmoediging.
Voor hem zat een jonge naakte non, een linnen laken over het hoofd getrokken.
Dat wilde ze wel maar alleen als père Emile de Lunden abt zou zijn en zijzelf maman du convent waarin ook de kleine Léon, le petit Jésus, een vrij vroege roeping kon volgen. Samengevat: een heilige familie met heidense mogelijkheden die tevens de uitbreiding van de gemeenschap waarborgden, in alle eeuwigheid, amen.
Amen, antwoordde hij vlug en kuste haar.

Op de stille oevers van het nachtelijk opgaan in elkaar heerst de intense stilte van het grenzeloze waarin beetje bij beetje de omtrekken van de andere weer voelbaar worden, zich nog niet helemaal losmaken maar waar zachte lippen of strelende handen een zwijgende grens willen doorbreken die slechts bij genade van onzichtbare ogenblikken heeft bestaan en net zoals het goddelijke zich niet laat dwingen noch verleiden.

study-in-black-and-green
Ook de kamer is terug, de geluiden buiten en trage slagen van de klok op de overloop vertellen het onafwendbare van de tijd. De slaap zuigt zachtjes het besef weg van het voorbijgaan, schuift hen op het eiland waar woorden gewichtloos voor dromen zijn ingeruild.

Hij heeft haar gewaarschuwd.
‘De economische crisis slaat wild om zich heen. Vader Jean Philippe wantrouwt Simon Philippart die twee miljoen tweehonderdduizend frank op tafel wil leggen voor de concessie van William Morris’ Voies ferrées’ om nog te zwijgen van de voorstellen die Albert Vaucamps hem heeft gedaan. Tien miljoen vraagt hij om zijn ‘Belgian Street Railways and Omnibus Company Ltd’ van eigenaar te laten veranderen.
Natuurlijk is er de Banque belge du Commerce et de l’ Industrie die de nieuwe aandelen zal uitgeven, maar wie zal ze kopen in deze moeilijke tijden?
Er zijn dus belangrijke mensen op het landgoed uitgenodigd. Er is extra keuken- en dienstpersoneel ingehuurd, de kamers zijn opgeknapt, de gangen geschilderd, ja zelfs de leeuwen  voor de  trappen naar het bordess hebben een beurt gekregen. Ambassadeur Lord John Savile -herinner je hem bij het doopfeest?- is blijkbaar een belangrijke schakel op zoek naar Engels kapitaal en zal eveneens de stulp in de Kempen bezoeken. Dit maar om je te vertellen dat eerste twee weken drukker zullen zijn dan de zomer in Brussel. De Bruggelingen brengen extra stoffen en toiletten mee hebben ze beloofd, de wijnkelder is aangevuld en keuken zelf gemoderniseerd. Papa doet de regie, wij volgen zijn aanwijzigingen en spelen alsof we in alle gesprekken zijn geïntresseerd.

small_red-headed-girl-with-parasol

Niet boos worden, chérie, daarna mag je tot diep in september het nieuwe orgel uitproberen terwijl wij alweer naar de zogenaamde echte wereld zijn teruggekeerd. Bijna was ik vergeten je te vertellen dat er ook een vleugel in het grote salon staat, attentie van onze buren uit Vorselaer. Neem dus muziek mee die best ernstig lijkt zonder het te zijn althans wat de duur betreft. Korte stukjes voor het slapengaan of als entr’acte bij het diner. Er komen blijkbaar ook gasten uit het verre Berlijn die ten zeerste je muziek zullen appreciëren, en zet die vaas terug, ze kost een fortuin.’
Waarom ze met al die drukte naar de verre Kempen moesten? Alleen maar decor?
‘De combinatie van kapitaal en natuur schijnt een heilzame werking hebben op het gemoed van financiers en andere belangrijke zielen. Onder de kruinen van de grote platanen en eeuwenoude lindenbomen is het blijkbaar genoegzaam praten over de verwoesting van datzelfde landschap. Spoorwegen, gietstaal en schoorstenen lijken minder ordinair bij vogelgekweel en avondschemering. Welvaart verkoopt het best bij verre horizonten. Leven op het land als luxe. Terug naar de natuur vraagt planning en kapitaal. Nog even geduld en we bouwen stalen villa’s op het land.’

SPIRITUS (50)

2412762193

50.

Was het toeval de zachte meester of eerder de handig vermomde beul, de geschiedenis zou het zijn echte tronie schenken, een rol toebedelen die naarmate de tijd vorderde wel eens van wezen kon veranderen.  Tenslotte ontdekte zij zijn functie in zijn naam:  dat wat je toeviel.  Of die lotsbestemming in de zogenaamde sterren was geschreven of door eigen wil werd beïnvloed zou lang na haar bestaan onderwerp van discussie kunnen zijn, kon door haar eventuele nazaten in hun levens worden ingepast of weggedrukt, zij werd op haar beurt bewogen door wat haar voorgangers in beweging hadden gezet.
Dat daarbij de intenties wel eens anders uitpakten dan de planning van het lot bleek een wezenlijk onderdeel van het onbegrijpelijke dat haar eerder had aangetrokken dan afschrikte.

ingres_broglie_dtl
Haar moeder had het bestaan als een te mennen wild paard beleefd, de teugels strak aangespannen, waarbij noch de nukkigheid van het dier, noch de kuilen in de weg haar van haar reisdoel zouden afbrengen. In de besluiteloosheid -of beter bij het dapper volgen van het toeval- voelde zij zich eerder verwant met haar vader. Gegrepen door een zin uit een boek of een toevallige ontmoeting verliet hij de gebaande paden zonder brokken te maken maar met de ijver van een kind dat door een wonderlijke gebeurtenis is overweldigd zonder het leven van alledag op te geven. Was hij door een verhandeling of een verhaal op het spoor gekomen van het bijenleven dan rustte hij niet voor hij een imker had gevonden die hem de praktijk van het goed georganiseerde insectenleven uit de praktijk kon bijbrengen waarna hij de daaraan verbonden theoretische of poëtische tractaten doornam en ze bijvoorbeeld in zijn muzikaal spel of zijn levensfilosofie probeerde in te passen of zich minstens wekenlang te blijven verbazen over de mysteries van de taal of de bedoelingen van de natuur en haar grote omgeving te citeren wanneer hij met zijn eigen kleinmenselijheid verveeld zat.

2307726383

Bij het bezoek aan Pierre’s atelier verbaasde het haar niet dat de jonge Jean-Emile een ware meester bleek te zijn in het oplossen van allerlei technische problemen bij de orgelbouw.
‘Dat heeft hij alvast van zijn vader geërfd. Rogier-Joseph begon in Nederland als een armoedige meubelmaker, werd door de ouderen gepest omdat hij tenslotte deskundiger bleek dan zij. Op zijn twintigste vluchtte hij naar Belgïe waar hij in het atelier van Hippoliet Loret in Laken terecht kwam en er enkele jaren later meestergast werd om in vijfenzestig in Laken  zijn eigen atelier te beginnen. Acht kinderen. Zijn vrouw blijft in het kinderbed van de laatste. Hijzelf stierf vorig jaar. De enige die de stiel van Rogier wilde verder zetten is die jongeman daar. Eigenzinnig, maar geen tijd gehad om kind te kunnen zijn, Hij heeft het talent van zijn vader, maar ook les défauts de ses qualités. Temperament. Houdt zijn mond niet als hij terecht of niet op zijn vingers wordt getikt. Wil opvallen, maar hunkert naar een beetje nestwarmte. Bewondert iemand met dezelfde ijver als hij iemand veracht. Met overtuiging. Het feit dat jij het largo uit de tweede triosonate voor hem speelde heeft een diepe indruk op hem gemaakt.’
‘Onze familie heeft een zwak voor wilde engelen, cher Pierre.’
‘Kom.’

1.55
Ze liepen door het atelier naar een annex van de toonzaal. Daar stond een klein huisorgel opgesteld.
”Een eenvoudig maar degelijk huisorgel, eigendom geweest van een monseigneur die nu geen instrument meer nodig heeft om hemelse sferen op te roepen. Jouw Emile wil het voor jou kopen, en de kleine Emile zou het in de kapel van jullie landhuis monteren tenzij je verkiest het thuis, Boulevard du Nord, te installeren. Jullie vertrekken volgende week voor een tijdje platteland heb ik gehoord. Over twee weken komen wij het materiaal leveren en blijft de wilde engel achter voor de opbouw. Emile, kom je even trappen?

SPIRITUS (49)

2021456220

49.

In het licht van de lengende dagen nam hij haar vaak mee naar de Sainte Cathérine.  Had ze haar piano-oefeningen met succes gespeeld dan mocht ze verder studeren op het orgelklavier van de schemerende kerk.
‘Alles is afstand, liefje, al is ter plaatse blijven één van de moeilijkste dingen, maar uiteindelijk moet je met alles verder, de afstand overbruggen.  Stel dat je aan de zee staat -ze dacht aan de geliefde uitstapjes naar Duinkerken of Malo-le-Bains- en je wilt vanop hetzelfde punt rondkijken.  Hij speelde zachtjes een la en leerde haar dezelfde noot met verschillende vingers aanhouden. Heeft ze toen werkelijk de branding gehoord, of was het de opbouw van een akkoord, het overschakelen naar een register waarin de lucht weer water was geworden?
Of ze een duif wilde zijn?  Opstijgen met klapperende vleugels en zachtjes neerkomen op de rand van het dak. Mensen noemen het ‘de verte’, maar duiven kennen elk geheimpje van de afstand. Laat ze maar heel hoog klimmen en dan traag naar beneden komen, tot ze hier op het klavier in je vingers terugkomt. En hoe anders de afstand tussen la en si, tussen la en de re van het volgende octaaf. Met al die kleine en grote afstanden kon je een melodie opbouwen.  Een melodie was een reis. Een verzameling afstanden. Je zou ze kunnen tekenen op de muur, of ze dansen, dat kon ook.

1699692214
Het stugge woord ‘afstand’ werd een nieuw ijkpunt om de wereld rondom haar als een combinatie van ritmes waar te nemen. De opwaartse lijn van de toren, plotseling onderbroken door het huisje van de torenwachter, daarboven alleen nog de lucht. Rijen huizen in de straat. Sommigen inspringend, anderen verborgen zich achter de statige gevels van scholen of kantoren. Landschappen waarin de horizon eindeloos ver weg was, of de innigheid van de tuin met de kastanjelaar en de drie berken. Hoe kon ze de verte met die innigheid verzoenen? Dat is het heimwee, of met een moeilijk woord ‘mélancholie’.  Ze besefte vlug dat muziek een bijzondere manier van kijken was geworden. In-zien. Naar binnen kijken en begrijpen, of gewoon de raadsels aanvoelen.

1576022249
Die stille man aan tafel, dat was dezelfde man die een uur geleden haar had meegenomen naar vergezichten en ronde kamers waarin geesten fluisterden of fabeldieren hun nesten bouwden.

Natuurlijk waren er ook momenten waarin de blindheid zegevierde, het ontbreken van perspectief omdat ze haar opdrachten niet had herhaald of met te weinig ijver tot de hare had gemaakt. Hoe moet je een veertienjarige ‘Aus tiefer Not schrei ich zu dir’ uitleggen, dat heidens kind dat intussen bij haar tante Josephine de combinatie van heilige gewaden en erotische stoffen kon rijmen met een ‘largo e spiccato’, door de grote Sebastiaan zelf ontleend aan een concerto van de vurige roodharige uit de dogestad.

Toen ze ‘Ich hab’ mein Sach’ Gott heimgestellt’ speelde, zag ze haar kleine Hermes naar haar kijken. Zoals zachte avondwind gebladerte naar de nacht laat bewegen, wiegde hij met zijn hoofd de opbouw van de cantus firmus mee. Hij herkende de fuga in het voorlaatste gedeelte die bijna als een canon om het thema draaide.

3453265011

Een kind dat net voor kerstmorgen beseft dat het wonder heeft plaats gevonden en in die seconde bovenaardse glorie zich levenslang zal wentelen. Gebrande beelden. Een slapende geliefde in de vroegte van de nieuwe dag, licht tussen bloesems, maar ook de leegte van verlatenheid of de blik van een jongen die nu doodstil in de weergalm van het slotakkoord heel diep zucht.
‘Zou je mij les willen geven,’ zal hij haar later vragen, de ogen neergeslagen.
Ze kijkt naar zijn lange vingers, zwart van het voorbije opruimwerk.
‘Gewoon om de klanten te laten horen hoe hun nieuwe orgel zal klinken, niet om te concerteren. Ik kan wel een beetje piano spelen, en natuurlijk speel ik enkele zinnen om de verschillende registers uit te testen, maar zoals jij speelt, dat is zo anders, mevrouw Emilie. Vergeef me dat ik steeds maar jij zeg, ik ben dat beleefde gedoe niet zo gewoon.’
‘Speciaal voor jou,’ zegt ze.  ‘Luister goed, het is je eerste les.’

Uit de triosonate nummer 2 in C klein speelt ze het largo, haar stuk voor de dagen zonder woorden. Haar vader had haar verteld dat het oefenstukken voor Wilhelm Friedmann waren geweest, Bach’s  oudste zoon. De trage melodie wordt door zacht gesuis omgeven, alsof een luisteraar op de achtergrond zachtjes ingehouden een tegenmelodie meefluit zodat het sacrale werelds gekaderd is. De doordringende ogen en de zwarte vingers. Een kus en de onbereikbaarheid. Stel dat het tegelijkertijd eergisteren en overmorgen zou zijn: mensen lopen voorbij.

Hij probeert te glimlachen, maar er loopt een traan op zijn geveegde wang. Hij knikt.

SPIRITUS (48)

274px-Hermes_Ingenui_Pio-Clementino_Inv544.jpg

48.

Een woning met liefst twee ‘cabinets à l’ anglaise’, eentje voor het personeel beneden en op de entresol zitplaats voor de bewoners. Op het plan aangeduid als ‘lieu anglais alimenté par l’ eau de la ville’, en op de entresol ‘W.C.Doulton‘. Als surplus een ‘cabinet de toilette’ op de tweede verdieping met meuble-lavabo waarop kom, kruik, spons, borstels, handdoeken en zeep en niet te vergeten achter de keuken en de laverie een chambre de bain met ligbad in fonte émaillée.
De drukte op het gelijkvloers: tekenkamer, bureel en service-kamer (waar ook ontbeten werd) keuken, waskamer, lieu anglais, badkamer en kolenruimte. Eerste verdieping, de familieruimte: salon, eetkamer en half open veranda. Slapen op de tweede verdieping, kind en Jeanne inbegrepen. Gastenverblijf op de derde verdieping en enkele bediendekamertjes onder het dak op de mansarde. Voorlopig onbewoond.

Haar vraag of ze op de derde verdieping haar werkkamer kon inrichten. Zoals hij haar aankeek, een man die een woord in een vreemde taal niet begrijpt al heeft hij het net in een woordenboek opgezocht: werk-kamer, neen, niet ‘boudoir’, maar wel eigen ruimte. Of ze ging schilderen en tekenen of wou ze haar notities tot een boek omwerken, of misschien iets met bloemschikken of..?
Ze wilde gewoon een eigen ruimte, plaats voor haar boeken, plaats om alleen te zijn, om wie weet te schrijven of te componeren, om partituren te lezen, net zoals ze in Lille in haar appartement thuis was. Dat gefronste voorhoofd was nergens voor nodig. Neen, ze voelde zich opperbest in zijn gezelschap, ze waardeerde zijn werk, zijn verhalen, en ze hoopte op een lang en gelukkig leven met hem en de kinderen.  Ja, ze zei kinderen.  Juist, meervoud.
‘Ce que femme veut, Dieu le veut.’

jockeys-on-horseback-before-distant-hills-edgar-degas
‘Un fou enseigne bien un sage,’ kreeg hij als antwoord.
De kussenden werden door het zacht gekuch van Jeanne gescheiden.
‘Un petit monsieur pour vous, chère Emilie.’
Zoals hij daar in het tegenlicht van het halfronde raam stond, Jean-Emile, de rijzweep nog in de hand, Hermes Psychopompos, de begeleider van de zielen naar de onderwereld.
Hij, althans monsieur Pierre wilde haar niet meer aan de drukte van de paardentram overleveren, en stuurde dus een rijtuig waardoor het comfort zou stijgen en de reistijd werd ingekort, of iets in die aard wist de jonge bode het verhaal van zijn meester samen te vatten.
‘Of zo’n jonge snaak een coupé of een victoria mocht mennen, wilde Emile weten.
‘Een victoria, monsieur. Bij dit prachtige weer is een open rijtuig zalig, of wilde madame liever een coupé dan zou reed hij dadelijk langs de standplaats op het Natiënplein en  zou hij een koetsier sturen.’

2544006053
‘Lieverd, ik was in Lille bekend om mijn elegante rijstijl. Ik breng deze gekrulde boodschapper zelf naar zijn standplaats. Wil je mijn partituren  stevig vasthouden, jongeman. Monsieur Mailly zou het niet apreciëren zijn werk boven Brussel te zien fladderen. Allons-y.’

De kleine boodschapper kon alleen maar diep zuchten toen zij bij de kerk  het span stopte.
‘Dat was vliegen, als ik zo vrij mag zijn, madame. Denkt u niet dat we bijna de lucht ingingen? U rijdt fantastisch.  Vraag asjeblief monsieur Pierre of ik straks mee terug mag? Asjeblief?’
‘Geef dat moedige dier te drinken, kleine Hermes. Ze heeft het verdiend. Straks mag jij mij je rijkunsten tonen, afgesproken? Maar wees een beetje slim en zwijg in alle talen over mijn rijstijl. Jij hebt mij gebracht. Afgesproken?’
‘We begrijpen elkaar helemaal, al weet ik niet waarom u mij …’
‘…Hermes noemt? Dat vertel ik je wel op de terugweg. Breng je mij  ook een glas water?’
‘Ik had echt het gevoel dat de wielen de lucht ingingen,’ hoorde ze hem nog zeggen terwijl de koelte van de kerk haar weldadig tegemoet kwam.

SPIRITUS (47)

1.53

47.

Fragment uit een brief van Berthe Morisot vanuit Maurecourt, zomer 1874

Spreek je over die zelf-herkenning, chère Emilie, dan deel ik met jou het inzicht dat niet de spiegel het juiste medium is, maar eerder de ervaringen die anderen met je hebben en die ze soms via een gesprek, of in mijn geval langs een tekening of schilderij, meedelen. Enkele maanden geleden schilderde mijn goede vriendin Marcello mijn portret. ( Ze houdt van deze mooie jongensnaam, zeker als het over haar beeldhouwwerken gaat waarvoor ze ‘Adèle’ te wekerig vindt) Ze heeft haar atelier dicht bij dat van Manet geïnstalleerd, rue de Saint-Petersbourg, 47. Daar ontstond mijn portret, zittend op een stoel die met de leuning naar de kijker is gekeerd, naakte armen, frivole lange jurk vooral onderaan, voor de rest het lichaam à demi dénudé, haren slordig door elkaar, en je zou de pose best provocerend mogen noemen. Na enkele sessies kreeg ik het doek te zien en ik moet toegeven dat de zogenaamde wellust van ‘zelfherkenning’ uitbleef. Was ik dat? Marcello zag mijn afwijzende reactie.  Natuurlijk ben jij dat, zei ze.  Berthe, jij bent een vrouw geworden. Jij bent niet meer dat angstige en sprietige meisje van voor de oorlog.  Jij straalt. Ze gaf me datzelfde gevoel dat ik in jouw aanwezigheid mocht meemaken.

1415425041
Eugènes broer, Eduard, werkt nu aan een portret waarop ik met mijn linkerhand  mijn bebloemde waaier verder openduw. Ik kijk vanuit mijn standpunt ver naar links zoals mensen die iemand verwachten.  Ik ben helemaal in het zwart, ja zelfs de waaier is zwart zodat mijn vingers en de onderarm duidelijk zijn afgetekend. Ik hoop dat hij het portret niet meer te veel verandert want ik ben inderdaad de jonge vrouw die uitkijkt naar mijn eigen zelfstandig leven vanuit de donkerte van het verleden.
Omdat we vaak voor elkaar poseren krijg ik telkens weer een andere kijk op mezelf, een beeld dat vooral anderen van mij hebben en waardoor ik afstand kan doen van mijn eigen zelfbeeld dat vaak door eenzaamheid en angsten is vervormd, of zeg ik beter ‘beperkt’.

Eugène houdt van aquarellen, het vluchtige van het licht. Edgar Degas heeft hier intussentijd ook Eugènes portret geschilderd.  Het portret van een man die nonchalant op het gras ligt, voorzien van een zwarte hoed. Hij wil er in Parijs verder aan werken om het dan bij ons huwelijk cadeau te kunnen doen. De herinnering aan een zomer waarin ik definitief heb gekozen voor een ander leven. Een leven dat mijn liefde voor het kleine niet zal veranderen, chère amie.

portrait-d-eugene-manet

Daarom heb ik zusje Edma en haar twee kleine meisjes  onder de seringen-boom geschilderd, met dank aan Monet die enkele jaren geleden een doek met ditzelfde thema uitwerkte. Ik kan het moeilijk beschrijven, maar ik hoop het je later te laten zien: Edma, zittend onder de seringen-boom. Ze vouwt een wit doek open terwijl de twee kleine meisjes wachten op een stuk brood. Zij is in het zwart gekleed, witte hoed, links de toegevouwen witte parasol, haar zomerhoed en rechts de lichtende picknickmand, boven hen allen geuren de seringen, waaieren ze als een dak uit de gekromde stengels van de stam achter hen.
Ik hou het bij Eugènes woorden toen ik hem vroeg of hij een wens wilde doen.
‘Je serais bien embarassé de faire un voeu.  Oh, si, à vous pourtant, oui, celui de vous rendre la femme la plus adulée, la plus choyée de la terre.’

1.54
Herken je die woorden? Je beschreef ze mij in je brief waarin je je thuiskomst vertelde. En je weet terecht niet wat je ermee moet doen. Faire son devoir zou maman zeggen. Misschien dat ik daarom straks weer naar de haven ga. Kijken naar de boten in opbouw. Of hoe je van de boomstronken waaronder wij als kind rondliepen vaartuigen kunt maken.  Hun lange masten, nog zonder zeilen steken als dunne vingers in de lucht.
Of moet ik naast Eugène in het gras gaan liggen en zwijgen tot de avond over Maurecourt trekt? De kunst van het kijken, zoals jij de kunst van het luisteren naar de wind kent. Schrikt de leegte jou af?  Blanche en Jeanne willen met mij nog eens naar de seringenboom. Hij is al lang uitgebloeid, maar dat weet de verf op het doek nog niet.

Ik kom terug op de spiegel waarmee ik begonnen ben. Wat betekenen wij in hun ogen zou je kunnen vragen. In de ogen van onze welgezinde en hard werkende mannen waarmee wij ons voor het leven hebben verbonden? Getuigt het verdragen van een soort gemeenschappelijke eenzaamheid  van dapperheid of wordt van ons verondersteld dat wij naast het feit van voortplanting en nestzorg ook nog een eigen leven kunnen leiden waarin we die dapperheid bewijzen door hoe dan ook onze eigen weg te gaan?

Groet degenen die je lief zijn.