2021456220

49.

In het licht van de lengende dagen nam hij haar vaak mee naar de Sainte Cathérine.  Had ze haar piano-oefeningen met succes gespeeld dan mocht ze verder studeren op het orgelklavier van de schemerende kerk.
‘Alles is afstand, liefje, al is ter plaatse blijven één van de moeilijkste dingen, maar uiteindelijk moet je met alles verder, de afstand overbruggen.  Stel dat je aan de zee staat -ze dacht aan de geliefde uitstapjes naar Duinkerken of Malo-le-Bains- en je wilt vanop hetzelfde punt rondkijken.  Hij speelde zachtjes een la en leerde haar dezelfde noot met verschillende vingers aanhouden. Heeft ze toen werkelijk de branding gehoord, of was het de opbouw van een akkoord, het overschakelen naar een register waarin de lucht weer water was geworden?
Of ze een duif wilde zijn?  Opstijgen met klapperende vleugels en zachtjes neerkomen op de rand van het dak. Mensen noemen het ‘de verte’, maar duiven kennen elk geheimpje van de afstand. Laat ze maar heel hoog klimmen en dan traag naar beneden komen, tot ze hier op het klavier in je vingers terugkomt. En hoe anders de afstand tussen la en si, tussen la en de re van het volgende octaaf. Met al die kleine en grote afstanden kon je een melodie opbouwen.  Een melodie was een reis. Een verzameling afstanden. Je zou ze kunnen tekenen op de muur, of ze dansen, dat kon ook.

1699692214
Het stugge woord ‘afstand’ werd een nieuw ijkpunt om de wereld rondom haar als een combinatie van ritmes waar te nemen. De opwaartse lijn van de toren, plotseling onderbroken door het huisje van de torenwachter, daarboven alleen nog de lucht. Rijen huizen in de straat. Sommigen inspringend, anderen verborgen zich achter de statige gevels van scholen of kantoren. Landschappen waarin de horizon eindeloos ver weg was, of de innigheid van de tuin met de kastanjelaar en de drie berken. Hoe kon ze de verte met die innigheid verzoenen? Dat is het heimwee, of met een moeilijk woord ‘mélancholie’.  Ze besefte vlug dat muziek een bijzondere manier van kijken was geworden. In-zien. Naar binnen kijken en begrijpen, of gewoon de raadsels aanvoelen.

1576022249
Die stille man aan tafel, dat was dezelfde man die een uur geleden haar had meegenomen naar vergezichten en ronde kamers waarin geesten fluisterden of fabeldieren hun nesten bouwden.

Natuurlijk waren er ook momenten waarin de blindheid zegevierde, het ontbreken van perspectief omdat ze haar opdrachten niet had herhaald of met te weinig ijver tot de hare had gemaakt. Hoe moet je een veertienjarige ‘Aus tiefer Not schrei ich zu dir’ uitleggen, dat heidens kind dat intussen bij haar tante Josephine de combinatie van heilige gewaden en erotische stoffen kon rijmen met een ‘largo e spiccato’, door de grote Sebastiaan zelf ontleend aan een concerto van de vurige roodharige uit de dogestad.

Toen ze ‘Ich hab’ mein Sach’ Gott heimgestellt’ speelde, zag ze haar kleine Hermes naar haar kijken. Zoals zachte avondwind gebladerte naar de nacht laat bewegen, wiegde hij met zijn hoofd de opbouw van de cantus firmus mee. Hij herkende de fuga in het voorlaatste gedeelte die bijna als een canon om het thema draaide.

3453265011

Een kind dat net voor kerstmorgen beseft dat het wonder heeft plaats gevonden en in die seconde bovenaardse glorie zich levenslang zal wentelen. Gebrande beelden. Een slapende geliefde in de vroegte van de nieuwe dag, licht tussen bloesems, maar ook de leegte van verlatenheid of de blik van een jongen die nu doodstil in de weergalm van het slotakkoord heel diep zucht.
‘Zou je mij les willen geven,’ zal hij haar later vragen, de ogen neergeslagen.
Ze kijkt naar zijn lange vingers, zwart van het voorbije opruimwerk.
‘Gewoon om de klanten te laten horen hoe hun nieuwe orgel zal klinken, niet om te concerteren. Ik kan wel een beetje piano spelen, en natuurlijk speel ik enkele zinnen om de verschillende registers uit te testen, maar zoals jij speelt, dat is zo anders, mevrouw Emilie. Vergeef me dat ik steeds maar jij zeg, ik ben dat beleefde gedoe niet zo gewoon.’
‘Speciaal voor jou,’ zegt ze.  ‘Luister goed, het is je eerste les.’

Uit de triosonate nummer 2 in C klein speelt ze het largo, haar stuk voor de dagen zonder woorden. Haar vader had haar verteld dat het oefenstukken voor Wilhelm Friedmann waren geweest, Bach’s  oudste zoon. De trage melodie wordt door zacht gesuis omgeven, alsof een luisteraar op de achtergrond zachtjes ingehouden een tegenmelodie meefluit zodat het sacrale werelds gekaderd is. De doordringende ogen en de zwarte vingers. Een kus en de onbereikbaarheid. Stel dat het tegelijkertijd eergisteren en overmorgen zou zijn: mensen lopen voorbij.

Hij probeert te glimlachen, maar er loopt een traan op zijn geveegde wang. Hij knikt.