monet.coquelicots

35.

Natuurlijk ging ze terug naar de Boulevard du Capucines, 35. Uit wantrouwen. Emoties kunnen niet zonder, dacht ze. Ze wilde weten of ze zichzelf niet had bedrogen, of ze gefixeerd door een overvloed aan geschilderd licht zich een andere werkelijkheid herinnerde dan wat er op het doek stond. Ze dacht aan een tekening van Daumier waarin een deftig geklede man een volksvrouw zijn geneeskrachtige handen voor haar gezicht hield. En haar vader: ‘De Geest verschuilt zich nooit in zweverigheid, chère Emilie. Les voix célestes moeten het afleggen tegen de uren verveling en het eindeloze herbeginnen. De Creator Spiritus moet het niet van tranen hebben maar van de druppels zweet, chère enfant.’

Met dat wantrouwen gewapend beklom ze de trappen naar de tweede verdieping en besloot ze zich afstandelijker op te stellen,  Ze liep langs de stillevens van Antoine Attendu, de landschappen van Louis Latouche en Auguste de Molins, maar voor ze zichzelf kon geruststellen met het idee van een onverklaarbare lang voorbije extase stond ze oog in oog met ‘Les coquelicots à Argenteuil’ en ‘Impression, soleil levant’ van Claude Monet. Een veld klaprozen met vooraan rechts een dame met parasol en een kind, voor de helft onzichtbaar door de hoge bloemen en grassen waarin het  zich met zijn moeder   naar de de hoek van het beeld haastte. Aan de andere kant een doek waarin een oranjerode zon met wilde rode streepjes in het water weerkaatste, links de silhouetten van schepen, centraal het zwarte van een roeibootje. 

3424051470

Het allereerste ogenblik, de geboorte van de extase, is inderdaad nooit te herhalen, maar de intensiteit van de vervoering keerde onmiddellijk terug. Probeerde ze het later als een ‘verbinding’ te beschrijven, een connectie tussen de wereld waarin levende mensen zich bewegen en de wereld van het geschilderde licht, dan was het vooral de ervaring van verandering die haar trof. Meestal waren schilderijen statige afbeeldingen waarin roerloosheid het haalde op het ongrijpbare van het moment. Buiten het leven geplaatst was een portret of een stilleven een condensatie die niet meer aan  verandering onderhevig was. In de klaprozen van Argentueil besefte je het onberekenbare van wolken boven het bloemenveld, de lichtinval van dat bepaalde moment van de dag, net zoals de opkomende zon boven het water zich maar één ogenblik op deze manier kon spiegelen. Toch bleven de kleuren zinderen, waren ze geen bevroren seconde, maar hadden ze door dit momentele een verleden en een toekomst. De magie verkoolt de tijd. Meestal moest je om dit doel te bereiken de tijd doden, het voorbije op sterk water zetten, maar de meeste van deze schilders wisten dat het ogen-blik kostbaarder was dan de samenvatting waarin het idee werd ingekapseld.

1.50

Zij namen het op tegen de tijdelijkheid van het bestaan. Hun wapen? De kleinste tijdseenheid zelf, een moment dat uit een voorbij moment een toekomend ogenblik inhoudt en in deze korstondigheid zichtbaar is gemaakt. Het onbelangrijke in beeld gebracht. Verstoppertje spelen. Cache-cache. Het doek van Berthe Morisot waar de jonge moeder het kind vindt dat zich achter een pril boompje heeft verborgen. Of van dezelfde ‘Sur l’herbe’. In de wei. Een kindje ligt tegen de zittende moeder aan. Wit tegen zwart. Het vlindernetje op de grond. Een hondje zit op zijn hurken en kijkt naar hen beiden. Op de achtergrond een ouder meisje, hoed in de hand tegen het groen van jong loofwoud. De tijd is doorzichtig geworden. In het niets van het gebeuren is alles aanwezig.

Ze beseft dat deze durf haar ook bang maakt: er komt een einde aan het grote verzwijgen, er is geen stilistiek meer voorhanden om je onbeschrijfbare gedachten te verbergen. Wie verf leven geeft, zal de sterfelijkheid zichtbaar maken, haar uit de kartonnen helden weghalen, de heiligen met de voeten op de grond zetten en hen in het voorbijgaan oplossen. De heiliging van het ogenblik verbrandt de goden. Papa, zegt ze zonder woorden, dit is het vuur van de Creator Spiritus.