Bazille_-_Bazille's_Studio;_9_rue_de_la_Condamine,_1870.jpg38.

‘Groot was hij, en zeker van zijn stuk. Frédéric Bazille. Vanuit Montpellier kwam hij in Parijs medicijnen studeren, maar hij verkoos te schilderen, en met welstellende ouders achter zich kon hij die droom verwezenlijken. Hij passeerde langs het atelier van Charles Gleyre en had oog voor de jonge mensen en hun eigen manier van schilderen. Steun voor Monet was hij die zich bij Frédéric had aangediend, steen om de hals, klaar om zich te gaan verdrinken. Bazille hielp hem waar hij maar kon, leende zijn atelier uit , nam deel aan de disputen in het café Guerbois waar de schilders samenkwamen. Manet, ik zeg vol respect ‘meester’ Manet was er, Renoir en Zola, om muzikant Edmond Maître niet te vergeten. Hij heeft ze samen geschilderd, personages in zijn atelier, rue de la Condamine. Zola leunt er over de trap naar de zittende Renoir. Edmond speelt aan de andere kant op de piano en bij het raam discuteren Manet, Monet en Bazille zelf bij een schilderij op een ezel. Sommige mensen zijn magneten. Frédéric had die uitstraling.

4128585972

Ik heb in zijn atelier een wonderlijk doek gezien. Ik denk dat hij het ‘Scène d’ été’ genoemd heeft. Jonge mannen in de natuur met een vijver op de voorgrond. Achteraan twee worstelaars, aan de rand een jongen die als een heilige Sebastiaan tegen een boom leunt en wegdroomt, of naar de jonge jongen in het water kijkt. Tegenover hem helpt een bebaarde man een zwemmer uit het water, en een andere jongen ligt in het gras terwijl hij naar de verte kijkt waar nog iemand zich uitkleedt.  Het is er zomer. Berkenbomen boven jonge tinten groen, en hoog in de lucht enkele wolkenvlekjes.  Ik moet mijn ogen maar sluiten om het doek te zien. Je zou je bij de Griekse goden kunnen wanen. Het water, de houdingen, ze lijken een beetje onbeholpen, maar het is het licht, het zomerlicht dat hun bewegingen vertraagt. Jongens in het licht, zou ook een mooie titel geweest zijn. Toen ik dat had gezien wilde ik zoveel mogelijk mensen buiten schilderen.’ 
‘Een wonderlijk man als ik je goed begrijp. Zeg je nu dat hij het was die jullie aanzette om deze tentoonstelling te organiseren?’
‘Hij bracht graag mensen samen, wilde dat we de nieuwe schilderkunst zouden tonen, en het waren vooral Degas, Manet, Pissarro en Cézanne die hem wilden gedenken met een gezamenlijk initiatief. We kunnen hem niet terugbrengen, maar we proberen te bewijzen dat we hem begrepen hebben.’
Frédéric_Bazille_004.jpg
‘De dwaasheid van de oorlog, de holle woorden dat ‘L’Empire’ de vrede zou zijn. Zijn regiment dat in Algerië een versnelde opleiding krijgt. Hij had zich kunnen vrijkopen, maar hij wilde zijn plicht niet ontlopen. Tegen generaal d’ Armagnac had hij nog gezegd dat hij wist niet te zullen sterven want hij had nog te veel dingen te doen in het leven. Als fourier kreeg hij meer met de pen dan met het geweer te maken. Maar het ‘En avant! En avant! brengt hen naar de Duitse stellingen. De generaals willen hun eigen stad niet bombarderen maar dat tekort aan vuurkracht jaagt de tegenstander niet op de vlucht. In die vreselijke chaos ziet hij bij een holle weg kinderen lopen.  Hij wil hen beschermen. Hij loopt naar hen toe. Twee kogels raken hem.  Het zal tien dagen duren eer vader Gaston Bazille, ondanks de Duitse bezetting, de gracht vindt waarin het lichaam van zijn kind ligt. De sneeuw en de kou hebben het beschermd. Hij zal het op een karretje tot in Montpellier brengen.  Wij kregen het nieuws pas weken later te horen.’

Buiten was het donker geworden. Ook de tweede bezoekerssessie die van acht tot tien uur liep zou weldra afgelopen zijn.
Zwijgend keken ze naar de avonddrukte op de Boulevard.
De jongens in de zomer. De jongen onder de sneeuw.
Na de oorlog waren de Morisots naar de rue Guichard verhuisd waar Berthe een voorlopig atelier in haar eigen kamer had ingericht. Einde janauri was vader Morisot gestorven.  De bruiloft van Berthe en Eugène Manet werd tot na het einde van de rouwperiode uitgesteld. Tot net voor kerstmis van dit bijzondere jaar.