Berthe Morisot Edouard_Manet_040.jpg

37.

Les arts d’ agrément.’ Of Emilie de term kende?  ‘Muziek, zang, la broderie, les bonnes manières,  de kunst van het bloemschikken, en wellicht ook tekenen om de verveling van jonge juffrouwen te verdrijven tijdens de lange momenten van nietsdoen en gewoon mooi zijn in afwachting van de heer des huizes.’
‘Om het pianospelen niet te vergeten, het ideaal voor de jonge bourgeoise.’
‘Maman droomde zelf van een muziekcarrière al kon ze niet eens haar toonladders spelen.  Maar de drie meisjes moesten eraan geloven.’
‘ Drie meisjes? Ik dacht dat je maar één zusje had, chère Berthe?’
‘In de echte betekenis van het woord heb ik je daarstraks het bestaan van het oudste Morisot-kind verzwegen. Een meisje met een jongensnaam. Yves.  Een kalm jong meisje, nooit problemen, elegant, traag, gehoorzaam. Et sa bouche en accent circonflexe. Maar echt zusje was ik alleen met Edma.’

Emilie wilde graag enkele gebakjes bij de thee in het café de la Paix van het Grand Hotel, maar Berthe weigerde kordaat. Nu ze de kans had om met een heuse vriendin te praten, zou ze niet kunnen eten. Ja, ze was van de Morisot’s de meest moeilijke om mee te leven.  De meest nerveuze wellicht. Schilderen bracht haar rust.  Niet dadelijk.  In het begin moest ze zich concentreren, de wereld buitensluiten. Maar de druk van het penseel op het doek of het papier, opende de deur naar een andere wereld. Of orgelspelen diezelfde uitwerking had wilde ze weten. 

berthe_morisot_by_manet

‘Het werk begint in de stilte voor het stuk. De tijd nemen om de melodie te spelen in mijn hoofd nog voor ik mijn vingers op de toetsen heb gezet. In de galm van het laatste akkoord wordt het ook stil in mijn hoofd.’
‘En er blijft alleen de herinnering over, dat vond ik zo mooi als ik  met Edma een stuk voor vier handen speelde en we daarna elkaar konden aankijken en wisten dat we in die andere wereld samenwaren zoals je in de echte nooit samen kunt zijn. Weet je, Emilie, dat de piano oorzaak is geweest van mijn liefde voor het tekenen en schilderen?’
Ze nipte even aan haar intussen koude thee.

4113607242

‘Maman wilde dat Edma en ik ons pianospel zouden perfectioneren bij een bekende leraar. Stamaty fils. De man zelf beperkte zich tot zwijgen, knikken of hoofdschudden, had het over stilzitten als een beeld waarvan alleen de spieren van de armen en vingers mochten bewegen. Maar aan één van de muren hing een prachtige tekening van Ingres waarop de familie Stamaty was afgebeeld. De oudste dochter zittend bij de piano, linkerhand op het klavier terwijl ze zelf naar ons kijkt, vader Stamaty in redingote naast het instrument, rechterhand in het colbert.  Voor hem zit zijn vrouw waartegen de toen zevenjarige pianoleraar zich aandrukt, achter haar, zacht leunend met zijn rechterarm op de leuning van haar stoel een grotere zoon, zo’n twaalf dertien jaar oud. In de linker benedenhoek een speelgoedkarretje en tegen het voetenbankje van de glimlachende moeder een harlekijntje, speelgoed van de zevenjarige die ons nu als volwassen man de muziek van Chopin probeerde bij te brengen. Die tekening, door Ingres in 1818 in Rome getekend, het jaar van vader Stamaty’s dood overigens, bleef mij boeien, kon ik na twee lessen oproepen tot in het kleinste detail. De innigheid, de compositie -de mooie dochter aan de ene kant, vader moeder en de twee jongens aan de andere kant, de lijnvoering. En vooral, de atmosfeer, de liefdevolle personages die je troostten. Het fijne gezichtje van de zevenjarige Camille, dichtbij zijn moeder en vanuit die veiligheid ons teder aankijkend. De prachtige grote jongen, beetje dromend tussen jongeman en kind. De moeder met bloemenhoed, de rustige goedmoedige vader en het prachtige jonge meisje aan de piano, ze leken zo echt, zo gelukkig dat je bijna het akkoord hoorde onder de vingers van de dochter. Meermaals moest mijn leraar me terug naar het blad brengen, omdat ik steeds weer naar de tekening wilde kijken.  De les kon niet lang genoeg duren en maman prees mijn ijver en zei dat ik moest volhouden want later zou ik tevreden zijn met mijn muziek andere mensen gelukkig te kunnen maken.  Maar haar Berthe werd niets anders dan een ‘artiste peintre’. Dat was haar droom die bij de tekening van Ingres begon. Hoor mij, chère Berthe, het is maanden geleden dat ik zo innig en open met iemand kon spreken. Alsof jij het meisje aan de piano bent. Wat ik ’s nachts haar vertelde zal nooit iemand weten. Nous mourons tous avec notre secret.’