SPIRITUS (26)

St-Clotilde_transept_gauche_rwk.JPG

26.

De uitvergroting van haar Sainte Cathérine in Lille waarin ze was opgegroeid bevreemdde haar. Het heimwee naar de gothiek zonder dat je zou rekening houden met de schemermomenten, met de zachte overgangen tussen licht en donker, vertelde meer over de aardse macht dan dat ze zou borg staan voor hemelse verrukking. In de Saint Clotilde overgoot het licht het hoge interieur. Ook buiten hadden de bouwmeesters dat opstuwende vertaald in de bijna doorzichtige dubbele torens die gaten in de wolken konden prikken, terwijl de platte versie in haar geboortestad haar vertrouwd had gemaakt met de onmacht, het bekennen dat hemel en aarde wel duidelijk zeldzaam verbonden territoria bleken.  De Parijse miste het contact met haar omgeving.  Er was nadrukkelijk een grote ruimte vrijgemaakt waarin er na twaalf jaar een reus verrees die elk ogenblik kon opstijgen zonder zich te bekommeren om het lot van het menselijk gewriemel onder haar. Ook haar lengte beklemtoonde die overmacht. Je moest bijna honderd meter lopen om ingang en altaar met elkaar te verbinden.

‘Cavaillé-Col werkte bijna zes jaar om er dit orgel te installeren. Van het allermooiste wat hij gemaakt heeft, geloof me.’

Hij wees haar op de geraffineerde harmonisatie, op de unieke details zoals de clarinet van het positief en de trompet van het récit. Hij toonde haar aan hoe de orgelbouwers door een bijzondere opstelling de monumentale druk van het gebouw hadden overstegen  die de sonoriteit van het positief bijna zo intens liet klinken als die van het grote orgel. Hij vertelde haar over de inauguratie in december 1857 waar hij en collega Lefébure-Wely geconcerteerd hadden. De Final en si bémol majeur van zijn Six Pièces d’ orgue had hij gekozen en twee Préludes et fugues en mi mineur van Bach. Lefébure-Wely improviseerde op een Adeste Fidelis gezien de tijd van het jaar en daarbij aansluitend  een grand choeur op het lied ‘Il est né le divin enfant’.

3587830199

Hier speelde hij dus elke zondag de hoogmis om negen uur, na de preek, en de vespers om drie uur. Hier kon hij werkelijk zijn improvisaties verfijnen, hoorde hij niet eens het belletje waarmee de pastoor het einde van zijn spel vroeg, tot een elektrisch exemplaar luid genoeg klonk om de wil van de geestelijke duidelijk te maken, maar hij op zoek naar de juiste modulatie voor een geschikt slotakkoord toch nog de nodige tijd nam tot beide misdienaars naar boven werden gestuurd om de herderlijke wil kracht bij te zetten.

Of hem de overvloed aan ruimte niet stoorde? ‘De muziek maakt haar eigen ruimte. Vaak vraag ik aan mijn leerlingen: heb je ze gehoord voor je ze opschreef? Heb je goed geluisterd? Als je ze daarna speelt, of bij een improvisatie, moet je doen wat de muziek vraagt. Als je deze nieuwe kerk groot vindt dan is dat nog niets bij de innerlijke ruimte waaruit de muziek ontstaat. Luister.’

lam
Hij zette zachtjes een zin aan, maakte het thema duidelijk door een herhaling en bouwde op die ontwikkeling een tweede motief.

‘Het eerste thema komt uit mijn klein schriftje waarin ik ze verzamel als uitgangspunt voor mijn leerlingen en  mijn eigen composities. Maar elk thema is een twijgje waaraan diverse andere takjes en bloemen ontspringen. Luister, Clarinette van II, of de harmonische trompet van III, daaruit kun je contrapuntisch werken op het andere klavier. Niet te vlug naar de Voix humaine, maar luister naar de Voix Célestes en Gamba op III, op II, de Bourdon van 16 op II en III.  Het zijn geen effecten meer, maar ze scheppen een diepte die je kunt opvullen. Dat is de ruimte. Nu moet je zelf dit wonderlijke instrument aandurven.  Ik weet dat je een voorkeur voor Merklin hebt, maar zijn concurrent en collega moet je uitproberen. Er is meer gemeenschappelijks aan hun wonderlijk bouwersbrein dan je zou vermoeden. Zoek je een thema?  Over enkele weken is het Pasen. Isti sunt agni novelli, een prachtige zang voor de nieuwe lammetjes.’

SPIRITUS (25)

Organ_of_Pauline_Viardot_-_Aristide_Cavaillé-Coll.jpg

25.

‘Allons, musiquotons un peu! Marianne, La regata veneziana!’ Applaus van de aanwezigen. Saint-Saëns achter de piano voor het succesduo van Rossini gezongen door moeder en dochter:

‘Voga, o Tonio benedeto,
Voga, voga, arranca, arranca:
Beppe el suda el batte l’anca,
Poverazzo el nol pò più.’

Langs de portrettengallerie verliet het gezelschap de ‘zaal voor de wereldse muziek’ om enkele trappen lager bij het Cavaillé-Col orgel te komen, Pauline’s ‘geestelijke’ muziekruimte. Het afwerend gebaartje van César Franck -hij wilde zelden onvoorbereid concerteren- bracht de gastvrouw zelf achter de klavieren.

Innig en in een golvend tempo speelde ze zijn Prélude, fugue et variation. Met de naklank van het zeemanslied vloeide hier de traagheid van het ware, het sijpelen uit de rotswanden, naar de heldere wateren waarboven de geest zijn vleugels spreidde. Emilie sloot haar ogen bij het openbreken van de stuw in de fuga, -was hij geschrokken van de kracht- dadelijk terughoudend naar het vlechtwerk van de verschillende stemmen, tot in haar vingers voelbaar waren ze en nagalmend waarover het thema in de variaties zijn troostende en versnelde melodie hernam en de stilte waarin het verdween al duidelijk maakte nog voor het uitstervende slotakkoord.

1000824231
Er was thee en brioches. Liederen van enkele leerlingen onderbraken de gesprekken. Paul, de jongste Viardot, speelde een eigen compositie op de viool, een eigenzinnige bewerking van een  lied dat zijn moeder op de tekst van Sully-Prudhomme had gecomponeerd: ‘Ici bas tous les lilas meurent. Hij droeg het op aan een zekere Berthe Morisot, vrouwelijke schilder wiens vader einde januari overleden was. Enkele leerlingen onder leiding van Pauline brachten het daarna als lied:

Ici-bas tous les lilas meurent,
Tous les chants des oiseaux sont courts,
Je rêve aux étés qui demeurent
    Toujours…

De gesprekken gingen over het avontuur  van een groep schilders, waaronder één vrouw, de reeds genoemde Berthe Morisot, omringd door nieuwsgierigen, die een eigen salon wilden organiseren in de loodsen van Monsieur Félix Tournachon, beter gekend als Nadar, Boulevard des Capucines, 35. ‘Les Indépendants’, of: la Société anonyme cooperative des Artistes Peintres, Sculpteurs, Graveurs. Felix, vriend van Manet, Baudelaire en Offenbach was bekend door zijn karikaturen en experimenteerde met het nieuwe medium fotografie, ja was zelfs met een ballon de lucht ingegaan om de wereld van boven te bekijken en op de fotoplaat vast te leggen. Monet zei dat Nadar bon comme le bon pain was, een warme man die nu eens rijk dan weer arm was maar altijd bereid bleek vrienden en vriendinnen bij te staan zeker nu hij zijn studio, twee verdiepingen hoog, ter beschikking stelde van de avontuurlijke groep schilders. Enkele voorname deelnemers waren Claude Monet, Edgar Degas, Camille Pissaro, Alfred Sisley, Pierre-Auguste-Renoir, Henri Rouart en Berthe Morisot als enige vrouw. Op 15 april, twee weken voor het officiële Salon zijn deuren zou openen, wilden ze hun eerste bezoekers verwelkomen. Dertig onafhankelijken met een tweehonderdtal werken.

797107202
Puvis de Chavannes vond het maar niets. ‘Le public se fera une joie de ne pas venir!’ Ook Manet wilde niet bij de groep ‘anonymes’ horen, net nu het publiek zonder haat of lachlust zijn werk begon te smaken. Hij had het Berthe ten stelligste afgeraden.

César luisterde vooral. Of Emilie niet te moe was van deze drukte? Dit smaakte naar leven, chèr maitre. Ze wilde zeker met Pauline Viardot kennismaken, misschien met Saint-Saëns praten, de jonge Paul aanmoedigen, de orgelklas in het conservatorium volgen, de tentoonstelling van de ‘onafhankelijken’ bezoeken mocht ze tot dan in Parijs kunnen blijven. Maar ze wilde hem niet nodeloos laten wachten, ze wist dat hij worstelde met de derde ‘Béatitude’,  Ze had de tekst gelezen. ‘Nous sommes les fléaux de Dieu, comme un ouragan qui gronde. Nous envahissons le monde.  Le fer et le feu..’ Hij glimlachte.  ‘Je vergeet: nous ouvrons la route, chère amie.  Ouvrons la route. Is er iets mooiers voor een man op jaren?’

SPIRITUS (24)

La_Malibran_(Maria)_par_F._Bouchot.jpg24.

‘Zij was veertien, misschien vijftien en ikzelf nauwelijks dertien  toen we elkaar ontmoetten bij een optreden in het concert de la Grande Harmonie in Brussel, enkele weken nadat Georges en ik voor koning Leopold hadden gemusiceerd. Charles Beriot viool, de contralto Maria Garcia-Malibran, zijn echtgenote, en haar zusje Pauline Garcia die Liszt tot een degelijke pianiste had opgeleid, begeleidde haar. Twee jaar later, na de vroegtijdige dood van Malibran, werd Pauline als  vocale soliste bekend onder de familienaam van haar echtgenoot Louis Viardot, een wonderlijke stem en wat velen vergeten, een hoogst originele componiste.’

De fiacre kwam nauwelijks vooruit in de rue de Rivoli. De metselwerken voor Frémiet’s Jeanne d’ Arc versmalden de doorgang op de Place des Pyramides. Voorbij het Louvre werd er aan de sporen voor de nieuwe lijnen van de Tramways Nord gewerkt zodat het ook daar weer aanschuiven werd. Ze verwachtte elk ogenblik Simon Philippart te zien opduiken, de armen in de lucht, faut du patience chère demoiselle, une mission démocratique et culturelle, Paris ne s’ est pas fait en un jour!

tourgenjew.041.jpg
‘Monsieur Viardot was veertig, zij achttien. De manager van haar carrièrre. Toen de Russische schrijver Ivan Turgenev haar in ‘de Barbier van Sevilla’ hoorde, is hij door Eros’ bliksem getroffen. Hij is haar gevolgd, installeerde zich in het huishouden van de Viardot’s en zorgde voor hun kinderen alsof het de zijne waren. Zij werd de beste critica van zijn werk, introduceerde hem bij belangrijke mensen, bekommerde zich niet om wat over hun zogezegde ménage à trois werd geschreven of gezegd, en inspireerde componisten als Chopin, Berlioz, Saint-Saëns en creëerde Fidès in Meyerbeers ‘Le Prophète’. Ze spreekt vloeiend Spaans, Frans, Italiaans, Engels, Duits en Russisch en was een voorname gast in de Sint Peterburgse opera midden jaren veertig. In Baden-Baden bouwde ze hun eigen theatertje voor voorname gasten, hadden ze hun eigen kunstgallerij, en na de val van Napoleon III is ze in 1870 mijn collega aan het Parijse Conservatorium geworden. We delen de liefde voor Schuberts’ liederen , de eerbied voor de melodie, chère Emilie, les phrases lyriques. Franz Liszt heeft al vroeg de transcriptie van  twaalf liederen uit ‘Chants du cygne’ en ‘Voyage d’hiver’ aangevuld met nog eens acht liederen. Voor Pauline Viardot heb ik zelf le Roi des Aulnes bewerkt, een gesmaakte poging mag ik wel zeggen, al noemde een criticus mij le ‘César des pianistes’. Het begeleiden is een bijzondere vorm van onderlinge verstandhouding. In dezelfde zaal van de Rédemption vroeg Pauline mij haar te begeleiden bij de aria’s uit ‘L’ Italienne à Alger’ van Rossini. Als volleerde pianiste kon ze onmiddellijk zeggen wat ze wenste, begrepen we elkaar zonder al te veel woorden.

SCHEFFER.jpg
Buiten drensde de regen op de straatstenen van de Rue de Clichy.  Emilie zei dat deze nieuwe wereld haar bevreemde. Hij stelde haar gerust.  Hotel Viardot was bekend om zijn gemoedelijkheid. De gastvrouw zou zich achter haar Cavaillé-Coll orgel begeven, zelf iets zingen of een van haar leerlingen begeleiden. Daarna was er thee en brioches. Geen champagne, geen koude buffets die je in elke Parijse soirée kreeg aangeboden. Het was een treffen van kunstenaars, vrije geesten, geen geroddel van namen uit de Gothaer Almanak. Talent was het visitekaartje, en naar Franck’s bescheiden mening was de dochter van zijn vroegere studiegenoot daarvan rijkelijk voorzien.

De zestienjarige Paul Viardot wachtte hen persoonlijk op. Achter hem het portret van zijn moeder, geschilderd door Ary Scheffer. De gelijkenis viel haar onmiddellijk op. ‘Les mains d ‘ une artiste,’ zei hij voor hij haar handpalm kuste. Ze wilde iets over zijn prachtige jongensogen zeggen, maar zweeg en bleef hem aankijken totdat hij haar reisgezel begroette.

SPIRITUS (23)

La+Leçon+de+piano.jpg

 

23.

‘Het was de tijd van de ingesnoerde tailles, de opggeblazen mouwen en de gladde haarlinten, de hoge dotjes, de kleine voetjes, en herinner je Athanasie, Pépina, Elodie, Victorine en het meisje Félicité dat in 1846 ook jouw een lesje mocht leren, cher César.’  Hij knikte, maakte met zijn uitgestoken vinger duidelijk dat zij het toenmalige meisje was waarop de vrouw des huizes terug naar de keuken trok terwijl ze ‘mais oui, mais oui,’ bleef herhalen op een toon waarin ironie en berusting harmonisch samenklonken.

Het zijn de ogen, dacht Emilie, de naïeve ogen in het heldere gezicht dat door de bakkebaarden nog groter leek. Bijbels en tegelijkertijd jongensachtig. Zonder voorbedachte rade keken ze van het blad naar je vingers en vandaar raakten ze even de ogen van de lieftallige leerling. ‘Nauwelijks zes juffrouwen kwamen toen aan huis,’ zei hij.  Natuurlijk waren er ook de lessen rue des Martyrs, in het college Rollin waar hij in 1840 Jacques Offenbach als collega had, en de Augustins de l’ Assomption, Faubourg Saint Honoré en later de Jezuieten in Vaugirard.  Mademoiselle Félicité Desmousseaux kon hij niet alleen opleiden tot een uitstekende pianiste, ze werd zijn echtgenote. Plus que la musique, l’ amour.

lecon_piano_60
‘Maman en César, chère mademoiselle Emilie, dat was van in het begin innige vriendschap. Joséphine Desmousseaux, ze is nu bijna zeventien jaar dood, een bekende naam van een pure comédienne met een stem als een klok en een hart van goud.’  Ze bleef intens knikken terwijl ze het gebak in plakjes sneed. ‘En nichtje Claire Féréol, een nachtegaal, daar heeft César een bekwame pianiste van gemaakt.  Enfin, drie muzikale vrouwen voor de prijs van één.’

Hij gaf toe dat zij zijn tweede familie waren geworden. Papa Féréol, schilder en een van de beste zangers van de Opera Comique animeerde het Institut musical d’ Orléans. Hij wilde dat zijn dochter Claire een goede pianiste zou worden zodat ze zijn zanglessen kon begeleiden. Ze logeerde een jaar lang bij haar nichtjes Desmousseaux, boulevard Montmartre. ‘Ze kreeg zelfs een nieuwe piano van haar vader omdat ik de mijne van ’s morgens tot ’s avonds zelf nodig had, maar voor de rest deelden we onze kamer en zelfs het kleine bed,’ zei Félicité. ‘En in dat maison du Bon Dieu was César-Auguste l’ oracle  des dames!’

franck-cesar-624x351.jpg
‘Een vrij streng orakel,’ verbeterde hij. ‘En ongeduldig, chère Emilie! Hij stampte de maat met zijn voet, en liet ons eindeloos opnieuw beginnen.  Traantjes! Geen les of een van ons beiden barstte wel eens in snikken uit. ‘Ma fille, “la naïade lacrymale” kreeg ik van maman als bijnaam.’

‘De werkelijkheid gebied mij te zeggen dat ik toen om haar te troosten. “Deux Mélodies pour piano’ heb geschreven, A Félicité, eentje in re bémol majeur en de andere in mi majeur. Maar al die verhalen vervelen wellicht onze gast. Mensen met een verleden staan de jeugd met toekomst wel eens meer in de weg. Geeft je vader nog wel eens een concert, en heb je zelf plannen in die richting?’

Ze haastte zich te zeggen dat hun verhalen voor haar eten en drinken waren, een oprecht bewijs van hun genegenheid. Ze keken naar de slapende baby in het reiswiegje. ‘Hij moet zijn verleden nog verdienen,’ zei ze. ‘Papa is met de Saint Cathérine vergroeid. Hij bezoekt musea zoals wij familie opzoeken. Alsof hij in een andere tijd leeft. Ik herken  dat ook bij mezelf. Ik heb niet zo’n hang naar publiek.  Misschien is het angst, of schaamte. Maman verovert graag de wereld.  Voor papa en mezelf is die wereld vaak te groot, te verwarrend.’

‘Zal ik je dan donderdagavond mogen meenemen naar de salons van de familie Viardot ? Vorig jaar was Pauline Viardot nog de soliste in de Marie Magdalène van Massenet .Ik ben een beetje haar pianist préferré, vooral voor haar Schubert-vertolkingen. Een merkwaardige dame, chère Emilie. Omringd door merkwaardig gezelschap, al heb ik daarover zelf ook niet te klagen.’

SPIRITUS (22)

salle herz2.jpg

22.

Ook in bange tijden kan het lot zijn glimlach tonen waar de onzekeren een grijns verwachten. De heer Philippart betaalde snel openstaande korte termijn-leningen terug, de société anonyme des Ateliers de la Dyle en de firma Durieux en Cie berekenden de constructie van de koninklijke serre op 321.363 goudfrank voor een totaal gewicht van 343.000 kilogram ijzer en waren zo vriendelijk de toeziende professor-ingenieur ruime voorschotten op de reeds geleverde berekeningen en schetsen uit te betalen terwijl architect Balat zijn plannen bleef wijzigen, en dus de tekeningen voortdurend werden aangepast terwijl de metselwerken al konden beginnen.

Omdat de constructie van de oranjerie op het landgoed en de herstellingswerken nu ook van start konden gaan en Emile dag en nacht tekende, tussen aannemers, constructeurs en importeurs pendelde, cursussen voorbereidde en scripties begeleidde,  was er weinig plaats en tijd voor een ordentelijk gezinsleven. Emilie reisde met Marie en kleine Léon naar Parijs waar ze door toedoen van l’ abbé Pierre-Ambroise Hamelin, deken van de Saint Clotilde,  in de rue de Bourgogne een belle étage huurden.

Paris_Basilique_Sainte_Clotilde_left_side_view.jpg
Ze mengde zich anoniem onder het publiek om de opvoering van Franck’ s ‘Rédemption’ bij te wonen, rue de la Victoire, salle Herz, een koude februari-avond, enkele dagen na haar aankomst in Parijs. Het oratorium verraste haar, De kreten van de spreker, Ah! Malheur aux vaincus, de stevige vragen van het koor, ‘Où mènent tes chemins, de symfonische brug tussen de twee delen, de dramatiek, de aandrang tot de Heer om naar beneden te kijken, bien bas, het slotkoor  als synthese, seigneur, seigneur! De gevel waarin de deur verborgen blijft, het innerlijke al is prijsgegeven in de ornamenten, maar het geheim, bien loin du port béni, in de teatraliteit onbereikbaar schijnt.

Ze beseft dat ze de taal van het vertoon niet kent, dat haar spraakkunst van de gezongen collectiviteit beperkt blijft tot de kerkmuziek. Ze schrijft in haar dagboek: ‘Ik ken een beetje  zijn orgel- en pianowerk, maar geconfronteerd met deze symfonische poëzie, ontgaat mij de innerlijkheid, al zal ze best door haar architectuur de nodige indruk maken voor wie het wijdse liefheeft. Het zal moeilijk zijn om hem mijn ervaring duidelijk te maken mocht hij daar belang in stellen. Voor een meisje uit het Noorden is het kontrastrijke palet vreemd. Ik kom uit de streek waar aardekleuren overheersen onder wolkenkoepels.  Dit is een wereldstad. Hier spreken de mensen luider, laten ze vlugger hun afkeuring blijken, zijn ze andere ritmes gewend. Hier is de hemel volgebouwd, de avenues net zo breedsprakerig als de koetsiers die een buitenmeisje bij de eerste oogopslag herkennen.’

De volgende dagen wandelt ze met kind langs de Seine. ‘Ik weet niet of deze stad voor jou iets zal betekenen,’ zegt ze hem. ‘Maar wil je je wel gedragen bij monsieur Franck?’ Het jongetje kijkt haar glimlachend aan, wijst met zijn handjes naar een voorbijvarende aak, en legt zijn hoofdje op haar schouder. Een rustig kind, zeggen de mensen. Maar ogen heeft het, ogen die alles willen zien. Soms denkt zijn moeder dat hij dingen herkent, dat hij in een vorig leven al eens in Parijs heeft rondgelopen.  Of gevlogen, dat kan ook.  Als musje of merel.

clotilde gewelf.jpg
‘Je kijkt als een vogeltje,’ zegt ze. ‘Een vogeltje dat weet dat het kan opvliegen als het beneden te druk wordt. Dat boven op de rand van een dakgoot de ware proporties van onze drukte begrijpt.  Kleine mensjes, kleiner nog dan het vogeltje.  Maar pas op, kleintje.  Ze kunnen niet vliegen, dus gaan ze op hun tenen lopen en met hun armen wieken. Ik denk dat de dakgoot soms vol lachende vogeltjes ligt. Omgevallen van zoveel gekheid daar beneden!’

SPIRITUS (21)

RivierenkaartVenlo.jpg

21.

Het lot is niet van voorbedachtheid te beschuldigen. Ook niet als je weet dat Jean Philip de Lunden in de Heilige Geest-straat in Venlo voor het magazijn van de drukkerij Bontamps  de toen bijna zestienjarige Marie-Paule Derijckere ontmoette,, en zij in het mooiste Duits hem met ‘welch ein netter Knabe’ begroette waarop ze wuivend, zonder om te kijken, de poort van het magazijn openduwde en ze met een flinke zwaai weer dichtzwierde. De manier waarop mensen indruk maakten op Jean Philippe had meestal met een zekere doortastendheid te maken. ‘Doen’ overtuigde hem vlugger dan het beredeneren van wat er gedaan kon worden. In het vestingswezen beweerde zijn vader dat je je nooit op de plongee mocht wagen, het schuine vlak op een borstwering. Natuurlijk kon je met een omtrekkende beweging een kwetsbare flank zoeken en daarop je geschut richten, maar met één of twee barbettes, (geschutsbanken) was het mogelijk over de borstwering heen te schieten. Het was een tactiek die je ook in het dagelijks leven kon toepassen:  nog voor je gesprekspartner zich achter een gladde redenering kon verschansen ging je op je spreekwoordelijke tenen staan zodat je tegenstrever het idee had dat je in zijn plannen kon binnenkijken en hij je nog voor je het vroeg vertelde wat hij wilde camoufleren.

whitebird-graphicsfairy005sm.jpg
Hij besefte te laat dat vrouwen  ‘hoogstandjes’ dadelijk in de gaten hebben. In het beste geval klopten ze hem vertederend op zijn stoere schouders, of trokken ze met één slim vraagje de stelten onder zijn platvoeten vandaan. Toen Marie-Paule even later buitenkwam, twee bundels wit schrijfpapier onder de arm, vroeg ze hem of hij op iemand wachtte, en of zij iemand kon roepen die hem kon helpen?  Hij wilde over zijn vriend, de burgemeester, beginnen, maar zij keek hem zo direkt in de ogen dat hij alleen maar ‘neen, neen,’ kon zeggen, en het tenslotte probeerde met de voor de hand liggende opmerking dat een meisje van haar leeftijd -schoonheid bedoelde hij- best door een man begeleid kon worden gezien de voortdurende onrust en plotse opflakkeringen van geweld in de stad. ‘Ver moest ze niet lopen,’ zei ze. Tot aan de Oude Markt waar zich de drukkerij bevond. Maar wilde hij even meelopen, dan kon dat.

BRIEF.jpg
‘Ik dacht dat ik u Duits hoorde praten,’ zei hij bij wijze van introductie. Ze knikte. Ze logeerde in Geldern, net over de grens. Daar had de drukkerij een bijhuis. Haar vader, een goede vriend van de familie Bontamps, wilde de vestiging in Luik financieren. ‘Hij denkt dat boeken en drukwerk de toekomst zijn. Hij is directeur bij de Banque Internationale du Luxembourg en omdat hij weinig thuis is, vergezel ik hem wel eens en organiseer ik zijn agenda en dergelijke dingen. Hoort u bij de Belgische troepen?’

Hij vertelde haar dat hij als ingenieur belangstelling had voor het vestingswezen en geen onbekende was van de vroegere garnizoenscommandant Brialmont, maar dat hij, net als haar vader als financier wilde optreden eens hij zijn studies had afgerond. Hij wilde nog iets over de jonge staat vertellen, maar zij vroeg hem of hij haar wilde vergezellen naar Geldern. Hij kon er met haar vader kennis maken, en over zaken praten, tenzij hij andere verplichtingen had.

Het lot is niet van voorbedachtheid te beschuldigen want in de schaduw van de Heilige Geistkirche in Geldern werden nieuwe plannen gemaakt waarin het familiekapitaal en de Banque Internationale du Luxembourg de weg openden naar een verbinding tussen een eigenzinnig meisje uit Den Haag en een jongeman uit de hoofdstad van een net ontworpen land. Zouden beide landen in 1839 definitief elkaar loslaten, de band tussen de geliefden versterkte met de jaren tot de families in 1836 een groots huwelijksfeest organiseerden dat gezien de belangen van de deelnemers in de stad Luxemburg doorging, waar de omringende nationaliteiten dezelfde taal van het kapitaal hanteerden. Twee jaar later kwam de kleine Emile in Brussel het uitzicht op de goed geplande toekomst versterken.

SPIRITUS (20)

catherine prent chappe.jpg20.

In zijn jonge jaren had hij op de platte toren van de Saint Cathérine nog de hoekige armen van de Chappe-telegraaf zien zwaaien. Deze communicator van de revolutie bracht in slechts tweeëndertig minuten een bericht van Parijs naar Lille, verbond Venetië met Lyon, Brussel met Lille, Antwerpen met Amsterdam. ‘Mettre le gouvernement à même de transmettre ses ordres à une grande distance dans le moins temps possible.‘  Een beschrijving uit de tijd toen de kerk nog een graanzolder was geweest voor ze in 1797 weer als cultusplaats mocht dienstdoen, met behoud van de zeven meter hoge mast, hemelsblauw geschilderd, inclusief laddertje om de mankementen aan de zwarte régulateurs te verhelpen. Meer dan achtduizend codewoorden kon hij overbrengen met zijn achtennegentig posities. In 1846 werd het mechanisme gedemonteerd. Stroom en geen stroom in morsetekens vertaald via stroomkabels die vaak langs spoorwegen liepen en stations met elkaar verbonden.  Nog bijna tien jaar bleven de werkeloze armen naast het huisje van de torenwachter op de platte toren waaronder hij, Louis Sannier drieënveertig jaar het orgel bespeelde.

3318169365
‘Je moeder is de bron van alle muziek. Muziek drink je met de moedermelk,’ zei zijn leraar François Benoist in de orgelklas van het Parijse Conservatorium waar César Franck zijn medeleerling was geweest. Met de moedermelk.  Het heimwee van een oudere man naar de eerste pianolessen van maman, de enige vrouwelijke professeur de musique in Nantes die zich met haar meisjesnaam Madame Finetty aandiende en zich om geen waarom Madame Benoist liet noemen. Dat was een nachtelijke bekentenis, de zeldzame keer dat hij onder invloed van een uitstekende rode wijn zijn zuinige mond voorbijpraatte en zich de volgende les beschaamd afvroeg of hij geen ontoelaatbare intimiteiten had verteld, ‘ah oui, les ravages du temps.’

Er was ‘Le diable amoureux’ van zijn hand, een ballet-pantomime en 3 actes et 8 tableaux waarin de minnares de duivel zelf bleek te zijn, maar vooral zijn ‘Messe de requiem pour trois voix d’ homme et une enfant, avec accompagnement d’ orgue ad libitum.‘ die hij in de uitgave van 1842 leerde kennen.  Hoe kon je in deze combinatie de zwijgzame meester vinden, de beweegredenen van deze stille man, wiens ‘...école était une pépinière d’ habiles organistes,’ zoals Miel schreef. Niet achter maar in de muziek verdwijnen, oplossen, zonder de wereld lastig te vallen met persoonlijke botsingen noch kortstondige verukkingen in de kleine binnenzee van de ziel.

782145811
Zeven jaar ouder was zij, Marie Louise Liebaert, Parijs in de lente van 1845. Beetje moedergehalte, jongensachtig in de manier waarop zij de wereld dacht te veroveren. Brugse pracht en Duinkerkse zeeroverij, zo vatte zij hun levens samen. Zij had een afspraak met het secretariaat van de aartsbischop, haalde een belangrijke bestelling binnen en regelde zijn aanstelling tot vaste organist van de Saint Catherine. Een jaar later waren ze gehuwd, woonachtig in zijn ouderlijk huis te Lillle en kwam in 1848 Marie-Emilie ter wereld.

Het schilderij van Pierre-Joseph Witdoeck, het laatste avondmaal, was net als deel van het  Heilig Hart-altaar opgehangen, een mysterieuze combinatie van het drietal Jezus, Petrus en Johannes. Boven spreidt God de Vader zijn armen, omgeven door wriemelende engeltjes. Tussen hem en Jezus hangt de witte duif van de Heilige Geest. Het hevige licht maakt Petrus, met gevouwen handen, bijna onzichtbaar terwijl de lang gelokte Johannes zijn hoofd op de schouder van de Heiland legt, de fijne handen gelaten zichtbaar door de over elkaar gelegde armen.  Op de tafel een reusachtige tinnen schotel met het gebroken brood in Jezus’ linkerhand terwijl hij zijn rechter arm lichtjes spreidt in congruentie met de vaderlijke arm boven zijn hoofd.

Het centrum van het werk is het licht waarin de duif de verbinding maakt tussen zoon en vader.  Het Heilige Hart van Jezus nog eens beklemtoond als een soort borduursel op zijn borst. Kwam het werk er als ‘bijdrage’ van de firma Liebaert of was deze coïncidentie net zo toevallig als zijn onverklaarbare ontroering bij het zien van zoveel mannelijke tederheid in het licht van de Geest? Was hij meer door het onderwerp dan door de academische iconografie getroffen? Zou de man met het brood weldra zijn ogen naar het jongenshoofd op zijn schouder richten, het strelen met de hand die nu nog Petrus leek weg te duwen?