Organ_of_Pauline_Viardot_-_Aristide_Cavaillé-Coll.jpg

25.

‘Allons, musiquotons un peu! Marianne, La regata veneziana!’ Applaus van de aanwezigen. Saint-Saëns achter de piano voor het succesduo van Rossini gezongen door moeder en dochter:

‘Voga, o Tonio benedeto,
Voga, voga, arranca, arranca:
Beppe el suda el batte l’anca,
Poverazzo el nol pò più.’

Langs de portrettengallerie verliet het gezelschap de ‘zaal voor de wereldse muziek’ om enkele trappen lager bij het Cavaillé-Col orgel te komen, Pauline’s ‘geestelijke’ muziekruimte. Het afwerend gebaartje van César Franck -hij wilde zelden onvoorbereid concerteren- bracht de gastvrouw zelf achter de klavieren.

Innig en in een golvend tempo speelde ze zijn Prélude, fugue et variation. Met de naklank van het zeemanslied vloeide hier de traagheid van het ware, het sijpelen uit de rotswanden, naar de heldere wateren waarboven de geest zijn vleugels spreidde. Emilie sloot haar ogen bij het openbreken van de stuw in de fuga, -was hij geschrokken van de kracht- dadelijk terughoudend naar het vlechtwerk van de verschillende stemmen, tot in haar vingers voelbaar waren ze en nagalmend waarover het thema in de variaties zijn troostende en versnelde melodie hernam en de stilte waarin het verdween al duidelijk maakte nog voor het uitstervende slotakkoord.

1000824231
Er was thee en brioches. Liederen van enkele leerlingen onderbraken de gesprekken. Paul, de jongste Viardot, speelde een eigen compositie op de viool, een eigenzinnige bewerking van een  lied dat zijn moeder op de tekst van Sully-Prudhomme had gecomponeerd: ‘Ici bas tous les lilas meurent. Hij droeg het op aan een zekere Berthe Morisot, vrouwelijke schilder wiens vader einde januari overleden was. Enkele leerlingen onder leiding van Pauline brachten het daarna als lied:

Ici-bas tous les lilas meurent,
Tous les chants des oiseaux sont courts,
Je rêve aux étés qui demeurent
    Toujours…

De gesprekken gingen over het avontuur  van een groep schilders, waaronder één vrouw, de reeds genoemde Berthe Morisot, omringd door nieuwsgierigen, die een eigen salon wilden organiseren in de loodsen van Monsieur Félix Tournachon, beter gekend als Nadar, Boulevard des Capucines, 35. ‘Les Indépendants’, of: la Société anonyme cooperative des Artistes Peintres, Sculpteurs, Graveurs. Felix, vriend van Manet, Baudelaire en Offenbach was bekend door zijn karikaturen en experimenteerde met het nieuwe medium fotografie, ja was zelfs met een ballon de lucht ingegaan om de wereld van boven te bekijken en op de fotoplaat vast te leggen. Monet zei dat Nadar bon comme le bon pain was, een warme man die nu eens rijk dan weer arm was maar altijd bereid bleek vrienden en vriendinnen bij te staan zeker nu hij zijn studio, twee verdiepingen hoog, ter beschikking stelde van de avontuurlijke groep schilders. Enkele voorname deelnemers waren Claude Monet, Edgar Degas, Camille Pissaro, Alfred Sisley, Pierre-Auguste-Renoir, Henri Rouart en Berthe Morisot als enige vrouw. Op 15 april, twee weken voor het officiële Salon zijn deuren zou openen, wilden ze hun eerste bezoekers verwelkomen. Dertig onafhankelijken met een tweehonderdtal werken.

797107202
Puvis de Chavannes vond het maar niets. ‘Le public se fera une joie de ne pas venir!’ Ook Manet wilde niet bij de groep ‘anonymes’ horen, net nu het publiek zonder haat of lachlust zijn werk begon te smaken. Hij had het Berthe ten stelligste afgeraden.

César luisterde vooral. Of Emilie niet te moe was van deze drukte? Dit smaakte naar leven, chèr maitre. Ze wilde zeker met Pauline Viardot kennismaken, misschien met Saint-Saëns praten, de jonge Paul aanmoedigen, de orgelklas in het conservatorium volgen, de tentoonstelling van de ‘onafhankelijken’ bezoeken mocht ze tot dan in Parijs kunnen blijven. Maar ze wilde hem niet nodeloos laten wachten, ze wist dat hij worstelde met de derde ‘Béatitude’,  Ze had de tekst gelezen. ‘Nous sommes les fléaux de Dieu, comme un ouragan qui gronde. Nous envahissons le monde.  Le fer et le feu..’ Hij glimlachte.  ‘Je vergeet: nous ouvrons la route, chère amie.  Ouvrons la route. Is er iets mooiers voor een man op jaren?’