RivierenkaartVenlo.jpg

21.

Het lot is niet van voorbedachtheid te beschuldigen. Ook niet als je weet dat Jean Philip de Lunden in de Heilige Geest-straat in Venlo voor het magazijn van de drukkerij Bontamps  de toen bijna zestienjarige Marie-Paule Derijckere ontmoette,, en zij in het mooiste Duits hem met ‘welch ein netter Knabe’ begroette waarop ze wuivend, zonder om te kijken, de poort van het magazijn openduwde en ze met een flinke zwaai weer dichtzwierde. De manier waarop mensen indruk maakten op Jean Philippe had meestal met een zekere doortastendheid te maken. ‘Doen’ overtuigde hem vlugger dan het beredeneren van wat er gedaan kon worden. In het vestingswezen beweerde zijn vader dat je je nooit op de plongee mocht wagen, het schuine vlak op een borstwering. Natuurlijk kon je met een omtrekkende beweging een kwetsbare flank zoeken en daarop je geschut richten, maar met één of twee barbettes, (geschutsbanken) was het mogelijk over de borstwering heen te schieten. Het was een tactiek die je ook in het dagelijks leven kon toepassen:  nog voor je gesprekspartner zich achter een gladde redenering kon verschansen ging je op je spreekwoordelijke tenen staan zodat je tegenstrever het idee had dat je in zijn plannen kon binnenkijken en hij je nog voor je het vroeg vertelde wat hij wilde camoufleren.

whitebird-graphicsfairy005sm.jpg
Hij besefte te laat dat vrouwen  ‘hoogstandjes’ dadelijk in de gaten hebben. In het beste geval klopten ze hem vertederend op zijn stoere schouders, of trokken ze met één slim vraagje de stelten onder zijn platvoeten vandaan. Toen Marie-Paule even later buitenkwam, twee bundels wit schrijfpapier onder de arm, vroeg ze hem of hij op iemand wachtte, en of zij iemand kon roepen die hem kon helpen?  Hij wilde over zijn vriend, de burgemeester, beginnen, maar zij keek hem zo direkt in de ogen dat hij alleen maar ‘neen, neen,’ kon zeggen, en het tenslotte probeerde met de voor de hand liggende opmerking dat een meisje van haar leeftijd -schoonheid bedoelde hij- best door een man begeleid kon worden gezien de voortdurende onrust en plotse opflakkeringen van geweld in de stad. ‘Ver moest ze niet lopen,’ zei ze. Tot aan de Oude Markt waar zich de drukkerij bevond. Maar wilde hij even meelopen, dan kon dat.

BRIEF.jpg
‘Ik dacht dat ik u Duits hoorde praten,’ zei hij bij wijze van introductie. Ze knikte. Ze logeerde in Geldern, net over de grens. Daar had de drukkerij een bijhuis. Haar vader, een goede vriend van de familie Bontamps, wilde de vestiging in Luik financieren. ‘Hij denkt dat boeken en drukwerk de toekomst zijn. Hij is directeur bij de Banque Internationale du Luxembourg en omdat hij weinig thuis is, vergezel ik hem wel eens en organiseer ik zijn agenda en dergelijke dingen. Hoort u bij de Belgische troepen?’

Hij vertelde haar dat hij als ingenieur belangstelling had voor het vestingswezen en geen onbekende was van de vroegere garnizoenscommandant Brialmont, maar dat hij, net als haar vader als financier wilde optreden eens hij zijn studies had afgerond. Hij wilde nog iets over de jonge staat vertellen, maar zij vroeg hem of hij haar wilde vergezellen naar Geldern. Hij kon er met haar vader kennis maken, en over zaken praten, tenzij hij andere verplichtingen had.

Het lot is niet van voorbedachtheid te beschuldigen want in de schaduw van de Heilige Geistkirche in Geldern werden nieuwe plannen gemaakt waarin het familiekapitaal en de Banque Internationale du Luxembourg de weg openden naar een verbinding tussen een eigenzinnig meisje uit Den Haag en een jongeman uit de hoofdstad van een net ontworpen land. Zouden beide landen in 1839 definitief elkaar loslaten, de band tussen de geliefden versterkte met de jaren tot de families in 1836 een groots huwelijksfeest organiseerden dat gezien de belangen van de deelnemers in de stad Luxemburg doorging, waar de omringende nationaliteiten dezelfde taal van het kapitaal hanteerden. Twee jaar later kwam de kleine Emile in Brussel het uitzicht op de goed geplande toekomst versterken.