merleau-ponty-cigaret1.jpg

 


Lieve Cecilia,

Je zou kunnen denken dat de boeken in handbereik er door de ‘voorzienigheid’ zijn neergelegd als je tenminste aan die wondere kracht genoeg menselijke kentrekken toekent die ervoor zorgt dat jij ze een aardig handje hebt geholpen omdat je toch al levenslang met bepaalde domeinen bezig bent en het dus heel gewoon is er gedrukte getuigenissen her en der van aan te treffen.
Alhoewel.
Is dat geen mooi woord?
Alhoewel.
Je hebt een redenering uitgebouwd, je hebt argumenten aangehaald, voorbeelden gegeven, en dan zeg je: alhoewel.
Zouden we geen stichting in het leven roepen die dit woordje in haar wapenschild draagt?
Alhoewel.
Je stapt één van de kamertjes binnen waarin boekenrekken wachten op een definitievere plaats en dan ligt daar zo maar een aula-boekje boven op een rij: prof.dr.rc.Kwant ‘mens en expressie’ in het licht van de wijsbegeerte van Merleau-Ponty, Antwerpen-Utrecht, 1968.
Remigius Cornelis Kwant wordt dat jaar vijftig, is nog Augustijn en oogt als een gekraagde geestelijke met serieuze studax-bril, al een tijdje terug uit Parijs waar hij bij de genaamde Merleau-Ponty heeft gestudeerd en nog bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, terwijl hij in Wikipedia gewoon Kees Kwant heet, voorheen O.S.A. en toen:

“In de auto kwam plotseling de idee bij mij op dat God zelf een projectie is. Normaal denk je: de ware God zit erachter. Je hebt een denkbeeldige God die dit wil en dat wil, maar daarachter zit de ware God, het mysterie. En toen dacht ik: het is zelf een projectie, ik zit te vechten met niets. Ik ben inmiddels atheïst, probleemloos.”

waarna hij gewoon hoogleraar werd (1970) en nog tot 2012 Kees werd genoemd in plaats van Remigius Cornelis en op een gezegende leeftijd (94)  het tijdelijke met het eeuwige verwisselde.

alexandr milov .jpg


Het jaar 1968 (ik kocht het een jaartje later merk ik) maakt al ’t een en ’t ander duidelijk en in dat licht was het niet zo ongewoon dat de spreekwoordelijke wilgen druk behangen waren met priesterlijke gewaden.
Ik heb de naam ‘Kwant’ nogal dicht aanleunend bij de nieuwe fysica geassocieerd en als je Maurice Merleau-Ponty heet heb je alvast een bewijs van zijn stelling dat de mens alles tot voorwerp van expressie kan maken zelfs iets heel gewoon als je naam waarmee je gewild of niet benoemd blijft ook na het heengaan.

Het boekje, nauwelijks 180 beetje gebruinde pagina’s dik, lag daar en ik kon me niet eens herinneren waarom ik het een jaar na mijn legerdienst zou gekocht hebben, was het niet dat het woord ‘expressie’ uiteraard erg in was (Gust Bal, De Kreatieve Werkgroep, zie vorige bijdrages) en jawel in het ‘Woord Vooraf’:

‘Terwijl men er in het nabije verleden vooral op uit was, jeugdige personen in te leiden in de bestaande verworvenheden, probeert men nu ook hun expressieve vermogens wakker te roepen. Men stelt de kinderen bepaalde materialen ter hand, plaats ze in een bepaalde situatie en tracht hen ertoe te brengen, zichzelf in vrije vorm tot uitdrukking te brengen.  Op deze wijze wil men bereiken dat de jeugdige mens geen cliché-mens wordt, doch werkelijk tot zichzelf komt. Men is ervan overtuigd dat in ieder mens expressieve vermogens sluimeren en dat de ontwikkeling hiervan een wezenlijk onderdeel is van de menselijke zelfwording.  De verschillende vormen van het expressieve leven worden nijver bestudeerd.’ (p7)

Ik denk niet dat de fenomenologie in die tijd aan mij besteed was en dat ‘la chair du monde’ (“het vlees van de wereld”) wijsgerige ideeën in mij wakker maakte. Waarschijnlijk werd deze ‘pocket’ terzijde gelegd met de bedoeling hem weer ‘op het gepaste moment’ ter hand te nemen en mij in de actieve dimensie van het waarnemen te verdiepen.
Het mooie is dat ik ook in de belangstelling voor zijn werk nu de namen tegenkom van Antonio Damasio en Oliver Sacks, neurologen die met filosoof Ernst Cassirer en de Duitse neurowetenschapper Gerhard Roth mijn nachtkastje en andere meditatieplaatsen bevolken.
Dat deze mensen het lichaam centraler stellen dan het cartesiaanse ‘cogito’ mag misschien al een aanduiding zijn. Het lichaam als middel van zowel waarneming als expressie -om Wikipedia te citeren- speelt een centrale rol: ‘mon corps est la texture commune de tous les objects et il est, au moins à l’ égard du monde perçu, l’ instrument général de ma compréhension.’

Une Panique au Moyen-Age, 1927.jpg


In tijden waarin het wantrouwen tegenover het lichamelijke weer op de voorgrond treedt, waarin de mij dierbare jaren 68 alle schuld van de hedendaagse miserie op hun bebloemde koppen krijgen, klinkt de uitspraak van een pleidooi voor ‘expressieve’ mensen net zo hedendaags als in de geciteerde jaren. Ik zal je er nog over berichten want de ouderdom heeft zijn traagheid die niet altijd met wijsheid maar met gewoon onvermogen te maken heeft.
Het geduld dat met de jaren kwam (beloofden mijn ouders mij menig maal) zal goed gezelschap zijn als het niet uithuizig is en zich gewoon met deugddoende luiheid camoufleert.

 

Portrait_of_a_Young_Boy_5_by_millesime.jpg