a-THE-ART-OF-THE-BRICK-640x468.jpg

 


‘Ma vie m’ apparaît absolument individuelle et absolument universelle.’
(Maurice Merleau-Ponty, Sens et non-sens, Paris 1948, p.188)
Het mooie is de duidelijke bewering dat de mens niet alleen in zichzelf is geïntresseerd maar bij alles kan zijn, inter-esse.
Maakt de mens zich door expressie de werkelijkheid eigen dan gaat het daarbij om de werkelijkheid zelf die hij tot haar recht wil laten komen. (hij wil de werkelijkheid laten verschijnen, aan het licht brengen.)

‘De mens is er niet toe bestemd, geconcentreerd te zijn op zichzelf.  Hij is een intentioneel wezen.  Voordat hij enig bewust besluit neemt, visualiseert en sonaliseert hij de werkelijkheid reeds, vindt hij zichzelf al als een wezen dat door het andere gefascineerd wordt.’ (Kwant, p. 27)

Anders dan in dit ‘selfie-tijdperk’ wordt hier de (het) andere als kennisdoel gesteld.  En als ik dan Kwant’s opmerking lees: ‘Hieruit blijkt dat wij de zelfwording van de mens het best bevorderen door er niet al te veel aandacht aan te besteden, dan merk je duidelijk het intentionele:  het gaat via het (de) andere naar die veel geprezen en gezochte zelf-verwezenlijking.
Zo is ons ‘bewustzijn’ niet louter het bewustzijn van onszelf.

‘In mijn zien wordt al het zichtbare zich bewust van zichzelf, in mijn tasten wordt het tastbare bewust van zichzelf. Ik ben een stuk Zijn -de uitdrukking is te materieel- waarin het Zijn zich bewust wordt van zichzelf.  Er is geen zien omdat er een ‘ik’ is, er ontstaat een ‘ik’, een ‘subject’ omdat er zien, tasten is.’
(Kwant p. 41)

We brengen dus het Zijn mee tot stand en wordt het Zijn voor zichzelf ook toegankelijk.
Je komt dan tot uitspraken als: ‘Het Zijn denkt in ons; het Zijn spreekt in ons.’
Ik verwijs naar Sartre die de mens als ‘interiorisatie’ van zijn bestaansveld, van de wereld aanduidt.
Ook deze ‘intériorisation’ is een ontwerp, is een toewending naar buiten, naar de wereld die zichzelf als zodanig ervaart, die zichzelf in vrijheid in handen heeft, die zichzelf richt. (een beweging naar buiten die een innerlijkheid heeft!) (p.59)

Zonder die gerichtheid blijft er niets over.
Als je als kind naar school gaat wordt je gedwongen op een nieuwe wijze te existeren, tezamen met de andere kinderen in en buiten het klaslokaal.
De ervaring leert ons dat wij vaak tot innerlijke vernieuwing komen als we ons op een nieuwe wijze ons toewenden naar de wereld. Daarin verandert dus ook het innerlijke van dat nieuwe schoolkind.
Net zo gaat het met ons als we over een bepaald idee boeken lezen of college volgen en daardoor een nieuwe toewending (mooi ouderwets woord) naar de wereld ondergaan:  ander taalgebruik, het samenbrengen van tegenstellingen, het leren anticiperen op wat volgen gaat, tot de bevinding komen dat men zelf inderdaad ‘anders’ is gaan denken.

Reeds in zijn ‘Phénoménologie de la Perception’ heeft Merleau-Ponty het over het feit dat hoe dieper wij in onszelf doordringen, we daar altijd de wereld terugvinden.

Roman_school.jpg

‘Het zou wellicht beter zijn, niet het substantief ‘innerlijkheid’ te gebruiken, maar het woord ‘innerlijkheids-aspect’.  Onze existentie heeft het aspect van toewending naar de wereld en een ‘innerlijkheidsaspect’, en beide hangen onverbrekelijk samen en ontwikkelen zich met elkaar.’

Je voelt natuurlijk de tendens naar inzet en verantwoordelijkheid, Marx is niet ver weg, en de strekking uiteindelijk je te isoleren om te mediteren zal hier nog ketters aandoen.
Toch hou ik van die ‘toewending’ naar de wereld omdat ze ons dwingt de (voor-) oordelen los te laten, te onderzoeken en ze voortdurend te herbepalen.
In dat licht zou je kunnen denken dat de media eerder een verlossende taak hebben dan een telkens weer herleidende tot grootste gemene delers en kleinste gemene veelvouden, maar of dergelijke werkwijze commerciele doelen dient mag je betwijfelen en aldus…

Eerder zullen bibliotheken en colleges ons uit het dal helpen dan economische ingrepen, maar de vertaling van intellectuele arbeid naar levenswijze en samen-leving heeft tijd en inderdaad het nodige geld nodig.
Een Europese school voor diplomatie en bestuurskunde is in dit verband te verdedigen boven een Europese FBI als we het over onze innerlijke en uiterlijke veiligheid hebben.

En wat met het gejuich en gesteun uit het Lage Land bij de zee?

Referenda pijlen steeds naar de emotionele bovenlaag terwijl het mechanisme dat de samenleving maakt en stuurt zich in de diepere lagen bevindt. De ongevoeligheid voor een Europese samenleving zal niet veranderd worden door te denken dat de bovenlaag van de hete soep wel zal koelen door ‘democratisch revolutionair’ geblaas. Roeren, in de zin van studie en raadpleging moet in de diepte van de brei, en daar blijft denkkracht en geduld voor nodig.

 

1_-_2624_Rue_Marcelin_Berthelin_Berthelot__Choisy_le_Roi_mai_1946_.jpg