Celia Thaxter’s Garden, Isles of Shoals, Maine Childe Hassam (1859-1935)

This painting is one of the finest of a series of works that Hassam made during summers in the 1890s on Appledore Island, one of the Isles of Shoals, which lie ten miles east of Portsmouth, New Hampshire. This series portrays the sumptuous wildflower garden cultivated by his friend, poet Celia Thaxter, a garden that provided a marvelous contrast to the rugged terrain of the island itself. In this painting, vibrant red poppies entangled in lush green foliage introduce a view of bleached Babb’s Rock. The painting shows Hassam at the height of his creativity as an American Impressionist.

Van al het werk dat de schilder Hassam maakte gedurende de zomers van de 1890-jaren op het Appledore-eiland (een van de eilanden van de Shoals, tien mijl ten oosten van Portsmouth, New Hampshire) was deze schilderij een van de mooiste.
Het werk portretteert de weelderige wilde-bloementuin aangelegd door zijn vriendin, de dichteres Celia Thaxter. Het is een tuin die een merkwaardig kontrast vormt met het ruige terrein van het eiland zelf.
Op dit schilderij zie je felle rode papaverbloemen verstrengeld tussen levendig groen gebladerte waarachter een zicht op de gebleekte Babb’s Rock. Het is een van de toppunten van Hassam’s creativiteit als een Amerikaans impressionist.
Terug na drie jaar Parijs schildert hij Celia in haar eigen tuin.
Om helemaal volledig te zijn, kun je hier ook haar eerste gepubliceerd gedicht lezen.
Het leven van Celia Thaxter is een roman, maar haar bio met je zelf opzoeken, misschien wel in de tuin op deze prachtige lentedag in april 2018.

Met als extra onderaan: een huizenrijtje uit Antwerpen, van Hassam, op doorreis naar Nederland.



Black lie the hills; swiftly doth daylight flee;
And, catching gleams of sunset’s dying smile,
Through the dusk land for many a changing mile
The river runneth softly to the sea.

O happy river, could I follow thee!
O yearning heart, that never can be still!
O wistful eyes, that watch the steadfast hill,
Longing for level line of solemn sea!

Have patience; here are flowers and songs of birds,
Beauty and fragrance, wealth of sound and sight,
All summer’s glory thine from morn till night,
And life too full of joy for uttered words.

Neither am I ungrateful; but I dream
Deliciously how twilight falls to-night
Over the glimmering water, how the light
Dies blissfully away, until I seem

To feel the wind, sea-scented, on my cheek,
To catch the sound of dusky flapping sail
And dip of oars, and voices on the gale
Afar off, calling low, — my name they speak!

O Earth! Thy summer song of joy may soar
Ringing to heaven in triumph. I but crave
The sad, caressing murmur of the wave
That breaks in tender music on the shore.
Celia Thaxter