EN BIJ DE DODE

majolica dode jezus.jpg

 

En bij de dode
-gisteren nog bereikbaar per e-mail-
staan wij verstomd,
delen wij ’t verdriet
voor de aflijvige
met het treuren
voor ’t moment van ’t eigen liggen.

Harde spiegel van verdwijnen
en eeuwig verdwenen zijn.

Hoor hoe in ons stemmen van
voorouders en geliefden huisden,
spraken door het dodelijk zwijgen,
dachten wat voor hen ondenkbaar werd.

Hoe nakomenden, steeds groter in getal,
ook die woordenschat tot de hunne maken
en wij, eens uitgesproken, het zwijgen
over onze uitgeraasde hoofden voelen
vallen tot de stilte het liggen lichter maakt.

En bij de dode
-gisteren nog bereikbaar per e-mail-
staan zij verstomd
delen zij ’t verdriet
voor de aflijvige met het treuren
voor ’t moment van ’t eigen liggen.

Harde spiegel van verdwijnen
en eeuwig verdwenen zijn.

 

ivoor .jpg

BIJ EERSTE AFBEELDING:

This work is the largest and most spectacular surviving example of sculptural maiolica from the Renaissance. The standing figures are set in high relief against a landscape of rocky yellow earth and green grass. Conceived as an altarpiece, the scene depicts the moment of grief and reflection after Christ’s body is taken down from the cross. It allowed the artist—a highly skilled potter—to explore the expressive potential of his medium.(Italy 1487)

BIJ DE TWEEDE AFBEELDING:

Christ, portrayed as at once dead and alive, is supported by Mary, his mother, and the apostle John. The flanking figures, witnesses to the Crucifixion, offer a model to emulate, during meditation. (Italy 1620-30)

 

 

HET LAATSTE AVONDMAAL (2)

Collage_Fotorugolino.jpg

Ugolino di Siena omringt Jezus met ‘heiligen’, inclusief met gouden stralenkrans achter het hoofd, de ouderen bebaard, de jongeren netjes geschoren en allen in mantels met fraaie kleuren, zoals dat bij ‘hemelvolk’ hoort.
Is de ruimte nog herkenbaar, de tafel gedekt met als hoofdschotel een miniem boutje, de sfeer straalt letterlijk en figuurlijk van onaardsheid al vergeet hij niet menselijke details in de diverse handgebaartjes en zoekende blikken.
Je denkt zeker niet aan een stelletje vissers of landlieden, de schilder maakt hun status duidelijk: buiten Judas hebben ze als ‘gekozen’ gezelschap van Jezus hun plaats in het hemelrijk verdiend.

Kun je nog de Byzantijnse vormgeving vermoeden in de laat-gotiek, bij Daniele Crespi, barokschilder, zijn het mensen.  Niet de gewone man die je in de Italiaanse straten van de zeventiende eeuw zou aantreffen, maar welstellende burgers die echter hun emoties tonen.
In feite werkt hij met kleine driehoekjes waarin telkens twee of drie leerlingen met elkaar krijgen te maken.  De gemanieerde vingers komen eraan te pas, maar als je goed kijkt zie je telkens een sprekende en een luisterende kant. Dat is al erg beschaafd want ook toen al bestonden er in Italië alleen sprekers bij disputen:  iedereen sprak tegelijkertijd en vrij luid.
Johannes noch Jezus zijn in deze fysische ruimte aanwezig.  Jezus weet wat hem te wachten staat en de bijna slapende Johannes-figuur kan hem voorlopig niet bijstaan.

Het is een druk avondmaal.  Op de achtergrond brengt een bediende de volgende gang binnen.
De tegenstelling tussen de druktemakers en de twee centrale figuren is groot.  Je denkt al vlug dat ze er niets van begrijpen.
Judas kijkt meer dan symbolisch onze kant uit, de linkerhand stevig rond de geldbeurs onder zijn mantel. Heeft hij net in zijn rechterhand  het stukje brood gekregen van Jezus dat de verrader zou aanduiden? Hij wendt zich af van het gebeuren. Hij zou een van ons kunnen zijn.

Zoek je met als zoekterm ‘last supper in art’ op het net, zul je toch wel een honderd verschillende vormen en stijlen tegenkomen, satirisch, uitdagend, stil, kortom de hele wereld zit samen aan tafel.  Het gaat dan meer om de vorm, de samenzittende leerlingen rond Jezus, niet om de inhoud.
Je weet dat ze weldra buiten in slaap zullen vallen terwijl hun meester doodsangsten uitstaat, dat Judas maar ook Petrus hem zal verraden, dat de meesten het op een lopen zullen zetten.
Het is die tragiek die mij in deze beide werken zo sterk aansprak: stuur iemand die ons zal verlossen van de ellende en wij zullen hem/haar in kortste keren aan het kruis timmeren.  
Zijn moeder en de jonge Johannes zullen bij het kruis staan volgens de Schrift terwijl de soldaten dobbelen om zijn kleren.

Collage_Fotorcrespi06.jpg

HET LAATSTE AVONDMAAL

 

lavondmaal.jpg

 

In mijn kinderfantasie was ‘het laatste avondmaal’ een plechtig veroberen van boterhammen met kaas en /of confituur.  Er kon ook wel een beetje chocolade bij geweest zijn, vooral omdat het een ‘laatste’ avondmaal was, dan kon een extra best verantwoord zijn. ’t Avondeten in de jaren vijftig was althans in de Kempen een broodmaaltijd want warme kost werd ’s middags opgediend.
Iets ouder hoorde ik de Engelse term ‘Last Supper’ gebruiken; de landelijke uitdrukking voor ‘soupé’ was vooral bij vieringen van verenigingen gebruikelijk om via uitvoerig eten de kas te spijzigen.


Toch had hoofdpersoon het over ‘brood’ en ‘wijn’, en dan waren in mijn kinderlijke fantasie ‘pistolé’s en sandwiches aangewezen, ons zondags ontbijt of in belegde vorm de hoofdmoot bij familie-koffies. Wijn werd door de volwassenen alleen met de nieuwjaarsdagen gedegusteerd en als kind mocht je dan al eens proeven van een soort ‘fruitwijn’, iets waar je maanden naar uitkeek maar voor diepe teleurstelling zorgde na het consumeren ervan.
Ik zag de hoofdpersoon van het laatste avondmaal wel eens terwijl hij, zoals mijn moeder, met het grote mes een kruis maakte op de zijkant van het brood en dan een snede aan elke leerling gaf die zelf voor boter en beleg zouden zorgen.
Met zijn dertienen werd het best gezellig zoals het plezierige rumoer bij een feesttafel in afwachting van het opdienen.


De sfeer die ik terugvond bij het mooie schilderij hierboven van Ugolino da Siena, of ook bekend als Ugolina di Nerio. Als altaarpaneel gemaakt (een predella) rond 1325 in het atelier waar ook zijn vader en broers Guido en Muccio werkten, maakt het  zijn functie als een echte kijkprent waar.
Wilde je weten wie van de twaalf Judas Iskariot was dan keek je naar de hoofden en vond je vlakbij Jezus een persoon zonder gouden ‘halo’. Daar zat dus de toekomstige verrader.
De jonge Johannes ligt op de schouder van  zijn geliefde meester zoals beschreven in het evangelie. De anderen kijken toe, eten of drinken of praten met elkaar.
Het is een mooi stuk, vol details zoals de bewerkte zoldering, de gedekte tafel, de brede bank vooraan, de mooi gekleurde mantels.
Jezus heeft net gezegd: Een van jullie zal mij deze nacht verraden, en je ziet Judas’ hand zijn vraag begeleiden:  Ben ik het Heer? Anderen kijken elkaar aan, of richten hun blik op iemand die zij verdenken, of wijzen naar zichzelf.
Het is een intens werkstuk vol ingehouden drama ook al ken je het vervolg.


Driehonderd jaar later, rond 1624 schildert een andere Italiaan, Daniele Crespi (niet verwarren met Giuseppi) datzelfde tafereel zoals afgebeeld hieronder.
Hier zijn we bij een rijkelijk ‘soupé’ aanwezig, vis en vlees, ook al spreekt de tekst bovenaan over ‘het brood der engelen’ (citaat uit psalm 77) dat op tafel matig aanwezig is.
Dezelfde vraag:  ben ik het, Heer, leidt tot allerlei reacties. Er wordt met een mes gezwaaid. Een van de disgenoten rechts onderaan kijkt zelfs ons aan, moet hij het misschien bij de kijker gaan zoeken, of zou deze persoon Judas zijn? (zie de groene beurs die, in zijn linkerhand,  onder zijn mantel tevoorschijn komt. (Judas was immers de man die de centen bijhield, en had net 30 zilverlingen gekregen voor zijn verraderswerk.) 

In de innigheid van de cirkelopstelling zie je hier mensen uit de zeventiende eeuw, druk bezig  terwijl de vrouwelijke Jezus in zichzelf lijkt verzonken.
Driehonderd jaar zijn er verstreken tussen beide kunstwerken.


Nog eens driehonderd jaar en we zouden even na de eerste wereldoorlog terechtkomen, of op de vooravond van de tweede. De wilde twintigerjaren?
In beide kunstwerken gaat het over ‘afscheid’, maar ook over ‘verraad’. Eens hij er niet meer zal zijn wordt het mensenwerk en we weten uit eigen ervaring hoe dat kan verlopen.
Het laatste avondmaal, en de nacht die daarop volgt om over Goede Vrijdag nog te zwijgen. Gelukkig zal het ook Pasen worden. Al eeuwenlang.

 

Dcrespi.jpg

NOEM HET LENTE

11.116.4                                  .jpg

Binnenskamers lieten we wel eens woorden op waarin bloesems en bloeien
eeuwige zomers in tuinmeubel-boekjes voorspelden:
gestileerde dromen voor mateloos stoeien in uitgerokken warme dagen,
en geuren van verleiden en vervulling het wintermoeë hart genezen.

Echter, eens de vroege nevels verdampten en schaarse merels
aarzelend de verten openzongen, zag ik het wondere ontwaken:
het fijnste wit van wolken gesprenkeld over wintertakken,
het hemelse dat gul zijn vleugels over het grauw versnipperde.

Pond at Milton on the Hudson

schilderijen van de Amerikaanse schilder George Innes (1825-1894)

 

EEN ZEVENTIENHOEK EN EEN DWERGPLANEET

 

800px-Carl_Friedrich_Gauss.jpg

 

 Hij was nog een tiener, negentien, Johann Carl Friedrich Gauss, toen hij op 30 mei 1796, de manier ontdekte om een regelmatige zeventienhoek, of ‘heptadecagoon’, te maken.
Later, in 1832 werd er zelfs een 257-hoek geconstrueerd maar zelfs op latere leeftijd beschouwde Gauss zijn zeventienhoek nog altijd als één van zijn grootste prestaties.
Hij wilde er zelfs eentje als grafsteen hebben, maar de steenhouwer weigerde want  zo’n zeventienhoek was veel te moeilijk om te maken en zou er als een cirkel uitzien. Ook een steenhouwer heeft zijn fierheid.

704_feature_1600x900_ceres.jpg

 

 In 1801, op nieuwjaarsdag,  ontdekte de Siciliaanse astronoom Giuseppi Piazzi de dwergplaneet Ceres waar 24 collegae driftig naar op zoek waren. Nog voor hij zijn vondst kon bewijzen was Ceres te dicht bij de Zon om zijn observaties te bevestigen.
Het was datzelfde wonderkind Gauss dat in enkele weken de baan van de dwergplaneet voorspelde en jawel, de laatste dag van 1801 vonden Zach en Heinrich Wilhelm Olbers Ceres dichtbij de voorspelde locatie.
In september 2015 maakte de ruimtesonde Dawn foto’s van deze geheimzinnige dwerg die zelfs een lichtgevende ‘ijsvulkaan’ zou bezitten (Ahuna Mons, 4km hoog en 17 kilometer lang) en zelfs een zwakke veranderlijke atmosfeer.
In Science van 2 september 2016 wordt ze bijna lyrisch beschreven:

‘On 6 March 2015, Dawn arrived at Ceres to find a dark, desiccated surface punctuated by small, bright areas. Parts of Ceres’ surface are heavily cratered, but the largest expected craters are absent. Ceres appears gravitationally relaxed at only the longest wavelengths, implying a mechanically strong lithosphere with a weaker deep interior. Ceres’ dry exterior displays hydroxylated silicates, including ammoniated clays of endogenous origin. The possibility of abundant volatiles at depth is supported by geomorphologic features such as flat crater floors with pits, lobate flows of materials, and a singular mountain that appears to be an extrusive cryovolcanic dome. On one occasion, Ceres temporarily interacted with the solar wind, producing a bow shock accelerating electrons to energies of tens of kilovolts.’

Zo zie je dat het ontwerpen en uitvoeren van een zeventienhoek de blik op het universum niet uitsluit, integendeel.

 

HET OPPERVLAK VAN WERNER BOY 1901

boy_large.jpg

Eénzijdig zijn en zelfs geen randen hebben, waardoor
de plaats van gebeuren niet oriënteerbaar is; zou je dus
een tweedimensionaal wezen zijn, dan ben je na een tocht
over het oppervlak, eens bij je startpunt teruggekeerd,
ervan overtuigd dat links en rechts met elkaar verwisseld zijn.

Dompel een projectief vlak onder in een driedimensionele ruimte
zonder singulariteiten,  (-hier voor te stellen als scherpe randen-),
en rek het, door het vlak langs de rand van een Moebiusband
te plakken: het oppervlak mag zichzelf wel doorsnijden maar
niet worden gescheurd, drievoudig rotatiesymmetrisch,
een as waarlangs het oppervlak over 120 graden wordt gedraaid
en er dan precies weer uitziet als tevoren, alsof er niets is gebeurd.

Is in de politiek voor tweedimensionelen links vaak rechts
na het bekend geharrewar, en voor hetzelfde geld ook omgekeerd,
in de wonderen van de wiskunde bepaalde de blinde Bernard Morin
deze wonderlijke projectie van Werner Boy in wiskundige vergelijkingen.
Urenlang betastte hij een model om het in zijn geheugen jarenlang
te bewaren en door van buiten naar binnen  te ‘kijken’ begreep hij
beter dan de zienden ook de binnenkant en drukte in fraaie vergelijkingen
(met hulp van de computer dat moet gezegd) de schoonheid in
wiskundige werkelijkheden zodat ook de cijferaars tevreden waren.

 

oppervlak van boy.png


Met het ‘minimaaloppervlak (1774), de Mobiusband (1858) en de Fles van Klein (1882)
met Bol binnenstebuiten (1958) en de Hyperbolische 3-ruimte van Weeks (1985)
beseffen wij dat binnen ook buiten en links blijkbaar verwisseld kan worden met rechts
en dat de versimpeling niets met de vereenvoudiging heeft te maken maar het wondere zelfs
in wiskundige vergelijkingen kan worden uitgedrukt.

Gebuisd in wiskunde tot in het verre nageslacht moeten we toch maar eens de muren afbreken die verschillende inhouden ‘schoonheid’ van elkaar afschermen en ons in vakjes duwen die in geen enkele wiskundige vergelijking doenbaar zijn.
Wie graag een boek leest, hoeft daarom nog geen auteur te zijn, en wie op een of andere manier geraakt wordt door wiskundige schoonheid hoeft daarom nog geen wiskundige te zijn.  Gelukkig.
Wetenschap kan ook gebruik maken van menselijke intuïtie, iets wat wiskundige Pieten en Mieten wel eens vergeten.
Het oppervlak van Werner Boy (1901) en Bernard Morin (1978) heeft mij ontroerd.  Ja, dat is het goede woord.

Bovenste foto:

The Boy surface is named after Werner Boy, who constructed this surface, which is an immersion of the real projective plane in Euclidean 3-space, in 1901 in his thesis. The doctoral adviser was David Hilbert. The model of the Boy surface in front of the Institute’s library building has 3-fold rotational symmetry and minimizes the Willmore functional which measures elastic energy.

On January 28th, 1991, it was installed at the MFO in Oberwolfacht (Germany) as a gift of Mercedes Benz. Some technical data

Made by steel plate V4A, thickness 2 mm.
Weight: 84 kg.
Fixed with 772 rivets through 1650 holes.

WOORDEN (6) VER KUNNEN KIJKEN

 

e93f21581170be1cba1ec10f64f76d80--open-window-window-view.jpg

 

Je zult het wel begrijpen, moeder,

sinds ik thuis ben moeten alle ramen open,

drinken mijn ogen zich zat aan verten,

proef ik buitenlucht liever

dan de zoetste vruchten van het seizoen,

zijn de sterren mijn zuinige lampjes

terwijl de maan

met koude wangen langs mijn hart strijkt,

 kind aan huis werd, mijn kale hemelhond.

 

Zo lang buitenkijken

waar kastelen en gestolde heuvels net

voor de horizon zich te slapen legden,

is voor een kinderziel genoeg,

is eindeloos je armen strekken

-je weet hoe goed ik daarin was terwijl ik je naam riep-

en einderloos opgaan

in zachte avonden waar vertellers thuis zijn

en schemer mijn jongenskrullen wast.

 

Wat waren we goed in hunkeren;

-reuzen in pyjamaatjes-

op het puin van Jericho kropen we

om ver genoeg te kunnen kijken.

 

denissarazin12a_orig.jpg

WOORDEN (5): EEN STROFISCH BESTAAN

kaart2.jpg

(EIGEN FOTO’ S)

 

distichon:
Met vingerverf geschreven woorden waarin een koekoek
het onbereikbare herhaalt, monotoon maar in reliëf gezongen.

terzine:
Besluit dus  met  voorgeschreven rijmen van ’t kwatrijn,
en laat de laatste lijn  uit wat alleen de vogels weten
in verstaanbare stilte van gesloten ogen uitgegoten zijn.

kwatrijn:
De wind huisde in de hoge toppen van de dennenbomen
waaronder ik als kind een veelheid van stemmen hoorde,
Gestamel van bange wezens die, nooit thuisgekomen,
zich verkleedden in de lompen van mijn verlamde woorden.

 

file30095_Fotor.jpg

WOORDEN (5) ENGELEN OP BEZOEK

France-Nice-Marc-Chagall-Painting-Abraham-and-Three-Angels-1440x954.jpg

 

Vaak heb ik met hen gedineerd, ik, de engelenzot.

Niet dat ze veeleisend waren of heilig-heilig-heilig hijgden,

-het kruim der heerscharen wist zich te gedragen-

maar hun jaloerse blik was nauwelijks te bedwingen

eens ze hun boodschappenlijstje verkondigd hadden.

 

Het ene woord gevleugder dan al de anderen, gezang

hun taal, hun beminnelijkheid boven alle twijfel,

-de juiste mengeling tussen vrouw en man was ook niet mis-

maar dat sissen als ze’ t over mensen hadden,

die domme speeltjes van hun goddelijke opperheer.

 

Volmaaktheid is vermoeiend hier op aarde, muziek

der sferen zoet het oor en ’t ruisen van hun pluimen vleugels,

-duizend duiven verven trillingen van de wereldzee-

ronden de big bang maar zetten ook de tijd aan ’t werk,

terwijl zij in het eeuwig nu vervulling vinden.

 

Verwachten en vergeten is alle mensen ingegoten

toen zij de tuin verlaten moesten.

-Het gisteren en het morgen dus,-

daarover praten maakt engelen onrustiger dan god vervloeken.

Lucifer zocht niet de macht, maar het ogenblik

waarin hij god vergeten kon en weer verlangen

naar zijn verbijsterend licht ontstond.

Die dodelijke mengeling die engelen ontberen.

 

ludwig-ix-18-f-11r-Abraham-and-the-Three-Angels-door-gerard-horenbout-kopie.jpg

WOORDEN (4): LOS GESCHEURD

 

P1040642_Fotorgevallen.jpg

Als maar dit beetje licht dat na een koud gesneden dag
in de geschonden tuinen achterblijft een letter schrijft
waarmee je over het ontelbare van de dagen even nog
mijn hand vasthoudt, net voor je in het vroeger verdwijnt,
zal ik dapper woorden oplaten in het onmetelijk later.

Kleinhandelaar in wensen , lichtgevoelige schrootverkoper,
windvanger nog voor een zoute bries de zee verraadt,
ben ik een rumoerig pleegkind van vergeten vaders,
eindeloos op wacht bij de sinistere kusten van Ithaca.

(met foto’s van een afgebroken tak van de atlasceder na de december-dag van sneeuw-ijs-wind, een dodelijke drievuldigheid)

 

P1040294.jpg