lavondmaal.jpg

 

In mijn kinderfantasie was ‘het laatste avondmaal’ een plechtig veroberen van boterhammen met kaas en /of confituur.  Er kon ook wel een beetje chocolade bij geweest zijn, vooral omdat het een ‘laatste’ avondmaal was, dan kon een extra best verantwoord zijn. ’t Avondeten in de jaren vijftig was althans in de Kempen een broodmaaltijd want warme kost werd ’s middags opgediend.
Iets ouder hoorde ik de Engelse term ‘Last Supper’ gebruiken; de landelijke uitdrukking voor ‘soupé’ was vooral bij vieringen van verenigingen gebruikelijk om via uitvoerig eten de kas te spijzigen.


Toch had hoofdpersoon het over ‘brood’ en ‘wijn’, en dan waren in mijn kinderlijke fantasie ‘pistolé’s en sandwiches aangewezen, ons zondags ontbijt of in belegde vorm de hoofdmoot bij familie-koffies. Wijn werd door de volwassenen alleen met de nieuwjaarsdagen gedegusteerd en als kind mocht je dan al eens proeven van een soort ‘fruitwijn’, iets waar je maanden naar uitkeek maar voor diepe teleurstelling zorgde na het consumeren ervan.
Ik zag de hoofdpersoon van het laatste avondmaal wel eens terwijl hij, zoals mijn moeder, met het grote mes een kruis maakte op de zijkant van het brood en dan een snede aan elke leerling gaf die zelf voor boter en beleg zouden zorgen.
Met zijn dertienen werd het best gezellig zoals het plezierige rumoer bij een feesttafel in afwachting van het opdienen.


De sfeer die ik terugvond bij het mooie schilderij hierboven van Ugolino da Siena, of ook bekend als Ugolina di Nerio. Als altaarpaneel gemaakt (een predella) rond 1325 in het atelier waar ook zijn vader en broers Guido en Muccio werkten, maakt het  zijn functie als een echte kijkprent waar.
Wilde je weten wie van de twaalf Judas Iskariot was dan keek je naar de hoofden en vond je vlakbij Jezus een persoon zonder gouden ‘halo’. Daar zat dus de toekomstige verrader.
De jonge Johannes ligt op de schouder van  zijn geliefde meester zoals beschreven in het evangelie. De anderen kijken toe, eten of drinken of praten met elkaar.
Het is een mooi stuk, vol details zoals de bewerkte zoldering, de gedekte tafel, de brede bank vooraan, de mooi gekleurde mantels.
Jezus heeft net gezegd: Een van jullie zal mij deze nacht verraden, en je ziet Judas’ hand zijn vraag begeleiden:  Ben ik het Heer? Anderen kijken elkaar aan, of richten hun blik op iemand die zij verdenken, of wijzen naar zichzelf.
Het is een intens werkstuk vol ingehouden drama ook al ken je het vervolg.


Driehonderd jaar later, rond 1624 schildert een andere Italiaan, Daniele Crespi (niet verwarren met Giuseppi) datzelfde tafereel zoals afgebeeld hieronder.
Hier zijn we bij een rijkelijk ‘soupé’ aanwezig, vis en vlees, ook al spreekt de tekst bovenaan over ‘het brood der engelen’ (citaat uit psalm 77) dat op tafel matig aanwezig is.
Dezelfde vraag:  ben ik het, Heer, leidt tot allerlei reacties. Er wordt met een mes gezwaaid. Een van de disgenoten rechts onderaan kijkt zelfs ons aan, moet hij het misschien bij de kijker gaan zoeken, of zou deze persoon Judas zijn? (zie de groene beurs die, in zijn linkerhand,  onder zijn mantel tevoorschijn komt. (Judas was immers de man die de centen bijhield, en had net 30 zilverlingen gekregen voor zijn verraderswerk.) 

In de innigheid van de cirkelopstelling zie je hier mensen uit de zeventiende eeuw, druk bezig  terwijl de vrouwelijke Jezus in zichzelf lijkt verzonken.
Driehonderd jaar zijn er verstreken tussen beide kunstwerken.


Nog eens driehonderd jaar en we zouden even na de eerste wereldoorlog terechtkomen, of op de vooravond van de tweede. De wilde twintigerjaren?
In beide kunstwerken gaat het over ‘afscheid’, maar ook over ‘verraad’. Eens hij er niet meer zal zijn wordt het mensenwerk en we weten uit eigen ervaring hoe dat kan verlopen.
Het laatste avondmaal, en de nacht die daarop volgt om over Goede Vrijdag nog te zwijgen. Gelukkig zal het ook Pasen worden. Al eeuwenlang.

 

Dcrespi.jpg