BORD DU RIVIERE

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

VICTOR DIEU (Quaregnon 1873-Mons 1954) Schilder, pastellist, etser. Opleiding aan de Academie te Bergen o.l.v. Danse, Motte en A. Bourlard (1890-1901), aan de Academie te Antwerpen o.l.v. Biot. Prijs van Rome voor de Graveerkunst in 1901. Realiseerde o.m. landschappen, figuren, landelijke taferelen, allegorische composities, genretaferelen. Wordt beschouwd als één van de beste graveerders van de Bergense school. Zijn schilderkunstig oeuvre ontstond hoofdzakelijk in de periode 1931-1934. Zijn werken vertonen vaak een sociale inslag en interesse voor het leven en het werk van de mijnwerkers. Was van 1919 tot 1937 leraar tekenen aan de Academie te Bergen. Werk o.m. in het Museum te Bergen. Vermeld in BAS I en “Twee eeuwen Signaturen van Belgische kunstenaars”. (NOBEL, THE BELGIAN ARTIST DICTIONARY ILLUSTRATED)

In dit mooie doek, gedateerd 1935 en getekend (35 x 46 cm) zijn we aan de oever van een rivier. Wolken, water en landschap verliezen hun betekenis in de combinatie van kleuren en vormen. Achter dit beeld schuilt een gevoelige kunstenaar . Hij houdt van het landschap, maar ook van de luchten. Hij woont op aarde maar verblijft ook in het licht daarboven.

Met houten kader, goud omboord, (57,5 cm x 45 cm)

Victor Dieu est né à Quaregnon en 1873. Peintre et graveur au burin de paysages et de scènes du quotidien dans le borinage. Il entre à l’Académie des Beaux-Arts de Mons et suit les cours de gravure où il est l’élève d’Antoine Bourlard, d’Auguste Danse et d’ Emile Motte. En 1893, il obtient déjà un premier Prix d’Excellence. C’était un départ prometteur. Aussi son milieu familial l’encouragea à poursuivre sur cette voie non sans au préalable l’avoir invité à exercer le métier de son père: marchand-tailleur. Apres le décès de son père, il entra à l’atelier du maître Auguste Danse et se mit à la tâche pour préparer le Prix de Rome en gravure. Tâche ardue mais bien à la mesure de ce tempérament travailleur qui fut récompensé par un Premier Prix qu’il obtint à l’unanimité en 1901. Il avait présenté une gravure fouillée à la réalisation de laquelle il avait mis une patience extraordinaire. Si on fait souvent allusion au fait que Victor Dieu fut un maître graveur, on oublie peut-être qu’il fut aussi un peintre de talent. Il convient de savoir qu’il a réalisé 479 toiles. Quelques oeuvres sont aujourd’hui éparses dans le Borinage et dans d’autres regions, notamment à Bruxelles. Elles sont marquées d’un pinceau décrivant les paysages si harmonieux qu’elles offrent un plaisir toujours renouvelé lorsqu’on examine avec un oeil attentif les détails. Il employa des couleurs chaudes et souvent orchestrées dans des paysages fleurant bon la nature. Une nature au sein de laquelle il aimait se trouver et dont il a tiré le maximum de très bonnes huiles sur toile où il employa avec bonheur le brun, le rouge comme le vert aux tons degradés. Les ciels, dans lesquels se bousculent les nuages qu’il aimait tant scruter, offrent un aspect sentimental et romantique.pianiste et violoniste. (Galerie du Pistolet d’ Or, aan te raden galerie in Bergen)

Te koop in onze collectie: timelessartcollection.eu

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN, een hoorspel

3414730395_7dedac534b_b

Dit hoorspel is een poging om met verhaal- en geluidsstructuren een atmosfeer te creëren waarin een archeologie van tranches hedendaags leven ontstaat zonder ze onmiddellijk te kunnen onderbrengen in bekende literaire genres. Vertellingen?
In uiterst korte story’s horen we allerlei aspecten van een beschaving aan bod komen.
Elke tranche is een uiterst kort verhaal uit een ‘teruggevonden’ bron, een boek met als titel ‘vijfentwintig liefdesbrieven’.
In die verhalen denken de ontdekkers elementen te vinden waarmee de ondergang van een beschaving op een bepaalde planeet te verklaren is.
De elementen liggen niet voor het grijpen, als ze dan al bestaan.
Het is er de maker om te doen geweest vanuit de bestaande short story’s telkens nieuwe verhaalstructuren op te bouwen met zinnen uit de gehoorde verhalen.
Woorden en klanken vormen een sjabloon waarin herkenbare gevoelens uit deze tijd (1987!) een patine van een voorbije beschaving krijgen.
Ook zonder deze ‘bedoeling’ is het best mogelijk naar deze compositie te luisteren.

Met de mooie stem van Oswald Versijp.
Door toenmalige Radio-3 (BRT) geproduceerd, opgenomen en gemonteerd op 5-8 mei 1987 en uitgezonden op 6 oktober van datzelfde jaar.
Met nog steeds intense dank aan de technici en de geluidsregisseur van wie ik de namen niet in de brochure vond, maar van wie ik voortdurend mocht bijleren, een drietal dat intens meedacht en meebouwde aan de vele hoorspelen en documentaires.

Laat je niet afleiden door het begin, de schokkende muziek is met opzet zo gemonteerd na 15 seconden stilte

 

  35’41

508d0-2321032935

DE GEVOLGEN VAN 25 LIEFDESBRIEVEN

Onduidelijke, schokkende muziekfragmenten, afgebroken, gemengd met voetstappen en fluitend iemand, een zingende stem, een flard toespraak, voetbalsupporters en in het uitgalmende decor:

Goede vriend, Aurelius,
Het enige wat we op deze planeet aantroffen was een boek.
‘Vijfentwintig liefdesbrieven’ heette het.
Er waren slechts negen vellen van bewaard.
Ze bevatten waarschijnlijk een code die het uitsterven van deze beschaving verklaart.
Daarom hebben Severus en ik, na elk twee brieven, zinnen geselecteerd die belangrijk konden zijn om het verleden tegemoet te komen.
De documenten hebben we van geluiden voorzien. We troffen ze aan bij een verzamelaar van primitieve geluidsdragers.

Voetstappen in een lege ruimte

Ze hoorde haar eigen voetstappen. Heel duidelijk. Er is niemand meer, dacht ze. Alleen ik ben er. Ikzelf en mijn spoken.

We horen iemand pogingen doen om iets te fluiten.

Ze probeerde iets te fluiten, net zoals haar vader dat vroeger deed toen ze samen wandelden, maar het lukte niet.
Haar spoken brachten haar uit de pas. Haar spoken probeerden haar terug te voeren naar de tijd toen ze haar eigen voetstappen nog niet hoorde.

In de verte zingt een kind

Haar spoken begonnen gevoelens wakker te maken die ze net niet de baas kon. Ze dacht aan haar vader toen ze hem een gouden horlogeketting gaf. Die ketting hangt weldra op zijn buik, dezelfde buik die in de aarde zal liggen, zoals alles naar de aarde terugkeert.

We horen iemand een toespraak houden, zonder te moeten begrijpen waar over hij het heeft.

Dat kon je best zeggen zo lang het niet jezelf of je eigen vader aanging. Maar toen ze hem de horlogeketting gaf, werd het haar duidelijk en ze haatte hem omdat hij niet eeuwig kon blijven leven, omdat hij zich al had verzoend met het bewusteloos liggen.

Een golf massagezang horen we op een voetbalveld.

Het hoorde erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken. Plaats maken? Nu was er plaats genoeg. Plaats voor mensen die eindelijk de aarde leerden verafschuwen.
Ze zouden de lucht bezitten, en niets kon hen naar beneden halen. Ook de tijd niet, die afgeleefde vader van haar.

Muziek mandoline-concerto van Vivaldi, het thema van dit hoorspel, begint.

Ze liep nu rechtop. Als ze haar spoken kon kwijt geraken, dan zou ze vliegen.
Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.

Muziek verdwijnt in een lange galm.

Er was eens een man die dronken van de lucht werd. Alcohol zei hem niets. Maar de lucht!

Een sissend suizend geluid, een luchtdecor wordt hoorbaar.

Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap. Hij begon te lallen, te zingen. Hij liep schots en scheef, begroette iedereen overdadig en deelde zijn geld uit aan de armen. Pas als hij weer binnen zat ging die dronkenschap over. Dan werd hij langzaam nuchter.
Een pet dragen, stevige overkleren, het hielp allemaal niets. Kwam hij buiten dan volgde de onvermijdelijke dronkenschap. Het was de lucht.

Vooral de vroege februarilucht deed hem veel kwaad. Dunne lucht was het, vliezig van de vrieskou maar toch al met de eerste geuren uit het zuiden.
Van die lucht werd hij binnen de vijf minuten zo dronken als een kanon.

Binnenblijven was ook geen leven. Dat kon nog in de oktober- of novemberlucht, maar met de lente in de lucht…

Een dokter kon hem ook niet helpen. Die zegde dat het iets met de stofwisseling te maken had en met zijn gevoelige lever, maar verder dan warme melk en goed slapen geraakte hij niet.

Omdat de mensen voortdurende dronkenschap aanstootgevend vonden, sloten ze de man op.
In zijn cel was hij nooit meer dronken. Werd hij gelucht dan kreeg hij even het vroegere gevoel, maar gevangenislucht is te dunnetjes om iemands nuchterheid te bedreigen.
Hij schreef gedichten en liederen over de lucht en die vonden hun weg naar het publiek.

Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen. Hij reisde naar de bergen, beleefde er een korte maar intense dronkenschap en stortte van een hoge bergtop. Zijn laatste adem smaakte naar armagnac en Ierse whisky.
En zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.

muziek neemt het luchtdecor over, valt weg in lange galm.

study-in-black-and-green

Deze vrouw was te mooi.

We horen een onbekend liefdesliedje van lang geleden , veertiger, vijftiger jaren, chanson.

Haar schoonheid straalde en wie door die straling werd aangetast, stierf een langzame pijnlijke liefdesdood.

Deze vrouw werd het symbool van een natie, van een continent. Na twee jaar was de halve aardbol ziek van haar.

Deze vrouw liet kerkhoven aanbidders na, bibliotheken gedichten, paleizen vol beelden, kortom: zij zorgde voor laaiende creativiteit, vonkende strijd, overvolle gekkenhuizen en nieuwe kloosterorden.

Deze vrouw gaf haar naam aan vulkanische gebergten op Mars, luidde een nieuw litterair tijdperk in en schonk de filmwereld meer dan tweehonderd prenten over liefde en dood.
Oorlogen werden om haar ontketend. De wereld die de eerste waanzin-golf overleefde, stierf in een nucleair conflict.
Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers.

Ritmische trommels stapelen zich op

Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners. Stralend van schoonheid en strijdzucht, geprogrammeerd voor verwoestende liefde, barstend van creativiteit, bulkend van zielenpijn.
Tekens weer overleefde zij de strijd.
Hitsige generaals weten wat het is om haar te treffen in de tuin van Eden. Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.

Trommels heviger en weg.

-Haar spoken begonnen gevoelens los te maken die ze niet de baas kon.
-Als hij nog maar zeven minuten buiten was, kreeg hij dat rare gevoel al in zijn hoofd. Pure dronkenschap.

stilte
muziekthema cello

Niemand hield meer van cello’s dan hij.

Zijn huis was een cello, zijn bed, om maar eens iets te noemen, zijn zeepbakje, zijn schrijfmachine, zijn toekomst. Ze hadden allen de vorm van een cello.
Omdat vrouwen niet dadelijk in deze vorm te verkrijgen of te verwringen zijn, was hij nooit op hen verliefd geweest.
Even kreeg een welgeschapen vrouw met een stem als een cello zijn aandacht maar toen ze verder geen enkele gelijkenis met zijn passie vertoonde, vergat hij haar, dromend de wereld in één reusachtige sonore cello te herbouwen.

Ook in het gekkenhuis was hij niet te houden en weldra verklaarde hij dat god een cello was.
Dit ging te ver. De wereld bleek oud genoeg en daarom:

trompet in volle klaarte met lange nagalm-tijd

en daarom liet god zijn engelen verschijnen, blazend op het zuiverste koper dat ooit werd geschapen.

Het einde der tijden brak aan. Goeden en kwaden werden gescheiden, en wie overbleef mocht opnieuw de aarde bevolken.

voetbalsupporters bij het maken van een goal

In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren. De volgende oordeelsdag zouden het cello’ s zijn die de tijden overbodig maakten.

Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde, en het was niet Columbus, maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.

Cellothema
Geweer geladen, schot, gil, trein die voorbijkomt.

Ze wachtte.
Ze wachtte tot het morgen zou worden.
Niets is zo mooi als een morgen om de hand aan zichzelf te slaan.

Herhaling laden, schot, kreet, treinen.

Nog voor de middag zou ze gevonden worden. Hier ligt, enz. enz.
Een heel leven lang kon hij haar mond op mond beademen. Zij bleef wat ze was: dood.

Muziekthema tussen de volgende zinnen.

Een heel leven lang zou hij elke morgen aan haar moeten denken, tot hijzelf de ogen sloot.

Niets is zo machtig als de dood, dacht zij.
Ze zag zich in zijn gezelschap oud worden.
Ze wist wat het zou zijn.

Geluidenmix huishoudtoestellen en dito

Ze wist wat het zou zijn: de verveling, het trage verraad, de ontgoocheling, het vervreemden.
Terwijl de dood…

De dood bracht hen voor meer dan een tijdperk samen. Ze zou hen fixeren als toppunten van liefde, als eeuwig stervenden terwille van elkaar.
En als ze naar het mes zocht, hoorde ze zacht geritsel in de populieren en drie jonge knapen schudden hun goudgelokte hoofden.
Nu herinnerde zij zich Mozart. Zij wist wat ze zou zingen, nauwkeurig. Woord voor woord kwam haar voor de geest.

fragment van de 3 knapen uit de Toverfluit, deel 1

En ze wist ook dat de dood in dit leven werkelijk de dood zou zijn. Later, veel later dus.
Hun stemmen liepen over in de eerste morgenkleuren.
Een volgende keer was zij Pamina niet, maar Julietta. En dan…
De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.
Wolfgang zag ze vliegen.
Net boven de grond eindigde het voorspel. Een prachtige finale.

24f5d-ernstvl7

Zang van de drie knapen, met daarna toilet dat doorspoelt. Daarna de woorden uit de herinnering:

-Vliegen met onhoorbare vleugelslag. Boven de aarde, deze buik met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Hij schreef gedichten en liederen over de lucht.
-Deze vrouw bleef alleen over, samen met de bijna gepensioneerde generaals van de grote legers. -In zijn gekkenhuis schreef de man gedichten op de muren.
-De jongetjes sprongen uit de bomen en begonnen aan hun taak.

Venetiaans thema mandoline-concerto (Andante) plots afgebroken.

Toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de periode van de dichters zonder woorden over de wereld.
Hun zwijgzaamheid werd geprezen.

Buitendecor met koekoek en vogels.

Hun zwijgzaamheid werd geprezen.
Om die zwijgzaamheid vorm te geven, drukten ze lege bundels met daarin de omtrekken van een gedicht, aangeduid door een open of gesloten lijn. Zo ontstond de tekenkunst.

Buitendecor gaat over in klankgroepen

En toen de aardbewoners bemerkten dat de werkelijkheid bijna zo mooi als de gravure of kleurencompositie was, begonnen ze woorden te gebruiken om hun verbazing uit te drukken.
Met die woorden maakten ze gedichten, en toen alle gedichten tot dezelfde woorden waren herleid, kwam de tweede periode van de dichters zonder woorden over de wereld.

Om niet in herhaling te vallen, werd nu de muziek uitgevonden en men zong in liederen zonder woorden wat er aan persoonlijke gevoelens te koop was.

Woordeloos gezang van Broeder Jacob

De ramen naar de tuin stonden ver open. Gezang van vogels lokte ons naar buiten.

Natuurdecor met merel

Het was inderdaad Venetië waar we ons bevonden. We sloten de ogen. In gondels gezeten bezochten we de lagune.

Vogelgezang is in mandoline-thema overgegaan.

Later vertelden we over deze tocht. Kinderen keken ons verbaasd aan. Ouderlingen schudden het hoofd. Toch kon men nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.

Hun verbeelding? Te gek meneer. Elk cliché herkauwen zij, en als ze bellen blazen lacht de goegemeente.
Met citaten zijn hun zuinige mondjes gevuld.
Tsjechov herschrijven zij en Shakespeare was toch maar een mens.
Ze kunnen niet meer tekenen en haasten zich om toneel te spelen, en waar vroeger de volksdansgroepen, naar het buitenland trokken, verbazen deze nieuwe gildebroeders het internationaal publiek met de nieuwe kleren van de keizer.
Als kostschoolmeisjes blijven zij gibberen.
Oh, maar dit is grappig.
Te gek, meneer.

dde15d9dccb73a8f916c0e3409a1761f

Dus zei het kind: (en de mannenstem)

Kind: Bij gebrek aan fabels, door tekort aan stadsverhalen, zal ik ze voor jullie uitvinden.
Ik ben.
Ik ben degene die jullie niet krijgen.
Timmer jullie theaters dicht, hou jullie gallereien gesloten
Ik kom.
Ik zal heel luid roepen, zonder schaamte, zonder pardon.
De keizer is bloot!
En pas op.
Ik laat me niet gebruiken door de uitgeleefde vertellers.
Ik laat me niet voor de kar van ‘vroeger-was-een-mooie tijd- spannen.
Ik ben.
Ik kom.
Ik vertel de verhalen over de geesten van de flatgebouwen.
De graal, gevonden na een lange zoektocht door de stadsriolen.
Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.

Venetiaans thema, 2de deel.

Woorden uit de herinnering:

-Het hoort erbij, zegde hij haar troostend. We moeten plaats maken.
-Toen de man na jaren weer buiten mocht, was hij te suf om nog diep te kunnen inademen.
-Uit hun nageslacht kwamen de nieuwe aardbewoners.
-Omdat gekken niet geoordeeld, laat staan veroordeeld mogen worden, bevolkten zij de lege aarde.
-Ze zag zich in zijn gezelschap ouder worden.
-Een volgende keer was zij Pamina niet maar Julietta , en dan…
-De ramen naar de tuin stonden ver open.

Verschillende soorten gongen en bellen als signalen

Degenen die nu de pest nog niet hadden, verzamelden zich op de heuvels buiten de stad.
Degenen die nu de pest nog niet hadden, sloten zich bij de verhalenvertellers aan.

Als het regende gooiden ze hun kleren weg en smeekten de goden om reiniging.
De epidemie bevolkte de hemel met lang vergane machten.
De vertellers bekeerden zich.
Hun schunnige verhalen ruilden ze tegen gebeden in.
Hun laatste restje trots verkochten ze voor wierook op de altaren.
Ze sloegen hun lichamen en lieten hun geslacht verdorren.
De lente overwoekerde hun gebeenten.
Nu de mensen verdwenen, staat ook de hemel weer te koop.

Bellen. Stilte.
Geluiden van roeiboot in grot, fakkels.

We steken de fakkels aan nu we de grotten invaren.
Gruwelijke tekeningen zijn zichtbaar.
Een kind wordt geofferd aan kennis en macht.
Het vaderschap vertrappelt vrouwen met vleugels.
Woeste Bachanten stenigen Orfeus, de beminnelijke zanger.
Het stalen tijdperk wordt door de draak gevreten.

Wie waren de bewoners van deze planeet?

Alleen nog de roeiboot hoorbaar

-Boven de aarde, deze buik gevuld met miljarden uitgedeinde kinderen.
-Zijn ziel baadde in lucht, tot het einde der tijden.
-Hun slangengezichten verbergen zij tussen het lover van de grote boom.
-Het was niet Columbus maar de man die eeuwen later Amerika ontdekte en daarmee bewees dat de aarde de vorm van een cello had.
-Een prachtige finale.
-Toch kon me nog de zeelucht in onze kleren rieken, het oosten in onze ogen zien.
-Wat uitgevonden is, zal ik weer uitvinden.
-Nu de mensen verdwenen staat ook de hemel te koop.
Wie waren de bewoners van deze planeet?

Muziekthema

60d96551f4faa4c5829d8b2eddb16327--art-vintage-vintage-prints

Mijn moeder vloog

dyn010_original_364_467_jpeg_2661635_f75f2520b2a0efc74a3236fa264b2ff6

Mijn moeder
vloog
de wereld rond
en
voor de avond viel
was zij weer thuis
en kookte
zij wolken
tot een brei
waarin nu en dan
gevallen-engelenvoeten
bovendreven.
De vleugeltjes
waren voor mijn vader.

Na de vaat
wilde ze nog
onder de sterren
vliegen.
Mijn vader
vond het best
en zei
dat hij me wel naar school
zou brengen
met de fiets.

Levenslang
heb ik uitgekeken
naar de eerste leeuwerik.
Het zou wel eens
mijn moeder
kunnen zijn, dacht ik.

 

 

TOEGANG TOT DE PERRONS, een radio-compositie

d5fab66aa4fed77b6b4f664f7fe39255--trains-cars

Antwerpen Centraal, 1979.
De toegang tot de perrons kostte je de prijs van een ‘perronkaartje’.
Ticketten werden nogal luidruchtig met een soort hefboom-apparaat afgedrukt.
Wilde je binnen of buiten het station dan duwde de reiziger een serie piepende en kreunende deuren open die net zo luidruchtig weer dichtzwiepten.
De roltrappen kreunden onder het gewicht van de aankomenden en vertrekkenden.
In het buffet klonk elke handeling als in een kerk.
Sissende dieseltreinen brachten het volk aan en voerden het weg.

Dat waren de werkelijkheden in en rond het station Antwerpen Centraal.
Er was een mooie traditional en de muziek van Ludwig van Beethoven die mij voortdurend aan rijdende treinstellen deed denken.
Door de luidsprekers klonken totaal onverstaanbare namen en mededelingen.
Zowel de muziek als de geluiden liepen in mijn hoofd in elkaar over.
Aankomen en vertrekken.
Het werd een korte radiocompositie, toegang tot de perrons.
De maker geeft eerst een korte inleiding en laat je daarna onderduiken in het aankomen en vertrekken van alle tijden. Antwerpen Centraal.   Uitstekend te beluisteren per hoofdtelefoon of met degelijke boxen, volume ruim open. Zoek niet naar de betekenis van elke geluid maar luister naar de geluidsgolven als naar muziek. Duw maar op het pijltje.

 

 

duurtijd: 17’51

Een station is een vergaarbak van geluiden zoals een orkeststuk een verzameling klanken is.
Wij wilden daarom dit korte verhaal alleen maar vertellen in geluiden, afgewisseld met muziek van Ludwig von Beethoven.
Beide verzamelingen zijn met elkaar verwant. De eerste noemen wij meestal ‘lawaai’ en de tweede krijgt de eretitel ‘muziek’ opgeplakt.
Ook de functies van onze beide elementen zijn verwant: zowel het station als de muziek zijn ontsnappingsplaatsen, vertrekpunten.
Toegang tot de perrsons vertolkt de alledaagse realiteit maar heeft ook aandacht voor de dromen zoals ze exemplarisch gedroomd werden tussen Bonn en Wenen.
Nemen de alledaagse klanken een structuur aan dan begint men plots een heel eigen muziek te ontdekken.
In deze korte radiodocumentaire kunt u luisteren naar de volgende deeltjes:
-Fuga voor stationsdeuren
-Staccato voor perronkaartjesautomaat, geldstuk en stemmen.
-Een vivace voor geluiden in een stationsbuffet
-Kleine cantate voor dieseltreinen en stationsfluitjes
-En tenslotte een voetenscherzo voor vertrekkende en thuiskomende reizigers.

chair-car-edward-hopper

HANNAH ARENDT: REPRESENTATIEF DENKEN

hannah_hist

Wellicht zijn de aanwezige teksten, hoorspelen en documentaires een aanwijzing dat ‘in de stilte’ geen beeld is voor een vereenzaamd, teruggetrokken leven.
Ik las deze morgen, en dat op tweede Pinksterdag, nog een mooi fragment dat de filosofe Joke J. Hermsen aanhaalt in haar boek ‘Heimwee naar de mens’ waar ze over Hannah Arendt praat, de Duits-Amerikaans-Joodse filosofe die zich Israels ongenoegen op de hals haalde bij haar bedenkingen over het proces Eichmann:

‘De aanwezigheid van anderen is voor Arendt een van de belangrijkste voorwaarden voor het denken, of althans voor die vorm van denken die haar voor ogen staat. Ze noemt dat denken met een ‘verbreed bewustzijn’. Deze vorm van denken, een denken dat steeds de standpunten van anderen bij de eigen oordeelsvorming betrekt, staat haaks op het totalitaire denken, dat de meningen en standpunten van anderen bij voorbaat negeert. Denken is voor Arendt altijd representatief denken, dat wil zeggen, dat we geacht worden ons de mogelijke standpunten van anderen voor te stellen door middel van ons verbeeldings- en inlevingsvermogen. Hoe meer standpunten iemand zich kan voorstellen, des te groter het vermogen tot representatief denken.’
(o.c p.123)

En ietsje verder:
‘Denken, zo zouden we de filosofie van Arendt kunnen samenvatten, kan alleen op grond van verschil. Het denkproces komt pas in beweging als het eigen standpunt door een ander wordt uitgedaagd of in twijfel getrokken. De voorwaarde voor het denkproces is het onderling kunnen en mogen verschillen van mensen. Zonder deze pluraliteit stokt het denken. En als het denken stokt, verdwijnt ook het oordeelsvermogen. Dan wordt de mens tot niet veel meer dan een ding , een machine gereduceerd. (..)’
(o.c. p.124)

En nog even terugspringend naar het al dan niet samengaan van filosofie en politiek:

‘De grote belangstelling voor Arendts werk heeft volgens mij hiermee te maken: in deze tijden van verregaande individualisering biedt haar werk, dat de nadruk op onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld legt, nog enig tegenwicht. Daarnaast heeft Arendt onophoudelijk een antwoord gezocht op een van de belangrijkste vragen van de twintigste eeuw, de vraag namelijk waarom westerse filosofen zo vaak geplaagd worden door een ‘hang naar het tirannieke’. Met name Heidegger, met wie Arendt als studente een verhouding had, heeft deze beschuldiging de afgelopen jaren regelmatig voor de voeten geworpen gekregen. De Belgische filosoof Jacques Taminiaux besteedt in zijn boek over Arendt en Heidegger, Het Thracische meisje en de professionele denker, waarin hij de filosofische interesses en meningsverschillen tussen hen zorgvuldig in kaart brengt, ook aandacht aan deze vraag.
De titel van zijn boek verwijst naar een anekdote van Plato, waarin deze het verschil tussen filosofen en ‘gewone’ mensen beschrijft. Deze anekdote wordt door Arendt met veel genoegen in Denken (1971) gememoreerd. Het verhaal gaat dat een Thracisch boerenmeisje op een dag in lachen uitbarst, als ze de filosoof Thales in een bron ziet vallen op het moment dat hij aandachtig de bewegingen van de hemellichamen gadeslaat. ‘Zo’n vurige ijver om te weten wat er in de hemel omgaat en niet eens zien wat zich vlak voor zijn voeten bevindt!’ De filosoof houdt zich kortom veel te veel met verheven, metafysische zaken bezig en heeft (levens)gevaarlijk weinig belangstelling voor de zaken van het dagelijks leven.
(o.c. p. 207-208)

40b7cc62147393b9557793ab3e3e83e3

Wat zich voor onze voeten afspeelt heeft mij ten zeerste geïnteresseerd, en de verschillende portretten en teksten in mijn radiowerk mogen in die richting wijzen. Niet alleen het vermakelijke dat zich daar afspeelt maar vooral ook de ervaringsdeskundigheid om een modewoord te gebruiken van mijn onderwerpen. Ik heb als mens veel van hen opgestoken.
Het veelzijdige van ons bestaan, de uit angsten geboren drang om ons bij een ‘grote’ groep ‘thuis’ te voelen en de gevolgen daarvan, gecombineerd met de ervaring van het dagelijkse leven bieden nog steeds mooie perspectieven. Je hebt alleen de stilte blijvend nodig om ze te laten neerdalen, vormt te geven en plaats in de openbare ruimte te bieden.

48af5-art-crea-dieu-croix-rousse-lyon-6-720x540-3

‘The gap, though we hear about it fist as a nunc stans, the “standing now” in medieval philosophy, where it serverd, in the form of nunc aeternaitatis, as model and metaphor for divine eternity, is not a historical datum; it seems to be coeval with the existence of man on earth. Using a different methaphor, we call it the region of the spirit, but it is perhaps rather the path paved by thinking, the small inconspicuous track of non-time beaten by the activity of thought within the time-space given to natal and mortal men. Following that course, the thought-trains, remembrance and anticipation, save whatever they touch from the ruin of historical and biographical time.’
Hannah Arendt, The Life of the Mind

Beluister een gesprek met Günter Grauss en Hannah Arendt hieronder, een opname uit 1964.
De Engelse ondertitels zijn niet altijd nauwkeurig, en het roken van beide personen moet je als tijdsfenomeen zien. Belangrijk is de inhoud die beetje bij beetje, al sprekend en denkend ontstaat. Een kostbaar document.

(Het boek van Joke J. Hermsen Heimwee naar de mens, essays over kunst, literatuur en filosofie, is uitgegeven door De Arbeiderspers, Amsterdam, Antwerpen 2003.)

NACHTELIJK

c8518cb6a5968ba4f7ed81516be786c9

De nachten, zei mijn kind,
de nachten zijn belachelijk dun
en soms ook afgelikt paars,
of van bladerdeeg
zoals de maan.

Onderwaterzwemmen:
-de wereld kopje onder-
Op veel te dure schepen
liggen matrozen
voor pampus
terwijl sterren
vruchteloos wenken.

In de gele buik van een tram
wil ik de stad uitrijden
en de nachtegaal loslaten
die jij in de piano hebt opgesloten.

Iedereen bewusteloos,
maar wij roeien op de vijver
waar de morgen slaapt.
Heb je wel gebeden, vraagt hij,
want zonder bidden
wierookt de mist als gifgas.

Ze heeft gezongen, zegt ze de nachtegaal,
de hazelaar knikte tevreden,
zelfs de kranten waren over haar te spreken.

Op haar schouder
wacht hij op de leeuwerik
om met een duet
uit de parelvissers
de ontwakenden gerust te stellen.

 Young-Hopper-Drawing
Above you can find Exhibit A from the collection. A picture that young Hopper, only 9 years old, drew on the back of his 3rd grade report card. A sure early sign of his talents.
Helemaal bovenaan ‘Boy and Moon van Edward Hopper (1906-1907)
Pen, brush and ink, and transparent and opaque watercolor on paper

VANUIT DE STILTE NAAR GELUIDS-GENOT

a92fa-brown3

Stilte is niet het ontbreken van geluid, net zo min als lawaai luid moet klinken om lawaai te zijn.
Stilte is de mogelijkheid om dichtbij, midden en verder weg geluiden te kunnen waarnemen die samen een ‘soundscape’ vormen of waarmee je zelf een soundscape kunt maken.
De sterkte doet er niet toe want lawaai is niet meer dan ‘ongewenst’ geluid, en dat kan net zo goed de venijnige klank van de tandartsboor zijn als de stoomhamer uit de walserij.

Stilte is dus openheid om waar te nemen, in dit geval met de oren, al wordt klank met het hele lichaam waargenomen.
Je aandacht richten op de geluiden uit je omgeving is een mooie begin-oefening voor jonge componisten en radio-makers.
Stel je voor dat je alleen thuis bent.
Het was een uitgangspunt voor een kleine radio-productie uit de jaren tachtig. We namen enkele uren thuis geluiden op die in en om het huis aanwezig waren en gingen daarmee aan het werk in de studio. Het werd een soort ‘verdroming’ van de alledaagse geluiden die eigen ritmes en associaties gingen vormen tot ze door een wekker werden verlost en terugkeerden naar hun alledaagsheid.
Natuurlijk hadden we nog geen digitale mogelijkheden. We waren al heel fier op de aankoop van een heuse ‘vocoder’ waarmee geluiden bewerkt konden worden en die ons de kans gaf de kleuren te onderzoeken en te gebruiken.
Luister maar mee, ietsje meer dan zestien minuten ‘Alleen thuis’. (16’38)

 

mdj_peter_serling_2010_web_0423

Enkele dagen geleden vond ik in de USA een mooie cd van een groep met een erg aansprekende naam. ‘BANG ON A CAN’. Ze verzamelden nummers onder de al even sprekende titel voor een radiomaker: ‘Field Recordings’.
Hieronder stellen ze zichzelf voor en volgen er twee nummers waarin alledaagse geluiden prachtig zijn geïntegreerd in hun totaalproductie.
Het geluid wordt een deel van de totaalklank die we dan bijvoorbeeld muziek kunnen noemen maar net zo goed een eigen dramatisch verhaal vertelt.

Veel luister-werk, koptelefoons of goede boxen aan te raden om je in de ruimte zelf terug te vinden. Gebruik een zo groot mogelijk scherm.

Bang on a Can is dedicated to making music new. Since its first Marathon concert in 1987, Bang on a Can has been creating an international community dedicated to innovative music, wherever it is found. With adventurous programs, it commissions new composers, performs, presents, and records new work, develops new audiences, and educates the musicians of the future. Bang on a Can is building a world in which powerful new musical ideas flow freely across all genres and borders. Bang on a Can plays “a central role in fostering a new kind of audience that doesn’t concern itself with boundaries. If music is made with originality and integrity, these listeners will come.” (The New York Times)

Bang on a Can has grown from a one-day New York-based Marathon concert (on Mother’s Day in 1987 in a SoHo art gallery) to a multi-faceted performing arts organization with a broad range of year-round international activities. “When we started Bang on a Can, we never imagined that our 12-hour marathon festival of mostly unknown music would morph into a giant international organization dedicated to the support of experimental music, wherever we would find it,” write Bang on a Can Co-Founders Michael Gordon, David Lang and Julia Wolfe. “But it has, and we are so gratified to be still hard at work, all these years later. The reason is really clear to us – we started this organization because we believed that making new music is a utopian act – that people needed to hear this music and they needed to hear it presented in the most persuasive way, with the best players, with the best programs, for the best listeners, in the best context. Our commitment to changing the environment for this music has kept us busy and growing, and we are not done yet.”

Current projects include the annual Bang on a Can Marathon; The People’s Commissioning Fund, a membership program to commission emerging composers; the Bang on a Can All-Stars, who tour to major festivals and concert venues around the world every year; recording projects; the Bang on a Can Summer Music Festival at MASS MoCA – a professional development program for young composers and performers led by today’s pioneers of experimental music; Asphalt Orchestra, Bang on a Can’s extreme street band that offers mobile performances re-contextualizing unusual music; Found Sound Nation, a new technology-based musical outreach program now partnering with the State Department of the United States of America to create OneBeat, a revolutionary, post-political residency program that uses music to bridge the gulf between young American musicians and young musicians from around the world; cross-disciplinary collaborations and projects with DJs, visual artists, choreographers, filmmakers and more. Each new program has evolved to answer specific challenges faced by today’s musicians, composers and audiences, in order to make innovative music widely accessible and wildly received. Bang on a Can’s inventive and aggressive approach to programming and presentation has created a large and vibrant international audience made up of people of all ages who are rediscovering the value of contemporary music.

 

EEN MAN EN EEN PAARD, een radiodocumentaire

DP122028

Een man en een paard, een radiodocumentaire uit de vroege tachtiger jaren van de 20ste eeuw.
Hij was 67 toen we deze documentaire maakten: een man met een bewogen leven waarin paarden een voorname rol hebben gespeeld.
Man en paard behouden hun zelfstandigheid.
Maar er is een band.
Ze respecteren elkaars eigenheid en zelfstandigheid.
De nauwe band die hen verbindt of verbonden heeft kwam langzaam tot stand.

Beluister zijn verhaal.

duurtijd: 27’40

 

agostini

Het bovenste beeldje komt uit de Hellinistische periode, 3de eeuw voor  V.C., de tekening is van de Amerikaanse kunstenaar Peter Agostini (1913-1993) Gedateerd: 1941.

 

WENDINGEN

Wendingen-1931_1280x500

 

Waarom

draait de rivier,

sterft het kind,

staan de koeien, gat naar de wind,

breekt een vriend je de nek,

kust een onbekende je op de lippen,

ratelt de regen,

verblijven wij op aarde,

zingen de monniken,

stinken kranten naar leugens,

stijgt de temperatuur,

gooien mensen zich op de grond voor god,

grijpen wij naar goud en zilver,

verbergen wij onze angsten

lezen we op het toilet,

en verlaten wij het leven,

terwijl de merels zwijgen.

 

Wendingen zijn het, kind,

wendingen die ons

tot een roerloos cocon omwinden.

Wat gisteren was, zal morgen zijn.

 

Het regent sterren terwijl je slaapt.

 

kopjewendingen

 

DORPSIDYLLE HEINRICH SEEPOLT

seepolt01

Merkwaardig en boeiend doek van merkwaardige en boeiende kunstenaar.
Heinrich Seepolt werd in 1903 in Duisburg (DE) geboren en bezocht de Kunstgewerbeschule in Essen, was medestichter van de ‘Duisburger Künstlerbundes’ en bezocht geregeld de Kunstacademie in Düsseldorf. Als Meisterschüler van Paul Klee zoekt hij naar zijn eigen stijl.
Vanaf 1932 gaf hij samen met andere Duisburgse kunstenaars atelier (in kamers van een politiebureau!) waarin het ‘zien’ werd verdiept: ‘Schulung des Sehens und Gestaltens’.
Het kenmerkt hem als kunstenaar dat hij eerder pedagoog dan artiest wilde zijn, denk ik.
Als de nazi’s aan de macht komen wordt één van zijn werken in beslag genomen als ‘Entartete Kunst’ (1937) en gaat hij ondergronds. In 1942 huwt een halfjoodse pianiste, Wilhelmine Schlüter.
In Zwitserland wordt zijn zoon geboren en in 1944 werd zijn Duisburgs atelier ‘ausgebombt’ en gaat veel werk verloren.
In 1950 komt hij totaal verarmd in Kirchheim wonen, een wijk van Euskirchen en ontwerp hij er mooie glasramen voor de Sint Martinuskerk. Hij sluit er vriendschap met plaatselijke deken Joseph Emonds die tijdens de oorlog een Joods gezin opnam in zijn woning. Hij werd zijn ‘Freund im Geiste und der Gesinnung’.
Beide mannen waren werkzaam in de toen pas ontstane ‘Friedensbewegung’.

seepolt02

Op zoek naar zijn werk vond ik alleen uiteenlopende kwalitatief middelmatige werken.
Dit doek echter, genoemd ‘Dorpsidylle’ toont een jonge originele expressionist. Het draagt het jaartal 1924, nog voor zijn scholing in Dusseldorf, maar als je goed kijkt (ik zag zijn 4 ook nog op een ander werk) dan zie je dat het ook wel eens een 7 zou kunnen zijn en 1927 lijkt me waarschijnlijker in zijn biografie passen.

Het is de weergave van een dorp van binnen-uit, het dorp zelf leeft als personage.
Man en vrouw met kindje keren terug van het veld, vrouwen bij een baby, iemand wast its in een teil, een vrouwtje komt ons tegemoet.
In de diepte liggen de heuvels, maar vooraan het schamele huis waar je langs allerlei trappen naar binnen kunt. Uit de schoorsteen komt een beetje rook.
De werkelijkheid is de werkelijkheid zoals de kunstenaar ze doorvoelt: een plaats voor schamele mensen maar die bij elkaar steun vinden met het huis als toevlucht en vertrekpunt.
De aardetonen houden het geheel ver van de ‘idylle’ al kreeg het een beetje ironisch die naam, een dorpsidylle, of komt die naam van een kunsthandelaar die geen ogen in zijn hoofd had?

Een prachtig werk is het, om levenslang te koesteren.

Olie op doek 49 cm x 60 cm
links onder gesigneerd en gedateerd
In een grote mooie zwarte kader, beschadigd aan de zijkanten maar zeker de moeite om te restaureren.
67 cm x 77 cm

Als Sohn eines Dekorationsmalers wurde Heinrich Seepolt am 26. September 1903 in Duisburg geboren. Er war Maler und Graphiker, ließ sich ab 1920 an der Kunstgewerbeschule Essen ausbilden und studierte von 1926 bis 1931 an der Kunstakademie Düsseldorf. Als Meisterschüler von Paul Klee entwickelte er einen persönlichen Stil, den er in der Nachkriegszeit in Kirchheim bei Euskirchen fachlich und mit persönlichen Akzenten weiter entwickelte. (…)

Und nachdem erstmals im Jahre 1937 eins seiner Werke aus einem Museum entfernt wurde, lebte er wegen drohender Verhaftung im Untergrund.
Da er ab 1950 mit seiner Familie verarmt in Kirchheim wohnte, fand er in dem dort wirkenden Dechant Joseph Emonds einen Freund, der anfangs nicht nur seine Familie mit Kleidung und Nahrung unterstützte, sondern sich auch als „Freund im Geiste und der Gesinnung“ zeigte. Beide Männer gehörten seit den 1950er Jahren – in verschiedenen Positionen – zur neu entstandenen Friedensbewegung.

( ‘Heinrich Seepolt (1903-1989) aus Kirchheim, ein activer Künstler in der Zeit der westdeutschen Friedensbewegung, Blog von Hans Dieter Arntz)

“Dorfidylle” Gemälde Öl/Leinwand, 49 cm x 60 cm, links unten signiert und datiert 24 /(27?) “Village idyll” painting oil/canvas, 49 cm x 60 cm, (67 cm x 77 cm) signed and dated 24 down left

 

In onze collectie nog te koop. Bij belangstelling gebruik ‘contact’. You can buy this beautiful painting. Please use ‘contact’.

 

HELENA, DE CASSETTES EN DE KINDEREN, een radio-portret

 

Helena heeft al een bewogen leven achter de rug. Maar ze heeft zoals ze zelf zegt een ‘manmoedige moed’. Wat ze denkt, zegt ze ook, en ze kan net zo snel spreken als denken. En dat in verschillende lagen en op hetzelfde moment.
Haar grote vreugde zijn haar kleinkinderen met wie ze liedjes opneemt op een cassette (we zijn in de vroege jaren 80!) en die dan daarna weer beluistert en meezingt.
Ze heeft haar manier van leven gevonden al blijft er ook nog een grote droomwens.
Een zeer levendig portret van een moedige vrouw met een groot hart.
Een uitzending in de serie ‘Het is kwart over twaalf en alles is rustig’ (1980-jaren)

(32′)

huyunju kim small memory

MARIA, liederen onder de perelaar. Twee radio-chromo’s.

 

b198781_polska_swietokrzyskie

Maria uit Polen. Als jonge vrouw is ze in België achtergebleven. Door bemiddeling van het OCMW had ze in het Gents Begijnhof een huisje gekregen waar ze haar eigen wereld heeft opgebouwd. Ze is dan al tegen de tachtig. Vol heimwee naar de landerijen in het thuisland, zingt ze elke dag zichzelf begeleidend op haar accordeon. Nu, veertig jaar later beluister ik nog vaak haar lied. Soms zingen we zelfs samen. We overbruggen tijd en afstand.

 

Bij problemen met de waterput wilden de gemeente-arbeiders de perelaar in haar tuintje omhakken om bij de leiding te kunnen. Wat ze ook beweerde, hoe ze ook wilde aantonen dat de put niet onder de geliefde boom te vinden was, het mocht niet baten. Maar ze zou haar geliefde perelaar redden!

pologne01

YVONNE IN DE STAD twee radio-chromo’s

dyn004_original_400_493_jpeg_20344_a6e45f124dc41f3fcf612bf36d8c16f2

(VRT) Radio-1 had de traditie plaats te bieden aan persoonlijke verhalen, alledaagse gebeurtenissen van alledaagse mensen die echter door hun persoonlijkheid merkwaardig waren.
Zo was er het programma ‘Het is kwart over twaalf en alles is rustig’, (later kwart over tien ’s avonds) waarin er voldoende tijd werd geboden om die persoonlijke ervaringen hoorbaar te maken.
Uit die programma’s en uit vroege radiodocumentaires maakte ik later een aantal ‘radio-chromo’s’, korte fragmenten, radiofonische prentjes, waamee je toch alvast een idee kreeg van degene die aan het woord was.
Vandaag twee chromo’s uit een documentaire: ‘Yvonne in de stad’.
We zijn duidelijk in het Antwerpse, al bij de eerste woorden merkbaar. Het zijn de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw.
Of er intussen veel veranderd is?

 

Ze is blijven dromen. Ze wilde graag ‘schrijfster’ worden. Maar…

 

Twee chromo’s van een merkwaardige stem uit de stad.

Edward_Hopper_-_Girl_at_a_Sewing_Machine_(1921)

TOY, een radiocompositie

1005364_00_LI01110_Large1

Ze was vijf, zes jaar denk ik, dus rond 1978, 1979.
Terwijl we op haar mama wachtten speelden we vaak leeuw of vertelde ze voor mijn microfoon verhaaltjes.
Zo was er op een late namiddag het verhaal over god en de ‘engels’ (engelen)
Gewend aan de Nagra (professionele bandrecorder uit die dagen) vertelde ze zonder dat ik al te veel vragen moest stellen.

Daarna trok ik naar de toenmalige speelgoedwinkel Christiaensen en verbaasde daar menig bezoeker met het uittesten van allerlei geluiden door het hanteren van speelgoedjes die geluid maakten.
We zijn nog een eind van het computertijdperk, er was dus nog een draaitol met muziek, een gewoon kinderpianootje, staafjes met belletjes en ratels, enz.
Met dat speelgoed trokken we een week naar de studio.
Probeerde de kleine Sofie vat te krijgen op de bovennatuurlijke wereld met haar verhaaltjes, wij wilden met speelgoed een compositie maken waarin we konden deelnemen aan dat wondere.

Ons instrumentarium:

-draaitol met muziektonen
-speelgoedtrompetje
-gummifiguurtjes met geluid
-ratel
-kinderpiano
-speelgoed-ambulance
-speeldoosje met gekend melodietje.
-autootjes met geluid
-staaf met belletjes
-houten fluitje

We maakten eerst de onderdelen, vaak nog via lange lussen tape, probeerden ruimtelijke en toen nog zuinige elektronische mogelijkheden en brachten daarin de stem van het kind.
We wilden vooral niet illustratief te werk gaan, maar onze kinderlijke verbeelding opnieuw opzoeken. Een heuse compositie maken waarin de stem een onderdeel was van een gemeenschappelijke wereld.
Zo ontstond ‘Toy’, een samenbrengen van verbeelding. Een radio-compositie.
De Finse radio zond deze compositie later uit met over de kinderstem een Fins jochie.
Het kind van toen wordt dit jaar vijfenveertig maar dat wondere, die verbinding met het kind van toen, heeft ze nog altijd. Graag dus aan haar opgedragen.

Druk op het pijltje om te beluisteren.

seraphim2

 

Als de god dood is dan komt er altijd een nieuwe god,
maar niet anders,
want als de god dood is dan komt er niet direkt een andere god
maar het moet nog jaren duren voordat de andere god komt,
want deze god die doodgegaan is, dat was een heel goeie god
want die had ons bedankt voor de feeën in de hemel,
dat bestaat wel, hoor.

electronische stem: TOY Thau Omega Upsilon

Als je een hele lange wolk ziet, dat is de fee.
De god kan de fee, die lange wolk, betoveren in een fee,
dus alles is in de wereld,
en daarboven in de lucht dat wil je ook wel weten,
daar zal ik nu over vertellen.

Waar ’s morgens of ’s middags de maan naar toe is
en de sterren die zitten ergens anders,
wel in Spanje.

Als mijn zusje dood zou zijn dan had ik ook wel veel verdriet
en de god ook natuurlijk,
want de god die kent iedereen,
iedereen op de wereld.
Hoe kan dat? Dat weet ik.
Ik zal het zeggen als iedereen stil zal zijn,
want anders kunt je ’t niet horen
en dan weet je niets over de wereld.

O, de god, Jezus.
Jezus, zo ziet die eruit,
en Jezus die ziet eruit
-ge kent wel he, zo’n klein Jezuskes op een taart, he,
zo ziet de god eruit.

O, in de hemel,
heel hoog, nog hoger dan de lucht
daar woont hij, of ook in een ander land
maar je kan hem wel zien, dus de god is dan wel groot.

Ik zal nu over de engels vertellen (engelen)
De engels die dienen om… het leven goed te maken,
want de engels die komen van de god en Jezus,
daar waar die wonen dat is in een stalletje;
die hebben twee vleugels en een …kopke
en een ..buikje, en dat buikje dat ziet voor altijd, altijd…
blauw! Blauw.

Omdat ik de wereld al ken van vroeger
toen ik nog een babytje was,
toen zat ik nog in de buik van mama,en toen wist ik alles en daarom weet ik het nu.
En toen groeide ik en zei het:
‘Ik zal u vertellen wat er was.’

3V9A2348