1005364_00_LI01110_Large1

Ze was vijf, zes jaar denk ik, dus rond 1978, 1979.
Terwijl we op haar mama wachtten speelden we vaak leeuw of vertelde ze voor mijn microfoon verhaaltjes.
Zo was er op een late namiddag het verhaal over god en de ‘engels’ (engelen)
Gewend aan de Nagra (proffesionele bandrecorder uit die dagen) vertelde ze zonder dat ik al te veel vragen moest stellen.

Daarna trok ik naar de toenmalige speelgoedwinkel Christiaensen en verbaasde daar menig bezoeker met het uittesten van allerlei geluiden door het hanteren van speelgoedjes die geluid maakten.
We zijn nog een eind van het computertijdperk, er was dus nog een draaitol met muziek, een gewoon kinderpianootje, staafjes met belletjes en ratels, enz.
Met dat speelgoed trokken we een week naar de studio.
Probeerde de kleine Sofie vat te krijgen op de bovennatuurlijke wereld met haar verhaaltjes, wij wilden met speelgoed een compositie maken waarin we konden deelnemen aan dat wondere.
Ons instrumentarium:

-draaitol met muziektonen
-speelgoedtrompetje
-gummifiguurtjes met geluid
-ratel
-kinderpiano
-speelgoed-ambulance
-speeldoosje met bekend melodietje.
-autootjes met geluid
-staaf met belletjes
-houten fluitje

We maakten eerst de onderdelen, vaak nog via lange lussen tape, probeerden ruimtelijke en toen nog spaarzame electronische mogelijkheden en brachten daarin de stem van het kind.
We wilden vooral niet illustratief te werk gaan, maar onze kinderlijke verbeelding terug opzoeken. Een heuse compositie maken waarin de stem een onderdeel was van een gemeenschappelijke wereld.
Zo ontstond ‘Toy’, een samenbrengen van verbeelding. Een radio-compositie.
De Finse radio zond deze compositie later uit met over de kinderstem een Fins jochie.
Het kind van toen wordt dit jaar vijfenveertig maar dat wondere, die verbinding met het kind van toen, heeft ze nog altijd. Graag dus aan haar opgedragen.

Druk op het pijltje om te beluisteren.

seraphim2

 

Als de god dood is dan komt er altijd een nieuwe god,
maar niet anders,
want als de god dood is dan komt er niet direkt een andere god
maar het moet nog jaren duren voordat de andere god komt,
want deze god die doodgegaan is, dat was een heel goeie god
want die had ons bedankt voor de feeën in de hemel,
dat bestaat wel, hoor.

electronische stem: TOY Thau Omega Upsilon

Als je een hele lange wolk ziet, dat is de fee.
De god kan de fee, die lange wolk, betoveren in een fee,
dus alles is in de wereld,
en daarboven in de lucht dat wil je ook wel weten,
daar zal ik nu over vertellen.

Waar ’s morgens of ’s middags de maan naar toe is
en de sterren die zitten ergens anders,
wel in Spanje.

Als mijn zusje dood zou zijn dan had ik ook wel veel verdriet
en de god ook natuurlijk,
want de god die kent iedereen,
iedereen op de wereld.
Hoe kan dat? Dat weet ik.
Ik zal het zeggen als iedereen stil zal zijn,
want anders kunt je ’t niet horen
en dan weet je niets over de wereld.

O, de god, Jezus.
Jezus, zo ziet die eruit,
en Jezus die ziet eruit
-ge kent wel he, zo’n klein Jezuskes op een taart, he,
zo ziet de god eruit.

O, in de hemel,
heel hoog, nog hoger dan de lucht
daar woont hij, of ook in een ander land
maar je kan hem wel zien, dus de god is dan wel groot.

Ik zal nu over de engels vertellen (engelen)
De engels die dienen om… het leven goed te maken,
want de engels die komen van de god en Jezus,
daar waar die wonen dat is in een stalletje;
die hebben twee vleugels en een …kopke
en een ..buikje, en dat buikje dat ziet voor altijd, altijd…
blauw! Blauw.

Omdat ik de wereld al ken van vroeger
toen ik nog een babytje was,
toen zat ik nog in de buik van mama,en toen wist ik alles en daarom weet ik het nu.
En toen groeide ik en zei het:
‘Ik zal u vertellen wat er was.’

3V9A2348