DE MAN VAN 30 MILJOEN, een kortverhaal

loterieblindd

Hij glimlachte. Gelaten. Een gelaten glimlachje zoals hij glimlachte als hij op het toilet zat. Door iedereen gerust gelaten en ontdaan van dagelijkse ballast.
Zo glimlachte hij toen hij de cijfers zag. Ze stonden er, alle vijf, in oplopende volgorde. Gevolgd door twee sterren gevuld met een getal.
Hij bekeek nog eens elk cijfertje apart. Om zeker te zijn. Daarna knikte hij.
‘Ik heb dertig miljoen gewonnen,’ zei hij tegen zichzelf.

Hij waste zijn handen. Voelde geen aandrang om met een luide kreet zijn vrouw wakker te maken noch de tweedehands meubeltjes aan diggelen te gooien. Een neiging de buurt op champagne en gerookte zalm te trakteren kwam niet bij hem opzetten.
Hij stapte op zijn gammele fiets en liet het huurhuisje voor wat het was.
Floot deze gelukkige man niet eens een opgewekt deuntje of zong hij luidop een fragment uit Verdi’s slavenkoor? Neen, de man hield zijn lippen stijf op elkaar geklemd en vloekte op de schoolkinderen die het verkeer hinderden.
Wel wiegde hij zachtjes met zijn hoofd als hij voorbij het park kwam, knikte hij herhaaldelijk als hij het station binnenliep en zijn stem trilde even toen hij zich liet doorverbinden met de bedrijfsdirectie.
‘Ja?’ zei de directeur-generaal. ‘Ja?’.
‘Met het secretariaat van de koning,’ zei de man.
‘Oh..’ hoorde hij de directeur-generaal schrikken.
‘Zijne majesteit vraagt zich af waarom u de hele dag zo zuur kijkt?’
‘Pardon?’
‘Inderdaad, tijd om u te verontschuldigen. Een glimlachje kost niks, Jozef.’
‘Maar enfin…’
‘Kusje van de koningin, en denk eraan, eerste plicht een blij gezicht!’
De man klapte zijn goedkoop gsm’tje dicht, bedacht zich, liet zich toen met de personeelsdienst verbinden en geen twee minuten later had verzekeringsmaatschappij Secur een bediende minder uit te betalen. ‘Plotseling naar het buitenland vertrokken wegens dringende familiale omstandigheden’.
De trein naar de hoofdstad arriveerde stipt.

saisissez-la-fortune_grande

In Brussel handelde hij de noodzakelijke geplogenheden af op de zetel van de Nationale Loterij en na een gezellig etentje wandelde hij door het park waar hij zijn dagelijkse boterhammen aan de eendjes voerde. Iets voor half zeven was hij weer thuis.
‘Er is tomantensoep en worst met rode kool!’ riep zijn vrouw vanuit het keukentje.
‘Haha, ‘ antwoordde hij. Niet opgewekt, niet spottend, eerder gelaten, zoals men de loop der dingen aanvaardt, het wisselen der seizoenen, het doodsbericht van een verre groottante.

Elke morgen verliet de man vrouw en huisje, spoorde hij naar Brussel en maakte hij een wandelingetje door het park. Het etentje reserveerde hij voor bijzondere dagen. Hij ontdekte een café met een prachtige biljarttafel, speelde er zijn partijtjes, at er zijn boterhammen en was ’s avonds op tijd thuis voor het avondmaal.
De bank zorgde voor een maandelijkse overschrijving, vakantiegeld en andere extraatjes inbegrepen.
’Vast werk, zegde zijn vrouw, en een zuinige echtgenote, wat willen we nog meer?’
‘Niets,’ antwoordde de man. ‘Helemaal niets.’
En hij meende het nog ook.

lotty_1024x1024

Elke dag verliet hij huis en vrouw om in een Brussels café zijn partijtjes biljart te spelen en in een Brussels park de eendjes te voeren, en elke dag was de man om half zeven thuis, dertig jaar lang.
Hij voelde zich gelukkig en zag met een bang hart zijn pensioen-leeftijd naderen.
Zelfs de rente van zijn dertig mijoen had hij niet eens opgeleefd.
‘Ze laten jou wel heel lang werken,’ zei zijn vrouw toen hij bijna vijfenzestig werd. ‘Je bent zeker onmisbaar?’
Hij knikte.
Toen enkele weken later zijn café in de binnenstad werd gesloten omdat ze voor een reusachtige building plaats moest ruimen en toen ook het park met eendjesvijver verdween omdat de administratie van Europa op die plek zo nodig burelen en vergaderzalen wilde bouwen, besloot hij zichzelf op pensioen te laten gaan.

Ln_17

Hij kocht een vrij goedkope horloge met veel bling-bling, liet in een tinnen schotel zijn naam en een wens graveren (-met dank voor uw inzet-) en kondigde die avond het einde van zijn administratieve loopbaan aan.
‘Voilà, ik moet niet meer gaan werken.’
Zij keurde zijn horloge en las ontroerd de tekst op de schotel.
‘Allemaal echt, hoor,’ zei ze. ‘Echt tin en echt goud, en ook wat erop geschreven staat. Ik ken iets van die dingen.’
Hij zegde niets. Hij dacht aan zijn dagelijks partijtje biljart, de glazen trappist en de eendjesvijver.’
‘Maar ik heb ook een verrassing,’ riep zijn vrouw. ‘Wie is er al die jaren zuinig geweest, wie heeft er beetje bij beetje een flinke som gespaard?’
Hij antwoordde niet.
‘Ik! Ik heb bijna honderdduizend euro gespaard! ‘
‘Neen,’ zei de man gelaten.
‘Jaja! Daar kijk je van op, hé? En dit hier zijn twee vliegtuigticketten voor Benidorm. Kunnen we lekker overwinteren. Ik heb onze centen belegd in een sjieke flat voor oudere mensen. Wonen we gezellig samen met leeftijdsgenoten. Nog een beetje bijsparen en dan wordt die flat helemaal van ons. Ben je niet blij?’
‘Jaja,’ zei de man. ‘Heel blij.’
‘Ga je vlug omkleden want we vertrekken nog deze avond laat.We gaan alvast de buurt verkennen.’
‘Dat zal ik doen, liefste. Maar… -hij keek zijn vrouw lang aan- eerst moet ik nog een pakje sigaretten gaan halen in de winkel om de hoek.’
Bijna aan het winkeltje besefte hij dat hij niet eens rookte.

900_1912 Poster for Lottery of National Unity