De vreemde tuin, geschilderd door Jozef Mehoffer

Józef_Mehoffer_-_Dziwny_ogród

‘De vreemde tuin’ kreeg het werk als naam. (217 x 208cm) Geschilderd door de Poolse kunstenaar Jozef Mehoffer. (1869-1946) Goede vriend van Stanislaw Wyspianski, die een mooi portret van hem tekende, zie onze bijdrage: https://indestilte.blog/2018/01/11/prentjes-kijken9-onsterfelijk/

Józef_Mehoffer_by_Wyspiański,_1898

Het werd geschilderd tijdens de zomervakantie in 1902 in Siedlec, een dorpje in de omgeving van Krakow waar hij verbleef met zijn familie. Hij voltooide het in 1903 zoals je bij de handtekening kunt lezen. De volgende drie jaar werd het tentoongesteld in Wenen, St. Louis, Chicago en München, waar het erg geapprecieerd werd door bezoekers en jurie’s. Nu te zien in het Nationaal Museum, Warchau.

3 personages

Je ziet er drie personages: de vrouw van de schilder, zijn zoon en de nannie.
De aslijn van de composite wordt gevormd door de diagonaal die ontstaat door de passage die door de tuin loopt.
De figuren komen uit de boomgaard tevoorschijn, een gang beschaduwd door de kruinen van appelbomen en komen ons tegemoet, stappend in een open door een verblindende zon overgoten ruimte.

kind alleen
Op de gulden snede zie je het gouden bijna overbelichte naakte kind met lange stelen van rozerode stokrozen in de hand. Het is duidelijk de gids van de stoet.
Houding en belichting benadrukken zijn charme en onschuld.

vrouw alleen
Hij wordt gevolgd door de moeder in een elegant saffierkleurig kleed met dito hoed. In de diepe lommerd lijkt ze eerder uit een portretstudie te komen. Het onderste gedeelte van haar kleed is nog zon belicht, de stoflagen glanzen. Terwijl ze het gebladerte van een appelaar aanraakt kijkt ze naar ons of naar haar man, de schilder.. Op de achtergrond de nannie in traditionele kledij van de Krakow-streek.
Het is duidelijke volle zomer. Het overdadig groen van de bomen en het gras, de kleurrijke bloemen, de volle zon, takken die doorwegen onder het rijpend fruit.
Het kleurenpalet loopt van groen met bruin doorweven met dunne tinten van de stammen en kleuren van weidegrond tot grotere vlekken van bloemenkleuren door het kind gedragen naar lichtende guirlandes aan de bomen opgehangen. De verschillende kleuren die elke figuur omgeven breken de frisse en vrolijke natuurtonen terwijl het geheel van het schilderwerk samengehouden wordt door een heel eigen bijzondere gloed.

Heel eigen aan de compositie is het gelimiteerde gezichtsveld. De kijker kijkt in de tuin van dichtbij en heeft geen zicht op de begrenzing ervan. Het schilderij toont enkel een fragment van de ruimte die dicht begroeid is met overvloedige beplantingen.
De figuren worden van bovenuit bekeken en de verheven invalshoek komt in tegenbalans met de verhoging van het landschap op de achtergrond. Het werk bezit een vredevol innerlijk ritme dat de kijker meeneemt van de figuren op de voorgrond naar het beschaduwde tuinpad. Deze beweging door de diagonale as wordt nog verhevigd bij de bloemenguirlandes langs beide zijden opgehangen en het ritme van de boomstammen in de verte.

insect alleen

Zijn we de reusachtige libelle vergeten die blijkbaar moeilijk met de opgeroepen vrede te harmoniëren is? Noch naar schaal noch naar perspectief van het schilderij kun je de aanwezigheid ervan verklaren. Al is haar verschijning in de tuin natuurlijk toch lijkt ze een vreemd lichaam, niet in overeenstemming te brengen bij het decor en de figuren die haar niet eens lijken op te merken.
Is het de schilder zelf, die reageert op het idyllische waarin hij zijn vrouw en kind heeft afgebeeld?
Een commentator:
‘The dragonfly could also be considered an element denuding the conventionality of the depiction. The insect is completely flat and doesn’t fit the painting’s space, which seems to negate the rules of its construction.’ (Magdalena Wroblewska Culture PL.)
Een andere bron citeert de schilder in een brief aan zijn vrouw:
“Now, you are to me practically synonymous with the colour of sapphire, and holding you close, though across such a distance, I immerse myself in that colour.”
De libelle als behoeder van de familie?
In zijn dagboek noteert hij:
“I can’t say that I know what to paint, the idea is a general one: an idea of life, delight, pleasure, joy, light, sunshine and warmth.”
Een perfect schilderij dus om de zomer te vieren.

Bron: Mooie tekst van Zuzanna Stanska (2017):
(https://www.dailyartmagazine.com/jozef-mehoffer-strange-garden/)

Autoportret_Jozefa_Mehoffera
Een kleine collectie van zijn werken:
http://thewomangallery.com/jozef-mehoffer-1869-1946/

Op zoek naar meer betekenissen voor de reusachtige libelle, nog deze bemerkingen.

De Poolse naam ważki różnoskrzydłe slaat op de vleugels en betekent vrij vertaald ‘echte andersvleugeligen’.
De larven worden nimfen genoemd.(naiaden, najaden)

Libellen duiken op vele verschillende manieren op in de cultuur. In Egypte zijn libellen sinds het Middenrijk (2040 tot 1783 voor Christus) bekend als onderdeel van amuletten.

In West-Europa werden libellen vroeger gezien als vertegenwoordigers van de godin voor de vruchtbaarheid Freya. Toen het christendom zijn intrede deed werden heidense goden en symbolen -waaronder libellen- als duivels beschouwd en dit komt tot vandaag de dag terug in de naamgeving van libellen in verschillende talen. In het Duits werd wel de naam teuffelsnadeln (duivelsnaalden) gebruikt. De Zweedse naam trollsländor (trollenvliegen) slaat op de folklore in het land waarin libellen als een instrument van de Duivel werden gezien om de ziel te wegen door over iemand heen te vliegen.

Libellen worden echter ook wel aangeduid met enkele meer liefkozende benamingen vanwege hun opvallende verschijning. De Duitse dichter en zoöloog Hermann Löns beschreef ze eens als ‘boden van de zomer’ en ‘herauten van de zon’.

SONY DSC

(foto Ron Poot)

Libellen spelen een belangrijke rol in de Japanse cultuur, waar ze worden aangeduid met tombo. De oude naam van Japan is Akitsushima, dit betekent letterlijk vertaald libellen (akitsu) -eiland (shima). Afbeeldingen van libellen duiken op in oude Japanse kunst, zoals tekeningen en in haiku, een Japanse dichtvorm. Libellen worden gezien als een symbool voor de herfst. Van de eerste Japanse Keizer Jinmu wordt vermeld dat hij, staand op een hoge berg, de vorm van Japan erg op een libel vond lijken.
Een andere mythe betreft de 21e keizer van Japan Yuryaku die eens gebeten werd door een steekvlieg. Een libel kwam echter tevoorschijn die de keizer bevrijdde van het insect door het te doden.
Een bekend en populair Japans kinderliedje is Aka Tombo, wat vertaald kan worden als ‘rode libel’. Het werd geschreven als een gedicht door Rofu Miki in 1921 en werd in 1927 door Kosaka Yamada bewerkt tot een lied. (Wikipedia en dergelijken)

deva-darshan-458931-unsplash-1170x780