Denkbeeldige maar zeer aanwezige voorouders waren in de slapeloze uren dankbare vertellers.
Zo ook, de Scandinavische die mij in de vroege voorzomernachten over ‘de hemelspanners’ onderhield.

‘Ja, nu je al aardig op de drempel van de lange droomnachten bent aangeland, wordt het tijd om je over de hemelspanners te vertellen.
Aan iedere kant van de horizon wordt het uitspansel strak aangetrokken. Elke nacht verdwijnen daardoor de ouderdomsrimpels van de luchten.

Het denkbeeldige wordt te vlug als fantasie weggezet. Nochthans opent zich in dat denkbeeldige de vaak vergeten werkelijkheid van oude droomtijden.
Jeugdigen moeten helaas hun ankers uitgooien in het ongewisse van het toekomstige terwijl een van de weinige voordelen van de ouderdom de verhalen uit de droomtijden van de voorouders opent.
Het zijn, in tegenstelling met wat vaak geponeerd wordt, geen archaïsche mythen en sagen al is hun verwantschap ermee niet te ontkennen.
Het blijven denkbeelden die op vergeten werelden steunen maar juist door hun onderlagen het schrijnende van de directe actualiteit mogen missen, al zijn ze in deze vreemde pandemische tijden ontstaan.

Foto door Ralph David op Pexels.com

‘Aan iedere kant van de horizon wordt het uitspansel strak aangetrokken. Daardoor verdwijnen ’s nachts de ouderdomsrimpels van de luchten.
Tarik aan de ene en Arvid aan de andere kant van de horizon beheerden ieder een torenhoge windmolen met reusachtige wieken. Bij een sterke bries werd via een wonderlijk mechanisme een reeks oerstevige mansdikke touwen langzaam strakgetrokken zodat de wat ingezakte luchten zich beetje bij beetje ontdeden van hun helaas steeds wederkerende ouderdomsrimpels. Bij het eerste zonlicht bliezen Tarik en Arvid op een kunstig bewerkte hoorn zodat de dag zich rimpelloos kon ontvouwen.’

Foto door icon0.com op Pexels.com

Hier keek de Scandinavische het publiek zwijgend aan alsof ze wachtte tot de aandachtige luisteraars bij het vuur het getoeter in de beginnende dag hoorden uitsterven.
Nikolina zuchtte van ongeduld en riep; ‘Vertellen, mormor!’
‘Dat was het probleem, Nikolina! Het reusachtige probleem van Tarik en Arvid. Geduld.’

Ingewijden beseften dat mormor Lovisa dringend op zoek was naar een ongewone wending waarmee het bekende verhaal een ongewone draai kon krijgen zodat de insiders de wenkbrauwen zouden fronsen en net zo nieuwsgierig werden als de kleinsten die voor de eerste maal met ‘de hemelspanners’ kennis maakten.

Foto door James Wheeler op Pexels.com

‘Wat als er geen wind was, of de nachtelijke zuidwester te weinig kracht had om de reusachtige wieken van de torenhoge molens in beweging te zetten?’
Hilma sloeg haar handen voor haar anders druk taterend mondje en Kalle zette zijn altijd rode wangen bol om assistentie te verlenen.
‘Inderdaad, Kalle! Dat was het. Het hele dorp dat rond de windmolen woonde, zo’n tien-, wat zeg ik zo’n twintigduizend mensen van alle leeftijden hoorden het noodsignaal van Tarik en Arvid en begonnen van op de daken, straten en pleinen met alle macht richting molen te blazen!’
‘Oei!’ riep Knut die zich duidelijk het woord ‘ongeduld’ herinnerde.
‘Jaja, zeker “oei” want met een beetje geduld was de opkomende bries stevig genoeg geworden om zonder enige menselijke hulp de touwen strak te spannen en de hemel zonder één rimpeltje glad en rimpelloos de morgen in te hijsen.’
‘En nu…?’ zag Britta de ramp gebeuren nog voor mormor haar angstige voorgevoelens kon bevestigen.
‘Nu gebeurde bijna wat er gebeurt als je te weinig geduld hebt!’
Edvind scheurde een denkbeeldig zeil met een luid ‘kkkrrr’ in twee.
‘Stel je voor dat je ’s morgens naar buiten kijkt en er een reusachtig gat in de lucht hangt.’
‘Dan kon je nog bij volle dag de maan en de sterren zien,’ riep Elise.
‘Eén keer is dat echt gebeurd. Een gat in de lucht. Gelukkig nog voor het morgen werd.’
‘Neen!’
‘Ja, Britta. Maar gelukkig waren er net die nacht nog genoeg ‘getelde schapen’ wakker.’
De Scandinavische keek even triomfantelijk rond. Ze was waar ze wilde zijn.
‘Getelde schapen? Weet iemand wat “getelde schapen” zijn?
Knut dacht aan schapen waarop de boer een getal had geschilderd, dat had hij wel eens gezien, dacht hij.
‘Wat doen mensen als ze niet kunnen slapen?’
Het bleef even stil. Je hoorde het publiek bijna luidop denken.
‘Dan tel je schaapjes!’ riep Kalle.
‘Inderdaad, dan tel je schapen! Je laat schaapjes over een hek springen en je telt: één, twee, tien, dertig. Tot je slaapt. Dat zijn ‘getelde schapen’, en die hebben een zeer speciale wol. Wol die hemelgaten dicht. Sommige nachten zijn er maar enkele getelde schapen, andere nachten ligt iedereen wakker en worden er wel duizenden geteld.’
‘En net die nacht…?’
‘Ja, Elise, net die nacht telde de halve wereld schapen. Dat had twee voordelen. ’s Morgens oversliep de helft van de mensen zich en er was een overschot aan speciale stikwol.’ Eens de late slapers zich de ogen hadden uitgewreven zagen ze zoals elke morgen een keurig gespannen lucht. Arvid en Tarik leerden wel geduldiger zijn, maar op een nacht…Dat is voor een ander keer.’

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Schapen tellen lukte mij niet meer, maar de hemelspanners’, ieder aan hun kant van de horizon verbeelden en ze door de Scandinavische tot leven laten komen bleek een uitstekend midddel tegen slapeloosheid, zeker als je ’s morgens wakker werd bij een velletje papier waarop de eerste zinnen waarmee dit verhaal begon. Zelf ben ik al een farfar (grootvader) geworden, en dan is het je plicht een verteller te zijn. De wereld is één groot oor.

Foto door Pixabay op Pexels.com