Tegenwoordig is flapzeilen algemeen bekend. Tijdens de komende Olympische spelen wordt er geflapzeild naast het al overbekende bootjeszeilen. Maar dat is niet altijd zo geweest. Vroeger had er nog nooit iemand van flapzeilen gehoord. Joris Breuker bracht daar verandering in.
Joris was een heel gewone jongen van bijna twaalf jaar. Alleen zijn oren waren niet zo gewoon. Die stonden een aardig eindje van zijn hoofd af, zodat hij al vlug, bijna dagelijks, de scheldnaam ’flapoor’ te horen kreeg.
Andere kinderen zouden dan bij hun begrijpende ouders gaan uithuilen, of karateles volgen, maar Joris glimlachte alleen maar en zei dan het geheimzinnige zinnetje: ‘Was het niet de wind die Columbus naar Amerika bracht?’
De scheldende partij zweeg dan even om daarna in woedend gebrul los te barsten.
Joris wierp ze een kushandje toe en verdween vrolijk fluitend naar huis.
In zijn vrije tijd kon je Joris op het strand vinden. Hij had zijn skateboard bij zich, keek van welke kant de wind kwam, en ging van start. Hij moest immers niet trappen, of een helling opzoeken! ]oris’ oren vingen de wind en verder was het een kwestie van evenwicht.
’Zo gaat hij goed!’ riep Joris.
Hij kromde zich, drukte één oor plat tegen zijn hoofd, maakte daardoor een sierlijke maar kordate draai en probeerde tegen de wind in te laveren.
Na enkele maanden zoefde hij vriendelijk knikkend de strandzeilers voorbij. Die hadden alle moeite van de wereld om hun vervaarlijk groot surfzeil rechtop te houden, terwijl Joris, de handen op de rug, zonder één schijntje zeil hen voorbijreed.
Natuurlijk was Joris niet het enigste kind van Knokke-Heist met afstaande oren. Mientje van de slager en Toon Brouwers van de postmeester durfden voortaan zonder muts naar school gaan. Ze werden Joris’ beste leerlingen, en op hun beurt brachten ze hun vriendjes en vriendinnetjes mee, van De Panne tot Knokke-Zoute.

Joris leerde hen, door dagelijkse oefeningen, hun afstaande oren rekken zodat ze nog meer wind konden vangen. Daarvoor had de jongen een apparaatje ontwikkeld dat de eenvoud zelve was. ]e klemde je oren in gewatteerde wasknijpers waaraan een touwtje vastzat dat op zijn beurt langs een katrolletje liep, en waar je steeds zwaardere gewichten aan kon hangen.
Natuurlijk moest Raymond uit Westende weer overdrijven. Hij wilde dadelijk met twee kilo beginnen. Zijn linkeroor scheurde af. Maar gelukkig gaf Fannie, een dokterskind, hem de goede raad het losgerukte lichaamsdeel in zijn mond te houden tot ze in het ziekenhuis van Oostende waren. Raymond stelt het nu weer opperbest. Hij begint met enkele grammetjes en het ziet er naar uit dat hij nog voor het seizoen aanvangt, met halveponden kan trainen.

De zomer van dat jaar bracht toeristen en journalisten naar de flapzeilers. Het duurde dan ook geen twee weken of vaders en moeders die hun oren jarenlang achter sjaals, petten of hoeden hadden verborgen, stonden nu op de rolplank en pronkten met hun flappers tot het donker werd.

Het Belgisch Olympisch comité (waarvan de toenmalige voorzitter enorme afstaande oren had) begon zich met de zaak te bemoeien, en weldra werd het flapzeilen een officieel erkende sporttak.
Joris bleef eenvoudig. Hij wilde voor bakker studeren en beschouwde het flapzeilen als een hobby.
Maar de concurrentie dwong hem zijn studie voorlopig even te vergeten. Uit Duinkerken immers begon de faam van Jean Voilé tot in Knokke-Heist door te sijpelen. Deze Jean bleek met zijn nauwelijks dertien jaar over super-flappers te beschikken. Hij had een gepensioneerd onderwijzer als trainer. Die trok Jean elke avond bijna drie uur deskundig aan zijn al overdadig afstaande oren zodat én de stand én de oppervlakte van Jeans’ oren ongeziene mogelijkheden begonnen te bieden.
’Laat je niet doen!’ riepen Joris’ vriendjes.
Ze lachten hem niet meer uit! Integendeel, ze hadden een fanclub gesticht, ’de oer—flappers’, en ze trokken elkaar voortdurend bij de oren in de hoop dat ze op een dag ook konden meedoen met de Europese kampioenschappen flapzeilen.
Jean en Joris bereikten, zoals verwacht, de finale en zouden het tegen elkaar opnemen in drie kilometer flapzeilen—met—hindernissen.
Er ontstond een fikse rel waar die kampioenschappen zouden plaatsvinden.
De Fransen wilden per se Duinkerken, de Vlamingen hielden vast aan Knokke-Heist. De internationale scheidsrechter (een Nederlander) koos voor de Nederlandse badplaats Cadzand, zodat beide partijen elkaar op neutraal terrein konden ontmoeten.

Jean en Joris bereidden zich ernstig voor. Joris voerde het gewicht aan zijn rek- en strekmachine op tot twee kilo en zevenhonderdvijftig gram, en Jean werd nu ook ’s morgens twee uur door zijn trainer aan de oren getrokken.
Het waren dan ook pracht-oren waarmee ze aan de start verschenen. Zonder noemenswaardige moeilijkheden namen ze de kuilen en opgerichte latten. Twee kilometer bleven ze op gelijke hoogte. Tijdens de laatste vierhonderd meter draaide Jean zijn hoofd ietsje naar links zodat hij van de juiste tegenwind kon profiteren. Hij won twee, drie meter. Maar Joris’ antwoord bleef niet uit. De jongen richtte zijn kin op op en gaf toen zijn hoofd een rukje naar rechts. Dat bracht hem weer op dezelfde hoogte als zijn tegenstander. Gejoel en gejuich brak los.
De Nederlanders wisten niet goed voor wie ze partij moesten kiezen.
Toen probeerde Joris zijn oren nog ietsje uit te rekken.
Hij trok met beide handen aan de uiteinden van zijn flappers. Het onmogelijke scheen te gebeuren. De wind zette ze bol, en… tilde ]oris op. Net boven de aankomstlijn bleef hij hangen terwijl Jean ietsje later de finish passeerde.
Wie had er gewonnen? Niemand kon het zeggen.
Joris was het eerst over de streep, maar in de lucht, terwijl Jean ze al rollend bereikte.
Reglementen brachten geen oplossing. De Fransen dreigden met extra belastingen voor alle Belgische flaporen die in Frankrijk wilden verblijven, terwijl de Belgen Franse flappers alleen over de grens zouden laten als ze helrood waren geschilderd.
Uren vergaderen loste niets op. De Nederlandse scheidsrechter begreep geen Frans en kon de redenering van de Belgen niet volgen. Hij besloot de kwestie
voor de UNO te brengen.

illustratie: Kristien Aertssen

En Joris? Die liet de drukte achter zich en liep naar het strand. Daar wachtte hij op een stevige rukwind, en toen werd hij opgetild. Hoger en hoger vloog hij, tot hij door een prachtige dikbuikige wolk aan het gezicht werd onttrokken.
Niemand heeft Joris ooit teruggezien. Sommigen beweren dat hij stiekem de Engelse ploeg heeft getraind, anderen hebben hem in Rusland of Amerika opgemerkt. Enkelingen blijven erbij dat hij als beheerder van een windmolen-park graan maalt in de ontwikkelingslanden.
Maar als volgend jaar de Olympische spelen beginnen, zullen de flappers uit de hele wereld één minuut oren en ogen ten hemel gericht houden. Joris ter ere.
Wees dus een beetje lief voor al die lui met oren plat tegen het hoofd. Ze moeten het bij voetballen en tennissen houden. Dat is al heel erg. Maak het niet nog erger.
Omdat jij toevallig van die leuke flappers hebt, zijn plat-oren toch niet minderwaardig.
Joris had het vast niet goed gevonden dat je hen zou uitlachen.