In de stilte van de mooie leegte

Zo stil, zo in zichzelf gekeerd, 
spiegelend zich in eigen eenzaamheid. 
Schaduwen glijden door haar heen. 
Er is avond op til. 

Uh Chin 'Vuurdoorn'
Maanzilvernetten over zee.
Bladgouden glinsteringen
-de door de wind verstrooide-
blinkende aan het strand.
Brengt deze golf
-van alle golven de ene-
brengt deze golf je het ene
van alle bladeren alleen
voor jou bestemde blad.

Din San  'Perzikbloesem'
En zoveel mensen leefden aan dit water.Zie hoe zijn spiegel onbeschreven is.
Een schip gleed langs de groene oeverweide,
een vogel gleed de verre wolken binnen.
Zie hoe geen spoor van hen gebleven is.
Diep in het meer houdt zich de vis verscholen.
Geen zal de hengelaar ontkomen.
Onpeilbaar, onbestendig is alleen
de diepte van het menselijk hart
waarvan de dromen schaduwloos vergaan.

Chang Ta Ch' ien  'Hengelaar en oeverweide'
En het een zal worden tot het ander
en uit doornen zullen bloesems breken.

Uh Chin  'Het ongelijke bloeien'
Schoonheid onaangeraakt.
Tederheids adem alleen
zal haar volledig ontvouwen.

Xang Shi Tze  'Wilde narcis'
Regen.  De bloesems sluiten zich.
Ik wacht de vreugde van het ogenblik
waarop het leven, glanzend en gedrenkt,
opnieuw ontluikt.
En ik de tuin inga.

Chang Ta Ch' ien  'Abrikozentak'
Voorbij deze dingen
en de bergen voorbij
en de wegen voorbij,
ligt de plek
waar je rust zult vinden.

Fu Jü  'Landschap'

Waarschijnlijk zal ik niet de enige zijn die deze nachten moeilijk de slaap kon vatten: de warmte, de oorlog, de komende winter, de centen…Bij de oude bewaarde gekoesterde boeken en geschriften vond ik ‘Het bloeiend penseel’ Chinese pentekeningen in kleur, een uitgave van Kruseman Den Haag, oorspronkelijk ‘Chinesische Blüten’ Georg Westerman Verlag, Braunschweig. Nederlandse uitgave van Kruseman’s Uitgeversmij. n.v. 1967. De poëzievertaling is van Harriet Laurey, tekst van Walter Feng. De enkele voorbeelden hierbij hebben al die jaren vaak de stilte hoorbaar gemaakt waarin ondanks het rumoer de schoonheid de weg naar de kern der dingen blijft wijzen. Amen.

Chang Ta Ch’ ien Pioenroos
De Chinese schilderkunst is niet, zoals de Europese, bestemd om als wandversiering te dienen. De met inkt en penseel op papier of zijde geschilderde tekeningen worden gewoonlijk gevouwen of opgerold in kisten en kasten bewaard.
Slechts nu en dan, bijvoorbeeld bij feestelijke gelegenheden, wordt er een tevoorschijn gehaald, om met indringende aandacht beschouwd te worden. De op houtstaven horizontaal opgerolde prenten worden op tafel gelegd en geleidelijk ontrold en detail voor detail bekeken. Er zijn landschappen, die verschillende meters lang, maar slechts enkele centimeters hoog zijn, zodat oog en geest er geleidelijk in thuis raken en, langzaam vorderend, tot een dieper inzicht gedwongen worden. Het eigenlijke thema van de tekening ligt niet in het afgebeelde onderwerp. Het schuilt in de stemmingsinhoud, die evenzeer uit een weids landschap met bergen, wolken, meren en mensen voelbaar wordt als uit een enkele bloesemtak, een kleine vogel op een dunne twijg. 
Een van de bijzondere middelen, waarvan de Chinese schilder zich bij zijn kunst bedient, is de beheersing van de ruimte. Juist de ”leegte” van de tekening is zijn kracht. Men kent er zelfs een aan vaste regels gebonden éénhoeks-compositie, een vlakverdeling waarbij slechts enkele fijne penseelstreken de witte ruimte van het papier breken. Die uiterst beheerste, tot het minimale ingehouden wijze van uitdrukking vindt men bij tekening en vers  terug. Pruimen- en perzikbloesems, de meeste motieven van deze bladen, zijn zinnebeelden van de ontwakende natuur in de lente en van de overvloed in de volle zomer. Nevels, wolken en sneeuw tonen de mens zijn eigen kleinheid en zwakte en voeren hem tot inkeer in de eigen ziel, die een deel van de kosmos is.
Vogel die schreeuwt, waarom,
die zingt, waarom zing je, vogel?

Chi Pai Shih  'Kleine herfstvogel'

‘Uw Rijk kome…’ (met werk van Ori Gersht)

Ori Gersht, New Orders, Evertime 09, 2018. Archival pigment print, 23 5/8 x 35 1/2 inches. 

‘Het Rijk’ dat gevraagd wordt te komen is buiten ‘het rijk der vrouw’ op wat ik vriendelijk ‘vrij mannelijke principes’ noem, gebouwd, al mag ook ‘het rijk der zinnen’ wellicht aan deze tweedeling ontsnappen. Het Romeinse, Byzantijnse, Duitse of het gedroomde ‘Groot Russisch Rijk’ zijn in de loop van de geschiedenis tot en met het heden en blijkbaar ook in de toekomst, niet in Arcadische atmosferen te vinden. Het is een mannelijk terugkomend verschijnsel dat democratische waarden graag bij het begrip ‘verwording’ en ‘wanorde’ klasseert. De kuddeleider weet steeds waarom en waar naar toe, vaak door een religie of staatsideologie ondersteund.

In deze bijdrage meng ik enkele fragmenten uit de Groene Amsterdammer van vandaag: Yegór Osipov-Gipsh “Het geluid van een machinegeweer”, met het werk van de Israëlische fotograaf Ori Gersht. Mogelijke verbanden kunnen geheel toevallig zijn, of toch niet?

Ori Gersht, On Reflection, Material E23, After J. Brueghel the Elder, 2014, 84 5/8 x 70 7/8 inch archival pigment print
Israeli photographer and video artist Ori Gersht creates bodies of work that often poetically explore the relationships between history, memory, and landscape. Through metaphor, Gersht illuminates the difficulties of visually representing conflict and violent events or histories.

Themes such as Dutch still life painting, romantic landscapes, and Nazi-occupied territory escape routes in the Pyrenees are steeped in Gersht’s bodies of work. Gersht's imagery is uncannily beautiful; the viewer is visually seduced before being confronted with darker and more complex themes, presenting a compulsive tension between beauty and violence. This has included an exploration of his own family’s experiences during the Holocaust, a series of post-conflict landscapes in Bosnia and a celebrated trilogy of slow-motion films in which traditional still lives explode on screen. (Yancey Richardson Gallerie)
Ori Gersth, Iris Atropurpurea D01, 2018. Archival pigment print, 47 1/4 x 40 3/8 inches.

‘De laatste 105 jaar van de Russische geschiedenis wordt gekenmerkt door geweld, dood en de wijdverbreide aanvaarding van die twee. De centrale eenheidsmythe van het hedendaagse Rusland – de overwinning in de zogenoemde Grote Patriottische Oorlog – is gebaseerd op een zeer vertekende hervertelling van de werkelijkheid van die oorlog, waarin de Sovjet-Unie ongeveer 27 miljoen mensen verloor. Het sturen van tientallen ongewapende soldaten, zodat de vijand zou stikken in het sovjetbloed, was een gebruikelijke strategie. Soldaten als slaven behandelen – de beruchte bevelen 227 en 270, die desertie met de dood bestraften, spertroepen invoerden om terugtrekking te voorkomen en overgave gelijkstelden aan verraad – was een gebruikelijke strategie. Soldaten straffen omdat ze door kapitalisten waren bevrijd was een gebruikelijke strategie.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Floating World 01, from the series Floating World, 2016, 47 1/4 x 46 1/2 inch archival pigment print
Ori Gersth, photographer, approaches these topics not simply through his choice of imagery, but by pushing the technical limitations of photography, questioning its claim to truth.Gersht is perhaps best known for his work with slow-motion capture, wherein he produces images and video portraying fruits, flowers, and other material fracturing when stuck with high velocity gunfire.

Born in Tel Aviv, Israel in 1967, he earned his MFA in photography from the Royal College of Art in London, later gaining critical success with an exhibition at the Museum of Fine Arts in Boston and a professorship at the University for the Creative Arts in Rochester in Kent, England. (ibidem)

https://www.yanceyrichardson.com/artists/ori-gersht2

‘In 2019 noemde het Credit Suisse Research Institute Rusland, op zich al een arm land, de meest ongelijke economie ter wereld. De gecentraliseerde regering, die functioneert ten gunste van een kleine groep extreem rijken rondom Poetin, leeft van de winning van natuurlijke hulpbronnen in de afgelegen regio’s van het land. De regionale overheden – en dus ook de plaatselijke bevolking – beschikken niet over de bevoegdheden of de financiële middelen om de zaken in eigen hand te nemen, wat betekent dat voor mensen in de provincies de toetreding tot het leger of de staatsbureaucratie vaak de enige sociale lift is die beschikbaar is. Zij lopen ook de grootste kans om in de oorlog te sneuvelen: volgens de berekeningen die het onafhankelijke medium Mediazona in april maakte, zijn in Oekraïne 85 soldaten uit de afgelegen Siberische regio Boerjatië gesneuveld, tegen slechts drie soldaten uit Moskou. Mediazona baseerde de berekeningen op de officiële statistieken van het Russische ministerie van Defensie, die de werkelijke verliezen van Rusland schromelijk onderschatten, maar waarschijnlijk de regionale verhoudingen correct weergeven.’

(Yegór Osipov-Gipsh Het geluid van een machinegeweer, De Groene Amsterdammer 25 augustus 2022)

Untitled Talley Dunn Gallerie
At least now, my friend says
I know what the war is like.

Well, what's it like then?  I ask him.

Like...Nothing, he answers.

He says it with confidence
since he was captured, he can speak about most things
with confidence through that experience
in other words, with hate.

When he talks, better not to interrupt:
he won't let your words in, anyway.
He' s got his position, and that's that.
He considers it the greatest honor 
to hold one's position in times of war
To deny the sun, to deny
the currents of the ocean.

So that's that
the war is like...Nothing.
That is why we talk about it
without adjectives.

How did you feel?
Like...Nothing.
How did they treat you?
Like...Nothing.
How do you talk about all this?
Like...Nothing.
Now, how the hell do we live with all this?

Serhiy Zhadan
Translated from the Ukrainian by Virana Tkacz and Bob Holman
(Words for War, New Poems from Ukraine)
Tokyo Imperial Memories, Speck 04, from the series Chasing Good Fortune, 2010, 15 3/8 x 15 3/4 inch archival pigment  Yancey Richardson Gallerie

Lees de Groene Amsterdammer!

https://www.groene.nl
Ori Gersht
Flower 01 (Rijksmuseum), 2021 Archival pigment print
46 1/2 x 35 inches

Jan Veth (1864-1925): schrijven met penseel en schilderen met het woord

Zelfportret van Jan Pieter Veth (1864-1925)
Als portrettist van de intellectuele elite en redacteur van het kritische tijdschrift De Nieuwe Gids begaf Jan Veth zich in het hart van de Hollandse kunstwereld van het laatste kwart van de 19de eeuw. Precies in een periode waarin die wereld grote ontwikkelingen doormaakte, legde Jan Veth diens hoofdrolspelers vast. Veth schreef met zijn penseel en schilderde met zijn pen. In bevlogen kunstkritieken gaf hij zijn eigen fijnzinnige blik op de veranderingen in de kunst.

(Dordrechts Museum ‘Door het oog van Jan Veth.' Voorjaar 2023)
Portret van schrijver Aletrino (1858-1916) Jan Veth

‘Het zou geheel verkeerd zijn over een bundel proza van Jan Veth te schrijven, en de hoofdzaak buiten rekening te laten.
De hoofdzaak in deze is: Jan Veth is de bekende portret-schilder.
De wereld waarin hij verkeert is de maatschappij van tegenwoordig: en al haar leden, of tenminste van elke soort verscheidene, heeft hij geschilderd of uitgeteekend, aldoor met dezelfde geduldige genegenheid.
Die wereld is zeer wezenlijk, en de man die met haar geleerden en kunstenaars, haar bankiers, dominees, staatslieden, afgevaardigden, mevrouwen en bedrijfslieden dagelijks omgaat, heeft een vaster gang dan de droomer die zich af moet vragen wat ter wereld toch eigenlijk beantwoordt aan zijn voorstelling.
Hollandsch, door zijn aard: meer ontledend dan verbeeldend, – bleef hij het door zijn arbeid die in vaderlandsche schilderkunst zoo overvloedige voorbeelden vond, – werd hij het bij toeneming door die dagelijksche omgang met allerlei groepen van de samenleving, een omgang die te allen tijde de nuchtere nederlandsche geest door vergelijking heeft gescherpt.’

(Albert Verwey Proza 1904)

Portrait of Isaac de Bruijn (1872-1953) Bankier en kunstverzamelaar 1922 Rijksmuseum A’dam
'Als Jan Veth over schilderijen schrijft, schrijft hij niet als docent, maar als schilder. Hij schildert het werk nogmaals, in woorden; en hij doet dit niet met de uitdrukkelijke bedoeling om het kunstwerk te doen begrijpen of de oogen der lezers voor zijn schoonheden te openen maar uit een behoefte en aanleg tot karakteriseeren - evenals zijn eigen portretschilderingen gemaakt zijn als karakteristieken van de personen, die voor hem gezeten hebben. Veel zorg wordt besteed aan de beschrijving der voorstelling, de aanduiding van de kleuren en hunner waarde, de bepaling der figuren op het schilderij voorkomend naar hun houding en zielsgesteldheid, en aan den indruk dien het werk als geheel maakt. V. laat in zijn beschrijving het werk zien.'   

J.D. Bierens de Haan (filosoof en predikant) nav boek Jan Veth: Beelden en Groepen.  A’dam P.N. van Kampen & Zoon 
Portret van Josef Israels, schilder Lithografie Jan Veth 1895

‘In deze jaren raakte Veth bevriend met enige letterkundigen uit de kring van de Tachtigers, zoals Albert Verwey, Willem Kloos, Franc van der Goes en Frederik van Eeden, en werd hij een medewerker van De Nieuwe Gids, waarin hij sonnetten en kleine polemische artikelen onder diverse pseudoniemen (in het bijzonder onder het pseudoniem I.N. Stemming) publiceerde. Vanaf 1887 verschenen er in dit tijdschrift ook grotere kunstkritische bijdragen, onder andere over de Franse kunstenaar O. Redon (1887). In deze jaren werkte Veth ook als kunstcriticus voor De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland. Tot zijn invloedrijkste publikaties behoren Derkinderens wandschildering in het Bossche stadhuis (Amsterdam, 1892), een belangrijke bijdrage tot de theorievorming van de Nieuwe Kunst in Nederland, en zijn Nederlandse bewerking van Walter Crane, Claims of decorative art, die verscheen onder de titel Kunst en samenleving (Amsterdam, 1894). Aan de ontwikkeling van de boekverzorging had Veth reeds enkele jaren eerder een belangrijke bijdrage geleverd door zijn bandontwerp van De Kleine Johannes van Frederik van Eeden (1887), dat beschouwd kan worden als de directe voorloper van de Nieuwe-Kunstboekverzorging in ons land.’

Zie verder:

Portrait of Albert Verwey (1865-1937), 1885
Kunst en samenleving
'Kunst en samenleving' uit 1894 was een pleidooi voor samenwerking tussen alle kunstdisciplines om een betere wereld voor de arbeider te creëren. Dit boek over de vorming van de 'nieuwe mensch' werd het handboek voor de art nouveau of nieuwe kunst in Nederland. 'Kunst en samenleving' was een bewerking van 'Claims of decorative art' van Walter Crane, een van de grondleggers van de Arts-and-Craftsbeweging in Engeland. Het boek van Jan Veth werd een handboek niet alleen voor de boekvernieuwing, maar ook voor de Nieuwe kunst, de art nouveau, in Nederland.
Jan Veth: Portret van Cornelia, Clara en Johanna Veth (zussen van Jan) Klik op onderschrift om te vergroten.

Met enige schroom keer je als vroege ‘eenentwintig-eeuwer’ naar de kunde en de bevlogenheid van een man die als beeldend kunstenaar ook het woord hanteerde en op zoek was naar de combinatie van ‘kunst en samenleving’, schrijvend met het penseel en schilderend met het woord. Ook als hij over zichzelf schrijft in dit sonnet:

ZELFGEVOEL

Ik vier alleen mijn ziele-sabbathsrust,
Kalm in mijn kamer binnen blinde muren,
In 't gemelijk genot van ledige uren,
Waarin mijn wrevel langzaam wordt gesust.

Zo zit 'k eerst lijdzaam en maar vaag bewust
een ganse middag voor mij uit te turen,
En proef mijn luiheid, dat zij lang moog duren,
Bij korte teugen met verfijnde lust.

Maar als een trots man onder dwaze mensen,
Zo ben ik dan in 't eind met mijn gedachten,
Ik zie hen aan met koele, hoge blik.

En rondom daag ik mijn verdoolde wensen
Voor mijn gezicht, waar zij het vonnis wachten
Van mijn omhooggestreden, richtend Ik.
Zelfportret Jan Veth Tekening Rijksmuseum A’dam

In het voorjaar van 2023 organiseert het Dordrechts Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling over de schilder en kunstcriticus Jan Veth.

 In de tentoonstelling is Jan Veth zelf de gastconservator. Zijn eigen woorden in brieven en kritieken vormen de rode draad. Met zijn kunst en geschriften, aangevuld met het werk van de kunstenaars waar hij over schreef en wie hij bewonderde en verzamelde, neemt Jan Veth ons mee naar een bewogen tijdperk. Een tijdperk waarin ideeën over kunst, het kunstenaarschap en het openbaar kunstbezit zijn gevestigd die tot vandaag de dag gelden. Jan Veth stond aan de oorsprong ervan. Hij is een van de belangrijkste figuren in de Nederlandse kunstgeschiedenis en vormgever van ons hedendaagse kunstbegrip.

Kijk:

https://www.dordrechtsmuseum.nl/nu-te-zien-en-te-doen/door-het-oog-van-jan-veth/

Portret van Pieter Lodewijk Tak, journalist, politicus Jan Veth
Louis Couperus door Jan Veth

Helemaal bovenaan: Uitzicht vanuit het atelier Keizersgracht 327, Amsterdam (View from the Studio at Keizersgracht 327)

SUMMER WIND/ZOMERWIND

Grant Wood (1891-1942) The birhtplace of Herbert Hoover ‘1931)
Summer Wind
William Cullen Bryant (1794-1878)

It is a sultry day; the sun has drunk
The dew that lay upon the morning grass;
There is no rustling in the lofty elm
That canopies my dwelling, and its shade
Scarce cools me. All is silent, save the faint
And interrupted murmur of the bee,
Settling on the sick flowers, and then again
Instantly on the wing. The plants around
Feel the too potent fervors: the tall maize
Rolls up its long green leaves; the clover droops
Its tender foliage, and declines its blooms.
But far in the fierce sunshine tower the hills,
With all their growth of woods, silent and stern,
As if the scorching heat and dazzling light
Were but an element they loved. Bright clouds,
Motionless pillars of the brazen heaven—
Their bases on the mountains—their white tops
Shining in the far ether—fire the air
With a reflected radiance, and make turn
The gazer’s eye away. For me, I lie
Languidly in the shade, where the thick turf,
Yet virgin from the kisses of the sun,
Retains some freshness, and I woo the wind
That still delays his coming. Why so slow,
Gentle and voluble spirit of the air?
Oh, come and breathe upon the fainting earth
Coolness and life! Is it that in his caves
He hears me? See, on yonder woody ridge,
The pine is bending his proud top, and now
Among the nearer groves, chestnut and oak
Are tossing their green boughs about. He comes;
Lo, where the grassy meadow runs in waves!
The deep distressful silence of the scene
Breaks up with mingling of unnumbered sounds
And universal motion. He is come,
Shaking a shower of blossoms from the shrubs,
And bearing on their fragrance; and he brings
Music of birds, and rustling of young boughs,
And sound of swaying branches, and the voice
Of distant waterfalls. All the green herbs
Are stirring in his breath; a thousand flowers,
By the road-side and the borders of the brook,
Nod gayly to each other; glossy leaves
Are twinkling in the sun, as if the dew
Were on them yet, and silver waters break
Into small waves and sparkle as he comes.
Grant Wood Haying, 1939
Zomerwind (vertaling nog in de steigers)
William Cullen Bryant - 1794-1878

Het is een zwoele dag; de zon heeft gedronken
van de dauw die op het ochtendgras lag;
Er is geen geritsel in de hoge iep
die mijn woning overkoepelt, en zijn schaduw
verkoelt me nauwelijks. Alles is stil, behalve het zwakke
en onderbroken gemurmel van de bij,
gezeten op de zieke bloemen, en dan weer
onmiddellijk het vleugelwerk. De planten rondom
voelen de te krachtige vurigheid: de hoge maïs
rolt zijn lange groene bladeren op; de klaver laat
zijn tere blaadjes hangen, en verliest zijn bloemen.
Maar ver in de felle zon torenen de heuvels
met al hun groei van bossen, stil en streng,
alsof de verzengende hitte en het verblindend licht
slechts een element waren waar ze van hielden. Heldere wolken,
onbeweeglijke pilaren van de koperen hemel.
Hun basis op de bergen - hun witte toppen
schijnend in de verre ether, branden de lucht
met een gereflecteerde gloed, en doen
de blik van de toeschouwer wegdraaien. Voor mij, ik lig
loom in de schaduw, waar de dikke zoden,
nog maagd van de kussen van de zon,
een beetje frisheid bewaren, en ik maak de wind het hof
die nog steeds zijn komst uitstelt. Waarom zo traag,
zachte en wispelturige geest van de lucht?
Oh, kom en adem op de verwelkende aarde
koelte en leven! Is het in zijn grotten
dat hij mij hoort? Kijk, op die beboste heuvelrug,
buigt de den zijn trotse top, en nu
onder de dichterbij gelegen bosjes, kastanje en eik
hun groene takken spreiden. Hij komt;
daar waar de grasweide in golven deint.
De diepe angstige stilte van dit gebeuren
breekt met het mengen van ontelbare geluiden en
 beweging overal. Hij is gekomen,
een regen van bloesems  van de struiken schuddend,
en draagt hun geur met zich mee; en hij brengt
muziek van vogels, en geritsel van jonge takken,
en geluid van zwiepende takken, en de stem
van verre watervallen. Al de groene kruiden
roeren zich in zijn adem, duizend bloemen,
aan de wegkant en de randen van de beek,
knikken vrolijk naar elkaar; glanzende bladeren
fonkelen in de zon, alsof de dauw
er nog op zat, en zilveren water breekt
in kleine golven en glinsteren als hij komt.
Oneindig heid, Stone City Iowa – Grant Wood
About This Poem

“Summer Wind” first appeared in the United States Literary Gazette, the editor of which solicited twenty-three poems from Bryant for publication in its first volume. The poem hinges on a personification of the wind, which the speaker implores to blow and make the hot day cooler. Poet and critic Richard Henry Stoddard writes, in his introduction to the Poetical Works of William Cullen Bryant (D. Appleton and Company, 1878), that, in the poem, “[a] new element appeared [. . .], and was always present afterward in Mr. Bryant’s meditative poetry—the association of humanity with nature—a calm but sympathetic recognition of the ways of man and his presence on the earth.” Contrastingly, in William Cullen Bryant (Sheldon and Company, 1879), scholar David Jayne Hill writes that the poem belongs to a “class of poems” in which “no higher effect is aimed at than to bring the mind face to face with the charms of Nature for the delight of mere contemplation.” (Poets.org Poems)
Grant Wood-New-Road-by-wood-1939
William Cullen Bryant, author of "Thanatopsis," was born in Cummington, Massachusetts on November 3, 1794. He is considered an American nature poet and journalist, who wrote poems, essays, and articles that championed the rights of workers and immigrants. (ibidem)
Young Korn Grant Wood

Schilderijen van Grant Wood USA, 1891-1942

Verkoeling/Cooling

August 1930: A water cart man turns the water main on a group of boys to help them cool off in a street in Westminster, London during a heatwave. (Photo by Fox Photos/Getty Images)
July 10, 1934. Three women on Blackpool promenade during a heatwave. One wears a divided skirt and the other a straight skirt, both over swimwear. The middle one has a ‘copy’ of the Letty Lynton dress made popular by Joan Crawford in the film of that name. Adapted for the mass market the triple row of frills at the hem are matched by frills at the shoulder forming cap sleeves. (Photo by E Dean/Getty Images)
August 1919: London schoolboys relax in the park during a heatwave. (Photo by Topical Press Agency/Getty Images)
9th August 1936: St John’s Ambulancemen handing out oatmeal drinks in the heat at the football match between West Ham United and Tottenham Hotspur at Upton Park. (Photo by E. Dean/Topical Press Agency/Getty Images)
27th July 1935: Pupils have a lesson in the open air in the shade of a tree at Winterbourne, Gloucestershire, during a spell of hot weather. (Photo by Fox Photos/Getty Images)

More in:

Silence and Enchantement: Frederick Cayley Robinson (1862-1927)

The close of the day (The Maas Gallery)
Drie jonge vrouwen verzamelen zich rond een tafel in een strak ingerichte kelderruimte in een gecomprimeerde ruimte, de tafel voor hen gedekt om te eten. De tafel wordt van drie kanten verlicht: griezelig vanachter een groen gordijn aan de achterkant, warm door twee kaarsen aan het uiteinde van de tafel, en schijnbaar door daglicht van voren en aan de linkerkant. Op de tafel op de voorgrond staat een muziekdoosje dat een van Mendelssohns 'Lieder ohne Worte' speelt. (Maas Gallery)
Het drieluik boven de tafel in Quattrocento-stijl is Robinsons 'heropvoering' van de Verrijzenis van Christus.
Het motief van de verrijzenis loopt als een rode draad door veel van Robinsons werk, en op dit schilderij vliegt rechtsboven achter het groene gordijn een mot de kamer binnen. De mot was een symbool van dood en transfiguratie, van kronkelende worm via inerte pop tot gevleugeld schepsel. De drie vrouwen op de afbeelding lijken geen interactie met elkaar te hebben, maar zijn verenigd door hun aandacht voor de muziek. 

De donkere figuur met de lantaarn op het middenpaneel van het drieluik verwijst naar Johannes 11,9, een cryptische passage die tot op zekere hoogte het licht op het schilderij verklaart en Robinsons titel 'Het einde van de dag' geeft: 'Zijn er niet twaalf uren in de dag? Als iemand overdag wandelt, struikelt hij niet, want hij ziet het licht van deze wereld. Maar als iemand 's nachts loopt, struikelt hij, omdat het licht niet in hem is.(ibidem)
The picture was painted in 1898/9, and may be seen as an elegy on the death of Burne-Jones, who died in June 1898, from whom Cayley Robinson ‘undoubtedly learnt much' (Bate). When the painting was exhibited at the RSBA in 1899, it attracted many outstanding reviews. That from the Daily Telegraph and Courier, 25 March 1899, is representative: 

'Mr Cayley Robinson makes a welcome reappearance with a curious fantasy, "The Close of the Day," quite in his usual manner, which is at once ultra-modern and archaistic - partaking both of impressionism and of the pre-Raphaelitism of the Brotherhood. In a humble room, lighted from without through closed blinds, and from within by a glow of artificial light, three damsels, in different stages of fresh youth, appear, listening pensively to the sounds of a musical-box, which, as the deftly reproduced inscription on the cover tells us, is playing Mendelssohn's Lieder ohne Worte. (The Maas Gallery)

In de serie ‘‘We are unhappy: aspecten van de 19de eeuw’ vertelden we in 2007 uitvoerig over het vreemde einde van het Engelse Victoriaans tijdperk. De moderniteit had blijkbaar ook haar schaduwkanten. Ze zijn in dit blog nog steeds te raadplegen:

Het mooie, betoverend schilderij van de nu bijna onbekende kunstenaar Frederick Cayley Robinson sluit aan bij die bevindingen waarin begrippen als ‘betovering’ of ‘new idealism in art’ zeker thuishoren.

‘The Word’ klik op onderschrift om te vergroten
Frederick Cayley Robinson ARA (18 August 1862 – 4 January 1927) was an English artist, creating paintings and applied art including book illustrations and theatre set designs. Along with a number of other British artists, Cayley Robinson continued to paint striking Pre-Raphaelite and Victorian subjects well into the twentieth century despite this approach becoming deeply unfashionable. His work has been examined in a PhD thesis by Alice Eden and an exhibition Modern Pre-Raphaelite Visionaries at Leamington Spa Art Gallery & Museum. (2010)
Evening in London 1920 Tempera, Watercolour, Pencil on paper
In de trein

His series of large-scale mural paintings for the Middlesex Hospital entitled Acts of Mercy commissioned around 1915 and completed in 1920 are some of his most impressive works, along with Pastoral, 1923, (Tate, London), which was bought by the Chantrey Bequest for the nation. However his many smaller paintings, particularly of interiors featuring sombre women as well as the theme of departure, are significant works of modern British art.

Muurschilderingen Acts of Mercy

Maar het zal de intimiteit zijn, de betovering van de droom, de bijna eerbiedige stilte omdat woorden overbodig worden. Burne-Jones en zeker Puvis de Chavannes en Fra Angelico en enkele andere grote Italiaanse meesters worden zijn voorbeelden na een bezoek aan Florence in 1898.

After a visit to Florence in 1898, he took to studying the techniques of tempera painting and the work of Giotto, Mantegna and Michaelangelo. As a result much of Robinson’s paintings are characteristic of 15th century Italian works on tempera: symmetrically balanced, flattened images with much of the focus being drawn to foreground.
Evening
Pastorale 1923-4

The artist’s time studying at the Académie Julian in Paris from 1891-1894 had a critical influence on his entire artistic output which displays the influence of European Symbolism, especially the avant-garde group the Nabis and the cult revival of interest in Burne-Jones in Paris at this time. Like many of his peers, Cayley Robinson felt drawn to a new style of art, moving away from modern impressionism and appearing to emulate the visionary medievalism of the Pre-Raphaelites. (Tate)

The Foundling

Caley Robinson was a deeply spiritual man and illustrated books such as The Little Flowers of Saint Francis of Assisi, 1915 and A Book of Quaker Saints, 1922. Many of the illustrations he completed had haunted and mysterious qualities, the most celebrated series being 16 works he produced to illustrate Maurice Maeterlinck’s 1911 book The Blue Bird: a fairy extravaganza in six acts, which follows a young wood- cutters son on his allegorical journey towards the meaning of spiritual joy and the truth of human happiness. Two years previously he had designed and produced the costumes and stage sets for the theatrical production at the Haymarket Theatre, and as such they are indicative of what is seen as traditional theatrical scenery. (Fine Arts society ltd)
Boekillustratie

Er heerst een grote stilte tussen de personages. Soms kijkt één van hen ons aan, een opening om in hun verstilde wereld binnen te treden. Het is een droevige stilte waarin de onmogelijkheid elkaar te bereiken doorweegt maar de personages duidelijk berustend hun rol vervullen. Je zou ze ook ‘afwachtend’ kunnen noemen. Wachtend tot de kijker de symbolen begint te begrijpen. Tot het licht in ons is. Zoals de man in het roeibootje naar de verre zeereus kijkt, het kleine lampje aan de mast als enig teken van zijn aanwezigheid.

De kwetsbare kortstondigheid

Andries van Bochoven Zelfportret met familie 1629

De twintigjarige schilder Andries van Bochoven ( 1609-1634) zag zijn zelfportret liefst in familieverband. Zij poseren aan een gedekte tafel. Zijn vader Rutger houdt een bijbel vast, zijn dochters waarschijnlijk catechismusboekjes. Op het schilderij staan de namen en geboortedata van elke figuur. Binnen vier jaar na de voltooiing van dit werk waren Andries, zijn stiefmoeder, zijn broer Herman en zijn zus Josina allen overleden. Het portret bleef in het bezit van zijn vader tot aan zijn eigen dood, een herinnering aan gelukkiger tijden. (De schilder werd niet ouder dan vierendertig.)

Here the twenty-year-old Andries van Bochoven has shown himself as a painter surrounded by his family, all awaiting dinner at a laid table. His father Rutger holds a Bible; his daughters probably hold catechisms. The painting bears the names and date of birth of each figure. Within four years of the completion of this work, Andries, his stepmother, his brother Herman, and his sister Josina had all died. The portrait remained in his father’s possession until his own death (1644), a reminder of happier times. 

Je kunt allerlei dingen gaan opzoeken, stijl, betekenis, maar dat zijn gegevens, nuttig bij studie, hier echter niet zo belangrijk. Je bent als kijker verbonden met elf levens op een moment dat het hen allen goed gaat. Het kleine meisje rechts aan tafel gezeten, Petra, zal negentig worden, tweemaal huwen en tien kinderen krijgen. De anderen is een korter tot zeer kort leven toebedeeld. De schilder zelf zal het portret vijf jaar overleven. Hij zal, vijf jaar na dit portret, sterven aan ‘de plaag’, de pest die 15% van de inwoners van Utrecht zal opeisen. Maar hier in 1629 zijn ze een gezin. Bij elkaar horend. Even toch. Kortstondig.

Leon Wyczółkowski, Spring: The Interior of an Artist’s Atelier, 1933,  National Museum in Bydgoszcz, Bydgoszcz, Poland.

Dat prachtige ‘gouden uur’. Nog maar net vandaag ontdekt en tegelijkertijd groeiden met dit beeld allerlei reminiscenties naar tal van naamloze eigen ervaringen met licht en schaduw die op allerlei manieren ruimten binnendringen of de muren betoveren. Vaak kortstondig, soms in woorden gevangen zoals in dit gedicht waarin de in juni van dit jaar overleden dichter, Peter Scupham, het zonlicht uit zijn ogen wrijft. ‘Reflection’.

Reflection

Looking at blue, looking through blue,
he watched slow floaters rise and die;
flowers were talkative that high summer,
their fluid crimsons bedded on his retina
as he twisted sunlight from his eyes,

took a steady breath to ease the skin
soaped on a clay pipe bowl, watched
a perfect globe imprison his reflection:
his charmed soul, perfect in its wandering,

to float it all away: the trill of voices,
the dog’s gruff coat, the cradled branches,
and all that curvature of space and time
which held him briefly, as life holds him,
carried through iridescence to his vanishing.

Peter Scupham (1933-2022) from 'Invitation to View'
Wolk irisatie Wiki
Reflectie 

Kijkend naar blauw, kijkend door blauw,
keek hij hoe trage  drijvenden  opstegen en stierven;
bloemen waren spraakzaam die hoogzomer,
hun karmozijn vloeibare  rustend op zijn netvlies
terwijl hij het zonlicht uit zijn ogen wreef,

haalde rustig adem om de huid te kalmeren
gezeept op een kleipijp-kop, bekeken hoe
een perfecte bol zijn spiegelbeeld gevangen hield:
zijn betoverde ziel, perfect in haar omzwervingen,

om het allemaal weg te laten drijven: de trilling van stemmen,
de ruwe vacht van de hond, de wiegende takken,
en al die krommingen van ruimte en tijd
die hem kort vasthielden, zoals het leven hem vasthoudt,
gedragen door irisaties (kleurenspel) tot zijn verdwijnen.

Peter Scupham GB
https://stringfixer.com/nl/Iridescent

Thomas Couture (1815-1879) schilderde ca. 1859 zijn versie van dit geliefde thema. De uitleg van The Met museum, ook al is het werk voorlopig niet in de collectie te bekijken:

A schoolboy, identifiable by the books on the desk, contemplates soap bubbles, traditional symbols of the transience of life. A wilting laurel wreath on the wall behind him suggests the fleeting nature of praise and honors. The word "immortalité," inscribed on the paper inserted in the mirror, reinforces the painting’s allegorical content.
Couture was an influential teacher known for his opposition to strict academic instruction. Among his pupils was Manet, who in 1867 painted his own, more naturalistic, version of this subject (Museu Calouste Gulbenkian, Lisbon). 
Edouard Manet Le Garçon à la bulle de savon

Waarschijnlijk zijner weinigen die nooit de kunst van het bellenblazen hebben beoefend. Uiteraard een geliefkoosd onderwerp voor degenen die het over ‘kortstondigheid’ hebben. De versie van Rembrandt’s leerling, Gerrit of Gerard Dou (1613-1675) wil ik je niet onthouden. Met enig wantrouwen kijkt het kind naar de omgevallen zandloper, de omgekeerde schedel en de luit op, deze memento mori .

Stilleven met een bellenblazende jongen Gerrit Dou (Gerard Douw)
The soap-bubbles, skull, hourglass, feathered cap and gourd and other still-life elements shown in this work indicate that its subject is vanitas, the emptiness and ephemeral quality of man's existence. This work differs slightly from standard vanitas images as the boy blowing soap-bubbles has been fitted with the wings of angel. This motif indicates the layering of a religious theme over the standard vanitas imagery. 

Een boeiende YouTube omtrent dit onderwerp, met veel zorg en kennis gemaakt, neem je tijd!

    Al mijn vaarwels zijn gezegd.
  Zoveel keer vertrekken heeft mij langzaam
maar zeker gevormd sinds ik kind was.
Maar ik kom weer terug,
    ik begin opnieuw,
 mijn blik wordt bevrijd
 door de ongedwongen terugkeer.

       Wat mij rest is die blik te vervullen,
  en mijn vreugde
altijd zonder berouw
 te hebben gehouden van de dingen die
  lijken op de afwezigheden die ons
  tot handelen aanzetten. 

(Rainer Maria Rilke)