‘Un paysage est un état de l’âme.’ Notities bij de landschapsschilder Theodoor Verstraete (1850-1907)

Theodoor Verstraete ‘Zonnige namiddag in het park’

Er zijn kunstenaars van wie je gewoon het werk laat spreken, terwijl -door allerlei omstandigheden- het werk van Theodoor Verstraete een stevige aanvulling van biografische gegevens voor de nodige diepte in het landschap van een levensloop zorgt. Niet alleen het ontbreken van degelijk illustratiemateriaal maar meer nog de schaduwzijde van een mensenleven kan met woorden de weinige beelden kaderen. In een artikel uit Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 5 van het jaar 1895 geeft auteur Pol de Mont een uitvoerige beschrijving van persoon en werk. Hij heeft de schilder persoonlijk ontmoet en portretteert hem in de taal van die tijd:

‘Een kloeke, ofschoon niet indrukwekkende verschijning.
Van middelbare gestalte, met stevig ontwikkelden thorax en opvallend breede schouders; ietwat zwaarlijvig en met een onmiskenbaren aanleg tot - zooals 't men 't heet - ‘dik-worden;’ met iets vermoeids, iets zwaars in de fermgekuite beenen, en - ondanks het zenuwachtige van handgebaar en gelaatstrekken - met iets in den gang als lood, - een gang van opvallende eigenaardigheid, een die onweerstaanbaar herinnert aan den gang onzer boeren, gewoon met groote, breede stappen heen te schrijden over den weeken kleigrond, bij elke schrede begevend onder den voet; overigens met niets-niemendal in kleedij of uiterlijk dat den kunstenaar verraadt of den idealist - ziedaar wel den eersten indruk, dunkt mij, welken, na een vluchtig ontmoeten, zeker wel de meesten van Theodoor Verstraete zullen meedragen.’
Het portret naar een oorspronkelijke koolteekening van Edgar Farazyn, te Antwerpen.

De beschrijving van zijn jonge jaren kan ik ook beter aan Pol de Mont overlaten:

Geboren te Gent in 1851, werd hij, nog geen jaar oud, burger van de Scheldestad, waar zijn vader de betrekking van tweeden orkestmeester bij het te dien tijde in den Schouwburg van Verscheidenheden gevestigd Nationaal Tooneel had aangenomen, terwijl zijn moeder, de thans nog terecht gevierde Mevr. Verstraete-Laquet, in hetzelfde gezelschap de jonge rollen speelde.
Ook was de ‘eerste’ roeping van Theodoor een muzikale: de jongen was een onverbeterlijk en overigens hartstochtelijk trommelslager, en toen de populaire Victor Driessens in de jaren 60-65 in Noord- en Zuid-Nederland rondreisde met meesterstukken als Generaal Boem en de Grande Duchesse, ‘mocht’ de kleine Door, als triangel-, pauken- en trommelvirtuoos drievoudig verdienstelijk, van de expeditie deel maken. (ibidem)
Huis van de Boswachter, het huis tussen de bomen in St Job in’t Goor.

Vanaf 1867 volgde hij schilderlessen aan de Antwerpse Academie onder leiding van Jacob Jacobs . Tot Verstraete’s klasgenoten behoorden Emile Claus , Jef Lambeaux , Edgard Farasyn en Henri Houben. Van 1873 tot 1878 bezocht Verstraete het vrije atelier van Jacobs dat verbonden was aan de Academie. In dat jaar trouwde hij. Hij was voor zijn financiën afhankelijk van de hulp van zijn moeder en van zijn werk als drummer en decoratieschilder in het theater.

In 1878 verliet Verstraete de Academie en ging het jaar daarop werken in een pittoresk huis in Brasschaat, bij Antwerpen. Zijn huis is gebouwd midden in de natuur in de Belgische Kempen. Van daaruit reisde hij met zijn caravan om de omringende landschappen te schilderen. Hij bezocht zijn familie, vermoedelijk nog in Brussel, alleen in het weekend. Verstraete werd de “Brasschaatschilder” genoemd en andere schilders die met hem samenwerkten of van hem les kregen, werden beschouwd als leden van de zogenaamde “Brasschaatschool” van de landschapsschilderkunst. Jan Frans Simons, Frans Van Ballaer en Jules Guiette werden tot deze school gerekend. Evert Pietersen Rosa Leigh worden ook beschouwd als leerlingen van Theodoor Verstraete.

Accordeonspeler in een lentetuin

Theodoor was een van de twintig stichtende leden van de kunstenaarsgroep ‘Les XX’, gesticht in Brussel in 1883, die verenigde ‘des artistes-avant garde, refusés dans les Salons officiels.’ Maar dat duurde niet lang. Ik laat hem zelf aan het woord:

«Vous n'êtes pas sans être au courant de l'attaque contre moi qu'avait organisée le cercle des XX, m'en étant déjà aperçu lors de l'emplacement pour la présente exposition j'avais donné ce jour-là même, en présence de tous les membres, ma démission.»

In 1883 was Verstraete daarna medeoprichter van de Antwerpse kunstenaarsgroep ‘Wees U Zelf’. Het manifest van de groep, geschreven door Piet Verhaert, pleitte voor het behoud van de traditie. Andere leden waren Frans Van Kuyck , Eugène Joors , Edgard Farasyn en Emile Claus . In 1891 werd Verstraete medeoprichter van de kunstenaarsvereniging ‘De XIII’ in Antwerpen, die de kunst wilde bevrijden van het heersende academisme. Hij was van plan jaarlijkse tentoonstellingen (salons) in Antwerpen en groepstentoonstellingen te organiseren. Tijdens haar bestaan organiseerde de vereniging, die in 1899 werd opgeheven, drie salons.

Schemering in april
De Voerman Vergroot door hier te klikken

Nadat Verstraete in de periode van 1886 tot 1890 in Zeeland en aan de kust ging werken, verloor zijn werk zijn vroegere somberheid. In plaats van avond- of wintertaferelen of verarmde figuren, schilderde hij zijn landschappen en figuren in een licht palet, in het volle zonlicht. De totaal verschillende sfeer weerspiegelt tot op zekere hoogte de verschillen tussen het Kempische en het Zeeuwse landschap.

De Garnaalvissers

Verstraete liet in zijn latere werk zijn sentimentele toets varen en gaf objectievere en neutralere voorstellingen van sommige onderwerpen die hij eerder had behandeld. Dit blijkt uit werken als ‘Bij de wake’ (1889-1890, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen). De compositie toont boeren en boerinnen die naar een boerderij lopen om te bidden voor iemand die daar is overleden. De afmetingen van dit schilderij zijn bijzonder groot: 172 cm hoog en 294 cm breed. (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen)

Naar de wake Vergroot door hier te klikken

Theodoor Verstraete verbleef ook in Blankenberge aan de Belgische kust, waar mecenas Henri Van Cutsem een villa had. Kunstenaars waren er steeds welkom. Verstraete was gefascineerd door het bewegende schouwspel van water en lucht bij de zee. Uit een brief van zijn mecenas:

 « Ton œuvre est vraie comme observation de nature et le sentiment qui se dégage est intense et juste. Tu nous montres la bruyère avec sa végétation maigre et son horizon étendu ; tu as été impressionné par sa grandeur, son calme aux heures du crépuscule et tu nous fais partager ton sentiment. Quand en imagination, je me place devant ton tableau : que je me mets devant les yeux l’ensemble et le détail, j’en éprouve une satisfaction réelle. » (Correspondance d’Henri Van Cutsem à Théodore Verstraete, Blankenberghe, le 27 août 1883) 
De heide
De stronken Vergroot door hier te klikken

En er was en is de eeuwige beweging van de zee

Hoog tij

In 1893 wordt hij door een beroerte getroffen. Hij kan een lange tijd niet meer praten. Bepaalde bronnen vermelden dat hij later zou blind geworden zijn. Zijn mecenas, Henri van Cutsem zorgt ervoor dat hij een maandelijkse rente krijgt tot aan zijn dood in 1907. Hij schrijft hem in 1894:

« Quand vous recommencerez à peindre, soyez prudent et ne pensez d’abord au travail qu’à petites doses. Vous verrez, mon brave Door, la convalescence marchera vite et le rétablissement là, vous produirez de nouveau toute une série de chefs-d’œuvre. »

Hij zal later in het Antwerps stadspark een monument voor hem oprichten. Zijn motief als afsluiting: “Schilder niets wat gij niet gezien, wat gij niet gevoeld, wat gij niet beleefd hebt.”

Lente in Schoore Vergroot door hier te klikken

Het artikel uit Elsevier’s geïllustreerd Maandschrfit. Jaargang 5 (1895) kun je hier raadplegen:

https://www.dbnl.org/tekst/_els001189501_01/_els001189501_01_0043.php

English lifetime in wikipedia:

https://en.wikipedia.org/wiki/Theodoor_Verstraete

Kunst in koude dagen (3) 2 Poems of John Koethe (1945)

Eigen foto Gmt
"A Romantic Poem"
by John Koethe (from the collection 'Beyond Belief')

It’s supposed to be solemn and settled
And in celebration of the individual human life,
Whatever it is. It’s each of us of course,
And yet the view we have of it is so oblique
It might as well be one of nobody at all,
Or of a vague interior with a figure in a room
Who could be anyone. This sense that it’s so close
It must be you: what do we really know of it,
And how could anything that simple be that real?
We would be kings of our domains, alone in majesty
“Above this Frame of things,” but those are idle thoughts,
As idle as the vacant pleasures of a summer afternoon.
The truth is much more down to earth: we make things up
And celebrate dejection when we see they can’t be real.
Instead of clarity, self-knowledge is a study in confusion,
Driven by the need to see what isn’t there. Begun
In gladness, something carries you away until you’re
Everyone and no one, for no matter where you are
Or what your name is, it’s the same styles
Of thought, the same habits of contemplation
That carry you along to the inevitable conclusion
That life is either ludicrous or not worth living
Or both. But why does it have to be worth anything?
It’s just there, the way we’re all just there, moving
And needing to be moved, without knowing why.

Excerpted from Beyond Belief: Poems by John Koethe. Copyright © 2022. Available from Farrar, Straus and Giroux, an imprint of Macmillan.
"Een romantisch gedicht"
John Koethe

(From the collection Beyond Belief)

Het zou plechtig en geregeld moeten zijn…
En in het vieren van het individuele menselijk leven,
Wat het ook is. Het is ieder van ons natuurlijk,
En toch is het beeld dat we ervan hebben zo scheef...
Dat het net zo goed van niemand kan zijn,
Of van een vaag interieur met een figuur in een kamer...
Die iedereen kan zijn. Dit gevoel dat het zo dichtbij is
Jij moet het zijn: wat weten we er eigenlijk van,
En hoe kan zoiets simpels zo echt zijn?
We zouden koningen van onze domeinen zijn, alleen in majesteit...
"Boven dit Raamwerk van dingen," maar dat zijn ijdele gedachten,
Net zo ijdel als de lege genoegens van een zomermiddag.
De waarheid is veel simpeler: we verzinnen dingen...
En vieren verslagenheid als we zien dat ze niet echt kunnen zijn.
In plaats van helderheid, is zelfkennis een studie in verwarring,
Gedreven door de behoefte om te zien wat er niet is. Begonnen 
In blijdschap, iets voert je mee tot je...
Iedereen en niemand bent, want het maakt niet uit waar je bent...
Of wat je naam is, het zijn dezelfde stijlen
Van gedachten, dezelfde gewoonten van contemplatie
Die je meevoeren naar de onvermijdelijke conclusie
Dat het leven ofwel belachelijk is of niet de moeite waard om te leven...
Of beide. Maar waarom moet het iets waard zijn?
Het is er gewoon, zoals we er allemaal zijn, in beweging...
En bewogen moeten worden, zonder te weten waarom.
“Koethe’s poetry is ultimately lyrical, and its claim on us comes not from philosophy’s dream of precision but from the common human dream that our lives make some kind of sense. What Koethe offers is not ideas but a weave of reflection, emotion, and music; what he creates is art—a bleak, harrowing art in all it chooses to confront, but one whose rituals and repetitions contain the hope of renewal.” (Robert Hahn)
Eigen foto Gmt
Clouds

I love the insulation of strange cities:
Living in your head, the routines of home
Becoming more and more remote,
Alone and floating through the streets
As through the sky, anonymous and languageless
Here at the epicenter of three wars. Yesterday
I took the S-Bahn into town again
To see the Kiefer in the Neue Nationalgalerie,
A burned out field with smoke still rising from the furrows
In a landscape scarred with traces of humanity
At its most brutal, and yet for all that, traces of humanity.
What makes this world so frightening? In the end
What terrifies me isn’t its brutality, its violent hostility,
But its indifference, like a towering sky of clouds
Filled with the wonder of the absolutely meaningless.
I went back to the Alte Nationalgalerie
For one last look at its enchanting show of clouds -
Constable’s and Turner’s, Ruskin’s clouds and Goethe’s
Clouds so faint they’re barely clouds at all, just lines.
There was a small glass case which held a panel
Painted by the author of a book I’d read when I was twenty-five -
Adalbert Stifter, Limestone - but hadn’t thought about in years.
Yet there were Stifter’s clouds, a pale yellow sky
Behind some shapes already indistinct (and this was yesterday),
As even the most vivid words and hours turn faint,
Turn into memories, and disappear. Is that so frightening?
Evanescence is a way of seeming free, free to disappear
Into the background of the city, of the sky,
Into a vast surround indifferent to these secret lives
That come and go without a second thought
Beyond whatever lingers in some incidental lines,
Hanging for a while in the air like clouds
Almost too faint to see, like Goethe’s clouds.
Adalbert Stifter Wolkenstudie 1840 (klik voor vergroting hier)
Wolken

Ik hou van de isolatie van vreemde steden:
Leven in je hoofd, de routines van thuis
Meer en meer afgelegen worden,
Alleen en zwevend door de straten
Als door de lucht, anoniem en taalloos
Hier in het epicentrum van drie oorlogen. Gisteren
Nam ik weer de S-Bahn naar de stad
Om de Kiefer in de Neue Nationalgalerie te zien,
Een uitgebrand veld met rook die nog steeds uit de groeven opstijgt...
In een landschap met littekens van de mensheid...
Op zijn brutaalst, en toch, sporen van menselijkheid.
Wat maakt deze wereld zo beangstigend? Uiteindelijk
Wat mij beangstigt is niet haar brutaliteit, haar gewelddadige vijandigheid,
Maar haar onverschilligheid, als een torenhoge wolkenlucht...
Gevuld met het wonder van het absoluut zinloze.
Ik ging terug naar de Alte Nationalgalerie
voor een laatste blik op de betoverende wolkenluchten...
Constable's en Turner's, Ruskin's wolken en Goethe's...
Wolken zo vaag dat het nauwelijks wolken zijn, alleen lijnen.
Er was een kleine glazen kast met een paneel...
geschilderd door de auteur van een boek dat ik las toen ik vijfentwintig was.
Adalbert Stifter, Limestone, maar ik had er al jaren niet meer aan gedacht.
Toch waren er Stifter's wolken, een lichtgele lucht
Achter sommige vormen die al onduidelijk waren (en dit was gisteren),
Zoals zelfs de meest levendige woorden en uren vaag worden,
veranderen in herinneringen, en verdwijnen. Is dat zo beangstigend?
Evanescence is een manier om vrij te lijken, vrij om te verdwijnen
In de achtergrond van de stad, van de lucht,
In een uitgestrekte omgeving onverschillig voor deze geheime levens...
die komen en gaan zonder een tweede gedachte
Voorbij wat blijft hangen in enkele incidentele lijnen,
die een tijdje in de lucht hangen als wolken
Bijna te zwak om te zien, zoals Goethe's wolken.

John Koethe, philosophy professor and poet, lives on the East Side of Milwaukee, but he grew up in San Diego. A self-described "science whiz kid" who loved fiction, Koethe left the West Coast to attend Princeton University where he started to write poetry in 1964.

Koethe attended graduate school at Harvard, and later landed a teaching job at UWM, located in the neighborhood that inspired multiple poem titles. 
Wolkenstudie (ca. 1840)
Adalbert Stifter (Austrian, 1805-1868)

Kunst in koude dagen (2): ‘The Cool and the Cold’

‘Ik sta voor twee portretten ten voeten uit, elk iets langer dan 200 centimeter. Het linker is een zeefdruk in grijstinten; een man in een wijd overhemd met een opstaande kraag, een spijkerbroek en cowboylaarzen komt uit de leegte tevoorschijn om een revolver uit zijn heupholster te trekken, die hij op de kijker richt. Het rechter schilderij is geschilderd in dikke, donkere olieverf; het toont een man in een zwart driedelig pak en met zijn handen in zijn broekzakken, staande in zijn werkkamer, voor kamerbrede boekenkasten en een bureau bedekt met een rood tafelkleed met kwastjes, waarop de kijker twee kandelaars en diverse papieren kan onderscheiden. Het onderwerp van het eerste schilderij is Elvis Presley. Het onderwerp van het tweede: Vladimir Lenin.’ (Ryan Ruby art-agenda review)

Het idee is eenvoudig: door kunstwerken van rivaliserende landen die twee vermeend tegengestelde ideologische systemen aanhangen in “dialoog” (dat wil zeggen in ruimtelijke nabijheid) te plaatsen, kunnen we overeenkomsten tussen en omkeringen van de ontvangen wijsheid over de systemen zelf ontdekken. De juxtaposities zijn georganiseerd volgens subthema’s zoals Oorlog (waar het machinegeweer in Roy Lichtensteins Takka Takka, 1962, in dialoog is met de lijken in Boris Nemenskiy’s On The Nameless Height, 1961)’ (ibidem) enz.

Dat was althans de tentoonstelling 'The Cool and the Cold in ons geliefd Berlijn in de Gropius Bau van 24 september 2021 tot 9 januari 2022, en even later...? Juist 'De zo genoemde 'Cold' viel Oekraïne binnen.  De genaamde groep 'Cool' werd onmiddellijk bij die oorlog betrokken. De tekst van Ryan Ruby geeft ons een interessante overdenking mee enkele maanden voor het conflict werkelijkheid werd..
Robert Indiana, USA 666 (Eat, Die, Err, Hug) II, 1966/67. Acrylic on canvas, 5 panels, each 91.5 x 91.5 cm. © Morgan Art Foundation / ARS, New York / VG Bild-Kunst, Bonn 2020. Image courtesy of Museum Ludwig Köln. Photo by Rheinisches Bildarchiv Köln, Sabrina Walz. 
Toch was het initiatief dermate belangrijk omdat de poging tot onderzoek van elkaars rolverdeling in 'de schone kunsten' ons duidelijk maakte dat de tweedeling vrij westers gekleurd was.  Ik laat je daarom even meelopen in dit mooie filmpje zodat je een idee krijgt van inhoud en atmosfeer.

‘The Cool and the Cold” moet echter rekening houden met een paar simpele feiten: de VS bestaat, terwijl de USSR niet meer bestaat; het bestaan van de tentoonstelling wordt ondersteund door een partnerschap tussen de instellingen van het museum, het kapitaal en de staat; en de veronderstelde toeschouwer is nog steeds iemand, zoals ik, wiens blik is gesocialiseerd door westerse in plaats van sovjet esthetische normen. De bestudeerde neutraliteit die het woord “dialoog” met zich meebrengt, valt een paar keer in het voordeel van de VS uit. Allereerst in de naam van de tentoonstelling zelf: als met Cool alleen de schilderijen uit de VS worden bedoeld, verwijst Cold naar de geopolitieke situatie waarin zowel Amerikaanse als Sovjet-kunstenaars zich bevonden. De tegenstelling is dus slechts schijn, en in deze onevenwichtigheid hoort men sotto voce wat werkelijk bedoeld wordt: het koele en de kitsch. Evenzo lijkt de erkenning dat de Amerikaanse staat kunst ook gebruikte om propaganda te bedrijven haar op gelijke voet te plaatsen met de USSR, maar de identificatie van “vrijheid” als de inhoud van die propaganda in de tentoonstellingscatalogus is misleidend, zoals we straks zullen zien.’ (ibidem)

Natalya Nesterova, Singers, 1969. Oil on canvas, 150 x 120 cm. © VG Bild-Kunst, Bonn 2020. Image courtesy of Ludwig Forum für Internationale Kunst Aachen. Photo by Carl Brunn.

‘Toen ik door de tentoonstelling liep, moest ik denken aan het beroemde essay “De macht van de machtelozen” uit 1978 van de dissidente toneelschrijver Vaclav Havel. Havel beschouwt het leven van een groenteboer onder het communisme in Tsjecho-Slowakije, die in zijn winkel een bord ophangt met de tekst “Arbeiders van de wereld, verenigt u! De groenteboer, schrijft Havel, gelooft de woorden op het bord vrijwel zeker niet letterlijk, en steunt misschien niet eens de partij waarvan het de slogan is, maar een reeks zachte dwangmiddelen – de angst om zijn baan te verliezen, sociale druk, ideologie, persoonlijk gemak – dwingt hem het bord toch op te hangen. Op deze manier disciplineert het “post-totalitaire systeem” zijn onderdanen tot een dubbelleven: ideologie voor werkelijkheid aannemen omdat het onontkoombaar lijkt, een speler worden in een spel dat ze liever niet spelen, en, bovenal, gewend raken het tegenovergestelde te zeggen van wat ze bedoelen. Het is niet de inhoud van de officiële propaganda, die toch niemand gelooft, waardoor het systeem zich verzekert van gehoorzaamheid; het doet dat door mensen te trainen om hun dagelijkse bezigheden te verrichten “levend in een leugen”. Dit dubbele leven was echter niet specifiek voor het Oostblok. De Verenigde Staten ontwikkelden er een versie van tijdens de Koude Oorlog, die nog steeds actueel is. Het heet ironie. En ironie, niet vrijheid, zoals de officiële propaganda wil doen geloven, is de essentie van cool.’ (ibidem)

Ralph Goings, Airstream, 1970. Oil on canvas, 152 x 214 cm. © Ralph Goings. Image courtesy of mumok – Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien.  

‘Denk aan Lenin van Nalbandyan. (zie boven) Tweevoudig winnaar van de Stalinprijs, lid van de Kunstacademie van de USSR, Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie, Held van de Socialistische Arbeid, Nalbandyan was zo’n systeemkunstenaar als men zich maar kan voorstellen, en het officieel goedgekeurde onderwerp van zijn schilderij uit 1980-82, de agressief verouderde stijl waarin het werd uitgevoerd, en de normatieve, huiselijke, zelfs burgerlijke mise-en-scène weerspiegelen allemaal deze status. Westerse kijkers zullen geen moeite hebben het als kitsch te identificeren. Maar voor zover de “kritische nevenschikking” van de tentoonstelling tot doel heeft aan te tonen dat Warhols Single Elvis ook kitsch is, gaat ze niet ver genoeg. Iedereen weet dat Single Elvis kitsch is. Het genie van Warhol was om twee notioneel antagonistische sectoren van de Amerikaanse cultuurindustrie – massaal geproduceerde populaire cultuur en gesanctioneerde hoge cultuur – tegen elkaar uit te spelen om te laten zien hoe telkens wanneer een beeld van context verandert, er meer waarde aan kan worden ontleend.’

Jury Korolyov, Cosmonauts, 1982. Oil on canvas, 195 x 315 cm. Image courtesy of Ludwig Forum für Internationale Kunst Aachen. Photo by Carl Brunn. 

Wat dit op zijn beurt mogelijk maakt, is de koele, ironische blik die ons in staat stelt ons privé in te zetten voor het idee dat kitsch negatief is, terwijl we ons anders gedragen, omdat ons uiteindelijk niet wordt gevraagd dit of dat beeld te bewonderen, maar het ideologische principe dat werkelijk de kern vormt van het Amerikaanse systeem: geen vrijheid, maar commodificatie. In termen van systeemerkenning was Warhol niet onbelangrijk: hij is de Amerikaanse kunstenaar die het vaakst voorkomt op de lijst van duurst verkochte schilderijen ooit, een veel patriottischer onderscheiding dan bijvoorbeeld de Presidential Medal of Freedom. Wat zegt zijn Elvis met een knipoog tegen Nalbandyans Lenin wanneer de twee in “dialoog” zijn geplaatst in de Gropius Bau? Hetzelfde als Havel’s groentenboer: “Arbeiders van de wereld, verenigt u!”.

Ryan Ruby is the author of The Zero and the One: A Novel (Twelve Books, 2017) and Context Collapse, which was a finalist for the 2020 National Poetry Series Competition. 


Takka Takka by Roy Lichtenstein

En wat als die ironie plotseling de brutaliteit van een Europese oorlog krijgt? Hanna Komornitzyk schreef in Art-in-Berlin begin 2022 nog voor het uitbreken van de oorlog:

De mate waarin culturele fenomenen en kunst wederzijds afhankelijk zijn, wordt op indrukwekkende wijze duidelijk in The Cool and The Cold. Elk afzonderlijk beeld verwijst naar een veelheid van citaten en komt door de receptie in het esthetische begrip van zijn sociale context, die op zijn beurt wordt gebruikt om nieuwe beelden te creëren. Deze loop gaat door en versnelt tot hij uiteindelijk niet meer als zodanig herkenbaar is in de digitale ruimte van de jaren 2020. In zekere zin doet de tentoonstelling een stap terug: via de schilderkunst van voorbije decennia wordt de huidige beeldproductie zodanig vertraagd dat de afzonderlijke stappen van receptie en reproductie weer zichtbaar worden. 

In dit opzicht is het niet verwonderlijk dat de kamers de foto's vrijwel ongerubriceerd laten - iets wat in het digitale begeleidende boekje ruimschoots wordt goedgemaakt. En misschien kunnen de jongere generaties, verslaafd aan beeldconsumptie en communicatie via beelden, alleen via het beeld zelf een spiegel worden voorgehouden. Maar vooral met het oog op een politiek spanningsveld zoals de Koude Oorlog dat biedt - als uitgangspunt voor hedendaagse discoursen over consumentenkritiek, oorlogspropaganda of artistieke vrijheid - zou meer context wenselijk zijn geweest. Wat overblijft is een onderkoeld beeld van een samenleving van individualisten die visuele esthetiek volledig los van hun politieke potentieel kunnen consumeren.
Boris Nemensky ‘It’s Us, Lord’ 1960

Kunst in koude dagen (1)

Venus Frigida PP Rubens 1614

Net vandaag beschrijft Geert van der Speeten in de Standaard dit fraaie schilderij van Pieter P. Rubens waarop de verkilde liefde te zien is , Venus Frigida, weldra te bekijken in het vernieuwde KMSKA. Het zou een mooi uithangbord zijn bij een artistieke reactie op de huidige waanzinnige tarieven voor gas en elektriciteit. Vertrekpunt immers voor dit beeld waarin de koukleumende Venus en kleine Amor, pijlen doelloos op grond, zichtbaar zijn, is een vers van de Romeinse comedian Terentius (195-185) dat later een spreekwoord werd in de moderne tijd: ‘Sine Cerere et Libero friget Venus.’ Of in duidelijk Duits: ‘Ohne Wein und Brot ist Venus Tod.’ Zonder wijn en brood is Venus niet in goede doen. Je vindt de uitdrukking terug tot in de Adagia van Erasmus. Hoe het dan wel kan (of zou kunnen) zien we op een ‘pen-painting’ van Hendrick Goltzius uit 1600-1603. Uitleg lees je in ons blog van 1 juli 2005: het tekort aan menselijk.

    ... some good lessons
    Are also learnt from Ceres and from Bacchus
    Without whom Venus will not long attack us.
    While Venus fills the heart (without heart really
    Love, though good always, is not quite so good),
    Ceres presents a plate of vermicelli, –
    For love must be sustain'd like flesh and blood, –
    While Bacchus pours out wine, or hands a jelly.
    
Lord Byron— Don Juan Canto II, sections 169–170

Het kan dus net zo goed een bord vermicelli zijn of een lekkere gelei.

Helemaal gerust moet Pieter Pauwel niet geweest zijn want in datzelfde jaar 1613 of een jaartje eerder schilderde hij twee andere versies, nu te zien in Staatliche Museen Kassel. en een versie nu in de Gemäldegalerie der Akademie der Bildende Kunst Wien.

 Rubens employed the motif repeatedly in different ways, including the visibly freezing Venus Frigida, a version with Amor who desperately attempts to start a fire, and one with Venus at the Moment maßvollen Erwärmens und ruhigen Erwachens ('Moment of modestly warming and quietly waking') in which she hesitantly accepts a wine cup from Bacchus. (Wikipedia Article)

Dat het bij Paul Cézanne in de winter van 1865 niet warmer was mag dit schilderijtje duidelijk maken.

Paul Cezanne Stoof in de studio ca 1865

En die kachel speelt dan weer een rol in het mooie liedje van Don Quishocking: De oude school. Tekst van Willem Wilmink.

Ach zou die school er nog wel zijn,
kastanjebomen op het plein;
de zware deur.
Platen van ridders met een kruis
en van Goejanverwellesluis;
Geheel in kleur

Die mooie school daar stond je met
een pas gejatte sigaret
in 't fietsenrek.
Daar nam je bibberig en scheel
en van ellende groen en geel,
opnieuw een trek.

En als de meester jarig was
werd het rumoerig in de klas;
en zat je daar.
En je verwachte zo direct
een uiterst boeiend knaleffect:
de klapsigaar

Je speelde in het schooltoernooi
en het begin was wondermooi;
fijn voetbalweer.
Je kreeg met 10-1 op je smoel
de kleine keeper in zijn doel:
hij weende zeer

De najaarsblaren op de grond
daar stapte je zo fijn in 't rond;
de school voorbij.
En 's winters was de kachel heet
en als je daar dan sneeuw in smeet,
dan siste hij.

Het moet er allemaal nog zijn:
de deur, de bomen en het plein;
de grote heg.
Alleen die mooie lichte plaat,
waarop een kleine desa staat,
is misschien weg.

Bali, Lombok, Soemba, Soembawa,
Flores, Timor enzovoort

Bron: https://muzikum.eu/nl/don-quishocking/de-oude-school-songtekst

Weet je wel, oudje? Later meer hartverwarmende vondsten van ver en dichtbij.

Achille Laugé: (1861-1944) Le Neo-Impressionnisme dans la lumière du sud

Les Amandiers en fleur sur la route de Cailhou 1909

In 2018 hebben we in de bijdrage: ‘Moment en tijdloosheid: In de boomgaard van Theo van Rysselberghe ‘het pointillisme’ of het ‘divisionisme’ belicht, en met één klik ben je daar terug wil je even je geheugen opfrissen om daarna met des te meer smaak het eigene van schilder Achille Laugé te ontdekken. Lees en kijk dus in ons blog:

Achille Laugé ‘Autoportrait au bonnet blanc ‘ 1895

Achille Laugé, een kunstenaar die sterk gehecht is aan zijn geboortestreek in Occitanië, fascineert door zijn eigenzinnige weg binnen de neo-impressionistische beweging. De momentele tentoonstelling in Lausanne, die bijna tachtig werken omvat en de hele carrière van Laugé bestrijkt, belicht de specifieke originaliteit van deze schilder van het dagelijks leven, gedreven door een uitzonderlijke gevoeligheid. Verfijnd en eenvoudig tegelijk, schildert hij bij voorkeur onderwerpen die deel uitmaken van zijn directe omgeving – de omgeving van zijn huis in Cailhau, de bloemen in zijn tuin, de portretten van zijn familieleden. Zijn zeer zuivere techniek, gekenmerkt door de drie primaire kleuren naast elkaar in kleine stippen of rasters, volgt de divisionistische methode maar langs een zeer persoonlijke benadering.(cataloog van recente Zwitserse tentoonstelling)

Issu d’une famille paysanne, Laugé abandonne ses études en pharmacie au profit de l’École des beaux-arts de Toulouse, où il se lie avec Antoine Bourdelle, avant de poursuivre son apprentissage à Paris et de partager l’atelier d’Aristide Maillol. En 1886, au Salon des Indépendants, Laugé découvre le tableau manifeste de Georges Seurat, Un dimanche à l’Île de la Grande-Jatte, véritable révélation pour lui. En 1892, de retour à Carcassonne, il se convertit à la couleur pure divisée.
Portrait d’ enfant 1890

In het verblindende zuidelijke licht, eigende Laugé al experimenterend zich de kleurentheorie van Seurat en Signac toe. Vanuit een zeer origineel karakter dat getuigt van zijn intuïtie voor kleur, schilderde hij weelderige stillevens waarin boeketten klaprozen en margrieten zij aan zij staan met rijp fruit en takken van bloeiende amandelbomen. Achille Laugé hanteert een “kunst van bewogen gevoeligheid” zoals zijn vriend beeldhouwer Bourdelle opmerkte. (ibidem)

L’ arbre en fleur’ 1893

Zoals Monet voor zijn kathedralen, werkt Laugé aan series, onvermoeibaar de wegen van Cailhau voorstellend. In deze rigoureus geconstrueerde landschappen streeft hij ernaar de nuances van het licht en het verloop van de seizoenen in hun meest minieme variaties weer te geven. Op deze wegen, die hij aflegt met zijn mobiel atelier (roulotte-atelier) dat hij heeft ontworpen om ter plaatse aan het motief te werken, creëert de kunstenaar composities in een geraffineerde stijl waaruit een zacht gevoel van rust, een zeer geometrisch gevoel voor compositie en een uitgesproken smaak voor leegte zichtbaar worden.

Achille Laugé Arbres en fleur
La route -au-lieu-dit-Hort
En 1890, de retour à Carcassonne, Laugé se convertit à la couleur pure divisée. Un artiste d'une rare sensibilité Seul devant l'éblouissante lumière méridionale, Laugé s'approprie, au gré de nombreuses expérimentations, la théorie des couleurs de Seurat et de Signac. Combinant les teintes de manière très personnelle, il réalise de somptueuses natures mortes où les bouquets de coquelicots et de marguerites voisinent avec les fruits mûrs et les branches d'amandiers en fleurs. 

Achille Laugé exprime cet " art de sensibilité émue " que relève son ami Bourdelle. Géométrie, perspective et lumière Tel Monet devant la cathédrale de Rouen, Laugé travaille sur des séries, représentant inlassablement la route qui mène à Cailhau, le village dans lequel il s'installe en 1895. Dans ces paysages rigoureusement construits, il s'attache à rendre les nuances de la lumière, le passage des saisons dans leurs plus infimes variations. 
L’ Alouette Woonst en atelier

Na de dood van zijn vader vestigde Achille Laugé zich in Cailhau, in de streek van de Razes waarvan hij de bremstruiken zo vaak zou schilderen. Hij koos voor een eenvoudig leven en hielp de dorpsmetselaar met het bouwen van een bescheiden huis (L’ -Alouette). Het was rond en in dit huis dat hij de beste bron van zijn inspiratie vond. Zoals Monet een atelierboot had, bouwde hij een rollend atelier waarmee hij naar het motief reed, waarin hij buiten schilderde, soms in olieverf, soms in pastel, alvorens wat hij gezien had mee terug te nemen naar het atelier.

En 1900, il envoya au Salon de la Nationale un très beau tableau pointilliste "Devant la fenêtre", où se trouvaient, comme trois aspects de son talent, deux figures, des fleurs et un paysage qui est celui qu'il voyait de la fenêtre de son atelier et qu'il a reproduit dans le tableau printanier que possède le Musée national d'Art moderne. La toile fut refusée, comme en 1908 une autre toile présentée au Salon d'Automne. 
Devant la fenêtre 1899

Een zeldzame keer dat hij zijn personages in een herkenbare ruimte uitbeeldt, dit mooie ‘Devant la fenêtre’. Meestal moeten de personages het doen met een neutrale achtergrond, al dan niet met een zuinig decorstukje zoals in het mooie portret van mevrouw Astre uit 1892

Portrait de madame Astre 1892

De liefde voor het eenvoudige, de strengheid van het Katharen-land, de zin voor het detail in bloemen en vruchten, aanleunend bij het in zwang zijnde japonisme, de isolatie door de beperking maar ook door een intense liefde voor de omgeving waarin natuur en mensen bijna tijdloos aanwezig zijn, het zijn maar enkele kenmerken van dit mooie leven en werk. ‘L’ art de Laugé est à la fois de sensivité emue, et d’ une raison maîtrisée.’ zoals vriend beeldhouwer Antoine Bourdelle schreef in 1927, is een mooie samenvatting. Daarnaast volg ik graag het hoofdstuk uit de expositie-monografie waarin een artikel het heeft over ‘Epuré’: le goût du vide‘. De mooie leegte waarin essenties zichtbaar worden.

Branches de pommier
De titel van deze bijdrage is ook de titel van een fraaie uitgave Achille Laugé, Le neo-impressionisme dans la lumière du Sud, uitgegeven in de maand juni van dit jaar als cataloog  van de rétrospective in Lausanne, Zwitserland.(36, 50 euro) Bij diverse bronnen te bestellen. De tentoonstelling in Lausanne loopt nog tot 30 oktober 2022, Fondation de l' Hermitage, Route du Signal, 2  1018 Lausanne.
Achille Laugé – Editions Snoeck / Fondation de l’Hermitage – Ouvrage broché – 144 pages – Textes en Français – Publié en 2022

“Know the value of your work”: Anna Airy (1882-1964)

Autumn Treads Where Summer Ran 184.5 x 245.5cm (72 5/8 x 96 5/8in).

Je ziet hier de ‘entree’ van ‘de herfst’ terwijl achteraan ‘de zomer’ op alle mogelijke manieren wordt vastgehouden. Maar het mag niet baten, de linten breken en de plezierige chaos is compleet! Een mooi werk van de voor velen onbekende Engelse kunstenares Anna Airy wiens werk gelukkig weer in de belangstelling begint te komen.

Anna was een van de eerste vrouwen die een opdracht kreeg als oorlogskunstenaar tijdens de eerste wereldoorlog en zij werd de eerste vrouw die voorzitter werd van de Ipswich Art Society in 1945, een rol die zij 20 jaar zou blijven vervullen. Zij exposeerde regelmatig op de zomertentoonstelling van de Royal Academy of Arts en was in haar tijd zeer bekend als schilderes.

During World War I, Airy was given commissions in a number of factories and painted her canvases on site in often difficult and, sometimes, dangerous conditions.
For example, while working at great speed to paint A Shell Forge at a National Projectile Factory, Hackney Marshes, London in an extremely hot environment, "the ground became so hot that her shoes were burnt off her feet".
Anna Airy, Shop for Machining 15 inch Shells
Born to a wealthy family in 1882, it was her family’s wealth that allowed her to study art and to make a career out of it. Speaking of her father, Anna said “I can remember him saying to me that if I persisted in going in for art when I left school that he would give me the finest art education either in this country or on the Continent that could be had at the time, after which I must stand on my own two feet.” 
Anna studied at the Slade School of Fine Art in London and made a name for herself at the Royal Academy. Her work was often of “everyday” scenes, and she often made trips to less fancy haunts than she would normally reside in along the Thames, where she painted scenes from gambling games and boxing matches. (Laura Cloke)
Anna Airy Blackberry-Harvest 1937
Airy was born in Greenwich, London, the daughter of an engineer, Wilfrid Airy, and Anna née Listing, and the granddaughter of the Astronomer Royal George Biddell Airy.
Airy trained at the Slade School of Fine Art in London from 1899-1903, where she studied alongside William Orpen and Augustus John, and under Fred Brown, Henry Tonks and Philip Wilson Steer.
Anna Airy Mrs Monica Burnand 1916
Anna Airy Still-life with Toucan and Blue Vase

The Slade school was established by Felix Slade (lawyer and philanthropist) and notably granted women the same opportunities as men from as early as 1871; for instance, women were allowed to paint from live models rather than sculptures or casts. However, circumstances outside of school still made pursuing a career in art difficult, for example, women often had to stop work if they were married, they were excluded from certain groups and organisations that might further their career and different social responsibilities and expectations (to men) sometimes prevented them from submitting works for prizes and exhibitions.

Anna Airy ‘Message of May’ 1937

Dit mooie portret van het brieflezende meisje terwijl moeder verder de was ophangt, is een van mijn voorkeuren. De werelden van het dagelijks bestaan -kijk naar het slordige wasgoed in de mand en op de grond- en de wereld van de lezende, worden mooi gecombineerd in het opbollen van de lakens, het groen, de bloemen. De lente. De wasspelden vallen uit haar hand op de grond. ‘Message of May’, dat kan alleen maar goed nieuws zijn! Of kijk naar haar fijnzinnige portretten zoals het portretje van Greta, en een pastel uit 1951, ‘Trinkets’ Prularia. Spulletjes.

Airy, Anna; Greta; Colchester and Ipswich Museums Service; http://www.artuk.org/artworks/greta-11793
Anna Airy- Trinkets-pastel 1951

Het gaat niet om aantallen, en inderdaad het schilderend mannenvolk wordt duurder gequoteerd, noch om een soort ‘inhaligheid’ na lange periodes van vergeten, maar om werkelijke waarden die, indien weggedrukt, de kunst mutileren. Emotie. Dat moeilijke woord dat wij als venten vaak wegmoffelen of bij het puberale (en het vrouwelijke!) klasseren. Uit angst? Ja, en ondeskundigheid. Niet thuis in het wereldje van het vlug verketterde gevoel. Zoals de maand april. Begint de winter te vergeten, leunt aan bij mei, maar weet je wel, de grillen. In een portret uitgedrukt schilderde Anna Airy ‘Young April’. Het meisje van hierboven, niet meer bij de spulletjes, maar als model. Met daaronder ‘The tender hour’.

Anna Airy Young April
Anna Airy The tender hour

Een beetje toevallig dat kleur en schemer bij elkaar kwamen staan. Toch hebben ze, denk ik, dezelfde weemoed. Vrouwelijk? Ik vond ook dadelijk een ‘café weemoed’ bij het onderzoeken van het begrip, maar laten we het zonder twijfel bij de vrouwelijke kwaliteiten onderbrengen. Stef Bos kent het begrip ook:

Als de prins de draak verslaat
En de liefde overwint
Als de zoeker in de zanger
Ooit de woorden vindt

Dan vind ik een weg uit dit doohof
In m'n hoofd
En misschien zal ik zien
Wat ik nooit heb geloofd.

Wij mannen, willen zien en dan geloven, en het vrouwelijke gelooft om te kunnen zien om een boutade te gebruiken. The tender hour. Tussen licht en donker. Een beeld dat je makkelijk op deze tijd zou kunnen plakken.

The crawler
The Vantage Point

Heeft ze zelf geen kinderen, ze kent ze tot in het detail van hun mooie alledaagsheid. Hun zin voor beweging, het vieren van de jonge jaren. Maar ook de weemoed en de wreedheid. De mooie jongen die konijnen heeft gevangen en ze met de schilderes gewoon als ‘ongedierte’ bestempelt. Hun eigen wereld, met de oudste als strenge oppasster.

The Varmint
The Termagent

”Know the value of your work’, schreef ze in een brief. Ken de waarde van je werk. Met zin voor het detail en een zekere afkeer van uitpakkerij. Liefde voor het kleine, aandacht voor het innerlijke, noodzakelijk voor het portret. Zin voor humor. Respect voor het eenvoudige. Een schuur, de muizenval op een trede, appels op het stro, leave overs, onderaan haar kenmerk , de dubbele A van Anna Airy.

Anna Airy Leave-overs