Kleine recepten voor de kortste dagen (1): “Winterwende”

Eigen foto

En alle goede werken worden wakker, haasten zich naar die van goede wille zijn terwijl het in de straten lichtjes regent en elk marktplein de zwervenden van drank en drukte wil voorzien. Winterwende. En met dat woord hoor ik het, lees ik het uitgesproken en beschreven door de dichter Albert Verwey in de bundel: ‘De figuren van de sarkofaag’. (1930) Het derde deeltje in Winterwende: ‘Een nieuw patroon’. (pagina 23)

 Temidden van de drift, de jacht, de woeling,
 Stil in de wereld staan, gevoelloos voor
 De vormen die bekoorden, die ontroerden:
 Een stilstaand oogenblik, volkomen nieuw,
 Maar dat opmerkzaam is op de ongesproken
 Inwendig ritselende wil. Daarna
 De daad, het grijpen, of een snel gebaar,
 Waarmee ge u invlecht in het weefwerk van
 De Tijd, als een patroon naast andre, tevens
 Saam met die andere in een vast verband.
 De Tijd weeft voort. Hij is die raadselgeest
 Die in u werkte en naar u greep: uw greep
 Was toch de zijne: en zijn voorteekening
 Bepaalde alreeds de vorm naar u genoemd.
(foto Metaal Kathedraal)

Dat is mijn eerste receptje, terugkeren, of het ontdekken van de dichter-schrijver Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937) We hebben al eens bij de bespreking van de schilder Jan Veth Verwey’s prachtig jeugdig portret getoond.( 19 augustus 1922) Hier met graagte bij deze winterwende:

Jan Veth. Portret van Albert Verwey. 1885

Dit portret om niet te vergeten dat, hoe ver terug ook, er steeds weer jonge mensen waren en zijn met hun eigen ideeën en eigen schriftuur, zichtbaar in hun werk, aanwezig ook in deze rumoerige tijden.

Een mooi memento met een overzicht van dit boeiende leven vind je in de tekst van Onno Blom die op 5 oktober 2011 op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk bij de onthulling van het gerestaureerde graf van Albert Verwey deze mooie rede uitsprak. Neem je tijd. Lees ze in de stilte van de winterwende en ga op ontdekking. Hier alvast de inleiding:

‘De dood zat in u en ge wist het niet’

Als voorjaarswinden blazen / Bloeien uw tuinen / Als najaarsstormen razen / Schutten uw duinen,’ dichtte Albert Verwey over Noordwijk aan Zee, het dorp waar hij de laatste zevenenveertig jaar van zijn leven woonde. In 1890 betrok de jonge dichter samen met zijn echtgenote Kitty van Vloten Villa Nova, op de helling van een duin op de hoek van de Nieuwe Zeeweg. Het statige huis lag aan de rand van het destijds nog allerminst mondaine vissersdorpje. Er heerste volmaakte rust. Met aan de ene zijde uitzicht op de duinen en aan de andere zijde op ‘de toegedekte landen’, in de lente een waar bloementapijt. Het enige wat er te horen viel, was het fluiten van de zeewind om het huis en het knarsen en piepen van het stoomtrammetje naar Leiden, dat onder het duin doorreed.

En verder dan:

https://www.textualscholarship.nl/?p=10042

Jan Toorop. Portret van Stefan George en Albert Verwey. 1896

En een jongere versie van Chopin’s winter Wind!

‘De figuren van de Sarkofaag’, dichtbundel (1930) kun je volledig raadplegen in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren:

https://www.dbnl.org/tekst/verw008figu01_01/verw008figu01_01_0005.php

Bellini and Giorgione in the house of Taddeo Contarini

“St. Francis in the Desert, ca. 1475–80,” oil panel. Could anyone resist the redheaded kingfisher minding its own business at bottom left, or the fig and grape, the laurel, juniper, bindweed and spleenwort, that Giovanni Bellini took such pains to get right?Credit…The Frick Collection, New York

At the Frick, one of two Renaissance masterworks on view, Giorgione’s “The Three Philosophers,” retains its 15th-century mystery: Who are the painting’s three figures supposed to be? Perhaps mystery was part of the painter’s goal, says our critic.Credit…via Kunsthistorisches Museum, Vienna/KHM-Museumsverband. (Ny Times)

Dankzij de hoofdconservator van het Frick, NY USA, Xavier Salomon, zijn deze schilderijen voor het eerst na 400 jaar weer bij elkaar.

Het is onmogelijk om je niet te verwonderen over hun prachtige realisme, om na te kunnen denken over de intensiteit van betekenis die ze bieden, om hun licht en kleur in je op te nemen, om te genieten van hun artistieke complexiteit - om eindeloos plezier te beleven aan hun aanwezigheid. (NY Times 22 nov 2023)

Het is niet de eerste keer dat ze bij elkaar hingen. In 1525 waren ze samen in het huis van Taddeo Contarini, een rijke Venetiaanse kunstverzamelaar, opdrachtgever, verzamelaar en verkoper met als uitgangspunt: het genot .

One room in Contarini’s home displayed the lovely “St. Francis” he’d bought: 50 years on, it still ranked as one of the great portrayals of the holy man. But for all the spiritual heft of that picture, Contarini doesn’t seem to have used it for any prayerful purpose, the way its first owner must have. The collector added it to walls hung with other paintings that could hardly have had less to do with the sacred: Neighboring the “St. Francis” was a Giorgione that illustrated the classical tale of Paris, the Trojan prince, being abandoned in the wilderness as a babe. (We now know that work through copies.) It seems likely that Contarini paired the two paintings because they were about the same size and because both could be admired for their wild landscapes, and for the rivalry they set up between mentor and mentee. (Blake Gopnik NY Times)

Kijk hoe met een zekere innigheid zijn ‘verblijf’ tegen de prachtige rotsen is opgebouwd, met beneden zijn lessenaar waarop de bijbel en een doodshoofd als ‘memento mori’ en onderaan zijn schoeisel want om de ‘stigmata’ te ontvangen moeten je voeten en handen zonder al te veel gedoe bereikbaar zijn. Onder zijn rechterhand is er een teder detail zichtbaar:

De heilige heeft zich teruggetrokken in de woestijn, hier de berg Verna om te mediteren. Hier wordt hij afgebeeld met mond open omdat hij het zonnelied zingt, de armen open om de stigmata te ontvangen.

In de katholieke traditie staan de stigmata bekend als zichtbare wonden op het lichaam van een gelovige, precies op die delen van het lichaam waar Jezus voorafgaand aan zijn kruisdood werd verwond. In plaats van stigmata wordt ook wel eens gesproken van de “kruiswonden” of “de wondtekenen Gods”. De stigmata vormden volgens de katholieke overlevering een zichtbaar teken dat iemand één is geworden met Christus, in diens lijden en sterven. Het geloof in Jezus is zo intens dat men letterlijk de pijn van diens kruisiging ervaart.  (Historiek)

Vergroot door op onderschrift hier te klikken (daarna op elk detail dat je dichterbij wil)
Het is een schilderij gemaakt op een populierenhouten paneel voorbereid met witte gesso , vervolgens in tempera verdikt met een olieglazuur, om het effect van transparantie van de gekleurde lagen te accentueren (specifiek voor de Venetiaanse school, een techniek die zal worden gebruikt door Titiaan ). Hoewel het paneel is gesneden, verkeert de verf in een zeer goede staat en lijkt deze sinds de uitvoering zorgvuldig bewaard te zijn gebleven. Het werk is gesigneerd "  IOANNES BELLINUS  " op een cartellino linksonder. (fr.wiki)

Op de voorgrond verschijnt Bellini’s Franciscus in een eenvoudig bruin habijt, rond het middel vastgemaakt met een ruw touw waarvan de drie knopen de deugden gehoorzaamheid, kuisheid en armoede symboliseren. Boven en links van de figuur groeit een geënte plant uit een rotspartij; achter de heilige bevindt zich een zorgvuldig onderhouden kloostertuin met geneeskrachtige planten zoals moeras en jeneverbes. Rechtsonder staat een kruik om de tuin te besproeien en er tegenover gluurt een nieuwsgierig konijn drols uit een spleet in het metselwerk.

De hut van de heilige is liefdevol met de hand gemaakt, het rooster aan de voorkant bestaat uit palen van verschillende houtsoorten. Op het bureau verschijnt het rijkste voorwerp in Bellini’s nederige schilderij, een rood boek met een vervaagd kwastje. De gevlochten wilgentenen omheining aan de achterkant van de structuur groeit uit en het dak van de schuilplaats ligt in de schaduw van ingewikkelde ranken van levende wijnstokken. Daarboven hangt een klok aan een geknoopt koord, die wordt gebruikt om de canonieke uren van de christelijke liturgie te luiden. Op veel plaatsen op de afbeelding verschijnen patronen van vingerafdrukken door de textuur van de verf. Ze zijn vooral duidelijk in de schuilplaats van de heilige rechts en in de figuur van de herder en zijn kudde in het midden. Deze sporen behoren tot een algemene voorbereidende laag, waarschijnlijk bestaande uit olie gemengd met een kleine hoeveelheid wit pigment, die handmatig op het schilderijoppervlak werd aangebracht voordat de compositie in verf begon. De vingerafdrukken zijn waarschijnlijk aangebracht door assistenten in Bellini’s werkplaats en vormen een levendige herinnering aan de arbeid van mensenhanden die dit meesterwerk meer dan een half millennium geleden tot stand brachten. (Credit Line: Henry Clay Frick Bequest)

Van de heilige Franciscus van Assisi (1181/82–1226), stichter van de Franciscaanse orde, wordt aangenomen dat hij de stigmata – de wonden van de kruisiging van Christus – heeft ontvangen op 14 september 1224 (het feest van de kruisverheffing) tijdens een dag van retraite ter voorbereiding op Michelmas op de berg Alverna in de Apennijnen. De locatie van het landschap werd door Bellini gespecificeerd als Alverna, het bergachtige toevluchtsoord dat Franciscus had gezocht voor gebed en contemplatie.
Giorgione. De drie Wijzen. Vergroot door hier te klikken

Op het eerste gezicht zou dit doek kunnen overkomen als het zoveelste sacrale schilderij. Giorgione’s “Filosofen” heeft kenmerken van eerdere kerststallen: Drie “wijze” mannen, gekleed in wat werd beschouwd als exotische “Oosterse” kleding en met astronomisch gereedschap en diagrammen in de hand, staan bij een soort grot die in sommige eerdere afbeeldingen van de geboorte van Christus de rol van kribbe speelde. Maar Maria en het Christuskind zijn nergens te zien en door hun afwezigheid heeft niemand kunnen vaststellen wie de drie figuren op het schilderij moeten voorstellen – wijze kunsthistorici hebben mogelijkheden geopperd variërend van de profeet Abraham tot Pythagoras, via een Turkse sultan en Giorgione zelf. Maar de puzzel zelf kan een cruciale aanwijzing zijn voor wat er aan de hand is.

Zelfs een kunstminnende tijdgenoot van Giorgione kon het onderwerp van het schilderij niet duiden toen hij in 1525 aantekeningen maakte bij de collectie van Contarini. Hij beschreef het tafereel als “drie filosofen in de natuur, twee van hen staand en één zittend, die de zonnestralen beschouwt”. (Een ondergaande of misschien wel opkomende zon straalt prachtig aan de horizon.) En het zou kunnen dat het niet volledig onthullen van zijn onderwerp het doel van de schilder was – dat hij juist de verwarring en het nadenken beoogde die kenmerkend zijn voor de manier waarop de beeldende kunst in de westerse cultuur te werk ging.

Die notulist was een kleine Venetiaanse edelman genaamd Marcantonio Michiel, en hij laat ons weten dat “De Drie Filosofen” alleen was begonnen door Giorgione – hij stierf aan de pest in 1510, in zijn 30ste – om vervolgens te worden voltooid door zijn opvolger Sebastiano del Piombo. Zoals de kunsthistoricus Charles Hope heeft opgemerkt, is het mogelijk om Sebastiano’s stijl te herkennen op het oppervlak dat we vandaag de dag zien.

De drie figuren zijn op het eerste gezicht wetenschappers. De oude man rechts heeft een passer en een gehavend stuk perkament met daarop de berekeningen van een maansverduistering, terwijl de zittende figuur volgens de beschrijving van Michiel de zonnestralen bestudeert. Echter, de natuur lijkt hun waarnemingen te frustreren. Er is iets vreemds aan het landschap waarin ze zich bevinden. Zo zien we op de achtergrond de zon ondergaan, maar zowel de huizen ervoor als de filosofen worden van links belicht. Dag en nacht lijken elkaar te overlappen. En de vegetatie houdt zich niet aan de seizoenen: kale, uitbottende en groene bomen staan naast elkaar – winter, lente en zomer vinden allemaal tegelijk plaats. Dit wijst erop dat het verstrijken van de tijd in elk geval een van de thema’s van het schilderij is, te meer omdat de drie filosofen ook de drie levensfasen van de mens verbeelden: jeugd, volwassenheid en ouderdom. En het gesteente waarop ze staan, vertoont een overeenkomstige mate van verwering.

Waren ze ooit samen in het huis van Taddeo Contarini, nu zijn ze nog tot 4 februari 2024 te bekijken in The Frick Collection New York.

(diverse bronnen waaronder: Blake Gopnik, NY Times)

Gravure uit Teniers catalog door Jan van Troyen. (vergroot door op onderschrift te klikken)

Bezoek:

https://www.frick.org/exhibitions/bellini_giorgione

De zoektocht naar heldere kleuren en intuïtieve reacties op de natuur – vooral een zoektocht naar het zintuiglijke – hield de schilders in Venetië eeuwenlang bezig. Terwijl kunstenaars in Midden-Italië zich concentreerden op de meer intellectuele aspecten van vorm en structuur, richtten Venetiaanse schilders, te beginnen met Giovanni Bellini en zijn leerlingen, waaronder Giorgione, hun aandacht op het oppervlak van dingen, op kleur en textuur, zelfs op de verf.

Like Italian poetry of the time, the lyricism of his paintings was designed to delight and refresh. Light and shadow move imperceptibly into one another, and a soft atmosphere unifies landscape and figures, giving both a kind of mystery. For Giorgione more than any artist before him, the landscape became an end in itself. It was no longer a mere backdrop to the action of the figures but an equal actor in creating his poesia. (National Gallery of Art)
Attributed to Giorgione Giorgione, Italian, 1477/1478 – 1510, Giovanni Borgherini and His Tutor, oil on canvas, Gift of Michael Straight,
Michiel’s notes on the “Philosophers,” and on all of the other Contarini paintings mentioned above, take up a few of the 100 pages he filled with an accounting of the best art in Venice and towns nearby, the way any collector or critic might fill a notebook today.

Michiel noticed the latest innovations in art. In Contarini’s portrait room, he took care to spot paintings that showed their subjects at life-size, a vastly influential norm just then taking hold among painters, according to new research by Alexander Nagel of the Institute of Fine Arts at New York University. (I lent a hand in that research.)

And of course Michiel opined on which pictures were good, and why. His notes on Bellini’s “Francis” praise the foreground landscape as “brilliantly completed and conceived.” Could anyone resist the redheaded kingfisher minding its own business at bottom left, or the fig and grape, the laurel, juniper, bindweed and spleenwort, that Bellini took such pains to get right?

Thanks to Contarini, Michiel and a few of their like-minded peers, we’ve had 500 years to learn to give in to such pleasures.

The New York Times  Blake Gopnik Nov 22 2023

“St. Francis in the Desert, ca. 1475–80,” oil panel. fragment

Bekijk de deskundige en tedere uitleg van het prachtdoek.

En heb je even tijd, kijk dan naar deze mooie documentaire die het werk plaatst in tijd en omgeving.

(H)erkennen: “Pomological Watercolors”

In 1886, the US Department of Agriculture embarked on an ambitious project to help fruit cultivators protect their innovations. The results, which capture the colours, textures and shapes of some 7,500 varieties in detailed illustrations, are breathtaking. This Aeon Video exclusive explores the history and legacy of what became known as the ‘Pomological Watercolor Collection’, highlighting both the beauty of the images and the indispensable contributions of female artists.  

Bekijk deze korte mooie Aeon-documentaire:

Toen de landbouw in de Verenigde Staten veranderde van lokaal naar industrieel en nationaal, begon het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) in 1886 aan een ambitieus project. Om fruittelers te helpen hun innovaties te beschermen en er hun voordeel mee te doen, huurde het agentschap illustratoren in om afbeeldingen van nieuw ontwikkelde fruit- en notenvariëteiten na te maken, waarbij de kleuren, texturen en vormen van elke variëteit tot in detail werden vastgelegd. Aan het einde van het programma in 1942 waren er meer dan 7.500 unieke en vaak prachtige afbeeldingen gemaakt. In zijn korte documentaire geeft de in Toronto gevestigde filmmaker Sebastian Ko een levendige flipboek-tour door de ‘Pomological Watercolor Collection‘ van de USDA om de geschiedenis en de nalatenschap ervan te verkennen. Ko richt zich in het bijzonder op de bijdragen van enkele getalenteerde vrouwelijke kunstenaars die hielpen de collectie tot leven te brengen in een tijd waarin maar heel weinig banen beschikbaar waren voor vrouwen.

De collectie beslaat de jaren 1886 tot en met 1942. Het merendeel van de kunstwerken werd gemaakt tussen 1894 en 1916. De planten-specimen die zij vertegenwoordigen, zijn afkomstig uit 29 landen en 51 staten en gebieden in de VS. Er zijn 7.497 aquarelschilderijen, 87 lijntekeningen en 79 wasmodellen gemaakt door ongeveer 21 kunstenaars. [Nationale landbouwbibliotheek van USDA]

USDA Special Collections archivaris Sara Lee aan het werk, samen met een foto van Lee’s favoriete wasmodellen van fruit.

Bovendien betekende fruit veel geld. In de 19e eeuw groeide de Amerikaanse fruitindustrie snel, met een jaarlijkse omzet van 200 tot $ 300 miljoen. In 1886 richtte de USDA de afdeling Pomologie op om een nationaal register van planten en fruit in te stellen. Volgens een profiel van de organisatie was de missie van de afdeling om “nieuwe variëteiten” te documenteren, illustraties te publiceren en onderzoeksresultaten te verspreiden onder fruittelers en -fokkers via gespecialiseerde publicaties. (Atlas Obscura)

Prachtig gekneusd fruit. Links en midden: Citroenen en cherimoya van Deborah G. Passeer meer, en rechts, een ananas van James Marion Shull.

Sommige aquarellen tonen zichtbaar gekneusd of zelfs rottend fruit, in boeiende afbeeldingen van bederf. Als officiële wetenschappelijke documentatie van het werk van de afdeling Pomologie moesten de kunstenaars ook de effecten van opslag na de oogst op het fruit schilderen om boeren te informeren over bederfelijkheid. “Het was belangrijk om het beschadigde fruit en het perfecte exemplaar te documenteren”, zegt Susan H. Fugate, hoofd van de speciale collecties bij de Nationale Landbouw-bibliotheek.

Bijdragen van David Fairchild zijn links, een Indiase bael en rechts, een mangosteen
Met o.a. dank aan Atlas Obscura 26 maart 2019 'Gastro Obscura Rohini Chak

Slechts twee jaar voor de oprichting van de divisie had de toekomstige oprichter van Kodak, George Eastman, de ‘fotofilm’ uitgevonden. Foto’s waren makkelijk te (re)produceren. Bij de USDA zag niemand dadelijk het nut van deze nieuwe technologie. Stillevens bleven de gekozen manier van opnemen en registreren van fruit. Sommige van deze schilderijen zijn het enige bewijs van het bestaan van verloren fruit, zoals honderden vergeten appelrassen.

Aardbeien, geïllustreerd door Deborah G.
T.S. Eliot asks in the opening stanzas of his Choruses from the Rock, “where is the knowledge we have lost in information?” The passage has been called a pointed question for our time, in which we seem to have lost the ability to learn, to make meaningful connections and contextualize events. They fly by us at superhuman speeds; credible sources are buried between spurious links. Truth and falsehood blur beyond distinction. (Open Culture 2019)

De hele collectie is vrij te raadplegen, de afbeeldingen zijn rechtenvrij. Kijk bij de USDA, National Agricultural Library:

Prunus Avium: Cerise de Montmorency

IFIGENEIA CONTRA EURIPIDES, met Dora van der Groen

dora2

In de KVS Brussel gaat morgen 15 november 2023 ‘Ifigeneia’ in premiere, een voorstelling van Maaike Neuville & Tessa Hall.

Maaike Neuville en Tessa Hall gaan aan de slag met het verhaal van Ifigeneia, een van de meest tragische figuren uit de Griekse mythologie. Zij wordt door haar vader geofferd opdat het Griekse leger de wind in de zeilen krijgt en zij de gekaapte Helena terug kunnen halen uit Troje, in een tien jaar durende oorlog. Zo gaat het verhaal. Maar wat als Ifigeneia zelf haar verhaal had kunnen schrijven? Wat als ze zich niét had opgeofferd voor haar vader, voor haar vaderland? Wat als ze vrouw had mogen zijn – een jonge vrouw, met een stem, met woorden. Meer woorden dan: ‘Ik bied mijn lichaam voor mijn vaderstad en voor heel Griekenland vrijwillig aan’. Wat dan? (KVS)

Voor dit blog de gelegenheid om hetzelfde thema te hernemen met een radioproductie uit 1987.  

Voor Dora Van der Groen schreef ik drie radio-monologen rondom de menselijke stem. -‘Een dame speelt toneel’, tekst en uitvoering vind je al op dit blog. (titel gewoon intikken in de zoekfunctie) -‘Euredice verbreekt het stilzwijgen‘. En

‘’Ifigeneia contra Euripides

Euripides, Grieks toneelschrijver, schreef vlak voor zijn dood een toneelstuk (406 voor Chr.) ‘Ifigeneia in Aulis’.

De Griekse vloot wacht in Aulis op gunstige wind om onder leiding van Agamemnon naar Troje te vertrekken. Maar die wind blijft uit en daar zou Agamemnon zelf de schuld van zijn omdat hij een offer aan Artemis verwaarloosd had. Alleen als hij zijn dochter Ifigeneia offert kunnen de troepen naar de oorlog. Het meisje en haar moeder Klytaimnestra worden onder voorwendsel van een huwelijk met Achilles naar Aulis gelokt. In het stuk zal de dochter zich uit intense vaderliefde als offer aanbieden. Hier, in dit radiodrama uit 1987 neemt Ifigeneia het op tegen de Griekse auteur. Ze vertelt het verhaal vanuit haar persoonlijk standpunt. Dora Van der Groen speelt de rol van Ifigeneia. Ze vertelt haar versie met de afstandelijke intensiteit haar eigen. Het blijft voor mij, ook na 36 jaar een mooie herinnering aan een actrice die vanuit de tekst haar eigenzinnigheid durfde tonen zonder ook maar één ogenblik de essentie uit het oog te verliezen. Dora ter ere. Nog steeds.

Je kunt tekst en uitvoering steeds terugvinden  bij 'Radiowerk', maar degenen die dadelijk willen luisteren vinden hieronder  de tekst.
Iphigenia_in_Tauris_by_V.Serov_1893

Druk op pijltje, even wachten en je bent In Griekenland of…

34’16”

-Muziek, dan alleen de zee.-

Ifigeneia:

Euripides heeft mij ten hemel laten varen.
Mijn spel is uit.
Ik ben Ifigeneia, dochter van Agamemnon en Klytaimnestra.
Ik ben geofferd door mijn vader
zodat de Grieken de wind in de zeilen kregen van de goden.
Over de Egeïsche zee bereikten ze Troje
en daar stonden dichters en dramaschrijvers klaar
om hun verdere belevenissen te vertellen.

Jaja, ik mocht nog even meespelen in de Krim.
Daar moest ik als priesteres van Artemis iedere Griek doden
die Taurus bezocht.
Toen m’n broer Orestes en zijn vriend voet aan wal zetten,
worden ze naar mij gebracht.
Ikzelf, geofferd door mijn vader moest nu mijn broer offeren.

130312001_13001

Meneer Euripides wat heeft u bezield bij het schrijven van deze stukken?

Ok. U is tweemaal getrouwd, zegt men.
Al gaf uw eerste vrouw u drie zonen, nog meer zorgen kreeg u van haar.
En de tweede vond vooral de andere mannen heel aantrekkelijk.

Inderdaad, al schreef U tweeënnegentig stukken,
slechts vier maal was de eerste prijs voor u.
Roddels in de stad bleven beweren dat uw moeder een groentevrouw was,
terwijl u uit de upper class geboren werd.

U had de goden niet erg lief. De mens als maat der dingen,
schreef uw vriend Protagoras.
Het koste hem verbanning net zoals Anaxagoras verbannen werd
toen hij de goddelijke zon degradeerde tot een vurige massa “spermata”.
Een andere vriend, Sokrates, kreeg enkele jaren later de gifbeker
omdat hij de jeugd bederven zou met het oprecht losmaken van de waarheid.

U had een uitgebreide bibliotheek, en kwade tongen
fluisterden dat u de boeken meer liefhad dan de vrouwen.

En ook uw levenseinde kwam meer uit een saterspel
dan dat het zou afkomstig zijn uit Sofocles’ pen.
Wilde honden van uw hoge gastheer koning Archelaos
hebben u verslonden, net vijfenzeventig geworden en uit Athene weggevlucht.

Ja, Euripides, wat op papier komt schuwt het leven niet, en vaak
overtreft de kleine dramatiek de wildste fantasie.
Maar waarom mij dan offeren? Een mooi meisje verruilen voor wind?

-wind hoorbaar-

sacrifice-of-iphigenia

We zijn bijna tweeduizend vijfhonderd jaar verder.
Jij een marmeren buste en leerstof voor uitgegroeide pubers.
Ik een naam, een inspiratiebron voor de heren Racine, Goethe, Gluck
en goden van minder allooi.
Feministen kunnen mij als slachtoffer vereren,
en het duurt niet lang of er zal een schrijver zijn
die mijn rituele dood als incest weet aan te grijpen.
Rechtse rakkers kiezen mij als modelmeid. Zij die het vaderland
verkoos boven haar eigen levensdrift.
Genoeg daarvan.

Ik vertel mijn verhaal, meneer Euripides.
Voor dramaschrijvers is het ongeschikt, maar dat zal mij een zorg zijn
Ik gebruik uw eigen woorden, Agamemnon in de mond gelegd:


“Ik wil u eens flink de waarheid zeggen.
Met korte woorden en zonder al te driest op u neer te zien,
doch met mate, omdat gij mijn broeder zijt:
een fatsoenlijk man immers hoeft zich niet te schamen.”

-muziek-

Helena! Mijn tante.

Uitzonderlijke schoonheid verdwaast de mannen.
En ze was mooi. De perfectie. Zonder de koelheid van het volmaakte.
Verder een domme meid.
Maar haar borsten en haar lippen verdreven de vraag
naar kunst of wetenschappen.
De honger van de man vergeeft de domheid tot op ’t moment
dat het bedplezier routine is geworden en ’t lijf de sporen
van de hollende tijd vertoont.
De leegte die dan overblijft, drijft hen naar kroegen of bordelen,
waar hij opnieuw de honger stilt zonder de smaak te proeven.
De gulzigheid van een man beent een vrouw uit tot op het bot.

-muziek-

Helena’s vader, Tundareos, wilde niemand voor het hoofd stoten.
Gaf hij haar als bruid aan de ene held dan was de andere zwaar beledigd,
en schonk hij haar aan de andere dan zwoer de eerste eeuwige vijandschap!
Hij besloot dus een club op te richten van al degenen die Helena’s hand
en hart bedongen .De vurige hengsten die ieder hun eigen weg wilden gaan,
spande hij voor zijn eigen kar!
De slimmerik baatte hun hartstochten uit om zijn rijk te verdedigen.
Want wie één vinger naar de schone Helena uitstak,
kon rekenen op de wraak van ’t vrijersgild.

-muziek-

Nog maar net zijn ze terug van de notaris of Menelaos, vaders broer,
mag zijn aanspraak op Helena hard maken. Wat een stel!
Hij, een pronkhans, zij een dwaze schoonheid.
Als Menelaos naar Kreta moet, laat Tundareos de mooie meid ontvoeren,
en verdwijnt met haar naar zijn weide op de Ida.
Menelaos roept de bondgenoten bij elkaar. Wapens en schepen,
schilden en paarden komen in de nauwe zeestraat van Aulis aan.
Om Menelaos te plezieren kozen ze zijn broer , mijn vader dus, Agamemnon tot baas.

-muziek-

Als iedereen klaar is om af te varen, blijft het windstil.
Hoe zijn soldaten! Ze willen zo snel mogelijk vechten
om de dwingende gedachte aan een spoedige dood te verdringen.
Ze beginnen te rumoeren, hebben de mond vol over een teken van de goden
en besluiten Kalchas, de ziener te raadplegen.
Artemis vraagt een offer, zegt deze.
De godin van de jacht wil een meisje als buit.
En die buit zou ikzelf zijn, Ifigeneia, de dochter van Agamemnon.
Dat was natuurlijk een handige zet om mijn vader in diskrediet te brengen.
De goden hebben al wel eens meer gediend om menselijke belangen te
verdedigen.
Achter de Olympus houdt Menelaos zich schuil. Hij wil de baas zijn.
Hij weet dat Agamemnon zijn dochter niet zal slachtofferen.
Hij kent het gepeupel.
Ze houden aan de goden omdat ze zichzelf niet vertrouwen.
Eerst wilde m’n vader het leger naar huis sturen.
Maar Menelaos, niet om een woordje verlegen
overhaalde hem om het staatsbelang boven zijn privé-geluk te verkiezen.
Dus stuurde hij een brief en schreef daarin dat de held Achilles
mij wou huwen nog voor hij naar de oorlog zou vertrekken.
Mama die wist dat deze held niet alleen zijn goede naam
maar ook een flinke bankrekening bezat, aarzelde geen moment.
Het werd inpakken en wegwezen geblazen.
Familiezaken! Geen enkele staat zou ooit slecht worden gediend
als hij met de ijver van kapitaal vergarende clans omgeven werd.
Vaders.
Hun carrière verslindt hun eenzame kinderen.
Nooit thuis dienen zij het hoger belang,
en dat alles tot eer en geluk van het eigen kroost.
Zo ver gaat hun verblinding dat zij ons offeren
want welk kind kan aanspraak maken op een helden—verering?

Moeders.
Hun bezorgdheid verlaagt de kinderen tot piepkuikens.
In hun bittere angst hen tegen de vaderlijke wereld te beschermen
drukken zij ze plat in een comfortabel nest waarin de toekomst
tot de aspiraties van een damesblad is teruggebracht.
De warmte van hun vleugels verstikt elke drang tot vliegen.

-muziek-

En vader. De martelaar. De schouders geschaafd door het gezag.
Nog voor hij de aanvoerder was, ontving hij iedereen op elk moment.
De boulevardpers was net zo welkom als de bourgeoiskranten.
Maar eens hij benoemd werd, sloot hij zich op en kende hij niemand meer.

Je eigen officieren, vader, wilden iedereen naar huis sturen
toen men mij als offer vroeg.
Je had je broer niet nodig om je te laten overtuigen, want zonder mij
werd je een aanvoerder zonder oorlog, een generaal
die alleen nog in de wapenindustrie zijn belangen kon verdedigen.
Voor de schone schijn verzon je het huwelijk met Achilles,
en wellicht had je slimme plannetjes om mij en je oorlog te redden.
Je projecteerde je schuld op Menelaos. Je riep dat hij de troon wilde.
Er kwam een heuse broederruzie van die niet op bloedvergieten uitliep
omdat men onze komst meldde.
Wij dan, de vrouwen en mijn jonger broertje Orestes.
Toen we aankwamen begrepen we niets van de bedrukte gezichten.
Soldaten houden van feesten, en hier zag ik rijen bekenden
die me hoofdschuddend aankeken, sommigen met tranen in de ogen,
anderen wendden het hoofd af en keken naar de zee.

b9a552d9ac25cc9770f98b52bd4a960e

Menelaos speelde echter zijn nummertje als een volleerd politicus.
Meneer Euripides laat hem spijt hebben van zijn ruzie met mijn vader.
In feite echter maakte hij met honing de punt van zijn pijlen zoet
zonder dat ze iets aan scherpte zouden inboeten.
Wie het opneemt voor de zwakken vindt allicht genade
eens de geschiedenis haar koers gelopen heeft
en de nakomenden hun oordeel over onze daden vellen.
Hij stelde mijn vader voor de ziener Kalchas om te brengen
zodat niemand zijn droevige boodschap zou vernemen,
terwijl hij natuurlijk wist dat ook Odysseus op de hoogte was.
En wie Odysseus zegt, moet niet meer verder spreken
want die man kan pas het volk mennen zonder dat het de littekens
van de teugels herkent. Hij weet ze zo naar de mond te praten
dat de bloedigste striemen als geboortevlekken worden weggewuifd.

De kleine Orestes was in slaap gevallen. Mijn moeder wuifde,
vroeg vriendelijk om hulp om ons uit de koets te helpen.
Ze liet de geschenken uit de wagens halen, begon heel druk te doen
zodat ik niet meer wachten wilde en naar m’n vader liep.
Hij was heel lief maar kon zijn verdriet natuurlijk niet verbergen.

Meneer Euripides is een man. In zijn stuk laat hij mijn vader
heel listig antwoorden op mijn onschuldige meisjesvragen.
Als ik hem smeek om thuis te blijven, laat hij hem zeggen:
“Ook jou wacht een reis, kind. Een reis die je aan je vader zal doen
denken.”
Waarop ik, heel literair, nietwaar meneer Euripides,
“Zal ik met moeder meevaren of alleen reizen?”
En zijn antwoord:
“Alleen, ver verwijderd van je vader en je moeder.”
En om het helemaal fraai te maken legt meneer Euripides mijn vader
deze zin in de mond eens ik gezegd heb
graag bij het te brengen offer aanwezig te willen zijn:
“Jij zal het dichtst bij het wijwater staan.”

Men kan de stilte in het theater horen, nietwaar.
Iedereen weet immers wat er mij te wachten staat.
Als ik dan, bijna een kind nog, mijzelf aanbied
en mijn vader wenend de scene verlaat, is het hek van de dam.
Slim gedaan, meneer Euripides.
Want medelijden bevangt de toeschouwer. Medelijden voor vader EN dochter!
Dat is een knap staaltje van mannen—schrijverij.
De dochter gebruiken om de misdaden van de oorlog goed te praten.
Hier stelt meneer Euripides het onafwendbaar lot ten toon.
Mijn vader, een rasechte schurk wordt verheven tot de uitvoerder
van bevelen. Heilige bevelen. Innerlijke bevelen.
Zou men niet één vrouw kunnen slachten om het vaderland te redden?
Laat het dan zijn eigen dochter zijn zodat de vader zichtbaar lijdt
en wij als toeschouwers hem troostend op de schouders kunnen kloppen.
Gelukkig komt dan mijn moeder binnen. Met haar domme praatjes
verstoort ze het mannentafereel. Ze wijt Agamemnon’s verdriet
aan het uithuwelijken van zijn geliefde dochter. U kent dat wel:
vaders die hun dochters mishandelen en dan in tranen baden
als datzelfde kind voor het altaar staat.
Hij probeert haar naar huis te sturen en gebruikt daarvoor
al zijn mannenmacht. Maar ze weet van geen wijken.
Zelfs als ze verneemt dat het feestmaal voor de vrouwen
bij de schepen zal plaatshebben, een armoedige bedoening dus,
is ze vastbesloten. Ze wil het feest meemaken, zeker nu ze
vernomen heeft dat Achilles van goede huize is.

-muziek-

Meneer Euripides!
Ik kan begrijpen dat boeken u liever dan vrouwen waren.
Maar de waarheid heeft haar rechten.
We kwamen aan. Mijn moeder wist onmiddellijk dat er iets fouts ging.
Haar druk gedoe was nog niet zo dom.
Vaak hebben vrouwen geen andere uitweg voor hun leed
dan dagelijkse beslommeringen.
Ze speelde het spel van aanstaande schoonmoeder
tot ze dicht genoeg bij mijn vader was om hem recht in de ogen te kijken.
Weinig mannen spelen zo goed toneel dat ze daaraan kunnen ontkomen.
Hij begon te stotteren, had het nog over Achilles,
excuseerde zich voor de spoedbestelling,
mummelde dat de bruiloft best nog wat kon wachten,
informeerde naar onze gezondheid, keuvelde over het weer
en liep dan de tent uit.

Achilles, door allerlei geruchten nieuwsgierig gemaakt,
botst bijna tegen hem op. Hij begroet ons vriendelijk.
Een zachte macho. Stoer gedoe om een marsepeinen hart te camoufleren.
Mijn moeder stelt mij voor als zijn toekomstige bruid.
Hij glimlacht.

Meneer Euripides laat de man verontwaardigd doen
eens hij vernomen heeft dat hij, als man, zo maar is uitgehuwelijkt.
Hij begint bijna te razen en neemt het dan heel lankmoedig op voor mij.
In feite speelde hij het spelletje mee omdat hij van Odysseus had gehoord
dat hij als lokaas dienen moest.
Ook laat meneer Euripides mijn moeder Achilles knieën omvatten
alsof zij het was die dit slecht scenario had geschreven.
Ach, meneer Euripides. Ik weet hoe leuk het is je woede naar papieren
tegenstanders om te buigen. Heel hygiënisch voor je eigen geest,
maar de toeschouwers krijgen een dwaze vrouw te zien
die zich voor een halfzachte superman vernedert.
En dan zegt het koor der vrouwen:
“Moederschap is iets wonderbaars.
Allen bedeelt het gelijk met een liefde zo machtig
dat men voor zijn kinderen wil lijden.”

Dat ontken ik niet, meneer Euripides, maar lijden is daarom nog niet
de mannenspelletjes spelen. De werkelijkheid was heel anders:

“Ik kan haar redden.” zei die slimme Achilles. En hij keek me aan.
Wij vroegen hem welk gevaar ons dan wel boven het hoofd hing.
Hij legde het hele spelletje uit en herhaalde dan dan hij mij redden kon.
Meneer Euripides laat hem meer dan honderd verzen in de mond nemen
om zijn moed te bewijzen. Hij wil haar redden, met het zwaard,
niet om haar daarna te trouwen want zo zegt de held:
“Duizend meisjes willen mij als echtgenoot.”
Maar hij komt voor mij op omdat hij notabene beledigd is!
Agamemnon heeft niet eens zijn toelating gevraagd
om zijn naam te gebruiken. En dat moet gewroken worden.

Horen jullie dat allemaal goed.
Al eeuwen hebben jullie de overigens fraaie tekst
van meneer Euripides bewierookt
en niemand heeft het ooit voor de vrouwen opgenomen
en die kakjanus op zijn plaats gezet.

Ten onrechte beschuldig ik meneer Euripides, want hij heeft Achilles
ten voeten uit geschilderd.
Hij laat hem zelfs verklaren dat hij later
nog wel eens een grote god kan worden. Wij kennen zijn lot.
Maar is letterkunde dan een plaats voor onkwetsbaarheid
zoals de net genoemde held onkwetsbaar was?
Of heeft ook meneer Euripides een kwetsbare hiel vrijgelaten
omdat hij hoopte dat iemand zijn geschriften zou doorzien?
Te veel eer voor deze mooie trukendoos.
Want in feite zei Achilles dit:
“Ik kan haar redden als ik haar als maîtresse mag hebben.
Dan zorg ik voor een fraaie verdwijn-act
zodat de soldaten hun amusement hadden
en ook Kalchas zijn eer niet is gekrenkt.
Want wind komt er toch. Dan hebben mijn kabinetsmedewerkers mij voorspeld.
En al vertrouw ik hen niet meer dan een dwaze goochelaar,
ik heb al genoeg politieke spelletjes gespeeld
om de afloop niet zelf in de hand te houden.”

image-20150611-11437-8wcchq

Mijn moeder schrok. Had ze tegen een wettelijk huwelijk geen bezwaar,
het vooruitzicht van een weinig winstgevende relatie redde haar moraal.
Ze begon te roepen en te schelden. Achilles kon de pot op!
Nog liever zou ze mij, haar oogappel, overleveren
aan de ambitieuze plannen van mijn vader.

Aan mij werd niets gevraagd.
Nog voor het offeren was ik al offerdier.
Zonder één steek was ik al neergestoken. Zonder één klap al doodgeslagen.
Mijn broertje kwam binnen en vroeg of ik met hem wilde spelen.
Ze spelen nu met mij, zei ik. En hij vroeg lachend welk spel dan wel.
Diefje met verlos, zei ik hem. Hij vroeg of hij mee mocht spelen.
Liever niet. Het is een ernstig spel. Degene die verliest wordt geslacht.
Hij begon te lachen. Tot hij de tranen in de ogen van moeder zag.

Meneer Euripides. In jouw toneelstuk laat u nu de moeder klagen.
Ze verwijt haar man alles wat een vrouw een man verwijten kan.
Ikzelf doe er nog een schepje boven op en smeek mijn vader als een slaaf.
Bang voor de dood heeft u mij gemaakt.
Ik die sterven als een verlossing zag.
Natuurlijk een vrouw heeft alleen maar haar sentimenten als reddingsboei.
Een man kan zich op nobele daden beroepen, of op krijgersfaam.
In werkelijkheid droogden beiden hun tranen, trokken ze zich terug
en kwamen dan bijna opgewekt mij troosten.
Achilles was toch een knappe man, zei vader.
Misschien zou hij zich bedenken en mij werkelijk als bruid kiezen,
en deed hij dat niet dan bleef ik toch nog vrij
om zelf een wettig huwelijk te sluiten dat voor mijn inkomsten zou zorgen
Dat was moeders taal.
We hebben geen andere keuze, begon mijn vader weer.
De Grieken wilden een offer.
Of moest hij soms zijn carrière offeren voor een ideaal vaderbeeld?
Wie politiek bedrijft, moet zich aan de omstandigheden kunnen aanpassen.
En ik kon beter de maîtresse van een held zijn
dan de wettige vrouw van een nulliteit.
Mijn moeder zei dat liefde hier niet ter sprake kwam.
Mijn aandeel was het nu om zonder morren het lot te dragen.
Achilles kende een bekwame vuurwerkmaker die voor spektakel zou zorgen.
Ik bleef ongedeerd, net als mijn vaders reputatie en het oorlogsdoel

Meneer Euripides, hier laat jij mij kiezen voor de offerdood.
Jouw fraaie zin zou nog door menig dictator worden geciteerd:
“In zekere zin past het trouwens niet dat ik te veel van het leven houd.
Want dit leven dat jullie mij geschonken hebben is niet van mij alleen
maar is gemeengoed van alle Grieken.”
Einde citaat.
Ik koos de dood, inderdaad. Maar niet uit vaderlandsliefde of ouder-eer.
Ik zei:”Bespaar mij het vuurwerk. Als ik dan het offer ben,
laat me dan ook helemaal het offer zijn. Ik wil dood.
Want nog voor de ziener mij doorsteekt ben ik al door mijn ouders geofferd.

Pieter Aertsen. circa 1555-1560

Als kind offert men zijn persoonlijkheid voor melk en liefde.
En is men aangepast en ingevuld begint men op zijn beurt
zijn eigen kinderen op te offeren.
Verbaas je daarom niet, vader, dat je soldaten een offer vragen.
Ze weten dat ze op hun beurt een offer voor jouw ambities zijn.

Mijn besluit is geen wraak, noch minder een wanhoopsdaad.
Ik wil sterven omdat een leven met deze ouders geen leven is.
Mijn toekomst is al opgeofferd, waarom dan niet het lichaam laten volgen?
Laat de Grieken geloven dat ik voor het vaderland mijn leven geef.
Voor jullie kan mijn motief ouderliefde zijn.

Ze werden boos en jammerden. Heel erg overtuigend klonk het niet.
Zoals de storm vlug gaat liggen na de eerste aanval,
zo veranderden hun klachten in twijfels,
en die gingen over in goedkope sentimenten
waardoor tenslotte hun goedkeuring klonk voor mijn besluit.

Meneer Euripides. In uw stuk klinkt de heldhaftigheid van het offer
boven het innerlijk verdriet. Men blijft waardig.
Ik zeg zelfs: Voedt Orestes op tot een ware man.
U zult u nu verdedigen dat u de inhoud van het begrip “ware man” openlaat.
Maar ook hier zal stoer gedoe boven persoonlijkheid staan.
De buik van de aarde barst open: de dode geofferde mannen kijken ons aan.
Ze hebben geen boodschap meer aan een bloemenhulde.
Elke siersteen is tevergeefs, meneer Euripides.

-muziek-

De bode komt het verhaal vertellen van mijn wonderlijke redding.
Eerst worden mijn schouders gekromd onder nationalistische gevoelens,
en sta ik op de dunne lijn die het leven scheidt van de dood
dan grijpen de goden in en word ik gered.
Ik weet het, meneer Euripides. Dat verlangt het publiek.
Iemand die zijn leven voor de staat wil geven, mag niet verdwijnen.
Zij moet bij de goden eeuwig verder leven zodat de jonge mannen
voor wie zij haar leven veil had zonder schroom de dood kunnen ingaan.
Het voorhang valt. Gesterkt voelen de krijgers hun wapens.

muziek verder-

Toen ik buitenkwam was er van al dat feestgedoe niet veel te zien.
Soldaten lopen samen. Een grote stilte.
Mijn vader stelt zich rouwend op. Hij heeft gevoel voor pathetiek.
Men hoort mijn moeder krijsen in haar tent.
Ook haar hysterie dient de goede zaak.
Zelfs mijn broertje heeft men in het wit gekleed.
Hij kijkt wat nukkig omdat hij zijn speeltjes mist.
Achilles schudt zijn krullen.
Zoveel heldhaftigheid staat zijn stierenlust in de weg.
Odysseus buigt het hoofd. Hij bekent zijn nederlaag.
De anderen zijn geil op bloed en wachten.
De goden blijken voor hun sadisme een dankbaar alibi.
Als Kalchas het ritueel begint, laat ik mijn wit gewaad vallen.
Naakt kijk ik de mannen aan. Niemand durft dichter komen.
Heel langzaam dan het mes dat ik verborgen hield.
Het mes van schitterend metaal, sierlijk van lemmet
schuift traagjes in mijn buik.
Niet de goden, noch de herinneringen vullen mijn laatste blik
Ik zie soldaten braken, net voor het donker m’n ogen bereikt.

-wind is opgestoken over grote droge vlakte-

Wie in Aulis komt, hoort geen schallende klaroenen.
Noch zal het koor der dapperen tegen de bergen weerklinken.
Het geluid van de oorlog is het braken van bloed.
Bloed dat uit de prachtige mannen gulpt: deze steriele poging
van het offer om zichzelf te bevruchten.
Meneer Euripides.

-wind overstemd door zeegolven op de kust.-

augustus 1987
met Dora van der Groen
7-10 september 1987 opgenomen.
Radio-3 Dienst drama

IPHIGENIE--4-

“De November-Groep”: het Fins expressionisme

Cawén, Alvar – Members of The November Group

De November-Groep (Marraskuun ryhmä) was een vereniging van Finse expressionistische kunstenaars die zich rond Tyko Sallinen hadden verzameld. (Niet te verwarren met de Duitse Novembergruppe). De groep werd opgericht in de tijd dat Finland zich onafhankelijk verklaarde van Rusland. De leden van de November-Groep waren soms agressief nationalistisch ingesteld en creëerden een typisch Finse vorm van expressionisme. De November-Groep veroorzaakte de grootste opschudding ooit in de Finse kunst. In de Finse kunstgemeenschap van die tijd vertegenwoordigde hij alles wat lelijk, incompetent, vervormend en primitief was. Tegenwoordig wordt de beweging beschouwd als een van de belangrijkste en meest invloedrijke stromingen in de Finse kunst.

Sokea soittoniekka (Blind musician) by Alvar Cawén (1922).

November Group (Marraskuun ryhmä) was an association of Finnish expressionist artists, gathered around Tyko Sallinen. The group was founded in time when Finland declared its independence from Russia and the members of the November Group were sometimes aggressively nationalistic in outlook, creating a distinctively Finnish form of Expressionism.[1] The November group caused the greatest ever uproar in Finnish art. In the Finnish art community of its age it represented everything that was ugly, incompetent, distorting and primitive. Today the movement is considered one of the most important and influenced movements in Finnish art. (1917-1924) (Wikipedia)
Tyko Salinen Self-Portrait 1914

De groep ontleende zijn naam aan de maand van zijn eerste tentoonstelling.

Sallinen, Collin en Cawén hadden in Frankrijk gestudeerd en waren bekend met het Franse fauvisme en expressionisme. Ze kozen echter voor donkergrijze en bruinachtige kleuren in plaats van de felle kleuren van het Franse fauvisme. Ze namen ook invloeden over van het kubisme en het Russische kubus-futurisme.

Veel van de toekomstige groepsleden hadden elkaar al in 1910 ontmoet in Denemarken, waar ze logeerden bij Taylor Niels-Peder Rydeng, die een mecenas en verzamelaar van moderne kunst werd.

Tyko Sallinen: Piruntanssi, 1919. Kuva: Laura Railamaa/Yle

De November-leden vormden een diverse groep bevriende radicale kunstenaars uit die tijd, 14 mannen in totaal. Er waren geen vrouwen bij. Het beeld van het Finse modernisme en expressionisme – en dus van de Novembergroep – was uitgesproken mannelijk.

Max Fritze vertelt dat de vrouw van de kunstenaar Ragnar Ekelund, Inkeri Siegberg, in 1924 een keer werd uitgenodigd om deel te nemen aan een tentoonstelling van de Novembergroep. Ze werd echter niet vermeld in de tentoonstellingscatalogus.

Mikko Carlstedt: Torikoju, 1920–1921 Kuva: Laura Railamaa/Yle (De wildverkopers)

Het onverbloemde portret van de November-groep wekte veel wrevel bij tijdgenoten. Finnen waren niet gewend om zichzelf in zo’n ‘vervormde’ spiegel te zien.

Bij de eerdere nationale romantische kunst waren kijkers gewend aan een geïdealiseerd beeld van het volk, mensen die subliem waren in al hun bescheidenheid. Het leidende principe van de November-groep was eerlijkheid.

De mensen in de schilderijen van Tyko Sallinen werden bijvoorbeeld afgedaan als Oost-Mongools, overwoekerd en vervormd. Het was een tijd van rassendoctrines en de jonge Finse natie had blijkbaar grote behoefte om te laten voelen dat ze bij het westerse menselijke ras hoorde.

Tyko Sallinen: Saunassa I, 1922. Kuva: Laura Railamaa/Yle

De geest van rebellie verenigde de November-groep wel, maar hun rebellie was niet gericht tegen de politiek, maar tegen de nationale romantische kunst van het verleden en haar vertegenwoordigers. Ze bewonderden het Europese modernisme, het emotionele expressionisme en het kubisme, dat geometrische basispatronen gebruikte om het onderwerp vanuit verschillende hoeken tegelijk te tonen.

Alvar Cawén. De herstellende. The Convalescent
De November Groep volgde de internationale kubistische trend en had een negatieve houding ten opzichte van kleur, hoewel de leider van de groep, Sallinen, in het begin van zijn carrière experimenteerde met een puur palet en een regenboogkleurbron. Over het algemeen was het kleurenschema van de groep erg donker en aards. Nationale thema's domineerden. Nieuwe artistieke trends werden echter niet gewaardeerd in Finse kunstkringen, en vooral Sallinens vrije, sterke stijl werd sterk bekritiseerd.

Hoewel de groep werd gevormd rond Sallinen, wordt Juho Mäkelä, wiens krachtige schilderijen de aandacht trokken in de jaren 1910, vaak beschouwd als de eerste vertegenwoordiger van de beweging.

De November Groep hield zijn eerste tentoonstelling in 1917 en organiseerde tussen 1917 en 1924 vijf tentoonstellingen in verschillende samenstellingen. (Wikipedia Finland)

Frans Alvar Alfred Cawén. ‘Matti’. 1933
De November Groep: Wäinö Aaltonen, Ilmari Aalto, Mikko Carlstedt, Alvar Cawén, Marcus Collin, Ragnar Ekelund, Viljo Kojo, Anton Lindforss, Alex Matson, Juho Mäkelä, Eero Nelimarkka ja Tyko Sallinen.
Koli at Helsinki Central Station by Eero Järnefelt with help from Alfred William Finch and Ilmari Aalto, 1911

Imari Aalto. Portrait of Artist Karnakoski, 1917

Mikko-Carlstedt

Marcus Collin
(Finland, 1882-1966)

Alvar Cawén “Pime” (blind)

Juho Mäkelä. 1915. Herfstwolken

Addendum: Het is erg nuttig om de geschiedenis van de Finse burgeroorlog uit 1918 als dreiging en daarna als achtergrond van deze beweging te zien. Hij duurde van 21/1 tot 15/5 van dat jaar. Die oorlog verklaart zeker ook de dynamieken de innerlijke tegestellingen van en in de beweging .

Lees:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Finse_Burgeroorlog

Tyko Sallinen: Leppiä keväällä, 1911© HAM / Kuva: Hanna Rikkonen

Bezoek ook het mooie werk van de groep en Alvar Cawén (1886-1935):

https://artvee.com/dl/members-of-the-november-group/

Alvar Cawén Venster

Verloren tussen de plooien van de kunstgeschiedenis: Carlo Crivelli (1435-1493)

Dode Christus met twee engeltjes 1470

Je moet al een ongenadig heerser zijn om bij deze Pieta geen medelijden te voelen met de gefolterde en net gestorven Jezus. Omdat de schilder zich niet aan de regels van zijn tijd hield was hij al uit de de kunstenaars-biografieën van Giogio Vasari verbannen. En ook zijn persoonlijk leven in Venetië bleek niet onbesproken, zeker niet na zes maanden gevangenis omdat hij, tijdens de afwezigheid van een welvarend zeeman, bij diens vrouw was ingetrokken. Tijd dus om uit de beroemde Dogenstad te vertrekken en naar de de ‘Marken-streek’ te verhuizen in het noordoosten van Italië.

Carlo Crivelli, about 1430/5 – about 1494 The Dead Christ supported by Two Angels about 1470-5 Tempera on poplar, 72.4 x 55.2 cm Bought, 1859 NG602 https://www.nationalgallery.org.uk/paintings/NG602
Born in Venice around 1430 to a family of painters, Crivelli worked as an artist and ran his own workshop in his home city until 1457, when he was imprisoned for six months for committing adultery with a married woman. Despite advertising his Venetian origins with his signature, Crivelli then permanently left Venice for Padua, where he worked in the workshop of Francesco Squarcione. He then spent time in Zara, Dalmatia, before predominantly residing in the Marches, in the northeast of Italy. Crivelli was prolific during his lifetime, producing paintings for merchants, nobility, religious orders and confraternities, extending from the Apennine mountains to the Adriatic Sea.
Luiken van het Sint Nikolaas altaarstuk.

Na eerst in Fermo te hebben gewoond, werd hij in 1478 inwoner van Ascoli Piceno. Crivelli floreerde in dit provinciale gebied, waar zijn trouw aan de uitgebreide gecompartimenteerde polyptiek en zijn uitstekende vaardigheid met tempera en bladgoud aansloegen bij de conservatieve smaak van zijn opdrachtgevers, en waar hij de vrijheid had om zijn unieke interpretatie van gotische en renaissancistische thema’s te ontwikkelen zonder te hoeven concurreren met de nieuwe Venetiaanse stijl van Giovanni Bellini.

Carlo Crivelli triptych ‘San Domenico’

Deze nadruk op decoratieve patronen is een zeer middeleeuwse eigenschap, en wordt door velen beschouwd als het tegenovergestelde van het naturalisme uit de Renaissance. Crivelli gebruikte echter zowel patronen als naturalisme naast elkaar, en gebruikte deze combinatie vaak om slimme visuele trucs uit te halen met zijn publiek. Men denkt graag dat Crivelli’s schilderijen intellectueel eenvoudig zijn, maar niets is minder waar. Hij was een meester in de illusionistische schilderkunst, zoals blijkt uit kenmerken als de faux-marmeren borstweringen voor veel afbeeldingen van Maria en kind die hij maakte. In het echt lijken ze op het eerste gezicht echte marmeren platen. Hij gebruikte deze vaardigheden om decoratieve details te creëren met een voet in de wereld van het schilderij en een voet in de werkelijkheid van de kijker.

Madonna met kind. ca. 1480
Consider, for example, the trompe l’oeil garlands of fruits that hang above the Virgin and Child’s heads in so many of Crivelli’s paintings. They play on the ancient custom of decorating treasured religious paintings with garlands and other offerings on important occasions. Here, the garland is within the painting, not added on top of it, but Crivelli wanted us to be momentarily unsure. The scale and placement of objects like large illusionistic flies landing beside the Christ child’s foot make more sense when understood as external to the composition rather than as elements inside the world of the painting. Similarly, jeweled crowns and other offerings at the Virgin’s feet are rendered in low-relief pastaglia rather than being completely illusionistic painting, and this only adds to the visual cleverness. (The Collector)
Lamentation on dead Christ

Bijna wordt de dode Jezus uit het schilderij getild, en droevig of niet de verzameling fruit, met de geheimzinnige komkommer die toen in culinair gebruik werd genomen, bekroont het beeld. De werkelijkheid blijft dicht bij de kijker. Zoals de figuratie uit het paneel kan, zo wordt het de gelovige mogelijk gemaakt bij het gebeuren aanwezig te zijn. Al is het goud nog vaak het decor, de uitbeelding is erg menselijk. Kijk naar het verbaasde gezicht van de evangelist Johannes.

Evangelist St. Jan.

Het grote prachtige altaarstuk ‘De boodschap van de engel aan Maria’ brengt al die vaardigheden samen in een prachtige eenheid. Hier onder legt de video heel mooi de synthese uit van vorm en inhoud. Er gebeurt heel wat voor de aandachtige toeschouwer.

The big beautiful altarpiece 'The angel's message to Mary' brings all these skills together in a beautiful unity. The video very nicely explains the synthesis of form and content. A lot happens for the attentive viewer.
De boodschap aan Maria

Paradoxaal genoeg saboteerde Crivelli’s unieke stijl zijn latere reputatie en plaats in de kunstgeschiedenis. Simpel gezegd past hij niet goed in het traditionele verhaal van toenemend naturalisme in de Italiaanse Renaissance. Zijn stijl zou veel beter hebben gepast in een vroegere traditie dan een die ruwweg samenvalt met Leonardo da Vinci. Daarom kozen vroegere generaties kunsthistorici er meestal voor hem te negeren en beschouwden ze hem als een achterlijke anomalie die onbelangrijk was voor de algemene ontwikkeling van de renaissancekunst. Bovendien werd hij door zijn ligging in de Marken, en niet in een groot artistiek centrum als Florence of Venetië, in hun ogen gedegradeerd tot een provinciaal. Dit wil echter niet zeggen dat belangrijke verzamelaars zoals Isabella Stewart Gardner zijn werk niet kochten en ervan genoten. Dat deden ze zeker, en uiteindelijk schonken ze zijn werken aan belangrijke musea, vooral in Amerika.

Sint Joris verslaat de draak

Gelukkig zijn de tijden veranderd en zijn wetenschappers gaan inzien dat de kunstgeschiedenis niet altijd zo lineair is als vroeger werd gedacht. Eindelijk is er ruimte voor Crivelli. Hoewel zijn kunst nog steeds niet in het traditionele verhaal past, wordt de visuele impact ervan niet langer genegeerd. Steeds meer musea tonen hun Crivelli-schilderijen en nieuwe boeken, tentoonstellingen en onderzoek helpen ons om deze zeer fascinerende schilder uit de vroege Renaissance beter te leren kennen.

Dode Christus met Maria, Sint Jan en Maria Magdalena
Crivelli’s pictorial flourishes often tend to make great narrative sense. In the “Dead Christ With the Virgin, St. John and St. Mary Magdalene” from the Museum of Fine Arts, Boston, where an unusually aged Virgin cries over her son, his body is rendered pale golden brown burnished with white, at once dead and lighted from within. It tends to draw the eye, after which you examine the rich textures and patterns of the punched gold background, classically carved parapet and the Magdalene’s garment as well as the garland, cucumber and all, overhead.

Crivelli’s art found only intermittent admirers. Foremost were the Pre-Raphaelite painters of 19th-century England, whose paintings were often similarly over the top. This may help explain why the National Gallery in London is rich with his and one of the greatest places for a Crivelli epiphany. (Roberta Smith)
Met heimwee naar Venetië? (Ongeveer 1480)
The artist always signed himself by a variant of “Carlo Crivelli of Venice, e.g. Carolus Crivellus Venetus; from 1490 he added the title “Miles”, by then having been knighted (Cavaliere) by Ferdinand II of Naples. He painted in tempera only, despite the increasing popularity of oil painting during his life-time. Unlike the naturalistic trends arising from Florence at the same time, Crivelli’s style still echoes the Byzantine sensibility. The urban settings are jewel-like, and full of elaborate allegorical detail. (ibidem)
Uit ‘De kroning van de Maagd’ De gekwetste hand van de gestorven Jezus op het bovenpaneel, vastgehouden door Maria Magdalena. (1493)
Kroning van Maria

Toch nog een merkwaardig doek belichten: het portret van de heilige Stefanus die voor zijn geloof gestenigd werd zoals blijkt uit de grote aardappelachtige stenen die op hoofd en schouders van de eerste martelaar rusten. Het schilderij bevindt zich in de National Gallery, daarom ook hun gewaardeerde commentaar?

 This half-length figure of a saint comes from a large polyptych (multi-panelled altarpiece) which Crivelli painted in 1476 for the high altar of the church of San Domenico, in Ascoli Piceno in the Italian Marche. 
This is Saint Stephen, Christianity’s first martyr. Potato-like rocks – representing those with which he was stoned to death – balance precariously on his head and shoulders. He holds his cactus-like martyr’s palm in one hand and a bound book, representing the Gospels, in the other. For the friars of the Dominican Order who commissioned the altarpiece, Stephen was an example of preaching and teaching the faith to non-believers. Crivelli was skilled at exploiting the optical effects of the different gold surfaces, which must have shone and flickered in the candle-light of a medieval church, with the highly burnished gold of his halo acting as a spotlight on the saint’s face. 
Detail

Dit was een herhaling van een vroegere bijdrage in een poging om ons mooi beginformaat uit te testen. En dat is intussentijd helemaal hersteld. Dankjewel Word Press!

Ontwapenend (5) Je eigen mythe ontvouwen

Human ornithopter, 1800-30
UNFOLD YOUR OWN MYTH

Who gets up early to discover the moment light begins?

Who finds us here circling, bewildered, like atoms?

Who comes to a spring thirsty

and sees the moon reflected in it?
Who, like ]acob blind with grief and age,

smells the shirt of his lost son

and can see again?

Who lets a bucket down and brings up

a flowing prophet? Or like Moses goes for fire

and finds what burns inside the sunrise?
Jesus slips into a house to escape enemies,

and opens a door to the other world.

Solomon cuts open a fish, and there’s a gold ring.

Omar storms in to kill the prophet

and leaves with blessings.

Chase a deer and end up everywhere!

An oyster opens his mouth to swallow one drop.

Now there’s a pearl.

A vagrant wanders empty ruins.

Suddenly he’s wealthy.

Bur don’t be satisfied with stories, how things

have gone with others. Unfold

your own myth, without complicated explanation

so everyone will understand the passage ’
We have opened you.

Start walking toward Shams. The teacher, the sun..
Your legs will get heavy

and tired. Then comes a moment 

of feeling the wings you’ve grown,

lifting.

(Rumi 1207-1273)
ONTVOUW JE EIGEN MYTHE


Wie staat er vroeg op om het moment te ontdekken waarop het licht begint?
Wie ziet ons hier rondcirkelen, verbijsterd, als atomen?

Wie komt er dorstig bij een bron 
en ziet de maan erin weerspiegeld?
Wie, zoals Jacob, blind van verdriet en ouderdom, 
ruikt het hemd van zijn verloren zoon 
en kan weer zien?

Wie laat een emmer zakken en haalt 
een flierefluitende profeet naar boven? Of zoals Mozes 
op zoek gaat naar vuur en vindt wat brandt in de zonsopgang?
Jezus glipt een huis binnen om aan vijanden te ontsnappen 
en opent een deur naar de andere wereld.

Salomo snijdt een vis open en daar ligt een gouden ring.

Omar stormt binnen om de profeet te doden 
en vertrekt met zegeningen.

Achtervolg een hert en kom overal terecht!

Een oester opent zijn mond om een druppel in te slikken.

Nu is er een parel.


Een zwerver zwerft door lege ruïnes.

Plotseling is hij rijk.

Maar wees niet tevreden met verhalen 
over hoe het bij anderen is gegaan. Ontvouw 
je eigen mythe, zonder ingewikkelde uitleg 
zodat iedereen de passage zal begrijpen.
We hebben je geopend.

Begin in de richting van Shams te lopen, 
de leraar, de zon.
Je benen worden zwaar en moe. 
Dan komt er een moment 
dat je de vleugels voelt die je hebt gekregen.

(Rumi 1207-1273)


Ja, het klinkt mooi, ‘je eigen mythe ontvouwen’, en ja hij is veelvuldig gebruikt deze letterlijk eeuwenoude tekst van Rumi.  Wie deze ‘Rumi’ werkelijk geweest is hebben we al eens met allerlei voorbeelden beschreven in een bijdrage.  Graag uitgenodigd om langs te lopen bij ‘Nooit vult de wereld de zadeltassen’.

In het Standaard Weekblad van vandaag schrijft Ludo Abicht: “Wij weten nog steeds niet helemaal hoeveel onze westerse culturele bloei tijdens het humanisme en de renaissance aan de Arabisch-Joodse vroegrenaissance te danken heeft.” Het is dus duidelijk dat het ontwikkelen van je eigen mythe de bronnen erkent en de nood ervaart elkaars culturele en wetenschappelijke rijkdom niet alleen te erkennen maar samen te leggen.

‘Misschien kan Israël economisch en militair overleven zonder niet-Joden. Al vrees ik dat het niet lang zal duren voor het land in de greep zal komen van een etnisch verkrampte, zogeheten religieus gedreven minderheid.” (ibidem)

Met die droom begint hij zijn bijdrage:

“In 1779 schreef de Duitse cultuurfilosoof Gotthold Ephraim Lessing Nathan de wijze, een filosofisch toneelstuk over religieuze en levensbeschouwelijke verdraagzaamheid als kern van de verlichting. Na meer dan duizend jaar ideologische hegemonie van de rooms-katholieke kerk, gevolgd door eeuwen van haat, vervolging en oorlog tussen katholieken en protestanten, was het meer dan tijd voor een nieuw pleidooi. Lessing beschreef een ontmoeting in een imaginair Jeruzalem tussen drie mannen: de islamitische heerser Saladin, een christelijke ridder en de wijze oude Jood Nathan.
Nathan vertelt zijn gesprekspartners het verhaal van de ring, een erfstuk van een vader die zijn drie zonen even graag ziet en daarom twee identieke ringen laat bijmaken. Na zijn dood denken de zonen alle drie dat ze de ware erfgenaam zijn, wat leidt tot een nauwelijks op te lossen conflict. De oplossing van Lessing is even geniaal als eenvoudig: omdat we onmogelijk kunnen weten wie de echte ring bezit —lees: wie de waarheid in pacht heeft — volstaat het dat ze alle drie zo eerlijk mogelijk volgens hun waarheid proberen te leven. Tot ze, samen met het verlichte 18de-eeuwse publiek, tot de conclusie komen dat het er niet op aankomt Wie nu de ‘echte’ waarheid bezit, zolang ze maar beseffen dat ook de anderen oprecht van hun gelijk overtuigd zijn.” (Ludo Abicht Standaard Weekblad 4 november 2023)

De titel van zijn bijdrage: ‘Een Israel zonder Palestijnen is fataal voor de Joodse ziel.’

The photo attached is by Mahmoud Al Tamimi, 11. ‘’Art for Peace” project for Jerusalem children in Jerusalem.