
‘We kunnen ons verbergen, Jonathan, en wachten tot de mist optrekt.’
‘Ben jij een ridder, Johan of een schijtluis?’
‘Liever een levende schijtluis dan een dode ridder!’
‘Bon. Dan ga ik alleen naar het kasteel.’
‘Grapje, Johan. Maar…je ziet geen hand voor je ogen!’
‘Ik hoef geen hand te zien. Dit zwaard wil een kop!’
‘Daar gaan we dan. Open de poort. Blaas de trompetten.’
‘Geen getoet. Dit is een geheime missie. Daar gaan we.’
Op de achtergrond roept iemand: vergeet je lunchdoos niet!
'We can hide, Jonathan, and wait for the fog to lift.'
'Are you a knight, Johan, or a shit louse?'
'Better a live shit louse than a dead knight!'
'Bon. Then I'll go to the castle alone.'
'Just kidding, Johan. But...you can't see a hand in front of your eyes!'
'I don't need to see a hand. This sword wants a head!'
'There we go, then. Open the gate. Blow the trumpets.'
'No tooting. This is a secret mission. Here we go.'
In the background, someone shouts: don't forget your lunch box!

Herinner je.
De twee ridders zijn in dit tafereel tien, elf jaar, op weg naar hun school in een kleine provinciestad (1954). De school ligt (nog steeds) dichtbij een groot jachtslot van de Brabantse hertogen, door water omgeven. Het is december. Dikke morgenmist. Vrieskoud. Een schimmige wereld. Herinner je.
Remember.
In this scene, the two knights are 10-11 years old, on their way to their school in a small provincial town (1954). The school is (still) near a large hunting lodge of the dukes of Brabant, surrounded by water. It is December. Thick morning fog. Freezing cold. A shadowy world.
Remember.
"Mistig. Plotseling zijn we de controle over onze wereld kwijt. Toen ik vanochtend voor zonsopgang naar buiten ging, was de november-duisternis vervangen door iets bijna tastbaars. De lucht was ingevallen. Het was alsof ik door een wolk fietste: een nevel van microregen, het weer manifest gemaakt. Hoe ongemakkelijk dit "weergebeuren" (zoals we het waarschijnlijk moeten noemen) ook is, er is iets heerlijks, wonderlijks transcendent aan het idee dat de elementen onze wereld zo volledig kunnen overnemen. Ik betwijfel of iemand die op het opstijgen van zijn vliegtuig staat te wachten het daarmee eens is, maar er schuilt schoonheid in dit ongeziene herfstbezoek, een gevoel van mysterie dat terugreikt tot in ons collectieve verleden."
(Philip Hoare The Guardian)

“Fog-bound. Suddenly, we have lost control of our world. This morning when I ventured out, before dawn, the November darkness had been replaced by something almost tangible. The sky had fallen in. Cycling was like riding through a cloud: a mist of micro-rain, weather made manifest. As inconvenient as this “weather event” (as I suppose we must call it) is, there is something gloriously, wondrously transcendent in the notion that the elements could so utterly take over our world. I doubt that anyone waiting for their plane to take off would agree, but there is beauty in this unseeing autumnal visitation, a sense of mystery which reaches back into our collective past.” (Philip Hoare. The Guardian)

As a child and also as a slightly older child, I found and still find fog mysterious to use an obvious pun. You could recreate the environment in your imagination. The high walls of the Clarissen convent became an impregnable fortress, the streets escaped time, people disappeared in hasty shadows, bushes and hedges seemed to be on the loose, every depth hid dangers, every horizon was closed off from the whole by a light but impenetrable yet hazy curtain. Dimensions took on new meaning.
Als kind en ook als iets ouder kind vond en vind ik mist nog altijd mysterieus om een voor de hand liggende woordspeling te gebruiken. Je kon in je verbeelding de omgeving herscheppen. De hoge muren van het clarissenklooster werden een oninneembare vesting, de straten ontsnapten aan de tijd, de mensen verdwenen in haastige schimmen; struiken en hagen leken los te lopen, elke diepte verborg gevaren, elke einder was door een licht maar ondoordringbaar en toch wazig gordijn afgesloten van het geheel. Dimensies kregen een nieuwe invulling.

Maybe not to be is to be without you being,
without you cutting through the midday
like a blue flower, without you walking
later through the fog and the bricks,
without that light you carry in your hand
that maybe others won't see golden,
that perhaps no one knew it grew
like the red origin of the rose,
without you being, in the end, without you coming
abrupt, inciting, to know my life,
a gust of rosebush, wheat of the wind,
and since then I am because you are,
and since then you are, I am and we are,
and for love I will be, you will be, we will be.
Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)

Misschien is er niet zijn zonder dat jij er bent,
zonder dat jij het middaglicht snijdt
als een blauwe bloem, zonder dat jij loopt
later door mist en stenen,
zonder het licht dat je in je hand draagt
dat anderen misschien niet als goud zien,
dat misschien niemand geloofde dat het groeide
als de rode oorsprong van de roos,
zonder dat jij bent, op het einde, zonder dat jij komt
abrupt, inspirerend, om mijn leven te kennen,
een vlaag van de rozenstruik, tarwe van de wind,
en sindsdien ben ik omdat jij bent,
en sindsdien ben jij, ben ik en zijn wij,
en uit liefde zal ik zijn, zal jij zijn, zullen wij zijn.
Pablo Neruda

Het is tenslotte een mooi beeld: door het mistige kun je op zoek gaan naar de helderheid van het ware: het ontdoen van overbodigheid, valse schijn en verdorrende angsten. In de zachtheid van de mist is de kern van de helderheid aanwezig, worden wellicht essenties zichtbaar.
After all, it is a beautiful image: through the foggy you can look for the clarity of the true: stripping it of superfluity, false appearances and withering fears. In the softness of the fog, the core of clarity is present, perhaps essences become visible.

Tal vez no ser es ser sin que tú seas,
sin que vayas cortando el mediodía
como una flor azul, sin que camines
más tarde por la niebla y los ladrillos,
sin esa luz que llevas en la mano
que tal vez otros no verán dorada,
que tal vez nadie supo que crecía
como el origen rojo de la rosa,
sin que seas, en fin, sin que vinieras
brusca, incitante, a conocer mi vida,
ráfaga de rosal, trigo del viento,
y desde entonces soy porque tú eres,
y desde entonces eres, soy y somos,
y por amor seré, serás, seremos.
Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)
