Stil en ander leven, een verkenning (2)

Anne Redpath.(1895-1965). Scottish ‘The Worcester Jug’. (ingezoomd)

“Dit is een van een aantal stillevens en interieurs die Anne Redpath in de jaren 1940 schilderde in haar huis in Beaconsfield Terrace, Hawick. In 1947 beschreef een verslaggever de zitkamer van de kunstenares:

'Onmiddellijk bij binnenkomst… voelde ik me alsof ik in een van haar schilderijen was binnengestapt. Er stond een theebakje op een tafeltje zoals ik het zo vaak had gezien en, net als op de geschilderde tafeltjes, pasten de kopjes niet bij elkaar! Op de schoorsteenmantel stonden bekende stukken servies - een roze en witte theepot, een petuniakleurige kom, een Worcester kan met een felle blauwe band eromheen.' In de traditie van kunstenaars als Matisse en Vuillard zijn Redpaths schilderijen vaak intieme portretten van haar eigen huiselijke omgeving." (National Galleries)

bekijk:

https://www.nationalgalleries.org/art-and-artists/artists/anne-redpath

Anne Redpath TULIPS IN A WHITE JUG. (ingezoomd)

Stillevens hebben wij in verschillende bijdragen belicht, tot in eigen huis waar wij allen alledaagse stillevens herbergen, al dan niet gewild. De vraag blijft waarom beeldende en schrijvende kunstenaars van alle tijden hen een belangrijke plaats in hun oeuvre blijven geven. Raadpleeg onze eerste aflevering over dit onderwerp:

Stilleven

In een zwijgzame zondagmorgen ligt
op tafel het stilleven, een archipel van
dingen waaraan ik hecht, een werelddeel.
een samenraapsel, maaksel van makers, die
niet meer kunnen worden voortgetroost,
toegesproken of gestreeld.
Hartvormige koperen onderzetter, goedig bol
glas, een bord voor knoflook en tamme
kastanjes; twee spitse appelmesjes liggen ook.
Het buikig boekje dat ik weer een week niet las.
De bloemenkan is leeg en heeft iets
kookgraags als een aarden pot. En dan
het drietal vroege krokussen – niet uit -,
waaraan nog voortgewerkt wordt door
een erg verlegen maar een vastbesloten god,
tegen de botte doodsdrift in, waarin wat
stil wil leven twijfelt tot het rot.

Ed Leeflang 1929-2008
uit: De hazen en andere gedichten 1979
Riebo Riebema
Stilleven met kweeperen en kurkentrekker, olieverf op paneel, 36,5 x 51,5 cm (met lijst), 2019, particuliere collectie.

Overvloed

Ze noemen mij stilleven.
Dat is een vergissing.
Iets beweegt in alle dingen.
Zie hoe zelfs een vin
zindert aan een dode vis.

Bernard Dewulf (1960-2021)

Vis en Vis. Marc Terstroet

„Een hedendaagse, originele benadering van het traditionele stilleven”, noemt de vakjury van Nederland Fotografeert de foto Vis en Vis van Marc Terstroet. „Met slechts twee eierdopjes en een vis, gevoel voor humor en oog voor compositie schetst hij een heel prikkelend en bevreemdend tafereel.” (NRC en Nikon 2015)
Anne Redpath Het kanten tafellaken (c) BRIDGEMAN; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Je zou het een beredeneerde verzameling van levenloze dingen kunnen noemen, natura morte, op een bijzondere manier geordend, belicht en al. dan niet betekend. Saskia de Bodt noemt het in folio ‘een reis naar de grote stilte’.

De verregaand impressionistisch werkende Kees Verwey (1900-1995) ontdekte op zijn zeventigste opeens zijn atelier als bron. Hij had er dertig jaar geschilderd, maar ineens veranderde de onbeschrijflijke bende die er organisch was gegroeid, in ‘een stilleven van adembenemende schoonheid’, aldus Max van Rooy in 2005.  (ibidem)

Kees Verwey. (1972). Atelier Interieur 180cm x 200cm

Boeiende lectuur: Het stilleven: een reis naar de grote stilte.

https://www.foliomagazines.be/artikels/het-stilleven-een-reis-naar-de-grote-stilte

“C’est une consolation que l’idée qu’on ne possède rien, qu’on n’est rien; la consolation suprême réside dans la victoire sur cette idée même.”

Cioran

Adriaen Coorte (1683-1707) .Stilleven met Asperges. 1697
Still Life

A purple crocus
its stamen creme-egg yellow;
northern light
a shiver glaze
on the white enamel mug.

You're my Dutch painting:
the place the light gets in,
making everything strange
seem ordinary.

Elin Ap Hywell (°1962)
(vertaald uit het Welsh)


Stilleven

Een paarse krokus
zijn meeldraden crème-ei geel;
noorderlicht
een gerild glazuur
op de witte geëmailleerde mok.

Jij bent mijn Hollandse schilderij:
de plek waar het licht binnenkomt,
waardoor alles wat vreemd is
gewoon lijkt.

Elin Ap Hywel (°1962)
(vertaald uit het Welsh)

From: The Bloodaxe Book of Modern Welsh Poetry: 20th century Welsh-language poetry in translation
Publisher: Bloodaxe Books, , 2003

Het witte blad, een poging.

Karla Ortiz, of het ontstaan van een kunstwerk.

This video was filmed within a span of 3 days and a half. The piece is called "Second Omen", 5x8 graphite on paper.
Karla is an award winning artist who enjoys working on a diverse and wide variety of projects.

Karla loves good music, good stories, good laughs and good food. She paints her days away with her cat Keedy Bady , and that's how she likes it.


https://www.karlaortizart.com/about

‘Second Omen’. Karla Ortiz
'De angst voor het witte blad'.

Had ik de wereld geschreven, ik had haar
direct weer geschrapt. Niet uit hypochondrie

maar uit vakmanschap. De wereld is samen
te vatten in de witheid van één blad en dan
moet je dat doen ook, geen gezeur. Maar omdat
je daar niet van kunt leven, schrijf ik meestal
om het even wat en maak mijn lezers wijs
dat daarin de wereld ligt vervat. Ik schrijf

bijvoorbeeld: ‘Wit is waarheid. Woorden
bedrog.’ Of: ‘Zo is het toch?’ Of nog:

‘Maar ik hou niet van wat waar is! Geef
mij maar notaris Van der Leugen. Die
legt alles in een officieel geheugen vast
en, door de kracht van zijn pen, wordt
wat hij heeft beschreven voorgoed van
onbestaand naar onvergankelijk verheven.’

Is dat niet mooi
omschreven?

Tom Lanoye (1958). Uit: ‘De meeste gedichten’

Hagelwit. Zo zag het iconische Gentse Graffitistraatje er vandaag heel even uit. Het GUM (Gents Universiteitsmuseum) schildert samen met Gentse street art-kunstenaars dit straatje wit als ode aan het witte blad en kondigt zo ook een bijzonder boek aan: ‘Welkom in het hoofd van de wetenschapper’, een boek van Marjan Doom. Zij is directeur van het GUM. Dat nieuwe wetenschapsmuseum opende op 21 en 22 maart 2020 de deuren.  

Het boek van Marjan Doom is niet zomaar een boek: het is een leeg boek, met enkel een inleiding en het statement: “Soms moet je van een wit blad beginnen om tot nieuwe inzichten te komen.” (Gum: Gents Universiteits Museum en Plantentuin. 2020)

"Het 'GUM' is een museale vertaling van het Durf Denken-ideé.  Het is een wetenschapsmuseum dat de klemtoon legt op de zoektocht naar kennis.  Wetenschap geïllustreerd als een creatief, steeds evoluerend en pluralistisch concept.  De schoonheid van dat proces wilden we naar buiten brengen.  Het witte Graffitistraatje en de witte boeken leken ons de perfecte manier om dat te doen."   (Marjan Doom, directeur GUM. 

https://www.gum.gent/nl/nieuws/soms-moet-je-met-een-wit-blad-beginnen-om-tot-nieuwe-inzichten-te-komen

Foto door Lukas op Pexels.com

In de onderstaande video vertellen acht schrijvers hoe ze de confrontatie met het witte blad aangaan of doorstaan. Met: Jonathan Franzen, Lydia Davis, Joyce Carol Oates, Margaret Atwood en David Mitchell. Je kunt onderschriften activeren. (5’04”)

Margaret Atwood:

‘It’s a bit like skiing: if you’re skiing downhill and you stop in the middle to think ‘How am I doing this?’, you’ll fall over.’
Foto door Anna Nekrashevich op Pexels.com

Het witte blad klinkt vernieuwend, maar grijpt in feite terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Het roept een wereld op waar belangen ondergeschikt zijn aan logische regels die iedereen erkent, ook als ze hem of haar niet goed uitkomen. Maar de mens heeft de politiek juist bedacht omdat zijn natuur anders in elkaar steekt. We hebben zelf het beste met de gemeenschap voor, maar we vermoeden dat anderen niet zo zijn. En dus stellen we grenzen aan ons altruïsme. Het gemeenschappelijke doel waarover we het eens moeten zijn voor we het witte blad bovenhalen, bestaat niet. We beweren van wel, maar we weten dat het niet zo is. En daarnaar gedragen we ons.

(Uit: De paradox van het witte blad, Bart Sturtewagen in ‘De Standaard’ van 12 juni 2015)

Foto door Eva Bronzini op Pexels.com

‘Ik wilde het eindelijk weleens weten. Hoe vals, hoe bescheiden of hoogmoedig, hoe nederig of hovaardig ben ik? Kortom, wie denk ik eigenlijk dat ik ben? Uiteraard kwam ik er niet uit. Nog nooit ben ik al denkend ergens uitgekomen.’ (Bernard Dewulf)

René Magritte, La Page blanche (Het onbeschreven blad), 1967, olie op doek, 54 x 65 cm

Volgens Georgette Magritte is dit het laatste werk van de kunstenaar voor zijn overlijden in augustus 1967. Enkele weken eerder had Magritte aan een bezoekend journalist gevraagd om het werk te beschrijven. Toen de journalist een halve maan achter bladeren zag, veranderde Magritte het werk: het werd een volle maan op het gebladerte. Daarna zagen nog twee andere bezoekers het werk en telkens hield Magritte rekening met hun commentaar en paste het aan.

Syndrome de la page blanche

Sneeuw

Wij hebben niets meer dan het witte blad van noode,
waar – zooals zuiver sneeuwen op de aarde dwaalt
de overluchtsche vlucht van de gedachte daalt,
door ééne wenk der wimpers tot dit uur ontboden.

Wij waagden éénmaal ons, het overvele ontvloden,
in ’t hart der stilte, wit van een volstrekt gemis.
Waar aanvang nam wat thans dit levend sneeuwen is,
hebben wij niets meer dan het witte blad van noode.

Ida Gerhardt (ca. 1950)
‘Sneeuw’, een ongepubliceerd gedicht van Ida Gerhardt, is op 31 januari 2002 verschenen in het eerste nummer van het poëzietijdschrift Awater

Foto door Brad op Pexels.com
DE VOGELS

De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven
een winterbrief aan de mensen in de straten.

Cirkelend op het witte blad van de hemel
zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen.

Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens.
De taal der vogels is vol gevleugelde woorden.

Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.
Weinigen worden wijs uit hun verhaal.

Maar de kinderen spellen het spelenderwijze
en de dichters schrijven het blindelings na.

uit: Gedichten 1950-1980 van Bert Voeten (1918-1992)

Foto door Soner Arkan op Pexels.com

Verdampt, verdwenen, gesmolten, uitgeveegd?
Eens woorden of kleuren in hoofden en in open zielen zijn gaan wonen beginnen ze hun eigen levens te leiden.
Ze vermengen zich met dromen van de ontvanger, worden wel eens fluisterend herhaald of schieten wortel in een zoekende ziel.

Het volgende witte veld wacht als een moeder op de thuiskomst van haar kinderen.

(Gmt)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Een nar, of de wijsheid van het ongerijmde?

Maître de 1537, Portrait of a fool looking through his fingers. Former Netherlands, c. 1548.rs, circa 1548 (fragment)

“De figuur van de dwaas liep van de marge van middeleeuwse manuscripten naar de wereldse hoven van de Renaissance en keerde vervolgens terug op papier als Yorick van Hamlet,” schrijft Dominic Green van de Wall Street Journal. “ Later, in het tijdperk van rede en democratie, werd de parodist van koninklijke waardigheid een spiegel van de universele conditie: Dostojevski’s ‘heilige dwaas’ en Picasso’s groezelige clowns; Stan Laurel en Oliver Hardy om Buster Keaton niet te vergeten.”

In medieval times, the definition of the fool was derived from the Scriptures, particularly the first verse of Psalm 52: ‘Dixit insipiens…’ (The fool has said in his heart, ‘There is no God’). Madness was primarily seen as ignorance and an absence of love for God, but there were religious fanatics too, such as Saint Francis. So in the thirteenth century, the idea of madness was inextricably linked to love and its measure or excess in the spiritual, then the earthly realm. (Codart)

Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516), The Ship of Fools (detail), ca. 1500-10
Musée du Louvre, Paris

De status van de nar verschoof van mystiek en symbolisch naar politiek en sociaal: in de veertiende eeuw werd de hofnar de geïnstitutionaliseerde antithese van koninklijke wijsheid en zijn ironische of kritische observaties werden steeds meer geaccepteerd. Er ontstonden nieuwe beelden waarin de nar werd afgebeeld met een opvallend kostuum: een bauble (schijnscepter), een gestreepte of ‘half en half’ outfit, een pet en bellen. (ibidem)

Lucas van Leyden (Netherlandish, ca. 1494–1533). A Fool and a Woman, 1520. Etching and engraving,

A kind of mirror, it was also a reminder of the vice of vanity. The fool could as easily succumb to narcissism as anyone else.

Jacquemart de Hesdin, The Fool (detail) from Psalter of the Duke of Berry, ca. 1386
Ontworpen als illustratie bij psalm 52 van het psalter van de hertog van Berry, toont deze afbeelding de dwaas gedeeltelijk ontkleed, knuppel in de hand, terwijl hij in een brood of een wiel kaas bijt. Deze afbeelding, een van de vroegste die te zien is, is gebaseerd op het gevestigde archetype van de “arme stakker” met een knuppel. De Hesdin ontleende deze compositie aan het eerdere getijdenboek van Jeanne d'Évreux (1324-28), maar hij plaatste zijn nar in een bos met een achtergrond met rode patronen. Er is ook iets bijna adelijks aan deze man op blote voeten; zijn gedrapeerde witte doek is smetteloos, waardoor hij er elegant uitziet. De lange wandelstok op zijn schouder lijkt nauwelijks op een wapen, maar eerder op een sportstok, zoals de stokken die Franse aristocraten zouden hebben gebruikt bij veel 14e-eeuwse bowl games. (ARTnews)

Photo : Photo A.Gossens/Museum Kurhaus Kleve – Ewald Mataré-Sammlung,

Volgens de Nederlandse kunsthistoricus Guido de Werd diende dit beeld als morele waarschuwing: pas op voor de vrouw die van het rechte pad afdwaalt, ze zal uiteindelijk haar verstand verliezen. Geleerden weten nog steeds niet zeker of dit werk bedoeld was voor een patriciërsinterieur of een herberg; het laatste zou logischer zijn aangezien de vrouwelijke figuur hetzelfde gezicht heeft als Van Trichts voorstelling van Maria Magdalena, de beschermheilige van boetvaardige zondaars en seksuele verleiding, die hij maakte voor het altaarstuk van de Sint-Nicolaaskerk in Kalkar, Duitsland. (ibidem)

Naar Hiëronimus Bosch ‘Concert in een ei”. Midden 16de eeuw.

In de Middeleeuwen was de figuur van de nar nauw verbonden met religieuze en morele kwesties. De nar, symbool van de ‘goddelozen’, leefde in de marge van de maatschappij en tartte de goddelijke en sociale orde. Zijn toestand werd als besmettelijk beschouwd, vooral wanneer er liefde en passie in het spel waren – twee overweldigende en oncontroleerbare krachten. Net als in epische cycli, de Arthur- en Karolingische legenden, waar hoofdpersonen ver verwijderd van de codes van hoofse liefde werden meegesleurd in een draaikolk van verlangen, lust en verderf.

Sociaal gedefinieerd door zijn verschil, verwerpt en fascineert de dwaas tegelijkertijd, waardoor hij al snel niet alleen de rol van een moreel symbool aanneemt, maar ook een specifieke sociale functie. Met zijn bellen, gestreepte mantel en kap betreedt de nar het hof en wordt hij de onmisbare tegenhanger van de koninklijke macht: een satirisch en subversief personage, de enige die het gezag in twijfel mag trekken. (Domus Giorgia Aprosio)

Quinten Metsys ‘Hou je mond dicht’. Rond 1528

In de Vlaamse traditie is de nar de figuur van de dwaas als een spiegel van menselijke tegenstrijdigheden vaak met een ironische en visionaire benadering. Kijk ook maar eens naar de Vlaamse Spreekwoorden (1607) van Pieter Brueghel, een visionaire encyclopedie van alledaagse dwaasheden waarbij populaire gezegden en spreekwoorden vertaald worden in surrealistische en satirische beelden. ‘Het schip der dwazen’ van Jheronimus Bosch is een ander voorbeeld. Van de minder bekende Marx Reichlich ‘ een fraai portret van ‘Een Nar’, begin zestiende eeuw.

‘Het Schip der Dwazen’ (ca. 1500), van Jheronimus Bosch. RMN-GRAND PALAIS (MUS-E DU LOUVRE)/FRANCK RAUX
In de vastelavondliteratuur (vastelavondviering) is het narrenschip het vervoermiddel bij uitstek van allerlei "buitenmaatschappelijken'; dronkelappen, overspelige vrouwen, hoerenlopers en ander maatschappelijk wrakhout worden uitgenodigd aan boord te komen. Door omkering van de moraal en door middel van felle satire benadrukt men dat allen die niet aan de eisen van de geordende samenleving voldoen, zich moeten aanpassen of verdwijnen. (DBNL 2012 'nar')
Marx Reichlich, A Jester. Tyrol (ca. 1519-1520). © Yale University Art Gallery.

De hofnar

Een der beroemdste narren was Triboulet, de nar van Frans I. Gewoonlijk droeg deze tabletten bij zich, op welke hij den naam der hovelingen schreef, die zich, volgens hem, door gekke daden onderscheidden. Eens vernam hij dat Karel V door Parijs komen zou en zich dus als het ware aan zijnen mededinger overleverde.
‘Die prins,’ zeide Triboulet, ‘is gek en verdient op mijne lijst te staan!’
‘Maar,’ vroeg de koning, ‘als ik hem laat doorgaan, wat zult gij dan zeggen?’
‘In dat geval, Sire, zal ik zijnen naam van mijne tabletten vegen, en er den uwe op schrijven.’

Uit ‘De Belgische Illustratie’ Jaargang 6. (1873-1874)

Aquamanile (waterkan) : Aristotle and Phyllis. South Netherlandish, (ca. 1380). © The Metropolitan Museum of Art.

Wat er in de 18de-19de eeuw met de nar gebeurde, de verwarde mens die zorg nodig had, is een ander verhaal. Waan en/of waanzin was geen straf van God, maar ging namen krijgen die -hoopten wij- voor zorg, troost en/of heling zouden zorgen. De titel van het boek ‘De waan van de waanzin. De psychiatrie als voortzetting van de inquisitie” (Thomas S. Szasz) voorspelde alvast niet veel goeds, maar dat boek is intussen vijfenvijftig jaar oud. Toch? Dat enkele hofnarren intussen koningsgewaden hebben aangetrokken waarborgt ook niet dadelijk de vrijheid van het menselijk denken. Hoe de moderne nar in de twintigste en eenentwintigste eeuw theaters en schermen ging bevolken kun je alvast in diverse media zelf nog dagelijks in levende lijve meemaken.

Hierbij nog een zeldzame foto van Buster Keaton, acteur, regisseur. (1895-1966). The Great Stone Face. Virtuoos in de visuele komedie. En daaronder een suite van fragmenten waarin hijzelf duidelijk aanwezig is, en er ook zelf elke halsbrekende stunt uitvoerde. Een heuse nar uit de twintigste eeuw. De weemoedige verliezer die steeds weer opnieuw wil beginnen.

Buster Keaton met zijn zoontjes James en Robert 1928

‘Spring with a difference’

Claude Monet (1840–1926), Spring, 1886, oil on canvas, 64.8 x 80.6 cm, (detail) The Fitzwilliam Museum, Cambridge. Public domain image

Spring
Louise Imogen Guiney (1861-1920)

With a difference —Hamlet.

Again the bloom, the northward flight,
The fount freed at its silver height,
And down the deep woods to the lowest,
The fragrant shadows scarred with light.

O inescapable joy of spring!
For thee the world shall leap and sing;
But by her darkened door thou goest
Forever as a spectral thing.
Lente
Louise Imogen Guiney

Met een verschil - Hamlet.

Opnieuw de bloei, de vlucht naar het noorden,
De bron bevrijd op zijn zilveren hoogte,
En door de diepe bossen naar het laagste,
De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.

O onontkoombare vreugde van de lente!
Voor jou zal de wereld springen en zingen;
Maar door haar verduisterde deur ga jij...
Voor altijd als een spookachtig ding.
“Lente” staat in Louise Imogen Guiney's eerste dichtbundel Songs at the Start (Cupples Upham and Company, 1884). In zijn essay “The Poetry of Louise Imogen Guiney”, noteerde dichter, toneelschrijver en scenarioschrijver George O'Neill in 1931: “Miss Guiney's schrijven toont een uitmuntend oor. Ze vocht compromisloos tegen de tirannie van de Engelse sibilantie (sissende s-klanken): haar succes in deze strijd noemde ze ooit (in een brief aan de huidige schrijver) 'mijn kleine geheim'; het zal in feite een grote rol spelen in haar beste vers-muziek. Ze tolereerde geen slechte rijm, rijm om het rijm, kakofonie, slechte grammatica, geforceerde constructies, spreektaal of stereotype. 

(Poem-a day)

Lees de bundel on line:
Maurice de Vlaminck. (1876-1958) Kasstanjebomen in bloei. 1905-1906

Het gedicht ‘Lente’ van Louise Imogen Guiney heeft duidelijk een ondertitel, een verwijzing naar Hamlet: ‘with a difference‘.

Aan koningin Gertrude biedt Ophelia wijnruit-bloemetjes aan, een symbool van verdriet en berouw, die door de koningin “met een verschil” (…wear you rue with a diffrence) moeten worden gedragen. Ophelia kan niemand viooltjes aanbieden omdat er geen trouw is aan dit hof. Is dat het verschil?. (en volgens Luk 11:42 zouden die zgn. viooltjes inderdaad eerder ‘ a bitter-tasting garden herb (Ruta graveolens) zijn)

Hoewel Ophelia gek is, lijkt het erop dat haar bloemen een niet zo gekke betekenis hebben.

Ten eerste heeft Ophelia de betekenissen van de bloemen niet verzonnen; ze zijn allemaal traditioneel. Shakespeare’s publiek zou bekend zijn met het idee dat rozemarijn “ter herinnering” is en viooltjes “voor gedachten”.

Ten tweede lijken de betekenissen van de bloemen te passen bij de personen in de scène. De rozemarijn voor herinnering en de viooltjes voor gedachten zouden bijvoorbeeld naar Laertes kunnen gaan, die zich zijn vader herinnert en aan zijn zus denkt. De venkel voor vleierij en de akeleien voor ondankbaarheid zouden naar de koning kunnen gaan. Ophelia heeft wat wijnruit, voor verdriet en berouw, en misschien geeft ze wat aan de koningin, met de opmerking dat “je je wijnruit met een verschil moet dragen” (4.5.183), omdat het verdriet en de berouw van de koningin niet hetzelfde zijn als die van Ophelia. Er is een madeliefje voor bedrog, dat ook naar de koningin zou kunnen gaan, of misschien naar de koning. Tot slot zijn er viooltjes voor trouw. Ophelia zegt over hen: “Ik zou je wat viooltjes willen geven, maar ze zijn allemaal verdord toen mijn vader stierf: ze zeggen dat hij een goed einde heeft gehad.” (4.5.184-186).

“Ophelia:
There’s rosemary, that’s for remembrance.
Pray you, love, remember. And there is pansies,
that’s for thoughts. . . .
There’s fennel for you, and columbines.
There’s rue for you, and here’s some for me; we
may call it herb of grace o’Sundays. You must wear
your rue with a difference.
There’s a daisy. I would
give you some violets, but they withered all when
my father died. They say he made a good end."

En laat dan ook nog eens Alicia Andrzejewski beweren dat :

Rue is a plant with yellow flowers that “emit a powerful, disagreeable odor and have an exceedingly bitter, acrid and nauseous taste” (“rue” Botanical.com). According to John Gerard’s The Herball or Generall Historie of Plantes (1597), rue has a wide range of medical uses, one of which is as an abortifacient. Provoking an abortion was its “most recognized use in classical antiquity and the Middle Ages,” as John M. Riddle argues in Eve’s Herbs: A History of Contraception and Abortion in the West. (Synapsis aliciaandrzejewski)

En , ik citeer uit de onderstaande tekst: ‘Terwijl de Latijnse wortels voor ‘rue’ negatieve connotaties hebben betekent het Griekse reuo, een andere oorsprong van de naam, bevrijden. (Brewer 1082). Of: de veelvuldige mogelijkheden tot interpretaties ontdoen hem van de tijdelijkheid en plaatsen het werk van dichter en dichteres in de tijd waarin gisteren en morgen ook vandaag aanwezig blijven.

Lees:

Harold Harvey. Cornish Children

Maar…het is hoe dan ook lente. Te koud, te warm, te droog. Maar dat licht! “De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.” En er is in hand- en oorbereik het Allegro van Händel ‘Sweet Bird’ Uitvoering met Amanda Forsythe, Emi Ferguson & Voices of Music in 4K video. Met de vermelding: ‘NB: During filming, birds gathered outside the window and started singing! You can hear them in the video.’

Je kunt het transcript volgen, gewoon genieten van deze heerlijke uitvoering en zachtjes of luidop meezingen is wellicht hier en daar toegelaten, maar...with a difference. De levenden en…hij of zij die nog als ‘geest’ in de herinnering verblijft, en tot in de schoonheid van deze muziek aanwezig blijft.

Geniet!

Sonnet 98. William Shakespeare

From you have I been absent in the spring,
When proud-pied April, dressed in all his trim,
Hath put a spirit of youth in everything,
That heavy Saturn laughed and leapt with him.
Yet nor the lays of birds nor the sweet smell
Of different flowers in odor and in hue
Could make me any summer’s story tell,
Or from their proud lap pluck them where they grew.
Nor did I wonder at the lily’s white,
Nor praise the deep vermilion in the rose;
They were but sweet, but figures of delight,
Drawn after you, you pattern of all those.
 Yet seemed it winter still, and, you away,
 As with your shadow I with these did play.

In ’t voorjaar ben ik van je weg geweest,
toen bonte April, op zijn paasbest gekleed,
nieuw leven bracht, dat met verjongde geest
Saturnus zelfs van vreugde dansen deed.
Toch liet mij vogelzang er niet toe komen,
noch bloem die door haar geur en tint verrukt,
dat ik ’t verhaal verteld heb van de zomer,
of uit die schoot haar trotse bloei geplukt.
Geen lelie die mij in extase bracht,
geen rozen prees ik om haar vermiljoen,
zij, zoet alleen en zinnebeeld van pracht,
stonden slechts jou, hun voorbeeld na te doen.
Maar het leek winter, toen jij weg was en
als met jouw schaduw speelde ik met hen.

(vertaling H.J. de Roy van Zuydewijn)

Foto door Roman Kaiukud83cuddfaud83cudde6 op Pexels.com

De schoonheid van het alledaagse: Harold Harvey (1874-1941)

Harvey, Harold C.; A Kitchen Interior; 1918; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; This domestic scene depicts Harvey’s wife Gertrude in their kitchen at Maen Cottage.

De Newlyn School-schilder Harold Harvey (1874-1941) staat bekend om zijn portretten van het dagelijks leven van Cornish-vissers, mijnwerkers, boeren en figuren in huiselijke interieurs evenals voorstellingen van het Cornish landschap. Hij werd geboren in Penzance, volgde zijn opleiding bij Norman Garstin aan de Académie Julian in Parijs en bleef in Penzance wonen totdat hij er Gertrude Bodinnar ontmoette, collega en model aan de Stanhope Forbes School of Painting. Na hun huwelijk in 1911 woonden ze in Maen Cottage in Newlyn. Gertrude poseerde vaak voor Harvey in zijn schilderijen van huiselijke interieurs en ze waren bevriend met zowel Laura en Harold Knight als Dod en Ernest Procter, waarmee ze in de jaren 1920 een schilderschool runden.

(David Saywell. ARTUK)

Harold Harvey ‘Winding wool’


De onderwerpen die hem inspireerden waren de onderwerpen die hij voor zijn deur vond: Cornish’ mensen aan het werk, spelende kinderen en intieme interieurs. Veel van zijn tijdgenoten in Newlyn waren bezoekende ‘waarnemers’, maar voor Harold Harvey, die Cornwall zelden verliet, hoewel hij regelmatig exposeerde in de Royal Academy, was het schilderen van de Cornish-wereld zijn hele leven.

While his early work is very much of the style of the founders of the Newlyn School, in the early 1900s the colony itself began to change and new influences made their mark. Laura and Harold Knight arrived in the village in 1907 and Ernest Procter and his later wife Doris (Dod) Shaw in the same year. Not far away, in the Lamorna valley, worked Samuel John 'Lamorna' Birch, Robert and Eleanor Hughes, Frank and Jessica Heath, and Charles and Ella Naper.

Harold Knight. “A Cornish Boy’. 1917. Oil on canvas Maas Gallery

Rond de Eerste Wereldoorlog gingen Harold en Laura Knight vaak op schildervakantie in Cornwall. Ze verbleven in caravans bij hun vrienden Harold en Gertrude Harvey en Charles en Ella Naper. Harold Harvey schilderde onmiskenbaar dezelfde jongen in 1917 (Narcissen, Christie’s 28 november 1996), naar ons kijkend met een mand bloemen in zijn typisch brede hand. Knight gaf de voorkeur aan een hard profiel en een vlakkere behandeling en schilderde dezelfde jongen in hetzelfde jaar, met een hoed die typisch is voor vissers uit Newlyn (Knight droeg er zelf ook een).

Harold Harvey
Daffodils
Oil on Canvas
20 x 16 in.

In het vissersdorp Newlyn, in het Engelse Cornwall, vlak bij Penzance, bestond van omstreeks 1880 tot in het begin van de twintigste eeuw een artiestenkolonie, de Newlyn School genoemd. Het dorp was aantrekkelijk voor schilders: mooi licht, goedkoop leven en betaalbare modellen. Vaak was het strand, de haven van Penzance, de zee of het harde leven van de vissers onderwerp van hun schilderijen. Over Walter Langley, de eerste schilder die er zich vestigde, maakten we in 2006 een bijdrage: ‘Armoede en sentiment: Walter Langley’, hier te raadplegen.

Harold Harvey ‘Springtime in the Orchard’

En dan is er het licht. Vanuit het raam, over de blonde hoofdjes van de twee kleine kinderen, weerkaatst door het witte tafelkleed en verzacht met het tedere geel van de sjaal om moeders schouders. Het kleine meisje drinkt, moeder geeft een bord door aan de nabije jongen. Man en zoontjes wachten. Het is nog vroeg in de morgen. Links in beeld een kom met een goudvisje. Er is een zekere gelatenheid, maar ook rust. Thuis zijn, nog even voor het uitzwermen naar school en werk. Stilte. Nog even en dan begint het tafereel te bewegen en kan ik mij de lege tafel voorstellen.

Familie aan tafel circa 1912

This superb British figurative interior oil painting is by noted Newlyn school artist Harold Harvey. Painted circa 1912 the composition is a Cornish family, bathed in golden light, seated around a table having a simple meal. The mother, dressed in a yellow shawl and standing next to her husband is passing a plate to her son. The two younger children, sat in the bay window, are drinking their tea. The wall paper is also yellow with flowers and the children's hair gleams like gold. There are some lovely little details such as a gold fish in a bowl on a nearby dresser and bellows hanging by the fire surround. The British Impressionist brushwork and impasto are superb. This is a really warm and intimate portrayal of a family and a lovely example of Harvey's earlier work with good provenance. (Richard Taylor Fine Art)
The young Ménage. (1932)

Met de kinderen verschuift de tijd. Het licht is genadig, belicht ’the young ménage’ in het tijdperk tussen de wereldoorlogen, maakt de aarzelingen zichtbaar, de nieuwe modes en oude gewoonten en hoe we daarmee de dag doorkomen. Kritisch? Inderdaad.

Harvey, Harold C.; The Critics; Birmingham Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/the-critics-33954
Harvey, Harold C.; At the Dressing Table; Merthyr Tydfil Leisure Trust; http://www.artuk.org/artworks/at-the-dressing-table-153512

Gertrude and Harold Harvey set up home at Maen Cottage, Newlyn, high above the rest of the village, with a magnificent view of Newlyn Harbour, Mount’s Bay and Penzance. Gertrude was proud of her house and garden, and Harold’s own love for his home is evident in his paintings. The house, the garden, the view and Gertrude herself all feature regularly in Harvey’s work, although he also had a studio in the village.

Rear view of a woman (Gertrude Harvey) standing to the right of a dressing table by a window, adjusting her hair (1920)

Harvey, Harold C.; Mother and Child; Amgueddfa Cymru – National Museum Wales; http://www.artuk.org/artworks/mother-and-child-161017
Harvey painted a number of works with this theme. Harold and Gertrude loved children but did not have any of their own. It is felt by some that works such as this one express this lack in his life. The models for this painting are Nannie Pearce Tregenza Tregenza and her son Joseph. (ART UK)
Harvey, Harold C.; St Just Tin Miners; Royal Institution of Cornwall; http://www.artuk.org/artworks/st-just-tin-miners-13945

De twee mannen op de voorgrond zijn Nicholas Grenfell en Sidney Angove, die in de mijnen Geevor en Botallack in de parochie St Just werkten. Achter hen heeft Harvey een tinmijn in Maleisië geschilderd. Aan het eind van de jaren 1920, met de opening van alluviale tinafzettingen in Malaya, werd de prijs van Cornish tin onderboden, waardoor veel mijnwerkers naar Zuidoost-Azië, de VS, Australië en Zuid-Afrika emigreerden op zoek naar werk. Dit werk werd in 1936 tentoongesteld in de Royal Academy. (Art UK)

HAROLD HARVEY 1874-1941 O/C IMPRESSIONIST PAINTING “PIONEER OF AERIAL NAVIGATION”

Harold Harvey died on Monday 19 May 1941 at his home in Maen Cottage, aged 67. Stanhope Forbes wrote ‘…Cornwall may indeed be proud to have produced so fine and sincere an artist.’ Judging by the warmth of affection with which his work is held in his native county, Cornwall is still justly proud.