M. Vasalis. Op een muur: Sint Janskerkhof 8, 's-Hertogenbosch, Nederland
Foto door Sue Rickhuss
Als kind herinner ik mij een zomermorgen, zittend op een schommel, wachtend op een stevige duw in de rug toen ‘het gele vlindertje’ voorbij kwam gedanst. “Pa, een flikketeer!’ Nog luid genoeg om het als iets oudere aardbewoner levendig te herinneren. Daarna de hand en de bijna zesjarige beseft wat vliegen is, los van de zwaartekracht. ‘Hoger, papa!’
Een vroege ervaring van ‘vlinderzucht’. Kijk hoe de streek zijn naamgeving heeft bepaald.
Uit het woordenboek van de Vlaamse dialecten. Universiteit Gent.
Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zi, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhuang Zi was. Nu is de vraag of ik Zhuang Zi ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was.
Zhuang Zi
Foto Sazzad Shihab
Beeldend kunstenaar Carlos Amorales (Mexico-Stad, 1970) worstelt met de grote vragen van deze tijd. Zoals: hoe verhoudt zich het private tot het publieke domein? Wat is de betekenis van ‘identiteit’, zowel persoonlijk als collectief? Wat zijn de gevolgen van de kolonisatie van internet en de media door de grote technische bedrijven? Hoe oefent kunstmatige intelligentie controle uit over de schijnbaar chaotische wereld van internet en wat is de invloed van de poppenspelers die hier aan de touwtjes trekken – waarbij de algoritmen de touwtjes zijn? (NRC Janneke Wesseling. 11/12 2019)
Hij voorzag gangen en kamers van de Fondazione Adolfo Pini in Milaan van een opvallend kunstwerk met 15.000 papieren vlinders, onderdeel van de solo tentoonstelling L’ Ora Dannata ( het beschadigde uur)
De installatie met de zwarte vlinders van papier draagt de naam Black Cloud. Wie de vlinders volgt door het gebouw van de Fondazione Adolfo Pini komt vanzelf bij de andere werken van Amorales uit. Centraal hierbij staat het werk Life in the folds. Deze bestaat uit een tafel met daarop uitgeknipte mensfiguren en bomen. Het werk is een aanklacht tegen het geweld dat mensen elkaar aandoen.
De Mexicaanse kunstenaar, Carlos Amorales, zal zijn Black Cloud in zijn thuisland zeker in het echt hebben gezien: in het najaar trekt de Monarch- vlinder met miljoenen tegelijk van Noord-Amerika naar Mexico om daar te overwinteren, en in de lente trekken ze in massale vlinderwolken weer terug.
Deze installatie is een goede illustratie van zijn kunst: nooit beperkt hij zijn werk tot een individueel stuk, de herhaling, de massaliteit is zijn kracht. Je kijkt niet naar één paneel van 1×2 m, maar naar wanden vol, niet één ocarina maar honderden, het geheel, het totaal vormt het kunstwerk.(Kunst op de klapstoel 24 dececmber 2019)
Het idee voor de installatie kreeg de kunstenaar in een droom. Hij droomde over een kamer vol motten en vond dat een dusdanig sterk beeld dat hij de droom zelf uit liet komen. Hij knipte duizenden zwarte nachtvlinders uit papier en behing er zijn atelier mee. Ze volgen hem inmiddels overal waar hij komt en ‘vlogen’ zo al diverse musea over de hele wereld binnen. (digitale kunstkrant nl)
Het Stedelijk Museum in Amsterdam bestelde bij de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales een ‘special edition’-mondkapje. Hij leverde, naar zijn beroemde installatie Black cloud, het motief van een zwarte vlinder. De opbrengst gaat naar Amorales’ eigen solidariteitsfonds. (De Standaard 2020)
Symbool van de ziel? De transformatie van rups naar vlinder is vaak een metafoor voor de reis van de ziel, van leven naar dood en wedergeboorte.
Sneeuwwitte vlinder van den dood, sinds ik u heb zien dansen is elke bloei te groot en elk ontwaken hinder; dat ik zooveel verminder' aan wil en zwaart', om nog het woord te vinden - o wankelende kansen - dat vederlicht en onvervaard uw vluchten evenaart.
Te warm om buiten de vlinders in levende lijve te ontdekken? Maak het je gemakkelijk, luie zetel en dan dit mooie concerto van Gang Chen, Zhanhao: The Butterfly Lovers (1959).
In a short film titled “Snovník,” or “Dreamer,” Czech Republic-based filmmaker Laura Boráros introduces a bright red protagonist who is unable to sleep when he can’t ignore the rowdiness resonating from above his bedroom ceiling. Taking matters into his own hands, he makes his way upstairs and knocks on his neighbor’s door—and...? (Colossal)
In de kortfilm “Snovník”, of “Dromer”, introduceert de in Tsjechië gevestigde filmmaakster Laura Boráros een knalrode hoofdpersoon die niet kan slapen als hij de luidruchtigheid niet kan negeren die van boven het plafond van zijn slaapkamer weerklinkt. Hij neemt het heft in eigen handen, baant zich een weg naar boven en klopt op de deur van zijn buurman – om vervolgens …
Bleek het in Picasso’s droom nog de droomster zelf het onderwerp en kon de kijker naar eigen nood en vermogen de inhoud aanvullen, dan was in de kinderlijke droomwereld de nachtmerrie een verwilderd paard dat je net voor de afgrond in de diepten van het eindeloos vallen kon werpen. Hieronder is wellicht de droomster de gedroomde.
Pablo Picasso De Droom. 1970
De gedroomde. Hoe zij in het mooie doek ‘Paysage Bleu’ uit 1949 de kijker aankijkt. Zij verbindt ons met de voorstelling die eerder in het onderbewuste huist. Het deel van de geest dat niet onmiddellijk toegankelijk is voor het bewuste denken maar wel invloed heeft op gedachten, gevoelens en gedrag zoals A.I. dat keurig formuleerde.
Marc Chagall, Paysage Bleu, 1949
Lees en bekijk: A clearing house for dreams and visions: Joseph Cornell.
Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel) 1500–1505, oil on oak by Hieronymus Bosch (c.1450–1516)
Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel)
De grenzeloze capaciteit die de droom en de artistieke verbeelding delen, werd levendig opgeroepen in de hersenschimmen van de Nederlandse schilder Jeroen Bosch (ca. 1450-1516), waarin mensen samensmelten met uitvergrote weekdieren en flanerend onder het vorstelijke plantenleven, zoals te zien is in het laat vijftiende-eeuwse drieluik 'De tuin der lusten'. (ArtUK 2020 The art of dreams. Chloe Nahum)
De wereld scheen vol lichtere geluiden en een soldaat sliep op zijn overjas. Hij droomde lachend dat het vrede was omdat er in zijn droom een klok ging luiden.
Er viel een vogel die geen vogel was niet ver van hem tussen de warme kruiden. en hij werd niet meer wakker want het gras werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.
Het regende en woei. Toen herbegon achter de grijze lijn der horizon het bulderen - goedmoedig - der kanonnen.
Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef, bevrijdde zich het laatste wat hij schreef: liefste de oorlog is nog niet begonnen.
Het zou de synthese kunnen zijn. Water en woud. De wolken ontbreken. In ‘Prisma van symbolen’ beschrijft Hans Biedermann (1992) het woud:
WOUD
Anders dan afzonderlijke bomen een wijdverbreid symbool van een wereld, die als ‘buitenwereld’ tegenover de microkosmos van het ontgonnen land staat. In sprookjes en sagen wordt het door geheimzinnige meestal bedreigende wezens bewoond (heksen, draken, reuzen, dwergen, leeuwen, beren enz.), die alle gevaren belichamen, die de jonge mens het hoofd moet bieden, wil hij in de loop van zijn initiatie tot verantwoordelijk mens rijpen; een beeld dat teruggaat op tijden dat uitgestrekte landstreken met bos bedekt waren en terwille van de landbouw ontgonnen moesten worden. (ensie nl)
Foto door diana plotkin
“Volgens de dichterlijke Edda, de Oudijslandse bundel stammend uit heidense dagen, zullen Múspells zonen dit geweldige woud doorkruisen wanneer zij uit de vuurwereld tevoorschijn komen om de onze ten einde te brengen. Met enige vrijheid werd de naam ook aangewend voor sommige uitgestrekte bossen in Scandinavië, zoals Kolmården in Zweden. Maar het echte, oorspronkelijke Merkwede ware dat oeroude markwoud in het zuiden dat de Germaanse wereld scheidde van ander volk. Het strekte van het Ertsgebergte in het oosten tot helemaal aan de Rijn in het westen, waar nu het Zwarte Woud vereenzaamd staat.” (Het woud tussen de werelden Olivier van Renswoude)
Centraal op de tekening staat een kale, oude boom met daarop een uil. Op de takken van deze boom zitten een aantal vogels, waarvan er één naar de uil krijst. Ook staat er tegen de boom een specht. Onderaan de boom ligt een vos met daarnaast een haan. Uit het bos erachter groeien twee oren en op de voorgrond liggen zeven ogen. (ibidem)
In het Woud van Lang Verwachten te paard op pad, dolenderwijs, zie ik mijzelf dit jaar bij machte tot Verlangens' verre reis. Mijn knechtstoet is vooruitgegaan om 't nachtverblijf vast te bereiden, vond in Bestemming's Stad gereed voor dit mijn hart, en mij ons beiden, de herberg, die Gedachte heet.
In 't boek van mijn gepeinzen al vond ik dan, schrijvende, mijn hart; het waar verhaal van bitt're smart verlucht met tranen zonder tal.
Charles d'Orléans” ― Hella S. Haasse, In a Dark Wood Wandering: A Novel of the Middle Ages
“En la forest de Longue Attente chevauchant par divers sentiers m'en voys, ceste année présente où voyage de Desiriers. Devant sont aller mes fourriers pour appareiller mon logis en la Cité de Destinée. Et pout mon cœur et moy ont pris l'ostellerie de Pensée.
Dedans mon livre de pensée j'ay trouvé escripvant mon cœur la vraie histoire de douleur de larmes toute enluminée.
Charles d' Orléans
Foto door George Sultan
Adriaan Morriën: De boom en het bos
Het bos is als de mensheid, te voltallig, Een zaal met vreemdelingen, een vreemdtalig volk, Dat om ons lacht in bondgenootschap met de wind, Een duldzaam ras, verslaafd aan de seizoenen, Dat in de grond graaft slechts op zoek naar water, En in de lucht boort zonder te ontstijgen, Dat al het donker van de avond tot zich trekt, Met vogels, moegevlogen vlinders, eerste sterren, Wel schoon, maar gelijkluidend aan de zee, Een hinderlaag voor kinderen en bliksems.
Maar ik voel vriendschap voor een enkele boom, Die op mij wacht wanneer ik 's avonds thuiskom, Die ik begroet en die mijn groet beantwoordt, Een hoge vindplaats van de wind, een long vol licht, Een grote hand die uit de domme grond steekt, Een open brein vol dromen en gedachten. Het troost mij dat hij mij zal overleven En dat mijn denken verdergaat in weer en wind. Want voor het zonlicht maakt het geen verschil: Zo tijdeloos als nu is het ook na mijn dood.
Uit: Libertinage. Jaargang 5.1953
Meisje in het bos. Een van de eerste olieverfschilderijen van Van Gogh
In de zomer van 1882 kan Van Gogh voor het eerst zijn eigen olieverf kopen. Hij kiest voor een praktisch palet met gezonde kleuren die hij niet zelf hoeft te mengen. Dit is een van de eerste schilderijen die hij dan maakt. Van Gogh schildert het vermoedelijk op zijn knieën. Dat zien we aan het lage perspectief en uit onderzoek, dat uitwijst dat er stukjes eikenblad van de bosbodem in de verf terecht zijn gekomen. (Kröller-Müller Museum)
Wetenschappelijk nog ten zeerste betwijfeld, maar alvast een mooi begin om samenhang te onderzoeken.
Geworteld en de armen luisterend naar de luchten horen jullie bij het huis waarin wij vluchtigheid verschalken en ons aan jullie traagheid spiegelen. Vogels wachten er op haar die gevleugelde woorden schrijft en granen strooit zoals zij dorstige bloemen water geeft.
Kind en kleinkind herkennen zij wanneer wij buiten tafelen en met herinneringen het voorbije vieren en de kortende tijd van samenzijn zich onder onuitgesproken woorden verschuilt zoals vogels zich in jullie hoge kruinen voor sperwers veilig wanen.
Stilte verenigt ons.
Gmt
Atlasceder. Wordt gemiddeld 1500 jaar oud.
Woud en bos brengen je naar het mooie werk van Hans Emmenegger (1866-1940)
Op 8 april 1665, om 14.00 uur, zien volgens contemporaine verslagen zes vissers die voor de kust van Stralsund op haring vissen en hoe zwermen vogels in de lucht in oorlogsschepen veranderen die in een daverend luchtgevecht verwikkeld zijn. Op het dek wemelt het van de spookachtige figuren. Als er tegen de avond “een platte, ronde vorm als een bord” boven de Sint-Nicolaaskerk verschijnt, slaan de vissers op de vlucht. De volgende dag - zo wordt gemeld - trillen ze helemaal en klagen ze over pijn. Toen vijf jaar daarna op dezelfde kerk de bliksem insloeg werd dat als een teken van Gods toorn gezien. Beschrijvingen en afbeeldingen van de gebeurtenis riepen een mysterieus verband op met de verwoesting van Babylon door een gigantische molensteen, zoals beschreven in het Boek Openbaring van de evangelist Johannes..
Dit fenomeen, dat in de 17e eeuw werd vastgelegd, vormde de basis voor talrijke historische illustraties. (zie hierboven) Optische verschijnselen zoals de breking van zonlicht komen in tekeningen en gravures voor als hemelse wonderbaarlijke tekenen. Afbeeldingen van fenomenen die buiten de wetten van de natuurkunde vallen, dateren al van het einde van de 17e eeuw
Het collectieve beeld van de luchtslag boven Stralsund wordt echter niet alleen geduid door de media, overtuigingen, ontwerpen en mythen uit de barokperiode. Het onthult ook wat in die tijd niet voorstelbaar was. Geen enkele 17de-eeuwse bron maakt bijvoorbeeld melding van buitenaardsen in verband met onverklaarbare hemelverschijnselen. Toch was de menselijke verbeelding al lang zover dat men zich expedities naar bewoonde planeten en bijbehorende voortstuwingssystemen kon voorstellen. Waarom niemand er ooit aan gedacht heeft dat buitenaardsen met vliegende machines in ons luchtruim zouden kunnen verschijnen, is een van de vele mysteries die de tentoonstelling “UFO 1665 ‘Die Luftschlacht von Stralsund’ (Kunstbibliothek Berlin 2023) probeerde op te lossen.”
Nicht nur das religiöse Weltbild, sondern auch das Bilddesign hatte einen maßgeblichen Einfluss auf die mediale Transformation der Luftschlacht. Eine besondere Rolle spielten futuristische Visionen von Luftschiffen, für welche sich die Menschen des 17. Jahrhunderts begeisterten. Mehr als 100 Jahre vor dem ersten bemannten Ballonflug hatte Francesco Lana Terzi (1631–1687) den Entwurf eines von Vakuumkugeln getragenen Flugboots publiziert, der europaweit Furore machte. Dass das Vorhaben nie realisiert werden konnte, tat der Euphorie keinen Abbruch. Die Menschen träumten von der Eroberung des Luftraums.
Niet alleen het religieuze wereldbeeld, maar ook het beeldontwerp had een belangrijke invloed op de mediale transformatie van het luchtgevecht. Futuristische visioenen van luchtschepen, waar mensen in de 17de eeuw enthousiast over waren, speelden een speciale rol. Meer dan 100 jaar voor de eerste bemande ballonvlucht had Francesco Lana Terzi (1631-1687) een ontwerp gepubliceerd voor een vliegende boot gedragen door vacuüm bollen, die furore maakte in heel Europa. (zie bovenste afbeelding) Het feit dat het project nooit gerealiseerd kon worden, temperde de euforie niet. Mensen droomden ervan het luchtruim te veroveren. SF uit de Baroktijd?
De Franse auteur Hervé Le Tellier speelt met een soortgelijk idee in zijn roman “Anomaly”, gepubliceerd in 2020. Op weg van Parijs naar New York vliegt een Boeing 787 door een elektromagnetische orkaan, maar komt ondanks zware turbulentie veilig neer. Na de landing in maart landt hetzelfde vliegtuig opnieuw in juni met dezelfde passagiers: de personages in dit verraderlijk geconstrueerde verhaal bestaan twee keer. Hoe kan dit? Aan de ronde tafel discussiëren wetenschappers ook over de mogelijkheid dat de wereld een algoritme is, een harde schijf van onpeilbare datagrootte, bestuurd door wezens op een hoger niveau – en wiens proefkonijn, de mensheid, aan een stresstest zou kunnen worden onderworpen door de anomalie van de dubbele Boeing. (Jens Hinrichsen Monopol M+)
Wonderbaarlijke tekenen boven Neurenberg en Bayreuth, Anno 1630. 19 Aprilis Het ongewone teken rond de zon is hier in Neurenberg ’s morgens vroeg rond 7 en 8 uur de hele dag onbeschermd gezien door Jeterman. […], Neurenberg 1630, koperplaatgravure, Staatsbibliotheek Berlijn, afdeling Handschriften en Historische prenten
Hoe kunnen we het tegendeel bewijzen als de wereld, inclusief alles wat kruipt, vliegt, denkt, poëzie schrijft en ufologenconferenties bijwoont, slechts een AI is? Dan zou de Chinese kunstenaar Cao Fei zowel gelijk als ongelijk hebben: “Alle menselijke en niet-menselijke zintuigen en ruimtes vormen de werkelijkheid. Het zou verkeerd zijn om de virtuele wereld te zien als een ruimte die tegenover deze conventionele werkelijkheid staat, ze bestaan naast elkaar,” legt de mediakunstenaar uit in het Monopol-interview. Maar in een algoritme bestaan de zintuigen en ruimtes niet naast elkaar, ze bestaan gewoon - of bestaan niet, in de zin van het liedje “We are data, data, data” van Peter Weibel met het Hotel Morphila Orchestra. (ibidem)
ster
Ik zag vanavond voor het eerst een ster. Hij stond alleen, hij trilde niet. Ik was ineens van hem doordrongen, ik zag een ster, hij stond alleen, hij was van licht, hij leek zo jong en van vóór verdriet.
Astronomen nemen al tientallen jaren aan dat het universum aan dezelfde snelheid uitzet in alle richtingen. Een nieuwe studie gebaseerd op gegevens van röntgen-observatoria doet nu veronderstellen dat deze uiterst belangrijke vooronderstelling van de kosmologie verkeerd zou kunnen zijn. Clusters van sterrenstelsels blijken zich verschillend te gedragen afhankelijk van de richting waarin men kijkt.
We willen hier geen discussies uitlokken omtrent de stand van de wetenschap, de toekomst van SF of AI maar zoals de 18de-eeuwers hun SF voorstelden beseffen wij ook dat onze hedendaagse pogingen ten zeerste aan hedendaagse voorstellingen (vorm en inhoud) van het heelal zijn gebonden en in de verre toekomst wel eens met dezelfde glimlach zouden kunnen bekeken worden zoals wij de voorstellingen van de barokkunstenaars bekijken, verondersteld dat er nog iemand deze rumoerige tijden heeft overleefd. Een boeiend initiatief daaromtrent brengt de tentoonstelling ‘Parallax’ in het Hollands College (Leuven) tot eind 2025. De rode draad doorheen de tentoonstelling zijn ‘herinneringen’. ‘Zowel onze eigen herinneringen als die van onze ouders en grootouders, beïnvloeden ons nu en in de toekomst.’
Lees:Kunst en wetenschap in dialoog met elkaar: ‘Beide groepen zijn pioniers van de verandering en van de revolutie’
Een goed voorbeeld daarvan is het werk van de Iraanse kunstenaar Mahmoud Saleh Mohammadi, die zich liet inspireren door de figuur van Georges Lemaître – de Belgische priester en kosmoloog achter de oerknaltheorie. Mohammadis werk, gebaseerd op tapijtstructuren uit Noord-Iran, hangt in de kapel van het College. 'Die plek vond mijn werk', zegt Mohammadi. 'De stilte, het hout, de geur, de akoestiek – alles draagt bij tot de ervaring. De ruimte en het werk versmelten.'
De sculptuur van Mohammadi, vervaardigd uit traditionele Iraanse tapijten in plaats van uit marmer, verenigt het aardse met het verhevene. De vorm, een monumentale trechterstructuur, is geïnspireerd op de parallelle assenstelling, een wiskundig resultaat dat beschrijft hoe massa zich rond verschillende assen beweegt. Door die abstracte formule om te zetten in een tastbare vorm, verweeft de kunstenaar wetenschap met poëzie.
In de isolatie van wie je bent blijft er een uitweg naar het zoeken van een zelfbeeld. Menno Wigman schildert een zelfportret. Het beeld van de glazenwasser. Onzichtbaar voor anderen terwijl hij tenslotte zorgt voor zichtbaarheid. Een fraai beeld waarin de functie van kunst en kunstenaar ligt gevat. Kunnen kijken vanuit een denkbeeldig venster door woorden, kleuren en klanken of volumes. Zelf blijft degene die uitzicht verschaft schijnbaar ongezien. Of toch niet? Of is het eigen aan de ziener(ster) alleen te zijn?
"Als de kunstenaar vandaag het kunstenaarschap niet meer opneemt, maar er als een tewerkstelling op in- en uittekent, dan staat er dus meer op het spel dan een verouderde mythe. De nuchterheid die het afscheid van de roeping impliceert, is niet geruststellend. Het betekent dat de wereld nog positiever is geworden dan hij al was. Het betekent dat het leven niet meer uitgevonden kan worden, maar steeds al gegeven is. Het betekent dat het steeds onwaarschijnlijker wordt dat er iets gebeurt, dat er ons nog iets overkomt. Geen ontmoetingen meer die ons oproepen om te getuigen. In de plaats daarvan één uitgestrekte tautologie."
'De Roeping, de Kunstenaar en hun Carrière' Dirk Lauwaert 2004
“Het kunstenaarschap is iets wat je jezelf niet kunt toekennen. Het komt je als roeping overvallen. Maar de erkenning van je kunstenaarschap wordt door anderen geleverd. Het is dan ook onmogelijk om het eigen kunstenaarschap autonoom te beheren als een portefeuille beurswaarden.
De hypothese dat je dat vandaag toch zou kunnen, geeft aan dat het kunstenaarschap van statuut veranderd is. Geen roeping meer, maar ook geen erkenning, eerder een claim, een look, een pose.
Het kunstenaarschap dat het individu hypervaloriseert, kan geen wilsbeschikking van dat individu zijn: geroepen om het te zijn, extreem wachtend op de erkenning. De mythe van het kunstenaarschap is gedacht als een imperatief. De hypothese van een kunstenaar met brugpensioen ontneemt hem de verplichting die roeping en erkenning met zich meebrengen. De eis om eigentijds te zijn, wordt zo de vraag om modieus te zijn. (Dirk Lauwaert)
Het geplette woord, -herinner je dat bloem en tenslotte brood de molensteen vandoen hebben en je de wuivende halmen klankkleur en beweging kunt schenken met olieverf, muziek of poëzie, maar de beschouwer de hongerdood zou sterven zonder het proces waarvoor vroeger wind en wieken van doen waren en nu een industrieel gebeuren voor de productie van de dagelijkse boterham van node is. Het alledaagse woord of idee ‘pletten’ waauit combinaties, beelden, ritmes, ervaringen, angsten ontstaan -u zegt het maar- en het uitgezuiverd resultaat daarvan een heus gedicht, symfonie of schilderij zou worden. Transformatie? De menselijke ervaring met de tijd die tweevoetig (verleden-toekomst) door het nu wandelt, wel eens geblinddoekt of bebrild, maar niet te stoppen.
Gmt
Weg door de korenvelden in de nabijheid van de Zuider Zee. Jacob van Ruisdael (1628-1682)(klik op beeld om te vergroten)
VADER EN ZOON IN HEVIGE REGEN
Je zoon op je schouders. Boven hem je paraplu een lopend torentje In regen van nu. Zelf wees geweest en wees gebleven zit je daar zelf op schouders van ouders, zelf in de vorm van een zoontje, en boven de hoofden een ronde en kleine maar troostende droogte.
"Een kunstwerk vraagt om aandacht en verdient woorden. En aandacht is meer dan voelen, meer dan het ‘ondergaan’ en de woordeloze instemming van het duimen, van lekker of niet, tranen of applaus. Het zuivere, woordeloze kijken en voelen vergeet het werk. Hoe lang kan je gedachteloos kijken? Tien, vijftien seconden voor een schilderij is lang. Ah! een Rubens! Raveel! Twee stappen achteruit, nog tien seconden. Voilà, dertig seconden, gezien, de volgende. Zonder woorden in het hoofd is het lastig kijken. Beelden zijn glad, de aandacht schuift erop uit, en vergeet het beeld voor het volgende. De roman is uit, de voorstelling afgelopen, het ‘gevoel’ verdampt. En dan? Nieuwe roman, nieuwe voorstelling, koffie of een café, en de voorstelling of het werk zijn weg. De ‘ervaring’ brengt niet bij maar altijd voorbij het werk, en doet het vergeten.
Wat echt telt, is niet de beroemde ‘eerste, onmiddellijke ervaring’: wat echt telt, is de tweede keer, is het teruggaan naar een stad, het terugkeren naar een schilderij, het herlezen van een gedicht, gewapend met een vraag, een gedachte, een associatie, met het verlangen iets – de herinnering aan de ‘eerste keer’ bijvoorbeeld – te verifiëren. Om bij een werk te blijven moet men tegen de ‘ervaring’ in zwemmen. En het eerste middel om bij het werk te blijven en het écht aandacht te geven, is woorden te hebben. Om lang te kunnen kijken en geleidelijk iets te zien, moet men veel lezen.
Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken."
Bart Verschaffel. 1996 (De Witte Raaf, editie 60. maart-april 1996)
Het snijden van de kei. Een man zit vastgebonden in een stoel terwijl een man de kei uit zijn hoofd snijdt. Aan een tafel rechts zitten verschillende belangstellenden. Op tafel ligt een uitgesneden kei. Om de centrale ronde voorstelling heen zijn schetsmatige groteske figuren aangebracht. (klik op het onderschrift om de prent te vergroten)