walter langley

 

Het is dit prachtige doek dat op dit ogenblik in een veiling wordt aangeboden en mij terugbracht naar de figuur van Walter Langley (1852-1922)

Bekijk het werk waarmee ik gisteren mijn stukje van vandaag bekend maakte.
Het is pure cinema.
Breedbeeld.

Er zijn nogal wat critici die het vlug over socialistisch realisme hebben, die het thema met de inhoud verwarren.
Toch zou hij best bij de het zoeken naar de essentie kunnen horen.
Hij wist immers waarover hij het had.

Zelf was hij één van de elf kinderen van een hard werkende kleermaker uit Birmingham.
We zijn in de mid-Victorian tijd.
De geïndustrialiseerde steden bieden niet dadelijk een liefelijk uitzicht.
Slums, hoge kindersterfte, uitbuiting, het lijkt ons als kinderen van de 20ste eeuw erg ver weg, maar Langley leefde er midden in.

Zijn moeder, Mary Ann, leidde het gezin, moedigde hem aan om zijn artistieke talenten te ontwikkelen, nam wasserij-werk aan om zijn avondschool te kunnen betalen, kortom, kijk nu opnieuw naar de vrouwen die het grote doek van gisteren bevolken en je weet dat zijn respect van heel diep komt.

zelfportretjeZijn begaafdheid en werklust werden vlug opgemerkt en hij won in 1873 een scholarship voor de South Kensington Schools of art.

‘The main benefit of the archaic Kensington Schools appears to have been the exposure it afforded Langley to London`s museums and galleries. Langley would have seen artists such as Hubert von Herkomer and Francis Hinkley showing in Kensington. The Dutch school had an early influence upon Langley who unlike many Newlyn peers, had no Paris sojourn in these formative years.’

 

Na zijn studie gaat hij bij lithograaf Biermann werken om van een zeker vast inkomen verzekerd te zijn.
Zijn kennis die hij daar op doet zal hem zeker van pas komen als hij later zijn prachtige aquarellen maakt.

In 1876 huwt hij met Clara Perkins en het jonge paar maakt een huwelijksresi naar Whitby waar hij voor de eerste kdeer in contact komt met een vissersdorp en zijn bewoners.

Als de vraag naar prenten afneemt en Clara een tweeling verwacht moet hij duidelijk voor een full time schilderscarrièrre kiezen.
En zo komt hij in 1880 in Newlyn terecht, op zoek naar nieuwe inspiratiebronnen.Andere schilders volgen.
Hij krijgt belangrijke opdrachten van kunstdealers die hem voor een goed jaargeld schilderijen laten maken. (102 schilderijen voor 723 pond)

langley2Zijn zin voor drama wordt wel eens met sentimentaliteit verward, vooral door mensen die elke emotie bij voorbaat verdacht vinden.
Natuurlijk kadert hij zijn onderwerpen in een eshetische omgeving, eigen aan de tijd waarin hij leefde.
Terwijl het symbolisme hoogtij vierde, laat hij werkmensen zien, vissersvolk, weeskinderen, kortom mensen die niet uit een musical komen maar het aan den lijve ondervonden hebben dat ‘het zweet uwes aanschijns’ niet dadelijk de waarborg voor een waardig leven was.

dyn005_original_1000_541_jpeg_20344_455357bdd038e66f9d73eae19764b362

Ook met dit doek, ‘the breadwinners’ laat hij zijn sympathie voor werkmensen en het opkomende socialisme duidelijk blijken.

‘Langley`s politics were distinctly left wing for the period. He was a friend of Charles Bradlaugh, a socialist Liberal (the left wing party of Victorian times) politician who refused to take the oath of allegiance upon entering parliament.
Langley`s political leanings were of course tied up with his art in which his empathy and regard for the struggle of Newlyn`s working class fisherfolk is well recorded. Langley said of his painting that it `reflects his concern for the persistent hardship faced by the poor`.

Zo komen er negen artiesten in en rond Newlyn wonen en werken:

‘By 1883 there were nine artists residing with Henry Martin in Cliff Castle Cottage. This infant Newlyn Colony was consolidated in 1884 by the arrival of Stanhope Forbes, Frank Bramley, Percy Craft, Fred Hall, Chevalier Taylor and Henry Scott Tuke. The new community thrived and a new artistic social life blossomed. Walter Langley, contrary to some popular mis-conception predicated by the social realist theme of much of his major work, showed `high spirits and vivacity at our social gatherings` (S A Forbes, 1886).’

dyn005_original_1000_946_jpeg_20344_bf01122188aeed732dc1666b29ee22b9

In 1889 verkoopt Langley zo maar eventjes voor 905 pond schilderijen, uitgedrukt in onze munt nu is dat een bedrag van plusminus 75.000 euro.
De armoede brengt geld op kun je ironisch zeggen.

Hij kan in de nieuwe eeuw rondreizen en komt in Volendam terecht waar hij opneiuw de sfeer van zijn vissersdoeken opsnuift, hij trekt naar Parijs en…brengt een bezoek aan Mol waar hij `A Flemish peasant.` als aquarel schildert.

dyn005_original_556_857_jpeg_20344_195c975a17b5983bb7a63c4b8cf6f478

‘Motherhood’ heet dit werk.
Herinneringen aan zijn eigen moeder, bewondering voor het werk van vrouwen, maar tegelijkertijd de eenzaamheid, het vreselijke gevoel je kind zelfs niet het noodzakelijke eten te kunnen geven, laat staan comfort en vooruitzichten op een menswaardig bestaan.

Loodzwaar kan het leven zijn.
Het verlamt je.

Mensen die honger hebben geleden weten waarover hij het heeft.
Armoede is on-menselijk.

De schilder is tegelijkertijd dramaturg.
Hij weet dat hij zijn onderwerp moet “verkopen”.

Dat wordt hem vaak kwalijk genomen,
maar in feite verwart men dan zijn setting met de inhoud.

dyn005_original_1000_772_jpeg_20344_9a28f08f44e6d97ed22dabd6e6fb42cb

Een van zijn doeken krijgt een vers van Alfred Tennyson als titel:

‘Never morning wore to evening
But some heart did break.’

En daarom sluit ik met een gedicht van dezelfde dichter.
Meer dan mijn woorden verdiept hij het werk van Langley met deze woorden.

Sunset and evening star,
And one clear call
for me!
And may there be no moaning of the bar,
When I put out to sea,

But such a tide as moving seems asleep,
Too full for sound and foam,
When that which drew from out the boundless deep
Turns again home.

Twilight and evening bell,
And after that the dark!
And may there be no sadness of farewell,
When I embark;

For though from out our bourne of Time and Place
The flood may bear me far,
I hope to see my Pilot face to face
When I have crossed the bar.

Maar eer we zo ver zijn, blijft ons de troost van de zieners.
Dat is toch een mooi woord?

Er zijn er die bij leven en al dan niet welzijn ‘gezien’ hebben wat wij nog niet zagen.

Ze ontdeden de spiegel van wasem
en toonden ons enkele mozaïeksteentjes van het uiteindelijke.

Als troost kan dat tellen.