KLEIN BEELDVERHAAL (3)

late bronsti!jd

Uit de late bronstijd: gezeten vrouw, sedes sapentiae in allervroegste uitgave.

Er is veel plaats.

Dichtbij zijn dus.
Vertrekken vanuit die nabijheid naar de buitenwereld.

Het mooie vind ik ook dat de armen en de schoot in elkaar zijn overgegaan.
Omarmen
is tegelijkertijd
dichtbij zijn.

Met het nodige oude heimwee
naar de tijd voordien,
toen moeder en kind nog eenheid waren.

Nu moet je de wereld delen
een naam geven.

Ik zou willen spelen, zucht je ’s morgens
als je naar school moet.

En je schrijft in je eerste-leerjaar letters:

Tikt jouw hart ook, ik hou van mama.

dyn002_original_500_465_jpeg_20344_2dff9584dddcd47ee850443f2c138754

Hoe je thuis bent in dat lichaam,
nog vers gebakken uit de goden-ovens.

Je zwaait naar de hele wereld.
Verbaasd
als ze jou
niet dadelijk herkennen.

Je wil
archeoloog
worden
en danseres
maar kinderdokter
zou ook kunnen.

Je bezweert de grote mensen
door je mateloos imiteren.

We staan te kijk
als je ons speelt

Gelukzak, zegt ze,
jij mag de hele dag bij omi blijven.

Omi is haar tweede paradijs,
de voortuin van mama, inderdaad.

Ze troost de vriendinnetjes
die kinderpech hebben
en is vandaag zelf troosteloos,
een maand school is mooi genoeg geweest.

Buiten zingt de zotte morgen.

De straten zijn nu kinderloos
het woordje ‘later’
trekt zijn koningsmantel aan.

dyn002_original_300_448_jpeg_20344_de1f63b05ed982adebd376d1136121e3

Zoals ik jou haasje of ook wel eens duifje noem,
zo slaapt je zusje hier.

Ik ken je liefde
voor de opgejaagde stadsduifjes.

Boos kwam je binnen
Ik ga een plakkaat schilderen, zei je,
LAAT DE DUIFJES GERUST!

En toen je beneden aan de treinrails
een ziek duifje in de zon zag zitten
zweeg je
maar begon je in ’t centraal station
zo maar te wenen
omdat je machteloos was.

Als je danst
ben je ons duifje.

Je verheft je van de aarde
en als je ons verlaat
hoop ik je vlug terug te zien.

Je zusje uit de laat Romeinse tijd
stuurt je een duifje denk ik nu.

Tikt je hart ook, vraagt het, na zijn lange reis.

En jij koestert
in je kleine handjes
zijn hart
het hart van dat verre zusje.

ik hoor jullie lachen
achter de letters van mijn bange ziel.


KLEIN BEELDVERHAAL (2)

ernest hader

Als kunsthandelaar speel je natuurlijk in je eigen beeldverhaal door de keuzes die je maakt, of door confrontaties met kleine of grote meesters die je vlug op de vergankelijkheid der dingen wijzen.

Zo is er van deze Ernst Hader (1866-1906) nog wel werk op de markt maar je vindt de late Biedermeier-schetsen vooral terug als posters waar ze zonder moeite de tijd hebben overleefd.

We leven hier in een tijd dat de spoorwegen Europa hebben verkleind, nieuwe uitvindingen als electriciteit, telefoon en telegraaf, deze landelijke ruimte nog meer verkleinen, massaproductie de middenklasse welvarender maakt, Engeland de wereld koloniseert en Duitsland een rijk samensmelt dat in het continentale Europa de dienst zal uitmaken.

En dan schildert ene Ernst Hader deze succesvolle prenten.

‘ There was nothing so very remarkable in that; nor did Alice think it so very much out of the way to hear the Rabbit say to itself, `Oh dear! Oh dear! I shall be late!’ (when she thought it over afterwards, it occurred to her that she ought to have wondered at this, but at the time it all seemed quite natural); but when the Rabbit actually took a watch out of its waistcoat-pocket, and looked at it, and then hurried on, Alice started to her feet, for it flashed across her mind that she had never before seen a rabbit with either a waistcoat-pocket, or a watch to take out of it, and burning with curiosity, she ran across the field after it, and fortunately was just in time to see it pop down a large rabbit-hole under the hedge.’

(Alice adventures in Wonderland, Lewis Caroll)

Caroll leefde van 1832 tot 1896, het is dus goed mogelijk dat Hader zijn werk kende, ofwel was de confrontatie van de zeer jonge Alice met een konijn niet zo vreemd in deze steeds maar meer geïndustrialiseerde maatschappij waar naast productiecijfers en koele berekeningen ook spookverhalen en geestesverschijningen opgeld maakten.

“But I don’t want to go among mad people,” Alice remarked.
“Oh, you can’t help that,” said the Cat: “we’re all mad here. I’m mad. You’re mad.”
“How do you know I’m mad?” said Alice.
“You must be,” said the Cat, “or you wouldn’t have come here.”

You must be, zegt de kat hier. Je moet ook gek zijn. Anders was je niet naar hier gekomen.
De confrontatie tussen kleine mens en dier, tussen twee vormen van ‘niet-aan-tijd-gebonden-zijn’ hebben ons altijd aangesproken.

Daarom ook is het zo potsierlijk dat het konijn een grote horloge bijheeft in Caroll’s verhaal: het is al net zo gek als de drukke producerende mensen, het moet namelijk OP TIJD komen.

En al was Caroll erg op wiskunde gesteld, zijn contacten met jonge meisjes en de foto’s die hij van hen maakte, verraden nu nog dat hij de wonderlijke kant van de korte kindertijd zijn leven lang is trouw gebleven.

Er wordt tot in ‘Alles uit de kast’ over geroddeld, maar dat is nu eenmaal de functie van televisieprogramma’s en wie de politieke show in jullie lage land heeft meegemaakt, zegt met zekerheid:
‘You are mad!’

Maar het konijn en het kind moeten geen begroting maken.
Ze hebben nog even de tijd.
Daarna kunnen ze hem alleen nog maar verliezen.


KLEIN BEELDVERHAAL

horen zien en zw

Dit zijn de deugden hier ten lande goede vriend uit ’s werelds hoofdstad:

Horen, zien en zwijgen.
En om ons moreel te troosten: no evil.

Geen kwaad te horen, nocht te zien of uit te spreken.

Zoals men blinden troost: ach wees gelukkig
de lelijkheid blijft jou bespaard.

Of aan de stommen zegt:
Al het gesprokene is leugentaal.

Of zelfs de dove schrijft:
weet dat alleen lawaai de dagen vult.

Maar dit is ’t seizoen van spreeuwtjes in de moeë bomen
die zomerzot nog de bladeren blosjesrood doen kleuren.
En zware houtduiven roepen op hun uitgevlogen kinderen,
terwijl de langere nacht zijn mistige benen rekt in stilte.

Maar dit is ’t seizoen van ’t zachtste licht, op daken eerst
gestreken en daarna in harde straten uitgewreven,
het medicijn voor winterharten en oude zomerblaren.
dat kaalheid heelt en het tot zuivere lijnen in de luchten smeert.

En is dit ’t seizoen van weinig woorden op een steen geschreven,
ik spreek ze uit en zeg je naam waarmee ik in het kinderdonker
op je riep en jij mijn angsten met je toverwoorden in liet slapen.
en ik langs diepe sprookjesbossen steeds verder van je wegliep.


HET BAUHAUS LEEFT…IN DE U.S.A.

It’s not easy being green.

Dat zijn de intussen beroemde woorden van Kermit, en mij verbaast het dat jullie groene partijen in het verre vaderland ze nog niet tot de hunne hebben gemaakt.

Onder dat motto stel ik je vandaag twee initiatieven voor waarin het groene op een of andere manier belangrijk is maar die tegelijkertijd aansluiten bij onze vorige brieven waarin we op zoek gingen naar de essentie en toen ook het Bauhaus aandeden.

Er is vooreerst de one child per laptop van The Massachusetts Institute of Technology.
Hij kreeg de prozaïsche naam de 2B1 mee.
Het is een $100 computer voor ontwikkelingslanden.
Electriciteit is niet noodzakelijk: één draai aan de hendel en je kunt tien minuten computeren.

Let op!
Dit is geen speelgoedcomputer.
Eens de computer is uitgepakt, vormt hij zijn eigen netwerk met alle andere computers zodat kinderen dadelijk met anderen in contact kunnen komen.

Hij is dus een full-time wireless router, heeft 3 usb-2 poorten en SD-slot en maakt gebruik van eigen open software.
Voor nog geen 80 euro per kind is het mogelijk deze computer in de ontwikkelingslanden te verspreiden.
Ik toon je bij mijn linken de website van dit prachtig initiatief.

Dat ook de vormgeving erg fraai is, zal blijken uit de bijkomende fotootjes.

Je ziet dat er ook andere modellen zijn (ze kunnen ook op een lader werken!) en zelfs een e-book is aanwezig.

Hier komt vormgeving, idee en bruikbaarheid op een wondere manier samen.
We zouden ze best tegen $200-$400 op onze markt kunnen brengen zodat onze (rijke) kinderen daardoor hun lotgenootjes zouden steunen (ik koop mijn laptop en schenk er daardoor eentje aan een ver kind) maar misschien ook met hen in contact kunnen komen.

Het is een prachtig werkstuk, en je kunt er meer over lezen via de betreffende linken.

dyn002_original_600_400_jpeg_20344_2458862c717774c33d54f2c539cb3f3e

Het tweede groene design initiatief komt uit San Francisco.
REBAR is een groep (vrij jonge) mensen die de publieke ruimten remixen, net zoals een DJ platen mixt en remixt proberen zij het stedelijke landscape menselijker te maken.

Eén van hun opmerkelijke initiatieven is het omvormen van PARKING in PARK.
Ze gaan uit van de praemisse dat er te veel plaats voor auto’s en te weinig plaats voor rust en ontmoeting bestaat.
Tussen een rij geparkeerde auto’s met parking-meter, leggen zij in enkele uren een parkje aan zodat mensen betalend kunnen recreëren.

Ik laat je met een serie foto’s het ontstaan van zo’n parkje zien.

En zo ontstaat (zonder toelating!) in een mum van tijd een parkje tussen de parkings.
En dat ze succes hebben mag blijken.
Bij mijn linken zul je later de site vinden van REBAR, met handleidingen en plannen om zelf aan de slag te gaan.

dyn002_original_504_360_jpeg_20344_eb8c54ef8de9434850caeb875ac8b72c

Kom op voor ZITRUIMTE IN DE STAD!
Kijk maar naar jullie grote markt in Mechelen.
Zoveel plaats, zo weinig zitplaatsen en nog minder groen.
Vanuit de States roep ik tot jullie: aan de slag ook al is het not easy being green.

En dan bedoel ik daarmee geen politieke partij maar het groen dat ons zou kunnen omgeven, alé, een green soul zoals ze dat hier zeggen.

Kunst?
Ja, ware levenskunst, en dat is inderdaad kunst met een grote K.


HET VROUWELIJKE LICHT: ANNA BOCH

Het zal je niet verwonderen dat ik nog maar eens een vrouwelijke schilder onder de aandacht wil brengen, een kunstenares van bij ons zoals dat heet.

Links zie je haar portret zoals het fijnzinnig geborsteld is door haar vriend Theo Rysselbergh, en rechts een foto uit haar atelier.

Als je haar naam goed bekijkt en even terugdenkt aan mijn liefde voor keramiek en porselein zal haar naam ‘BOCH’ je niet onbekend in de oren klinken.
Ze is inderdaad de dochter van de grootindustrieel BOCH die vanaf 1841 ook in België (hij was in Luxemburg gevestigd) in Sain-Vaest (dichtbij La Louvrière, Henegouwen) een keramiekfabriek opkocht en er zijn imperium verder uitbouwde zodat je nu in de herinnering van elk Belgisch huishouden zeker enkele stukken van hun (mooi) porselein kunt terugvinden.

In 1848 wordt Rosalie Anna Boch aldaar geboren en zoals haar afkomst al duidelijk maakte zal ze zonder al te veel financiële bekommernissen door het leven gaan.

De familie woont er in een domein van 15ha in een optrekje ontworpen door de heer Poelaert van wiens fantasierijke hand ook het justitiepaleis blijkt te zijn.
Engelse tuin, vijver, het is er allemaal, en er wordt zo’n vijf jaar aan gewerkt.

‘De style éclectique, la bâtisse allie les styles Tudor, néo-gothique et mauresque en digne représentante des châteaux d’industrie qui fleurissaient un peu partout à cette époque. La Closière, c’est le nom de l’habitation, existe encore. Bien que quelque peu défigurée, elle abrite de nos jours les bureaux du Forem.’

Gaëtane Warzée

Ze krijgt haar eerste teken-schilderles van een zekere Peter Lodewijk Kühnen, in Aken geboren en later in 1877 in Schaarbeek gestorven, en tevens lesgever in de schone kunsten aan de toenmalige Prinses Charlotte, ook van goede huize dus al wordt er over zijn leven erg vaag gedaan:

‘ Ce peintre peu connu, originaire d’Aix-la-Chapelle, fit son apprentissage à Bruxelles et y obtint un poste de professeur à l’académie. Il y jouit selon certains auteurs d’une “inexplicable réputation” et enseigna notamment le dessin à la princesse Charlotte de Belgique.’

Daarna komt Isabelle Beernaert (ook een leerlinge van Kühnen) aan de beurt en die brengt haar in kontakt met Isidore Verheyden.
Ze is enthousiast over de toenmalige landschapsschilders en het is Verheyden die haar mee naar het landschap zelf neemt, schilderen in de natuur.

Ze stelt haar eerste werk in Brussel en in Parijs ten toon en sluit zich in 1885 bij de groep des Vingt aan, ‘le XX’, een Belgische school van impressionisten die zichzelf later zal opheffen en in ‘La libre Esthétique’ zal overgaan, beiden bewegingen onder impuls van de advocaat Octave Maus.

In 1886 vestigt ze zich in Elsene, Abdijstraat, 36 dichtbij de Vleurgatse steenweg, een coté waar nogal wat kunstenaars huizen.

‘C’est là qu’elle va convier et réunir, au gré des expositions des XX et de la Libre Esthétique, tout ce que l’avant-garde compte de jeunes talents, plasticiens et musiciens confondus. Ces réunions traditionnellement organisées le premier jour de la semaine vont devenir célèbres dans tout Bruxelles et même au-delà. Les” lundis musicaux” accueilleront entre autre Eugène Ysaye, Gabriel Fauré et Vincent d’Indy. ‘

Brussel was toen nog een bruisende stad…

dyn006_original_530_523_jpeg_20344_a4ecdde226ac4bbe6a31d513fb8f431c

Daar ontmoet ze ook Theo Rysellberghe.
Hij zal haar prachtig portret schilderen (1889) dat je hierboven afgebeeld vindt.

De sterke kant van haar persoonlijkheid maakt zich telkens los van ‘de meesters’, laat haar een onafhankelijke eigenzinnig koers varen.
Als geen ander kan ze syntheses maken, diverse technieken op één doek toepassen.

Door haar gegoede achtergrond kan ze rondreizen, Marocco, Nederland, Bretagne, de streken waar het licht meester is.
In 1902 koopt het Museum voor Schone kunsten haar doek ‘Côte de Bretagne’.

dyn006_original_612_480_jpeg_20344_892638b95ff000af7d34f81ada7c5fc0

Ik koester haar werk al lang juist door haar vrouwelijke visie op het licht: de tempering, het kunnen weergeven van deze getemperde schakeringen , licht is er bij gratie van schaduw en vice versa, bij haar lopen ze vaak in elkaar over en zo ontstaat een erg zacht coloriet zoals op de door haar zeer bewonderde Japanse prenten.

Ze is vaak in gezelschap van haar broer Eugène, ook een schilder, en zij beiden ontmoeten in Parijs ,waar broer een optrek heeft, Toulouse-Lautrec en de Amerikaanse schilder Dodge Mc Knight.

dyn006_original_400_232_jpeg_20344_d5c79d63a31072414510afb697fb592e

Het is in zijn gezelschap dat ze in 1888 Vincent Van Gogh ontmoet, toen illustere onbekende schilder.
Hij raadt haar aan ‘Le Pays Noir’ te gaan schilderen.
Zij zal later het enige schilderij dat Van Gogh bij leven verkocht, kopen, de rode wijngaard, en dat voor 350-400Bfr.

Het zal niet bij een van Gogh blijven:

‘Anna Boch était également une grande collectionneuse. Le catalogue de ses biens, vendus après sa mort au profit des nécessiteux, en témoigne : outre son fonds d’ateliers constitué de 81 tableaux, on y relève 54 œuvres d’artistes belges et étrangers ayant pour la plupart exposés chez les XX. De plus, elle léguait trois œuvres majeures aux Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique de Bruxelles : La conversation dans les prés de Gauguin, La Seine à la Grande Jatte de Seurat et La Calanque de Signac. Elle avait, par ailleurs, déjà fait don de son vivant d’un tableau de James Ensor au même musée : La musique russe, œuvre où elle est représentée jouant du piano dans un salon avec pour auditeur un personnage qui ne serait autre que le peintre Willy Finch.’

dyn006_original_400_233_jpeg_20344_de34d0d7bcbafcd408660524ff546630

Stillevens (les desserts hierboven) of landschappen (breton, hieronder) telkens weer heeft ze haar eigen moderniteit toegevoegd aan de klassieke vormgeving.

dyn006_original_400_240_jpeg_20344_24d6cbc100742ad18479c564f571de3a
Maar ook haar composities getuigen van een erg eigenzinnige visie op de wereld: ze hebben een wonderlijk evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, tussen de logica van opbouw en de vrouwelijke gelaagdheid.

Bij Racine, verdeeld door Lannoo, verscheen een erg mooie monografie.
In een mannenwereld vallen vrouwelijke kunstenaars telkens weer op door hun durf, hun doorzettingsvermogen (met verwijzing naar mevr. Onkelinx) en hun gave om via syntheses hun eigen weg te gaan.

We kunnen niet zonder hen!


EEN SYMBOLIST VAN DE WERKELIJKHEID: CHARLES MAURIN

 

 

Waarde vriend in het verre Vaderland,

Je kent mijn liefde voor degenen die we vergeten zijn.
In onze musea, in de kelders van de kunsthandelaars wachtten de vergeten werken op de tijd die hen eindelijk heeft ingehaald.

Een van die schilders is de Franse kunstenaar CHARLES MAURIN. (1856-1914)
Ik herinner mij een kleine overzichtstentoonstelling in de jaren tachtig in het musée d’ Orsay en nu in zijn geboorteplaats: Le Puy-en-Velay nog to 30 september te bewonderen in het musée Crozatier.

Je schreef me dat ‘The Impressionists’ op jullie cultuurkanaal wordt uitgezonden, een mooie serie overigens waar vreemd genoeg al deze Franse artiesten zich van het Engels bedienen, maar laat dat een kanttekening zijn.

Ik weet niet of Charles Maurin erin meespeelt want hij was een kleurrijke figuur, en de net zo kleurrijke Degas keek naar hem op en roemde zijn tekenkunst.

Affiniteiten met mensen vertellen vaak meer over een karakter dan de eigen uitspraken en de bevindingen van kunstcritici.
Ik denk hier aan de vriendschap van Charles met dokter Reynaud en zijn nogal stormachtige verbinding met Félix Valloton, met de mensen uit het Montmartre-milieu en met Toulouse Lautrec die hem portretteerde.
Ik denk ook aan zijn vriendschap met collega François Rupert Carabbin (ik voeg herbij het mooie portret dat hij van hem maakte) en je vindt sporen naar het anarchisme, verbonden met het misprijzen van de bourgeoisie en gelieerd met het esthetische van Huysmans en het voorname van Ravachol.

8d0b8-dyn004_original_527_649_jpeg_20344_72278a1054d7a8cc44b730c378a4e992

Het einde van de negentiende eeuw.
Een fin de siècle dat tussen twee oorlogen (de Frans-Duitse van 1872 en de Eerste WO) ook tussen twee tegengestelden zwalpt, de utopie en de werkelijkheid.

‘Le symboliste du Réel’ probeert die tegengestelden in hem te verenigen.
De eigen logica die daardoor ontstaat vind je terug in zijn werk: niet de brutale lijn van een anarchist, maar vreemd genoeg het bijna Japanse coloriet rondom thema’s van moeder en kind, kinderen die voor hem het tegengestelde van de dagelijkse lelijkheid waren.

acb56-dyn004_original_550_432_jpeg_20344_3a80d88846dad3e3069c883849016407

Zijn perfectie staat in dienst van het idee.

’La fascination du peintre pour l’enfance, dont la pureté serait à ses yeux un antidote à la laideur sociale d’un monde qu’il réprouve, se trouve amplement illustrée ; on ne peut certes qu’être charmé par ces images gracieuses tant peintes que gravées, mais il faut aller au-delà de l’amabilité du sujet pour reconnaître en Maurin un artiste solide. ‘

(Jean-David Jumeau-Lafond)

digital capture

Hij was een ware experimentator met allerlei nieuwe grafische technieken.
Hij hield erg veel van muziek, en in zijn werk wil hij diezelfde suggestiviteit overbrengen, “chères aux artistes idéalistes”.

14033-dyn004_original_532_644_jpeg_20344_aa9fe0e8c7af79c91d927127ee6e00c3

Je moet overigens niet ver kijken om in zijn werk verschillende wortels voor de art nouveau te vinden.

Er wordt gedroomd, een droom in een droom.
De utopie van het Arcadia is weer dichtbij, want er komt een nieuwe eeuw aan met veel mogelijkheden, met nieuwe technieken die de mens het vernederende van het labeur zullen besparen.

Dat deze technieken net zo goed op de slagvelden van de eerste wereldoorlog zullen gebruikt worden zal hij nog niet voorzien hebben.

De symbolist van de werkelijkheid stierf in het jaar dat voor altijd met de gruwel van de eeuw zal verbonden blijven.

De kinderen uit zijn prachtige tekeningen, gravures en schilderijen gingen met de bloemen in het geweer elkaar te lijf.


OP ZOEK NAAR DE ESSENTIE: DANI KARAVAN

Vanuit het landschap teruggekeerd wil ik je vandaag graag een kunstenaar voorstellen die het landschap als materiaal gebruikt, environmental art met een schoon woord.

Hij is in 1930 geboren in Israël, zoon van een landschapsarchitect, voilà Bach was niet de enige met nazaten ad exemplum patris.

Hij studeerde in Parijs en Florence, begon op zijn veertiende te tekenen, daarna te beeldhouwen, en hield zich daarna hoofdzakelijk met het landschap bezig.

Ik verwijs je later naar zijn site waar je een mooie samenvatting van dat werk kunt vinden.

DANI KARAVAN.

Toen ik jaren geleden in Japan was, bezocht ik de plaats waar de goden hun residentie hebben: ten zuid westen van Nara, een bergachtig landschap met watervallen: Murau-Ji.

Mooi is deze legende omtrent de plaats.

Tijdens de achtste eeuw werd prins Yamanobe ziek
Het hof kwam in Murau bidden, en men vroeg aan de regen hem te genezen.
De keizer liet er een tempel bouwen voor Boeddha, tempel die in de 9de eeuw werd gebouwd.
Het is een van de zeldzame boeddhistische cultus-plaatsen waar ook vrouwen zijn toegelaten.
Toch bleef men er ook de Drakengod vereren, waarborg voor het menselijke geluk.Het spreekt vanzelf dat de prins genas.

Nu is het de cultus-plaats van de Shingon sekte, je zou het begrip kunnen vertalen als ‘esoterisch boeddhisme der bergen’.

Per jaar komen zo’n half miljoen mensen er kijken naar de prachtige beelden uit de Heian-époque. (794-1185).Ze bezoeken er de Boeddha van het Medelijden.

Je kunt er tussen twee grote hagen van rododendrons de versleten trappen naar de pagode van het Okuno-in heiligdom beklimmen vandaar kun je naar de ‘Hidden Garden” of “Arcadië” van Dani Karavan kijken.

Landschapskunst is een vertrouwd begrip voor de Japanners
Hier wil men de band tussen het verleden en de de mens van de 21ste eeuw beklemtonen, en deze relatie vervolgens bewaren voor komende generaties.

Zes jaar heeft Karavan aan dit project gewerkt.

dyn006_original_640_480_jpeg_20344_4eaac88cab6cb7f185acf2c4476fe03f

’Die Arbeit am Ort ist eine Arbeit mit sichtbarem und Unsichtbarem, mit fühlbarer Materie, mit dem persönlichen und historischen Bewußtsein und Erinnerungsvermögen. ‘

(Uit een gesprek met Pierre Restany)

Het kunstwerk is één kilometer lang, met kunstmatige meren, bedoeld om het water te draineren.

Lorsque j’ ai vu le site de Yamada pour la première fois, c ‘était la fin d’ été.
Le paysage était un jungle, on voyait la trace du passage des animaux.
J’ ai été bouleversé par les montagnes et la lumière.
Je n’ avais aucune idée préconçue mais la commande comprenait une exigence, la nécessité d’ évacuer l’ eau d’ un terrain en partie margéaux.
L’ ingenieur sollicité avait prévu un canal en ligne droite, impossible à accepter. Cela a été mon premier souci.’

(Connaissance des Arts, septembre 2006, p148)

In deze vallei van 9 hectaren is het water omnipresent.
Dani Karavan heeft het water gevangen genomen, geleid, bijna geboetseerd.
Van als je binnenkomt daal je langs een weg op een zachte helling naar het eerste meer dat de vorm van een klassiek rijstveld.

Vandaar, begeleid door de zang van een bergbeekje gaat het overgelopen water naar een kronkelig riviertje tussen oude stenen wanden.

Hij vond de stenen ter plaatse en kon de werkmeester overtuigen ze te gebruiken, zeggend dat de steen een ziel heeft, en we moeten ze op die manier samenleggen dat ze met elkaar en het landschap kunnen dialogeren.

In Japan begrijpen ze dergelijke manier van praten dadelijk.
Ook over het rijstveld werd er heel wat af gepalaverd met de boeren van de omtrek.
Deze oude vorm was nu totaal in onbruik geraakt, en zij wisten dat het niet lang meer zou duren of hun kinderen en kleinkinderen zouden zelfs geen rijstveld meer herkennen.
het kwam er dus als getuigenis maar ook als onderdeel van het conceptuele kunstwerk.

dyn006_original_640_480_jpeg_20344_443c7aee2af88cadde32e4269d67a783

In het eerste meer zijn er drie eilanden gemaakt, eentje heet het ‘vogeleiland’ en kan niet door mensen worden betreden.
Het tweede draagt een tent in de vorm van een metalen geroeste piramide, een open tent met leegte (geliefkoosd onderwerp in Japan) die door iedereen met zijn/haar gedachten kan gevuld worden.
Het derde is een soort theaterplaats waar toeschouwers kunnen zitten.

Vandaar kom je bij het tweede ronde meer.
Daar vind je in het centrum ervan een platform en een astronomische toren, geïnspireerd op de de piramides van de Azteken.
Hij staat op dezelfde lijn als de oude tempel, een tijdsas die de loop van de zon uitdrukt.

‘Mijn werk is altijd ten zeerste beïnvloed geweest door de astronomie,door de lijnen van het licht die het traject van de tijd meten, en door monumenten die als zonnekalender dienen, of ze nu in Israël in de Negev woestijn staan of in Stonehenge in Engeland.
Hier heb ik ze beklemtoond met portieken die de weg van de breedtegraad onderlijnen.

Hier heeft een spiraal van water gemaakt, water tussen grijs beton, dat uitkomt in de grond, beschermd door bamboe waaraan men tijdens de julimaand, met het festival van de sterren, linten hangt om zijn innige wens aan de wind mee te geven.

Met grote verwondering (sommigen spreken van een ‘religieus’ gevoel, verlaat je de hidden garden.
Of toch niet?
Je draagt hem voor altijd mee, deze geheime tuin.


Je vindt de link naar KARAVAN’s site onderaan bij LINKEN.

Ten zuidwesten van Nara kun je Murau vanuit Tokio bereiken met een treinreis van 1.15u


OP ZOEK NAAR DE ESSENTIE: JAN BORMAN

Voor mijn derde bijdrage over de zoektocht naar de essentie toon ik je een stuk uit de prachtige collectie van kunsthandelaars Luc en Tin De Backker (Brussel, Wortel) wiens website (www.debackker.be) ik ook in mijn ‘linken’ opnam.

Ik toon je ‘de goede moordenaar’, een houten beeld toegeschreven aan de Brusselse meester Jan Borman.
De goede moordenaar werd samen met zijn kompaan en met Christus gekruisigd.
Zoals het een goede moordenaar betaamt, vroeg hij in zijn stervensmoment om vergiffenis over zijn wandaden en de stervende Heiland beloofde dat hij weldra met hem in het paradijs zou zijn.

De laatgotische verbeelding van Jan Borman (werkzaam rond 1479-1520) is zeker schatplichtig aan de Franse maniëristische hofstijl uit die dagen.
De details van de fijne vingers, het gerokken lichaam, de smartelijke gelaatsuitdrukking, en specialisten zoals Luc en Tin zouden me dadelijk op nog een serie andere details wijzen, plaatsen het stuk temidden van de tijdgenoten en de smaak van het gegoede publiek.

We staan aan het begin van de 16de eeuw, een eeuw waarin de mens het zou halen op het goddelijke idee.
Het is dan ook een lijdende mens die naar Jezus aan het kruis opkijkt.
Een mooie mens, te mooi om het icoon van een moordenaar te zijn, maar waarschijnlijk is het zijn inkeer die hem ook deze uiterlijke schoonheid laat uitstralen.

Hij houdt zijn mond lichtjes geopend, de vraag om vergeving wordt zichtbaar gemaakt.
Hoe pijnlijk uitgerokken hij ook is, zijn handen blijven sierlijkheid verraden.
De touwen waarmee hij op het hout is vast gesnoerd tonen op een bijna voyeuristische nog middeleeuwse wijze het toch al anatomisch herkenbare lichaam.

dyn003_original_639_527_jpeg_20344_2996f1e173e6b605058f1f6bcc225389

Hier kijk je naar een kunstenaar voor wie de menselijke kant van het verhaal steeds maar belangrijker werd.

Ik zou je willen meenemen naar het praalgraf van Marie van Bourgondië in de Onze Lievevrouwenkerk in Brugge.
Jan Borman voerde het houten ontwerp uit dat daarna door Renier van Thienen in metaal werd omgezet.
Hier merk je dat kunstenaars samenwerken aan een ‘Gesammtkunstwerk’.
Zelfs Jan Van Eyck voelde zich niet te goed om beelden van zijn tijdgenoten te beschilderen, en het vak van vergulder stond in hoog aanzien.
Vakmensen dus.
Vakmensen die ook kunstenaar in de hedendaagse betekenis van het woord waren.

In de Antwerpse en Brussel retabel-industrie merk je dat ook.
Waar Antwerpen voor de open markt werkte, richtten de Brusselaars zich meer naar belangrijke opdrachtgevers, maar ze verzamelden beiden rondom zich allerlei specialisten om de fraaie retabels, waarin zowel schilderwerk als beeldhouwwerk en aanverwante kunsten bij te pas kwamen, over heel Europa uit te voeren.
Hetzelfde gold voor Mechelen dat zich vooral in beelden van Maria’s met kind specialiseerde, de zgn. Mechelse popjes.

De Leuvense brouwers richten in 1507 een brief naar Jan Borman waarin ze vragen dat hij de centrale luifel (baldakijn) van hun retabel inderdaad zou onderscheiden van de baldakijnen boven de zijluiken, een voor die tijd erg gedurfde stijl (gezien bij Gossaert!) die weldra overal zou worden nagevolgd.
De ontwerper en beeldhouwer gaat op hun vraag in en zoekt onmiddellijk een kunstenaar voor het miniatuur houtwerk dat hiervoor nodig was.
Hij vraagt Jan Petercels die op zijn beurt beroep doet op de tekeningen van Matthijs Keldermans, een lid van de prestigieuze Mechelse architecten – en beeldhouwersfamilie.

(Art Bulletin, The, June 2000, Etan Matt Kavaler)

Dit gemeenschappelijke werk leidde uiteraard tot een grote verrijking van het geheel.
De essentie kreeg verschillende invalshoeken, de kunstenaars inspireerden elkaar, pasten zich aan elkaar aan en zo ontstond een kunstwerk dat niet één naam droeg maar vooral de naam van kunstwerk waardig was.

Ik verwijs naar dit aardige werk dat in menig antiquariaat voor een luttele 20 euro nog steeds te koop is:

De Borchgrave d’ Altena (compte Joseph). Le Retable de saint Georges de Jan Borgman, Bruxelles, Dupriez, 1947

Ik zal enkele dagen het land inruilen voor de zaak, want na zoveels schoons uit de voorbije en hedendaagse tijd is het het nodig om het landschap in de vroege herfst te zien.

Zonder dat landschap verlies ik het contact met de dingen uit het verleden, want de levende kleuren die elk moment veranderen zorgden voor zoveel neerslag in al het fraais om me heen.
Zonder de bron echter droogt ook het beekje uit.

Tot donderdag.


OP ZOEK NAAR DE ESSENTIE: MARIANNE BRANDT

Voor 1990 heette deze stad nog Karl Marx Stad, en nu zoals voor 1946 weer Chemnitz, aan de voet van het Erzgebergte.

De bekende mineraloog en arts Georgius Agricola was er burgemeester, en in de 19de eeuw werd de stad wel eens het Saksische Manchester genoemd wegens zijn bekende machinebouw en textielindustrie.

Ik denk dat landschappen, de omgeving dus, belangrijk zijn om het tijdskader waarin iemand leefde beter te begrijpen.
Die iemand is hier: MARIANNE, geboren Liebe maar bekend als BRANDT (de naam van haar Noorse echtgenoot-schilder).

Het tijdperk: 1893-1983, dat is bijna een eeuw Duits-Europese geschiedenis.

Haar vader, Franz Bruno, was muzikaal begaafd, reisde menigmaal naar Italië, zorgde in de stad voor kunstverzamelingen, en zo was het niet te verwonderen dat de drie zussen (Marianne was de jongste) vaders muzikaliteit hadden overgeërfd.
Ze bespeelden ieder een ander instrument zodat samen musiceren tot het alledaagse leven ging behoren.
De zin voor schoonheid komt niet uit de lucht vallen.

De meisjes leerden Frans en Duits, gingen een jaar in pension naar Engeland en Frankrijk zoals toen voor dames van de gegoede stand gebruikelijk was, en Marianne volgde daarna in Weimar de Hochschule für Bildende Kunst, iets wat voor meisjes toen zeker niet gebruikelijk was.

“Marianne Liebe sieht sich einmal im Expressionismus um und wirkt daher mehr einer Hospitantin gleichin dieser Natur atmenden Klasse.”

lezen we in 1916 in een schoolverslag.

Naast de Hochschule waar zowel Marianne als haar Erik Brandt studeerden was er ook nog de ‘Grossherzogliche Kunstgewerbeschule’ onder leiding van Henry van de Velde.
De scholen waren zelfs ruimtelijk met elkaar verbonden.

Toen hij in 1914 zijn ontslag gaf werd hij door Gropius opgevolgd die in samenspraak met Van de Velde en de toenmalige direkteur van de Hochschule Fritz Mackensen na de oorlog een nieuw schoolconcept voorlegde:

‘Die Akademien sollten, bisher nur der sog. “hohen” Kunst dienend, auch der angewandten Kunst eine Grundlage bieten.’

En zo ontstond in 1919 uit de versmelting van de twee scholen het “Staatliches Bauhaus Weimar”

7024d-dyn005_original_300_305_gif_20344_36cc9c78467d76fc57746ea05170c004

Je ziet hierboven het ‘logo’ zoals Oskar Schlemmer het in 1921 ontwierp en uitvoerde.

De naam ‘Bauhaus’ refereerde naar de middeleeuwse ‘Bauhütten” waarin de arbeiders en kunstenaars woonden tijdens de bouw van een middeleeuwse kathedraal.
En met die verklaring verwijst het programma duidelijk naar een nieuwe maatschappij (1919!) waarin het Gesammtkunstwerk centraal stond en zowel de toegepaste als de schone kunsten evenwaardig op de voorgrond kwamen.

Der Gedanke des Einheits- oder Gesamtkunstwerks als solcher war durch das Mittelalter inspiriert. So wie in den Bauhütten der Gotik die Handwerkerschaft gemeinschaftlich an der Verwirklichung eines großen Bauwerkes mitwirkte, so sollte auch der moderne Künstler durch eine Rückbesinnung auf seinen ursprünglichen Tätigkeitsbereich an der Errichtung eines neuen – nunmehr ideellen – Baues mitarbeiten. Gropius ließ es nicht bei einem Aufruf bewenden, sondern veröffentlichte auch das geplante Lehrprogramm, aus dem ersichtlich werden sollte, wie man die im Manifest verkündeten Ziele erreichen wollte.

De nieuwe docenten behoorden bij de toenmalige Europese avant garde van de beeldende kunst.

Na haar huwelijk en allerlei reizen door Europa kwam Marianne in 1924 bij dat Bauhaus terecht:

“In Weimar, wo ich als Malerin lebte, trat ich in das Bauhaus ein, nachdem ich eine Ausstellung dort erarbeiteter Gegenstände gesehen hatte.”

Ze volgde een opleiding ‘zilversmederij’ en begon met metaalontwerpen te werken, naast eigenzinnig werk met fotocollages.

bb924-dyn005_original_331_430_jpeg_20344_b4aa99653e564ed30a288141a7168386

Op de collage hier boven zie je haar eigen leven afgebeeld op het moment van haar zilversmederij-opleiding.

Zo ontstaan haar beroemde ontwerpen van haar theeset, haar lampen en andere voorwerpen die op dit ogenblik nog altijd erg hedendaags overkomen.

a529e-dyn005_original_321_430_jpeg_20344_dd82a4d59657b9f336debb73339a9dd9

Het begrip bol, kogel en zijn onderdelen komt centraal te staan.
Vanuit de bol gaat ze op zoek naar de mogelijke delingen of aanvullingen.
De details vallen weg.
De essentie van het voorwerp richt zich naar de vereenvoudiging, naar de klaarte van het geheel.

4b15c-dyn005_original_350_350_jpeg_20344_0dc4563fff451e8046bc347af0d708e3

Het begin van het Bauhaus was een duidelijke Europese utopie: de grens opheffen tussen vakmanschap en idee, tussen techniek en gestalt, met de schoonheid van de eenvoud voor ogen.
Het ging inderdaad over een nieuw mensbeeld waarin ieder zijn typische kunnen zou bijdragen om tot dat Gesammtkunstwerk te kunnen komen.

5a9f9-dyn005_original_500_326_jpeg_20344_c5aa960f1bdd2db83dadfbf591038568

De expressie werd belangrijker dan de uitvoerder, de dienstbaarheid van de schoonheid aan de gemeenschap kwam boven de allerindividueelste expressie te staan.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de nazi’s in 1933 het Bauhaus sloten.
Zij hadden een heel andere opvatting over dat Gesammtkunstwerk.
Het zou monumentaal zijn, übermenschlich en druiste recht tegen de opvattingen van het Bauhaus in.

6cb88-dyn005_original_400_269_jpeg_20344_aa996a35fe64179321fd90d5ece75a68

Marianne leefde na de oorlog in ‘Karl Marxstadt’ vrijwel vergeten.
Ze stierf er in 1983, een eeuw Duitse geschiedenis was voorbij, maar enkele jaren later zou ze afgerond worden met de val van de muur.

Haar pogingen om de essentie te vinden
bleven bewaard
en dienen nu als voorbeeld voor jonge designers.

De idee om toegepaste kunst en beeldende kunst samen te smelten is in dit allerindividueelste landschap weer naar achtergrond verbannen.


DE ESSENTIE, EEN VROEGE POGING

Hier stuur ik je een marmeren beeldje van een vrouwelijke figuur.Onbekende maker, maar met de naam van de verzamelaar aangeduid: The Bastis Master.

Datering tussen 2600-2400 BC.

<Het is een van mijn rustplaatsen in het Metropolitan Museum.

Je schreef gisteren terecht over dat sacherine symbolisme dat in de hedendaagse beeldende kunst woedt, en dat de armetierigheid van de de zgn. kunstenaar duidelijk maakt: nihil habeo, nihil dabo.
Ik heb niks, ik geef niks, om het met de woorden van een Mozartiaanse canon te zingen.

Telkens als religies hebben uitgediend zie je dat de seculieren in hetzelfde bedje ziek worden als het bedje van degenen die ze verketterden.

Als ik ’s nachts naar jullie persoverzicht luister via mijn computer valt het mij op dat jullie hoofdredacteuren net zo goed dominees hadden kunnen zijn.
Er wordt met het vingertje gezwaaid dat het een lieve lust is: neen Toni Mari, eerst de kijkers dan de centjes (terwijl die eerst verdiende centjes en de kijkers en de belastingbetaler alleen maar ten goede kunnen komen, dacht ik op enige afstand van het vaderland, maar soit), te veel hormonen, stoute ministers van justitie die het geboefte vrijlaten, uit het land zetten en het dan weer zien terugkeren (schieten we ze beter naar de maan?) en de Chinezen die over de rode loper ons land moeten binnenrollen (wie, wat, hoe was dat ook weer met die executies en mensenrechten?) en ga zo maar door.

Hier zijn de krantencommentaren van de grote dagbladen erg politiek gefundeerd, en als ik de stijl van de kunstbijlages vergelijk met de ‘nieuwtjes’ uit het vaderland dan valt me telkens weer de kleinstedelijkheid op waarmee de dingen bij jullie worden becommentarieerd.

Dus terug naar de essentie.
Zeg niet dat dit prachtige marmeren beeldje ontstond uit onkunde.
Zoals je van kinderen zou kunnen zeggen dat ze vitalistisch tekenen en schilderen vanuit diezelfde onkunde, het nog niet beheersen van figuratie en perspectief, enz.

Ik denk dat er inderdaad begaafde kinderen zijn die hun tekeningen en schilderijen best kunnen meten met hun grote broeders zoals er kinderen zijn die Chopin niet alleen met vingertechniek ten gehore brengen maar zelfs iets van zijn weemoedigheid en onrust weten te vertolken.
Zo vonden wetenschappers dat Pollock’s drip-werken telkens weer gebruik maken van hetzelfde patroon dat zich tot in het detail herhaalt.

Ook in die vroege tijden had je prutsers en…kunstenaars.
Dit beeldje is van een ware kunstenaar.
Hij vat de figuratie in de essentie samen maar vergeet niet dat er details zijn die er toe doen. (de armen, vingers, tenen bv.)

Zowel in het woord als in het beeld is de concentratie op deze essentie gericht.
Er is zeker een wetenschappelijke verklaring voor: ze ligt in het feit dat onze hersenen zich goed voelen bij het waarnemen van deze essenties.

Er zijn sindsdien 5000 jaar voorbij gegaan, en de essentie is gebleven.

Kijk naar de harpspeler die ongeveer even oud is.

De vervloeing tussen figuur en instrument,
de lijnen van het geheel die de klank van het ogenblik hebben vastgehouden.

Er staat geen leeftijd op de schoonheid.

En wie ze gemaakt heeft, en hoe lang dat duurde, en wat zijn innerlijke en uiterlijke strijd was eer hij dit resultaat bereikte, het heeft allemel geen belang.

Ze kijken ons over die brug van eeuwen aan.
We zijn dichtbij elkaar.


HET LIGT IN ONZE NATUUR

Het zinnetje ‘het ligt in onze natuur’ is me bijgebleven.

Door een rare denkkronkel hebben wij de natuur altijd als iets BUITEN ons gezien: tegenover het geconstrueerde, de stad, de machine, staat in onze ideeën de natuur, en laat het dan nog een moeder natuur zijn.

Mijn foto is dus niet zo maar een foto, een post-ontbijtbeeldje.
Je zou hem kunnen behandelen met het ‘sacherine-symbolisme’ waarover de NY-times sprak toen de auteur over de nieuwe torens schreef, een symbolisme waaraan veel van wat wij hedendaagse kunst noemen, ziek is.

Dat is niet nieuw.
Buiten het feit dat de kunstenaars uit de voorbije tijden ook nog wezenlijk hun vak kenden, droop de kunst ten allen tijden van de overdreven symboliek.

Die is even verdwenen toen het impressionisme en zijn vervolg de plaats innamen van de zieleroerselen, maar met het post-post modernisme weer volop terug aanwezig.

Zoetstof-symbolisme is nog erger dan het gesuikerde voorbije symbolisme.
het vervangt wat op zijn beurt al een vervanging van de werkelijkheid is.

En er is voor symbolen, zoals daar zijn de nationale vlaggen, al heel wat bloed vergoten.

Laten we het dus bij de werkelijkheid houden.
Er ligt op een metalen tuintafel een bananenschil met lege blisters van medicamenten.
Dat is de werkelijkheid.

Laten we nu de sacharine in het beeld oplossen dan zou je kunnen spreken van natuurlijk (banaan) en onnatuurlijk (medicamenten), en erger nog: kijk eens wat de post-moderne mens nodig heeft, om te overleven, hoe ver hij van de natuur is weg gedreven, enz.enz.
Het oergevoel in de wijsvinger (kijk elke dag naar het televisienieuws) duikt op, de waarschuwende stem weerklinkt.

Ach ja, de weeë kussen van de muze op het arme dichters- en schrijvershoofd.
De bezoekende mythologische dames zouden beter het venster openstoten en de kunstenaar zijn blik naar buiten kunnen richten: daar is het leven, ventje, daar, niet in uw armzielig zieleroerseltje, niet bij mama, ik kan niet zonder jou, niet in het getormenteerde van onze povere geesten, maar het leven zelf speelt zich vaak BUITEN ons af.

En BUITEN dat is de natuur, en dat is de natuur zoals wij die waarnemen in bomen, bloemen, bossen en andere bedenksels, maar ook in wat de menselijke natuur intussentijd heeft voortgebracht: de schoonheid van de machine, de mogelijkheden van de computer, de helderheid van de wetenschap.
Ja, ook dat is natuur.

De prachtige vezel van de bananschil.
Bekijk ze maar eens, het is de moeite waard wanneer we het over ‘huid’ zouden hebben.
Maar ook de mogelijkheden van de medicatie: het leven van zijn onvolkomenheid verlossen, of minstens het ondragelijke verlichten.

Het ligt dus wel IN onze natuur dat wij de schoonheid van de architectuur met het gegeven landschap kunnen verzoenen of verluchten.

En over natuur gesproken, zo vriendelijk is die moeder nu ook weer niet.
Het is eten of gegeten worden, bekijk maar enkele natuurfilmen en het bloed druipt van je scherm.

Misschien is het woord verzoenen nog niet zo mis.
Ook dat ligt in onze natuur.
Naar het schijnt.


DE STILTE ZICHTBAAR MAKEN: ELLIS TERTOOLEN

In de nagalm van elf september dacht ik je te verrassen met werk van de Nederlandse artieste Ellis Tertoolen (1951)

Verrassing is een groot woord omdat het op een soort plotse activiteit wijst, beter zou zijn: je te laten binnenkomen in haar wereld, zachtjes, voetje voor voetje.

‘Alles draait immers om eenzaamheid. Ik beleef de eenzaamheid echter niet alleen als een negatieve emotie, het heeft ook iets heel moois. Schilderen is een vorm om die eenzaamheid te koesteren. Anderzijds creëert het een geestverwantschap met degene die ik schilder. Met anderen, die je werk mooi vinden, deel je op emotionele wijze.’

Ik vond haar werk mooi, en genoot van het meedelen.
Vaak laten tekeningen en schilderijen je niet toe: ze zijn zo met zichzelf bezig dat je een buitenstaander blijft, maar bij Ellis Tertoolen word je deelgenoot.

Telkens ik haar werk zie, hoor ik de stilte.
De stilte is een vaak verkeerd begrepen begrip: afwezigheid van ongewenst geluid.
Verstilling zou beter zijn: de essentie van het innerlijk geluid bewaren.

Toen ik deze morgen een mooie Limoges theepot uitpakte en hem in het overvloedige zonlicht hield, en hem daarna onder de studiospot zette, kwam ik ook in die verstilling binnen: de condensatie van voorbije tijd geconcentreerd in een voorwerp, een tekening, een schilderij.

“Ik hou van licht. Licht is voor mij het verlangen naar het nieuwe, geeft toegang tot verandering.

Ik dacht aan Chardin, zij voelt zich verwant met Co Westerik, Egon Schiele en Matthijs Roling.
Roling en Westerik om haar verwantschap zichtbaar te maken:

de weg tussen de hagen

de jongen in badpak en verschijning.

uiterlijke
innerlijke
verstilling.
L’ essentiel est invisble pour les yeux.

Maar wat er zichtbaar is wordt vaak ook niet als essentiel herkend.
net zo min als we als volwassenen onze kindertijd (h)erkennen.

‘Ik teken veel, en als ik teken zijn dat kinderen. Kinderen hebben me altijd gefascineerd, vooral het kind zijn. Kinderen leven in een andere wereld dan volwassenen. De kinderwereld en de grote-mensen-wereld staan naast elkaar. Kinderen ontroeren mij in hun mateloosheid. Ik denk dat kinderen vaak eenzaam zijn, omdat zij die groot zijn niet echt meer weten wat er in kinderen omgaat.’

dyn003_original_397_394_jpeg_20344_6d410ae6954b57b6b6751a1ad2fb9bed

Zie je, denk ik dan.
Wij zijn de kip
We scharrelen maar wat.

Achter ons kijkt
het kind
met grote ogen.

De asielzoeker
in ons
volwassen
huis.

In de andere wereld.

Nooit ontdekt gebied.

Het raadsel
van onze
vervreemding.

Waarom hebben wij
dit land verlaten?

dyn003_original_394_568_jpeg_20344_f2cba5ef90ced4d5f8ce0aa62abd2074

Natuurlijk
de engelen slapen,
en wij vergeten
dat ze in ons wachten
om op ‘bevlogen’ momenten te ontwaken.

In de eenzaamheid.

 

‘Ik hang aan het bestaan en vind het eindeloos om te leven. Het is onacceptabel dat het ooit ophoudt. Eigenlijk wil ik me bezighouden met zaken die boven dit leven uitgaan. Schoonheid staat daarin voor mij centraal. En wat is dat dan ? Het absolute ontbreken van lelijkheid. Er is nooit disharmonie.’

In het prachtige licht van deze septemberdag voel je de val die Alice maakte, op weg naar haar wonderland.

Zoals het mysterie: steeds weer als je denkt er iets van te begrijpen
opent zich
de volgende diepte.

Notitie 2018: Ellis Tertoolen is op 19 november 2011 overleden.

‘Moge de Onschuld, die Ellis haar leven lang zo treffend en telkens weer ontroerend in beeld wist te brengen, haar als bewaarengel begeleiden op de reis die ze nu moet maken.’

(vrienden van het museum Mohlmann waar zij ook tentoonstelde)

437534772d226a0e4a19745c38fe2eb6


TORENS VAN HET VERGETEN

Lieve Vriend in de stad with low expectations,

Waarom moet ik steeds aan Henry Van de Velde denken als ik over 11/9 of 9/11 hoor spreken en de nieuwe ontwerpen op ground zero bekijk?

Niet wegens enige gelijkenis tussen zijn architectonische opvattingen die van de drie architecten die voor de nieuwe skyline van jouw residentiestad moeten zorgen.

Norman Foster, Richard Rogers en Fumihiko Maki zijn eersteklas architecten, maar het is zoals Nicolai Ouroussoff vandaag in de kunstbijlage van de N.Y.-times schrijft:

’But for those who cling to the idea that the site’s haunting history demands a leap of imagination, the towers illustrate how low our expectations have sunk since the city first resolved to rebuild there in a surge of determination just weeks after 9/11.’

Je zou de torens overal kunnen neerplanten.
Potsdammer Platz, La Défense, in eender welke West Europese stad kunnen ze gebouwd worden.

’By comparison, the three new towers are about forgetting. Conservative and coolly corporate, they could be imagined in just about any Western capital, paralleling the effacement of history in the remade, blatantly commercial Potsdamer Platz in Berlin or La Défense, the incongruous office-tower district just outside Paris.’

Jaja, er waren mooie ideeën bij de ontwerpen.
Het ‘saccharine symbolism of Daniel Libeskind’s Wedge of Light plaza’, waarvan de vorm gebaseerd is op de zonnestand vijf jaar geleden toen de twee vliegtuigen zich in de torens boorden.
En de open structuur van de drie architecten zou dan wijzen op de openheid van de democratische maatschappij.
Maar transparantie heeft niets met openheid te maken, maar wel met voyeurisme, exhibitionisme en ‘bewaking’, en dat zijn drie begrippen die op ground zero meer betekenis hebben dan ‘freedom’.

Maar wat heeft Henry Van de Velde met deze redenering te maken?

Mag ik je dan eerst meenemen naar San Gimignano in Italië, stad die ooit zo’n zeventig torens bezat en waar het treffen tussen Guelphs en Ghibellines voor aardig wat bloedvergieten zorgde, en iedere bouwheer zijn macht wilde uitdrukken door Van het Groenewoud zijn ‘Ik wilde de grootste hebben!’

Het is dus nog maar eens een mannelijk probleem.
En als ik de ontwerpen van de drie architecten voor de nieuwe torens bekijk, dan is het duidelijk we sinds San Gimignano nog niet veel geleerd hebben.

Net zoals de 16de eeuwse klokkentoren van Ivan de Grote in Moskou, 81m, de hoogste toren moest blijven, mocht je ook in de middeleeuwse stad niet hoger bouwen dan de toren van de heersers.

Torens.
Kijk naar spelende kleuters.
De jongens bouwen torens, meisjes zijn slimmer, ze houden zich met de inrichting van de ruimte bezig.

En nu naar Gent waar Henry Van de Velde een boekentoren bouwde, en die boekentoren moet je alvast zien in het licht dat de Gentse universiteit nog maar in 1930 vernederlandst was waar de stad in 1934 het contract met Van de Velde afsloot.

Van Aspen wou laagbouw, maar Van de Velde wilde toch de hoogte in: een boekenkast in ‘t groot, een boekentoren dus.

Voilà, goede vriend.
Terwijl in jouw stad er geen minuut zonder viering of herdenking voorbijgaat, pleit ik vanuit mijn stulp in het lage land voor een boekentoren.
Een toren waarin de koran en de bijbel, de heilige geschriften en de minder heilige schriften voor iedereen bereikbaar zijn, de kern van de democratie is immers de kennis en niet de tralala die bijvoorbeeld zo’n gerechtsgebouw in Antwerpen uitstraalt, of het moest zijn dat de architect daar een verborgen agenda had en de golvende structuur, op-en-neer, als symbool van de rechterlijke macht zag, of de golfjes van de Schelde die de gewone mens verzuipen als het over ‘menselijke’ taal gaat in de rechtspraak.

Vaak hebben alle partijen met dat heilige boek in de hand elkaar gedecimeerd, nu wordt het dus tijd om al die geschriften -en prijzen wij ten zeerste de Oosterse literatuur want terwijl wij hier ons met de gefrustreerde hoofse minne bezig hielden noemden ze daar een kat een kat en je hoefde ze niets een in het donker te knijpen- samen te brengen en van hun politieke waanzin te ontdoen.

Want laten we eerlijk zijn zowel in bijbel als in koran (en ik zwijg nog over de Afrikaanse en Indische verhalen) vindt het onrustige hart een schuilplaats in de grote ziel van ‘mag-het-iets-meer-zijn a.u.b..

Beste Henry.
Als je er zelfs in geslaagd bent een boekentoren te bouwen in Gent, verhef U dan uit de dodenslaap en klop aan bij degenen die willen vergeten, want in de trillende pennen, de hamerende vingers op het klavier, is de overlevingsdrang en de liefde in al haar vormen aanwezig.

Geef de stad New York zijn boekentoren.
Je hoeft er niet in te vliegen, want voor de haastige lezer is er een landingsplaats voor helikopters op het dak, maar ook een uitzicht op de menselijkheid die telkens weer in allerlei boeken met allerlei inzichten tot nieuw leven wordt gebracht.