OP ZOEK NAAR DE ESSENTIE: MARIANNE BRANDT

Voor 1990 heette deze stad nog Karl Marx Stad, en nu zoals voor 1946 weer Chemnitz, aan de voet van het Erzgebergte.

De bekende mineraloog en arts Georgius Agricola was er burgemeester, en in de 19de eeuw werd de stad wel eens het Saksische Manchester genoemd wegens zijn bekende machinebouw en textielindustrie.

Ik denk dat landschappen, de omgeving dus, belangrijk zijn om het tijdskader waarin iemand leefde beter te begrijpen.
Die iemand is hier: MARIANNE, geboren Liebe maar bekend als BRANDT (de naam van haar Noorse echtgenoot-schilder).

Het tijdperk: 1893-1983, dat is bijna een eeuw Duits-Europese geschiedenis.

Haar vader, Franz Bruno, was muzikaal begaafd, reisde menigmaal naar Italië, zorgde in de stad voor kunstverzamelingen, en zo was het niet te verwonderen dat de drie zussen (Marianne was de jongste) vaders muzikaliteit hadden overgeërfd.
Ze bespeelden ieder een ander instrument zodat samen musiceren tot het alledaagse leven ging behoren.
De zin voor schoonheid komt niet uit de lucht vallen.

De meisjes leerden Frans en Duits, gingen een jaar in pension naar Engeland en Frankrijk zoals toen voor dames van de gegoede stand gebruikelijk was, en Marianne volgde daarna in Weimar de Hochschule für Bildende Kunst, iets wat voor meisjes toen zeker niet gebruikelijk was.

“Marianne Liebe sieht sich einmal im Expressionismus um und wirkt daher mehr einer Hospitantin gleichin dieser Natur atmenden Klasse.”

lezen we in 1916 in een schoolverslag.

Naast de Hochschule waar zowel Marianne als haar Erik Brandt studeerden was er ook nog de ‘Grossherzogliche Kunstgewerbeschule’ onder leiding van Henry van de Velde.
De scholen waren zelfs ruimtelijk met elkaar verbonden.

Toen hij in 1914 zijn ontslag gaf werd hij door Gropius opgevolgd die in samenspraak met Van de Velde en de toenmalige direkteur van de Hochschule Fritz Mackensen na de oorlog een nieuw schoolconcept voorlegde:

‘Die Akademien sollten, bisher nur der sog. “hohen” Kunst dienend, auch der angewandten Kunst eine Grundlage bieten.’

En zo ontstond in 1919 uit de versmelting van de twee scholen het “Staatliches Bauhaus Weimar”

7024d-dyn005_original_300_305_gif_20344_36cc9c78467d76fc57746ea05170c004

Je ziet hierboven het ‘logo’ zoals Oskar Schlemmer het in 1921 ontwierp en uitvoerde.

De naam ‘Bauhaus’ refereerde naar de middeleeuwse ‘Bauhütten” waarin de arbeiders en kunstenaars woonden tijdens de bouw van een middeleeuwse kathedraal.
En met die verklaring verwijst het programma duidelijk naar een nieuwe maatschappij (1919!) waarin het Gesammtkunstwerk centraal stond en zowel de toegepaste als de schone kunsten evenwaardig op de voorgrond kwamen.

Der Gedanke des Einheits- oder Gesamtkunstwerks als solcher war durch das Mittelalter inspiriert. So wie in den Bauhütten der Gotik die Handwerkerschaft gemeinschaftlich an der Verwirklichung eines großen Bauwerkes mitwirkte, so sollte auch der moderne Künstler durch eine Rückbesinnung auf seinen ursprünglichen Tätigkeitsbereich an der Errichtung eines neuen – nunmehr ideellen – Baues mitarbeiten. Gropius ließ es nicht bei einem Aufruf bewenden, sondern veröffentlichte auch das geplante Lehrprogramm, aus dem ersichtlich werden sollte, wie man die im Manifest verkündeten Ziele erreichen wollte.

De nieuwe docenten behoorden bij de toenmalige Europese avant garde van de beeldende kunst.

Na haar huwelijk en allerlei reizen door Europa kwam Marianne in 1924 bij dat Bauhaus terecht:

“In Weimar, wo ich als Malerin lebte, trat ich in das Bauhaus ein, nachdem ich eine Ausstellung dort erarbeiteter Gegenstände gesehen hatte.”

Ze volgde een opleiding ‘zilversmederij’ en begon met metaalontwerpen te werken, naast eigenzinnig werk met fotocollages.

bb924-dyn005_original_331_430_jpeg_20344_b4aa99653e564ed30a288141a7168386

Op de collage hier boven zie je haar eigen leven afgebeeld op het moment van haar zilversmederij-opleiding.

Zo ontstaan haar beroemde ontwerpen van haar theeset, haar lampen en andere voorwerpen die op dit ogenblik nog altijd erg hedendaags overkomen.

a529e-dyn005_original_321_430_jpeg_20344_dd82a4d59657b9f336debb73339a9dd9

Het begrip bol, kogel en zijn onderdelen komt centraal te staan.
Vanuit de bol gaat ze op zoek naar de mogelijke delingen of aanvullingen.
De details vallen weg.
De essentie van het voorwerp richt zich naar de vereenvoudiging, naar de klaarte van het geheel.

4b15c-dyn005_original_350_350_jpeg_20344_0dc4563fff451e8046bc347af0d708e3

Het begin van het Bauhaus was een duidelijke Europese utopie: de grens opheffen tussen vakmanschap en idee, tussen techniek en gestalt, met de schoonheid van de eenvoud voor ogen.
Het ging inderdaad over een nieuw mensbeeld waarin ieder zijn typische kunnen zou bijdragen om tot dat Gesammtkunstwerk te kunnen komen.

5a9f9-dyn005_original_500_326_jpeg_20344_c5aa960f1bdd2db83dadfbf591038568

De expressie werd belangrijker dan de uitvoerder, de dienstbaarheid van de schoonheid aan de gemeenschap kwam boven de allerindividueelste expressie te staan.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de nazi’s in 1933 het Bauhaus sloten.
Zij hadden een heel andere opvatting over dat Gesammtkunstwerk.
Het zou monumentaal zijn, übermenschlich en druiste recht tegen de opvattingen van het Bauhaus in.

6cb88-dyn005_original_400_269_jpeg_20344_aa996a35fe64179321fd90d5ece75a68

Marianne leefde na de oorlog in ‘Karl Marxstadt’ vrijwel vergeten.
Ze stierf er in 1983, een eeuw Duitse geschiedenis was voorbij, maar enkele jaren later zou ze afgerond worden met de val van de muur.

Haar pogingen om de essentie te vinden
bleven bewaard
en dienen nu als voorbeeld voor jonge designers.

De idee om toegepaste kunst en beeldende kunst samen te smelten is in dit allerindividueelste landschap weer naar achtergrond verbannen.