EEN BOOMGAARD IN MIJN HOOFD

Waarde vriend in de Big-Apple

De grootste ontdekking van mijn zesjarig kleinkind op het land was het feit dat appels zichtbaar aan de bomen groeiden.
En dat ze bijgevolg ook van die bomen in het gras konden vallen.

Ze droeg de oogstappel bijna als een heilig ding mee naar het landhuis.
Daar werd de appel geschild, de inwonende kleine made bestudeerd, en werd de vrij mismaakte appel in partjes gesneden en uitgedeeld.

Ze wilde onmiddellijk terug naar de boomgaard om het wonder te herhalen.

De oogstappel, of volgens kenners de St.-jacobsappel, of de Blanke Madeleine, The white Transparant, of Transparante Blanche, oder der Weisser Klarapfel zou uit (west) Rusland komen.

De oudere hoogstammen geven inderdaad vaak misvormde appels, en zeker als de bestuiving niet helemaal dat is ( best bestoven door Transparante de Croncels, Jonathan of Keswick Codlin, zegt Bart Vancoppenolle in zijn ‘Eigenwijze Tuin’ website) dan krijg je de mij intussen zeer bekende zielige maar erg smakelijke appel: wit sappig vruchtvlees, zachtzure smaak.
Geliefd als één der allervroegste handappels.

De oogstappel, dat was: vakantie.
De boomgaarden in het vroegere verre landhuis van mijn jeugd.
Nu zijn de hoogstammen helaas bijna allemaal verdwenen door de rooipremies van de Europese gemeenschap, maar in mijn kinderjaren boden ze naast beschutting voor de warme dagen ook nog een rijpingsnest voor de allerlekkerste Weisser Klarapfel.

Je zou hem vanaf half juli kunnen plukken, maar de zomers van hier maakten hem een tot een echte augustusappel, de allervroegste handappel zoals Bart dat zo mooi zegt.

Appels in het morgengras.
Ik herinner mij dat Tarkovski appels gebruikt in zijn prachtige film ‘Iwans jeugd’, een vrachtwagen vol appels die op het strand uitrollen en door vlezige paardenlippen worden gegeten.

Ik herinner me ook dat ik ze in een rieten korf verzamelde.
De combinatie riet en fruit is net zo mooi als appelen in een koperen schelp van de grote weegschaal in het melk- en boterhuis van de boerderij waar ik later met mijn vader appels ging kopen.

Appels uit mijn allervroegste kinderjaren: in lange rijen gelegd in mijn kinderkamer, en als ik als twee-driejarige uit mijn middagslaapje ontwaakte probeerde ik ze te grijpen, rolden ze weg en hoorde ik meteen de boze voetstappen van mijn vader die me op heterdaad betrapte.

dyn004_original_590_581_jpeg_20344_215fa5d5b14e2562ff369ea5a336802e

Appels op de zolders van mijn grootvaders. Winterfruit.
Spreek dat woord zacht uit: winterfruit.
Het is een gebed.
Ik weet niet tot welke godheid, maar het verenigt de zomer met de koude winterdagen.

Wijnappeltjes in de tuin, herinnert U de rode wijnappeltjes waarvan ook het vruchtvlees transparant rozig-rood was?

En appelmoes?
Nog zo’n kinderwoord.
Het was het eerste (en vrijwel ook het laatste) dat ik probeerde te koken.
Olim meminisse.
Warme appelmoes, of de smakelijke koude met brokjes appel?
Uitgestreken op een taartbodem, of ingebakken in bladerdeeg als er feesten in de lucht hingen?

Ik begrijp heel goed dat de zondeval rond een appel draaide.

En tijdens de dagen op het land sloot die kring zich.
Het meisje met de oogstappel.
Als de grond er niet zo kalkrijk was zou ik onmiddellijk een boomgaard laten aanplanten.
Een grote notenboom en een appelgaard, om de kersen niet te vergeten, want de reusachtige witbuik-kerselaar uit mijn kinderjaren is in mijn herinneringen blijven bloeien.

(de foto is van Erik van Asten)


EXUBERANTE FOLKLORE: TRENTON DOYLE HANCOCK

2-8b49c-dyn006_original_550_454_jpeg_20344_d5666830bd180b658279648664b91e85

Hier zijn we in de BLESTIAN ROOM, een samentrekking van bestian and bless, van dierlijkheid en het gezegende.

1-659a4-dyn006_original_550_375_jpeg_20344_043a29bb474409c99154bee3e1e3848c

We blijven in het jaar 1974 waar TRENTON DOYLE HANCOCK in Oklahoma city geboren wordt.

Het is duidelijk een kind van zijn tijd, sterk beïnvloed door strips en cartoons, deze manga’ s van het westen.

De oppervlakte van het schilderij volstaat niet.
Flirting in the Blestian Room neemt de hele muur in beslag.
Het letterverhaal beweegt zich rond een kleuren- en vormenkern.

3-61b19-dyn006_original_550_355_jpeg_20344_e36b3c386df071f80fb0ed9d7199afea

Ook de wezens die de beweging vormen zijn plant, dier, menselijk door elkaar.

Ook hier wordt het vervloeien van vormen, materialen en kleuren een wezenlijk kenmerk.

5-92a5d-dyn006_original_510_383_jpeg_20344_802491330361ada039505fd83d6864ca

Je denkt erover na om in het centrum van het doek te springen, om meegenomen te worden door het wezenlijk onwezenlijke.

Het banale, het triviale, de twijfel, het zit allemaal op je te wachten in die bestian room, maar door zijn samenstelling ontsnapt het aan zijn onderdelen: er wordt bewogen, en je moet je de eenvoud van kinderlijk beschouwen aanmeten om in die nieuwe werkelijkheid binnen te lopen, zoals je je door een stripverhaal laat meeslepen.
Alles is fake.
Maar het houdt je gevangen.

Flirt with disaster.
Gelukkig maar.

26066-dyn006_original_510_552_jpeg_20344_226aa8a8533f6e18b57c0fd2c17022cb

Hier moet je spelen.

Mee-spelen.
Vooral niets uit-leggen.
Eerder in-nemen.

4-7b43e-dyn006_original_550_367_jpeg_20344_037805af38b2d99161a18cec6432d3b6

‘Obscurantist folklore’ noemde een collega het.
Tussen Oklahoma en Houston Texas waar de kunstenaar nu woont en werkt.

Hancock’s talent lies less in the originality of his tropes and more in his deft adulteration of our culture’s organizing memes, presented here in an entertaining meditation on the relationship between creativity, sustenance, and asceticism.

7-de88b-dyn006_original_367_550_jpeg_20344_52be172bc004ed64e1b4d15fef289af2

En daarmee zijn enkele pijlen op de grond getrokken, maar je moet zelf die relatie tussen kreativiteit, overdaad en ascetisme laten botsen.

Het is juichen en mummelen tesamen en daarbij niet goed weten wat dat gejuich of gemummel heeft uitgelokt.

Loop niet te vlug weg.
Er zouden zetels en kussens moeten staan zodat je half wakend half slapend de kleuren over je heen voelt komen.

7-50983-dyn006_original_550_548_jpeg_20344_d8cb0326266c9e49554abd203b03394f

 

Ik kruip ertussen met mijn lettertjes.
Ik ben een beetje plant, zwaai met mijn dierenstaart en brul het uit als mens.

Ik heb adem te kort.

Ik ben onooglijk klein.
Maar daardoor kan ik uitvloeien.
Ik beweeg in deze mythologie
van het verre westen.

8-4e7dd-dyn006_original_510_396_jpeg_20344_a4b10ee9a7bd311fc1f55eba6c05fff4

Ik heb
altijd
graag als kind
op muren geschreven.

Later was het enkel Zorro
die zijn merkteken
achterliet.

10-21ad6-dyn006_original_416_550_jpeg_20344_6d5351a3301eb59295908183acd04de6

Weet je
ik tekende nieuwe gebouwen
waar niemand kon wonen.

De kamers waren er
voor gedachten
of herinneringen.

Ik was er thuis.


DE SCHILDER(ES) ALS MODEL: MONICA COOK

Waarde Vriend in het Vaderland,

In de diepte van het landschap komen we steeds weer bij de spiegeling van onszelf uit.
Je schreef me over de overbodigheid van de mens in het geheel van dit landschap, terwijl hij natuurlijk de enige is die het zijn naam verleent.

Laat me dus bij de innerlijke landschappen blijven en je vanuit New York Monica Cook voorstellen, in 1974 geboren in Dalton, Georgia en op tijd en stond haar artistieke studies aangevat en voleindigd in het befaamde Savannah College of Art and Design waar ze in 1996 summa cum laude afstudeerde en nu in New York resideert. (school of Visual Arts).

2-14045-dyn002_original_600_679_jpeg_20344_70d427732d770cb7f0fb6ebba806396d

Je zult verwantschappen ontdekken met de andere jonge mensen die ik je de laatste weken voorstelde.
De vitaliteit van de Amerikaanse art scene is in Europa (op Nederlandse uitzonderingen na) nog veel te onbekend.
Telkens ik de grote galleries bezoek, merk ik nieuwe wegen op, durf vooral en in hoge mate artistiek kunnen, iets wat onze Europese scene wel eens durft verwaarlozen.

3-62ae-dyn002_original_600_597_jpeg_20344_f1594f4a5df0240de79fa0080c7f04b1

Voor wie New American Painting kent, het nummer 58 is aan haar oeuvre gewijd.
We laten de beelden en de artieste zelf spreken:

“For the past nine years I have explored self-portraiture through painting and mixed media.What began out of convenience of working alone, using myself as a model, grew into a formof self exploration. I build my paintings of memories and new experiences, identity lost andfound.

4-5a421-dyn002_original_600_888_jpeg_20344_0ab7146926c4b1cdbc9a36136127a7ef

By constructing each painting in the way which a memory is formed, a patchwork ofhyper detail and blurry eyed recollections, I have captured the figure in a state of flux,between composed and decomposing, formed and formless. While each painting isessentially a reflection of myself I hope in some way to make a universal connection thatshows the precarious balance of strength and vulnerability that speaks honestly of what it isto be human.”

dyn002_original_600_598_jpeg_20344_698ff1cf3ee2564bd08eaaaaf4eb9f99

De constructie van het geheugen, de herinnering.(in the way a memory is formed)
Kijk naar de gemeenschappelijke raten uit de bijenkorf waaruit cel bij cel een herinnering wordt gevormd, maar die net zo goed een (verborgen) verlangen zou kunnen zijn.

1-92141-dyn002_original_771_600_jpeg_20344_693b6390b99d739e800b2f5f7e095058

De herinnering is een ‘dunamis’, een kracht, een motor, niet alleen een statische wazigheid, maar een steeds maar vormend en vervormend beeld dat nooit af schijnt te zijn.

Je tilt jezelf op, maar je draagt nog het wolvenmasker uit de voorbije droom.
Ongrijpbaar voor de scherpe tanden van dit voorbije zijn de vogels, een onderwerp waaraan ze een serie schilderijen wijdde.

5-7293-dyn002_original_600_852_jpeg_20344_ff16f67dd4e6098629fd2f9bd0be74b9

Het lijkt vluchtig, maar zoals de Oosterse prenten ons al bewezen, niets is zo zwaar als het ogenblik.

De wens om de balans te vinden (ik denk aan jouw toneelstuk, HET TOUW) tussen kwetsbaarheid en sterkte, om eerlijke beelden te modelleren die uitdrukken wat het is een menselijk wezen te zijn.

6-9fe1-dyn002_original_600_595_jpeg_20344_eb953897e2ed3a814e725385f0fc9829

Haar kleuren zijn Italiaans, ze hebben een karakter van nog natte fresco’ s.
Even drogen ze in onze ogen, maar in het kijkend hart zijn ze al volop aan ’t deformeren.
Tot we onszelf werkelijk onder ogen durven komen.

 


DREAMS OF FLYING

Waarde Vriend in de verre landen,

Zelfs een antiquair met ruimte voor fantasie en melancholie, hoop en herinnering dus, heeft nood aan stilte en open lucht.

Ook als de wereld op je afstormt via kranten en berichten, via schilderijen en zilverwerk, langs vervlogen mensen die alleen hun serviezen hebben achtergelaten, is de kleine ruimte van je werkkamer of de grotere ruimte van je huis niet meer voldoende.

De geest moet kunnen waaien waar hij wil.
En hij wil de luchten zien, de zachte glooiing van het landschap.

Onze hersenen hebben nood aan diepte in het waarnemingsveld.
En al is enige tijd deze diepte virtueel op te roepen of te vervangen door lectuur en muziek, de fysica eist ook haar rechten.

Ik ben dus een week naar het land.
En ik laat graag de foto’ s achter van Jan von Holleben die van zichzelf zegt:

‘Ich mag schöne und heitere Fotografie, trotzdem ernst, aber nicht dramatisch. ‘

In zijn veel geprezen ‘Dreams of flying’ stelt deze zeer jonge fotograaf (1977) zijn kinderwensen voor in een aantal hoogst aangename foto’s die hij samen met kinderen maakte.

Ik verwijs graag naar zijn eigen website waarin en de interviews en de foto’s zijn te bewonderen.

Tegelijkertijd met het geslaakte gilletje van ‘wat leuk’ heb ik er toch een pak bedenkingen bij.
Ik waardeer het spel, het werken met een wegwerp-camera, met het directe zonder al te veel liflafjes, maar de hedendaagse kunst moet het blijkbaar meer hebben van ‘vondsten’ dan van ‘ideeën’.

Zijn werk is een ‘vondst’, een prachtige vondst inderdaad, maar als je het geheel van zijn werk gaat bekijken, zul je waarschijnlijk dat tekort aan ideeën ook waarnemen.

Ik weet dat een 29jarige nog alle krediet moet krijgen, maar het is gewoon een bevindingen om op het terrein van ‘de vondst’ te blijven.

Veel hedendaags werk, zeker installaties, moeten het van die ‘vondst’ hebben, en net zo vlug als een vondst geen vinding en nog minder een be-vinding is, waait hij weg zonder een spoortje achter te laten.
We zeggen dan: mooi gevonden, en dat is het dan.

Zijn werk verwijst naar andere kunstenaars die inderdaad de kindertijd als fundament hebben of hadden, ik denk aan Bernard Faucon, maar in tegenstelling met Faucon wil hij zijn spel rechtvaardigen met ‘het mag vooral niet moeilijk zijn’, iets wat ik begrijp in verhouding met de pseudo-moeilijkheden die de zogenaamde meer-overwogenen met zich zouden meedragen.

Dat hij van spelen houdt, kan ik alleen maar bewonderen, maar net zoals kinderen zijn uitgespeeld, valt hij volgens mij te vlug in slaap en blijft er in de ‘dreams’ te weinig flying over, maar waarschijnlijk zijn dat de oprispingen van een zestig plusser die weet dat flying ook iets met een tekort aan vleugels of vliegkracht heeft te maken, en dan onzachte landingen je deel zijn, of wie weet: het enige wat ons rest.

Maar onze samenleving houdt van ‘invallen’.
Laten we dus het woord ‘vallen’ in dat woord maar niet vergeten zonder daarom de droom op te geven.

Op een dag zal ik kunnen vliegen.
Ik doe het nu beperkt voor een week, met de ogen en het hart.
Weet je waarde vriend, het hart kan soms zo moe zijn.
Moe door de zwaarte.
Daarom deze mooie foto’ s, een nodig tegenwicht, want ze bestaan dus nog, die 29jarigen die blijven geloven dat het kan.

Kijk bij links voor zijn website.
Tot volgende week.

SPROOKJESWERELD MET VERRASSINGEN

1-83aa-dyn005_original_512_344_jpeg_20344_66c1f2219c1a9743fdf98540715229fb

Wie in New York solo in de James Cohan Gallery mag tentoonstellen, heeft meestal naam en aanzien.

2-5e98-dyn005_original_430_351_jpeg_20344_c4dbf7f12fa25988d2c7f2fffa1a9ad4

Enkele maanden geleden was het de beurt aan Manfredi BENINATI, jaargang 1970, geboren in Palermo, film gestudeerd in Rome, in Londen gewerkt en nu weer in Campagno Romano, voorstadje van Rome.

Hij werd al opgemerkt in de biennale in Venetië (2005) en kreeg met deze installatie de Premio per la Giovane Arte Italiane 2005.

dyn005_original_468_456_jpeg_20344_f4e9c20b14798f5229bebd718b303219

In deze wereld is de ruïne opnieuw aanwezig.
En wie verval zegt, mag in dezelfde adem het oude Italië uitspreken.

De klassieke wereld is binnenshuis nog aanwezig, maar haar besloten tijd, haar binneskamers leven is blijkbaar voorbij.

Maar meer dan in andere culturen wil ‘verval’ hier ook het begrip ‘geheim’ uitdrukken, de atmosfeer voor het sprookje.

Dit is een plaats voor schimmen, en daaraan heeft de Latijnse wereld nooit een tekort gehad.
In deze ruimte is duidelijk plaats voor een andere dimensie.

En meteen ben je in het werk van deze merkwaardige jonge artiest binnen gegaan, of moet ik zeggen ‘geslopen’?

Kijk naar het werk bovenaan  deze tekst.
Je weet niet of je onder water of in een mistig landschap bent.
De figuur van het jongetje kijkt vanuit een aquarium naar de toeschouwer.

Beninati’s figurative works, at once saccharine and acidic in color, immerse the viewer in a dream state of innocence with a lurking malevolence. They embrace the same slippage of reality into fantasy as can be found in the writing of Antonio Ligabue and Italo Calvino or the images of Lewis Carroll.

f3-d095-dyn005_original_400_368_jpeg_20344_66ac62b8ec08ab518853835a97fcd0b5

Kijk naar de prenten  en laat je betoveren.

4-d084-dyn005_original_492_504_jpeg_20344_6814f000a9f272720fad5b305b91441e

Ook hier, zoals bij vele jongere kunstenaars is vaak het vertrekpunt beelden uit de (eigen) kindertijd.

5-8145-dyn005_original_510_502_jpeg_20344_0ccaa2c51b4fb51f951b21354edfcd58

 

Het sfumato uit de rennaissance heeft zijn waas verstevigd, want de beelden komen uit de nabijheid van het eigen (on)bewuste.

Alsof we de mooie mens uit de 14de-15de eeuw binnenste buiten hebben gekeerd en nu niet weten wat we met die schim van onszelf aan moeten.

Zijn recente werken zijn onder de noemer ‘rescued images’ samen gebracht: beelden uit een voorbije beschaving, of zal het een toekomstige zijn?

6-48b55-dyn005_original_550_389_jpeg_20344_edfa2cca3989d5d12e7a47390817cec3

Beninati incorporates images of friends and family in several of the new works, intertwining “real life” with fantasy. The paintings are like unchartered journeys which explore the dark side of a fairy tale. Populated mostly with children and small animals and situated in unnamable landscapes, we are given a glimpse into a nether world. Fluid seamless surfaces create a mental terrain riff with psychological undercurrents.

De manier van vertellen is naar de diepte van het landschap gegaan, niet zo zeer naar het verloop der dingen want die zijn ons in een sprookje bekend.

f311a-dyn005_original_550_396_jpeg_20344_70634a29ba88ca01d6e6bcc952098fd1

Hier is de afloop niet belangrijk, want dat lange en gelukkige leven heeft in de voorbije eeuw zijn barsten en scheuren niet overleefd.

Hier kom je jezelf tegen, vermomd of net niet.
In de stilte van het voorbije of het toekomende mag je proberen stukjes samen te leggen, stapstenen waarop je het bos in zult lopen.

O, wat heb je toch grote ogen, zal roodkapje zeggen.
Dat is om goed te kunnen kijken, antwoordt de schilder.


MISLUKKELING FOTOGRAFEERT MISLUKKELINGEN

AND SO IS MY HEART A CRASH PAD
for Hank

And so is my heart a crash pad
A transient hotel or a men’s shelter
There when convenient, a form of welfare
Better than the street in winter for
A hot bath, no fleas, a slow
Blow-job with appropriate drugs
“I love you” the token charge?

My husband panhandles
I’m 40 he’s just turned 27
Quiet, soft spoken, unanimously
considered elegant, superstitious,
Gentle, affectionate, caressing.
His cock is enormous, uncut, and
Spectacularly formed. Such weight, it still
Curves upward when erect. After IV years
He blows me now–deeply and sensitive to the feeling
I don’t believe him when he says I’m the
Only one he sucks off. It’s too easy
To make money. Hard to believe
Someone can tell you they love you
w/ conviction, make love undreamed of… and
Then steal, by now 5 typewriters and
Countless watches, when my money runs out
For even an hour. He’s so strung out
He can panhandle $10 in an hour–
His approach must be so attractive. And
Convincing. What does he tell them?
“I love you” when he panhandles in my bed.

René Ricard

Het gedicht is van de dichter Ricard, waarvan je de foto naast de tekst vindt, en de fotograaf van deze jonge man is de derde van de Ondergrond-Monumenten: PETER HUJAR. (1934-1987)

Many of the portraits are of New York culture stars. Others are of types largely absent from Burckhardt’s bohemia and Johnson’s handwritten who’s who: transvestite performers, hustlers, street people. And interspersed among the living are the dead: photographs of desiccated corpses that Hujar shot in Sicilian catacombs. Bohemia had become, literally, the underground.

Peter Hujar was een kind van Oekraïnische immigranten, grootgebracht in een huis vol geweld.
Op zijn zestiende leefde hij op zichzelf.
Hij leerde fotograferen als leerjongen in de mode-industrie.
Door toedoen van Richard Avedon kreeg hij een rustige schnabbel bij Harper’s Bazaar en opende hij later zelf een studio.

In de vroege jaren zeventig gaf hij het commerciële werk op om aan zijn portretten project te kunnen werken.
Hij beschouwde zijn werk nooit als tot de avant garde behorend, noch wilde hij experimenteel genoemd worden.

Zoals Burckhardt zag hij zichzelf in een fotografische traditie, ook al waren zijn onderwerpen onconventioneel.

dyn001_original_450_447_jpeg_20344_eefc7980b47371a9c03e87f415d71704

What connects all his portraits, said the writer Fran Lebowitz: “is that every single person he photographed, every single person that he was interested in, was a misfit.
Peter was a misfit.”

The misfit status can be applied to art and to people. It is what makes alternative art alternative and makes alternative art worlds necessary.

Iemand sprak van een tender gravity, moeilijk te vertalen, een tedere zwaarte, een tedere ernst.

Hij zou in 1987 sterven aan Aids, zijn werk vrijwel onbekend, enkel bij een kleine groep volgelingen.

In zijn onderwereld deed het er niet toe wat je maakte maar wel wat je was.
En hij, zijn lovers, zijn modellen en onderwerpen vormden een scherp kontrast met de grote Amerikaanse kunstwereld waar glans en snobisme vaak de boventoon voerden.

Whether or not apartness is a choice — for Hujar, Johnson and Burckhardt it probably wasn’t — it can be an achievement, even a victory. That is one of the gifts art gives. It is not small.

Maar dood zijn ze zeker niet!


MAIL-ART, VOORLOPER VAN EMAIL

Je zou Ray Johnson zijn eigen one-man underground kunnen noemen.
Hij werkte net zoals Burckhardt in de art scène van N.Y. downtown, maar in plaats van als een bohémien te leven vertrok zijn kunst vanuit zijn adresboekje.

Toch startte hij heel anders.
Hij studeerde aan het Black Mountain college in Noord Carolina toen de Kooning daar nog les gaf, en woonde toen in the East Village.
In 1968 verliet hij plots deze plaats en ging in een klein huisje op Long Island huizen waar hij hermetische, minaturistische kunst produceerde en zijn carrière door de telefoon en langs correspondentie uitbouwde.

”Although he matured in an era of triumphalist painting, his specialty was detail-obsessed collage. He was a clipper, a sorter, a calculator, an accumulator, a reviser, a connecter of dots. And in this labor-intensive tabletop mode he produced two separate bodies of work.”

Een van die body’s uitte zich met efemere mail-art.
Zijn vroegste verstuurde stukken waren eenmalige collages en tekeningen, aaneengehouden met verbale en visuele woordspelingen.
Later fotokopieerde hij zijn oorspronkelijke creaties en verzond hij ze als kettingbrieven, meestal naar mensen uit de kunstwereld, mensen die hij nooit gezien had en vroeg hen deze brieven weer door te sturen naar andere ontvangers.
Zijn werk was in feite een soort email avant la lettre.
Door zijn mensen aan elkaar te linken zette hij zijn eigen naam wel voor iedereen centraal.

Tezelfdertijd was hij bezig met kleine mixed-media constructies die niemand te zien kreeg.
De meesten hadden roem en bekende figuren als onderwerp
Daarna maakte hij complexe reliëf-constructies die collage elementen met cartoon-patronen mengden, bizarre zelfportretten inbegrepen, en lijsten met hand geschreven namen.

The names make up a kind of high-art, low-art social register, in which artists known, unknown and sort of known rubbed shoulders with movie stars and pop singers: Sal Mineo, Agnes Martin, John Wayne, Hedda Sterne, Hedda Hopper, Peggy Lee. And the lists were repeatedly updated, in works that took decades to finish, if Johnson ever considered them finished.

In de 1960’s stelde hij geregeld ten toon, maar nadat hij de stad had verlaten werd hij bekend doordat hij zijn kunst niet toegankelijk voor dealers maakte, door ze van gekke codes te voorzien en ze uit te rusten met allerlei toegangsregels.
Dat was zijn one-man wereld, de kunstenaar die zijn eigen markt manipuleerde, een job die meestal door kunstdealers werd uitgevoerd.

Since his death — like Burckhardt’s, a suicide by drowning — Johnson’s feverishly populous, deeply isolationist art has emerged from seclusion, though not from obscurity. It still deflects easy approach. Constructions that at first seem charming and witty can grow barbed and dour with study. And in both size and graphic presentation, the work is perversely, determinedly discreet.

Toen zijn kunst enkele jaren na zijn dood werd tentoon gesteld verdronk ze in de reusachtige afmetingen van het Whitney museum.
De meeste van zijn werken waren niet groter dan een stukje papier, een briefomslag.
Grafstenen van een koortsig leven?


MONUMENTEN VAN DE ONDERGROND

Beste Vriend in het Vaderland,

“I am against greatness and bigness in all their forms,” dat was de zeer on-Amerikaanse uitspraak van de toch Amerikaanse componist Virgil Thomson.
In feite citeerde hij daarmee de 19de eeuwse filosoof, vader van het pragmatisme, William James. (broer van Henri)

Maar zijn deze uitspraken inderdaad zo on-Amerikaans?
Want in deze cultuur is er altijd een groep mensen geweest die onverschillig bleven voor dat heroïsche, het koloniale, het ondernemende.
(de Amerikanen gebruiken daarvoor de Franse verbastering “entrepreneurial”)

In het Vassar College in New York zijn drie kunstenaars samengebracht die duidelijk de stempel “subterranean” dragen, of het monumenten zijn zoals de titel van de tentoonstelling beweert, laat ik aan de kijker over. (Subterranean Monuments)
Het zijn Burckhardt, Johnson en Hujar.

Bij die ‘monumenten’ hoorde dus ook Virgil Thomson waarmee ik deze brief begon.
Hij kende de Zwitsers-Amerikaanse fotograaf en filmmaker Rudy Burckhardt (1914-1999), en hij communiceerde waarschijnlijk met de collage-mailartiest Ray Johnson (1927-1994).
Fotograaf Peter Hujar (1934-1987) heeft hij nooit ontmoet, maar ze hadden wel gemeenschappelijke vrienden, inclusief Burckhardt.

Zo werkte immers “het boheemse’, een wirwar van interconnecties, dichtbije en ver verwijderde.
De drie genoemde artiesten waren knooppunten in die wirwar.
Al waren ze van verschillende generaties en maakten ze kunst die blijkbaar weinig met de kunst van de andere(n) te maken had, ze werden bijeengebracht door verschillende zaken.
Er was een gemeenschappelijke stad: New York.
Er was een gemeenschappelijk persoonlijkheidstype, afwisselend sociaal en solitair.
Er was de virtuele onzichtbaarheid buiten de ondergrond.

Ik wil graag deze drie merkwaardige ‘broeders’ aan je voorstellen.

dyn004_original_497_360_jpeg_20344_7ea3a3f80c36c4e54798aad2ad9bacd8

Er was vooreerst Rudy Burckhardt, afkomstig uit een rijke Zwitserse familie.
Al heel vroeg zette hij zich af deze welstellende achtergrond; je zou kunnen zeggen dat zijn hele leven een act van passieve resistance was tegen zijn afkomst.

In zijn tienerjaren begon hij te fotograferen.
Hij verliet zijn thuis, lummelde wat rond en ontmoette de Amerikaanse auteur Edwin Denby en volgde hem naar Manhattan waar ze in Chelsea gingen wonen.
Denby had in Europa al met de avant garde gewerkt en in Burckhardt vond hij nu een maatje voor New York, met daarbij hun gebuur, de artiest Willem de Kooning.

Burckhardt verkende New York en zag zijn omgeving vanuit het voeten-perspectief, foto’ s dus van voorbij wandelende mensenvoeten.
De wolkenkrabbers nam hij niet van onder zoals de meesten die hun bigness wilden verbeelden, maar van op ooghoogte, vaak van op naburige daken.
Zo probeerde hun reuzenmythologie te ontkrachten.

dyn004_original_401_480_jpeg_20344_0460fbdd65f52f3e8337cc3240df66f2

Ook wilde hij geen politieke statements maken zoals bijvoorbeeld Walker Evans deed.

When he photographed a rundown section of Queens, he let it be rundown. He didn’t make it a ruin, an emblem of urban blight, a sign of the times.

Zijn onnadrukkelijke foto’s en kortfilms maakte zijn schuwheid duidelijk, een bedeesdheid die zijn hele carrière tekende.

“Burckhardt never made the leap to that world. Incapable of self-promotion, allergic to aristocracies of power, he kept to the bohemia he knew, where art making was, ideally, part of a pattern of democratic sociability; a shared aspiration, not a competitive business.”

dyn004_original_570_480_jpeg_20344_a470d47dd4e562d97cdb888c144ebb97

Hij vond inspiratie in het Boedhisme en werd ongewild een invloedrijke figuur voor de nieuwe offbeat typen.
Ik denk aan de dichter John Ashbery die over hem schreef:

”Burckhardt had been unsung for so long that he is practically a subterranean monument.”

Toen hij in 1999 zelf uit het leven stapte, was de periode van de bohemiens verleden tijd, geschiedenis.

Volgende keer meer over de twee andere figuren.


DE TROOST VAN HERINNERINGEN

In het boek ‘Van de schoonheid en de troost’, een boek dat verscheen naar aanleiding van de VPRO-televisieserie met die naam, vertelt de filosoof George Steiner deze anekdote:

We zijn in de Sovjetunie, op het schrijverscongres in 1934.
Dit was het gruwelijkste jaar.
Mensen verdwenen elke dag als vliegen.

Pasternak moest spreken.
Zijn vrienden zeiden tegen hem: Als je een toespraak houdt, zullen ze je arresteren, en als je geen toespraak houdt ook, wegens ironische insubordinatie.

Er waren tweeduizend mensen aanwezig in de zaal.
Zjdanov, Stalins politiebeul, zat op het toneel.

De twee eerste dagen begonnen of eindigden de toespraken steeds met ronkende dankwoorden voor vadertje Stalin, dank aan de Lenininistische-Stalinistische waarheid.

Pasternak zweeg.
Toen hij opstond kon je de stilte tot in Wladivostok horen.
Hij zei een getal.
Al die tweeduizend mensen stonden op.
Het was het nummer van het sonnet van Shakespeare: ‘When I summon up remembrance of things past.’

Hij had het vertaald, en zijn vertaling was erg gesmaakt, het was zoals de Russen zeggen: ‘net als Poesjkin’.

Ik druk het hier af in een prachtige vertaling van P. Verstegen.
Ik probeer het van buiten te leren, want ik wil het zonder hulpmiddelen kunnen oproepen.
We moesten met duizenden vrijwilligers mooie teksten van buiten leren, ieder zijn stukje, en dan samenkomen.
Maar dat is nog een ander verhaal.

Als ik voor ’t hof van tedere gedachten
Herinneringen aan vroeger tijd ontbied,
Smart mij ’t gemis van veel waar ik naar smachtte,
Voel ik de pijn van tijd verdaan om niet.

Dan smelt mijn oog dat lang droogstond weer
Om lieve vrienden in Doods eeuwge nacht,
Ik treur om liefdespijnen van weleer
En ween om smart die wat teloorging bracht.

Dan lijd ik weer om leed van vroeger dagen,
Met zwaar hart tel ik pijn en pijn tezaam
Tot droeve som van al mijn vroeger klagen

Die ‘k moet voldoen als was zij nooit voldaan.
Maar, lieve vriend, zie ‘k dan jouw beeld voor mij,
Is het verlies hersteld, het leed voorbij.

 


Een prentje hoeft vandaag niet.
De tekst is beeldrijk genoeg.


WENDY ROUSE, 3 BEELDEN

My work combines the figure with still life, landscape and interiors.
The figures do not exist in a void because we are shaped by our environments, physically and psychologically.
The images of my family and friends are portraits, but also serve as metaphors for all people in their search for meaning, fulfillment and beauty in the modern world.

Content and story are important elements of my vision, but just as important is the physical application of the paint.
Color, shape, texture and craft are essential elements in the beautiful objects I want my paintings to be.

Wendy Rousen

Bekijk de beelden.
Vertel het verhaal.


De noorderwind heeft geen vat op het tedere meisje
Dat bij haar geliefde moeder woont
Onbedreven in het werk van de gouden Afrodite.

Werken en dagen, Hesiodus


Je ziet hoe het gebeurt
het is klaarlichte dag- en het gebeurt
voor je ogen zie je hoe het kleine lichaam
van een meisje
levend afdaalt in de aarde

Het is heel licht, het is van dat hevige
verzadigde zomer-licht waarin je weer ziet: ja dit
dit was het landschap
hemel, aarde, riviertje, boompje, gras.

Lichaampje, denk ik, als je het lichaampje bent
van haar
waar heb je haar gevonden
waar breng je haar heen
waar laat je haar gaan

en hoe moet het zijn zonder jou
hoe lang, hoe diep, hoe alleen.

Afdaling op klaarlichte dag(5)
Rutger Kopland


Heaviness of being. And poetry
Sluggish in the doldrums of what happens.
me waiting until I was nearly fifty
To credit marvals. Like the tree-clock of tin cans
The tinkers made. So long for air to brighten.
Time to be dazzled and the hearts to lighten.

Seamus Heaney

dyn004_original_453_300_jpeg_20344_8f3ebebda6cfc2401ba873f137b7a3aa

 

dyn004_original_410_300_jpeg_20344_dd33df228756193919f67918c467f841


GRAFSCHRIFT VOOR 2 VERRE HELDEN

Boven ligt
nog de zorg voor zijn,

en verre vingers tien,
de kussen van je lippen
misschien

een ogen-blik
uit de vergetelheid

net voor de bosbranden
twee jongens verkoolden.

vergeef me
dat ik slechts met houtskool
tekenen kan.

Wie gespaard werd door het vuur
verdronk in woorden-watervallen

Dit droombeeld van een boom:
veertig jaar
zwerven
in de woestijn.

Ik hoor je
wakker liggen.

Ik teken oude taferelen
op de grottenwanden.


CITATEN EN RETROPESCTIE: PAUL BELIVEAU

 

dyn003_original_382_216_gif_20344_ec932de26cbc4bb9298b416be5a14a4b

We blijven even in New York al is de kunstenaar van vandaag een Franse Canadees uit Quebec waar hij nog steeds werkzaam is.
Van Quebec naar New York is de galerie Stricoff een mooi uitgangspunt om het helemaal te maken (vooral financieel dan!)

PAUL BELIVEAU is in 1954 geboren.
Hij komt uit een gezin van vijf kinderen waarvan hij de enige artistiekeling was.
Slagerszoon (!) maar door zijn oom Arthur komt hij via de boeken van Time-Life over schilderkunst in contact met de grote meesters.

Rubens noemt hij ‘« un de mes modèles comme peintre baroque ».
Hij schildert zijn werken na, en leert elke week in de slagerij met lettertjes werken als hij de aanbiedingen van de week met gouache aan de klanten moet duidelijk maken, elementen die hij in zijn latere werk nog zal gebruiken.

dyn003_original_215_482_jpeg_20344_9c420c249eedb2416b44509d5ded90a8

De tekst hierboven zit geklemd tussen twee werken van de Béliveau.
Boeken en samenvoegingen van bekende of minder bekende afbeeldingen.

“En intégrant ouvertement dans ses compositions une iconographie du passé, en procédant par citation et rétrospection, il révèle le phénomène de métamorphose sur lequel se fonde l’imaginaire. Il expose ainsi les principes de la mécanique créative.

L’imagination, qui consiste en quelque sorte dans le transfert d’une représentation sensible sur une image appartenant à une réalité autre, se voit de cette façon nettement exhibée.

Ce n’est donc pas l’image elle-même qui confère à l’oeuvre de Béliveau son originalité mais bien sa construction particulière. Par-delà son rapport au temps, son oeuvre constitue une vaste réflexion sur l’art et l’imaginaire.” (Dany Quine, L’oeuvre du temps)

De werken waartussen deze tekst is gevat zijn een goede synthese van hetgeen Dany Quine beschrijft.

Citaten en retrospectie.
Beelden opnieuw samenvoegen of bewerken zodat hun verband weer totaal andere atmosferen oproept.

dyn003_original_587_787_jpeg_20344_0aa51340b57c882836d7ccee46e70726

« Je suis un être issu des livres. » Allons donc voir dans son enfance, rue de la Ronde.”

In die enfance zijn er de Timels-Life boeken van nonkel Arthur.
Boeken spelen inderdaad een belangrijke rol in zijn werken.
Zijn serie ‘humanités’ vertrekt vanuit de ruggen van boeken.
Maar niet alleen hun titels zijn belangrijk.
Ook hun uitzicht, vaak hun vertekening, hun atmosfeer als papieren wezens maken het boek tot een eigen wezen, een icoon en een onafhankelijk voorwerp. Als beeldenverzamelaar zoekt hij nieuwe verbanden, sa construction particulière.
Maar ook de vrouwen zijn belangrijk in zijn leven.
Manon en zijn moeder.

Les femmes ont une part dans son succès. « Elle m’a libérée », dit Paul Béliveau en parlant de Manon, qui partage ses jours depuis neuf ans. « Cinq pour le travail. »

Technicienne-comptable bilingue, elle s’occupe de tout ce qui n’est pas création. « Je suis ma matière première », continue l’artiste, qui reconnaît devoir aussi beaucoup à sa mère. « Une force de la nature ! » Elle aurait préféré toutefois qu’il opte pour le graphisme plutôt que les arts visuels. Il l’a placée devant le fait accompli et a obtenu son bac à l’Université Laval en 1977.

 

dyn003_original_900_719_jpeg_20344_64f60271a915163adf4ac0591bf2c78b

De voorbije tijd, of gaat de tijd in boeken nooit voorbij?

« On gagne dans la répétition à approfondir », dit l’auteur, qui a ainsi peint sur des blocs de béton quelque 400 têtes, sans oublier celle de Marcel Proust, à qui il voue une grande admiration.

Le temps perdu.
De mooiste tijd die er bestaat

dyn003_original_900_603_jpeg_20344_1d032af9c54a3a1e33d8e340d92cf5cd


VANUIT NEW YORK: JOCELYN HOBBIE

bc329dbfe510387aad399e7b27b498ac

Goede Vriend in het Vaderland,

Becky Smith, artdealer heet haar beroep hier in New York, refereert naar het werk van Jocelyn Hobbie alsof Alex Katz en Botticelli zijn samengesmolten.

Ik heb dus een probleem.Ik wil je een van de volgende dagen over Katz schrijven (jaargang 1927) maar wil het dus vandaag hebben over een veel jonger iemand Jocelyn Hobbie, dochter van de New York bestselling auteur Holly Hobbie.

Lap nog een naam.
En als we dan toch bezig zijn, dan wil ik toch ook haar broer Nathaniel Hobbie noemen, een kunstenaar die met glas en staal werkt in zijn atelier in Massachusetts.

dyn004_original_357_450_jpeg_20344_d3582cdb058c238b05a28354446bb4ea

Om Katz even te duiden, twee prenten. (hij is a printmaker!)
Portret van de dichter Kenneth Koch en Yellow Rowboat (1966)

dyn004_original_550_440_jpeg_20344_4fba2b234d812cc1e60551ebedd7771e

Botticelli hoef ik je niet meer voor te stellen.
meng dus Katz en Botticelli en we belanden (volgens Becky Smith) bij Jocelyn Hobbie.De slapende vrouwen komen uit het vroegste werk (2000).
En nu citeer ik de Bellwether gallerie:

Art dealer Becky Smith refers to Jocelyn Hobbie’s aesthetic as “Alex Katz meets Botticelli,” referring to a painter known for hard-edged portraits of present-day yuppies and referencing another who had a penchant for painting fleshy female nudes during the Renaissance.
With her brush strokes both loose and tight, and using lots of saturated color and dark shadows, Hobbie makes images of voluptuous young women, most of them in lingerie. Lace and leopard print only add to the enjoyment.

Hobbie’s morosely funny version of the tried-and-true spectacle involves her melancholic, barely dressed muses posed crying, daydreaming, pregnant and smoking or staring wistfully into space, infused with the kind of romantic yearning that makes for a really good Dusty Springfield song.

Zet dus Springfield op, en kijk.

78d44adf975e0d7ebf2a616be82fdce4

Elf van haar werken hingen voor de eerste keer in deze beroemde gallerie.
Het was haar eerste solo-tentoonstelling in New York.

Ikzelf was erg geboeid door dit werk.
De twee-dimensionaliteit, eigen aan stripverhalen en Japanse prenten, gaat samen met de gebleekte pasteltonen die inderdaad ook naar prenten referen.Laten we het zo stellen:
Courbet meets Hopper.

dyn004_original_550_551_jpeg_20344_e7b8ea3ae310760bf284f80567eda100

Hobbie’s paintings are motivated by strong emotion, yet are expressed in restrained form. The scenarios depicted are mostly about aloneness and high-keyed emotional states. The women are sensitive, ecstatic or in despair, monkish, anxious, diligent. For example, in The Chiseler, a lingerie clad woman works secluded in her bedroom on a sculpture. With a deep, far off stare she carves out heart-shaped forms. The Nun Painter features an artist dressed in a habit with her racy lace panties peeking out from beneath. Hobbie enjoys depicting the idea of somebody alone in a room, working away in private; engaged in an inner life even if it’s painful: transforming the sense of confinement and anxiety into a sense of braveness and inspiration.

dyn004_original_550_411_jpeg_20344_c802a4b4b20e01c3150b4b6a4fd76217

Het is er niet zo donker als bij Hopper
maar de eenzaamheid
nog groter
omdat ze van binnenuit komt,
terwijl Hopper
ze vanuit de buiten-atmosfeer
op zijn personages giet.

En Botticelli’ s gladheid,
ofwel het verbergen van de melancholie
onder de softe tonen
en de overwogen compositie.

Een engel kijkt naar buiten,
raakt je blik
de mooie jongen
smelt met al het meisjesachtige ter wereld
samen.

Dat zijn prenten:
Een album uit de kindertijd
laat zijn kleuren
in de verschrikking van onze volwassen eenzaamheid vloeien.

De reclame kent die truc ook.
Kijk naar het sprookje van coca cola,
hoe de fles in een sprookjesland wordt gevuld
voor ze met een harde bots
in onze koele wereld belandt.

dyn004_original_550_556_jpeg_20344_97c5dd5a060113a812efdf3dc32a0632

Het geloof dat je door het drinken in die wereld kunt geraken, haalt Hobbie onderuit.
Je kunt ervan dromen, maar het ontwaken zal vreselijk zijn.

picksimg_large


HEEL KLEIN SLAAPLIEDJE VAN IVOOR

Mijn kindje
slaapt
in ivoor.

In ivoor slaapt
mijn kindje
op mijn wandelstok.

Urenlang
droomt mijn kindje
dat het langs het water
wandelt

licht
als een libel.

Soms
kus ik mijn kindje
mijn roerloos
ivoren kindje
op mijn wandelstok

Ik ben een oude prins,
doornroosje.

Als jij wakker wordt,
zal ik rusten in de tuin
of als een libel
over je hoofd
voorbij vliegen.

Daar slaapt mijn papa
zul je denken,
mijn papa van ivoor