AND SO IS MY HEART A CRASH PAD
for Hank

And so is my heart a crash pad
A transient hotel or a men’s shelter
There when convenient, a form of welfare
Better than the street in winter for
A hot bath, no fleas, a slow
Blow-job with appropriate drugs
“I love you” the token charge?

My husband panhandles
I’m 40 he’s just turned 27
Quiet, soft spoken, unanimously
considered elegant, superstitious,
Gentle, affectionate, caressing.
His cock is enormous, uncut, and
Spectacularly formed. Such weight, it still
Curves upward when erect. After IV years
He blows me now–deeply and sensitive to the feeling
I don’t believe him when he says I’m the
Only one he sucks off. It’s too easy
To make money. Hard to believe
Someone can tell you they love you
w/ conviction, make love undreamed of… and
Then steal, by now 5 typewriters and
Countless watches, when my money runs out
For even an hour. He’s so strung out
He can panhandle $10 in an hour–
His approach must be so attractive. And
Convincing. What does he tell them?
“I love you” when he panhandles in my bed.

René Ricard

Het gedicht is van de dichter Ricard, waarvan je de foto naast de tekst vindt, en de fotograaf van deze jonge man is de derde van de Ondergrond-Monumenten: PETER HUJAR. (1934-1987)

Many of the portraits are of New York culture stars. Others are of types largely absent from Burckhardt’s bohemia and Johnson’s handwritten who’s who: transvestite performers, hustlers, street people. And interspersed among the living are the dead: photographs of desiccated corpses that Hujar shot in Sicilian catacombs. Bohemia had become, literally, the underground.

Peter Hujar was een kind van Oekraïnische immigranten, grootgebracht in een huis vol geweld.
Op zijn zestiende leefde hij op zichzelf.
Hij leerde fotograferen als leerjongen in de mode-industrie.
Door toedoen van Richard Avedon kreeg hij een rustige schnabbel bij Harper’s Bazaar en opende hij later zelf een studio.

In de vroege jaren zeventig gaf hij het commerciële werk op om aan zijn portretten project te kunnen werken.
Hij beschouwde zijn werk nooit als tot de avant garde behorend, noch wilde hij experimenteel genoemd worden.

Zoals Burckhardt zag hij zichzelf in een fotografische traditie, ook al waren zijn onderwerpen onconventioneel.

dyn001_original_450_447_jpeg_20344_eefc7980b47371a9c03e87f415d71704

What connects all his portraits, said the writer Fran Lebowitz: “is that every single person he photographed, every single person that he was interested in, was a misfit.
Peter was a misfit.”

The misfit status can be applied to art and to people. It is what makes alternative art alternative and makes alternative art worlds necessary.

Iemand sprak van een tender gravity, moeilijk te vertalen, een tedere zwaarte, een tedere ernst.

Hij zou in 1987 sterven aan Aids, zijn werk vrijwel onbekend, enkel bij een kleine groep volgelingen.

In zijn onderwereld deed het er niet toe wat je maakte maar wel wat je was.
En hij, zijn lovers, zijn modellen en onderwerpen vormden een scherp kontrast met de grote Amerikaanse kunstwereld waar glans en snobisme vaak de boventoon voerden.

Whether or not apartness is a choice — for Hujar, Johnson and Burckhardt it probably wasn’t — it can be an achievement, even a victory. That is one of the gifts art gives. It is not small.

Maar dood zijn ze zeker niet!