Lieve Vriend in de stad with low expectations,

Waarom moet ik steeds aan Henry Van de Velde denken als ik over 11/9 of 9/11 hoor spreken en de nieuwe ontwerpen op ground zero bekijk?

Niet wegens enige gelijkenis tussen zijn architectonische opvattingen die van de drie architecten die voor de nieuwe skyline van jouw residentiestad moeten zorgen.

Norman Foster, Richard Rogers en Fumihiko Maki zijn eersteklas architecten, maar het is zoals Nicolai Ouroussoff vandaag in de kunstbijlage van de N.Y.-times schrijft:

’But for those who cling to the idea that the site’s haunting history demands a leap of imagination, the towers illustrate how low our expectations have sunk since the city first resolved to rebuild there in a surge of determination just weeks after 9/11.’

Je zou de torens overal kunnen neerplanten.
Potsdammer Platz, La Défense, in eender welke West Europese stad kunnen ze gebouwd worden.

’By comparison, the three new towers are about forgetting. Conservative and coolly corporate, they could be imagined in just about any Western capital, paralleling the effacement of history in the remade, blatantly commercial Potsdamer Platz in Berlin or La Défense, the incongruous office-tower district just outside Paris.’

Jaja, er waren mooie ideeën bij de ontwerpen.
Het ‘saccharine symbolism of Daniel Libeskind’s Wedge of Light plaza’, waarvan de vorm gebaseerd is op de zonnestand vijf jaar geleden toen de twee vliegtuigen zich in de torens boorden.
En de open structuur van de drie architecten zou dan wijzen op de openheid van de democratische maatschappij.
Maar transparantie heeft niets met openheid te maken, maar wel met voyeurisme, exhibitionisme en ‘bewaking’, en dat zijn drie begrippen die op ground zero meer betekenis hebben dan ‘freedom’.

Maar wat heeft Henry Van de Velde met deze redenering te maken?

Mag ik je dan eerst meenemen naar San Gimignano in Italië, stad die ooit zo’n zeventig torens bezat en waar het treffen tussen Guelphs en Ghibellines voor aardig wat bloedvergieten zorgde, en iedere bouwheer zijn macht wilde uitdrukken door Van het Groenewoud zijn ‘Ik wilde de grootste hebben!’

Het is dus nog maar eens een mannelijk probleem.
En als ik de ontwerpen van de drie architecten voor de nieuwe torens bekijk, dan is het duidelijk we sinds San Gimignano nog niet veel geleerd hebben.

Net zoals de 16de eeuwse klokkentoren van Ivan de Grote in Moskou, 81m, de hoogste toren moest blijven, mocht je ook in de middeleeuwse stad niet hoger bouwen dan de toren van de heersers.

Torens.
Kijk naar spelende kleuters.
De jongens bouwen torens, meisjes zijn slimmer, ze houden zich met de inrichting van de ruimte bezig.

En nu naar Gent waar Henry Van de Velde een boekentoren bouwde, en die boekentoren moet je alvast zien in het licht dat de Gentse universiteit nog maar in 1930 vernederlandst was waar de stad in 1934 het contract met Van de Velde afsloot.

Van Aspen wou laagbouw, maar Van de Velde wilde toch de hoogte in: een boekenkast in ‘t groot, een boekentoren dus.

Voilà, goede vriend.
Terwijl in jouw stad er geen minuut zonder viering of herdenking voorbijgaat, pleit ik vanuit mijn stulp in het lage land voor een boekentoren.
Een toren waarin de koran en de bijbel, de heilige geschriften en de minder heilige schriften voor iedereen bereikbaar zijn, de kern van de democratie is immers de kennis en niet de tralala die bijvoorbeeld zo’n gerechtsgebouw in Antwerpen uitstraalt, of het moest zijn dat de architect daar een verborgen agenda had en de golvende structuur, op-en-neer, als symbool van de rechterlijke macht zag, of de golfjes van de Schelde die de gewone mens verzuipen als het over ‘menselijke’ taal gaat in de rechtspraak.

Vaak hebben alle partijen met dat heilige boek in de hand elkaar gedecimeerd, nu wordt het dus tijd om al die geschriften -en prijzen wij ten zeerste de Oosterse literatuur want terwijl wij hier ons met de gefrustreerde hoofse minne bezig hielden noemden ze daar een kat een kat en je hoefde ze niets een in het donker te knijpen- samen te brengen en van hun politieke waanzin te ontdoen.

Want laten we eerlijk zijn zowel in bijbel als in koran (en ik zwijg nog over de Afrikaanse en Indische verhalen) vindt het onrustige hart een schuilplaats in de grote ziel van ‘mag-het-iets-meer-zijn a.u.b..

Beste Henry.
Als je er zelfs in geslaagd bent een boekentoren te bouwen in Gent, verhef U dan uit de dodenslaap en klop aan bij degenen die willen vergeten, want in de trillende pennen, de hamerende vingers op het klavier, is de overlevingsdrang en de liefde in al haar vormen aanwezig.

Geef de stad New York zijn boekentoren.
Je hoeft er niet in te vliegen, want voor de haastige lezer is er een landingsplaats voor helikopters op het dak, maar ook een uitzicht op de menselijkheid die telkens weer in allerlei boeken met allerlei inzichten tot nieuw leven wordt gebracht.